20 C
Amsterdam
Home Blog

Israël laat officieel joodse gebedsrituelen toe in al-Aqsa

0

De status quo in Jeruzalem is opnieuw door de Israëlische autoriteiten geschonden. En deze keer radicaler dan eerst. Voor het eerst zijn nu officieel joodse gebedsrituelen toegestaan in de al-Aqsa moskee, zo schrijft The Middle East Eye.

Afgelopen zondag waren joodse Israëliërs het complex binnengevallen. De politie gaf hen toestemming om ‘siddurim’, joodse gebedsboeken, naar binnen te brengen. Ook mochten ze in groepsverband bidden.

Het complex rond de al-Aqsa moskee, de Haram al-Sharif, is al decennia onderdeel van een internationaal erkende regeling. Hierbij blijft het een exclusief islamitisch heiligdom. Onderhoud en beheer van de locatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Jordaanse stichting Waqf, tegelijkertijd wordt de toegang tot al-Aqsa gecontroleerd door de Israëlische politie.

Israël heeft deze status quo de laatste jaren, vooral sinds oktober 2023, steeds vaker geschonden. Dit heeft grote gevolgen voor (Palestijnse) moslims. Zij krijgen geen toegang meer tot het gebied of krijgen te maken met zware restricties, zoals de Kanttekening onlangs schreef.

Invallen door joodse Israëliërs, waarbij zij tegen de regels in gebedsrituelen uitvoeren, worden de laatste jaren door de Israëlische autoriteiten oogluikend toegestaan. Dit gebeurde altijd zonder officiële toestemming. Maar met deze officiële goedkeuring door de Israëlische politie is er nu sprake van een georganiseerde schending, schrijft The Middle East Eye.

Volgens de Israëlische krant Haaretz heeft de Israëlische politie al eerder toegestaan dat joodse gelovigen baden, dansten en zongen op de binnenplaats van de al-Aqsa moskee. Dit zou zijn gebeurd in opdracht van de politieke leiding, namelijk de extreemrechtse minister Itamar Ben-Gvir. Hij is vaak persoonlijk aanwezig tijdens invallen in de moskee, zoals vorige maand. De minister van nationale veiligheid vertegenwoordigt een groeiende beweging van joodse kolonisten in Israël die een ‘derde tempel’ wil bouwen op de plek van al-Aqsa.

Ben-Gvir woont in een illegale Israëlische nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever. Als minister en hoofd van de politie heeft hij veel macht in de extreemrechtse coalitie van Benjamin Netanyahu. Het feit dat hij al langer een prominente rol speelde in de bestormingen was al een aanwijzing dat de door hem gewenste transformatie van al-Aqsa van hogerhand werd goedgekeurd.

‘Daar waar je het goed hebt, is je vaderland’

0

Wat hebben we nodig om ons ergens thuis te voelen? Glenn Helberg en Noor Cornelissen hebben verschillende achtergronden, maar komen tot dezelfde conclusie: verbinding met anderen is essentieel.

Op 29 augustus organiseren ze in Hilversum het Rooted festival, dat in het teken staat van ‘bij elkaar horen’.

G: In 1955 word ik, Glenn, geboren als jongste van drie kinderen in Willemstad, Curaçao, bij Surinaamse ouders, beiden van gemengde bloede. In ons leven is multiculturaliteit een gegeven. Geen huidskleur is hetzelfde, met elke vertakking lijkt er een nieuwe kleurencompositie te zijn ontstaan. Al vroeg weet ik: wij zijn één in verscheidenheid. Ironisch genoeg is het ‘de beschaving’ die deze diepgewortelde waarheid in mij doet wankelen. Er werd mij geleerd om ‘beschaafd’ te zijn. Niet uit menselijkheid, maar opgelegd vanuit dominantie. Hoe meer je je kunt meten aan wat de kolonisator als ‘beschaafd’ ziet, hoe hoger je stijgt op de maatschappelijke ladder. En als bij jouw vertakking de huidskleur een tint lichter was uitgevallen, dan wellicht nog net een trede hoger. Dat hiërarchische wereldbeeld vervreemdt mensen van zichzelf én van elkaar. De sporen ervan zien we nog altijd terug in maatschappelijke discussies over raciale gelijkheid en institutioneel racisme. Het koloniale denken verdwijnt niet vanzelf wanneer een kolonie ophoudt te bestaan; het nestelt zich ook in de manier waarop mensen naar zichzelf en naar elkaar leren kijken.

‘Het koloniale denken verdwijnt niet vanzelf’

N: Een paar jaar na Glenn wordt mijn moeder ook in Willemstad geboren, als dochter van twee witte Nederlanders. Later verhuist het gezin terug naar Nederland, waar ik, Noor, een huwelijk en dertig jaar later, opgroei als jongste van drie kinderen in een homogene omgeving. Onder mijn ouders en hun vriendenkring is eigenlijk maar één tint te vinden: wit. Curaçao, daar spreken we niet over. Het was een ‘buitenlandervaring’ en geen wezenlijk onderdeel van mijn belevingswereld. Zo spreken we ook niet over het opgroeien van mijn grootmoeder in Batavia, zoals de koloniserende Nederlanders Jakarta destijds noemden, en haar verblijf in een Japans interneringskamp. Waar voor Glenn verscheidenheid vanzelfsprekend is, ontbreekt die in mijn wereld bijna volledig. Juist daardoor groeit het verlangen om uit die beklemmende vanzelfsprekendheid te breken. Ik wil begrijpen waar ik vandaan kom. Ik wil de mens ontmoeten, in al haar kleuren. Zodra ik de puberleeftijd bereik, kom ik in verzet.

Glenn Helberg

G: Op 17-jarige leeftijd vertrek ik naar Nederland om te studeren. Mijn vader geeft me de woorden mee die ik tot de dag van vandaag bij me draag: daar waar je het goed hebt, is je vaderland. Dat bracht hem ooit naar Curaçao. Het doel van mijn jonge zelf is dan ook eenduidig: het goed gaan hebben. In Nederland wordt me duidelijk dat verscheidenheid hier geen eenheid betekent. Als de slager uit nieuwsgierigheid aan mijn haar begint te trekken, besef ik: ik ben anders. Een periode van worstelen en zoeken breekt aan, waarin de kou letterlijk in mijn lijf kruipt. Ik mis warmte. Ik mis familie. Ik mis een ‘wij’. En dus blijf ik terugvallen op het advies van mijn vader en probeer ik het goede te creëren. Door het in mezelf aan te boren: mijn diepe verbinding met mijn voorouders, mijn sterke vertrouwen in wie ik ben en mijn talent om mensen te onderwijzen en te begeleiden. Ik heb het allereerst goed te hebben in mijn eigen lijf. Daar begint mijn reis.

‘Wat betekent het om ergens thuis te zijn?’

N: Op 16-jarige leeftijd voel ik het in mijn lijf: ik wil gaan. Ik verhuis in mijn eentje naar de Verenigde Staten, waar ik op school kom met leerlingen uit 80 verschillende landen. In mijn geschiedenisles behandelen we wereldoorlogen en terwijl mijn klasgenoten uit onder andere Israël, Irak, Palestina, Duitsland, de Verenigde Staten en Liberia hun kennis delen, buitelen de verschillende perspectieven over elkaar heen. Het zet mijn leven op zijn kop. De waarheid ontstaat in de blik die haar waarneemt. Jaren leef ik met mensen van over de hele wereld en groeit ook in mij die diepgewortelde waarheid: wij zijn één in verscheidenheid. Mijn werk brengt mij verder de wereld over, naar Palestina, Congo, Oeganda, Kenia en Libië. En overal kom ik mensen tegen die in beweging zijn: van het platteland naar de stad, van conflict naar vluchtelingenkamp, van hier naar daar. Hoe divers hun verhalen ook zijn, zo soortgelijk is hun zoektocht: het goed hebben, ergens onderdeel worden van het ‘wij’. Het zet me aan het denken over hoe wij in Nederland omgaan met verschil en samenleven. Wat betekent het om ergens thuis te zijn?

