15.7 C
Amsterdam
Home Blog

17 helden van de Indonesische onafhankelijkheid

0

Vandaag, 17 augustus, is Indonesië 81 jaar. Deze zeventien figuren – dertien Indonesiërs, vier Nederlanders – tonen samen de veelstemmige geschiedenis van verzet, samenwerking en morele ambiguïteit rond de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

De overgave van Diponegoro. Beeld: Nicolaas Pieneman Wikipedia / Wikimedia Commons

1. Prins Diponegoro (1785–1855)

Diponegoro was de charismatische leider van de Java‑oorlog (1825–1830), de grootste antikoloniale opstand van de negentiende eeuw. Zijn conflict met het koloniale bestuur groeide uit tot een massale strijd die Java ontwrichtte. Diponegoro wist zowel de islamitische leiders als de adel achter zich te krijgen en werd door zijn volgelingen gezien als Ratu Adil, de rechtvaardige vorst uit de Javaanse profetieën.

Uiteindelijk werd Diponegoro in 1830 tijdens onderhandelingen met de Nederlanders gearresteerd. Hij werd verbannen naar Makassar, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Diponegoro werd in de twintigste eeuw een symbool van Indonesisch nationalisme. Hij was een opstandige prins die zich verzette tegen buitenlandse overheersing, maar ook een charismatische religieus leider.

De Java-oorlog kostte naar schatting 200.000 Javanen het leven en bracht het Nederlandse koloniale bestuur diep in de schulden. Dit zorgde mede voor de instelling van het beruchte Cultuurstelsel (1830-1870) op Java, dat Javaanse boeren dwong om voor de Nederlanders te werken.

Indonesische postzegel uit 2017 met Thomas Matulessy. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

2. Pattimura / Thomas Matulessy (1783–1817)

Pattimura, geboren als Thomas Matulessy, leidde in 1817 een grote opstand op de Molukken tegen het Nederlandse koloniale gezag. De Molukken waren eeuwenlang strategisch belangrijk vanwege de kruidnagelhandel, en de lokale bevolking had zwaar te lijden onder dwangarbeid, monopoliepolitiek en economische uitbuiting. Pattimura was een voormalig soldaat in Britse dienst. Hij wist na de terugkeer van de Nederlanders een brede coalitie van dorpshoofden en strijders te verzamelen. De rebellie begon met de verovering van Fort Duurstede op Saparua, waarbij de Nederlandse resident werd gedood.

Hoewel de opstand aanvankelijk succesvol was sloegen de Nederlanders hard terug. Pattimura werd gevangengenomen en in november 1817 geëxecuteerd. Zijn dood maakte hem tot martelaar. In de Indonesische nationale historiografie geldt hij als een van de eerste moderne vrijheidsstrijders. Hij streed niet voor een dynastie maar tegen koloniale onderdrukking. Zijn naam leeft voort in talloze straten, scholen en monumenten.

Teuku Umar in ca. 1890
Teuku Umar in ca. 1890. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

3. Teuku Umar (1854–1899)

Teuku Umar was een van de meest gevreesde leiders van de Atjeh‑oorlog (1873–1914), een van de langste en bloedigste koloniale conflicten uit de Nederlandse geschiedenis. Umar stond bekend om zijn strategische sluwheid. Hij werkte een tijdlang samen met de Nederlanders en nam hun wapens en andere hulp in ontvangst. Maar vervolgens liep hij over naar de kant van de rebellen. Umars guerrillatactieken maakten hem bijzonder effectief.

De Atjehse opstandelingenleider vocht niet voor Indonesië, wat dat concept kende hij nog niet. Hij streed voor de Atjehse politieke en religieuze orde, waarin de adel en islamitische geestelijken een centrale rol speelden. In 1899 sneuvelde hij, toen de Nederlanders hem in een hinderlaag lokten. Toch wordt hij nog steeds gezien als meesterstrateeg. In de Indonesische herinnering staat Umar symbool voor slimheid, onvoorspelbaarheid en compromisloos verzet. Zijn weduwe Cut Nyak Dien zette zijn strijd voort.

