‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’

Foto: Yoga Magazine

Hoe ver mag of moet de vrijheid van meningsuiting worden beperkt om opruiing tegen te gaan? Dit keer is het niet Geert Wilders, maar zijn tegenpool, de Haagse imam Fawaz Jneid, die met zijn recente banvloek over de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb de discussie op scherp heeft gesteld. Ditmaal was minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus er na enige aanvankelijke aarzeling – ‘helaas kan ik niets doen’ – snel bij. Zijn voorstel tot wetswijziging om de door Jneid gedane uitspraken strafbaar te maken en daartoe de wet aan te scherpen, kon op zeer brede politieke instemming rekenen.

Inclusief, opvallend genoeg, die van die andere beroepshaatprediker Wilders. Die liet zich de kans niet ontglippen om voor de tv-camera’s nadrukkelijk zijn goedkeuring te verklaren. Terwijl hij toch echt zelf oppassen moet. Zijn recente bloederige verkiezingsspotje in de beste tradities van Julius Streicher, de man van het Nazi-hetzeblad Der Stürmer, zou hem dan al snel zelf weer voor de rechtbank brengen, als daar niet op grond van de huidige wetgeving al reden voor bestond.

In elk geval zou de rechter, wegens het onverbloemde karakter van dat filmpje, veel makkelijker aanknopingspunten voor een veroordeling vinden, dan in het geval van het toch net wat meer omfloerste taalgebruik van Jneid, dat zodoende ook meer exegese vergt. Dat bleek al de afgelopen dagen, toen mijn medecolumnist Jan Jaap de Ruiter in de Volkskrant te kennen gaf dat de letterlijke tekst van Jneids preek daarvoor net te theologisch en te wollig was.

Verkettering van andersdenkenden, betiteling van hen als vijanden van en gevaar voor het ware geloof, die neiging is inherent aan elke orthodoxie. Ketters – dus in dit geval liberale moslims –zijn daarbij erger dan ongelovigen, omdat de laatsten nog niet het licht hebben gezien en de eersten wel, maar het vervolgens hebben genegeerd. Fundamentalisten (er)kennen maar één interpretatie van het geloof en zien alle alternatieven als bedreiging voor de eigen. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, om Christus te citeren, die het afgelopen weekend weer eventjes natiebreed in de belangstelling stond. Als er ook andere kronkelpaadjes naar het eeuwige heil zouden voeren, verliest in hun ogen de Ware Religie haar zin.

De aandrang om tegen alle valse afgoderij te strijden, is buiten orthodoxe moslims ook orthodoxe joden en christenen niet vreemd. Volgens het beginselprogramma van de SGP is dat zelfs een hoofdtaak voor de Nederlandse overheid, waarbij het desbetreffende artikel en de daarvan afgeleide donderpreken van geestverwante zwartekousendominees voorheen vooral op de paapse variant van het christendom waren gemunt. Over de gewetensvraag of Den Haag bij zo’n afgrijselijke instelling als de Heilige Stoel een eigen gezant moest hebben, is in 1925 door toedoen van SGP-fractieleider Gerrit Kersten zelfs eens een heel kabinet gevallen.

Zeker, een oproep tot moord heeft geen van die dominees gedaan, maar doorgedraaide gelovigen zouden in alle verkondigde hel en verdoemenis in beginsel evenzeer een aansporing tot het nemen van eigen stappen kunnen zien, als dolende moslimjongeren in de teksten van Jneid. Of zoals de Noorse massamoordenaar Anders Breivik zelf verklaarde dat Wilders’ publicitaire activiteiten voor hem een inspiratiebron vormden. Een betiteling als ‘afvallige’ of als ‘vijand van het geloof’, heeft binnen een fundamentalistisch discours andere consequenties dan binnen een vrijzinnig of seculier. Als een geloof in eigen ogen het absoluut ware is en tegelijk universele pretenties heeft, dan kan bekeringsdrang gewelddadig worden. Want helaas staan andere godsdiensten vaak de vreedzame mondiale zege van de eigen in de weg.

‘Het sikhisme is het beste geloof in de wereld’, zo citeert Trudy Coenen in de Kanttekening van 30 maart uit de spreekbeurt van een Indiaas-Nederlandse leerling in haar klas die met een negen werd beloond. ‘Want het laat iedereen in zijn waarde en oordeelt niet. Het is het meest vredelievende geloof, totdat de moslims kwamen. Die probeerden ons geloof weg te krijgen en toen hebben we met z’n allen gevochten’. Dat is het punt met de meeste religies: in eigen ogen bijzonder vredig, totdat er anderen komen. En die anderen komen op een bepaald moment in de geschiedenis altijd.

Mohammed Benzakour hekelt in hetzelfde nummer de politieke mantra’s. ‘Die gaan niet meer over universele waarden en mensenrechten, maar over culturen en nationale waarden’, schrijft hij. Dat blokkeert volgens hem de multiculturele verbinding. Maar wat als veel mensen met een beroep op hun (nationale) cultuur die universele waarden ondergeschikt maken aan hun eigen goddelijke waarheid? Wat indien religieus absolutisme als de belangrijkste belemmering voor de omarming van die universele waarden en mensenrechten fungeert, omdat op de geopenbaarde waarheden in een ‘heilig’ boek onder geen enkel beding afgedongen kan worden? Wat als een Jneid, als islamitische variant op onze inheemse calvinist Kersten, alle andersdenkenden het recht op het vinden van een eigen weg naar het persoonlijk geluk ontzegt, omdat die niet met zijn eigen spoort? Dan mondt multiculturalisme niet uit in pluriformiteit, maar in het normaliseren van onverdraagzaamheid.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.