VS kan Israël niet door dik en dun blijven steunen

Foto: Reuters
Het was een ongewenst kerstcadeau, dat Barack Obama aan de vooravond van zijn vertrek bij de regering van Israël liet bezorgen: de weigering een veto uit te spreken over een resolutie van de Verenigde Naties, waarin onomwonden de met illegale landroof gepaard gaande gestage uitbreiding van de Israëlische nederzettingen in de sinds 1967 bezette Palestijnse gebieden werd veroordeeld. Dat was voor het eerst, want ofschoon Washington al meer dan dertig jaar – ongeacht of er nu een Democraat of een Republikein in het Witte Huis zetelt – het Israëlische nederzettingenbeleid bekritiseert, heeft ze daaraan nooit enige concrete daad verbonden, en zulke resoluties tot dusverre steevast tegengehouden.

Het lijkt erop, alsof Obama met deze Amerikaanse stemonthouding in de VN een daad wil stellen, alvorens Donald Trump, die daar heel anders tegenaan kijkt, de macht overneemt. Net als bij die recente presidentiële maatregel waarmee Obama in de toekomst een groot deel van het Arctische gebied tegen Trumps olieboorplannen wil beveiligen om zo tenminste een deel van zijn politieke erfenis op klimaatgebied veilig te stellen, heeft dit onder Republikeinen tot woedende reacties geleid. Nu valt bij een dergelijk over-het-eigen-graf-heen-regeren uit democratisch oogpunt best een kanttekening te maken, maar de laatsten die daartoe gerechtigd zijn, vormen wel de Republikeinen, die acht jaar lang een permanente politiek van obstructie hebben gevoerd en op geen enkel moment met de – door hen emotioneel nooit als zodanig erkende – winnaar van de verkiezingen van 2008 en 2012 hebben willen samenwerken.

Woedend waren ook de reacties uit Israël zelf – ofschoon Amerika formeel met een stemonthouding in het desbetreffende conflict niet eens partij koos, werd het, na jarenlange blinde protectie, in Israël wel zo gevoeld. Dat Obama en zijn minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, gefrustreerd door de evidente onwil van de rechts-nationalistische regering van Benjamin Netanyahu, daarmee vrij demonstratief wilden duidelijk maken dat zij – anders dan Netanyahu – aan een tweestatenoplossing blijven vasthouden, is duidelijk. De voor Amerika in deze kwestie ongebruikelijke stap van een stemonthouding is als publieke oorvijg bedoeld, ook vanwege de wijze waarop de Israëlische premier Obama in 2015 na diens atoomdeal met Teheran openlijk met een onbeschaamde rede in het Amerikaanse congres had geschoffeerd.

Dat Netanyahu met smart wacht op de komst van Trump in het Witte Huis, is duidelijk. Die heeft niet alleen de tweestatenoplossing dood verklaard, maar ook een nieuwe ambassadeur benoemd die meteen heeft aangekondigd van Tel Aviv naar Jeruzalem te zullen verkassen en daarmee Netanyahu’s claim dat Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad van Israël is, te erkennen. Daarmee wordt gebroken met decennia Amerikaans beleid, waarbij Washington daarvan altijd afstand had genomen, omdat die claim volkenrechtelijk immers geen enkel hout snijdt.

Hoe houdbaar, en hoe zinvol, is de stap die Obama de VN heeft laten zetten, door zich niet langer tegen een veroordelende VN-resolutie te verzetten? Dat het hard is aangekomen, is zonneklaar. Die VN-resolutie ligt er nu. Die kan ook Trump niet meer teruggedraaid krijgen, hoe graag hij dat misschien zou willen. Een nieuwe Amerikaanse resolutie met pakweg de strekking dat het Israëlische nederzettingenbeleid legitiem is – en dat zal toch zo’n beetje de inhoud moeten zijn, wil de nu aangenomen resolutie ongedaan gemaakt worden – zal beslist op een Russisch veto stuiten. Zeker omdat Vladimir Poetin graag – en zeker in het Midden-Oosten – het Westen dwars zal zitten, ondanks de mannenvriendschap die de niet minder autoritair ingestelde Trump hem in het vooruitzicht stelt. En dat weet men in Israël, ook al doet men bij alle woede over Obama’s ‘verraad’ tegelijk onder verwijzing naar diens goedgezinde opvolger wat laconiek over de effecten.

Die effecten op korte termijn zullen inderdaad niet groot zijn, omdat Trump nu zich vierkant achter Israël heeft geschaard en vol rancune jegens Obama zit. Wat dat betreft juicht de Palestijnse president Mahmoud Abbas wat vroeg. Maar op lange termijn is het de vraag of het Amerikaanse belang bij steun aan een steeds bokkiger opererend en internationaal geïsoleerder Israël opweegt tegen andere Amerikaanse belangen die met zulke onvoorwaardelijke steun botsen, in de regio en daarbuiten. Nog los van het feit dat ook Trump er – anders dan Poetin – hooguit acht jaar zit – en die zijn snel om – en Amerika ook daarna nog verder moet. Washington, dat zelf altijd meer dan Moskou de legitimiteit van haar handelen op de internationaal rechtsorde – die na 1945 in hoge mate naar haar ideeën is geschapen – poogt te baseren, kan zich niet veroorloven vanwege een piepklein Israël de halve wereld van zich te vervreemden.

Het Westen kampt, als gevolg van de geleidelijke verschuiving van de mondiale machtsbalans in samenhang met de opkomst van China, toch al met een wereldwijd verlies aan invloed. Waar het aantal supporters van Israël buiten Amerika en Europa al van nature zeer gering is, en ook binnen Europa steeds verder afneemt, kan Amerika uiteindelijk niet in z’n eentje Israël door dik en dun blijven steunen. En dat betekent dat Israël, dat militair sterk aan het Amerikaanse infuus ligt – wat overigens ook door Obama niet is afgekoppeld – op den duur evenmin iedereen negeren kan, op straffe van zelfmoord.

Maar op de korte termijn trekt het land met de komst van Trump zeker aan het langste eind, wat de Israëlische hardliners in hun onbuigzaamheid zal versterken. Dat betekent dan, met een Amerikaanse president die toch al de islam als zodanig tot hoofdvijand heeft verklaard, nog verder toenemende spanningen in de westerse verhouding met de Arabische wereld, die sinds 11 september toch al zo onder druk is komen te staan.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.