‘Mensen vergeten bijna dat ik Chinees ben’

Foto: Anna Berkhout
‘Niemand heeft last van ons, we passen ons aan en doen alles zoals het hoort’, zegt filmmaker Yan Ting Yuen over de Chinees-Nederlandse gemeenschap.

De in Hong Kong geboren filmmaker Yan Ting Yuen (1967) emigreerde op zesjarige leeftijd met haar ouders naar Nederland. Ze studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, deed research voor verschillende tv-programma’s en debuteerde met Chin. Ind: een leven achter het doorgeefluikje. Daarvoor kreeg ze in 2001 een Gouden Kalf-nominatie. De vader van Yuen besloot na een verblijf van veertig jaar in Nederland terug te gaan naar China. Yuen maakte daarover de documentaire My father’s choice die momenteel draait in de bioscoop. De Kanttekening sprak Yuen over de film en de vaak onzichtbare integratieprocessen van Chinese Nederlanders.

Waarom wilde je deze film maken?
‘Mijn ouders besloten vijf jaar geleden om na veertig jaar in Nederland te hebben gewoond terug te keren naar Hong Kong. Ik was aanvankelijk niet van plan daar een film over te maken. Ik had alleen bij wijze van herinnering hun laatste dagen in Nederland gefilmd. In het jaar nadat ze vertrokken waren, vertelde ik het verhaal over mijn ouders vaak aan vrienden en collega’s en kreeg ik geregeld de reactie ‘dit is een prachtig verhaal’ en de vraag waarom maak ik er geen film over maak.’

Waar gaat het verhaal over?
‘Het verhaal gaat vooral over mijn vader. Hij was een migrant, een avonturier, een ondernemende man. In de film onderzoek ik waarom hij bepaalde keuzes heeft gemaakt. Waren het bewuste keuzes of was het toeval? Je kunt natuurlijk zeggen dat je alles zelf beslist, maar in hoeverre worden onze beslissingen door sociale conventies ingegeven of door een politieke of maatschappelijke situatie? In hoeverre waren de keuzes van mijn vader echt zijn eigen keuze?’

Wat voor keuzes maakte je vader bijvoorbeeld?
‘Toen er een hongersnood uitbrak probeerde de communistische partij mijn vader in te lijven. Hij ging naar de toenmalige Britse kroonkolonie Hong Kong om een bruiloft van een oom bij te wonen. Familieleden hebben toen belemmerd dat hij terugging naar China. Ze hebben zijn paspoort afgepakt. Vervolgens ging het begin jaren zeventig in Hong Kong bergafwaarts, de economie stagneerde. In China woedde de Culturele Revolutie en de angst was groot dat China zou proberen Hong Kong in te lijven. Dat waren op zich goede redenen om weg te gaan. Maar mijn vader had het relatief goed: een taxibedrijf, een eigen huis en een gezin. Toch vertrok hij naar het onbekende Maastricht om een restaurant te beginnen. Wij hadden familie in Maastricht, maar ook in Londen, New York en Parijs. Voor hetzelfde geld was ik in Londen opgegroeid.’

Wat kun jij je herinneren van die eerste jaren in Nederland?
‘In het begin was het zwaar. We kwamen totaal onvoorbereid in Limburg aan. We spraken de taal niet, kenden de cultuur en de wetten niet. Er waren in die tijd weinig Chinezen in Nederland, zeker in Maastricht. Ik leerde op mijn zesde op school Nederlands en kwam daardoor al snel in de positie dat ik voor mijn vader onderhandelingen moest voeren. Dat is voor een jong kind wel een rare positie.’

Een heel andere jeugd dan kinderen van jouw leeftijd.
‘Ja, totaal anders, maar voor migrantenkinderen was het denk ik minder bijzonder. Ik had wel vriendjes en vriendinnetjes, maar had daarnaast een heel ander leven dat ik niet met hen deelde. Mijn moeder zat voor mij niet om drie uur met een kopje thee thuis. Ik ging naar het restaurant en dan kreeg ik loempia met cola of ik moest meteen helpen. Ik ervaarde in het restaurant een familiegevoel, maar wel op een andere manier dan mijn klasgenoten. In een ondernemersfamilie leer je al jong hard werken en discipline. En dat heeft me later in mijn leven veel opgeleverd.’

