Turkije en Europa: een vechtscheiding

Foto: Reuters

De uitslag van het Turkse referendum wachtte ik vol spanning af in een hotel in Kiev, waar ik als trainer een conferentie bijwoonde van Oekraïense en Wit-Russische liberalen. De uitkomst was niet onverwacht, maar kwam toch nog hard aan voor éénieder die het beste voor heeft met Turkije. Het contrast met het land waar ik me op dat moment bevond was groot. In Oekraïne leeft, ondanks de moeilijke tijd waar het land recentelijk doorheen is gegaan, de hoop op een betere toekomst sterk. De hoop op een toekomst in Europa, een beter leven voor de Oekraïners. Zij waren dan ook bereid daarvoor de straat op te gaan en een pro-Russische president met dictatoriale trekjes af te zetten. Een conflict met Rusland volgde weliswaar en ook nu kent de Oekraïense democratie nog steeds de nodige problemen, maar het contrast met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, is desalniettemin groot. Daar waar Oekraïne democratischer is geworden, is Turkije steeds dictatorialer geworden. En daar waar Oekraïne zich steeds meer op Europa is gaan richten, heeft Turkije zich afgekeerd van het Avondland.

Wat betekent dat voor de toekomst? Wat zegt het over het Europese gehalte van Turkije? Formeel is Turkije nog steeds een EU-kandidaat en onderdeel van de Europese douane-unie, maar dat is niet meer dan een theoretisch gegeven. In de praktijk is Turkije allang geen kandidaat voor lidmaatschap van de Europese Unie meer. Het land is nog niet de wacht aangezet omdat Europa, zeker in de context van de vluchtelingencrisis, een belangrijk buurland niet voor het hoofd wil stoten. De roep om de onderhandelingen met Turkije te staken wordt echter steeds sterker, niet alleen in Europa, maar ook in Turkije, waar Erdogan mogelijk een nieuw referendum over het toetredingsproces tot de EU wil plannen.

We kunnen onszelf de vraag stellen in hoeverre de uitbreiding van het Europese project met Turkije überhaupt wel een realistisch scenario is geweest. Ja, in de beginperiode van het Erdogan-regime, 2002-2005, was er sprake van serieuze onderhandelingen, en was het juist de EU die de boot afhield. Achteraf bezien lijkt dat niet geheel onterecht te zijn geweest. De Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington schreef reeds dat Turkije een torn country was, een land dat bij een ander deel van de wereld, Europa, wilde horen dan het deel van de wereld waar ze eigenlijk toe behoorde, Azië. Inmiddels is Turkije dan ook hard op weg sterker te lijken op de Turkse dictaturen in Centraal-Azië dan op de Europese liberale democratieën. Het Europees georiënteerde deel van de bevolking was altijd al een minderheid, maar lijkt nu de strijd om de toekomst van het land voorgoed verloren te hebben.

Europa eindigt voor mij bij de Evros, de grensrivier tussen Griekenland en Turkije. Ik ben vijftien jaar lang fel voorstander geweest van een Turks EU-lidmaatschap of in ieder geval de mogelijkheid daartoe, maar ik ben me er nu van bewust het een illusie is om te geloven dat Turkije een Europees land is of dat kan worden. Het is nu tijd om realistisch te zijn. Turkije wordt niet lid van de EU, want Turkije en Europa bevinden zich midden in een vechtscheiding, waarbij Turkije de boot is die steeds verder afdrijft van het vasteland. En zoals altijd bij een vechtscheiding zijn de kinderen de dupe en die kinderen, dat zijn de Europese Turken. Zij zien zich steeds meer genoodzaakt om te kiezen tussen hun vader- en hun moederland. Dat is pijnlijk, maar zoals de situatie nu is, is dat de realiteit. De boot drijft af van het vasteland en vanuit de spagaat tussen beide waarin men nu zit moet men vroeg of laat springen: of op de boot, of op het vasteland. En wie weet komt daarna wel de acceptatie dat dit onvermijdelijk was en dat een situatie waarin vader en moeder goede buren zijn misschien wel beter is dan een situatie waarin beide continu met elkaar vechten. Dat goede nabuurschap, dat is nu het beste waar we vanuit Europa op kunnen hopen in onze betrekkingen met Turkije. In onze betrekkingen met het land zou dat streven dan ook centraal moeten staan.

DELEN
Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.