G: Als jonge dokter verhuis ik tijdelijk terug naar Curaçao, naar mijn ‘wij’. Ik begon in Nederland naar mezelf te kijken door de ogen van witte mensen. Ik was vervreemd van mezelf. Het was tijd om mezelf te hernemen. Daar, bewegend tussen die twee werelden, leer ik te balanceren tussen ‘ik’ en ‘wij’. Ik verken mijn stem, mijn lijf, mijn spiritualiteit. Het slavernijverleden heeft ons ‘wij’ deels kapotgemaakt. Het mechanisme om iemand tot de ander te maken is in ons gaan zitten. Tijdens mijn reis ga ik ook op zoek naar hoe ík mensen tot ‘de ander’ maak, en daarmee mezelf vereenzaam. De diepe verbintenis met mijn vader en mijn overleden moeder doet me inbedden. Ik ga op zoek naar een ervaring van autonomie, zonder alles zelf te hoeven doen. Een gevoel van intens geluk, waar ‘de ander’ onderdeel van is. Het besef dat geschiedenis en trauma ook vandaag nog verdeeldheid creëren, versterkt mijn motivatie om verbinding te zoeken.

Noor Cornelissen

N: Na meer dan 10 jaar in het buitenland te hebben gewoond, mis ik mijn ‘wij’. Ik wil niet dolen. Ik wil wortelen, juist in mijn geboortegrond. Bij terugkomst in Nederland solliciteer ik bij de overheid. Tijdens het gesprek wordt gevraagd of ik een Nederlandse taaltoets wil afleggen. ‘Je praat anders’, krijg ik te horen. Ze willen zeker weten dat ik me voldoende kan uitdrukken.

Het is een klein incident. Niet te vergelijken met de systematische uitsluiting die veel mensen in Nederland dagelijks ervaren. Toch raakt het me. Niet omdat mijn taalvaardigheid ter discussie staat, maar omdat ik plotseling hoor: misschien hoor jij hier niet helemaal meer thuis.

Ik merk hoe snel zo’n ervaring aan je identiteit raakt. Als Nederlands blijkbaar niet vanzelfsprekend mijn moedertaal is, welke taal dan wel? Wie bepaalt eigenlijk waar iemand thuis is? Vanaf dat moment reis ik opnieuw, maar deze keer niet de wereld over. Ik keer naar binnen.

Langzaam begin ik te zien hoe subtiel uitsluiting kan werken. Niet alleen in persoonlijke ontmoetingen, maar ook in instituties en systemen. Hoe gemakkelijk mensen het gevoel kunnen krijgen dat zij zich eerst moeten bewijzen voordat zij erbij mogen horen.

‘Wat mij steeds opnieuw opvalt, is hoe sterk onze cultuur de nadruk legt op het individu’

G: Mijn zoektocht brengt mij uiteindelijk naar de psychiatrie, en in het bijzonder naar de transculturele psychiatrie. Daar zie ik hoe de samenleving zich weerspiegelt in individuele levens. Psychisch lijden ontstaat natuurlijk niet alleen door maatschappelijke omstandigheden, maar de samenleving kan mensen wel helpen zich te ontwikkelen of hen juist vervreemden van zichzelf en van anderen. Wat mij steeds opnieuw opvalt, is hoe sterk onze cultuur de nadruk legt op het individu. Leren goed voor jezelf te zorgen is belangrijk. Ook mijn eigen reis begon daar. Maar het blijft niet bij het ‘ik’. Uiteindelijk vraagt een mens ernaar zich te verbinden, zich ergens in te bedden, onderdeel te worden van een groter geheel. Juist daar lopen we vandaag vast. Wanneer de politiek voortdurend spreekt over mensen die er wel of niet bij horen, raakt dat iets fundamenteels. Angst voor de ander ontstaat niet uit het niets. Zij heeft geschiedenis. Oorlogen, verlies, kolonisatie, dekolonisatie en ontwrichting hebben diepe sporen nagelaten, ook in de witte Nederlandse samenleving. Onverwerkt verlies kan zich uiten in wantrouwen tegenover het onbekende. Dat betekent niet dat angst de toekomst hoeft te bepalen. Juist wanneer we haar leren herkennen, ontstaat er ruimte om opnieuw verbinding te maken.

N: Toen er bij mijn werkgever, het ministerie van Buitenlandse Zaken, een rapport verscheen over institutioneel racisme, merkte ik hoe snel ook ik mezelf buiten het verhaal plaatste. Mijn eerste gedachte was: hier hoor ik niet bij. Na de verkiezingen van 2023 stelde ik mezelf opnieuw dezelfde vraag: wil en kan ik hier nog wel thuis zijn? Gaandeweg begon ik te begrijpen dat ik daarmee precies hetzelfde mechanisme volgde dat ik bij anderen bekritiseerde. Zodra iets me vreemd werd, nam ik er afstand van. Vanuit mijn verlangen naar verbinding plaatste ik mezelf buiten het geheel. Ik kan niet ontkennen dat er een ‘wij’ en een ‘zij’ bestaat. Tegelijkertijd besef ik dat ieder mens in beide categorieën terecht kan komen, afhankelijk van wie kijkt. Ook als je veel innerlijk werk doet, zullen anderen je soms blijven indelen zonder je werkelijk te kennen. Dat besef is pijnlijk, maar ook bevrijdend. Want als niemand volledig kan bepalen waar ik thuis hoor, dan begint thuis uiteindelijk bij de relatie die ik met mezelf heb. Vanuit die plek kan ik ophouden uitsluitend het probleem te analyseren of mij ervan te distantiëren. Dan wordt zichtbaar dat ik niet alleen onderdeel ben van de oplossing, maar ook van het systeem dat verandering nodig heeft.

‘Niemand wortelt alleen’

G: Ondanks dat politici uitstralen dat bepaalde groepen mensen niet in Nederland horen, doen de meeste mensen toch hun uiterste best om bij te dragen aan de samenleving. Om hier te wortelen. Moet je je eens voorstellen wat voor een kracht we kunnen ontketenen als mensen hier ook actief verwelkomd worden. De potentie is groot als mensen niet vanuit angst en inpassing deelnemen, maar vanuit vrijheid, autonomie en authenticiteit. Dan kunnen we samen een bloeiende en krachtige samenleving ontwikkelen. Dat brengt mij hoop.

N: Ik draag de woorden van Glenns vader inmiddels ook met me mee: daar waar je het goed hebt, is je vaderland. Maar ik merk dat onze tijd om een volgende stap vraagt. Het gaat niet alleen om de vraag waar ík het goed heb. De grotere vraag is of wij een samenleving bouwen waarin steeds meer mensen het goed kunnen hebben. Met elkaar.

Dat begint bij ieder van ons. Iedere keer dat we een ander uitsluitend benaderen als vertegenwoordiger van een groep, verliezen we iets van de mens die voor ons staat. En uiteindelijk ook iets van onszelf. Ik ben gaan begrijpen dat worteling geen individueel project is. Natuurlijk vraagt het moed om jezelf te leren kennen. Maar niemand wortelt alleen. Dat kan alleen in relatie tot anderen.

G: We denken misschien dat een samenleving begint bij wetten, beleid of instituties. Volgens mij begint zij eerder. Zij begint op het moment waarop iemand ervaart: ik mag hier bestaan. Dat is geen zachte gedachte. Het is misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor een gezonde samenleving. Wie zich voortdurend moet verdedigen, kan moeilijk vertrouwen ontwikkelen. Wie zich niet gezien voelt, zal zich uiteindelijk terugtrekken of verharden. Maar wie zich welkom weet, krijgt ruimte om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel. Daarom geloof ik dat de tegenhanger van polarisatie niet in de eerste plaats verbinding is. De tegenhanger van polarisatie is een samenleving waarin mensen kunnen wortelen.

Forum voor Democratie gaat samenwerking met neonazi’s niet langer uit de weg

0

Uit onderzoek van NRC en de antifascistische onderzoeksgroep Kafka blijken duidelijke dwarsverbanden tussen politici van Forum voor Democratie, extreemrechtse activisten en neonazi’s, zo schrijft NRC.

Tijdens twee manifestaties deze zomer werd zonneklaar dat politici van Forum voor Democratie zich wel degelijk inlaten met neonazi’s. Dit terwijl de partij, bij monde van partijleider Lidewij de Vos, zegt afstand te houden van antidemocratische groeperingen.

Op 25 juli sprak de Duitse neonazi-leider Claus Cremer in Apeldoorn een groep Nederlandse en Duitse rechts-extremisten toe. Cremer, in 2005 veroordeeld voor antisemitische uitlatingen, waarschuwde daar voor de ondergang van Europa als gevolg van immigratie en ‘buitenlandse infiltratie.’ Volgens NRC werkte de activist daarbij samen met Melanie Scheurwater, FvD-gemeenteraadslid in Krimpenerwaard. Zij regelde het podium.