Hadden jullie veel contacten in de Chinese gemeenschap?
‘Op een gegeven ogenblik waren er dertien Chinese restaurants in Limburg. Die dertien gezinnen waren de enige contacten die mijn ouders hadden. Ik kan me herinneren dat we soms naar het buitenland gingen, naar Essen of naar Manchester. Maar ja, daar bezochten we dan vooral andere restaurants. De wereld is voor de mensen van de eerste generatie heel klein. De mogelijkheden om de maatschappelijke ladder te bestijgen zijn daardoor ook heel klein. Je bent en blijft restauranthouder.’

Foto: Witfilm

Op een gegeven ogenblik zijn je ouders weer teruggegaan. Waarom?
‘Mijn ouders hebben in de jaren negentig het restaurant in Maastricht verkocht en nog een paar jaar in Amsterdam in een seniorenflat gewoond. Na een paar jaar, hij wist toen al dat hij ziek was, wilde mijn vader terug naar Hong Kong. Hij wilde sterven in zijn thuisland. Ze hebben me gevraagd of ik het erg vond dat ze weggingen. Ik vond het lief dat ze dat vroegen, maar ik snapte natuurlijk dat ze terug wilden, terug naar de drukte. Zij hadden verder weinig hier. In Hong Kong spreken ze de taal goed; er hoeft niemand te tolken bij de dokter.’

Je vader is eind vorig jaar, toen je bijna klaar was met de film, overleden. Had hij spijt van zijn keuzes?
‘Nee, hij had geen spijt. Hij heeft zijn eigen bedrijf gehad, dat was belangrijk voor hem. Hij heeft voldoende kunnen sparen voor zijn pensioen in Hong Kong en hij heeft mij een heel ander en waarschijnlijk beter leven kunnen geven.’

Heb je nog getwijfeld om mee te gaan naar Hong Kong?
‘Nee. Ik heb hier mijn gezin, mijn kind gaat hier naar school, ik ben te veel geworteld in Nederland. Je ziet het vaker: wanneer een migrant naar een ander land trekt, beseft hij niet wat de consequenties voor de kinderen zijn. Die groeien in een ander land op. Ze worden beïnvloed door de omstandigheden in het nieuwe land en zijn daarom ook anders dan hun ouders. Wanneer de ouders op latere leeftijd terug willen keren naar hun geboorteland, blijven de kinderen meestal in Nederland.’

Voel je je Nederlander?
‘Ik ben een Chinees-Nederlandse filmmaakster. Ik heb twee paspoorten en ik zou niet willen kiezen. Ik ben loyaal aan dit land dat me veel heeft gebracht. Ik betaal belasting en voel me echt Nederlander, maar ik ben ook Chinees. Dat kun je niet van me afnemen. Ik voel me ook verwant met de tweede generatie. Bijna allemaal hebben we conservatieve ouders met een restaurantverleden. Maar we zijn ons ook bewust van onze eigen identiteit. Chinezen zijn er trots op dat ze voortkomen uit een eeuwenoude beschaving. Wanneer je trots bent op je eigen land, benader je het nieuwe land denk ik met heel andere ogen. Als je trots bent op het verleden, kun je beter met het heden overweg.’

In de kunst- of de filmwereld, maar ook in de politiek kom je weinig Chinese Nederlanders tegen.
‘Dat klopt. We krijgen wat ik een VVD-opvoeding noem: hard studeren, hoge cijfers halen en dan een baan kiezen met een flink salaris en veel status. En dan kies je niet voor de kunstensector. Ik heb zelf eerst Economie en vervolgens Communicatiewetenschappen gestudeerd. Daarna ben ik de televisiewereld ingerold. Toen kreeg ik de mogelijkheid een eigen film te maken waarvoor ik heel onverwacht een Gouden Kalf-nominatie kreeg. Vervolgens ben ik verder gegaan met het maken van films. De rode draad in mijn werk is altijd de zoektocht naar een eigen identiteit. Dat kan over personen gaan, maar ook over bedrijven, zoals de Hema.’

Hoe ervaar je als Chinese Nederlander het integratiedebat?
‘Dat gaat deels langs me heen. Misschien komt dat ook wel omdat de Chinezen een relatief stille gemeenschap vormen. Niemand heeft last van ons, we passen ons aan en doen alles zoals het hoort. Ik heb er soms wel eens last van dat mensen bijna vergeten dat ik Chinees ben. Aan de ene kant is dat fijn, maar aan de andere kant ben ik blijkbaar zo goed geassimileerd dat een belangrijk gedeelte van mij niet gezien wordt.’

Wil je zelf nog migreren?
‘Vroeger wilde ik dat nog wel, maar nu niet meer. Ik blijf nu lekker in Nederland.’

DELEN
Ewoud Butter
Politicoloog. Hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië.