21.1 C
Amsterdam
Home Blog

Zomergasten: de wereld van Sigrid Kaag is veel groter dan Nederland

0

Na een half uur Zomergasten rol je toch even van je stoel. Sigrid Kaag (64) had zomaar secretaris-generaal van de Verenigde Naties kunnen worden. Zo’n tien jaar geleden vroegen de Amerikanen Nederland om haar beschikbaar te stellen. Maar Nederland dong naar een zetel in de VN-Veiligheidsraad en liet het lopen.

Kaag werkte ruim twintig jaar bij de VN voordat ze in 2017 minister werd. Ze weet dus hoe beperkt de macht van de hoogste baas kan zijn. Verwacht niet te veel van de huidige secretaris-generaal Guterres, is haar boodschap. ‘De politieke macht ligt bij de lidstaten.’ Als die het laten afweten, ‘kun je als secretaris-generaal hoog en laag springen, maar dan kom je echt niet veel verder.’

Ook over de democratie maakt Democraat Kaag zich weinig illusies. Na beelden van JD Vance op de Munich Security Conference en Carney op het World Economic Forum in Davos zegt ze: ‘De waardengemeenschap die wij zijn, staat zwaar onder druk.’ Wegkijken kan niet meer. ‘Je moet zeker niet de zwijgende meerderheid blijven.’

Kaag vertelt presentator Janine Abbring dat ze opgroeide in een flat in Zeist, met een grote vleugel midden in de kamer. Haar ouders letten scherp op het stem- en taalgebruik van Sigrid en haar zus. Later zou ze er als minister om worden bekritiseerd. Haar ouders waren er juist zeer tevreden over.

Zorgeloos was haar jeugd niet. Haar vader kampte met zware depressies en haar moeder kreeg een hersentumor. Bij de operatie verloor ze het zicht aan één oog, werd ze doof en raakte ze zwaar verlamd. De kinderen gingen tijdelijk naar pleeggezinnen.

Misschien koos Kaag juist daardoor al jong haar eigen ver-weg. Ze studeerde Arabische taal- en letterkunde in Utrecht, maar wilde meer: politicologie en economie erbij, met taal als middel. Daarvoor vertrok ze naar Caïro, in haar ogen een prachtige stad in de jaren tachtig. We zien een scène uit de Egyptische film The Yacoubian Building, waarin een arme jonge vrouw met een welgestelde heer praat over de grote sociale problemen van het leven in Egypte, terwijl ze dansen op muziek van Edith Piaf. Ook Kaag had in die tijd niet veel geld en was zich bewust van haar kwetsbare positie als vrouw in de Egyptische metropool.

‘O, je was dus vooral bezig met voorzichtig zijn’, zegt Abbring. ‘Ik dacht: misschien komen er nog spannende verhalen over het uitgaansleven.’ Die komen er wel degelijk. Abbring heeft uitgezocht in welke gelegenheden in de jaren tachtig tot diep in de nacht werd gedanst. En jawel: Kaag kwam er ook. Ze zong er zelfs Franse chansons, waar ze zo van hield. Het nachtleven in Caïro was geweldig, vertelt ze. Je reed zo naar de piramides, waar je toen nog makkelijk naartoe kon.

Op haar 31ste werkte Kaag als diplomaat voor Buitenlandse Zaken en ontmoette ze haar man, een Palestijnse tandarts en vredesactivist uit Jeruzalem. Hun volgende afspraakje was in Londen en ze besloot met hem te trouwen. Een lucide droom speelde daarbij een bijzondere rol: ze droomde dat ze naar Londen zou vertrekken en als een ander mens zou terugkomen. En zo gebeurde het.

Kaag vertelt dat ze haar hele leven al voorgevoelens en dromen heeft die uitkomen. Haar moeder en zus hebben dat zesde zintuig ook. Opvallend voor een vrouw die, verborgen achter een grote bril, zo rationeel en evenwichtig overkomt.

‘Het is prima als je oerconservatief wil zijn, maar geef dat dan toe’

Haar carrière is verbluffend. Ze onderhandelde met wereldleiders en terroristische organisaties, was ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties, is commissaris bij een Australisch mijnbouwbedrijf en geeft les in conflictonderhandelingen aan een Parijse universiteit. En dan is ze ook nog onbezoldigd en onafhankelijk lid van de adviesraad voor Gaza, die voortkomt uit een VN-resolutie. Wat die raad precies inhoudt, weet eigenlijk niemand. Trump-vertrouwelingen Jared Kushner en Steve Witkoff zitten erin, maar de raad is nog nooit bij elkaar gekomen.

Waarom zit Kaag er dan in? Als ze ook maar iets kan betekenen voor de Gazaanse bevolking, die in erbarmelijke omstandigheden probeert te overleven, bijvoorbeeld bij de toegang tot hulp en steun voor kinderen, doet ze dat. Tegelijkertijd laat ze doorschemeren dat er een moment kan komen waarop het voor haar klaar is.

