Ooit knielden wij ook voor onze vorsten

Foto: AP

Het was, zullen we maar zeggen, een opmerkelijke foto, die dezer dagen in de krant verscheen: van de trouwceremonie van de kersverse koning van Thailand Rama X. Niet alleen lagen alle hovelingen languit op de grond rond het gouden troonachtige gestoelte van de daarop gezeten monarch geschaard. Voor hem lag in dezelfde houding ook zijn aanstaande echtgenote, wier voorhoofd op het plaatje net door de koninklijke wijsvinger werd beroerd. Niet alleen voor republikeinen is er, gezien de draconische straffen die ginds op majesteitsschennis staan, nog het nodige werk aan de winkel, ook voor feministen is dat het geval. Ik geloof althans niet dat Maxima er indertijd zo bijgelegen heeft; mocht Willem Alexander dat gesuggereerd hebben, dan vond ze dat vast méér dan ‘een beetje dom’.

Het nieuwe Thaise staatshoofd geldt ook in eigen land als een zonderling. Zo had hij een aantal jaren terug zijn poedel Fufu tot luchtmaarschalk verheven, wat aan de Romeinse keizer Caligula herinnert, die zijn paard tot consul had benoemd. Fufu schoof vanzelfsprekend ook, in bijpassend uniform en met de pootjes in witte handschoentjes gestoken, bij officiële banketten aan, zoals de Amerikaanse ambassadeur wist te berichten. De koning schijnt in Zuid-Duitsland, waar hij grote delen van het jaar verblijft, juist wat minder formeel gekleed rond te lopen – met afhangende spijkerbroek en een met neptatoeages beplakt naveltruitje. Ook zou hij samen met zijn minnares halfnaakt in een damesslipje fietsen, wat voor de doorsnee westerling misschien juist weer wél wat meer herkenbaar is.

Maar dat zijn aanstaande echtgenote uitgestrekt op de grond voor hem lag, was geen gril van de koning als persoonlijke variant op een passage uit Fifty Shades of Grey, maar officiële etiquette. De vereisten daarvan kunnen overigens soms ook enig sadistisch gehalte bezitten; denk aan de verplichting van de wachtsoldaten bij Buckingham Palace en hun soortgenoten bij paleizen elders om, ongeacht de weersomstandigheden en het opdringerige publiek, urenlang geen spier te vertrekken. Al die stompzinnige selfies schietende toeristen om je heen: dat moet toch een vorm van geestelijke marteling zijn. En ook onder die toeristen zullen er regelmatig zijn die die soldaten met een vinger aanraken, om te kijken of ze wel echt zijn, zoals de apostel Thomas ooit bij Christus deed.

In dit soort ceremonies die een bijna als goddelijk begrepen hiërarchie moeten verbeelden, en vooral in de waarde die daarom daaraan wordt gehecht, manifesteert zich een enorme kloof met de hedendaagse westerse cultuur. Zeker: ook daar bestaan nog bepaalde rudimenten van omgangsvormen uit hiërarchischer tijden. Dit is met name zo in Engeland, dat niet alleen in dat opzicht de sprong naar de moderne tijd volledig heeft gemist. In de film The Queen (2006) konden we premier Blair bij zijn aantreden voor Elisabeth zien knielen, waarna hij achteruitlopend de kamer verliet, omdat niemand de koningin zijn rug terugkeren mag.

Vóór 1918 was dit aan veel Europese hoven gebruikelijk. Toen de Duitse ex-keizer Wilhelm II het Slot in Berlijn voor Huis Doorn verruilde zonder de hoeveelheid meegenomen meubilair geheel op zijn krappe nieuwe onderkomen aan te passen, waagde een jonger lid van de hofhouding het weliswaar om te opperen of men misschien niet een beetje met de tijd mee moest gaan door dit archaïsche gebruik af te schaffen, maar die werd meteen als ‘communist’ in de hoek gezet. Ook in de volgestouwde gangen en kamers van Doorn bleef de oude hofetiquette, inclusief dit achterwaarts bewegen der lakeien, strikt intact. Of daarbij wel eens een kostbare vaas gesneuveld is verhaalt de geschiedenis niet.

Geen volk is momenteel informeler – Zuid-Europeanen zouden zeggen: plomper – dan de Nederlanders, de Scandinaviërs hooguit uitgezonderd. En de Amerikanen niet te vergeten. Toen de voorvorige president Bush junior in 2007 een bezoek aan het Vaticaan bracht, begroette hij de vorige paus met de woorden ‘Hello Sir‘: Zijne Heiligheid tot meneer Benedictus-zoveel teruggebracht. Al anderhalve eeuw eerder had overigens bij de opening van de Badischer Bahnhof in Basel het dienstdoende Zwitserse bondsraadlid, eveneens wars van veel formeel gedoe, groothertog Frederik I van Baden met een simpel ‘Guten Tag, Herr Grossherzog‘ aangesproken.

Inzake Nederland valt trouwens de kanttekening te maken dat veel verder rationele mensen Beatrix met grote wellust met ‘majesteit’ aanspraken, in de kennelijke hoop dat dan ook iets van dat koninklijke aura op hen afstralen zou. En oud-minister Klaas de Vries wist in het aan de mislukte revolutie-poging van Troelstra van 1918 gewijde nummer van De Republikein van afgelopen najaar te berichten, hoe in zijn jeugd in Limburg het volledige college van B&W bij een bezoek van de bisschop op de knieën ging – met uitzondering van zijn vader, die ook wethouder was. Hij stak slechts zijn hand uit, die de bisschop echter niet wilde aannemen.

Met handen schudden hadden in vroeger tijden wel meer machthebbers moeite, omdat het als een bij uitstek ‘democratisch’, want gelijkwaardigheid demonstrerend begroetingsritueel gold. Dit in tegenstelling tot de gangbare kniebuiging met handkus, waarmee juist een hiërarchische relatie zichtbaar werd gemaakt: degene die hem krijgt staat immers duidelijk boven degene die hem geeft.

Toen paus Pius VI in 1783 in Wenen een bezoek aan kanselier Kaunitz bracht, strekte hij na aankomst dan ook zijn hand met die intentie uit in de richting van de Oostenrijkse kanselier. Tot zijn volstrekte verbijstering boog Kaunitz echter noch zijn knieën, noch zijn hoofd voorover voor de bedoelde kus, maar hield hij zijn rug recht, om de hand van de paus met zijn beide eígen handen beet te grijpen en enthousiast te schudden. Hij gaf daarmee aan dat hij zich in geen enkel opzicht de mindere wist van zijn gast. In Thailand kost je zoiets nu nog vast de kop.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.