Vluchtelingen als wisselgeld

Foto: Reuters

Wie de paragraaf ‘Menswaardig en effectief migratiebeleid’ in het regeerakkoord doorleest, zou de indruk kunnen krijgen dat de kop de lading dekt. Door de wereldwijd sterk toegenomen migratiedruk kunnen we immers niet meer op de oude voet doorgaan. Er komen eenvoudigweg veel te veel vluchtelingen naar Nederland. Dat zet volgens het nieuwe kabinet ‘de verhoudingen binnen de Nederlandse samenleving op scherp’. Al die vluchtelingen leiden tot grote verontrusting bij de bevolking en ondermijnen de sociale cohesie. Dat betekent dat we het VN-Vluchtelingenverdrag moeten aanpassen aan de moderne tijd en ons dienen te richten op ‘opvang in de eigen regio’, de mantra die de VVD, bij monde van Zijlstra, Rutte en Azmani, al jaren herhaalt. Daar, in Afrika en het Midden-Oosten, moet het Westen in een betere opvang investeren en de mensen ‘zelfredzaam’ maken door ze ter plekke toegang te geven tot arbeid en onderwijs. En voor degenen die ook daar niet veilig zijn, bestaat er een kansje dat ze naar Europa mogen komen, waarbij het jaarlijkse UNHCR-quotum van 500 naar 750 zou mogen stijgen. Tegelijkertijd worden (nog meer) afspraken met ‘veilige derde landen’ in die regio aangekondigd, bedoeld om migranten tegen te houden. Door al deze maatregelen, zo hoopt het nieuwe kabinet, zal de migratiedruk afnemen en de bereidheid in Nederland en Europa om iets voor vluchtelingen te doen weer toenemen.

Dit moge voor veel mensen heel redelijk en humanitair klinken, maar als je ook maar even aan de oppervlakte van deze tekst gaat krabben, dan ontstaat een heel ander beeld. Natuurlijk kan Europa, en Nederland, niet onbeperkt vluchtelingen en arbeidsmigranten opvangen, maar in hoeverre is het rampzalige scenario dat door de tekst heen schemert reëel? Zijn er momenteel ‘ongekend veel mensen in beweging’ in de wereld? En betekent dit dat Europa de muren nog hoger moet optrekken om niet overlopen te worden? Volgens de UNHCR zijn er momenteel zo’n 65 miljoen mensen gedwongen verplaatst, als gevolg van oorlogen en conflicten waarbij het Westen overigens een dikke vinger in de pap heeft. Verreweg de meesten daarvan bevinden zich in de ‘eigen regio’, zoals dat al decennia het geval is. Kijken we naar het aantal asielzoekers in Europa, dan blijken die aantallen eerder lager dan hoger dan in de jaren negentig en is de hoofdoorzaak van de plotselinge stijging in 2015 de gruwelijke burgeroorlog in Syrië en in delen van Irak. Samen met vluchtelingen uit Afghanistan en Eritrea zijn zij verantwoordelijk voor zo’n 70 procent van alle aanvragen sinds 2014. En kijken we naar Afrika, dan zien we dat het aantal mensen dat een asielaanvraag in de EU heeft ingediend al sinds 1992 tussen de 50.000 en 200.000 schommelt, jaarlijks dus 0,01 procent van de Afrikaanse bevolking en 0,03 procent van die van de EU. Het idee dat er een run op het Westen aan de gang is klopt eenvoudigweg niet. Zelfs van de Afrikanen die de gevaarlijke tocht door de Sahara ondernemen wil slechts één op de vijf naar Europa. De rest hoopt op werk in de olie-industrie van Libië, volgens het eerder dit jaar gepubliceerde rapport Turning the tide van de denktank Instituut Clingendael.

Bovendien maakt het sluiten van wat eufemistisch ‘migratieovereenkomsten’ wordt genoemd met autoritaire regimes in de Afrikaanse regio de situatie eerder slechter dan beter. Het uitbesteden en naar het zuiden toe opschuiven van de EU-grenscontrole leidt juist tot meer doden. De VN liet onlangs nog weten dat daardoor in de Sahara twee keer zoveel migranten verdrogen dan er in de Middellandse Zee verdrinken. Wat humanitair lijkt, is in werkelijkheid dodelijk. En in het Midden-Oosten houdt het vermeend ‘veilige derde land’ Turkije de grens intussen angstvallig gesloten en drijven duizenden Syriërs zelfs weer terug in de armen van een moordzuchtig regime, zoals Henk van Houtum en ik in ons boek Voorbij Fort Europa hebben laten zien.

Deze bedoelde en onbedoelde effecten van beleid worden gerechtvaardigd met de onbewezen stelling dat al die vluchtelingen onze sociale cohesie ondergraven en er geen draagvlak meer is. Maar waarom gebeurde dat dan niet in de jaren negentig, toen er zelfs meer kwamen, uit ruwweg dezelfde regio’s? En hoe komt het dat verreweg de meesten van deze ‘nieuwe’ Nederlanders, zeker cultureel, inmiddels geruisloos zijn opgegaan in de samenleving, zoals onderzoek van het SCP en de WRR laat zien?

In plaats van naar haar eigen denktanks te luisteren, lijkt het nieuwe kabinet liever mee te surfen op de populistische golven. Zoals de kersverse rector van het Netherlands Institute of Advanced Studies Jan-Willem Duyvendak in zijn deze week uitgekomen boek Thuis constateert, zijn het juist politici die ons aanpraten dat ‘we ons niet meer thuis voelen in ons land’. Zo wakkeren zij de gevoelens van angst en verlies van controle alleen maar verder aan. Het is opmerkelijk dat de ChristenUnie en D66, die als oppositiepartijen het vluchtelingenbeleid van het vorige kabinet sterk bekritiseerden, tijdens de formatie hun principes en inzichten als wisselgeld hebben ingezet. Want in de praktijk is met dit regeerakkoord een menswaardig en effectief migratiebeleid verder weg dan ooit.

DELEN
Leo Lucassen
Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden.