Zwarte Piet zal vroeg of laat veranderen

Foto: Reuters
”Als de wereld vergaat, ga ik naar Nederland, want daar gebeurt alles vijftig jaar later.” Deze woorden zijn wel eens de Duitse dichter Heinrich Heine (1797-1856) in de schoenen geschoven. Of hij ze echt uitgesproken heeft, is twijfelachtig. Maar ze zouden ook heel goed op de verhouding tussen de Verenigde Staten en Nederland van toepassing kunnen zijn: wat in de VS gebeurt, gebeurt met enige vertraging en in wat afgezwakte vorm uiteindelijk vaak ook bij ons.

Dat zien we nu misschien eveneens met de Black Lives Matter-beweging, die ginds opgang maakt, omdat in de VS nog steeds juist bovenmatig veel zwarten het slachtoffer van buitensporig politiegeweld zijn. De laatste jaren komen zij daartegen hevig in het geweer. Niet zonder reden voelen veel zwarten zich nog steeds door de overheid als tweederangsburger behandeld. Ook een zwarte president heeft daar in acht jaar tijd niets aan kunnen veranderen – Barack Obama ziet dat zelf ook als één van zijn grootste mislukkingen.

Behalve tot demonstraties tegen zulk politiegeweld heeft dit inmiddels ook tot diverse acties van zwarte sporters geleid, die op het erepodium weigeren om op te staan als het Amerikaanse volkslied wordt gespeeld. Het herinnert aan soortgelijke demonstratieve acties van de recent overleden bokskampioen Muhammad Ali (1942-2016) in de jaren zestig, die Ali indertijd op uitstoting uit de Amerikaanse sportgemeenschap kwam te staan.

Voor Ali speelde naast het Amerikaanse segregatieverleden ook het protest tegen de bloedige Vietnam-oorlog een rol, en zijn weigering zich in deze kwestie onvoorwaardelijk achter Washington te stellen. Zoals Ali zelf zei: ”No Vietcong ever called me nigger, they never lynched me.” Hij zag, tot grote woede van Amerikaanse nationalisten, vanwege de structurele discriminatie geen reden zich volledig met ”Amerikaanse waarden” te identificeren. Ook nu zijn de scheldpartijen van rechtse Amerikanen niet van de lucht. Opvallend verschil met indertijd: de zittende president heeft ditmaal zijn begrip voor zulke acties uitgesproken.

Zoals deze zwarte activisten de morele zelfgenoegzaamheid van de blanke meerderheid in de VS verstoren, zo zien we dat inmiddels ook een beetje in Nederland gebeuren. Als gezegd: als bij alles wat uit de VS komt overwaaien, gebeurt dat wel in een wat mildere (en voornamelijk verbale) vorm. Ook bij ons kennen we echter minstens één recent geval van buitensporig politiegeweld met dodelijke afloop, waarbij een niet-blanke het slachtoffer was, de Arubaan Mitch Henriquez in Den Haag. De rechter heeft dit nu ook officieel bevestigd, en de daarvoor verantwoordelijke agenten bestraft. Inmiddels is naar buiten gekomen dat de vorige nationale politiechef Gerard Bouman zijn boekje te buiten is gegaan, door aan de betrokkenen al zeer vroeg, toen hun zaak nog onder behandeling was, allerlei garanties over het behoud van hun baan te verstrekken.

Daarnaast speelt ook bij ons de kwestie van etnische profilering bij politiecontroles, die op steeds heftiger kritiek stuit. De onrust daarover staat niet los van een specifiek Nederlandse rel: de aanhouding van Jerry Afriyie bij een demonstratie tegen Zwarte Piet, die afgelopen week door de rechtbank als onrechtmatig is veroordeeld. Vooral met dat laatste wordt duidelijk een open zenuw geraakt; het is opmerkelijk hoezeer kritiek op de meer dubieuze aspecten van onze nationale Sinterklaas-traditie sommige anders zeer genuanceerde en redelijke autochtone Nederlanders kan laten schuimbekken van woede.

Even opmerkelijk is, hoe lafhartig en angstvallig de Nederlandse overheid zich in dit opzicht gedraagt. Er bestaan twee gevoelige thema’s waaraan zij zich duidelijk niet wil branden – naast Zwarte Piet ook aan het koningshuis – en dat leidt er in beide gevallen toe dat het demonstratierecht uit angst voor boze gezichten van Sinterklaas- of Oranje-gelovigen bovenmatig sterk wordt ingeperkt. Niet alleen bij de intocht van Sinterklaas, ook bij de inhuldiging van Willem/Alexander greep de politie bij het eerste vreedzame protestbord al direct in. Aan die koudwatervrees dient eindelijk een eind te komen.

In het geval van Zwarte Piet zal dit niet helpen: dit thema zal niet meer van de agenda verdwijnen en elk najaar terugkeren, tot de figuur van Zwarte Piet van haar twijfelachtige, voor veel migranten aanstootgevende aspecten zal zijn ontdaan. Dat zal op termijn ook echt wel gebeuren, zoals ook andere twijfelachtige tradities ondanks veel aanvankelijk gepruttel in de loop der tijden zijn aangepast. Wilders en de zijnen voeren in dat opzicht een achterhoedegevecht.

Geleidelijk kan men, zoals in veel van dit soort zaken, bovendien ook een omslag in de publieke opinie bij de autochtone Nederlanders bespeuren. Werd de kritiek op Zwarte Piet eerst nog afgedaan als gezeur, inmiddels is het begrip ervoor gegroeid. Steeds meer autochtone Nederlanders, ook als ze zelf misschien niet echt van de argumenten overtuigd zijn, nemen inmiddels het standpunt in dat als de traditionele invulling van dit kinderfeest op zoveel bezwaren stuit, het voortaan dan maar een beetje anders moet. De doelgroep zelf – de kinderen – heeft daarmee overigens veel minder moeite dan volwassenen.

Daarbij moet bovendien opgemerkt worden dat de figuur van Zwarte Piet in de loop der tijden voortdurend van aard veranderd is. Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk: van de knecht en boeman van de Sint – met de beruchte roe en zak in de hand – is hij in het Sinterklaas-journaal inmiddels tot een soort moderne manager uitgegroeid, die namens een wat sullige en vergeetachtige Sint het Sinterklaas-bedrijf regelt, en zorgt dat alles op z’n pootjes terecht komt. Enige bedreiging voor kinderen gaat er, anders dan ettelijke decennia terug, niet meer vanuit; dat past niet meer bij de moderne opvattingen over opvoeding.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.