‘Turkije treedt in de voetsporen van islamistische autocratieën’

Foto: Reuters
Turkije radicaliseert volgens Turkije-expert Abdullah Bozkurt. Hij ziet parallellen met Pakistan en Iran. ‘Dat wat is overgebleven van de Turkse democratie wordt beetje bij beetje kapotgemaakt.’

Talloze analisten hebben de afgelopen jaren gewaarschuwd voor de opmars van islamistische groepen in Turkije, zoals de aan de University of Oxford en de denktank European Council on Foreign Relations verbonden jihadexpert Andrew Hammond. Hammond, auteur van onder meer het boek The Islamic utopia: the illusion of reform in Saudi Arabia (2012), betoogt in de paper Salafism infiltrates Turkish religious discourse (Middle East Institute, 22 juli 2015) dat onder het bewind van Recep Tayyip Erdogans AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) gunstige omstandigheden zijn gecreëerd voor islamistische, in het bijzonder salafistische groepen. Zo constateert hij dat het Syrië-beleid van de AKP, gericht op steun aan het als mainstream beschouwde Vrije Syrische Leger, maar ook salafistische jihadisten die vechten tegen het regime van president Bashar al-Assad, nieuwe mogelijkheden heeft gecreëerd voor het verspreiden van de salafistische boodschap in Turkije.

Een andere analist, Yusuf Müftüoglu, voormalig adviseur van de elfde president van Turkije, Abdullah Gül, beargumenteert in het artikel How the ‘normalization’ of Salafi extremism has come back to haunt Turkey (The Huffington Post, 5 juli 2016) dat het salafisme is ‘genormaliseerd’ in Turkije. Hij schrijft dat Turkije door de oorlog in Syrië is uitgegroeid tot een uitvalbasis voor IS en andere salafistische terreurgroepen. ‘Turkije’s strategie gericht op het steunen van salafistische facties in Syrië en zijn gigantische pr-machine die deze strijders verheerlijkten, normaliseerde salafisme in de ogen van vele gewone, vrome soennitische Turken’, schrijft Müftüoglu. ‘Adiyaman en andere steden in het zuidoosten van Turkije zijn veranderd in vruchtbare grond voor vooral IS-cellen. Zelfs in Istanbul en Ankara zijn bepaalde districten veranderd in IS-rekruteringsgebieden.’

Onderwijs
President Erdogan en andere top AKP-functionarissen hebben meermaals duidelijk gemaakt dat het vormen van een vrome ‘gouden’ generatie van jonge Turken één van de hoofddoelen van de AKP is. Die moet opgeleid worden op de speciale islamitische basisscholen en middelbare scholen (Imam hatip-scholen) in het land.

Het aantal Imam hatip-scholen is volgens het ministerie van Onderwijs gestegen van 450 in 2002, het jaar dat de AKP aan de macht kwam, naar 4.112 (2017). Het aantal leerlingen op deze scholen is gestegen van 71.100 in 2002 naar 1.155.932 (2017), van wie 651.954 op de basisscholen en 503.978 op de middelbare scholen zitten.

De regering verlaagde onlangs het ‘minimum bevolkingsvereiste’ voor gebieden waar Imam hatip-scholen geopend mogen worden van vijftigduizend naar vijfduizend. Eerder had ze al de minimumleeftijd van leerlingen op deze scholen verlaagd van veertien naar tien jaar.

Hoewel deze aanpassingen vrij onopgemerkt werden ingevoerd, zorgde een recente maatregel voor commotie, zowel binnen als buiten Turkije. De nationale onderwijsraad maakte afgelopen juni bekend dat de evolutietheorie wordt geschrapt uit het onderwijscurriculum. ‘Een module over het leven van de profeet Mohammed zal dezelfde leerlingen onderwijzen dat moslims niet met atheïsten moeten trouwen en vrouwen hun mannen moeten gehoorzamen’, schrijft The Economist in een recent artikel over deze kwestie. ‘De inmenging van religie in het onderwijs was nooit eerder zo zichtbaar en diep’, stelt Batuhan Aydagul van het Education Reform Initiative, een denktank in Istanbul, in hetzelfde artikel.

Verder is het concept van de jihad toegevoegd aan het curriculum van de Imam hatip-scholen. Daarnaast zijn alle nieuwe scholen, dus niet alleen Imam hatip-scholen, verplicht gesteld te zorgen voor aparte bidruimtes voor jongens en meisjes.

