Waarom het sjiitisch-soennitische conflict zo hardnekkig is

wapens-reuters.jpg
Foto: © Reuters

Waarom is het politiek-religieuze geweld in de Arabische wereld zo hardnekkig? Waarom komt aan de grote onderlinge haat tussen soennieten en sjiieten, die binnen de Arabische wereld een kernprobleem vormt, maar geen eind? Hoe komt het dat ook sommige gewone, in het dagelijkse leven verder vreedzame burgers in een interview met een westerse journalist, nadat zij nog even eerder benadrukt hebben dat de islam voor vrede staat, moeiteloos een paar tellen later kunnen verklaren dat die ander natuurlijk wel dood moet? 

“Als ik over 100 raketten beschikte”, werd in De Volkskrant op 25 juli 2014 een Irakese soenniet staand voor een moskee in Den Haag (!) geciteerd, “dan was er maar eentje voor Israël, en waren alle overige 99 voor Iran”. “Sjiieten zijn namelijk geen moslims”, zo voegde hij eraan toe, “maar ketters, en die zijn erger dan openlijk ongelovigen”.

De eindeloze godsdienstoorlog die nu in Irak woedt, herinnert aan de Europese godsdienstoorlogen van de 16e en 17e eeuw, toen protestanten en katholieken elkaar met even onverdraagzaam fanatisme te lijf gingen. Ook met meer fanatisme zelfs dan zij ‘hun’ ongelovigen te lijf gingen – zij schroomden zich niet, om tegen medechristenen met de islamitische Turken te pacteren, wanneer dat aan hun belangen dienstig was.

“Liever Turks dan paaps”: in dat Nederlandse gezegde komt die calvinistische afschuw van Rome nog steeds tot uitdrukking. Om het aparte Nederlandse gezantschap in het Vaticaan te kunnen opdoeken, heeft de CHU, één der voorlopers van het CDA, in 1925 – in de zogeheten Nacht van SGP-dominee Kersten – zelfs een kabinet laten vallen. Het gezantschap in ?stanbul stond in Den Haag daarentegen nooit ter discussie. Dat hebben we daar al zonder enige onderbreking sinds 1612.

Ook voor protestanten en katholieken waren ketters toen erger dan heidenen. Dat is ergens ook wel logisch. Heidenen weten in zekere zin niet beter: zij hebben het licht nog niet gezien – die kun je negeren. Ketters hebben het licht wel gezien, zij beweren zich op dezelfde bron te baseren, maar trekken er andere conclusies uit. Dat is voor de eigen boodschap, met de pretentie van absolute waarheid, veel bedreigender: dan zijn kennelijk verschillende interpretaties van hetzelfde Heilige Boek mogelijk. Dat kost je in potentie niet alleen aanhang, maar zou uiteindelijk zelfs jezelf aan het twijfelen kunnen brengen. En van twijfel houden sommige mensen niet. Zoals ooit jaren geleden een SGP-jongere, de Bijbel onder de arm geklemd, op een partijcongres met ontwapenende openhartigheid zei: “Hierin staan bijna alle antwoorden. Dat is heel prettig, dan hoef je niet meer over alles zelf na te denken.” En zo is het.

Voor veel orthodoxe moslims – zowel soennieten als sjiieten – geldt in feite hetzelfde. Niet zelf over alles te hoeven piekeren is vaak heel prettig, want dat geeft richting aan het leven. Dat geldt zowel voor de gewone gelovigen, als voor veel geestelijken, niet anders dan bij het orthodoxe jodendom of christendom, die eveneens over een Heilig Boek beschikken, dat min of meer aan het Woord van God wordt gelijkgesteld. En dat is dan onveranderlijk: wat vroeger gold, geldt dus ook nu. Dat er daarbij staat wat er staat, kan bovendien niet ter discussie staan.

Dat leidt dan al snel tot een letterlijke interpretatie, die aan het tijdgebonden karakter van de teksten geen recht doet, en hun geringe relevantie voor veel hedendaagse vraagstukken niet onderkent. Aan de hand van het jaar 0 of de 7e eeuw laten zich echter de verkeersproblemen in de metropool Caïro of Teheran niet oplossen, wat tot selectief winkelen leiden moet. Opvallend is dat de grootste hedendaagse geloofsfanatici van IS, die terug willen naar de islamitische 7e eeuw, niet schromen daartoe van handgranaten en kalashnikovs gebruik te maken – beide toch echt westerse uitvindingen uit de 20ste eeuw.

Het is daarbij overigens wel verstandig om er, net als bij fundamentalistische joden en christenen, ongeacht die onvermijdelijke inconsistenties van uit te gaan, dat de meeste fanatieke gelovigen inderdaad oprecht geloven in wat zij zeggen te geloven. Dat laat onverlet dat ook opportunistische motieven een rol spelen: beschikken over de waarheid verschaft macht. Bepaalde geestelijke pretenties vallen niet los te zien van zeer wereldlijke belangen, zoals bij het Saoedische en Marokkaanse koningshuis. Die zullen dan ook alles doen om zulke aanspraken in stand te houden, en dus de religieuze ‘waarheid’ die daaraan ten grondslag ligt. Iran afschilderen als de baarlijke duivel: dat is ook om die reden voor de heersers in Ryad van levensbelang. Alleen door de buitenlandse sjiieten te demoniseren kunnen zij de eigen soennieten domineren, en dus krijgt de eeuwenoude rivaliteit tussen Arabieren en Perzen bewust een religieus cachet.

Die cruciale belangen bij het conflict, die bij de Iraanse ayatollahs evengoed bestaan, maken dat conflict zo hardnekkig – en hardnekkig bloedig. Net als bij de Europese godsdienstoorlogen van indertijd. Daaraan kwam pas een einde, toen men begon in te zien dat de ander niet echt was te verslaan en men met het proberen daarvan ook zichzelf ruïneerde. Uiteindelijk hebben protestanten en katholieken zich daarbij in arren moede neergelegd, wat op de lange termijn ook voor daadwerkelijke tolerantie de basis creëren zou. De zekerheid dat de ander in de hel zou eindigen, bleef nog een tijdje bestaan – alleen zou God daar dan te zijner tijd wel zelf voor zorgen, en zag men het assisteren daarbij niet meer als een eigen taak. Het zou al heel wat zijn als de soennieten en sjiieten in het Midden-Oosten tenminste die staat van resignatie zouden weten te bereiken.

Thomas von der Dunk is publicist en cultuurhistoricus. Hij promoveerde in 1994 op een proefschrift over de politieke en ideologische aspecten van de monumentencultus in het Heilige Roomse Rijk. Daarna was hij onderzoeker aan de universiteiten van Utrecht, Leiden en Amsterdam.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.