Dan volgt een scène uit de film Caramel, over een schoonheidssalon in een christelijke wijk in Libanon. ‘Dit is ook het Midden-Oosten’, zegt Kaag. Een mozaïek van verschillende culturen en geloven, met ondanks de burgeroorlog een grote mate van tolerantie. Juist dat trof haar in de drie jaar dat ze in Libanon woonde.

Heel anders was haar terugkeer naar Nederland. Haar tijd als vicepremier en politiek leider van D66 werd een koude douche. ‘Nederland is kleiner geworden. Ik denk dat we, toen ik jonger was, toch een opener blik op de wereld hadden.’ Ze kreeg een stortvloed aan kritiek en beledigingen over zich heen en moest zelfs worden beveiligd als ze boodschappen deed bij de Albert Heijn om de hoek. Op een gegeven moment was het genoeg. ‘Weer een doelwit zijn in een tijdperk waarin de politieke gekte nog niet is uitgeraasd, waarom zou ik het doen? Ik had een heel politiek leven achter de rug, ik hoefde niets te bewijzen.’

Had ze heimwee naar een ander Nederland? ‘Misschien. We zijn veel kwijtgeraakt. Dat progressieve zelfbeeld dat we hebben, dat is er al lang niet meer. Het is prima als je oerconservatief wil zijn, maar geef dat dan toe.’

Deze zomer was Kaag weer in Libanon. Heimwee naar dat land dan? Ook niet. Heimwee vindt ze niet zo positief. ‘Daar moet je niet in verzanden, zeker niet op een bepaalde leeftijd.’

De avond eindigt met het prachtige Les Cèdres, over Libanon en de beelden die je met je meedraagt, ook als je ver van huis bent. Een zanger en zangeres zingen het samen, begeleid door een trompettist. Een passend slot. Kaag toont deze avond haar grote kennis van en liefde voor de Arabische cultuur. Ze lijkt inderdaad niet meer helemaal te passen in het Nederland dat ze eerder op de avond beschreef. Drie uur lang neemt ze ons mee in een veel grotere wereld. En tilt ze ons een klein beetje op.

Congolese regering en M23-rebellen bereiken akkoord over vredesonderhandelingen

0

De Democratische Republiek Congo (DRC) en de door Rwanda gesteunde M23-rebellen hebben een routekaart voor vredesbesprekingen ondertekend. Dit akkoord, bereikt na vijf dagen onderhandelen, markeert een nieuwe poging om het decennialange conflict in het oosten van Congo te beëindigen, schrijft de BBC.

De partijen hebben toegezegd ‘onderhandelingen te voeren voor een alomvattende vrede en een einde te brengen aan het conflict’. Dit proces bouwt voort op een eerder akkoord uit 2025. Een eerste verificatiemissie staat maandag gepland in Minembwe, in de provincie Zuid-Kivu, een gebied dat zwaar getroffen is door aanhoudend geweld.

Ondanks de diplomatieke vooruitgang blijven er volgens de Britse omroep aanzienlijke obstakels. Er is nog geen overeenstemming bereikt over heikele punten zoals de sancties tegen M23-leiders, de vrijlating van gevangenen en de timing van noodzakelijke politieke hervormingen. Bovendien beschuldigen de regering en de rebellen elkaar over en weer van het schenden van eerdere wapenstilstanden.

Het conflict is nauw verweven met de gespannen relatie tussen Congo en buurland Rwanda. Congo beschuldigt Rwanda ervan de M23-rebellen te steunen met troepen en wapens, een claim die Rwanda steevast ontkent, ondanks bewijs van internationale waarnemers. Rwanda voert op zijn beurt aan dat de DRC er niet in slaagt de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda (FDLR) te ontmantelen, een gewapende groep die het als een directe veiligheidsdreiging beschouwt.

Congo, rijk aan waardevolle grondstoffen die essentieel zijn voor producten als smartphones, is al decennia het toneel van instabiliteit. Sinds de escalatie in januari 2025, waarbij M23 strategische locaties zoals Goma en nabijgelegen luchthavens innam, zijn duizenden mensen omgekomen en honderdduizenden burgers ontheemd geraakt.

Syrië en Israël voeren gesprekken over ‘de-escalatie’ na twee Israëlische aanvallen op Syrië

0

Nadat Israël afgelopen week twee aanvallen uitvoerde op doelen in Syrië, zijn de landen onder Amerikaanse bemiddeling gestart met gesprekken, schrijven verschillende media.

Vorige week dinsdag voerde Israël een aanval uit op de Syrische luchtmachtbasis Abu al-Duhur, vlak bij de Turkse grens. Syrië en Turkije beschuldigden Israël ervan met de aanvallen de situatie in de regio te escaleren. De Verenigde Staten toonden zich ongebruikelijk kritisch tegenover Israël. De Amerikaanse ambassadeur in Turkije, die ook Trumps gezant voor Syrië en Irak is, omschreef de aanvallen als ‘onnodige escalatie’ die ‘de stabiliteit in de regio niet verder helpt’. De Israëlische minister van Defensie Israel Katz liet echter weten dat zijn land in aanloop naar de aanval ‘inlichtingen’ had gedeeld met ‘de bevoegde autoriteiten in de Verenigde Staten’.