Cut Nyak Dhien in 1907. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

4. Cut Nyak Dien (1848–1908)

Cut Nyak Dien is de beroemdste vrouwelijke vrijheidsstrijder van Indonesië. Na de dood van haar eerste man in de Atjeh‑oorlog hertrouwde ze met Teuku Umar, met wie ze actief deelnam aan de guerrillastrijd. Toen Umar in 1899 sneuvelde nam zij zelf het bevel over zijn troepen over.

Dien stond bekend om haar onverzettelijkheid, religieuze overtuiging en charisma. Ze leidde jarenlang een mobiele guerrilla-eenheid in de bergen van Atjeh, ondanks toenemende ontberingen en haar verslechterende gezondheid. Uiteindelijk werd ze verraden door een eigen strijder, die haar lijden niet langer kon aanzien. De Nederlanders deporteerden haar naar Sumedang op West‑Java, waar ze in 1908 overleed. In de Indonesische nationale geschiedenis is zij een symbool van vrouwelijke moed, religieuze vastberadenheid en de langdurige Atjehse weerstand tegen koloniale overheersing.

Portret van Raden Ajeng Kartini. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

5. Raden Adjeng Kartini (1879–1904)

Ze geldt als de beroemdste voorvechtster van vrouwenemancipatie in Nederlands-Indië. Als dochter van een Javaanse regent groeide Raden Adjeng Kartini op binnen de aristocratische Javaanse elite. Ze verzette zich echter tegen de beperkingen die vrouwen werden opgelegd. Via correspondentie met Nederlandse vrienden ontwikkelde Kartini een kritische visie op kolonialisme, onderwijs en de positie van vrouwen. Vooral het gebrek aan scholing voor Javaanse meisjes zag zij als een groot probleem.

Kartini bewonderde elementen van de Europese Verlichting, maar bleef tegelijkertijd geworteld in de Javaanse cultuur. Haar beroemde brieven, later gepubliceerd onder de titel Door Duisternis tot Licht, maakten haar postuum tot een symbool van vooruitgang en intellectuele vrijheid. Hoewel zij geen revolutionair of nationalist in moderne zin was inspireerden haar ideeën latere Indonesische generaties in hun strijd voor emancipatie en onderwijs. Hari Kartini (21 april) is in Indonesië een nationale dag ter ere van vrouwenemancipatie.

Ernest Douwes Dekker. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

6. Ernest Douwes Dekker (1879-1950)

Ernest Douwes Dekker, een neefje van Eduard Douwes Dekker aka Multatuli, was een van de eerste expliciet antikoloniale denkers van Nederlands‑Indië. Als Indo‑Europeaan bevond hij zich tussen twee werelden, wat zijn politieke bewustzijn sterk vormde.

In 1912 richtte hij samen met Tjipto Mangoenkoesoemo en Soewardi Soerjaningrat de Indische Partij op, de eerste politieke beweging in Nederlands-Indië die openlijk streefde naar zelfbestuur en uiteindelijk onafhankelijkheid. De partij werd snel verboden en Douwes Dekker werd verbannen. Zijn ideeën bleven echter circuleren.

Ernest keerde uiteindelijk weer terug naar Indonesië. Hoewel hij geen hoofdrol speelde in de revolutie van 1945 geldt hij als een van de intellectuele grondleggers van het Indonesisch nationalisme. Soekarno was zwaar schatplichtig aan hem. Later gaf Soekarno korte tijd les aan Douwes Dekkers Ksatrian-school in Bandung.

Hadji Oemar Said Tjokroaminoto. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

7. Hadji Oemar Said Tjokroaminoto (1882–1934)

Tjokroaminoto was de leider van Sarekat Islam, de eerste massale antikoloniale beweging in Nederlands‑Indië. Onder zijn leiding groeide de organisatie uit tot een politieke kracht met honderdduizenden leden, variërend van handelaren tot arbeiders.

Tjokroaminoto was een begenadigd spreker en een pragmatisch organisator die religie, sociale rechtvaardigheid en nationalisme wist te verbinden. Zijn huis in Surabaya werd een broedplaats van toekomstige leiders. Soekarno en de marxistische leider Tan Malaka woonden er als jonge mannen.

