Voorbij dankbaarheid

Foto: Reuters

Een tragedie in de hoofdstad. Op 6 februari schoot de Amsterdamse politie een eenendertigjarige man dood. Uit de berichtgeving over het incident bleek later dat het om ‘suicide by cop’ ging. Het slachtoffer heeft de politie bewust geprovoceerd met een nepvuurwapen, om zichzelf zo van het leven te beroven. De politie heeft maar liefst drieëntwintig kogels afgevuurd. Een passerende fietser werd zelfs in het been geraakt.

‘Gemeenteraad valt over Sylvana Simons heen’, lees ik een week later op AD.nl. Simons vroeg een debat aan naar aanleiding van de tragische schietpartij. Zij sprak over ‘bovenmatig aantal kogels’ en eiste ‘spoedige verantwoording van het college over het toepassen van dit buitensporige en onnodige politiegeweld’. Voordat Simons maar het woord kon nemen, kreeg ze meteen kritiek van de SP. Zij zou onverantwoord hebben gehandeld door een debat aan te vragen voor zo’n gevoelig incident, terwijl de Rijksrecherche nog een onderzoek verricht over de precieze toedracht. Op haar beurt gaf Simons meteen toe dat de door haar gebruikte woorden bij de aanvraag van het debat ‘te scherp’ waren, maar dat zij als raadslid het noodzakelijk vond om vragen te stellen.

De kritiek aan het adres van Simons voor het feit dat zij met gestrekt been het debat heeft aangevraagd, is te volgen. Maar de manier waarop de meeste collega’s haar vervolgens hebben bejegend ging te ver. Toen Simons stelde dat ze veel jongeren van kleur spreekt die bang voor de politie zijn en dat zij daarom genoeg reden heeft om de woorden van het OM niet klakkeloos aan te nemen, behandelden haar collega’s haar alsof zij van een andere planeet kwam. Simons moest zich ‘kapot schamen’ stelde Eric van der Burg, fractievoorzitter van de VVD. Johannes van Lammeren van de Partij voor de Dieren ging nog een stap verder: ‘U moet zich gewoon schamen. Het zou u echt sieren als u nu gaat zitten en u nederig gedraagt!’

In mijn vriendenkring en daarbuiten werd het debat in de Amsterdamse gemeenteraad uitgebreid besproken. Ik hoorde mensen die aan de hand van de berichten in de media tot de conclusie kwamen dat Simons zich inderdaad ‘onsterfelijk belachelijk’ had gemaakt. Bekende Nederlanders als Wesley Sneijder, Johan Derksen en Albert Verlinden lieten zich negatief uit over Simons, die ze consequent ‘Sylvana’ noemden, alsof ze een jong meisje is. Volgens Derksen is Simons ‘niet uit te roeien’. Sneijder stelde dat Simons maar beter naar de maan kon en niet meer terug hoefde te komen, een indirecte manier om te zeggen: ‘Rot op naar je eigen land’. Hij vergat daarbij dat er niets on-Hollands is aan de naam Sylvana Simons. Duidelijk een geval van gebrek aan kennis van de vaderlandse geschiedenis en het Nederlandse slavernijverleden.

Door de commotie besloot ik zelf het hele debat terug te kijken. En wat ik zag was een vrouw die inderdaad net als ieder van ons een fout heeft gemaakt en haar politieke gevoel nog moet verfijnen. Maar wat ik vooral zag was een vrouw die door de hele gemeenteraad werd aangevallen, niet om wat ze zei maar om wie ze is: Sylvana Simons. Haar motieven werden in twijfel getrokken. Er werden woorden in haar mond gelegd. Ze werd vernederd en vermaand. Maar ondanks al deze aanvallen bleef zij vooral kalm. Dit is een vrouw die zich volgens Van der Burg en Van Lammeren ‘nederig’ en ‘dankbaar’ dient te gedragen. Ineens begreep ik waarom dankbaarheid een vies woord is.

Ik ben een kind van de oorlog, dat zijn geboorteland verliet, in een vluchtelingenkamp heeft gewoond en op vijftienjarige leeftijd de kans heeft gekregen om een nieuw leven in Nederland op te bouwen. Op verschillende podia, ook op deze plek, heb ik regelmatig benadrukt dat Nederland voor mij een land van ongekende kansen en mogelijkheden is. Benadrukt hoe dankbaar ik ben voor de kansen die dit land mij gegeven heeft. Ik voel nog steeds dankbaarheid, maar ik begin steeds meer te begrijpen waarom veel van mijn vrienden een hekel aan dat woord hebben.

DELEN
Kiza Magendane
Schrijver. Publicist. Politicoloog. Beleidsondernemer.