Hetzelfde podium stond op 1 augustus op het Jaarbeursplein in Utrecht tijdens een manifestatie van Save Europe Act, vervolgt NRC. Op die bijeenkomst spraken onder andere FvD-Tweede Kamerlid Milan Schenk en Dries van Langenhove, oprichter van de Vlaamse extreemrechtse beweging Schild & Vrienden. Van Langenhove is veroordeeld voor racisme.

Deze manifestatie bleek georganiseerd door Dara Vos, gemeenteraadslid voor FvD in Hoogeveen. Volgens NRC kwamen waren op de manifestatie zowel FVD-leden en -politici als extreemrechtse activisten en neonazi’s aanwezig. Onder hen waren ook leden van de Nederlandse Nationalistische Beweging (NNB) en de Nederlandse Volksunie (NVU).

Save Europe Act is een Europees initiatief dat eind mei werd gelanceerd op een bijeenkomst van extreemrechtse activisten in Portugal, waaronder de Nederlandse Eva Vlaardingerbroek. Met dit initiatief willen de activisten ‘remigratie’ – een eufemisme voor deportaties van mensen met een migratieachtergrond – op de Europese agenda krijgen, zo schrijft NRC.

Volgens de krant bleek uit onderzoek dat activisten van Save Europe Act ook samenwerken met Amerikaanse activisten. Een van hen, Brian Brown, heeft banden met Rusland. Zo hield hij in 2013 in de Russische doema een speech tegen homorechten.

Op 19 september wil extreemrechts weer op het Malieveld demonstreren, precies een jaar na ‘Elsfest’, een extreemrechtse manifestatie die uitliep op gewelddadige rellen. Vorig jaar besloot Forum voor Democratie geen prominente sprekers naar deze betoging te sturen, omdat de partij aanvoelde dat er misschien relletjes zouden komen. Maar het onderzoek NRC en Kafka toont aan dat FvD-leden, waaronder Dara Vos, tegenwoordig openlijk samenwerken met neonazi’s. Het aanstaande protest in Den Haag vormt volgens NRC ‘een verdere stap in de radicalisering van de partij.’

Alihan Kuris, leider van de Turkse Süleymanci-beweging, opgepakt

0

Alihan Kuris, de leider van de religieuze Süleymancibeweging, is vorige week in Turkije gearresteerd. Hij werd opgepakt samen met 31 aan hem gelieerde personen.

Kuris wordt door de Turkse staat verdacht van het witwassen van frauduleus verkregen vermogen. Velen vermoeden dat de Turkse president Recep Tayyip Erdogan uit is op het kapitaal van de Süleymancilar. De bezittingen van de religieuze Gülenbeweging werden eerder ook geconfisqueerd.

De Süleymanbeweging ontleent haar naam aan de mystieke islamist Süleyman Hilmi Tunahan, die in 1959 overleed. De Süleymancilar staan bekend om hun nadruk op traditioneel islamitisch onderwijs en het behoud van religieuze waarden binnen een seculiere staat. De beweging beschikt over een wijdverbreid netwerk van Koranscholen, studentenhuisvesting en educatieve instellingen, ook in Europa. In september 2016 nam Kuris de leiding over na het overlijden van zijn voorganger (en oom), Arif Ahmet Denizolgun.

De arrestaties vinden plaats in een klimaat waarin al tien jaar wordt gespeculeerd over het aanpakken van andere religieuze groeperingen, vergelijkbaar met de heksenjacht op Gülen-sympathisanten na de couppoging van juli 2016.

Het Turkse Openbaar Ministerie omschrijft de organisatie van Kuris als een winstgedreven crimineel netwerk. Toch stelt het OM tegelijkertijd dat de vervolging niet gericht is tegen de Süleymanci-beweging. In Erdogan-vriendelijke media klinkt echter een ander geluid. Zo trekt de krant Yeni Safak openlijk parallellen met de vervolging van de Gülen-beweging. Het dagblad beweert onder meer dat de Süleymancilar gebruikmaken van de geëncrypteerde app ‘Glopper’, vergelijkbaar met de app ‘Bylock’ die Gülen-symphatisanten zouden gebruiken.

Op nieuwssite SonHaber wordt bovendien een link gelegd tussen de seculiere politicus Özgür Özel en de Süleymanci-beweging. Özel wordt door de Turkse staat van corruptie beschuldigd en moest daarom de CHP verlaten.

 

Vooral speculaties over bondgenootschap Turkije, Saoedi-Arabië en Pakistan

0

Het nieuwe defensieve verdrag tussen Saoedi-Arabië, Turkije en Pakistan, het zogenoemde Mekka-pact, dat her en der ook wordt gelanceerd als een ‘islamitische Navo’, leidt tot veel speculaties onder analisten.

Over de precieze inhoud van het verdrag is echter nog weinig bekend. Volgens sommige analisten, die met Trouw spraken, zou het verdrag vooral een tactiek van afschrikking beogen.

De kern van het Mekka-pact lijkt te draaien om een gezamenlijke defensieve strategie tussen de drie soennitische regionale ‘middenmachten’. Het doel is om de regionale veiligheid te versterken en een front te vormen tegen gemeenschappelijke dreigingen, waarbij de landen elkaar steun toezeggen bij externe agressie. Hoewel de precieze militaire verplichtingen onduidelijk blijven, fungeert het pact vooral als een geopolitiek signaal naar Iran, Israël, India en de Verenigde Staten.

Het nieuwe verdrag wordt veelvuldig besproken. Ook door de Amerikaanse president Donald Trump. Hij vindt het positief dat het Midden-Oosten eindelijk de verantwoordelijkheid neemt om zichzelf te verdedigen tegen gemeenschappelijke vijanden, zoals Iran in het geval van Saoedi-Arabië.

Maar de werkelijke betekenis van het Mekka-pact heeft zich nog niet echt geopenbaard. Wat als er weer een schermutseling is tussen India en Pakistan? Gaan Turkije en Saoedi-Arabië dan echt het conflict aan met India? Dat is zeer de vraag. Ook zal Turkije niet zo snel de wapens opnemen tegen Iran als Saoedi-Arabië weer het doelwit wordt van raketbeschietingen.

Israël kan in ieder geval een normalisering van de betrekkingen met Saoedi-Arabië (de Abraham-akkoorden) voorlopig wel vergeten. Turkije en Pakistan zijn uiterst kritisch op het genocidale geweld van Israël tegen de Palestijnen en benoemen dat bijna dagelijks.

Ondertussen heeft president Recep Tayyip Erdogan toetreding van Turkije tot de Europese Unie van zijn prioriteitenlijstje verwijderd. ‘Europa heeft Turkije al 53 jaar niet toegelaten en lijkt niet van plan te zijn dit in de nabije toekomst te overwegen, maar we hebben onze deur niet gesloten’, vertelde hij in een interview. ‘We denken nog steeds na over toetreding tot de Europese Unie. Als ze ons toelaten, prima. Als ze dat niet doen, ook prima. De Europese Unie is niet onze prioriteit.’

Ceuta en Melilla: Marokkaanse jongeren willen een waardig bestaan

0

Ik zit met mijn voeten in het water en ik kijk uit over de Middellandse Zee. Dezelfde zee waardoor een paar weken geleden tienduizenden mensen naar de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla waadden en zwommen, en waarin velen verdronken. Ik vraag me af hoeveel verhalen dit water eigenlijk draagt. En hoeveel dromen, angst en wanhoop hieronder liggen.

In mijn eigen regio zijn bijna alle jongeren en jonge volwassenen weg. De straten liggen er verlaten bij, alsof de toekomst zelf is vertrokken. Wie er nog rondloopt, heeft het nergens anders meer over dan welke route ze moeten nemen.

Eind juli staken bij Ceuta rond de vijftigduizend mensen de grens over. Het bleef niet alleen bij Ceuta, maar ook in Melilla, bij de grensovergang Beni Ansar. Daar liep het dagenlang uit de hand. Twee steden, dezelfde zee met dezelfde wanhoop.