Hoewel Sarekat Islam later versplinterde door ideologische conflicten tussen islamisten, socialisten en nationalisten blijft Tjokroaminoto een sleutelfiguur. Hij legde de basis voor massapolitiek in Indonesië en introduceerde een nieuwe generatie aan het idee dat onafhankelijkheid niet slechts een droom was, maar realiseerbaar.

Soekarno leest de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring voor. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

8. Soekarno (1901–1970)

De eerste president de republiek Indonesië dankte zijn naam aan aan het wajangspel, het schaduwspel waarmee mythische verhalen werden opgevoerd. Zijn naam wijst naar Karno, een van de helden uit het wajangspel. Soekarno was daarnaast architect, liefhebber van modieuze pakken, snelle auto’s en mooie vrouwen. Volgens journalist David Van Reybrouck heeft hij als president ook nader kennis gemaakt met Marilyn Monroe, de legendarische actrice.

Als student in Bandung ontwikkelde Soekarno zijn ideologie van nationalisme, islam en marxisme als drie pijlers van een verenigd front tegen kolonialisme. Hij richtte de nationalistische partij PNI op, werd meerdere keren gearresteerd, gevangengezet en verbannen.

Tijdens de Japanse bezetting van 1942-1945 koos Soekarno voor de pragmatische weg. Hij werkte samen met de Japanners, maar gebruikte die ruimte ook om de basis te leggen voor een toekomstige onafhankelijke Republiek Indonesië. In deze tijd ontwikkelde hij ook de Indonesische staatsideologie van de Pancasila, Sanskriet voor Vijf Zuilen. Hoewel de islam een belangrijke rol speelt in het huidige Indonesië is het eilandenrijk dankzij Soekarno geen islamitische republiek geworden, zoals Pakistan. Op 17 augustus 1945 proclameerde hij samen met Mohammed Hatta de Indonesische onafhankelijkheid.

Hatta (4e van links) tijdens de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Beeld: Joop van Bilsen voor Anefo. Wikipedia / Wikimedia Commons

9. Mohammad Hatta (1902–1980)

Hatta was de intellectuele tegenhanger van Soekarno en mede‑proclamator van de Indonesische onafhankelijkheid. Hij studeerde economie aan de Hogeschool van Rotterdam (tegenwoordig de Erasmus Universiteit) en sloot zich aan bij de Indonesische studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia.

Hatta pleitte voor een moderne, democratische en internationaal georiënteerde Indonesische staat. Zijn rustige, analytische stijl maakte hem een effectieve diplomaat. In 1949 was Hatta in Nederland om de soevereiniteitsoverdracht te accepteren. Soekarno was hier niet welkom vanwege zijn rol tijdens de Japanse bezetting. Als eerste vicepresident hielp Hatta de jonge republiek institutioneel vorm te geven.

Zijn breuk met Soekarno in 1956 symboliseerde de spanningen tussen charismatisch leiderschap en constitutionele politiek. Hatta wordt herinnerd als een principiële, integere nationalist, die – samen met Sutan Sjahrir – de morele en bestuurlijke ruggengraat van de onafhankelijkheidsbeweging vormde.

Sutan Sjahrir in 1947 in Malang. Beeld: Indonesian Press Photo Service. Wikipedia / Wikimedia Commons

10. Sutan Sjahrir (1909–1966)

Sjahrir was een van de meest briljante intellectuelen van de Indonesische vrijheidsstrijd. Als jonge socialist weigerde hij tijdens de Japanse bezetting elke vorm van samenwerking, wat hem morele geloofwaardigheid gaf in 1945. Hij werd de eerste premier van Indonesië en probeerde de revolutie te sturen richting diplomatie, internationale erkenning en gematigd socialisme.

In zijn pamflet Onze Strijd keerde Sjahrir zich tegen het revolutionaire geweld tegen Nederlanders, Indo’s en Chinezen, de zogenoemde Bersiap. Hiermee maakte hij zich niet geliefd onder radicalen. Voor de Nederlanders was Sjahrir, juist omdat hij zich tegen de Japanners had verzet, echter een acceptabele onderhandelingspartner. Hij was het die in Linggajati een akkoord met de Nederlanders sloot, waardoor de Republiek Indonesië de facto werd erkend.