Volgens Israël zou Syrië de ‘status quo’ die het met Israël had afgesproken, hebben geschonden door Turkse troepen toe te laten tot de luchtmachtbasis. Deze zouden een bedreiging vormen voor Israël.

Ondanks de ongebruikelijke Amerikaanse ‘tik op de vingers’ voerde het land afgelopen zaterdag opnieuw een aanval uit op een doel in Syrië. Meerdere mensen raakten gewond toen een auto in een dorp vlak bij de door Israël bezette Golanhoogvlakte door Israëlische drones werd geraakt. Syrië omschreef de aanval als een ‘schending’ van zijn soevereiniteit en het internationaal recht. Volgens Israël zou een ‘terrorist’ van plan zijn geweest een aanval uit te voeren, wat een bedreiging zou hebben gevormd voor Israëlische troepen in het gebied.

Israël bezette na de val van het Assad-regime een deel van het zuidwesten van Syrië en voerde volgens The New Arab honderden aanvallen uit op het land.

Syrië is sindsdien bezig met de wederopbouw van het leger en wordt daarbij geholpen door Turkije.

Terwijl Netanyahu en Erdogan na de aanval op de luchtmachtbasis ferme taal naar elkaar uitten, zijn er volgens de Turkse nieuwssite Serbestiyet inmiddels ‘geheime’ gesprekken gestart tussen Turkije en Israël, met Azerbeidzjan als bemiddelaar. Ook meldt de site dat de Syrische minister van Buitenlandse Zaken zondag het hoofd van de Mossad heeft ontmoet. Ook vóór de aanval op de luchtmachtbasis zouden de twee elkaar al hebben gesproken.

FvD moet 66.000 euro aan gemeente Amsterdam terugbetalen

0

Forum voor Democratie moet maar liefst 66.000 euro terugbetalen aan de gemeente Amsterdam, omdat geld dat bestemd was voor fractieondersteuning aan landelijke verkiezingsdoeleinden is gespendeerd. Dat is oneigenlijk gebruik van gemeentelijke middelen, zo meldt Binnenlands Bestuur.

Uit onderzoek van De Telegraaf blijkt dat de landelijke fractie van Forum voor Democratie bijeenkomsten op toplocaties uit gemeentelijke middelen heeft bekostigd. Hapjes en drankjes die ‘gratis’ werden uitgedeeld in verkiezingstijd, kwamen dus uit de zak van de belastingbetaler. Zo kostte een politiek café op 11 oktober bijna 9000 euro, geld dat eigenlijk bedoeld was voor fractieondersteuning. Het gemeentebudget is nadrukkelijk niet bedoeld voor verkiezingscampagnes.

Het is niet de eerste keer dat Forum voor Democratie in opspraak raakt rond financiële integriteit en transparantie. De partij is in het verleden vaker geassocieerd met controverses, variërend van onduidelijkheden over donaties en de financiering van de partij tot kritiek op de verantwoording van uitgaven en de interne partijcultuur.

Forum voor Democratie richtte in 2020 ook uitgeverij Amsterdam Books op. Volgens Follow the Money ontving Baudet dat jaar 85.000 euro aan royalty’s voor zijn boeken, naast zijn inkomen als Kamerlid. Ook FvD verdiende aan de boekverkopen.

Thierry Baudet, Gideon van Meijeren en Freek Jansen zijn ook in verband gebracht met Eerlijk Eten BV, een onderneming die maaltijdboxen verkoopt. FTM berichtte dat nevenactiviteiten rond het bedrijf niet waren opgegeven in het register van de Tweede Kamer. Het College van Integriteit trad daartegen op.

Autoritaire leiders gebruiken migratie als wapen tegen Europa

0

‘Letland ontdekt voor de tweede keer in tien dagen een tunnel bij de grens met Belarus’ is zomaar een van de vele krantenkoppen die de afgelopen tijd voorbijkwamen. Het is een voorbeeld van hoe migratie kan worden ingezet om Europese landen onder druk te zetten.

Ook de gebeurtenissen rond de Spaanse enclave Ceuta laten zien hoe kwetsbaar Europa hiervoor is. Zo’n zeventig- tot tachtigduizend mensen waagden in twee dagen de oversteek, op zoek naar een beter leven. Beïnvloed door nepnieuws dachten zij in Ceuta direct te worden opgevangen en snel naar het Spaanse vasteland te reizen om daar werk of asiel te vinden. Het overgrote deel kwam van een koude kermis thuis en keerde terug naar Marokko. Een klein deel bleef achter, wat tot op de dag van vandaag voor veel onrust zorgt in Ceuta en Spanje.

