Religie als politieke identiteit

Foto: AP

In sommige ironieën verschuilt zich de hand van God, als je gelooft tenminste. Een dag nadat paus Franciscus aan zijn historische bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten begon, maakte ex-PVV-Kamerlid Joram van Klaveren bekend dat hij zich tot de islam heeft bekeerd. Als we de zogenaamde islamisering van Nederland moeten geloven, dan is Van Klaverens bekering een prachtige illustratie daarvan. Een fervent islam-basher die tijdens het schrijven van een anti-islamboek het licht zag: in de islam bevond zich de waarheid, zijn nieuwe bevrijding. Deze waarheid overmeesterde hem, tegen zijn zin in moest hij de Bijbel en het christelijke geloof dat hem groot had gebracht, vaarwel zeggen. ‘Ik bemerkte een zekere persoonlijke blijdschap en rust’, schrijft de ex-PVV’er.

Van Klaveren blijft het christendom als religie waarderen. Het heeft naar eigen zeggen veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de mensheid. ‘Alleen in de dogmatiek zoals de kruisiging, de erfzonde en de drie-eenheid kan ik niet meer geloven. En als ik dat niet meer geloof, dan kan ik mezelf geen christen meer noemen’, vertelde hij in een interview met NRC. Met andere woorden, Van Klaveren besloot een geloof met aanzienlijk weinig leefregels in te ruilen voor een geloof met aanzienlijk veel leefregels, zodat hij innerlijk rust kon krijgen.

Commentatoren reageerden vooral laconiek over Van Klaverens bekering – dit moest een stunt zijn, een prank, stelden ze. Ik moet bekennen, ook ik vroeg mij heel even af of dit geen wanhopige poging was om aandacht te zoeken. Anderen stelden dat ze liever Van Klaveren niet bij hun religie willen hebben. Hun afwijzende reactie valt te begrijpen. Het is toch raar als een voormalige folteraar zich ineens gaat voegen bij de onderdrukte groep? Kan de folteraar verwachten dat degene die hij foltert hem straks met open armen zal ontvangen?

Hoewel dit scepticisme ten aanzien van Van Klaveren begrijpelijk is, stelt het ook een ongemakkelijke waarheid van onze samenleving bloot: religie wordt zowel door de beoefenaar als door de criticasters daarvan  als een exclusieve politieke identiteit gezien. Dit terwijl religie in essentie een kosmopolitische identiteit is, die mensen voorbij klassen, taal- en landsgrenzen, culturen en huidskleuren verbindt.

In principe gaan alleen Van Klaveren en zijn God over zijn geloof, niemand kan tussen hen komen. Bovendien heeft hij zowel de vrijheid van meningsverandering als de vrijheid van geloofsbelijdenis. Van Klaveren, net als ieder ander in onze liberale rechtsstaat, heeft het recht om van mening te veranderen en zich tot het geloof van zijn keuze te bekeren. Zij die stellen dat hij niet welkom is tot de islamitische gemeenschap, of dat hij geen volwaardig moslim kan worden, communiceren een soort van arrogantie: dat zij kunnen bepalen wie wel of niet tot de islamitische religie mogen behoren en wie een goede of slechte moslim is.

Toch valt die arrogantie ook goed te verklaren. De reden dat de bekering van Van Klaveren bij een groep mensen knaagt, ligt namelijk veel dieper. Je kiest er niet voor in welke religie je geboren wordt. Het moslim-zijn is voor veel moslims niet louter een intellectuele of een religieuze praktijk, maar ook een wezenlijk onderdeel van hun culturele identiteit. Joram van Klaveren heeft daarentegen het privilege om de ene dag de islam kapot te bashen en de volgende dag zich tot de islam te bekeren, zonder de negatieve ervaringen die andere moslims sinds hun geboorte ervaren te voelen.

Is het dan geen feest als de voormalige vijanden van het geloof zich tot dat geloof bekeren? Dat zou je hopen. Maar de werkelijkheid laat zien dat religie in onze samenleving veel meer is dan een individuele spirituele belevenis: het is ook een essentialistische politieke identiteit geworden.

DELEN
Kiza Magendane
Schrijver. Publicist. Politicoloog. Beleidsondernemer.