Verblind door olie

olie-Iran-oorlog.jpg
Foto: © Reuters

Het is opmerkelijk, hoe snel de publieke beeldvorming omtrent een land kan omslaan. Dit lot treft nu Saoedi-Arabië, en dat is daar duidelijk niet op bedacht. Levendig staat mij nog een interview in het tv-programma Nieuwsuur voor de geest, waarin de Saoedische ambassadeur in Den Haag een aantal kritische vragen kreeg voorgelegd over het feit dat zijn stinkend rijke land geen enkele vluchteling uit Syrië of Irak opnam, terwijl honderdmaal armere buurlanden, zoals Libanon en Jordanië, onder de vluchtelingenstroom bezweken. Dat soort vervelende vragen was hij duidelijk niet gewend – noch in eigen land, noch daarbuiten – en het interview resulteerde, wegens gehakkel en gedraai, dat de ambassadeur wegens gebrek aan media-ervaring niet goed wist te camoufleren, in een ontluisterende afgang.

Aan Saoedi-Arabië werden tot voor kort van westerse zijde namelijk nauwelijks kritische vragen gesteld. Het gold als een betrouwbare bondgenoot van Amerika dat er thuis misschien wat wonderlijke maatschappelijke zeden op nahield, maar onmisbaar was voor de stabiliteit in het Midden-Oosten, waar sinds 1979 vooral Iran als de grote rustverstoorder werd gezien: de grote religieuze én geostrategische tegenstander van Saoedi-Arabië, die bovendien de eigen islamitische revolutie zei te willen exporteren en ook nog eens onappetijtelijke taal uitsloeg over Washingtons – op zich steeds onhandelbaarder – troetelkind Israël. Dat laatste deed Riyad niet, en bovendien had het olie. Heel veel olie.

Bij ongemakkelijke zaken werd daarom lang weggekeken. Dat bleek tijdens de zogeheten ‘Arabische lente’, toen ook in sommige landen op het Arabisch schiereiland burgers – vooral de daar onderdrukte sjiieten – rechten gingen opeisen. Daar waren de archaïsche autocratische heersers uit het koningshuis Saoed, die ook met lede ogen het dictatoriale regime van Mubarak – ook lang zo’n vaste westerse steunpilaar van stabiliteit – zagen sneuvelen, niet van gediend. Toen met Saoedische militaire hulp in Bahrein een democratische volksopstand met geweld werd neergeslagen, keek Obama, die – na de nodige aarzeling – zich in Egypte en Libië uiteindelijk achter de eisen van de betogers had geschaard, gemakshalve weg. En voor de bloedige Saoedische interventie in Jemen gold hetzelfde, evenmin als de veroordeling tot duizend stokslagen van een kritische blogger die op niet meer dan ‘stille diplomatie’ mocht rekenen.

Ook Nederland zag – en ziet nog? – weinig redenen om de betrekkingen te herzien. Vrolijk werden nationale handelsdelegaties onder aanvoering van onze koopman-koning Willem-Alexander, onze koopman-premier Rutte en onze opperkoopman Hans de Boer, herwaarts gestuurd. Ook aan de wapenhandel heeft Nederland zijn eigen winstgevende aandeel, dat zich in het verleden niet alleen tot de illegale mosterdgasleveranties van Frans van Anraat aan Irak heeft beperkt. En wat zocht Aboutaleb recent in deze contreien, ten bate van wereldhaven Rotterdam?

Vanzelfsprekend werd vorig jaar bij het overlijden van koning Abdullah ook door ons koningshuis aan hem de laatste eer bewezen. Ongeacht hoeveel bloed er ook aan sommige koninklijke handen kleeft: het blijven toch collega’s, niet waar? Met de sultan van Broenei en de koning van Thailand – geen van beide bepaald voorbeeldige democraten – onderhouden de Oranjes ook innige relaties, zoals eveneens in 1962 de sjah van Perzië vanzelfsprekend op de zilveren bruiloft van Juliana en Bernhard acte de présence mocht geven.

Toch is de zaak nu duidelijk aan het kantelen, en daarvoor bestaan twee hoofdoorzaken: IS en Iran, in samenhang met een duidelijk agressievere buitenlandse koers van de nieuwe koning Salman, waarvan vooral de Jemenieten het slachtoffer zijn. Ook al heeft IS de oorlog aan Saoedi-Arabië verklaard – aan wie heeft het, met zijn universele kalifaatpretenties, binnen en buiten de oemma eigenlijk expliciet of impliciet niet de oorlog verklaard? – de radicale wahabitische ideologie ontleent IS in hoge mate aan het bewind in Riyad. Ook kan het op financiële en militaire steun van rijke Arabische particulieren rekenen, waartegen Riyad zeer weinig kan of wil uitrichten. Tussen onthoofdingen à la IS en onthoofdingen à la Riyad zien ook cartoonisten in het Midden-Oosten steeds minder verschil.

Met de gevolgen daarvan wordt ook Europa op eigen bodem geconfronteerd, en dat draagt zeker tot een steeds kritischer houding bij. Daarbij gaat het zowel om de integratieproblematiek, waarbij vanuit Saoedi-Arabië gefinancierde salafistische moskeeën een bedenkelijke rol spelen, als het terroristisch jihadisme, dat zowel de Europese binnensteden onveilig maakt als Syrië en Irak verder helpt ontwrichten. Het laatste met miljoenen vluchtelingen tot gevolg, die inmiddels ook in Europa – van ‘Keulen’ tot ‘ Schengen’ – als een steeds groter probleem worden ervaren en de Europese samenwerking en waarden steeds verder onder druk zetten.

Te noemen vallen hier de capitulatie voor Erdogan , de hekken van Hongarije, de grenscontroles van het tot voor kort gastvrije Zweden, de mentale omslag in de Duitse politiek, de electorale opmars van het Front National in Frankrijk. Dat Saoedi-Arabië in allerlei opzichten een bedenkelijke rol speelt aan het begin van de keten van causale gebeurtenissen die hiertoe hebben geleid, wordt inmiddels scherper gezien. Lucratieve handel gaat daarmee niet meer boven alles – ook omdat, als uitvloeisel van de klimaatconferentie, Washington tot een cruciale koersverandering bereid lijkt te zijn: minder olie en meer duurzame energie.

En dan tenslotte Iran: het nucleaire akkoord heeft eraan bijgedragen dat het minder wordt gedemoniseerd. En dat in elk geval, bij alle terechte kritiek op de mensenrechtensituatie, onder ogen wordt gezien dat die in deze shariastaat toch beslist niet beroerder is dan in de shariastaat Saoedi-Arabië, ooit onze geliefde bondgenoot. De massa-executie begin deze maand heeft dat beeld vast versterkt.

Thomas von der Dunk is publicist en cultuurhistoricus.

 

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.