Rancune tegen blanken is niet te rechtvaardigen

Foto: Reuters

De ouders van de Amerikaanse student Otto Warmbier vertelde onlangs voor het eerst in de media hoe ze hun zoon in het vliegtuig aantroffen: blind, doof, comateus en luid kermend. Zo zat Warmbier, die enige dagen later overleed, in zijn vliegtuigstoel nadat hij door Noord-Korea was vrijgelaten na ruim zeventien maanden gevangenschap. Hij was in Noord-Korea veroordeeld tot vijftien jaar strafkamp, omdat hij voor de gein geprobeerd had een propagandaposter uit zijn hotel mee te nemen als souvenir. Maar hij was vervroegd vrijgelaten vanwege de hersenschade die hij had opgelopen vlak na zijn veroordeling. Niemand weet wat ervoor zorgde dat het bloed naar zijn hersenen werd afgesneden; is hij gewurgd of hing hij zichzelf op uit wanhoop? Noord-Korea draagt in ieder denkbaar scenario schuld.

De nieuwe hartverscheurende details over het lot van Warmbier doen mij terugdenken aan een merkwaardig opiniestuk in The Huffington Post. Vlak na Warmbiers veroordeling schreef de Afro-Amerikaanse La Sha met openlijk leedvermaak over Warmbiers lot: ‘Hij verdient het.’ Ze was blij dat een ‘witte’ man keihard werd aangepakt in een ‘niet-wit-land’ waar hij niet kan terugvallen op zijn ‘witte mannen-privilege’. ‘Witte’ mannen zoals Warmbier zouden worden opgevoed met het ‘verslavende’ en ‘pathologische’ gevoel overal mee weg te kunnen komen. Maar nu is er eindelijk één tegen de lamp gelopen. Lekker puh.

Er was veel kritiek op het stuk, want het is een ongepaste persoonlijke aanval. Daarbij is het niet duidelijk dat Warmbiers roekeloze stunt iets met zijn blankheid te maken had. Roekeloosheid hoort bij jonge mannen in het algemeen. La Sha trekt conclusies op basis van huidskleur, zonder verder iets over Warmbier als persoon te weten. Dat is racistisch. Toch werd het stuk niet teruggenomen en volgden er geen excuses. Waarschijnlijk reageerden Amerikanen relatief mild op La Sha’s racistische rancune, omdat ze als Afro-Amerikaanse bij een minderheid hoort die vaak wordt gediscrimineerd.

De ironie is dat als je geeft om racismebestrijding en de rechten van minderheden, iedere sympathie met Noord-Korea uitgesloten zou moeten zijn. Noord-Korea is namelijk het meest racistische land op aarde. Ze houden hun land afgegrendeld en ‘puur’. Tijdens een vredesbespreking in de jaren negentig klaagde een Noord-Koreaanse diplomaat tegen een Zuid-Koreaanse diplomaat dat in Zuid-Korea te veel ‘negers’ zich voortplanten met Koreaanse vrouwen. Toen de Zuid-Koreaan geruststellend antwoordde dat ‘het slechts gaat om een druppeltje inkt in de Han-rivier’, hamerde de Noord-Koreaan erop dat ‘zelfs één druppeltje inkt in de Han-rivier niet moet worden toegestaan’.

Kortom, La Sha is kleingeestig. Ze schat de verhoudingen verkeerd in, ziet het kleinere voor het grotere aan. Het grote verhaal is dat nergens ter wereld minderheden het zo goed hebben als in het vrije Westen. Dat wilt niet zeggen dat er geen onterechte uitsluitingen zijn in westerse landen, maar kritiek mag nooit anti-blanke rancunes rechtvaardigen of over alle morele gradaties heen walsen.

Nu vrees ik dat La Sha vooral minder beheerst is dan veel andere ‘anti-racisme’-activisten. Haar rancune en eigengerechtige vijandigheid zijn geen pure gekkigheid. Ze borduren voort op het links-activistische discours over ‘wit privilege’ en ‘raciale onderdrukking’. Als blanke mannen niet alleen hier en daar een voordeeltje hebben maar echt een totale onderdrukkersklasse vormen, dan lijkt me dat geweld tegen die onderdrukkersklasse inderdaad rechtvaardig of in ieder geval begrijpelijk is. Het is daarom zorgelijk dat dit Amerikaanse discours ook in Nederland aan invloed wint op universiteiten en in de media, zeker als men zich tegelijkertijd maar gedeeltelijk bewust is van de verworvenheden van westerse maatschappijen.

DELEN
Eric Hendriks
Socioloog aan de Universität Bonn. Essayist.