Door de bestorming kwam Spanje onder druk te staan en werd de Europese verdeeldheid over migratie zichtbaar. Dat is het effect dat landen die migratie als wapen inzetten willen bereiken. In de discussie over Ceuta kreeg vooral Spanje kritiek, terwijl Marokko zijn grenzen vrijwel had opengezet om het land te raken. De Spaanse regering onderhandelde op dat moment met Marokko’s buurland en aartsrivaal Algerije over de aanvoer van gas naar Europa. Marokko weet, net als andere landen, dat migratie kan worden gebruikt om een Europees land te straffen.

Europa is kwetsbaar voor migratie. Sinds de vluchtelingencrisis van 2015 leiden grote, ongecontroleerde migratiestromen tot veel onrust. De opmars van radicaal-rechtse partijen sinds 2015 hangt samen met het feit dat migratie al ruim tien jaar een permanente crisis vormt. Zij profiteren van de weerstand tegen grootschalige migratie en het beperkte succes van de mainstream partijen om die terug te dringen. Verdeeldheid tussen lidstaten van de Europese Unie is ook een gevolg van migratie, evenals de steeds verder voortschrijdende erosie van het Schengenverdrag, waardoor de open grenzen op ons continent steeds meer onder druk komen te staan.

Landen om ons heen weten dat. Autoritaire leiders hebben migratie tot wapen gemaakt om Europa te straffen of concessies af te dwingen. Deze praktijk begon met Turkije in 2015. De toenmalige Duitse leider Angela Merkel sloot de zogeheten Turkijedeal met Erdogan en gaf daarmee de bewaking van de Europese buitengrenzen deels uit handen aan haar Turkse autocratische evenknie. Erdogan gebruikte die positie om geld en het uitblijven van Europese kritiek op zijn interne machtsgreep in Turkije los te peuteren.

Toegang tot de EU zou niet langer een recht moeten zijn, maar een keuze van de lidstaten

Andere landen leerden hiervan: Marokko in relatie tot Spanje en Tunesië en Libië in relatie tot Italië. Inmiddels sluit de EU ook deals met landen in West-Afrika en de Sahel. Omdat de EU vanwege haar eigen wetgeving migratie niet voldoende kan tegengaan, laat ze dit in ruil voor geld en privileges doen door andere landen. Daarmee maakt Europa zich kwetsbaar voor landen die het onder druk willen zetten.

Het land dat dit het beste doorheeft, is Rusland. Samen met buurland en partner Belarus zet het migratie al jaren in als wapen. Migranten uit het Midden-Oosten en Afrika kunnen pakketreizen krijgen naar de Russische of Belarussische grens om van daaruit de EU binnen te komen. Polen, Finland en inmiddels ook Letland kregen de afgelopen jaren te maken met grote groepen migranten aan hun grenzen en hebben die daarom versterkt. In NAVO-kringen wordt migratie steeds meer gezien als een nationale veiligheidskwestie en als onderdeel van de Russische hybride oorlogsvoering tegen Europa en de NAVO.

Om ons daartegen te beschermen, is een grondige herziening nodig van de juridische omgang met migratie en vluchtelingen. Toegang tot de EU zou niet langer een recht moeten zijn, maar een keuze van de lidstaten. Mensensmokkel en het inzetten van migratie als wapen mogen niet worden beloond en het illegaal oversteken van grenzen of illegaal verblijf in de EU moet te allen tijde worden gesanctioneerd.

Dit was recent eigenlijk al de praktijk in Ceuta. Het overgrote deel van de migranten die tijdens de bestorming de grens overstak, kreeg geen toegang tot een asielprocedure en het Spaanse vasteland. Dat is hard, maar duidelijk. Europa moet niet langer toestaan dat migranten worden misbruikt om het continent te raken. In een tijd van hybride oorlogsvoering en autocratische dreigingen moeten we ons daartegen beschermen en de stappen zetten die hiervoor nodig zijn om het migratiewapen uit handen van onze vijanden te nemen.

Opstand in Grieks detentiecentrum, tientallen migranten ontsnappen

0

In een detentiecentrum in Noord-Griekenland, in Sintiki nabij de Bulgaarse grens, is een opstand van migranten uitgebroken. Ongeveer 35 migranten wisten zondag tijdens een schermutseling met de Griekse oproerpolitie uit de gevangenis te ontsnappen, van wie ongeveer de helft inmiddels weer is opgepakt, zo meldt Deutsche Welle.

Tijdens de opstand slaagden de migranten erin een muur van prikkeldraad door te knippen om hun weg verder Europa in te vervolgen. Griekenland vormt een belangrijke schakel in de zoektocht van migranten en vluchtelingen naar een beter leven, maar het land probeert al jaren met Europese steun en tegen internationale verdragen in migranten vast te houden en terug te sturen naar hun landen van herkomst.