De islamisering van het Turkse onderwijs heeft volgens onderwijsexperts een vernietigend effect op de kwaliteit van het onderwijs. Daarbij wordt gewezen op allerlei onderwijsrankings van onder meer de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) waarin Turkije de afgelopen jaren steeds slechter is gaan scoren. In verschillende rankings bungelt het land inmiddels onderaan. Zo staat het land laatste in een recent gepubliceerde OESO-ranking van de omstandigheden voor het opleiden van ‘de wetenschappelijke professionals van de toekomst’ in vierendertig landen.

Wild card
Turkije-expert Abdullah Bozkurt betoogt in een interview met deze krant dat Erdogan een actieve rol speelt in het radicaliseren van Turkije. Hij beweert dat de president extremisten steunt, niet zozeer om het land te islamiseren, maar om zijn macht te verstevigen door extremisten aan zich te binden die bereid zijn door het vuur te gaan voor hem. ‘Hij beschouwt de loyaliteit van extremisten, vooral militante extremisten als een verzekering, een wild card in de strijd tegen zijn tegenstanders. Een deel van deze extremisten wordt zelfs actief bewapend door het Erdogan-bewind.’

Bozkurt beweert dat het bewind extremisten heeft ingezet tijdens de gebeurtenissen van 15-16 juli vorig jaar, die hij omschrijft als een ‘door Erdogan georkestreerde nepcoup’. ‘De president is zich er heel goed van bewust dat hij niet aan de macht kan blijven of sterker nog niet kan overleven in een democratisch, seculier systeem met checks and balances waarin iedere partij gelijke kansen heeft. Op het moment dat de positie van Erdogan serieus in het geding komt, grijpen zijn extremisten in. Dat hebben we bijvoorbeeld gezien tijdens de nepcoup. Militante extremisten werden de straat opgestuurd om het beeld te schetsen dat ze een coup verijdelden.’

Foto: Stockholm Center for Freedom. Abdullah Bozkurt is Turkije-expert, publicist, journalist en voorzitter van de in Stockholm gevestigde ngo Stockholm Center for Freedom (SCF). Hij schreef onder meer het boek Turkey interrupted: derailing democracy (2015). In het verleden was hij Washington-correspondent voor het Turkse dagblad Zaman en de Engelstalige editie van deze krant, Today’s Zaman. Hij is gespecialiseerd in islamistische organisaties en terreurgroepen in Turkije, zoals al-Qaeda en IS. Daarover heeft hij een groot aantal artikelen gepubliceerd. SCF is opgericht door Bozkurt en andere journalisten tegen wie arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd in Turkije. Zij vluchtten vanuit Turkije naar Zweden vanwege het offensief van de Turkse regering tegen de Gülen-beweging, waaronder media opgericht door gülenisten, zoals Today’s Zaman en Zaman, die vorig jaar zijn gesloten door de regering.

Media, films, series
Bozkurt beaamt dat het Turkse onderwijs wordt geradicaliseerd. Hij ziet ook in andere segmenten van de samenleving een duidelijke radicalisering plaatsvinden. Daarin spelen media, films en televisieseries een belangrijke rol. ‘De pro-Erdogan-media berichten heel vijandig over tegenstanders en critici van Erdogan. Ze gaan daar heel ver in. Hoewel journalisten keer op keer hebben bewezen dat de pro-Erdogan-media leugens verkondigen, trekken deze media zich daar niets van aan. Sinds de nepcoup richten ze hun pijlen vooral op het Westen, die ze proberen af te schilderen als de organisator van de ‘coup’. Ze geven Amerika en Europa de schuld van alles en nog wat en verkondigen extremistische boodschappen. Sommige van deze media, zoals de krant Yeni Akit, verheerlijken zelfs islamistisch terrorisme.’ Ook films en series worden gebruikt voor het verkondigen van propaganda. ‘Veel films en series, bijvoorbeeld de series Dirilis Ertugrul over de beginperiode van het Ottomaanse Rijk en Payitaht Abdülhamit over de Ottomaanse sultan Abdülhamit II, spelen in op islamitische sentimenten. Zulke series voeden en triggeren extremisme en promoten loyaliteit aan Erdogan, die zich profileert als opvolger van Ottomaanse sultans.’

