Opmars ISIS is resultaat van sektarische politiek

eddedeISILISLA.png
Foto: © Reuters

Met de onverwachts snelle opmars van de radicale soennitische strijders van ISIS (Islamitische Staat in Irak en al-Sham) in Irak is een explosieve situatie ontstaan, die in het Westen al weer her en der in een oproep tot militair ingrijpen heeft geresulteerd. ISIS wil immers met geweld het Arabische kalifaat heroprichten, waarbinnen voor andersgelovigen geen plaats zal zijn. Tot het westerse schrikbeeld van een zege van ISIS behoort, dat zij, zoals zij in de door haar beheerste delen van het land reeds heeft gedaan, in heel Irak de sharia met alle bijbehoren­de vrou­wenonderdruk­king en barbaarse lijfstraffen zal invoe­ren. Voor alle helderheid: het gaat dan dus zo’n beetje om het kopiëren van de juridische praktijk die al sinds jaar en dag bestaat bij de grote Ameri­kaanse bondge­noot Saoedi-Arabië, dat de Nederlandse minister voor Buitenlandse Zaken Frans Timmermans nu na de puberale stickerplakactie van Wilders omwille van de grote commer­ciële belangen van ons nationale bedrijfsle­ven koste wat koste te vriend moet zien te houden. Nog afgelopen april werd in dat land een vrouw tot 150 zweepslagen veroordeeld omdat zij het gewaagd had een auto te besturen.

Dat aspect van ISIS, dat veel Irakezen ter plekke de grootste schrik aanjaagt, vormt voor Den Haag (en de meeste andere westerse hoofdsteden) alleen echt een politiek probleem, wanneer zij economi­sche belangen bedreigt. En wanneer zulke barbaarse, door fundamentalis­tische geloofsop­vattingen gelegiti­meerde strafpraktijken gepaard gaan met een antiwester­se gezindheid of tegen Israël gerichte retoriek, zoals in het geval van Iran. Meten met twee maten is nu eenmaal zo oud als de mensheid, omdat, gelijk de Duitse toneelschrijver Bertold Brecht al in 1928 in zijn fameuze Dreigrosch­enoper te berde bracht, het vreten het nu eenmaal meestal wint van de moraal. Vandaar dat de Neder­landse zakenman Frans van Anraat er in 1987 geen been in zag om Saddam Hoessein de chemical­iën te leveren waarmee die later de Koerden te lijf kon gaan. De Neder­landse exportvergunning daarvoor werd geregeld onder politieke verant­woordelijk­heid van de gewe­zen Shell-koopman en toenmalige staatssecreta­ris voor buitenlandse handel Frits Bolkestein.

Foto: © AP. Saddam Hoessein.

De opmars van ISIS, en de steun die zij ondanks haar terreurpraktijken toch bij viel soennieten geniet, is het resultaat van de eenzijdig sektarische politiek van de sjiitische Iraakse premier Nouri al-Maliki, die sinds hij in Bagdad aan de macht kwam niet verzoening tussen de door Saddam onderdrukte sjiitische meerderheid en de door Saddam bevoor­deelde soennitische minderheid op het programma heeft staan, maar revanche. De stelselmati­ge achterstelling van de laatste groepering heeft tot het nu opnieuw oplaaien van de burgeroorlog geleid. Anders dan Iran is Irak immers geen natiestaat, waarbij land en volk grofweg samenval­len, maar een kunstmatige staatkundige constructie, die na de opdeling van het Ottomaanse Rijk na 1918 door de Engelsen en Fransen in het leven werd geroepen.

Uiteraard is de huidige chaos als zodanig pas mogelijk geworden door de ondoordachte inval in 2003 van de Coalition of the Willing onder leiding van de Amerikanen, en kan ISIS nu alleen het slecht functione­rende Iraakse leger zo snel van de kaart vegen als gevolg van het overhaas­te Amerikaanse vertrek in 2011. Tezamen wijzen beide zaken op twee kernproble­men, waar het de omgang met eeuwenoude etnische of religieuze conflicten in het Midden-Oosten betreft, omdat de uitkomst van die militaire inval immers geen Neder­lands poldermodel heeft opgele­verd.

De eerste is de bittere conclusie die men uit de gebeurtenissen van de afgelopen jaren moet trekken, dat in zulke staten-zonder-naties meestal slechts de keuze bestaat tussen een wrede dictatuur (Saddam, Assad, Kaddafi) of onbeheersbare anarchie. Dat is vooral het dilem­ma waarmee de buiten­wereld aangaande Syrië worstelt. Een proces van democratisering resulteert in zulke landen snel in het aan­scherpen van etnische of religieuze tegenstel­lingen, omdat de partijvor­ming dan vrijwel automatisch langs die lijnen verloopt, en dus voor de kiezer bij de partij­keuze niet de individuele voorkeur voor een bepaald politiek pro­gram­ma, maar groeps­identiteit de doorslag geeft. Verkiezingen worden in dat geval verkapte volkstellingen. Daarom vormt het tamelijk homo­gene Tunesië nu wel een succes, en bestaan er net als voor Iran ook voor de natiestaten Turkije en Egyp­te ? ondanks Recep Tayyip Erdo?an toenemende autoritarisme in Ankara en het feit dat men met Abdel Fattah al-Sisi in Caïro nu weer terug bij af is ? voor de middellange termijn zeker positieve perspectie­ven.

Foto: © Reuters

De tweede is, dat het voor een westerse mogendheid makkelijker is een oorlog te beginnen dan die te beëindigen, en dat hangt met het vorige punt samen. Het overplanten van een juridisch-parlementair systeem uit Washington blijkt in zulke landen voor democratisch succes niet genoeg. Anders dan indertijd bij het verslaan van Hitler-Duitsland en diens bondge­noot Japan, is met de officiële militai­re zege niet het grootste probleem overwonnen, maar beginnen de problemen daarna pas goed: de bezetter wordt al snel niet meer als bevrijder gezien en belandt in een politiek moeras. Hij kan niet te lang blijven, omdat dat de haat tegen hem slechts verder aanjaagt, en hij kan niet weg, omdat dat bij gebrek aan solide staatkundige structuren direct in chaos resulteert. De interventie laat zich niet terugdraaien, en daarom laten de gevolgen zich dat evenmin ? Obama kon de Bush-doctrine indertijd veroordeeld hebben wat hij wil, hij zit als presi­dent wel aan de consequ­enties vast.

Wat nu te doen? Zoals de Verenigde Staten ten aanzien van Syrië gaandeweg is gaan beseffen dat in Damascus niets mogelijk is zonder medewerking van Moskou, zo lijkt men zich daar nu ook te realiseren dat de weg naar een oplossing voor de problemen in Bagdad minstens gedeeltelijk loopt over Tehe­ran. Dat vreest de opmars van ISIS evenzeer als Washington, en kan in elk geval misschien iets meer invloed uitoefenen op de bondgenoot ? want religieuze geestver­want ? Maliki dan Obama ooit zal lukken. Iran vormt, als een van de vier regionale grootmachten in deze contreien (naast Turkij­e, Egypte en Saoedi-Arabië), voor het oplossen van de problemen in het Midden-Oosten nu eenmaal een onmisbare natie. Het zou tot de weini­ge positieve gevolgen van de huidige crisis behoren, wanneer men dat in het Witte Huis (maar ook in het Catshuis, dat in zulke kwesties steeds volg­zaam in het Ameri­kaanse voetspoor treedt), eindelijk eens beseft.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.