Nederland besloot dit akkoord echter anders uit te leggen en in 1947 Indonesië aan te vallen, de eerste ‘Politionele Actie’. Hierdoor raakte Sjahrir politiek gemarginaliseerd. Als diplomaat wist Sjahrir daarna echter veel goodwill voor Indonesië te kweken bij de internationale gemeenschap, wat bijdroeg aan de sterke internationale druk op Nederland om de soevereiniteit over te dragen.

File:Sudirman.jpg
Sudirman. Beeld: Indonesia Press Photo Service / Indonesische Ministerie van Defensie. Wikipedia / Wikimedia Commons

11. Generaal Sudirman (1916–1950)

Sudirman was de militaire held van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Als voormalig leraar zonder klassieke militaire opleiding, hij had alleen een PETA-training bij de Japanners gevolgd, werd hij in 1945 gekozen tot opperbevelhebber van de TNI, het Indonesische leger. Zijn leiderschap tijdens de Nederlandse politionele acties was in zekere zin legendarisch. Ondanks tuberculose leidde hij vanuit zijn draagstoel een maandenlange guerrillatocht door Midden‑Java, om de republikeinse strijdkrachten bijeen te houden.

Sudirman geloofde dat de Republiek alleen kon overleven door vastberadenheid en morele discipline. Zijn strategie van mobiele guerrilla‑oorlogvoering maakte het voor Nederland onmogelijk om de republiek definitief te verslaan. Hij overleed in 1950, kort na de soevereiniteitsoverdracht, uitgeput door de oorlog.

File:AH Nasution as the Deputy Commander of the Indonesian Armed Forces.jpg
Nasution als de onderaanvoerder van de Indonesische strijdkrachten in 1946. Beeld: Military Collection of Indonesia. Wikipedia / Wikimedia Commons

12. Abdul Harris Nasution (1918–2000)

Maar dat de Nederlanders de oorlog militair gezien niet konden winnen was vooral te danken aan het genie van Abdul Haris Nasution, the man with a plan. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog ontwikkelde deze voormalige KNIL-militair mede op basis van de negentiende-eeuwse Duitse strateeg Carl von Clausewitz het concept van een totale volksoorlog. Een normale oorlog zou Indonesië nooit winnen van Nederland, een guerrillaoorlog wel.

Zijn ideeën bepaalden de militaire strategie van de TNI en beïnvloedden later ook andere Aziatische bevrijdingsbewegingen. Na 1949 bleef Nasution een invloedrijke figuur als minister van Defensie en stafchef. Hij overleefde de aanslag tijdens de mislukte communistische coup van 30 september 1965, waarbij zijn dochter omkwam. In de daaropvolgende machtsstrijd steunde hij generaal Soeharto, maar werd later op een zijspoor gezet.

De erfenis van Nasution is niettemin omstreden. Hij wad de eerste die ervoor pleitte dat het leger een belangrijke rol moest spelen in de binnenlandse politiek van Indonesië. Soeharto geloofde dat ook en de huidige president Prabowo Subianto.

File:Tan-malaka-Hong-Kong-Mugshot.jpg
Mugshot van Tan Malaka door de politie van Hong Kong, 1932. Beeld: Onbekend, Wikipedia / Wikimedia Commons

13. Tan Malaka (1897–1949)

Tan Malaka was de meest radicale en visionaire denker van de Indonesische vrijheidsstrijd. Aanvankelijk was hij zeer beïnvloed door de Nederlandse revolutionair Henk Sneevliet, maar hij koos al snel zijn eigen weg. Als marxist, leraar en revolutionair opereerde hij decennialang in ballingschap, van Moskou tot Shanghai en Manila. Zijn boek Naar de Republiek Indonesia (1925) was een van de eerste teksten die een onafhankelijke Indonesische staat theoretisch doordacht.