Foto: Es Film

Diyanet
Een ander belangrijk propaganda-instrument is volgens Bozkurt de staatsinstitutie Diyanet, het Presidium voor Religieuze Zaken, dat het soennisme promoot en veel invloed heeft op hoe soennitische moslims in het land de islam interpreteren en beleven. Diyanet is onder meer verantwoordelijk voor het opleiden en benoemen van imams, die als ambtenaren in dienst zijn van de institutie, en het opstellen van hun preken. Sinds 2006 is het jaarlijkse budget van de institutie bijna verzesvoudigd naar ruim 6,8 miljard lira (1,58 miljard euro) en het personeelsaantal ruim verdubbeld naar ruim honderdvijftigduizend (2017). De institutie bestuurt bijna negentigduizend moskeeën in Turkije en meer dan tweeduizend moskeeën buiten Turkije, waaronder rond de honderdvijftig moskeeën in Nederland.

Volgens Bozkurt worden de preken die Diyanet opstelt voor imams steeds extremer. ‘Het zijn vaak sterk gepolitiseerde en daardoor polariserende preken die tegenstellingen tussen verschillende groepen binnen de Turkse gemeenschap benadrukken. Diyanet voedt haat en verergert vooroordelen, in plaats van begrip tussen mensen te kweken en bevorderen. Andere culturen, religies, islamitische stromingen en levensovertuigingen worden in Diyanets preken weggezet als vijanden van Turkije en de islam.’ Bozkurt vindt dat Diyanet verantwoordelijk om zou moeten gaan met haar macht en invloed op de Turkse gemeenschap. ‘Tientallen miljoenen mensen horen deze preken in de tienduizenden moskeeën in Turkije, maar natuurlijk ook in de vele moskeeën buiten Turkije, dus de invloed van Diyanet op de Turkse gemeenschap is enorm groot. De preken creëren of stimuleren een mindset die extreem vijandelijk is tegenover alles dat niet Turks, soennitisch en pro-Erdogan is. Zo worden Turken in rap tempo geradicaliseerd’ Bozkurt wijst erop dat in veel preken polariserende uitspraken van Erdogan worden herhaald. ‘Vaak gaat het dan om fanatieke uitspraken over het Westen of landen of groepen die kritiek op hem uiten.’

Civil society
Bozkurt geeft aan dat de Turkse regering niet alleen geen deradicaliseringsbeleid heeft, maar pro-actief initiatieven gericht op het voorkomen en bestrijden van extremisme saboteert. ‘Het belangrijkste instrument in de strijd tegen extremisme zijn goed georganiseerde civil society-organisaties en nuchtere, verlichte intellectuelen en gemeenschapsleiders die een positieve invloed op de samenleving hebben en het extremistische narrative effectief kunnen counteren. Een regering die extremisme wil beteugelen steunt dit soort organisaties en personen. Maar wat doet de AKP-regering? Ze intimideert en sluit civil society-organisaties en laat intellectuelen arresteren en organiseert karaktermoordcampagnes tegen hen, alleen vanwege het feit dat ze zich niet onderwerpen aan Erdogan. En dan heb ik het over organisaties van allerlei verschillende groepen, zoals soennieten en alevieten, maar ook bijvoorbeeld socialisten en kemalisten.’ Intussen krijgen extremisten wel een platform volgens Bozkurt. ‘Terwijl de genuanceerde, kritische geluiden in de kiem worden gesmoord, krijgen extremistische organisaties, geestelijken en andere leiders die zich hebben onderworpen aan ‘de grote leider’ (Erdogan, red.) alle ruimte om hun boodschap te verkondigen. Van zogenaamde mainstream salafisten, wahabisten en andere fundamentalistische stromingen tot openlijke aanhangers van terroristische organisaties als IS en al-Qaeda. Denk bijvoorbeeld aan pro-gewapende jihad-propagandisten zoals Nurettin Yildiz en Ihsan Senocak. Het is algemeen bekend dat zulke figuren toespraken geven bij bijeenkomsten die georganiseerd worden door stichtingen, vooral stichtingen gericht op jongeren die opgericht zijn door de Erdogan-familie, zoals TÜGVA en TÜRGEV.’ Bozkurt ziet parallellen met Pakistan en Iran. ‘Soortgelijke ontwikkelingen vonden plaats Iran en Pakistan. Deze landen werden geradicaliseerd door hun leiders. En als we kijken naar hoe deze landen er nu voor staan belooft dat niet veel goeds voor de toekomst van Turkije. Het is sneu: Turkije treedt in de voetsporen van islamistische autocratieën in plaats van de democratische standaard van West-Europese landen als voorbeeld te nemen, wat ze ooit wel deed. Dat wat is overgebleven van de Turkse democratie wordt beetje bij beetje kapotgemaakt.’

