De mentale woestijn van PVV

arabisch-leren-reuters.jpg
Foto: © AP

Onlangs kwam de PVV in het nieuws toen basisscholen in Blerick (Limburg) lieten weten het plan te hebben opgevat om het Arabisch als buitenschoolse activiteit aan te bieden. Het Arabisch, een “woestijntaal” volgens de PVV, zou bovendien “irrelevant” zijn. Het plan daarentegen werd kennelijk zo relevant gevonden dat het onderwerp werd van Kamervragen aan de minister. Het begrip “woestijn” komt nogal eens voor als het gaat om negatieve beeldvorming over mensen van Arabische afkomst en moslims. Denk maar aan de uiting “terug naar de zandbak”, die je nogal eens kunt tegenkomen op moslimvijandige websites en fora. Een goede gelegenheid om hier eens wat langer bij stil te staan.

Een metafoor die zijn betekenis ontleedt aan de geografie van de omgeving is in Nederland met zijn traditie van polderen geen onbekende. “Polderen” draagt een keur aan positieve associaties met zich mee, zoals vruchtbaarheid, ondernemingszin, maakbaarheid en het in redelijkheid oplossen van tegenstellingen in een discussie. De metafoor van de woestijn daarentegen staat voor alles wat daar het tegenovergestelde van is. In de woestijn wil letterlijk en figuurlijk niets groeien, niet als het gaat om gewassen en niet als het gaat om intermenselijke verhoudingen. Die onderliggende boodschap wordt door taalgebruikers goed begrepen als zijn worden geconfronteerd met de woestijnmetafoor. Maar wat klopt daar historisch gesproken eigenlijk van?

In die woestijnen en omliggende gebieden in de Arabisch wereld bloeiden hoge beschavingen in een tijd dat men in Nederland als het ware nog niet veel verder was dan de plaggenhut en er bij lange na nog niet gepolderd werd. Het is aan deze woestijntaal te danken dat belangrijke werken uit de Griekse oudheid bewaard zijn gebleven. Via het werk van intellectuele centra met hun bibliotheken en vertaalscholen, van Bagdad tot in Andalusië, kwamen deze werken namelijk uiteindelijk ook in het christelijke Europa terecht. Ook Timboektoe was bijvoorbeeld een belangrijk intellectueel centrum dat grote bibliotheken huisvestte met werken, honderdduizenden manuscripten, die tot op de dag van vandaag wachten om te worden ontsloten, gecatalogiseerd en vertaald. In het Gouden Tijdperk van de islam, zo tussen de 8e en 14e eeuw, kwamen de geesteswetenschappen, zoals de taalkunde, geschiedenis en muziekwetenschappen, in de islamitische wereld volop tot ontwikkeling. Ook de beeldende kunst en architectuur kwamen tot bloei. Djenné werd bijvoorbeeld bekend om zijn prachtige (lemen) architectuur. De dichtkunst stond in de Arabische wereld in hoog aanzien en werd breed beoefend. Poëzie was de eerste vorm van Arabische literatuur in een gebied waar de mondelinge overlevering een belangrijke functie had in de overdracht van kennis en kunde, geschiedenis en wetenschap. Ook het schrift zelf werd kunstvorm in de kalligrafie. De islamitische geleerde Ibn Khaldoun, die leefde in het Tunesië van de 14e eeuw, wordt wel gezien als de eerste sociale wetenschapper en de eerste geschiedschrijver van Afrika en de Arabische wereld. Zijn werk is vandaag de dag, ook in Nederlandse vertaling, nog steeds zeer lezenswaardig. De islamitische wereld zou volgens sommigen na de 14e eeuw weinig grote wetenschappers meer gekend hebben, maar gezien de vele Arabisch werken die nog op vertaling wachten, zou deze bewering zo maar gestoeld kunnen zijn op een gebrek aan kennis van de geschiedenis, in plaats van op de geschiedenis zelf.

De dichtkunst wordt tot op de dag van vandaag in Arabische landen nog steeds veel beoefend. Denk maar aan de Syriër Adonis, de Palestijn Mahmoud Darwish en de Marokkaan Abdellatif Laabi. Denk ook aan de poëtische teksten van de immens populaire zangeressen als de Egyptische Um Khaltoum en Fairouz uit Libanon. Hun liederen waren in de afgelopen jaren nog op het Holland Festival te horen. In de Arabische Lente speelde de dichtkunst een grote rol als vorm van verzet tegen dictatoriale overheersers.

Er zijn veel aspecten aan taal en cultuur waarvan een mens kan kennis nemen, genieten en zijn voordeel mee doen. Wat zou het niet mooi zijn als zo’n Blericks jongen of meisjes zich in de toekomst zal wijden aan het vertalen van die eeuwenoude manuscripten of, minder romantisch misschien, zich zal kunnen specialiseren in het onderhouden van de economische contacten tussen Nederland en de Arabische wereld. Alleen maar denigrerend doen over een wereldtaal in dit tijdperk van globalisering, zoals de PVV doet, is in feite niet meer of minder dan de eigen onderontwikkeling tentoon spreiden – het etaleren van een mentale woestijn.

Ineke van der Valk is sociaal wetenschapster en tekstwetenschapster en doet onderzoek naar racisme en islamofobie aan de Universiteit van Amsterdam.

DELEN
Ineke van der Valk
Sociaal wetenschapper; doet onderzoek naar racisme en islamofobie aan de Universiteit van Amsterdam.