Onderzoekersverziendheid

Foto: AP

Twee rapporten met heel veel cijfertjes, tabellen en staafdiagrammen werden onlangs gepubliceerd door gezaghebbende onderzoeksinstituten. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid publiceerde De nieuwe verscheidenheid: toenemende diversiteit naar herkomst in Nederland.

Over dit rapport is inmiddels de nodige discussie gevoerd in de media en onder wetenschappers. Daarbij ging het vooral om de vraag wat de auteurs nu eigenlijk met diversiteit bedoelen, vanuit wiens perspectief je ernaar kijkt en of dat meetbaar is. Ook het verband tussen toenemende diversiteit en criminaliteit zorgde voor de nodige reactie. Te gemakkelijk gooien onderzoekers de resultaten van hun meting op tafel; zo van kijk maar wat je ermee doet, maar de cijfers spreken voor zich.

Het andere rapport dat onlangs door het Sociaal en Cultureel Planbureau is gepubliceerd is De religieuze beleving van moslims in Nederland: diversiteit en verandering in beeld. Ook daarin staat veel cijfermateriaal en staan diversiteit en verandering centraal. Hoewel het rapport een stuk genuanceerder en gedetailleerder is, pikte de pers op alarmistische toon alleen op dat uit de cijfers zou blijken dat moslims in Nederland religieuzer worden.

Politici maken zich weer eens zorgen en woordvoerders van moslimorganisaties staan met hun mond vol tanden want de cijfers zijn objectief. Die spreken kennelijk voor zich en die bieden houvast. In talkshows en nieuwsprogramma’s dus geen kritische vragen over wat deze cijfers ons eigenlijk vertellen. Geen geneuzel over onderzoeksmethoden en validiteit; als je naar buiten komt met een rapport dat groei of juist afname van iets ziet, dan kun je rekenen op media-aandacht. Dat is zeker het geval als uit onderzoek blijkt dat moslims tegen de als normaal beschouwde trend van steeds verdere secularisering in, juist religieuzer worden. Dan gaan de alarmbellen rinkelen want dat is dan ‘abnormaal’.

Natuurlijk geven cijfers een bepaalde trend weer, zeker, zoals in het geval van het SCP-rapport, als de meetinstrumenten over langere tijd en bij meerdere onderzoeken dezelfde zijn. De auteurs van het rapporten grijpen terug op eerdere rapporten over religiositeit en gebruiken vergelijkbare criteria om dat te meten. Ook is er de nodige zorgvuldigheid en nuance in het rapport te vinden, die door veel media genegeerd wordt. Maar het blijft cijfermatig meten van iets dat heel moeilijk meetbaar is: religiositeit. Cijfers geven misschien een indicatie maar zeggen niets over het waarom achter de cijfers, maar daar gaat het toch om lijkt me.

Bovendien gaan de onderzoekers uit van een aantal niet goed onderbouwde vooronderstellingen over religie en religiositeit. Ik noem er een aantal. Om te beginnen het hierboven genoemde uitgangspunt dat ontkerkelijking of secularisering de ‘normale’ loop der dingen is, dat dit een individueel proces is en dat alles wat daar vanaf wijkt ‘abnormaal’ en dus problematisch is. Dus moet je op zoek naar het waarom erachter. Kennelijk, zo staat in het rapport te lezen, is de invloed van de seculiere samenleving op moslims niet zo groot. Als iemand zegt dat zijn of haar geloof belangrijk is, dan hebben we dus een probleem. Hoewel in het rapport wel wat kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de onder de meeste religiewetenschappers al lang niet meer aangehangen stelling dat de wereld moderner wordt en dat religie dan uiteindelijk verdwijnt, vormt die stelling toch de rode draad door het rapport.

Dus, zeggen de onderzoekers, als moslims juist religieuzer worden, moeten we de oorzaken daarvoor vinden. En ook daar worden weer oude en inmiddels omstreden verklaringen uit de mottenballen gehaald, bijvoorbeeld dat religiositeit en integratie elkaars tegengestelden zijn. Islam, staat in het rapport, is verweven met migratie, dus is het een integratiekwestie. Ook hier slaan de onderzoekers de plank mis. Natuurlijk heeft de aanwezigheid van moslims in Nederland te maken met migratie, maar niet alleen op de manier waarop de onderzoekers dat bedoelen. Juist het loskomen van die migratieachtergrond is één van de opmerkelijkste ontwikkelingen onder jonge moslims. Dat voor sommigen religie belangrijker wordt kan eenvoudig niet worden weggezet als een gebrek aan integratie. Dat is een gemakzuchtige conclusie.

Mijn laatste punt van kritiek gaat over de kenmerken van religiositeit. Net als in vorige SCP-onderzoeken wordt islam gereduceerd tot een aantal geloofsopvattingen en gedragsregels op basis waarvan religiositeit wordt gemeten. Een soort individueel boodschappenlijstje dat je kunt afvinken. Dat is een verschraling van wat religie betekent voor aanhangers, gebaseerd op onder religiewetenschappers omstreden onderzoeksmethoden.

Als je wil weten wat zich onder moslims in Nederland voltrekt en welke ontwikkelingen plaatsvinden, heb je weinig aan staafdiagrammen en gekleurde taartpuntjes met percentages. Dat geeft een vertekend beeld op afstand. Om die ontwikkelingen te begrijpen moet je met moslims praten, je verdiepen in hun denkbeelden, kijken wat ze doen en hoe ze in het leven staan. Pas dan zal je verscheidenheid zien.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.