Foto: Reuters

Terrorisme
Dat de regering actief bijdraagt aan radicalisering blijkt volgens Bozkurt ook uit het feit dat ze terroristen faciliteert in plaats van ze aan te pakken. Hij noemt als voorbeeld wapenleveranties aan salafistische jihadisten in Syrië. ‘Het is overtuigend bewezen dat onder het AKP-bewind onder leiding van de Turkse inlichtingendienst wapens zijn geleverd aan terroristen in Syrië, van Jabhat Fateh al-Sham (stond tot 28 juli 2016 bekend als Jabhat al-Nusra, red.) en groepen gelieerd aan al-Qaeda tot IS. Dat is onder meer gedaan via hulporganisaties onder het mom van humanitaire hulp. Tot op heden is niemand vervolgd voor betrokkenheid bij deze wapenleveranties. Maar journalisten en aanklagers die het schandaal aan het licht hebben gebracht zijn wel gevangengezet. Het is de omgekeerde wereld in Turkije, dat geen rechtsstaat meer is.’

Turkse en internationale media hebben uitvoerig bericht over deze wapenleveranties, zoals de krant Cumhuriyet, die beelden publiceerde van vrachtwagens van de Turkse inlichtingendienst volgeladen met wapens die onderweg waren naar Syrië. Op 14 oktober 2014 toonde de Turkse oppositieleider Kemal Kilicdaroglu in het parlement in Ankara officiële schriftelijke verklaringen die de wapenleveranties bevestigden. Het waren verklaringen van de betrokken hoofdaanklager en de vrachtwagenchauffeurs die de wapens naar eigen zeggen leverden. ‘Heel de wereld weet dat ze IS steunen. Wil je bewijs Ahmet Davutoglu (de toenmalige premier van Turkije, red.)? Hier heb je bewijs, de verklaring van de hoofdaanklager in Adana over wapenleveranties aan terroristische organisaties en de verklaringen van de chauffeurs die de wapens brachten’, zei Kilicdaroglu terwijl hij de verklaringen toonde in het parlement. De oppositieleider verklaarde verder dat de IS-rekruteringscellen in steden als Gaziantep en Ankara bevestigden dat de regering IS steunt. Behalve Turkse kranten hebben ook Amerikaanse media zoals The New York Times en Newsweek artikelen gewijd aan die rekruteringscellen. ‘IS heeft haar tentakels diep verzonken in Turkije’, zo kopte Newsweek op 12 september 2014. Twee journalisten van het weekblad spraken met Turkse burgers die gedetailleerde informatie gaven over de activiteiten van ‘een georganiseerd recruteringsnetwerk dat online en via studiegroepen opereert en vooral mikt op jonge mannen in soennitische districten van Istanbul die kampen met armoede en drugsverslaving’. Kilicdaroglu’s toespraak bleef ook in Nederland niet onopgemerkt, er werden Kamervragen over gesteld, door onder anderen Pieter Omtzigt (CDA) en Marianne Thieme (PvdD). Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) reageerde dat de Turkse regering ontkent dat er ooit Turkse wapenleveranties aan terroristische organisaties hebben plaatsgevonden.