De dag erna zag ik met mijn eigen ogen hoe tientallen jongeren en zelfs kleine kinderen in Beni Ansar op blote voeten, enkel in een natte zwembroek, uitgeput op de grond zaten. Daar sprak ik met Ayoub. Hij is zestien jaar oud en komt uit Tinghir. Hij had de dag ervoor de oversteek gewaagd en werd weer uitgezet nadat hij kort in Melilla was geweest. Ik vroeg hem waarom hij zijn leven waagde voor die overkant. ‘Ik ben niet op zoek naar eten, of naar wat dan ook. Ik ben op zoek naar mijn karama’, zei hij.

Ayoub zoekt waardigheid. Gewoon de erkenning dat hij bestaat en recht heeft op zorg, onderwijs en een toekomst. Karama, hetzelfde woord dat een jaar eerder al duizenden jonge Marokkanen op straat scandeerden, en waarvoor Nasser Zefzafi twintig jaar cel kreeg.

In mijn eigen regio zijn bijna alle jongeren en jonge volwassenen weg

Terwijl Ayoub hier in deze zee zijn leven waagde, verschenen er op sociale media al snel cynische en neerbuigende berichten. Geschreven door mensen die schijnbaar vergeten zijn dat hun eigen voorouders ooit precies diezelfde overtocht hebben gemaakt. Nu ze zelf een waardig leven leiden, kijken ze jammer genoeg neer op wie hiernaar op zoek is. Iemand zei zelfs dat opgeleide jongeren toch gewoon in Canada kunnen solliciteren, en bevestigde daarmee zonder het te beseffen precies het probleem. Onderwijs is hier een privilege, en zelfs met een diploma op zak vertrekken velen alsnog. Want een goede opleiding opent hier namelijk geen deuren zonder de juiste naam of de juiste contacten.

Maar waarom moet een waardig leven eigenlijk alleen in Canada of ergens ver van hier te vinden zijn en niet gewoon in eigen land? Stel dat mijn voorouders nooit waren vertrokken en hier een waardig leven hadden, dan was ik hier gewoon thuis en nooit in Europa geboren. Ik had nooit tussen twee werelden hoeven leven.

De cijfers geven Ayoub gelijk. Een gemiddelde Marokkaan geniet volgens het HDI-rapport van de VN slechts 6,2 jaar onderwijs en daarmee staat Marokko wereldwijd op de schandelijk lage 120e plaats. Het land kampt ook met een tekort van tienduizenden artsen. In delen van het binnenland is er nog geen één arts per duizend inwoners. Word je ziek en heb je geen geld op zak, dan is zorg geen grondrecht maar een doodsvonnis.

En hoe gek is het eigenlijk dat ik als Riffijnse Nederlandse tijdens mijn vakantie in Marokko gewoon mijn Nederlandse paspoort kan pakken en binnen een halfuur de grens over kan rijden naar Melilla voor de beste zorg zodra ik ziek word. Voor Ayoub en voor mijn eigen familie hier in het land is diezelfde zorg onbereikbaar.

De publieke opinie probeert ook wat er in deze zee gebeurde steeds weg te zetten als een geopolitiek spel. Steeds hetzelfde excuus over een zionistisch complot of een geheime buitenlandse macht die het land wil destabiliseren. Geloof me, daarvoor is echt geen geheime agenda nodig, alleen een systeem dat weigert in zijn eigen kinderen te investeren. En er is maar één vraag die niemand hardop durft te stellen: waarom vertrekken er zoveel zodra ze ook maar de kleinste kans zien? Dat zegt niets over een complot, maar alles over dit regime en zijn beleid. En iedereen die deze vraag negeert met een complot, redt het regime en laat Ayoub opnieuw in de steek.

Ik kijk nog een keer uit over de zee, die nu ook Ayoubs verhaal draagt. Zestien jaar oud en toch oud genoeg om te weten dat blijven geen optie meer is. Niet verwend of lui, en al helemaal geen hype waarin hij meeging. Maar gewoon een jongen die zijn karama nergens anders meer kon vinden dan in de zee zelf. Over een paar weken vlieg ik terug naar Nederland en laat ik het land achter. Zeker niet als vakantiebestemming, maar als een land vol verdronken dromen.

Hoogste Mariabeeld van Europa (55,6 meter) onthuld in Polen

0

In aanwezigheid van oud-president Lech Walesa werd afgelopen zaterdag een enorm beeld van de maagd Maria onthuld in het Poolse dorpje Konotopie, schrijft de Britse krant The Guardian.

Het beeld is met 55,6 meter hoger dan het Christusbeeld in de Braziliaanse stad Rio de Janeiro, en eveneens hoger dan het beeld ‘Christus Koning’ in de Poolse stad Swiebodzin (52,5 meter hoog). Hoewel het beeld in Konotopie vermoedelijk het grootste is in Europa, is het niet zo hoog als dat van Maria in de Filippijnen (98,15 m).

Lech Walesa, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn leiderschap van het Poolse anticommunistische verzet tegen het communistische regime, was prominent aanwezig tijdens de inhuldigingsceremonie. Voor Walesa, die na de val van de Sovjetunie werd verkozen tot de president van Polen, bracht het geloof in God de kracht om tegen het communisme te strijden, schrijft The Guardian.

In het katholieke Polen speelde de kerk na de val van het communisme een grote rol in het publieke leven. De kerk had dankzij haar steun aan het anticommunistische verzet een reputatie opgebouwd. Terwijl de invloed van de kerk de laatste jaren is verminderd, vooral onder jongeren en in de steden, blijft de katholieke kerk invloedrijk, vooral onder ouderen en op het platteland.

Het beeld van Maria werd gefinancierd door de rijke Poolse zakenman Roman Karkosik, die samen met zijn vrouw zijn ‘dankbaarheid aan God’ wilde tonen. Zij zeggen het beeld open te stellen voor iedereen.

Ghana neemt het voortouw in roep om herstelbetalingen voor slavenhandel

0

De aandacht voor de trans-Atlantische slavenhandel groeit, net als de roep om compensatie voor het gepleegde onrecht. Ghana neemt hierin nu het voortouw, schrijft de BBC.

De Verenigde Naties namen afgelopen maart een resolutie aan die slavernij als ‘de grootste misdaad tegen de menselijkheid’ omschreef. De Verenigde Staten stemden tegen en Europese landen, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, onthielden zich van stem.

Het Verenigd Koninkrijk en Portugal, die de trans-Atlantische slavenhandel domineerden, hebben het idee van herstelbetalingen stelselmatig afgewezen. Volgens de BBC is dat niet verwonderlijk, aangezien het bedrag dat het VK schuldig is aan getroffen naties is geschat op 18 biljoen pond.

Ghana was initiatiefnemer van de VN-resolutie. Zo’n tien tot vijftien procent van de naar schatting twaalf miljoen Afrikanen die werden ontheemd en ontmenselijkt, kwam uit het gebied dat nu Ghana is. Vele anderen werden vanaf de Ghanese kust naar andere landen vervoerd.

Ghana wil dat er een systeem wordt opgezet waarmee studiebeurzen en groeikapitaal voor jonge Afrikaanse ondernemers worden gefinancierd. Ook wil het land dat terugkerende gezondheidsproblemen worden onderzocht. Volgens sommigen werden deze problemen veroorzaakt door de ernstige ondervoeding en onmenselijke omstandigheden van de slavernij van destijds.

Eén van de instituten die Ghana ter verantwoording wil roepen, is de Anglicaanse Kerk, de Church of England. In de achttiende eeuw runde de missionaire tak van de kerk plantages en bezat honderden slaven. Hiermee kon zij haar werk in het buitenland financieren. Een rapport van de kerk vond dat de organisatie grote investeringen had gedaan in de slavenhandel en er goed aan had verdiend.

De kerk heeft inmiddels een fonds opgericht waarmee gemeenschappen kunnen worden geholpen die nog steeds kampen met de gevolgen van de slavenhandel. Dit heeft binnen de kerk ook weerstand opgeroepen, mede omdat sommige Afrikanen zelf zouden hebben meegewerkt aan het gevangenzetten en het verkopen van hun landgenoten.

Binnen Ghana zelf wordt de discussie rond Afrikaanse medeplichtigheid ook gevoerd, schrijft de BBC. Koning Tackie Teiko Tsuru II, leider van het Ga-volk, bood onlangs excuses aan voor het aandeel van zijn voorouders in de slavenhandel. Hij omschreef de transatlantische slavenhandel, in lijn met de VN-resolutie, als ‘de grootste misdaad tegen de menselijkheid.’