Tan Malaka stond vaak buiten de officiële beweging. Hij botste met de communisten, met Soekarno én met Sjahrir. Toch speelde hij een cruciale rol in de revolutie van 1945–1949, onder meer door het organiseren van arbeiders en jongeren. Zijn radicale visie op volkssoevereiniteit en sociale rechtvaardigheid maakte hem populair onder militante groepen. In 1949 werd hij door republikeinse troepen geëxecuteerd, nadat de marxistische Maidun-opstand was mislukt. Pas decennia later werd hij gerehabiliteerd. Tan Malaka geldt nu als een van de meest originele en tragische figuren van de Indonesische revolutie.

14. Jan ‘Poncke’ Princen

De bekendste Nederlandse overloper tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was Jan’Ponkce’ Princen. Hij had in het Nederlandse verzet gezeten tijdens de Duitse bezetting, maar weigerde daarna mee te werken aan koloniale oorlogvoering in Indonesië. In 1948 liep hij over naar de Republiek Indonesië en vocht vervolgens aan Indonesische zijde. Voor veel Nederlanders gold hij lange tijd als verrader. Het Nederlandse leger probeerde hem en zijn groep te pakken te krijgen. Dit lukte bijna. Poncke Princen overleefde de Nederlandse aanval, maar zijn Indonesische vrouw kwam om.

Poncke Princen bekeerde zich tot de islam en bleef zich als pro deo-advocaat inzetten voor de armen en verdrukten in zijn nieuwe vaderland. Dit laatste maakte hem niet populair bij de Indonesische autoriteiten en tot tweemaal toe werd hij in de jaren vijftig door Soekarno gevangen gezet. In 1994 wilde Princen zijn oude vaderland weer bezoeken. Minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo (D66) had hier geen principiële bezwaren tegen, maar boze veteranen maakten stampij en Princen kwam daarom ons land niet in.

Journalist Niels Mathijssen van De Groene Amsterdammer schrijft nu een biografie over Poncke Princen.

Piet van Staveren - Wikipedia
Piet van Staveren. Beeld: De Waarheid. Wikipedia / Wikimedia Commons

15. Piet van Staveren

Deze communistische dienstplichtige deserteerde uit het Nederlandse leger en sloot zich in 1947, vlak voor de eerste zogenoemde politionele actie, aan bij de Republiek Indonesië. Van Staveren maakte propaganda-uitzendingen voor de Indonesische zaak en riep Nederlandse soldaten op hun wapens neer te leggen. Hij maakte eind 1948 als communist de opstand van Maidun mee tegen de Indonesische nationalisten, maar overleefde dit avontuur ternauwernood.

In 1949 werd hij door de Indonesiërs uitgeleverd aan Nederland en kreeg zeven jaar gevangenisstraf opgelegd. Tientallen andere Indonesiëweigeraars werden tot flinke straffen veroordeeld, zoals bijvoorbeeld Jan Maassen (1929-2014) die tot 1952 in de gevangenis moest zitten. Maar iedereen kwam eerder vrij dan Van Staveren, die immers was gedeserteerd in Indonesië zelf.

Joris Ivens (links) en de Amerikaanse journalist Ernest Hemingway bij commandant Ludwig Renn van de Internationale Brigade in 1936 in Spanje. Beeld: Onbekend. Wikipedia / Wikimedia Commons

16. Joris Ivens (1898–1989)

De linkse filmregisseur Joris Ivens was een overtuigd internationaal anti-fascist en anti-imperialist. In 1937 maakte hij de documentairefilm The Spanish Earth, waarin hij op geëngageerde wijze de strijd van de linkse Spaanse Republiek tegen de fascistische generaal Franco verhaalde.

Ivens raakte vlak na de Tweede Wereldoorlog nauw betrokken bij de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Hij maakte in 1946 de documentaire Indonesia Calling, waarin hij de havenarbeiders in Australië portretteerde die weigerden Nederlandse schepen richting Indonesië te laten vertrekken. Daarmee positioneerde hij zich expliciet tegen het Nederlandse koloniale beleid. De Nederlandse regering nam Ivens deze film erg kwalijk en de regisseur mocht voor lange tijd ons land niet meer in.

Tas (1946)
Sal Tas in 1946. Beeld: IISG. Wikipedia / Wikimedia Commons

17. Sal Tas (1905–1976)

De socialistische journalist Sal Tas raakte bevriend met Sutan Sjahrir, toen de Indonesische revolutionair in Nederland studeerde. Tas’ vrouw Maria Duchâteau vond Sjahrir echter ook heel leuk en reisde hem achterna terug naar Indonesië, om met hem te trouwen. Ze was echter nog niet gescheiden van Tas, waarop het huwelijk werd ontbonden. Maar ondanks deze pijnlijke situatie bleef Tas vrienden met Sjahrir en zijn politieke zaak steunen.

Als journalist verzette Tas zich publiekelijk tegen de Nederlandse militaire acties. Hij vertegenwoordigt de kleine maar intellectueel invloedrijke stroming in Nederland die de Indonesische onafhankelijkheid moreel ondersteunde, vaak tegen de publieke opinie in. Zijn rol is minder spectaculair dan die van overlopers Poncke Princen of Piet van Staveren, maar wel belangrijk in het ideologische debat in Nederland zelf.

Afvallen maakt mensen vrolijker

0

De patiënt vertelde dat hij injecties gebruikte om af te vallen. Al tikkend op de computer vroeg ik welke injecties hij gebruikte. Hij noemde een naam. Verbaasd draaide ik mijn hoofd van het scherm naar de patiënt en vroeg hoe hij aan die injecties kwam. Hij zei dat hij ze via internet bestelde. Ik zei dat dat gevaarlijk kon zijn. Dat het geen regulier geneesmiddel was. Dat de bereiding onbekend was. Injecties in je lijf spuiten die niet via de reguliere apotheken worden verstrekt, is spelen met vuur.

Overgewicht drukt als een zware last op de samenleving. Nu zijn daar ineens medicijnen tegen. Met wekelijkse injecties verminder je je overtollige kilo’s. Wanneer mensen vijf kilo afvallen, worden ze al blij. Dan willen ze nog meer afvallen. Zo heb ik in de afgelopen drie jaar in het sombere vak van omgaan met pijn en lijden, dat het dokterschap feitelijk is, eindelijk middelen kunnen voorschrijven waar mensen echt van opveerden. Hoe leuk is een gesprek met iemand die bezig is de eigen gezondheid te verbeteren en daarbij ook een klein zetje van de dokter wil.

Met wekelijkse injecties verminder je je overtollige kilo’s

Nu worden de bewuste afvalinjecties door de verzekeraars niet vergoed. De patiënt moet ze zelf betalen. Ook mensen in sociaaleconomisch moeilijkere omstandigheden, zoals in de wijken die wij bedienen, zijn bereid te betalen en offers te brengen voor het heilige doel.

De ene na de andere studie wordt losgelaten op de afvalinjecties. Het is goed tegen hart- en vaatziekten. Het is goed tegen pijn. Het werkt goed tegen somberheid. Van afvallen worden mensen vrolijker.

In Amerika zou obesitas in de afgelopen jaren met drie procent afgenomen zijn. Dat zal meer dan een miljard kilo zijn.

Zo hebben de bollebozen van ons vak middelen ontwikkeld die we met een gerust hart aan onze patiënten kunnen voorschrijven. Natuurlijk is er, zoals bij alles, ook hier een addertje onder het gras. Mensen die eerder een ziekte van de pancreas hebben gehad, kunnen het beter niet gaan gebruiken. En dan als laatste, maar wel als belangrijkste: starten is leuk. Maar stoppen is minder leuk.

Welke vijf stukken over Syrië moet je echt lezen?

0

De Kanttekening publiceerde de afgelopen tijd een reeks indringende, goed gedocumenteerde verhalen over Syrië en Syriërs in Nederland. Deze vijf artikelen vormen samen een scherp en veelzijdig beeld: van beleid en jeugdproblematiek tot wederopbouw en de psychologische tol van wachten.