Voor Kilicdaroglu hadden talloze anderen gewezen op banden tussen de AKP-regering, onder wie de voormalige Amerikaanse vice-president Joe Biden en de Amerikaanse ex-ambassadeur in Turkije Francis Ricciardone. Ook in Nederland werd er over gesproken. Tweede Kamerlid Raymond Knops verklaarde in een interview met het inmiddels gesloten Zaman Vandaag (17 september 2015) dat hij er niet aan twijfelt dat de Turkse regering IS en soortgelijke terroristische organisaties heeft gesteund. ‘Er zijn ontzettend veel aanwijzingen dat dit tot op het hoogste niveau aan de hand was’, zei Knops. ‘Het feit dat de Turkse regering het telkens ontkent, is voor mij geen geruststelling. Integendeel. Dat de Amerikaanse ambassadeur, maar ook vele anderen erover schrijven, de officier van justitie die de zaak onderzocht is opgepakt, iedereen die deze zaak onderzoekt zelf vervolgd wordt, zijn buitengewoon verdachte omstandigheden. Er zijn te veel aanwijzingen, en te veel uit betrouwbare bronnen om te zeggen ‘het is een complot tegen de regering’. Ik geloof dat niet. Ik ben van mening dat de AKP-regering op een aantal punten passief dan wel actief de verkeerde dingen heeft gedaan.’

Foto: Reuters

IBDA-C
Een ander voorbeeld dat Erdogans positieve houding tegenover islamistische groepen bevestigt is volgens Bozkurt zijn banden met de IBDA-C (Great Eastern Islamic Raiders’ Front). Deze organisatie heeft een groot aantal aanslagen gepleegd in Turkije, vooral in de jaren negentig, en staat op de terreurlijsten van Turkije, Amerika en de Europese Unie. ‘De vrijlating van de leider van de IBDA-C, Salih Mirzabeyoglu, zegt veel over de houding van de AKP tegenover deze organisatie. Mirzabeyoglu was tot levenslang veroordeeld in 2001. In 2014 is hij plotseling vrijgelaten, na tussenkomst van Erdogan. Direct na zijn vrijlating heeft Erdogan Mirzabeyoglu gefeliciteerd en hem vervolgens hoogstpersoonlijk ontmoet, op 29 november.’ Het zelfverkondigde doel van de IBDA-C is de omverwerping van de Turkse republiek en de oprichting van een soennitisch kalifaat in het Midden-Oosten geleid door Turkije. Volgens Bozkurt zijn veel militanten van de IBDA-C ingezet tijdens de ‘nepcoup’.

Bozkurt stelt dat terwijl critici van Erdogan massaal vastgezet worden, terroristen vrij rondlopen. ‘Sinds vorig jaar juli zijn ruim zestigduizend mensen die door Erdogan beschouwd worden als een bedreiging, vastgezet op basis van onder meer terrorismebeschuldigingen, vrijwel in alle gevallen zonder enig bewijs. Onder hen zijn rechters, aanklagers, docenten, ondernemers, academici, journalisten en politici. Intussen lopen de echte terroristen vrij rond. Het feit dat het aantal terroristen gelieerd aan IS dat vastzit op twee handen te tellen is, laat zien hoe ernstig de situatie is. Het signaal dat de regering terroristen geeft is ‘ga je gang maar, van de staat heb je niets te vrezen’.’ IS heeft meerdere aanslagen gepleegd in Turkije die aan honderden mensen het leven hebben gekost.

Europa
Erdogans beleid vormt volgens Bozkurt een obstakel voor de integratie van de Turkse diaspora in het Westen. ‘De president wil niet dat Turken in het Westen integreren. Hij wil dat ze loyaal zijn aan hem. Hij wil dat er groepen zijn in Amerika en Europa waar hij de leiding over heeft zodat hij ze kan gebruiken om zijn eigen agenda te realiseren. Daarvoor gebruikt hij onder meer Diyanet, de consulaten en ambassades. Daarnaast financiert hij allerlei ‘parallelle’ organisaties, in Europa bijvoorbeeld de UETD (Unie van Europese Turkse Democraten; de buitenlandse vleugel van de AKP, red.).’ Europese regeringen hebben meermaals zorgen geuit over de groeiende invloed van Erdogans ‘lange arm’, maar tot serieuze maatregelen is het niet gekomen. ‘Dat de ontevredenheid van EU-landen hierover groot is blijkt alleen al uit het feit dat de EU er een apart hoofdstuk aan heeft gewijd in haar laatste voortgangsrapport over Turkije. EU-landen willen dat Erdogan stopt met het mobiliseren van Europese Turken voor zijn eigen doelen, maar ze nemen geen harde maatregelen om dat af te dwingen. De EU heeft weinig invloed op Erdogan, omdat hij als het ware een totaal andere tak van sport uitoefent dan de EU, de EU badmintont, terwijl Erdogan olieworstelt.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.