‘Nikabstrijder’ kiest in alle vrijheid voor onvrijheid

Foto: Reuters

De overgang naar mijn post-vakantie-bestaan ging niet heel vloeiend. Met een harde klap belandde ik vanuit een idyllisch leven waarin niets moest (vakantie) weer terug in mijn docentenbestaan: de roostermaker was ziek, dus onze roosters voor het nieuwe schooljaar waren ietwat houtje-touwtje in elkaar gezet, en het leerlingenregistratiesysteem – Magister – was vernieuwd. ‘Verbeterd’, zeiden sommige mensen, maar daar had ik zo mijn twijfels over. Met het oude systeem kon ik lezen en schrijven, nu was alles ineens anders. Het zorgde voor een harde landing.

Al in de eerste week van het nieuwe schooljaar werd ik gebeld door een redacteur van het tv-programma De nieuwe maan. Vrijdag 7 september wilden ze een uitzending maken over het thema samenleven. De vraag was: kunnen we wel samenleven? Om dat te bespreken hadden ze vier gasten uitgenodigd die ‘lijnrecht tegenover elkaar staan’ (hun woorden, niet de mijne). Aan tafel zaten: columnist van De Dagelijkse Standaard en politicus Jan Roos, ‘nikabstrijder’ Karima Rahmani, jihaddeskundige Montasser AlDe’emeh en ik. Dat ‘lijnrecht tegenover elkaar staan’ vind ik wat boud uitgedrukt, maar inderdaad stonden we alle vier voor totaal verschillende waarden. Ik vertegenwoordigde de ‘stem uit de praktijk’. Ik heb tenslotte dagelijks te maken met een ratjetoe aan Nederlanders dus voor mij is het ‘samenleven in diversiteit’ dagelijkse kost.

De nikabstrijder zat in vol ornaat aan tafel, wat wil zeggen geheel ingepakt: handschoenen aan en het hoofd zo grondig bedekt dat alleen haar ogen te zien waren door een kleine spleet. Jan Roos was gewoon Jan Roos en de jihaddeskundige had een charmant Vlaams accent waardoor alles wat hij zei net weer een vriendelijker lading kreeg dan de portee van zijn woorden rechtvaardigde (‘ik voorspel een clash’). Voor de uitzending kregen we allemaal een zendertje op. Dat is meestal zo bij dit soort talkshows, maar aangezien in de Koran staat geschreven dat zendmicrofoontjes aan kleding verboden zijn, kreeg Karima een sta-microfoon voor zich op tafel.

Nu ben ik al jaren gewend aan diversiteit, aan kinderen en ouders uit heel verschillende culturen, maar zolang je je aan de wet houdt, vind ik dat het eenieder vrij staat om eruit te zien hoe hij of zij wil. De reden dat ik moeite heb met de kleedregels van Karima is dat ik vind dat ze de klok jaren terugzet. De totale bedekking van het lichaam heeft te maken met de bescherming tegen de wellustige blik van de man. Maar in Nederland zijn man en vrouw gelijk, dus als er al sprake zou zijn van bescherming tegen wellustige blikken, dan zouden het de mannen moeten zijn die er iets aan zouden moeten doen, aan die wellustige blik. Niet dat ik daar voorstander van ben, maar ik noem het om het gebruik in de context van de Nederlandse samenleving te zetten.

Overigens antwoordde Karima, gevraagd naar de reden voor het dragen van haar nikab, dat haar motief ‘spiritueel’ was. ‘Het is absoluut mijn eigen keuze.’ Op de vraag of ze weleens overwoog weg te gaan, omdat het in sommige andere delen van de wereld minder omstreden is om de nikab te dragen, antwoordde ze ontkennend. Want ze is Nederlands: ‘Ik ben geboren en getogen Nederlandse, ik kom hier vandaan. Het is een spirituele binding met mijn schepper die ik heb en waarvan ik gelukkig word. Ik wil gewoon meedoen en participeren.’ Hoe je kunt participeren als je je letterlijk met een muur van doek van de wereld afschermt is me niet duidelijk. Maar daarnaast kan ik de totale ontkenning van een lichaam of misschien wel een totale persoon die gedicteerd wordt door dergelijke kledingvoorschriften niet rijmen met de vrijheid van het individu en de gelijkheid van man en vrouw zoals we die in ons land kennen. We hebben er jaren voor gestreden en het is nog niet perfect geregeld, maar in ieder geval staat het in theorie elke man of vrouw vrij om zich in vrijheid te ontwikkelen. Het is wellicht niet hoe Karima het bedoelt, maar ik voel me persoonlijk beledigd door haar voorkomen. Ze kiest in alle vrijheid voor haar onvrijheid (of voor wat wij in Nederland zien als onvrijheid) en ziet dat zelf als haar vrijheid. En die vrijheid heeft ze, maar het maakt me tegelijkertijd razend en triest.

Terug naar de klas. Onze schoolreis naar Barcelona komt dichterbij, en we hadden een voorlichtingsbijeenkomst voor ouders en kinderen. Collega Antonio zou tekst en uitleg geven over alle do’s en don’ts tijdens de reis: alcoholverbod, het gezamenlijk ontbijt elke dag, alleen handbagage van tien kilo, en meer praktische zaken passeerden de revue. Een bezorgde ouder werd gerustgesteld. ‘Jongens en meisjes worden in gescheiden huisjes ondergebracht.’ Ouder opgelucht. ‘Verder nog vragen?’ Nee, alles was wel duidelijk. Of ja, toch nog een prangende vraag. Een leerling stak haar hand op. ‘Er is daar toch wel wifi, hè?’ De bevestiging werd met een zucht van verlichting ontvangen.

Ze mogen dan allemaal heel verschillend zijn, over één ding zijn mijn kinderen het eens: zonder wifi is het een stuk lastiger samenleven.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).