Zeeuwse stranden en Brabantse heide: waarom komen Nederlanders van kleur hier zo weinig?

0

Nederlandse recreatiegebieden trekken maar weinig bezoekers met een migratieachtergrond. Hoe kan dat?

Tweede Pinksterdag, een zonovergoten dag in het Noord-Hollandse Driehuizen. Het is druk bij de restaurants en bootjesverhuur De Vriendschap. Druk, met ogenschijnlijk honderd procent witte recreanten. Een homogeen beeld dat deze zomer ook op tal van andere plekken in recreërend Nederland terugkeert. Hoe kan dat? Waar is de recreant van kleur?

Ondanks de vele onderzoeken naar recreatie en toerisme in Nederland is de etnische samenstelling van bezoekers aan landelijke recreatiegebieden voor zover bekend nooit systematisch in kaart gebracht. Na weken van bezoeken aan recreatiegebieden in juni, juli en augustus dringt zich steeds hetzelfde beeld op. Anders dan in veel steden ogen de Nederlandse buitengebieden nog altijd overwegend wit. Op wandelpaden van Staatsbosbeheer in Brabant, op terrassen in de Noord-Hollandse polders en op de met toeristen drukbezochte Zeeuwse eilanden zijn bezoekers met een niet-westerse achtergrond slechts sporadisch te zien.

Kiezen Nederlanders met een migratieachtergrond bewust voor andere vormen van vrijetijdsbesteding? Voelen zij zich minder thuis in de traditionele Nederlandse recreatiegebieden? Of laten de vele ondernemers, natuurorganisaties en overheden die met campagnes bezoekers proberen te verleiden hier bewust of onbewust een grote doelgroep liggen?

Schapenscheren

Jacinto Zimmerman verhuisde begin jaren tachtig van Curaçao naar Eindhoven en is actief in een Eindhovense wijk met een diverse bevolking. Tijdens een bezoek aan de Strabrechtse Heide op een tropische zaterdag eind juni kijkt hij nieuwsgierig naar een demonstratie schapenscheren en neemt enthousiast plaats achter een spinnenwiel. ‘Er is een wereld voor me opengegaan,’ zegt hij. ‘Dit ga ik zeker met mijn buren delen.’

Het prachtige heidegebied ligt op een uurtje fietsafstand van Eindhoven. Toch is Zimmerman er nooit eerder geweest. ‘Nog nooit heeft iemand me benaderd hiernaartoe te komen.’ Hij wist simpelweg niet van het bestaan. Het steekt hem dat door ondernemers in de recreatieve sector en door overheden de afwezigheid van mensen van kleur al gauw wordt uitgelegd als ‘ze willen zelf niet’. Zimmerman: ‘Als je geen hand reikt, dan komen we niet.’

Jacinto Zimmerman op de Strabrechtse Heide. Beeld: Arjan van Westen

Op het terras van het Heidecafé, met een koude cola voor zich, vertelt Zimmerman gepassioneerd over de noodzaak van meer inclusiviteit in de recreatiesector. In het bijzonder pleit hij voor meer zichtbaarheid van de Nederlands-Caribische cultuur. Zo stelde hij in Uden voor om tijdens een traditioneel volksdansfeest ook groepen in Antilliaanse kleding te laten optreden. ‘Nooit meer iets van gehoord. Je stuit dan toch op terughoudendheid.’ Volgens Zimmerman moet de Nederlandse cultuur haar eigen diversiteit veel nadrukkelijker laten zien. Dat geldt ook voor het recreatieaanbod. ‘Zorg ervoor dat bezoekers eigen spullen mee mogen nemen. Nu is het: ik serveer je mijn catering. Ik bepaal hoe jij hier gelukkig mag zijn.’

Zimmerman zou na deze eerste kennismaking graag een busreis voor zijn buurt organiseren naar de Strabrechtse Heide. ‘Langs elkaar heen recreëren is gewoon heel erg. Als je koloniale structuren wilt doorbreken, moet je elkaar ontmoeten.’

‘Niet ingericht op mensen zoals ik’

Sahar Noor boekt regelmatig een vakantiehuisje op het platteland. Hoe vaker ze het deed, hoe meer het haar opviel ‘hoe wit de omgeving is’. Als zelfstandig onderzoeker geldt ze als expert op het gebied van inclusiviteit en diversiteit. Dat ze op vakantie in de Nederlandse buitengebieden het gebrek aan inclusie en diversiteit moet missen, verbijstert haar en, zo legt ze net voor vakantie in juli aan de telefoon uit, zorgt voor ongemak. ‘Dit is helemaal niet ingericht op mensen zoals ik.’

‘Alleen maar jonge blonde meiden en jongens in de bediening’

Om met een niet-westerse achtergrond te gaan recreëren buiten de grote steden, loop je allereerst tegen een aantal praktische zaken aan. Als ervaringsdeskundige vertelt Noor over een all-inclusiveconcept van een Nederlandse hotelketen dat ze in Oost-Nederland drie keer bezocht. ‘De kinderen vonden het geweldig met zo’n zwembad.’ Maar dan de menukaart. ‘Geen halal, geen vegetarische alternatieven zoals een niet-vleesbittergarnituur of alcoholvrij bier of mocktails.’ De keuze van muziek in de horeca op het platteland staat diversiteit volgens Noor goed in de weg. ‘Draai eens wat meer muziek die ik ook op FunX hoor in plaats van alleen maar André Hazes of Snollebollekes.’

Volgens Noor is het geen toeval dat je zo weinig Nederlanders met een migratieachtergrond ziet. Ondernemers hebben daar simpelweg weinig oog voor. ‘Ze hebben voldoende trouwe en loyale klanten.’ Daardoor blijft het aanbod ook weinig afgestemd op mensen met een migratieachtergrond, wat dat patroon volgens haar alleen maar versterkt. ‘Als de sauna zonder badkleding is, dan gaan daar veel mensen niet komen. In veel culturen is dat echt een no-go.’ Noor spreekt regelmatig mensen die best willen, maar zich ‘totaal niet senang voelen’ om een tripje naar het Nederlandse platteland te ondernemen. Doe je dat wel, dan neem je voorzorgsmaatregelen. ‘Neem je eigen eten mee. Dat is dan wel weer heel Hollands,’ lacht ze.

‘Je ziet nooit een vrouw met hoofddoek’

Om de dominantie van de witte Nederlanders in de buitengebieden te doorbreken, zijn volgens haar de ondernemers en de overheden aan zet. ‘Het is de uitdaging voor de meerderheid om in contact te komen met de minderheid en zich daarin te verdiepen.’ Als ze een folder pakt voor een attractie in het buitengebied, ziet ze daarin vooral blonde mensen figureren. ‘Je ziet nooit een vrouw met hoofddoek.’ Vreemd vindt ze dat, want je negeert zo bijvoorbeeld Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond die ook gewoon onderdeel van de midden- en hogere klassen zijn. ‘Diversiteit moet je als ondernemer dwingen om anders naar je service en je producten te kijken.’

Dame met Indische achtergrond

Laatst bezochten Noor en haar man een groot strandcafé bij Lisse. ‘Alleen maar jonge blonde meiden en jongens in de bediening.’ En onder de gasten zagen ze ook niemand van kleur. Onwillekeurig vragen ze zich af wat de anderen van hen denken. ‘Het doet iets met je zelfbeeld. Je voelt dat je anders bent en daardoor meer ruimte inneemt.’

Onderzoeker Sahar Noor

Noor bezocht een tijd geleden ook een strandhotel op het Zeeuwse Schouwen-Duiveland. Het beeld van nauwelijks mensen van kleur was niet anders dan in de vakantiehuisjes in Noordoost-Nederland. Ze herinnert zich dat in het Zeeuwse hotel achter de balie een dame met een Indische achtergrond stond. Noors dochtertje van toen amper drie jaar oud was het zwarte haar en de bruine huid van de baliemedewerkster ook opgevallen. ‘Hé, mama, die mevrouw lijkt op jou.’ Ze herinnert zich de glimlach van haar dochter. ‘Die herkenbaarheid deed ook wat met haar.’

‘Inclusief taalgebruik en beeldmateriaal worden erg onderschat’

Ze vindt dan ook dat diversiteit onder personeel meer aandacht verdient. Enthousiast vertelt ze over restaurant A Beautiful Mess in Arnhem. De helft van het personeel woont in een azc. ‘Zo’n concept kun je ook uitrollen naar landelijke gebieden, daar zijn ook azc’s.’ En maak het, adviseert Noor, onderdeel van je marketing. ‘Inclusief taalgebruik en beeldmateriaal worden erg onderschat.’

