Bangmakerij voor massa-immigratie: cultuurpessimistisch complotdenken

Foto: Reuters

In 2015 verscheen Martin Bosma’s boek Minderheid in eigen land, over de volgens hem kwalijke rol van progressief Nederland in de strijd tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. Hij neemt het daarin op voor de blanke Afrikaner minderheid en voorspelt dat als we geen korte metten maken met het multiculturalisme, de autochtone Nederlanders over een halve eeuw een zelfde lot beschoren zijn. Door ‘massa-immigratie’ van vooral niet-westerse immigranten zullen de ‘echte’ Nederlanders demografisch en daarmee cultureel, het onderspit delven.

Inmiddels zijn we twee jaar verder en horen we vergelijkbare geluiden van de new kid on the block, Thierry Baudet, die waarschuwt tegen een ‘homeopathische verdunning’ van de Europese bevolking als gevolg van ‘massa-immigratie’. Ook hier weer de suggestie dat ‘linkse deugmensen’ door hun open grenzen-gedram, een ‘migratiestroom’ zonder weerga mogelijk maken. Zoals Joshua Livestro in de NRC van 3 juni jongstleden al duidelijk maakte, is de bangmakerij voor massa-immigratie onderdeel van een cultuurpessimistisch complotdenken. Het ‘Avondland’ zou in een ‘doodsstrijd’ gewikkeld zijn. Grote en apocalyptische woorden die doen denken aan racistische angstdromen van Amerikaanse white supremacists. Een nieuwe, ook door Baudet en anderen gebruikte omineuze term in dit verband is ‘omvolking’, een proces dat er toe zou leiden dat het eigen volk op den duur zou verdwijnen.

Recentelijk heeft deze opvatting steun gekregen van cultureel antropoloog Jan van de Beek, die een proefschrift schreef over de kosten van migratie. De afgelopen jaren ontwikkelt hij zich, middels een eigen website (demo-demo.nl), als een verklaard tegenstander van het opnemen van vluchtelingen en andere niet-westerse immigranten. Die zouden namelijk een financiële en culturele bedreiging vormen voor de samenleving. Met uitzondering dan van Europeanen en  blanke Afrikaners, immers stamgenoten. Nou mag je dat allemaal vinden, maar zijn bewijsvoering is niet erg sterk.

Als vluchtelingen werkelijk zo’n belasting voor de verzorgingsstaat zouden zijn, dan waren we er in de jaren negentig, toen er veel meer kwamen en de economie slechter draaide, allang aan onderdoor zijn gegaan. En wat die vermeende bedreiging van ‘onze’ cultuur betreft, hebben rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Vluchtelingengroepen in Nederland, 2010) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Geen tijd te verliezen, 2015) laten zien dat de meeste vluchtelingen uit islamitische landen na twintig jaar geen wezenlijk probleem hebben met de kernwaarden van de Nederlandse samenleving.

In een lezing op 17 november jongstleden voor de jongerenafdeling van het Forum voor Democratie trad Van de Beek in de voetsporen van de omvolkingsdenkers door een prognose te geven van de samenstelling van de Nederlandse bevolking aan het eind van de eeuw. Nu is dit een tamelijk speculatieve exercitie, omdat niemand kan voorspellen hoe de migraties en vruchtbaarheid zich zo’n lange toekomst zich zullen ontwikkelen. Het komt meestal neer op het doortrekken van trends uit het recente verleden en is als zodanig een erkende demografische tak van sport. Zo voorspelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat er in 2060 zo’n 5,7 miljoen ‘allochtonen’ zijn, van wie ruim 42 procent uit het Westen, circa twee miljoen meer dan nu, tegen zo’n 12,4 miljoen autochtonen. Kortom een derde van de bevolking is dan ofwel zelf in het buitenland geboren of één van hun ouders. Het gaat dan overigens om alle ‘buitenlanden’, van België tot China. Vreemd is dat overigens niet. Nederland is al eeuwen een open economie en de komst van immigranten is juist een teken van economische en culturele vitaliteit.

Van de Beek kijkt echter verder dan het CBS en voorspelt op basis van een eigen model dat aan het einde van de eeuw de autochtonen in de minderheid zijn. Dat is opmerkelijk, want dat kan alleen als je, anders dan het CBS, uitgaat van een voortdurend zeer hoge (asiel)migratie en/of dat je ook de kleinkinderen van immigranten als ‘allochtoon’ blijft beschouwen. Het eerste scenario is bijzonder onwaarschijnlijk en gaat uit van een véél hoger jaarlijks gemiddelde dan we in de afgelopen decennia hebben gezien. Het tweede scenario past eveneens binnen het radicaal-rechtse integratiepessimisme en doet denken aan het voorstel uit 2011 van het toenmalige PVV-Tweede Kamerlid Joram van Klaveren om de niet-westerse derde generatie eveneens als ‘allochtoon’ aan te merken. Want stel je voor dat deze Nederlanders niet meer apart herkenbaar zouden zijn? Zo’n keuze ontkent echter niet alleen dat een niet onaanzienlijk deel van de tweede generatie reeds op veel terreinen al in hoge mate is geïntegreerd, maar bezorgt de ‘allochtoon’ een bijkans erfelijke status. Autochtonen, die vaak ook van immigranten afstammen, daarentegen worden als een geïsoleerde bedreigde en onveranderlijke diersoort voorgesteld. Het is een essentialistisch wij-zij-denken dat we vooral kennen uit raciale theorieën.

Prognoses zoals die van Van de Beek en de aanvechtbare aannames die er aan ten grondslag liggen, passen naadloos in het apocalyptische beeld van een uitstervend Europa, dat wordt overlopen door immigranten uit Afrika en Azië. Het is een duidelijk voorbeeld van ideologisch activisme, gebaseerd op negatief wensdenken. Dat blijkt ook uit zijn uitspraak tijdens de lezing van 17 november dat ‘als we niks doen wij minderheid in eigen land worden’. Vandaar ook zijn stelling dat Nederland ‘asiel zou moeten beperken tot Europeanen en enkele uitzonderingsgroepen zoals Afrikaners’. Kortom, van vreemde smetten vrij, maar dan in een nieuw jasje.

DELEN
Leo Lucassen
Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden.