‘Mijn stem is mijn reddingsmiddel’

Foto: Tassos Panajotidis
Al van jongs af aan kreeg Dina-Perla de Winter te maken met geweld. Thuis werd ze mishandeld, op school kreeg ze niet de steun waar ze op hoopte. Ze besloot er over te schrijven. De Kanttekening sprak haar.

Dina-Perla de Winter (32) groeide op in een ultra-orthodox-joods gezin waar niets was wat het leek. Ze leefde er een onveilig leven vol geweld en pesterijen, onder meer van haar gehandicapte moeder. Daarnaast zat ze op de strenge ultra-orthodoxe joodse school Cheider in Amsterdam, die wist van de gevaarlijke thuissituatie, maar niet consequent ingreep. Ze wist haar hoofd boven water te houden. Ze ging op haar achttiende op zichzelf wonen en brak met de gesloten orthodox-joodse gemeenschap. Ze beschrijft het allemaal in haar memoires Exodus uit de vuurtoren waarvan het eerste deel Schaduw achter en gezicht naar de zon recent is verschenen.

Al van jongs af aan kreeg De Winter te maken met geweld. Ook op haar school, het Cheider, waar een oud-docent nu verdacht wordt van het misbruiken van leerlingen. Het zijn stuk voor stuk mechanismes waarvan ze vindt dat die ontsleuteld kunnen of moeten worden. Daar komt nog bij dat ze er niet zo heel lang geleden achter kwam dat ze geen kinderen kan krijgen, omdat ze endometriose heeft, een vrouwenziekte waarbij weefsel (endometriose) dat lijkt op baarmoederslijmvlies buiten de baarmoederholte voorkomt. Opnieuw iets dat volgens haar in de joodse gemeenschap vaak onbespreekbaar is.

Ze geeft nu voorlichting over endometriose in de joodse gemeenschap en is ze genomineerd voor de Joke Smitprijs, een prijs die wordt toegekend aan vrouwen die de positie van andere vrouwen beter maken. Voor haar boek heeft ze onder meer haar oude buren, hulpverleners en de schoolleiding van het Cheider gesproken.

Waarom wilde je hier een boek over schrijven?
‘Ik ben lang weggerend voor het schrijven, maar mijn buurman, schrijver Joost Zwagerman moedigde me aan om het toch te doen. Ondertussen moest ik wel de rekeningen betalen, dus naast mijn voorliefde voor verschillende media, heb ik een soort schaduwloopbaan gebouwd om het schrijverschap heen. Het echte moment om dit boek te schrijven kwam vorig jaar, toen ik ontdekte dat ik geen kinderen kon krijgen. Ik had tijd om na te denken. Ik besloot de verhalen achter mijn verhaal, dus mijn familie, uit te pluizen. Dus de biologische kinderloosheid heeft me er uiteindelijk toe aangezet om te doen wat ik altijd al wilde doen en waarvan ik wist dat ik het moest doen.’

Voelde je een drang om dit te schrijven?
‘Ja. Ik zag ook altijd mijn boeken al in de winkels liggen. Maar ook het krijgen van biologische kinderen, dat was iets groots voor me, iets waar ik iedere dag naar toe werkte. Ik kwam in een rouwproces terecht, maar dat had niets te maken met het ouderschap op zich. Er zijn immers andere manieren om ouder te worden. Maar het biologische was zo gelinkt aan het ego, dat het heel beladen werd. Ik wilde een biologisch kind om het beter te doen dan mijn familie, om het goed te maken en omdat het iets menselijks is om een nieuwe generatie op te laten groeien.’

Werd het krijgen van kinderen van je verwacht?
‘Absoluut. Ik kom uit een ultra-orthodoxe joodse gemeenschap en ben opgegroeid in een afgebrokkelde familie vol met leugens. Ik heb op het Cheider gezeten, een joods-orthodoxe school, waar nooit eerder een boek over is geschreven. Je schrijft over een groep mensen die eeuwenlang veel heeft geleden en ik voelde die druk om een kind te krijgen om zo iets terug te geven aan de gemeenschap. Ik was geprogrammeerd om biologisch een kind te krijgen, maar dat kon ik dus niet.’