Noor is weinig optimistisch over het realiseren van meer diversiteit in de buitengebieden van Nederland. De massaliteit waarmee de Nederlanders zonder migratieachtergrond recreëren is daar de oorzaak van. ‘Een hotel dat altijd volgeboekt is met trouwe, terugkerende klanten: waarom zou het zich moeten aanpassen aan een nieuwe doelgroep!’ Dus stelt Noor met overtuiging: ga als samenleving met urgentie het gesprek aan om meer draagvlak voor inclusiviteit in landelijk Nederland te realiseren.

Kan er bij ondernemers een angst zijn dat, wanneer ze zich meer richten op klanten met een moslimachtergrond, hun oude loyale klanten afhaken? ‘Ja, maar vraag je dan ook af: wil je die klanten dan nog wel? Als de basis van iets niet willen doen uitsluiting van een ander is, moet je je toch afvragen of je überhaupt een moreel kompas hebt.’

Voor dit verhaal zijn ook verschillende marketingcampagnes van provincies bekeken. Duidelijk is dat culturele diversiteit in campagnes die namen hebben als Gelderse Streken/VisitVeluwe en Je strandt het mooist in Zeeland geen zichtbare rol speelt. Deze toeristische campagnes draaien om rust, gezinnen en natuur. De afgebeelde bezoekers zijn overwegend wit.

Huiverig

Nick Bombaij, universitair docent marketing aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt hoe merken zich presenteren, onder meer op het gebied van diversiteit en inclusie. Uit onderzoek dat hij samen met Sadaf Mokarram-Dorri uitvoerde onder Amerikaanse consumenten blijkt dat een grotere representatie van minderheden op sociale media juist leidt tot meer betrokkenheid, zonder dat bestaande doelgroepen afhaken.

Volgens Bombaij zijn veel organisaties huiverig om hun campagnes diverser te maken uit angst bestaande doelgroepen van zich te vervreemden. Zijn onderzoek laat juist zien dat die vrees meestal ongegrond is. ‘Zeker als je een mix van identiteiten gebruikt, herkent iedereen wel iets waarin hij of zij zich aangesproken voelt. Dan is er geen weerstand.’

Universitair docent Nick Bombaij

Bombaij heeft geen onderzoek gedaan naar de Nederlandse markt, laat staan naar de marketing met betrekking tot het trekken van bezoekers naar de buitengebieden. Volgens Bombaij is er weinig reden om aan te nemen dat provincies bewust een weinig divers beeld neerzetten. Veel waarschijnlijker is het volgens hem dat campagnes vooral het bestaande publiek weerspiegelen. ‘Het is meer een soort van vicieuze cirkel die eigenlijk gewoon een beetje doorbroken moet worden.’

Zeeuwse marketeers

De makers van de campagne Je strandt het mooist in Zeeland laten weten dat inclusiviteit en culturele diversiteit bij de ontwikkeling van hun campagnes nadrukkelijk aandachtspunten zijn. Zij erkennen dat in de huidige campagne geen mensen van kleur te zien zijn en zeggen dat zij bij de verdere ontwikkeling kritisch blijven kijken naar representatie in hun beeldkeuzes. Zij wijzen er bovendien op dat in een eerdere Zeeland-campagne wel diverse rolmodellen waren opgenomen.

Zimmerman heeft nog een tip voor de Zeeuwse marketeers. Hij denkt dat het Zeeuwse slavernijverleden juist kansen biedt om een breder publiek aan te spreken. ‘Laat ook dat verhaal zien. Dan herkennen meer mensen zich erin en voelen ze zich eerder uitgenodigd om er een dag naar Zeeland te gaan.’

17 helden van de Indonesische onafhankelijkheid

0

Vandaag, 17 augustus, is Indonesië 81 jaar. Deze zeventien figuren – dertien Indonesiërs, vier Nederlanders – tonen samen de veelstemmige geschiedenis van verzet, samenwerking en morele ambiguïteit rond de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

De overgave van Diponegoro. Beeld: Nicolaas Pieneman Wikipedia / Wikimedia Commons

1. Prins Diponegoro (1785–1855)

Diponegoro was de charismatische leider van de Java‑oorlog (1825–1830), de grootste antikoloniale opstand van de negentiende eeuw. Zijn conflict met het koloniale bestuur groeide uit tot een massale strijd die Java ontwrichtte. Diponegoro wist zowel de islamitische leiders als de adel achter zich te krijgen en werd door zijn volgelingen gezien als Ratu Adil, de rechtvaardige vorst uit de Javaanse profetieën.

Uiteindelijk werd Diponegoro in 1830 tijdens onderhandelingen met de Nederlanders gearresteerd. Hij werd verbannen naar Makassar, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Diponegoro werd in de twintigste eeuw een symbool van Indonesisch nationalisme. Hij was een opstandige prins die zich verzette tegen buitenlandse overheersing, maar ook een charismatische religieus leider.

De Java-oorlog kostte naar schatting 200.000 Javanen het leven en bracht het Nederlandse koloniale bestuur diep in de schulden. Dit zorgde mede voor de instelling van het beruchte Cultuurstelsel (1830-1870) op Java, dat Javaanse boeren dwong om voor de Nederlanders te werken.

Indonesische postzegel uit 2017 met Thomas Matulessy. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

2. Pattimura / Thomas Matulessy (1783–1817)

Pattimura, geboren als Thomas Matulessy, leidde in 1817 een grote opstand op de Molukken tegen het Nederlandse koloniale gezag. De Molukken waren eeuwenlang strategisch belangrijk vanwege de kruidnagelhandel, en de lokale bevolking had zwaar te lijden onder dwangarbeid, monopoliepolitiek en economische uitbuiting. Pattimura was een voormalig soldaat in Britse dienst. Hij wist na de terugkeer van de Nederlanders een brede coalitie van dorpshoofden en strijders te verzamelen. De rebellie begon met de verovering van Fort Duurstede op Saparua, waarbij de Nederlandse resident werd gedood.

Hoewel de opstand aanvankelijk succesvol was sloegen de Nederlanders hard terug. Pattimura werd gevangengenomen en in november 1817 geëxecuteerd. Zijn dood maakte hem tot martelaar. In de Indonesische nationale historiografie geldt hij als een van de eerste moderne vrijheidsstrijders. Hij streed niet voor een dynastie maar tegen koloniale onderdrukking. Zijn naam leeft voort in talloze straten, scholen en monumenten.

Teuku Umar in ca. 1890
Teuku Umar in ca. 1890. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

3. Teuku Umar (1854–1899)

Teuku Umar was een van de meest gevreesde leiders van de Atjeh‑oorlog (1873–1914), een van de langste en bloedigste koloniale conflicten uit de Nederlandse geschiedenis. Umar stond bekend om zijn strategische sluwheid. Hij werkte een tijdlang samen met de Nederlanders en nam hun wapens en andere hulp in ontvangst. Maar vervolgens liep hij over naar de kant van de rebellen. Umars guerrillatactieken maakten hem bijzonder effectief.

De Atjehse opstandelingenleider vocht niet voor Indonesië, wat dat concept kende hij nog niet. Hij streed voor de Atjehse politieke en religieuze orde, waarin de adel en islamitische geestelijken een centrale rol speelden. In 1899 sneuvelde hij, toen de Nederlanders hem in een hinderlaag lokten. Toch wordt hij nog steeds gezien als meesterstrateeg. In de Indonesische herinnering staat Umar symbool voor slimheid, onvoorspelbaarheid en compromisloos verzet. Zijn weduwe Cut Nyak Dien zette zijn strijd voort.

Cut Nyak Dhien in 1907. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

4. Cut Nyak Dien (1848–1908)

Cut Nyak Dien is de beroemdste vrouwelijke vrijheidsstrijder van Indonesië. Na de dood van haar eerste man in de Atjeh‑oorlog hertrouwde ze met Teuku Umar, met wie ze actief deelnam aan de guerrillastrijd. Toen Umar in 1899 sneuvelde nam zij zelf het bevel over zijn troepen over.

