Nederlandse identiteit kan niet alleen gedicteerd worden door blanken

Foto: Reuters
Ieder1, een initiatief van de acteur Nasrdin Dchar, organiseerde onlangs een demonstratieve tocht in Amsterdam met als motto dat de Nederlandse samenleving wel degelijk een eenheid is, maar dan in al haar verscheidenheid en diversiteit. “Eenheid in verscheidenheid”, zoals de Amerikanen dat noemen. Een paar duizend mensen liepen mee in de tocht en namen deel aan de manifestatie achteraf. ”Goed dat dit gebeurt”, ”blij dat ik er bij was”, ”eindelijk ook eens een positief geluid”, was zo de algemene indruk van de deelnemers. Was dit naïef, niet effectief, wegkijken en vrijblijvend zoals sommige azijnpissers meenden? Als dit ook al niet deugt, dan zijn we wel heel ver heen. In elk geval bleek dat zelfs een vreedzaam initiatief als dit weer de nodige racistische reacties opriep. Dat laat maar weer zien waar het echte probleem in dit land zit en dat er nog een hoop te doen is.

Deze manifestatie is wat mij betreft veel belangrijker dan je zo uit de reacties opmaakt. Het zal niet op korte termijn mensen bij elkaar brengen om een kopje thee te drinken die elkaar nu op leven en dood bestrijden. En diversiteit is natuurlijk niet alleen maar een leuk dingetje voor de mensen, heeft op zichzelf ook weer haken en ogen, en roept allerlei dillema’s op. Er zijn allerlei structurele problemen die je met zo’n manifestatie niet oplost. Die structurele problemen zijn overigens niet weer alleen maar integratie, zoals er weer snel werd geroepen. Het gaat ook over het welig tierende en snel groeiende racisme en de discriminatie in de samenleving en de structurele uitsluiting van mensen in onderwijs en werk op basis van niet bewijsbare gronden. Voor dit soort problemen helpt zo’n manifestatie niet echt.

Het belang van de manifestatie is dat het een kritisch commentaar is op de oplaaiende discussie over de Nederlandse identiteit. Een kritisch commentaar van een deel van het volk. Dat willen toch alle politici graag horen, de stem des volks? Of bedoelen ze daar alleen mee degenen die roepen dat Nederland Nederland niet meer is? Die Nederlandse identiteit heeft langzamerhand een onaantastbare sacrale status gekregen. “De Nederlandse identiteit heb ik nog niet gevonden!” Deze gevleugelde woorden sprak koningin Maxima bijna tien jaar geleden uit toen zij een toespraak hield bij de publicatie van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over identificatie met Nederland. Dat gaf toen al nogal wat reuring. Het nationalistische volksdeel was van mening dat ze als Argentijnse niet wist waar ze over sprak en zelfs keurige politici vroegen zich af of het wel verstandig was van Máxima om dat te beweren. Zij zou wellicht een gevoelige snaar raken. De tijden zijn veranderd. Als zij dit vandaag had gezegd was er wellicht een procedure gestart om haar uit haar ambt te ontzetten, haar koningschap af te nemen, of weet ik wat. Bij de komende verkiezingscampagne zal de Nederlandse identiteit waarschijnlijk het belangrijkste thema worden. De Algemene Beschouwingen na Prinsjesdag gingen daar al voor een belangrijk deel over.

Rond het begrip Nederlandse identiteit is iets opmerkelijks aan de hand. In de samenleving en de politiek groeit het aantal mensen dat meent dat het slecht gaat met de Nederlandse identiteit. Dat die steeds meer onder druk komt te staan en dat we de greep daarop dreigen te verliezen. Dat komt duidelijk naar voren in de kritiek op de Europese Unie, maar ook in de discussie over de islam en nu recentelijk in de discussie over de betrokkenheid van Turkse Nederlanders bij de ontwikkelingen in Turkije. Er lijkt in de politiek een breed gedragen opvatting te bestaan dat er veel meer en veel serieuzer moet worden geluisterd naar ”wat leeft in de samenleving”. Je zou dat kunnen zien als de culturele variant van de participatiesamenleving: de overheid trekt zich terug, treedt niet sturend op en laat van alles over aan het particulier initiatief. Dat kwam ook duidelijk naar voren tijdens de Algemene Beschouwingen. Iedere woordvoerder gaf een eigen invulling aan wat nu de kern is van de Nederlandse identiteit. Aan de andere kant zie je vanuit diezelfde bezorgde burgers en politici de roep om meer sturing en dwang als het gaat om bepaalde waarden. Rutte noemde dat in een uitzending van Zomergasten (4 september jongstleden) ”de normerende overheid”. En inderdaad zien we dat er veel meer dan vroeger diep wordt ingegrepen in de privé-sfeer. In dat krachtenveld ligt het belang van de Ieder1-manifestatie: de Nederlandse identiteit kan niet alleen gedicteerd worden door blanke mannen en vrouwen die zonder blikken of blozen universele principes, zoals mensenrechten, tot een Nederlandse verworvenheid bombarderen en daarmee grote delen van de samenleving uitsluiten. Ook de deelnemers aan de manifestatie zijn bezorgde burgers.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.