The proof of the pudding is in the eating

Foto: AP

Heb ik ongelijk gehad? Twee weken geleden verkondigde ik op deze plek de kans op een Nobel-prijs voor Trump niet al te hoog in te schatten. Op dat moment zag het er naar uit dat de met veel bombarie aangekondigde top met Kim niet door zou gaan. Washington en Pyongyang gingen elkaar weer als vanouds verbaal te lijf. Vorige week heeft die alsnog plaats gevonden.

Het eerste wat dat vooral aantoont, is de onvoorspelbaarheid die aan de huidige Amerikaanse president eigen is. Wie gisteren omarmd werd, kan morgen de huid volgescholden krijgen en omgekeerd. Trump zelf ziet die onberekenbaarheid, die hem ook in zijn zakenmansbestaan kenmerkte, als belangrijk wapen om rivalen al naar gelang te verpletteren of te paaien. Door met alle regels te spotten verschaft hij zich een voorsprong. De hamvraag is: bereikt hij met zijn onconventionele opereren ook iets op langere termijn? In elk geval is duidelijk dat zeker de andere westerse regeringsleiders nog niet weten hoe hiermee om te gaan.

In dat opzicht herinnert de onmacht van de buitenwacht aan die tegenover Hitler, uiteraard bij alle verdere verschillen. Ook die werd eerst niet serieus genomen, omdat hij zich niet aan ‘de regels’ hield, maar wist met zijn ontregelende brutaliteit een heel eind te komen en internationaal meer te bereiken dan alle brave democratische politici die zich wel aan de spelregels hielden voordien. Door de anderen te overbluffen sleepte hij voor het oog van de natie meer binnen dan zijn voorgangers ooit via achterkamertjesdiplomatie was gelukt. Van in de Eerste Wereldoorlog geslagen hond werd Duitsland weer een dominante wereldspeler.

Daaraan dankte Hitler ook een deel van zijn populariteit, zoals veel Amerikanen nu Trump om diezelfde reden als succesvol beschouwen. Hij geeft hen, net als Poetin veel nationalistische Russen, met zijn America first-gehamer, een goed gevoel. ‘Wij laten niet meer over ons lopen.’ Het is bovendien een opstelling waarvoor buiten Europa in zekere zin best begrip voor bestaat. Daar is men ook meer geïmponeerd door ‘sterke mannen’ dan door keurige internationale omgangsvormen. Niet voor niets kon Trump het zo goed vinden met Poetin en heeft hij met Erdogan veel minder een probleem dan Merkel of Tusk.

Nu die Nobel-prijs voor de Vrede dus. Die zit er volgens mij nog steeds niet in. Tenminste als die voor houdbare resultaten en niet voor mooie intenties wordt verstrekt (u herinnert zich nog het ongemak over de toekenning aan Obama). Want ja, Trump is erin geslaagd om de even grillige Noord-Koreaanse leider naar Singapore te krijgen. Dat heeft nu ook tot fraaie verklaringen vol goede voornemens geleid. Maar the proof of the pudding is in the eating. Leidt het werkelijk tot concrete stappen voorwaarts of volgt straks de kater, zoals die bijvoorbeeld ook steeds na alle mooie toppen over het Israëlisch-Palestijnse conflict is gevolgd?

Wie de gemaakte ‘afspraken’ beziet, moet constateren dat, wat internationale status betreft Noord-Korea de grote psychologische winnaar is. Eerst paria, nu door Supermacht nummer één als gelijkwaardige gesprekspartner erkend. Tegenover de belofte mee te werken aan totale denuclearisering van het Koreaanse schiereiland staat de – nieuwe – Amerikaanse toezegging om in de toekomst aan de gezamenlijke militaire oefeningen met Seoul een eind te maken, wat in Seoul, maar ook in Washington voor de nodige ongerustheid heeft gezorgd. Dat is ook nogal wat, want daarmee zou de Amerikaanse Azië-politiek van driekwart eeuw overhoop worden gegooid.

Is Kim werkelijk bereid alle kernwapens op te geven, die hem juist een lot à la Kaddafi helpen besparen? In het verleden is zijn dynastie toezeggingen in deze ook nooit nagekomen. Als hij onder totale denuclearisering weer verstaat dat ook Amerika kernwapenvrij zelf moet worden, dan is dit bij voorbaat een doodlopende weg. Iran is in dat opzicht betrouwbaarder gebleken. In dat opzicht is de kans dat Trumps deal ‘de slechtste deal ooit’ zal worden groter dan die veelgesmade van Obama, die hij zelf recent zo triomfantelijk opgeblazen heeft.

Nog irreëler lijkt de droom van hereniging van beide Korea’s. Noord-Korea is een totalitaire familiedictatuur en die familie is niet zins haar macht op te geven, met het risico vanwege massale mensenrechtenschendingen voor het gerecht te belanden. Hoe dat samen moet gaan met Zuid-Korea, dat zich sinds de Korea-oorlog gaandeweg tot een democratie heeft ontwikkeld? Zou daarbinnen überhaupt ruimte zijn voor de Kims?

Dat thema is nu ook volledig buiten beschouwing gebleven. ‘Amerikaanse democratische waarden’ interesseren deze Amerikaanse president duidelijk amper. Daar denken de Zuid-Koreanen vast anders over, mogelijk gewone Noord-Koreanen ook. Maar waar in 1989 de gewone Oost-Duitsers van onderop een hereniging wisten te bewerkstelligen door hun dictatuur weg te demonstreren, zie ik dat nu niet gebeuren. Toen ging Moskou daarmee akkoord, nu zal een dergelijke uitkomst, juist omdat het in 1989 in een vergroting van de westelijke invloedssfeer bleek te resulteren, niet door Beijing worden geaccepteerd.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.