Dien stond bekend om haar onverzettelijkheid, religieuze overtuiging en charisma. Ze leidde jarenlang een mobiele guerrilla-eenheid in de bergen van Atjeh, ondanks toenemende ontberingen en haar verslechterende gezondheid. Uiteindelijk werd ze verraden door een eigen strijder, die haar lijden niet langer kon aanzien. De Nederlanders deporteerden haar naar Sumedang op West‑Java, waar ze in 1908 overleed. In de Indonesische nationale geschiedenis is zij een symbool van vrouwelijke moed, religieuze vastberadenheid en de langdurige Atjehse weerstand tegen koloniale overheersing.

Portret van Raden Ajeng Kartini. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

5. Raden Adjeng Kartini (1879–1904)

Ze geldt als de beroemdste voorvechtster van vrouwenemancipatie in Nederlands-Indië. Als dochter van een Javaanse regent groeide Raden Adjeng Kartini op binnen de aristocratische Javaanse elite. Ze verzette zich echter tegen de beperkingen die vrouwen werden opgelegd. Via correspondentie met Nederlandse vrienden ontwikkelde Kartini een kritische visie op kolonialisme, onderwijs en de positie van vrouwen. Vooral het gebrek aan scholing voor Javaanse meisjes zag zij als een groot probleem.

Kartini bewonderde elementen van de Europese Verlichting, maar bleef tegelijkertijd geworteld in de Javaanse cultuur. Haar beroemde brieven, later gepubliceerd onder de titel Door Duisternis tot Licht, maakten haar postuum tot een symbool van vooruitgang en intellectuele vrijheid. Hoewel zij geen revolutionair of nationalist in moderne zin was inspireerden haar ideeën latere Indonesische generaties in hun strijd voor emancipatie en onderwijs. Hari Kartini (21 april) is in Indonesië een nationale dag ter ere van vrouwenemancipatie.

Ernest Douwes Dekker. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

6. Ernest Douwes Dekker (1879-1950)

Ernest Douwes Dekker, een neefje van Eduard Douwes Dekker aka Multatuli, was een van de eerste expliciet antikoloniale denkers van Nederlands‑Indië. Als Indo‑Europeaan bevond hij zich tussen twee werelden, wat zijn politieke bewustzijn sterk vormde.

In 1912 richtte hij samen met Tjipto Mangoenkoesoemo en Soewardi Soerjaningrat de Indische Partij op, de eerste politieke beweging in Nederlands-Indië die openlijk streefde naar zelfbestuur en uiteindelijk onafhankelijkheid. De partij werd snel verboden en Douwes Dekker werd verbannen. Zijn ideeën bleven echter circuleren.

Ernest keerde uiteindelijk weer terug naar Indonesië. Hoewel hij geen hoofdrol speelde in de revolutie van 1945 geldt hij als een van de intellectuele grondleggers van het Indonesisch nationalisme. Soekarno was zwaar schatplichtig aan hem. Later gaf Soekarno korte tijd les aan Douwes Dekkers Ksatrian-school in Bandung.

Hadji Oemar Said Tjokroaminoto. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

7. Hadji Oemar Said Tjokroaminoto (1882–1934)

Tjokroaminoto was de leider van Sarekat Islam, de eerste massale antikoloniale beweging in Nederlands‑Indië. Onder zijn leiding groeide de organisatie uit tot een politieke kracht met honderdduizenden leden, variërend van handelaren tot arbeiders.

Tjokroaminoto was een begenadigd spreker en een pragmatisch organisator die religie, sociale rechtvaardigheid en nationalisme wist te verbinden. Zijn huis in Surabaya werd een broedplaats van toekomstige leiders. Soekarno en de marxistische leider Tan Malaka woonden er als jonge mannen.

Hoewel Sarekat Islam later versplinterde door ideologische conflicten tussen islamisten, socialisten en nationalisten blijft Tjokroaminoto een sleutelfiguur. Hij legde de basis voor massapolitiek in Indonesië en introduceerde een nieuwe generatie aan het idee dat onafhankelijkheid niet slechts een droom was, maar realiseerbaar.

Soekarno leest de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring voor. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

8. Soekarno (1901–1970)

De eerste president de republiek Indonesië dankte zijn naam aan aan het wajangspel, het schaduwspel waarmee mythische verhalen werden opgevoerd. Zijn naam wijst naar Karno, een van de helden uit het wajangspel. Soekarno was daarnaast architect, liefhebber van modieuze pakken, snelle auto’s en mooie vrouwen. Volgens journalist David Van Reybrouck heeft hij als president ook nader kennis gemaakt met Marilyn Monroe, de legendarische actrice.

Als student in Bandung ontwikkelde Soekarno zijn ideologie van nationalisme, islam en marxisme als drie pijlers van een verenigd front tegen kolonialisme. Hij richtte de nationalistische partij PNI op, werd meerdere keren gearresteerd, gevangengezet en verbannen.

Tijdens de Japanse bezetting van 1942-1945 koos Soekarno voor de pragmatische weg. Hij werkte samen met de Japanners, maar gebruikte die ruimte ook om de basis te leggen voor een toekomstige onafhankelijke Republiek Indonesië. In deze tijd ontwikkelde hij ook de Indonesische staatsideologie van de Pancasila, Sanskriet voor Vijf Zuilen. Hoewel de islam een belangrijke rol speelt in het huidige Indonesië is het eilandenrijk dankzij Soekarno geen islamitische republiek geworden, zoals Pakistan. Op 17 augustus 1945 proclameerde hij samen met Mohammed Hatta de Indonesische onafhankelijkheid.

Hatta (4e van links) tijdens de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Beeld: Joop van Bilsen voor Anefo. Wikipedia / Wikimedia Commons

9. Mohammad Hatta (1902–1980)

Hatta was de intellectuele tegenhanger van Soekarno en mede‑proclamator van de Indonesische onafhankelijkheid. Hij studeerde economie aan de Hogeschool van Rotterdam (tegenwoordig de Erasmus Universiteit) en sloot zich aan bij de Indonesische studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia.

Hatta pleitte voor een moderne, democratische en internationaal georiënteerde Indonesische staat. Zijn rustige, analytische stijl maakte hem een effectieve diplomaat. In 1949 was Hatta in Nederland om de soevereiniteitsoverdracht te accepteren. Soekarno was hier niet welkom vanwege zijn rol tijdens de Japanse bezetting. Als eerste vicepresident hielp Hatta de jonge republiek institutioneel vorm te geven.

Zijn breuk met Soekarno in 1956 symboliseerde de spanningen tussen charismatisch leiderschap en constitutionele politiek. Hatta wordt herinnerd als een principiële, integere nationalist, die – samen met Sutan Sjahrir – de morele en bestuurlijke ruggengraat van de onafhankelijkheidsbeweging vormde.

Sutan Sjahrir in 1947 in Malang. Beeld: Indonesian Press Photo Service. Wikipedia / Wikimedia Commons

10. Sutan Sjahrir (1909–1966)

Sjahrir was een van de meest briljante intellectuelen van de Indonesische vrijheidsstrijd. Als jonge socialist weigerde hij tijdens de Japanse bezetting elke vorm van samenwerking, wat hem morele geloofwaardigheid gaf in 1945. Hij werd de eerste premier van Indonesië en probeerde de revolutie te sturen richting diplomatie, internationale erkenning en gematigd socialisme.

In zijn pamflet Onze Strijd keerde Sjahrir zich tegen het revolutionaire geweld tegen Nederlanders, Indo’s en Chinezen, de zogenoemde Bersiap. Hiermee maakte hij zich niet geliefd onder radicalen. Voor de Nederlanders was Sjahrir, juist omdat hij zich tegen de Japanners had verzet, echter een acceptabele onderhandelingspartner. Hij was het die in Linggajati een akkoord met de Nederlanders sloot, waardoor de Republiek Indonesië de facto werd erkend.

Nederland besloot dit akkoord echter anders uit te leggen en in 1947 Indonesië aan te vallen, de eerste ‘Politionele Actie’. Hierdoor raakte Sjahrir politiek gemarginaliseerd. Als diplomaat wist Sjahrir daarna echter veel goodwill voor Indonesië te kweken bij de internationale gemeenschap, wat bijdroeg aan de sterke internationale druk op Nederland om de soevereiniteit over te dragen.

