Zeegers en Van Houwelingen zijn achterbaks en onethisch

Foto: Reuters
Onlangs publiceerde journalist/arabist Maarten Zeegers het boek Ik was één van hen: drie jaar undercover onder moslims. En in 2010 publiceerde onderzoeker Pepijn van Houwelingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onder de schuilnaam Vossius het boek Oneigentijds. Wat hebben deze twee boeken met elkaar gemeen? Dat beide auteurs op enig moment hun ware identiteit welbewust hebben verzwegen. Ik vind dat achterbaks en zelfs onethisch. In beide boeken gaat het om maatschappelijk hoogst belangrijke zaken. Juist daarbij is onderzoeks- en schrijversethiek heel fundamenteel. Daarmee kan wat mij betreft niet gemarchandeerd worden.

Het boek van Zeegers is een portret van de Transvaalbuurt in Den Haag waar veel moslims wonen en ook veel salafistische jongeren te vinden zijn. ‘Het Nederlandse Molenbeek’ staat achterop het boek. Toen het hem blijkbaar niet lukte om met open vizier te werk te gaan, deed hij zich voor als moslim. Hij liet zijn baard groeien en ging undercover. Met zijn kennis van het Arabisch en ervaring van een tweeëneenhalf jaar verblijf in Syrië, wist hij zijn gesprekspartners in de buurt om de tuin te leiden. Hij claimt dat het hem informatie opleverde die je als niet-moslim nooit zal krijgen.

Het boek levert overigens geen inzichten op die al niet bekend waren. Het is al met al een vrij vlak verhaal. De auteur heeft er zeker geen onderwereldportret van gemaakt, alsof we te maken hebben met de hormonenmaffia, of een synthetische drugsbende. Het enige ‘sensationele’ aan het boek is eigenlijk de suggestie dat ons als lezers een kijkje gegund wordt in een wereld die voor buitenstaanders hermetisch gesloten is. Daarom was de publicatie van zijn boek en zijn coming out als undercover journalist goed voor ruime media-aandacht en sappige details bij Pauw.

Inhoudelijk aanzienlijk kwalijker is het boek van Vossius dat al in 2010 verscheen, maar pas onlangs meer aandacht kreeg toen bleek dat achter die naam Pepijn van Houwelingen schuil gaat. Eén en ander kwam aan het rollen toen bleek dat de auteur ook één van de initiatiefnemers was van het Oekraïne-referendum.

In het boek droomt de auteur over een wereld zonder mensenrechten en ontdaan van ‘de linkse elite’ die het volgens hem in Europa voor het zeggen heeft. Hij romantiseert geweld en discriminatie, en onderdrukking van vrouwen. Hij vindt dat de bevolking zich tegen de staat moet kunnen bewapenen en beschouwt het Derde Rijk (1933-1945) als een staatsvorm die superieur is boven de westerse. Europa gaat volgens hem ten onder aan zwakheid en decadentie. Het is al met al een ranzig, extreem-rechts geschrift waar PVV-ideoloog Martin Bosma nog een puntje aan zou kunnen zuigen.

Toen Van Houwelingen als auteur ontmaskerd werd kwam hij met het belachelijke argument dat het hier slechts ging om een literair experiment, een fictief verhaal. Het zouden niet zijn eigen opvattingen zijn, maar kennelijk was hij zo laf dat hij aanvankelijk ontkende achter het pseudoniem Vossius schuil te gaan. Het SCP beschouwt vrijheid van meningsuiting als een groot goed, maar kennelijk is men ook bang voor imagoschade. Daarom wordt hij niet meer betrokken bij onderzoek dat te maken heeft met de Europese Unie en met referenda.

Achterbaks en onethisch zijn beide auteurs om verschillende redenen. Zeegers heeft gedaan wat op universiteiten valt onder het integriteitsprotocol. In dit geval gaat het om het principe informed consent. Dat betekent dat de onderzoeksethiek van je verlangt dat je je informanten open en eerlijk duidelijk maakt wat je bedoelingen zijn. Maar terwijl journalisten er als de kippen bij zijn als wetenschappers over de schreef gaan, kunnen zij kennelijk zelf dit soort ethische regels aan hun laars lappen. Zeegers heeft zijn gesprekspartners gewoon belazerd. Met welk doel? In dienst van de goede zaak? De auteur heeft zelf ook vastgesteld dat er onder de bewoners van de buurt groot wantrouwen bestaat. Wat een ontdekking! Dat wantrouwen wordt door dit soort onderzoeksmethoden alleen maar groter.

Dan Van Houwelingen. Die verkondigt niet alleen foute denkbeelden, maar is vooral laf. Hij weet heel goed hoe omstreden en wellicht strafbaar zijn opvattingen zijn. Daarom verkiest de auteur ervoor in de anonimiteit zijn groteske denkbeelden te ventileren, verpakt in fictie. Het doet mij denken aan het boekje De ondergang van Nederland: land der naïeve dwazen, dat in 1990 door ene Mohamed Rasoel werd gepubliceerd. Het was één van de eerste anti-islamitische pamfletten in Nederland en zorgde voor nogal wat ophef. Zijn identiteit is altijd een raadsel gebleven hoewel het vermoeden bestond dat er een variétéartiest van Pakistaanse afkomst achter zat.

Juist als je zaken verkondigt die politiek en maatschappelijk gevoelig liggen, of omstreden zijn en waar de vrijheid van meningsuiting in het geding is, moet je open kaart spelen en transparant zijn. Ebru Umar uit haar scheldkanonnades in elk geval met open vizier. De auteurs die ik hier besprak doen dat niet en zijn daarom achterbaks.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.