Reality check

Foto: Reuters

Na anderhalf jaar keihard werken was het afgelopen maandag eindelijk zover: de première van mijn televisieserie Natascha’s beloofde land. Ik wilde al jaren niets liever dan een televisieserie maken over jongeren in Israël en de Palestijnse gebieden. Veel mensen vonden dat gek: waarom zou je je branden aan één van de meest complexe onderwerpen ter wereld? ‘Iedereen heeft er een mening over en je kunt het nooit goed doen, dat weet je toch wel?’, vroeg een aantal vrienden bezorgd, toen ik meldde dat ik mijn filmplan ging pitchen bij een omroep.

Natuurlijk wist ik dat. Zeker omdat mijn insteek zowel onderzoekend als persoonlijk moest worden. Omdat ik een joodse vrouw ben, gaan de meeste mensen er nou eenmaal automatisch van uit dat ik pro-Israël en anti-Palestina ben. In werkelijkheid is dat helemaal niet waar: ik ben inderdaad pro-Israël, maar ook pro-Palestina. En bovenal ben ik pro-vrede. Gek genoeg is het juist die nuance waar velen zich tegen verzetten. Toegegeven, het is makkelijker om je achter één kamp te scharen en ‘de ander’ weg te zetten als een gevaarlijk, terroristisch monster. Mijn aversie tegen hokjesdenken gaf me juist extra motivatie voor het maken van deze serie. Ik wilde op zoek naar grijstinten. Naar het dagelijks leven in dit ingewikkelde gebied. Naar de toekomstdromen van Israëlische en Palestijnse jongeren, maar bovenal naar een sprankje hoop.

De weg naar het eindresultaat was allesbehalve makkelijk. Ik moest een paar keer pitchen, het was lange tijd onduidelijk of de NPO genoeg budget beschikbaar zou stellen, en toen ik eenmaal toestemming kreeg om mijn droom te gaan verwezenlijken en op het punt stond richting het Midden-Oosten af te reizen, werd er kanker bij mijn vader geconstateerd. Ik besloot in Nederland te blijven. Het was mijn vader die me uiteindelijk dwong om toch een maand te gaan draaien. ‘Jouw leven gaat verder, dit is een unieke kans, de wereld heeft meer nuance nodig, ga!’ Voordat ik vertrok, nam ik uitgebreid afscheid van hem. Ik was bang dat ik hem nooit meer terug zou zien.

Extra ontroerend was het om te zien dat juist mijn vader afgelopen maandag een toespraak hield. Ik zat te midden van mijn geweldige crew, collega’s, vrienden en familie. De eerste aflevering werd vertoond en iedereen vond het mooi. Door dit warme bad voelde ik me haast euforisch. Ik had het gedaan, het was gelukt, mijn werkdroom was uitgekomen!

Maar nog diezelfde nacht sloegen de twijfels toe. Mijn geliefden durven het vast niet te zeggen als ze het eigenlijk niet goed vinden, maalde het door mijn hoofd. En wat als er negatieve recensies komen? Wat als ik inderdaad door twee kanten word aangevallen? Wat als de grote talkshows me niet uitnodigen? Wat als… Ik deed geen oog dicht.

Een paar uur later werd ik gebeld door mijn neef. ‘Tasch, ben je thuis?’, informeerde hij voorzichtig. Ik reageerde veel te vrolijk. ‘Ga even zitten’, vervolgde hij. Toen hij vertelde dat mijn tante was overleden, barstte ik in tranen uit. Mijn lieve tante, dood. Een keiharde reality check.

Opeens konden de recensies die nog zouden komen, de onzekerheid rondom de talkshows en de mogelijke negatieve commentaren me geen bal meer schelen. Het mediacircus is spannend, op televisie komen is leuk en niemand houdt van kritiek. Maar is dat waar het daadwerkelijk om draait in het leven?

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.