File:Sudirman.jpg
Sudirman. Beeld: Indonesia Press Photo Service / Indonesische Ministerie van Defensie. Wikipedia / Wikimedia Commons

11. Generaal Sudirman (1916–1950)

Sudirman was de militaire held van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Als voormalig leraar zonder klassieke militaire opleiding, hij had alleen een PETA-training bij de Japanners gevolgd, werd hij in 1945 gekozen tot opperbevelhebber van de TNI, het Indonesische leger. Zijn leiderschap tijdens de Nederlandse politionele acties was in zekere zin legendarisch. Ondanks tuberculose leidde hij vanuit zijn draagstoel een maandenlange guerrillatocht door Midden‑Java, om de republikeinse strijdkrachten bijeen te houden.

Sudirman geloofde dat de Republiek alleen kon overleven door vastberadenheid en morele discipline. Zijn strategie van mobiele guerrilla‑oorlogvoering maakte het voor Nederland onmogelijk om de republiek definitief te verslaan. Hij overleed in 1950, kort na de soevereiniteitsoverdracht, uitgeput door de oorlog.

File:AH Nasution as the Deputy Commander of the Indonesian Armed Forces.jpg
Nasution als de onderaanvoerder van de Indonesische strijdkrachten in 1946. Beeld: Military Collection of Indonesia. Wikipedia / Wikimedia Commons

12. Abdul Harris Nasution (1918–2000)

Maar dat de Nederlanders de oorlog militair gezien niet konden winnen was vooral te danken aan het genie van Abdul Haris Nasution, the man with a plan. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog ontwikkelde deze voormalige KNIL-militair mede op basis van de negentiende-eeuwse Duitse strateeg Carl von Clausewitz het concept van een totale volksoorlog. Een normale oorlog zou Indonesië nooit winnen van Nederland, een guerrillaoorlog wel.

Zijn ideeën bepaalden de militaire strategie van de TNI en beïnvloedden later ook andere Aziatische bevrijdingsbewegingen. Na 1949 bleef Nasution een invloedrijke figuur als minister van Defensie en stafchef. Hij overleefde de aanslag tijdens de mislukte communistische coup van 30 september 1965, waarbij zijn dochter omkwam. In de daaropvolgende machtsstrijd steunde hij generaal Soeharto, maar werd later op een zijspoor gezet.

De erfenis van Nasution is niettemin omstreden. Hij wad de eerste die ervoor pleitte dat het leger een belangrijke rol moest spelen in de binnenlandse politiek van Indonesië. Soeharto geloofde dat ook en de huidige president Prabowo Subianto.

File:Tan-malaka-Hong-Kong-Mugshot.jpg
Mugshot van Tan Malaka door de politie van Hong Kong, 1932. Beeld: Onbekend, Wikipedia / Wikimedia Commons

13. Tan Malaka (1897–1949)

Tan Malaka was de meest radicale en visionaire denker van de Indonesische vrijheidsstrijd. Aanvankelijk was hij zeer beïnvloed door de Nederlandse revolutionair Henk Sneevliet, maar hij koos al snel zijn eigen weg. Als marxist, leraar en revolutionair opereerde hij decennialang in ballingschap, van Moskou tot Shanghai en Manila. Zijn boek Naar de Republiek Indonesia (1925) was een van de eerste teksten die een onafhankelijke Indonesische staat theoretisch doordacht.

Tan Malaka stond vaak buiten de officiële beweging. Hij botste met de communisten, met Soekarno én met Sjahrir. Toch speelde hij een cruciale rol in de revolutie van 1945–1949, onder meer door het organiseren van arbeiders en jongeren. Zijn radicale visie op volkssoevereiniteit en sociale rechtvaardigheid maakte hem populair onder militante groepen. In 1949 werd hij door republikeinse troepen geëxecuteerd, nadat de marxistische Maidun-opstand was mislukt. Pas decennia later werd hij gerehabiliteerd. Tan Malaka geldt nu als een van de meest originele en tragische figuren van de Indonesische revolutie.

14. Jan ‘Poncke’ Princen

De bekendste Nederlandse overloper tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was Jan’Ponkce’ Princen. Hij had in het Nederlandse verzet gezeten tijdens de Duitse bezetting, maar weigerde daarna mee te werken aan koloniale oorlogvoering in Indonesië. In 1948 liep hij over naar de Republiek Indonesië en vocht vervolgens aan Indonesische zijde. Voor veel Nederlanders gold hij lange tijd als verrader. Het Nederlandse leger probeerde hem en zijn groep te pakken te krijgen. Dit lukte bijna. Poncke Princen overleefde de Nederlandse aanval, maar zijn Indonesische vrouw kwam om.

Poncke Princen bekeerde zich tot de islam en bleef zich als pro deo-advocaat inzetten voor de armen en verdrukten in zijn nieuwe vaderland. Dit laatste maakte hem niet populair bij de Indonesische autoriteiten en tot tweemaal toe werd hij in de jaren vijftig door Soekarno gevangen gezet. In 1994 wilde Princen zijn oude vaderland weer bezoeken. Minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo (D66) had hier geen principiële bezwaren tegen, maar boze veteranen maakten stampij en Princen kwam daarom ons land niet in.

Journalist Niels Mathijssen van De Groene Amsterdammer schrijft nu een biografie over Poncke Princen.

Piet van Staveren - Wikipedia
Piet van Staveren. Beeld: De Waarheid. Wikipedia / Wikimedia Commons

15. Piet van Staveren

Deze communistische dienstplichtige deserteerde uit het Nederlandse leger en sloot zich in 1947, vlak voor de eerste zogenoemde politionele actie, aan bij de Republiek Indonesië. Van Staveren maakte propaganda-uitzendingen voor de Indonesische zaak en riep Nederlandse soldaten op hun wapens neer te leggen. Hij maakte eind 1948 als communist de opstand van Maidun mee tegen de Indonesische nationalisten, maar overleefde dit avontuur ternauwernood.

In 1949 werd hij door de Indonesiërs uitgeleverd aan Nederland en kreeg zeven jaar gevangenisstraf opgelegd. Tientallen andere Indonesiëweigeraars werden tot flinke straffen veroordeeld, zoals bijvoorbeeld Jan Maassen (1929-2014) die tot 1952 in de gevangenis moest zitten. Maar iedereen kwam eerder vrij dan Van Staveren, die immers was gedeserteerd in Indonesië zelf.

Joris Ivens (links) en de Amerikaanse journalist Ernest Hemingway bij commandant Ludwig Renn van de Internationale Brigade in 1936 in Spanje. Beeld: Onbekend. Wikipedia / Wikimedia Commons

16. Joris Ivens (1898–1989)

De linkse filmregisseur Joris Ivens was een overtuigd internationaal anti-fascist en anti-imperialist. In 1937 maakte hij de documentairefilm The Spanish Earth, waarin hij op geëngageerde wijze de strijd van de linkse Spaanse Republiek tegen de fascistische generaal Franco verhaalde.

Ivens raakte vlak na de Tweede Wereldoorlog nauw betrokken bij de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Hij maakte in 1946 de documentaire Indonesia Calling, waarin hij de havenarbeiders in Australië portretteerde die weigerden Nederlandse schepen richting Indonesië te laten vertrekken. Daarmee positioneerde hij zich expliciet tegen het Nederlandse koloniale beleid. De Nederlandse regering nam Ivens deze film erg kwalijk en de regisseur mocht voor lange tijd ons land niet meer in.

Tas (1946)
Sal Tas in 1946. Beeld: IISG. Wikipedia / Wikimedia Commons

17. Sal Tas (1905–1976)

De socialistische journalist Sal Tas raakte bevriend met Sutan Sjahrir, toen de Indonesische revolutionair in Nederland studeerde. Tas’ vrouw Maria Duchâteau vond Sjahrir echter ook heel leuk en reisde hem achterna terug naar Indonesië, om met hem te trouwen. Ze was echter nog niet gescheiden van Tas, waarop het huwelijk werd ontbonden. Maar ondanks deze pijnlijke situatie bleef Tas vrienden met Sjahrir en zijn politieke zaak steunen.

Als journalist verzette Tas zich publiekelijk tegen de Nederlandse militaire acties. Hij vertegenwoordigt de kleine maar intellectueel invloedrijke stroming in Nederland die de Indonesische onafhankelijkheid moreel ondersteunde, vaak tegen de publieke opinie in. Zijn rol is minder spectaculair dan die van overlopers Poncke Princen of Piet van Staveren, maar wel belangrijk in het ideologische debat in Nederland zelf.