Al geruime tijd wordt er gesproken over het plaatsen van detentie- en deportatiecentra in derde landen, zoals in Igdir, in het oosten van Turkije, waar ongeveer 1500 mensen kunnen worden geplaatst voor deportatie. De EU heeft met dit land een overeenkomst om migranten vast te houden en per chartervliegtuig terug te sturen, onder meer naar Afghanistan.

Mensenrechtenorganisaties zijn kritisch op de beperking van de rechten van migranten en vluchtelingen. Volgens het Vluchtelingenverdrag heeft immers iedereen recht op een eerlijke asielprocedure. De Griekse politie zette tijdens de migrantenopstand verdovingsgranaten in, waarbij ten minste vijf migranten gewond zouden zijn geraakt.

De detentie van migranten en vluchtelingen in Griekenland is al jaren onderwerp van debat. Volgens rapporten van organisaties zoals de European Council on Refugees and Exiles, ECRE, en de Griekse Raad voor Vluchtelingen worden duizenden mensen verspreid over het land, vaak onder mensonterende omstandigheden, voor onbepaalde tijd vastgehouden.

Schipperen tussen culturen in de stervensfase

0

Wij dokters kijken de dood geregeld in de ogen. Ons werk is erop gericht om de medemens zo lang mogelijk in leven te houden. Maar zoals alles in het leven, heeft het leven zelf ook zijn grenzen.

Alles digitaliseert in rap tempo. Zo ook de zorg. Mensen willen via een app de dokter bereiken en het medisch mankement met een vraag en eventueel een foto inbrengen. De dokter kan dan via de app antwoorden. De vluchtige mens heeft geen verdere behoefte aan contact met de dokter.

Dat verandert als de leeftijd vordert en de mankementen zich stapelen. Het ene medicijn wordt aan het andere toegevoegd. Wanneer het een waslijst aan medicijnen wordt en het inname-ritme niet meer te bolwerken is, heeft de farma-industrie daar ook een mooie oplossing voor ontwikkeld: de baxterrol. Een plastic rolletje met pilletjes. Je hoeft alleen naar het tijdstip op de plastic rol te kijken. In dat gedeelte zitten je medicijnen voor dat moment. Zolang u leeft, zal de farma-industrie ervoor blijven zorgen dat u uw medicijnen blijft slikken.

Leeft u lang genoeg, dan belandt u op een gegeven moment in een verwachte stervensfase. In die fase, en ook de fase van chronisch ziek zijn daarvoor, wordt de dokter iemand die je liever persoonlijk wilt spreken. En niet meer via een app.

Als moslimdokter in Nederland is de stervensbegeleiding schipperen tussen culturen. De moslim gelooft er nog heilig in dat het leven zo lang mogelijk moet duren. Natuurlijk heeft de gelovige moslim gelijk in het principe dat het leven door God gegeven is en door God genomen gaat worden.

Alles wordt open en bloot verteld, tot verbijstering van vele patiënten en familieleden

Dat verwachte moment waarop het leven genomen gaat worden, durft menigeen echter niet onder ogen te zien. Dokters in Turkije hebben in familiegesprekken te veel trauma’s ondervonden. Daarop hebben ze hun eigen trucjes moeten ontwikkelen. Ze ontwijken het gesprek met de familie. De patiënt in de stervensfase wordt op de intensive care opgenomen. Daar komt het overlijden. Mijn vrouw zei laatst dat wanneer je hoort dat iemand in Turkije op de intensive care is opgenomen, je mag verwachten dat die in drie dagen gaat overlijden.

In Nederland pakken we het heel anders aan. Alles wordt open en bloot verteld, tot verbijstering van vele patiënten en familieleden. Voor het sterfbed is zelfs een sterfhuis in het leven geroepen. Daar zijn voldoende faciliteiten en is er geschoold personeel om de laatste fase zo goed mogelijk te doorlopen. Dat heet een hospice.

Maar hier is weer een volgend dilemma. De familie wil niet alleen met een verwacht overlijden te maken hebben, maar ook met een gepland overlijden. De agenda’s kunnen anders namelijk niet goed gesynchroniseerd worden. De moderne, vluchtige, geappiseerde samenleving biedt geen gelegenheid om zo lang mogelijk te ‘genieten’ van het sterfbed van de naaste.

In de gezamenlijke keuken leren statushouders en studenten elkaar kennen

0

Kun je de woningnood aanpakken en tegelijk de integratie van statushouders bevorderen? Amsterdam probeert het met gemengde woonprojecten. Oud-bewoner Paco Kuit zag wat ervoor nodig is om samenwonen ook echt te laten werken.

Het was een simpele vraag. ‘Ik heb gekookt. Wil je mee-eten?’ Met die vraag begon het contact tussen Paco en wat uiteindelijk zijn beste vriend zou worden. ‘Mijn huisgenoten spraken de taal nog niet, maar eten heeft geen taal nodig. Die uitnodiging was een manier om liefde te tonen. Het was aftasten, maar het werkte’, vertelt de inmiddels 27-jarige Kuit, die zijn studententijd doorbracht in De Woondiversiteit.

