Nee meneer Bosch, moslims haten ons niet

Foto: Reuters
Toen ik gevraagd werd een bijdrage te leveren aan het boek Waarom haten ze ons eigenlijk?, was mijn besluit snel genomen. Figureren in een gezelschap van mensen met wie ik het in veel opzichten – totaal – oneens ben is de beste voedingsbodem voor debat. Onder de auteurs zijn mensen als Vlaams Belang’ers Wim en Sam van Rooy en rechtsfilosoof Paul Cliteur die onlangs nog optrad in de zaak tegen PVV-leider Geert Wilders. Maar ook mijn Tilburgse collega Youssef Azghari en mijn oud-student Halim el-Madkouri doen mee.

Het is al te gemakkelijk om te schrijven voor ons soort mensen in ons soort gremia, maar het is veel uitdagender je te begeven in het domein van je ideologische tegenstander. Bovendien lijkt de al maar globaliserende wereld steeds kleiner te worden. Het internet was misschien ooit bedoeld om mensen bij elkaar te brengen, maar we zien meer en meer dat gelijkgestemde mensen hun eigen niches op internet vormen, daarin verwijlen en nauwelijks meer outof-the-box opereren. Het wordt almaar moeilijker de ander te bereiken. Nu weet ik ook wel dat Waarom haten ze ons eigenlijk? een papieren boek is, maar het boek wordt wel gepropageerd op het internet, met name ook onder mensen die weinig of niets van islam en moslims willen weten en over die onderwerpen uiterst negatieve meningen hebben. Precies mijn publiek dus.

Tegelijkertijd besef ik wel dat ik zo participeer in het verspreiden van een gedachtegoed – met name voorgestaan door de Vlaams Belang’ers – dat ik eerder bestempeld heb als gif. Maar dat gedachtegoed wordt toch wel verspreid en nu kunnen lezers van het boek die geïnteresseerd zijn in de islamafwijzende stukken ook kennis nemen van stukken die een ander geluid laten horen: de wel degelijk bestaande mogelijkheid van integratie van islam en moslims in onze samenlevingen. Althans, ik hoop dat ze mijn hoofdstuk, dat als tweede staat gerangordend, niet overslaan.

De titel van het boek behoeft enige uitleg. Het is een uitspraak van talkshowhost Jeroen Pauw die hij deed na de aanslagen in Brussel eerder dit jaar. De diverse auteurs van het boek – het zijn er zeventien – proberen ieder voor zich een antwoord op die vraag te formuleren. Ik ga in deze column verder niet in op de inhoud van de diverse hoofdstukken, maar ik verklap u wel dat mijn hoofdstuk als titel draagt: ”Ze haten ons niet, integendeel.”

Wat ik hier wil bespreken, is het wordingsproces van het boek en ik daarmee geef ik een kijkje in de keuken. Spil in het hele proces was ondernemer Frits Bosch, die ik tot op de dag van vandaag nog nooit fysiek ontmoet heb, en die zeer regelmatig van zich liet horen via de mailgroep die hij van alle auteurs had gevormd. Zijn berichten bestonden vaak uit het signaleren van allerlei islamgerelateerde gebeurtenissen, en dat waren er uiteraard veel. Hij uitte zijn bezorgdheid en boosheid over de ongehoorde opmars van moslims en islam in onze westerse samenlevingen en de negatieve en gewelddadige gevolgen daarvan. De ondernemer was verre van neutraal in de discussie. Maar wat dan wel weer prettig was, was dat hij gevoelig was voor argumenten. Gaf ik hem via de mail mijn mening te kennen over een onderwerp, dan draaide hij vaak bij.

Toch vond er in het debat op de mail op een gegeven moment een scheiding der geesten plaats. De geijkte beleefdheid was op een gegeven moment op – de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze hoe dan ook tamelijk oppervlakkig was. Die scheiding der geesten bestond eruit dat sommige auteurs, als vader en zoon van Rooy, en, naar mijn mening ook meneer Bosch, uiteindelijk met Wilders vonden dat ons land en Europa beter af zouden zijn zonder moslims. Ze waren totaal niet geïnteresseerd in een echt debat met mij en op een gegeven moment bereikten mij alleen nog maar ronduit vileine opmerkingen waar ik het vaandel van het fatsoen hoog probeerde te houden. Dieptepunt was de opmerking van meneer Bosch dat hij niets meer met mij te maken wilde hebben.

Mijn eerdere observaties dat onder de oppervlakte van het debat en in het uitwisselen van meningen met de tegenpartij enorm veel woede en ongemak zit werden weer eens bevestigd. Toch heb ik geen spijt van mijn deelname aan het boek, want, vijandigheid of niet, we zitten samen in die ene publicatie en in die zin is het boek een geslaagd voorbeeld van samenwerking tussen extremen. En trouwens, tussen mij en meneer Bosch is het ook weer helemaal goed gekomen en ik acht mijn gewaardeerde opponenten nog steeds hoog.

DELEN
Jan Jaap de Ruiter
Arabist aan de Tilburg University.