Heeft je ego daardoor een deuk opgelopen?
‘Het was een ego-dingetje, ja. Het had mogelijk voorkomen kunnen worden als ik van mijn moeder aan de pil had gemogen. Ik heb de laatste jaren veel aan zelfstudie gedaan en nu zit ik in een heel andere fase van mijn leven en snap ik bepaalde dingen beter en dat lees je terug in het boek, dat over het begin van mijn leven gaat.’

Hoe reageerde de joodse gemeenschap erop dat je geen kinderen kan krijgen?
‘Met mijn familie is het contact minimaal. In de gemeenschap is het wel doorgesijpeld, maar ik zit daar niet meer. Ik geef wel voorlichting over endometriose in de joodse gemeenschap en dat is fantastisch. Daarmee is de cirkel wat mij betreft ook enigszins rond. Ik weet alleen hoeveel werk er nog te doen is. Oude mechanismen zijn nog steeds van kracht in die gemeenschap, er is sprake van een hiërarchie, een machtsstructuur en veel taboes. Het zijn mechanismen die in deze tijd geen nut meer hebben en vaak zitten ze humaniteit en het bestaansrecht van de mens in de weg. Patronen die van generatie op generatie voortgezet worden.’

Komt dat terug in je memoires?
‘Ja. Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Aan de ene kant mijn persoonlijke verhaal en de geschiedenis van drie generaties vanuit mijn perspectief. In dit eerste boek, onder meer het verhaal van het Cheider. Ik wil dit echt aan de wereld vertellen. Mensen kennen dat deel van mij niet, omdat ik het altijd geheimgehouden heb.’

Wat kan de joodse gemeenschap leren van jouw verhaal?
‘Dat ze adequaat moet handelen bij veel situaties en mechanismen en dat humaniteit altijd op de eerste plaats moet komen. Sommigen uit de gemeenschap wisten dat het niet goed was bij mij thuis en ze deden niets. Ik had hulp nodig en had uit huis geplaatst moeten worden. Toen ik op mijn achttiende zelf uit huis ging, nadat ik in het ziekenhuis belandde door het geweld van mijn oudste halfbroer, deed ik voor het eerst aangifte en kon ik niet meer terug. Toen ben ik keihard gaan vechten voor mijn leven. Een lerares van het Cheider kwam later nog naar me toe, toen ze las over mijn biologische kinderloosheid. Ze heeft echt bij mij zitten huilen en excuses aangeboden.’

Hoe kijk je daar op terug?
‘Het kalf is al verdronken. Voorlichting geven over endometriose zal nooit een biologisch kind kunnen terugbrengen. Natuurlijk zijn er heel veel goede mensen in de joodse gemeenschap, maar dit soort taboes moeten uit de wereld. Ik snap het niet dat mensen elkaar pijn doen. We moeten als mensheid naar een volgend niveau, een ander bewustzijn, waar dit soort dingen niet meer mogelijk zijn. Ik zie dat veel van de mechanismen uit de joodse gemeenschap ook in andere entiteiten, zoals het bedrijfsleven, voorkomen en ook daar kan best aan gewerkt worden.’

Doel je daarmee op #MeToo?
‘Bijvoorbeeld, ja. Er moet meer transparantie komen. Transparantie lijkt simpel, maar dat is het niet. Ik heb respect voor mensen die ‘sorry’ durven te zeggen, die een fout toe durven geven, zoals in de #MeToo-discussie. We moeten weer één geheel worden en dat is het bewustzijn waar we mee bezig moeten zijn. Dat probeer ik met mijn boek ook aan te geven.’