De gemeente Amsterdam begon al in 2015 te zoeken naar manieren om jonge statushouders snel te huisvesten. Er was toen al een enorme behoefte aan woonruimte voor Amsterdamse jongeren en studenten. Met het idee van gemengde woonprojecten sloeg de gemeente twee vliegen in één klap. Twee groepen woningzoekenden werden voorzien van huisvesting en statushouders zouden terechtkomen in een sociaal netwerk van mensen die hen konden ondersteunen bij de integratie.

Als het aan het Rijk ligt, zullen er veel meer van dit soort projecten volgen. Gezien de nog altijd voortdurende wooncrisis moeten gemeenten veel meer gaan inzetten op ‘aanvullende vormen van huisvesting’, schreef minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening begin deze zomer in een brief aan de Tweede Kamer. Ze noemde daarbij ook gedeeld wonen en benadrukte dat een aantal gemeenten al een voorbeeldfunctie vervult.

Amsterdam kent op dit moment meerdere woonprojecten die elk op hun eigen manier invulling geven aan het concept gemengd wonen. De twee grootste – Startblok Riekerhaven en Startblok Elzenhagen – bieden plek aan respectievelijk 400 en 540 woningzoekenden. De Woondiversiteit opende in 2019 als experimenteel project en bestaat nog twee jaar, tot 2028. Daarna wordt het pand ontruimd omdat er een energiecentrale komt. Maar het project laat nu al een aantal waardevolle lessen achter.

Samenwonen als integratie

De Woondiversiteit aan de Hoogte Kadijk 401 werd in 2019 geopend in het voormalige pand van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Er kwamen 116 jonge bewoners van 18 tot 28 jaar. Vrouwen en mannen woonden apart, het gebouw was opgedeeld in units. ‘Je deelde de gang met maximaal tien anderen’, vertelt Kuijt.

‘Ik heb aan dit woonproject mijn beste vriend overgehouden’

In De Woondiversiteit werd het samenwonen zelf als integratie-instrument gezien. De woningen waren georganiseerd in dertien woonunits met maximaal tien bewoners, met een gezamenlijke keuken en woonkamer. Anders dan bij andere woonprojecten, waar de studenten een buddyfunctie vervulden, verliepen de ontmoetingen hier spontaan. Maar kun je integratie bevorderen door mensen simpelweg een keuken met elkaar te laten delen? Of is daar meer voor nodig?

Hier blikt Kuit graag op terug. Sterker nog, het woonexperiment vormde het onderwerp van zijn masterscriptie aan de Erasmus Universiteit. Hij geeft de voorkeur aan de term relationele integratie. ‘Integratie als een relationeel proces, in plaats van een proces dat zich richt op de migrant’, zo schrijft hij in het voorwoord van zijn academische werk.

Paco en zijn vriend, in het oranje shirt, op de fiets tijdens Koningsdag

‘Ik heb aan dit woonproject mijn beste vriend overgehouden. Een Syriër. We zijn vorig jaar samen op vakantie geweest naar Jordanië’, vertelt hij. ‘Het is heel natuurlijk verlopen. We bouwden een band op binnenshuis, daarna gingen we ook eens op stap, leuke dingen doen. De vriendschap werd steeds hechter en inmiddels zijn we als familie.’

Wat volgens hem heel belangrijk is om dit soort projecten te laten slagen, is het aanbieden van gemeenschappelijke ruimtes waar mensen elkaar ook echt kunnen ontmoeten, zo beargumenteert hij. ‘Er zijn ook woonprojecten waar mensen bij elkaar op de deur moeten kloppen voor een ontmoeting. Als ze dan samen willen eten, gebeurt dat op de kamer. Dan maak je de drempel ontzettend hoog.’

‘Je moet je bedenken dat statushouders vaak net uit een azc komen. Ze hebben vaak nog geen Nederlandse les gehad, weten misschien ook wel hoe mensen naar migranten kijken en daardoor is het lastig de eerste stap te zetten. Door een gemeenschappelijke ruimte als een keuken word je gedwongen om elkaar tegen te komen. Die kleine push heeft iedereen nodig om kennis te maken met een vreemde.’

De fysieke architectuur van de woonruimte doet ertoe. Dit kwam ook terug in een reportage van Pointer uit 2023. Daarin wordt De Woondiversiteit vergeleken met andere gemengde woonprojecten. Een bewoner zegt daar in essentie dat het delen van keuken en woonkamer ervoor zorgt dat bewoners elkaar automatisch vaker tegenkomen. Bij grotere complexen met zelfstandige containerwoningen zou die sociale interactie veel minder vanzelfsprekend zijn.

Willen ontmoeten

Volgens Kuit is de intentie van bewoners minstens zo belangrijk als de architectuur. De woonunits in gemengde projecten zijn vaak relatief goedkoop. Dat trekt jongeren aan die in eerste instantie vooral een betaalbare woning zoeken. Niet iedereen komt er dus binnen met het idee om een band op te bouwen met een statushouder.

