Deze Syriërs vonden asiel én succes in hun nieuwe land

Foto: Assam Hadhad
Syriërs staan bekend om hun ondernemingslust. Vijf verhalen van Syrische vluchtelingen die met succes een eigen zaak begonnen.

In het Midden-Oosten staan Syriërs van oudsher bekend als geboren ondernemers. De oorlog lijkt daar niets aan af te doen: ook als vluchteling in een vreemd land lukt het veel Syriërs een eigen zaak op te zetten. Neem Nederland: uit cijfers van de Kamer van Koophandel over 2015 blijkt een opvallende stijging (23 procent ten opzichte van het jaar daarvoor) van het aantal ondernemers dat oorspronkelijk uit Syrië komt. Inmiddels is zelfs één op de vijf startende ondernemers in Nederland geboren in het buitenland. Of neem de Verenigde Staten: daar blijken Syrische immigranten ook vaker ondernemer te zijn (11 procent) dan andere immigranten (4 procent) en autochtonen (3 procent). Hetzelfde lijkt het geval in andere landen waar veel Syriërs zijn terechtgekomen, zoals Turkije, Egypte en Libanon, hoewel daar geen exacte cijfers over bekend zijn. En langzaam sijpelen ook de succesverhalen de media binnen. Zaman Vandaag licht er een paar uit.

Assam Hadhad, chocolatier in Canada
Al dertig jaar bezat hij een goedlopende chocoladefabriek in Damascus. Assam Hadhad had meer dan dertig mensen in dienst en leverde zijn chocolade door heel het Midden-Oosten en Europa. Hadhad leerde het vak als klein jongetje uit boeken die hij leende uit de bibliotheek van Damascus. Daarna sloeg hij het op een experimenteren. Zijn smaak sloeg aan. In 2013 veranderde alles, toen een bom insloeg in zijn fabriek. Hadhad en zijn gezin raakten alles kwijt en besloten te vluchten naar Libanon in de hoop na een jaar of twee terug te keren als de oorlog was afgelopen. Maar er kwam geen einde aan de oorlog. In 2015 vroeg hij asiel aan in Canada, met succes. Hadhad en zijn gezin werden liefdevol opgevangen in een klein dorpje, Antigonish. Al een paar maanden na aankomst pakte hij zijn oude beroep weer op en begon hij chocolade te bakken in zijn eigen keuken en te verkopen op de lokale markt. Niet veel later had hij genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om een klein fabriekje te beginnen in een schuurtje naast het huis. De hele Antigonish-gemeenschap hielp hem daarbij. Hij noemde zijn bedrijfje: Peace by Chocolate. Het liep goed, maar zijn echte doorbraak naar succes kwam september vorig jaar toen de premier van Canada, Justin Trudeau, het verhaal van Peace by Chocolate gebruikte in een speech voor de Verenigde Naties in New York. Hadhad werd bedolven onder de orders vanuit heel Canada. Hij lanceerde een bestelwebsite, maar moest die al snel weer sluiten, omdat hij de vraag niet aankon. Na de speech stopte de ene na de andere bus met toeristen bij het schuurtje om Hadhad te ontmoeten. Ze kwam uit Canada, Amerika en zelfs Japan. Het schuurtje voldoet niet langer, Peace by Chocolate is nu bezig met uitbreiding om de vraag aan te kunnen.

Maher Mansour, kapper in Nederland
Toen Maher Mansour 21 was opende hij een kapsalon in Damascus. Hij wilde altijd al kapper worden en zijn eigen zaak en die dag kwam zijn droom uit. Het liep goed, zijn reputatie als uitstekende dameskapper bracht hem bekende Syrische zangeressen en actrices als klanten. Hij opende nog een zaak en stond uiteindelijk aan het hoofd van twintig personeelsleden. Mansour vertelde zijn verhaal vier maanden geleden aan De Correspondent, omdat hij inmiddels in Nederland woont. Toen de burgeroorlog in Syrië zijn woonplaats bereikte, vluchtte hij en kwam hij in 2013 als asielzoeker terecht in Nederland. Hij zei daarover tegen het AD: “Mijn salons en personeelsleden, mijn droom, ik raakte álles in één dag kwijt. Dat doet pijn. Maar het allermoeilijkste was het loslaten van de naam die ik in achttien jaar had opgebouwd.” Hoewel hij eerst niet mocht werken, ging hij toch aan de slag als hulpje bij een Turkse kapper in Utrecht. Hij wilde niet stilstaan in zijn leven. Dankzij de hulp van een vriendin die hij daar leert kennen, kan hij krap een jaar later zijn eigen kapsalon openen: Salon Maher. Ook ditmaal snelt zijn reputatie hem vooruit. Anderhalf jaar later gaan de zaken zo goed, dat hij naar een groter pand verhuist. Inmiddels heeft hij een tweede zaak in Rotterdam.