Foto: Uitgeverij Aspekt

Verwacht je een mea culpa van de joodse gemeenschap?
‘Ik heb weinig verwachtingen en dat vind ik erg. Daarom vind ik het gebaar van die docente die wel spijt betuigt, zo mooi. Daarmee heeft ze het voor mij toch gezegd namens al die mensen die het niet zullen doen. Kinderen zijn afhankelijk van anderen om hen heen. Ze hebben geen referentiekader en hoe ouder ik word, des te gekker mijn jeugd wordt. Ondanks dat ik een kind was en weet dat het niet mijn schuld was, durf ik mijn hand in eigen boezem te steken. Ik zeg precies waar het op staat, maar dat vinden mensen niet altijd leuk. Mijn stem is mijn reddingsmiddel, ik kan me niet conformeren aan dingen waar ik niet in geloof.’

Waarom heb je er zo lang mee rondgelopen?
‘Schaamte, heel veel schaamte. Dat is de reden waarom ik nu pas dit boek naar buiten breng, vooral over waar ik vandaan kom. Ieder familielid is als een spiritueel meester om in mijn leven exact te weten wat ik in mijn leven wil en niet wil en om het beter te doen. Ik heb er mijn kracht van gemaakt. Ik heb keihard gewerkt aan vergeving, vooral van mijn moeder.’

Heb je je familie vergeven?
‘Ik heb iedereen vergeven. Ik heb me daarvoor verdiept in kabbala (de joods-mystieke traditie, red.). Spiritualiteit heeft me geholpen met vergeven. Ik zit nu in een nieuwe fase en er is zo veel ruimte tussen waar ik toen stond en waar ik nu sta, dat ik alles vanuit alle perspectieven bekeken heb. Ik heb echt afstand genomen om alles goed te kunnen onderzoeken. Ik had graag gezien dat mensen hun excuses hadden aangeboden, maar wie ben ik om te vinden dat dat nodig is? Vanuit spiritueel oogpunt is het een illusie, vergankelijk en dus niet echt.’

Heb je nu vrede met het verleden?
‘Ik heb heel veel rust. Eindelijk. Ik kijk uit naar de toekomst, want ik begin pas. Ik weet dat ik mijn leven zelf moet creëren. De enige manier om mijn leven goed te doorlopen is door het heft in eigen hand te nemen. Mijn leven is niet makkelijk, maar wel heel krachtig en mooi. Het is omlaag of omhoog en ik moet het zelf doen. Het gaat niet om goed of fout of hoe vreselijk het is wat er allemaal is gebeurd. Ik word binnenkort drieëndertig en in die periode heb ik al zo’n beetje vijf levens erop zitten. Er is te veel gebeurd in te weinig tijd, maar nu begrijp ik veel meer.’

Het lijkt me niet makkelijk om dat te zeggen.
‘Toch kan ik het bijna, met een paar kleine puntjes op de i, zeggen. Mijn familiegeschiedenis heeft me geleerd niet te oordelen en bescheiden te zijn. Deze serie boeken is de enige manier om alles in mijn familie te ‘fiksen’, helen. Dat wil ik nog doen. Mijn moeder zei dat ook altijd, dat ik alles kon ‘fiksen’.’

Staat je familie of de gemeenschap daar voor open denk je?
‘Ik hoop het. De enige manier om dit te doen is transparantie, heling en transformatie. Het ontsleutelen van de mechanismen in gesloten gemeenschappen kan alleen door middel van transparantie. Het werk dat ik doe komt echt uit mijn hart. Uit de tenen van mijn innerlijke ik. Ik ben niet tegen religie of dit soort orthodoxe gemeenschappen, maar humaniteit moet voorop staan én iemand moet er echt voor gekozen hebben en er niet alleen maar deel van uitmaken, omdat hij of zij er geboren is. Ik ben joods geboren, maar ik ben ook christen, moslim en boeddhist. Dat is volwassen met God omgaan, terwijl veel gelovigen zeggen dat er maar één weg of waarheid is. Als ik joods ben, kan ik officieel geen moslim zijn en dat is een ander soort bewustzijn. Geloof is diversiteit.’

DELEN
Jesse Voorn
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.