Zwichten voor geweld

Foto: Reuters

En toen was het plots weer stil. Dat is eigenlijk het onvermijdelijke standaardeinde van bijna elke rel die Geert Wilders veroorzaakt: er is in de aanloop naar de eigenlijke gebeurtenis een hele hoop opwinding, die in dit geval als het tegendeel van ‘voorpret’ zou kunnen worden betiteld, en vervolgens dooft de zaak als een nachtkaars uit.

Iedereen zet zich schrap voor wat er komen gaat, en uiteindelijk gebeurt er niets, of valt het concrete product van Wilders’ provocatieve geest qua ‘knaleffect’ toch een beetje tegen. Dat zagen we indertijd al bij de film Fitna die, gemeten aan wat Wilders eerder beloofd had, tamelijk braaf bleek. Of hij echt van plan was om voor de camera een Koran te verbranden en daarvan uiteindelijk slechts onder druk van de regering heeft afgezien, dan wel dat alleen maar had aangekondigd om wat extra aandacht te trekken, zullen we nooit weten.

Dat geldt ook voor het idee van die Mohammed-cartoonwedstrijd dat nu aan zijn brein was ontsproten en die nu op het laatst, nadat men in Pakistan was begonnen op straat de Nederlandse vlag te verbranden, en de eerste Afghaan al uit Duitsland naar Amsterdam was getogen om met een mes op Nederlanders verhaal te halen, plots werd afgelast. Die Afghaan had dat overigens niet meegekregen – als Wilders iets eerder op zijn schreden was teruggekeerd, had dat twee zwaargewonden gescheeld.

Het is op zich zeer verstandig dat Wilders, gezien de vele bedreigingen die naar aanleiding van zijn voornemen zijn geuit, en het mogelijke gevaar dat Nederlanders in islamitische landen zouden lopen, zijn actie heeft afgeblazen. In Den Haag is men ongetwijfeld zeer opgelucht en hetzelfde gaat op voor menige ambassade, waar ze intussen vast een aparte medewerker in dienst hebben om uit te leggen dat wat Nederlandse politici uitkramen vooral niet de Nederlandse staat aangerekend moet worden. Voor de laatste actie van Wilders moest men al alle zeilen bijzetten voor het repareren van de schade aangericht door Stef Blok. Dat die gewoon mag blijven zitten valt op grond van ons staatkundige systeem overigens minder goed uit te leggen dan in het geval van Wilders.

Maar de kous is daarmee niet af. Want hoe verstandig het ook is dat Wilders zijn cartoonwedstrijd heeft afgelast, zonder nadelig neveneffect is dat niet. Wilders is voor geweld gezwicht. De Pakistaanse extremisten die met hevig geweld dreigden – sommigen tot de atoombom toe – indien de wedstrijd zou doorgaan, weten nu dus dat geweld loont. Nederland is voor dat dreigement opzij gegaan – zo zullen in elk geval zij dat zien. Dat betekent: zij zullen niet schromen daarmee opnieuw te dreigen, als er in het Westen weer iets op stapel staat, dat hen niet zint. En dat is vrij snel het geval. Hoe smakeloos men Wilders’ initiatief ook mag vinden, daarmee staat wel de vrijheid van meningsuiting onder druk.

Het is met aangekondigde provocaties net als met ultimata: wie A zegt moet ook B durven zeggen, omdat hij anders als verliezer te boek zal staan. Wie niet bereid is om, bij het niet-vervullen van een ultimatum, de maatregelen uit te voeren waarmee hij dreigt, zal, als de tegenstander door dat dreigement niet geïntimideerd blijkt, bij een volgend ultimatum niet meer worden gevreesd. Dat was het geval met de rode lijn van Barack Obama tegenover Bashar al-Assad, indien hij waagde gifgas in te zetten. Assad deed dat toch en een stevig Amerikaans antwoord bleef uit. Heel begrijpelijk, gezien de mogelijke consequenties dáárvan, maar sindsdien staat Washington in Damascus wel als tandeloos te boek.

Ultimata die men zelf niet durft uit te voeren, kan men beter niet eens stellen: zo blijft in het midden of men iets wel of niet accepteert. Hetzelfde geldt ook voor aangekondigde provocaties, waarvan men omwille van de gevolgen toch maar afziet. Zo was zonder aangekondigde en vervolgens afgelaste cartoonwedstrijd in het midden gebleven of wij ons inzake de grenzen van de meningsuiting door anderen de wet laten voorschrijven en wijken voor geweld. Nu weet men elders het antwoord: ja.

Dát men in Pakistan überhaupt zulke dreigementen kon uiten, is te danken aan de technologische vooruitgang als product van diezelfde westerse cultuur waaraan men in streng-islamitische kring zo’n hekel heeft. Wij worden nu met de keerzijde van onze eigen communicatierevolutie geconfronteerd. Die maakt het in het Westen veel makkelijker om wereldwijd van ontwikkelingen elders op de hoogte te zijn, maar het omgekeerde geldt natuurlijk ook.

Twee eeuwen geleden, voor de uitvinding van trein en telegraaf, toen het paard nog het snelste vervoermiddel (en dus ook communicatiemiddel) vormde, duurde het weken voor een nieuwtje uit de Arabische wereld Amsterdam bereikte. Bovendien altijd zonder beeld en geluid, dus de impact op het gemoed was minder groot. Er zijn in Nederland zelden beledigendere godsdienstige prenten gepubliceerd dan in de zestiende eeuw door calvinisten van de paus – alleen kreeg die deze vermoedelijk nooit onder ogen, en zo ja, dan bestonden er voor een pauselijke strafexpeditie meer praktische hindernissen dan voor een hedendaagse zelfmoordterrorist.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.