Pas op voor doemscenario’s

Foto: Reuters

Recent sprak ik op een door het ministerie van Justitie en Veiligheid georganiseerde conferentie over klimaatverandering en migratie. Het is terecht dat dit ministerie, dat verantwoordelijk is voor het migratiebeleid, dit belangrijke thema oppikt.

Gelukkig werd op die conferentie totaal niet de alarmerende toon aangeslagen die je soms tegenkomt onder klimaatwetenschappers. Die gaan ervan uit dat in de komende decennia enkele honderden miljoenen mensen op de vlucht zullen slaan voor de stijgende zeespiegel, de toenemende verzilting, de voortschrijdende verwoestijning en andere natuurrampen. Zij wijzen erop dat een derde van de wereldbevolking op minder dan honderd kilometer van een zee woont. Vooral dichtbevolkte delta’s als die van de Nijl in Egypte, de Ganges in Bangladesh of de Mekong in Vietnam zullen steeds vaker overstromen en daardoor ontvolkt raken. Ook acht van de grootste tien wereldsteden liggen aan zee.

Hebben de klimaatwetenschappers gelijk? De meeste migratiedeskundigen denken dat ze overdrijven. Het is prima de noodklok te luiden over de risico’s van klimaatverandering, maar dat zou niet moeten door mensen bang te maken voor massale immigratie. Natuurlijk ontkennen ook migratiedeskundigen niet dat de aarde opwarmt. Zij wijzen er echter ook op dat er altijd al migratie heeft plaatsgevonden als gevolg van weers- en klimaatveranderingen, droogte en natuurrampen. Een goed voorbeeld is de massale ontvolking van Ierland rond 1850 als gevolg van aanhoudende misoogsten. Enkele miljoenen Ieren emigreerden toen naar de Verenigde Staten, waar zij veel bijdroegen aan de opbouw van dat land.

Veel ontwikkelingslanden kennen een lange traditie van nomadische landbouw: als de gronden uitgeput raakten, trok men weer naar elders. Ook bestaat daar vanouds veel seizoenmigratie, net als vroeger in Europa. De laatste halve eeuw vindt in de meeste ontwikkelingslanden sowieso al een enorme trek plaats van platteland naar stad, omdat steden vaak meer kans op werk bieden. Klimaatverandering is hierbij zeker een extra prikkel, maar migratiepatronen zullen er niet wezenlijk door veranderen. Daarbij komt natuurlijk ook nog dat landen zich kunnen wapenen tegen sommige gevolgen, bijvoorbeeld door het bouwen van dijken, het slaan van waterputten of het verbeteren van landbouwmethoden.

In de afgelopen jaren ben ik betrokken geweest bij twee grote internationale onderzoeksprojecten naar ‘klimaatmigratie’. Voor één daarvan, Environmental change and forced migration scenarios geheten, hebben we in niet minder dan drieëntwintig landen over de hele wereld onderzoek gedaan. Daaruit bleek allereerst hoe divers de gevolgen van veranderingen in klimaat en milieu kunnen zijn. Toch kwamen we ook bepaalde gemeenschappelijke patronen tegen. Zo bleek er verschil te zijn tussen de gevolgen van plotselinge gebeurtenissen, zoals orkanen of overstromingen en van langzame ontwikkelingen, zoals verzilting en verdroging. In het eerste geval vertrokken mensen hals-over-kop, maar keerden ze meestal weer terug zodra dat mogelijk was. In het tweede geval zagen we veel vaker dat mensen langdurig of zelfs voorgoed vertrokken. Dikwijls waren dat vooral de jongeren en de meest ondernemenden. Zo blijven de ouderen en zwakkeren achter en raken zij steeds meer afhankelijk van geldovermakingen door de vertrokken familieleden – als die geldovermakingen al komen.

We ontdekten ook dat migranten bij wier vertrek klimaat- en milieufactoren een belangrijke rol spelen bijna altijd in hun eigen land blijven. Dat ligt heel anders bij politieke vluchtelingen, die wel naar een ander land moeten vluchten omdat hun eigen regering hen niet meer beschermt. Daarom is de term ‘klimaatvluchtelingen’ wat misleidend: de meeste mensen die als gevolg van klimaatverandering huis en haard verlaten zijn geen (politieke) vluchtelingen, maar veeleer economische migranten.

‘Klimaatmigratie’ is dus niet een totaal nieuwe vorm van migratie en in Europa hoeven we voorlopig geen doemscenario’s te vrezen waarbij plotseling tientallen miljoenen ‘klimaatmigranten’ voor de deur staan. Dat neemt niet weg dat het in ieders belang is de landen die het meest worden getroffen door de klimaatverandering te helpen met het opvangen van de gevolgen daarvan. Nog beter is klimaatverandering zo veel mogelijk te voorkomen. Daaraan kunnen wij in het rijke Westen veel meer bijdragen dan degenen die in de ontwikkelingslanden juist de eerste slachtoffers ervan zijn. Zolang de rijkste tien procent van de mensheid verantwoordelijk is voor vijfenveertig procent van de CO2-uitstoot in de wereld, is er iets fundamenteel mis.

DELEN
Han Entzinger
Emeritus hoogleraar Migratie- en Integratiestudies (Erasmus Universiteit Rotterdam). Voorzitter van het wetenschappelijk comité van het Bureau voor de Grondrechten van de Europese Unie in Wenen.