Sedki Alimam, grafisch ontwerper in Zweden
Sedki Alimam had niet eens de tijd om iets in zijn eigen stad Aleppo op te bouwen. In 2011 haalde hij zijn bachelor-diploma aan de universiteit van Aleppo. In 2012 moest hij de stad ontvluchten vanwege de oorlog. Hij kwam terecht in Jordanië, waar hij meteen als grafisch designer aan de slag ging. In januari 2014 arriveert hij in Zweden als asielzoeker. In een klein appartementje in Uppsala proberen hij en zijn vrouw het hoofd boven water te houden door verschillende opdrachten aan te nemen. Al snel heeft hij een opdracht te pakken van de meeste begeerde klant in Zweden: IKEA. Vanaf dan gaat zijn carrière als een speer. Grote namen als Disney en Dreamworks dienen zich aan. Hij wordt bovendien verkozen tot één van de beste Scandinavische ontwerpers van 2014 door het Interactive Design Institute.

Sami al-Ahmad eigenaar van een adviesbureau in Egypte
Sami al-Ahmad was nog maar 19 toen de oorlog uitbrak in Syrië. Hij studeerde tandheelkunde en op zijn twintigste moest hij een onmogelijk besluit nemen: of hij gaf gehoor aan een oproep van het leger om zich aan te sluiten of hij verlaat het land. Hij koos voor het laatste. In de zomer van 2012 kwam hij moederziel alleen aan op het vliegveld van Caïro, hij belde de enige kennis die hij in Egypte had. Het eerste wat hij deed, was zich inschrijven op de universiteit om zijn studie te hervatten. “Het bleek extreem moeilijk om je als buitenlander in te schrijven”, zei Ahmad tegen BBC. Toen het hem dus lukte, vatte hij het idee op om anderen in dezelfde situatie te helpen. Zijn adviesbureau Khatwa was geboren. Voor enkele honderden Egyptische ponds regelt hij inschrijvingen bij universiteiten voor buitenlandse studenten. Inmiddels heeft hij al meer dan 20.000 Syrische studenten geholpen. De kleine investering die zijn ouders hem leenden, heeft hij dubbel en dwars terugverdiend. Met zijn bedrijf won hij zelfs de derde prijs in een ondernemerswedstrijd speciaal bedoeld voor de Syrische diaspora. Hij won daarmee een geldbedrag van 15.000 dollar.

Abuelmenaem Abu Hesenih, bakker in Jordanië
In Syrië bezat Abuelmenaem Abu Hesenih, die aan het hoofd staat van een 25-koppige familie, een keten van bakkerijen genaamd Farouk Sweets. Dat moest hij verlaten toen de oorlog uitbrak. Hij bracht zijn familie in veiligheid in Jordanië. Daar, in Zaatari, de grootste vluchtelingenkamp voor Syriërs ter wereld namen ze hun intrek in de volle overtuiging dat ze snel weer terug konden naar huis zodra de oorlog voorbij was. Maar die sterke heimwee naar huis maakte Abu Hesenihs ondernemingszin niet minder. Hij zag meteen kansen om opnieuw te beginnen. Voor de tweede keer in zijn leven opende hij Farouk Sweets, dit keer in Jordanië. Zijn lekkernijen vonden gretig aftrek in de Syrische gemeenschap in dat land, rond 20 procent van de gehele bevolking. Abu Hesenih en zijn zoons kunnen moeiteloos voldoen aan de grote vraag voor bruiloften en partijen. Inmiddels heeft Farouk Sweets vier filialen in Zaatari. Ook autochtone Jordaniërs houden van Syrische zoetigheden, ruim één op de vijf klanten van Abu Hesenih is Jordaans, liet hij weten aan ABC.

DELEN
Hanina Ajarai
Journalist gespecialiseerd in de islam en moslims.