Valt Bosnië weer uit elkaar?

Foto: Reuters

Wie dacht dat met de Dayton-akkoorden van 1995 het Bosnische probleem voorgoed tot het verleden zou behoren, heeft mogelijk te vroeg gejuicht. Met de akkoorden eindigde de bloedige etno-nationalistische burgeroorlog tussen Serven, Kroaten en Bosnische moslims. Er werd een federale republiek Bosnië-Herzegovina opgericht, waarin Serven, Kroaten en Bosnische moslims gezamenlijk het bestuur vormen. Er werd zelfs een driemanschap aan presidenten aangesteld, wederom verdeeld over de drie etnische groepen. Maar nu lijken de Bosnische Serven zich te willen terugtrekken uit de federatie. Dat kan weer goed mislopen.

Tot op zekere hoogte heeft de Bosnische federatie gewerkt. Er werd onder westerse supervisie samengewerkt, al was het nooit echt van harte. Het vooruitzicht toe te mogen treden tot de EU was voor alle partijen een belangrijke stimulans zich enigszins te gedragen. Vooral de Kroatische en Bosnische moslimbevolking zoeken toenadering tot Europa, maar het gros van het Servische volksdeel wil eigenlijk niets van het Westen – en dus de EU – weten. De meeste Serven verlangen nog steeds naar eenwording met de Republiek Servië. Het feit dat echter ook de Servische regering in Belgrado ambieert lid te worden van de EU – om zich in de vaart der volkeren te kunnen opwerken – heeft dat verlangen lange tijd binnen de perken gehouden. Maar sinds enige tijd is dat aan het veranderen. Twee buitenlandse leiders spelen daarbij een belangrijke rol: Recep Tayyip Erdogan en Vladimir Poetin.

Van Poetin is bekend dat hij zich – geheel in de tsaristische traditie – graag ziet als de beschermer van alle Slavische volkeren. Het is dus op zich geen verrassing dat hij nauwe banden met de Republiek Servië heeft en – in het verlengde daarvan – ook met het Servische volksdeel van Bosnië-Herzegovina. Volgens de Servische president, de voormalige ultra-nationalist Alexander Vucic, is Poetin de beste vriend van Servië, maar respecteert hij het Servische streven naar EU-lidmaatschap. Maar aan dat lidmaatschap zit een belangrijke voorwaarde. De EU eist namelijk dat er een bilateraal verdrag tussen Kosovo en Servië komt. Kosovo heeft zich ruim tien jaar geleden afgesplitst van Servië en de onafhankelijkheid uitgeroepen. Het merendeel van de internationale gemeenschap heeft die onafhankelijkheid erkend, maar Servië en Rusland zeer zeker niet. Het wordt dus een fiks probleem om aan die voorwaarde te voldoen.

In eigen land ondervindt Vucic steeds meer tegenstand van de Servisch-Orthodoxe Kerk, die cultureel-religieus heel dicht tegen de Russisch-Orthodoxe Kerk aanschuurt en ook liever niet ziet dat Servië ‘afglijdt’ naar westerse liberale waarden. Dat laatste is precies ook wat de Bosnische Serviërs steeds meer ertoe beweegt zich te verzetten tegen het streven van Bosnië-Herzegovina om lid te worden van de EU. De invloed van de kerk en de band met Rusland kunnen grote obstakels vormen voor het toetreden van Servië en Bosnië tot de EU.

Daarbij komt dat voor beide landen het toetredingsproces tot de EU nu al weer zo lang duurt, dat er sprake is van eenzelfde vermoeidheid die we ook in Turkije hebben zien ontstaan. Men gelooft er steeds minder in dat men op Europa kan rekenen en begint naar andere bronnen van steun om te kijken. Voor de rasopportunist Poetin is dat zoiets als gefundenes Fressen. Hij heeft het probleem op de Balkan weliswaar niet veroorzaakt, maar hij ziet nu wel een kans om de partijen verder te verdelen en daarmee zijn invloed aan te wenden om te voorkomen dat de EU zich verder uitbreidt op de Balkan.

Daarbij krijgt hij hulp uit onverwachte hoek, namelijk van Erdogan. In Turkije staan weer eens verkiezingen voor de deur (24 juni). Zoals wel eerder vertoond, voeren Turkse leiders graag campagne in het buitenland. Dit keer hebben Duitsland, Oostenrijk en Nederland vooraf reeds duidelijk gemaakt dat Turkse leiders niet welkom zijn om verkiezingsbijeenkomsten te houden. Maar in Bosnië is men blijkbaar niet helemaal wakker. Op 20 mei werd een bijeenkomst in Sarajevo gehouden waar Erdogan in hoogst eigen persoon kwam opdagen. Het was natuurlijk bedoeld voor Turkse Bosniërs, maar blijkbaar waren er ook vele Bosnische moslims die hun geloof in de EU hebben verloren en nu in Erdogan de beschermer van alle moslims zien. Een predicaat waarmee hij zichzelf ook graag tooit.

Het lijdt geen twijfel dat dit olie op het vuur is voor de nog steeds diep verdeelde bevolking van Bosnië-Herzegovina. De Servische nationalisten in Bosnië hebben reeds bij monde van hun voorman Milorad Dudik aangegeven dat zij de Bosnische federatie willen verlaten, omdat de huidige constructie op basis van de Dayton-akkoorden te Bosnische moslims bevoordeelt. In zijn steun om de federatie open te breken ontvangt hij steun van de Servische regering en, jawel, de Servisch-Orthodoxe Kerk. De Republiek Servië van Alexander Vucic is zelfs zover gegaan om wapens aan de Bosnische Serviërs te verkopen onder het mom van de strijd tegen het terrorisme. Wat daarnaast niet helpt is dat de Kroaten – hoewel geen vrienden van Poetin – de Bosnische Serviërs bijstaan in hun streven zich los te maken. Daarmee komen de Dayton-akkoorden op losse schroeven te staan. Met een verdeeld en afwezig Europa en een isolationistische VS belooft dat niet veel goeds.

DELEN
Peter Wijninga
Defensiedeskundige. Strategisch analist bij het The Hague Center for Strategic Studies. Voormalig officier van de Koninklijke Luchtmacht.