‘De selectie werd gedaan door de vastgoedbeheerder zelf’

Bij De Woondiversiteit kwamen studenten alleen in aanmerking als ze waren voorgedragen. Daarna moesten ze een motivatiebrief schrijven, maar de eisen waren niet bijzonder streng, vertelt hij. ‘De selectie werd gedaan door de vastgoedbeheerder zelf. Die heeft gewoon niet de sociale voelsprieten om te beslissen of iemand geschikt is voor zo’n project.’

Volgens Kuit bleek dat al snel. ‘Na het eerste half jaar waren driekwart van de Nederlandse jongens op mijn gang alweer vertrokken. Samenleven is niet voor iedereen geschikt.’

Problemen op de gang

Zelf had hij juist een duidelijke motivatie. Hij was net terug uit Lesbos, waar hij als vrijwilliger had gewerkt in een vluchtelingenkamp. ‘Ik wilde mensen helpen die net waren aangekomen in Nederland. Het woonproject sprak me enorm aan. Zo kon ik op een basale manier mensen helpen in hun dagelijkse realiteit.’

Maar er gebeuren ook weleens heftige dingen in de woongemeenschap, zoals ruzies op de gang of bewoners die kampen met psychische problemen, vertelt hij. ‘De wooncorporatie is niet sociaal geschikt om dit op te lossen. Dat moet de woongemeenschap doen. Maar dan moet die gemeenschap wel sterk zijn.’

Startblok Elzenhagen in Amsterdam-Noord. Beeld: Bas Kok

De problemen die zich soms voordoen onder kwetsbare bewoners zijn precies de reden waarom sommige woonprojecten in een slecht daglicht zijn komen te staan. Zo kwam Stek Oost – een ander woonproject in Amsterdam – in het nieuws omdat een van de bewoners zich had vergrepen aan twee vrouwelijke bewoners. De man was een statushouder, de vrouwelijke bewoners hadden zich aangemeld omdat ze geloofden in wederzijdse integratie. Het was een schrijnend voorbeeld van hoe het fout kon gaan, maar daarmee moet gemengd wonen als concept niet worden afgeschreven, vindt Kuit. ‘Er zijn wel dingen die beter kunnen.’

Zoals de studenten een screening moeten ondergaan, moeten ook statushouders beter worden geselecteerd, vindt hij. ‘COA wil geen onderscheid maken. Ze moeten mensen die een status hebben gekregen gewoon ergens laten wonen. Maar het zou wel helpen als van tevoren bepaalde signalen worden opgepikt. Als iemand niet lekker in zijn vel zit, last heeft van depressie of psychosen, dan kan zo’n persoon beter niet samenwonen met anderen. Het huis is rumoerig, frustraties worden op allerlei manieren geuit. Mensen met complexe of heftige mentale problemen zijn een last voor zichzelf en voor anderen.’

Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS), dat in 2019 onderzoek deed naar samenwonen met statushouders, concludeerde ook dat statushouders zelf niet vrij zijn om voor deze woonvorm te kiezen. Statushouders mogen een aangeboden woning doorgaans niet zomaar weigeren, waardoor je je af kunt vragen of ze altijd evenveel behoefte hebben aan een gedeeld appartement. Vaak verlangen ze na een periode in het azc juist naar rust.

Goede begeleiding

‘Zo’n gemengde woonvorm vraagt wel om goede begeleiding en sociaal beheer, zeker wanneer verschillende groepen gebruikmaken van gezamenlijke ruimtes’, zegt Thomas Zwiers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die eerder over verschillende woonvormen sprak met de Kanttekening. ‘Sociaal beheer zijn activiteiten waarmee een gemeente en woningcorporatie, eventueel in samenwerking met een maatschappelijke organisatie, ervoor zorgen dat bewoners prettig en veilig kunnen samenleven en eventuele problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en opgelost.’

‘In ons geval was de sociale cohesie heel sterk’

Dit zegt ook Kuit. Soms was de woongemeenschap niet in staat om problemen op te lossen, dan moest er worden ingegrepen. Maar dit gebeurt niet altijd even kordaat, merkt hij op. ‘Dat viel me ook op aan Stek Oost. Er moest eerst iets ergs gebeuren voordat er werd ingegrepen. Dat is waar het fout gaat. Bij ons waren er ook weleens ruzies op de gang, maar dan moesten we het toch als gemeenschap oplossen. In ons geval was de sociale cohesie heel sterk, maar dat is niet altijd het geval.’

Het is jammer dat projecten als Stek Oost nu worden gezien als ‘niet geslaagd’ of ‘niet mogelijk’, zegt Kuit ten slotte. ‘Er gebeuren ook heel veel mooie dingen. We moeten het concept niet afschrijven.’

Maar er zijn wel dingen die beter moeten, erkent ook hij. ‘Sommige projecten zijn succesvoller dan andere. Er is inmiddels wel aandacht vanuit de gemeente voor de noodzaak om projecten goed te begeleiden. Maar wat ik eigenlijk steeds weer mis, is het  inzicht dat gemeenschappelijke ruimten cruciaal zijn voor de cohesie binnen gemengd woonprojecten.’

Universiteit Gent schorst omstreden ‘rassenrealist’ Nathan Cofnas

0

De Universiteit Gent heeft filosoof Nathan Cofnas preventief geschorst en een tuchtrechtelijk vooronderzoek naar hem geopend. Cofnas, een Amerikaanse onderzoeker die zich profileert als ‘rassenrealist’, werd op 20 augustus officieel van de maatregel op de hoogte gebracht. De schorsing geldt voorlopig tot en met 28 augustus.

Volgens de universiteit UGent wordt onder meer onderzocht of Cofnas zijn professionele verplichtingen heeft geschonden. De universiteit verwijst daarbij naar publieke uitspraken over de Britse socioloog Jason Arday, die eerder deze maand ontslag nam bij de Universiteit van Cambridge en enkele dagen later dood werd aangetroffen. Cofnas had Arday onder meer beschuldigd van plagiaat en liet zich in podcasts en andere media kritisch over hem uit. Dit meldt De Standaard.

Ook zijn uitspraken over ras spelen een rol. De universiteit stelt dat sommige van zijn publieke uitlatingen mogelijk kunnen worden geïnterpreteerd als het verdedigen van de inherente superioriteit of inferioriteit van bepaalde raciale of etnische groepen. De UGent onderzoekt daarom ook of de uitspraken verenigbaar zijn met de Belgische antidiscriminatiewetgeving.

Cofnas is omstreden vanwege zijn verdediging van het zogenoemde rassenrealisme. Die stroming gaat ervan uit dat menselijke populaties niet alleen cultureel of sociaal, maar ook biologisch van elkaar verschillen. Cofnas stelt onder meer dat het legitiem moet zijn om te onderzoeken of genetische verschillen een rol kunnen spelen bij gemiddelde verschillen in intelligentie tussen bevolkingsgroepen.

Dat laatste is bijzonder controversieel. Dat populaties genetisch van elkaar kunnen verschillen, staat op zichzelf niet ter discussie. Maar daaruit volgt niet automatisch dat verschillen in complexe eigenschappen zoals intelligentie genetisch veroorzaakt worden. De wetenschappelijke discussie hierover draait onder meer om de rol van omgeving, onderwijs, sociaaleconomische omstandigheden en genetica.

Zijn aanstelling aan de UGent zorgde eerder dit jaar al voor protest. Honderden studenten en medewerkers uitten toen kritiek op de benoeming en vroegen zich af of zijn opvattingen verenigbaar zijn met de waarden en de ethische regels van de universiteit. Tegelijk ontstond er juist steun voor zijn academische vrijheid. De UGent benadrukt dat het vooronderzoek nog geen definitief oordeel inhoudt.

Amnesty: Hamas moet stoppen met buitengerechtelijke executies in Gaza

0

Amnesty International roept Hamas op onmiddellijk te stoppen met buitengerechtelijke executies van Palestijnen die worden verdacht van samenwerking met Israël. Volgens de mensenrechtenorganisatie worden verdachten zonder eerlijk proces ter dood gebracht.

Amnesty verwijst naar een VN-rapport uit juni, waarin tussen augustus 2024 en begin 2026 in Gaza 249 gevallen van buitengerechtelijke executies en ernstig fysiek geweld zijn vastgesteld. Daarbij kwamen volgens het rapport zeker 108 mensen om het leven. In ten minste zestig gevallen zouden aan Hamas gelieerde troepen betrokken zijn geweest.

Ook Amnesty zelf heeft negen buitengerechtelijke executies onderzocht en gedocumenteerd. Daarnaast onderzocht de organisatie een geval waarbij iemand volgens haar onrechtmatig werd gedood. Sommige executies zouden in het openbaar zijn uitgevoerd en vervolgens zijn verspreid via aan Hamas gelieerde Telegram-kanalen.

Volgens Amnesty is, voor zover bekend, niemand binnen Hamas verantwoordelijk gehouden voor deze misstanden. De organisatie waarschuwt dat het herstellen van de openbare orde geen rechtvaardiging kan zijn voor willekeurige arrestaties, vergeldingsacties of buitengerechtelijke executies.

Amnesty benadrukt daarnaast dat ook door Israël gesteunde Palestijnse milities in Gaza zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen. De organisatie zegt dat de Israëlische militaire campagne en het verzwakken van bestaande veiligheids- en rechtsstructuren hebben bijgedragen aan de chaos en wetteloosheid in de Gazastrook.

De mensenrechtenorganisatie roept de nieuwe Hamas-leiding op een einde te maken aan straffeloosheid en ervoor te zorgen dat slachtoffers en hun nabestaanden toegang krijgen tot waarheid en gerechtigheid.