Nieuwe asielwetten treffen ook lopende Syrische zaken
Een diepgravend stuk over het ontbreken van overgangsrecht bij de nieuwe asielwetten. Advocaten en hulporganisaties waarschuwen dat duizenden Syriërs die al jaren wachten ineens met strengere regels worden geconfronteerd. Dit heeft grote gevolgen voor gezinshereniging, verblijfszekerheid en inburgering.

Waarom Syrische jongeren steeds vaker ontsporen
Een analyse van een groeiende groep rondreizende Syrische jongeren die tussen wal en schip belandt. Dit stuk laat zien hoe trauma, uitzichtloosheid en gebrekkige opvang kunnen leiden tot overlast én kwetsbaarheid voor criminele netwerken.

Wederopbouw tussen het puin in Daraya
Een exclusieve reportage uit Daraya, waar inwoners ondanks verwoesting en armoede hun stad stukje bij beetje proberen op te bouwen. Dit artikel biedt een zeldzame blik op de veerkracht van Syrische burgers, lokale initiatieven en de enorme uitdagingen van hun leven na de burgeroorlog.

Wachten als trauma voor Syrische asielzoekers
Een menselijk portret van Syriërs op een Rotterdamse opvangboot. Het artikel toont hoe jarenlange onzekerheid, bevroren dossiers en onduidelijk beleid leiden tot angst, depressie en verlies van toekomstperspectief.

Syrische rolmodellen op het Arab Film Festival
Dit stuk biedt een hoopvoller perspectief. Syrische makers en acteurs laten tijdens het Arabisch filmfestival in Rotterdam zien dat het niet altijd over problemen hoeft te gaan. De Syrische gemeenschap kent heel veel succesverhalen, vertellen ze.

Van Porte Bagage tot Troy: deze films horen op je zomerlijstje

0

De zomer is de perfecte tijd om je onder te dompelen in meeslepende verhalen en spannende avonturen op het grote scherm. Of je nu houdt van epische historische drama’s, of inspirerende verhalen over hedendaagse helden, er is voor ieder wat wils. In dit artikel delen we enkele films die je deze zomer kunt kijken op de verschillende streaming platforms. 

Porte Bagage (2025)

Een dementerende Marokkaanse vader besluit de laatste dagen van zijn leven door te brengen in Al Hoceima, de plaats waar hij vandaan komt. Zijn drie volwassen kinderen vergezellen hem in het kleine busje waarmee ze vroeger ook altijd naar Marokko op vakantie gingen. Onderweg komen de onderlinge spanningen aan het licht.

Het is een verhaal dat veel kinderen van migranten zullen herkennen, maar dat ook universele zeggenskracht heeft. Ouders willen op latere leeftijd niet afhankelijk zijn van hun kinderen en zelf de regie houden, terwijl die kinderen ook hun eigen dromen willen verwezenlijken.

Porte Bagage is teder, confronterend en prachtig gefilmd. Het is de eerste speelfilm van broer Abdelkarim en zus Asma El-Fassi, die er zeven jaar aan hebben gewerkt.


Lefter, The Story of the Ordinarius – Netflix (2025)

Lefter, The Story of the Ordinarius. Beeld: Netflix

Fenerbahçe mag dan sinds 2014 niet meer kampioen zijn geworden van Turkije, de historie van de topclub uit Istanbul kent vele hoogtepunten. Eén daarvan – dat zich weliswaar afspeelt tegen de achtergrond van een van de donkerste periodes uit de Turkse geschiedenis – is het verhaal van de Turks-Griekse voetballer Lefter Küçükandonyadis (1924–2012), dat door Netflix helaas wat vluchtig is verfilmd.

Toch is de film over de zoon van een autoritaire Griekse visser in Istanbul, die opgroeit in bittere armoede, zeker de moeite waard. We zien hoe hij uitgroeit tot een van de grootste voetballers uit de geschiedenis van Fenerbahçe. Bovendien komt hij als international uit voor Turkije, waardoor hij niet alleen door Turkse nationalisten wordt beschimpt, maar ook door Griekse nationalisten, bijvoorbeeld tijdens een vriendschappelijke interland tegen Griekenland.

Tijdens de pogrom op niet-islamitische minderheden in 1955 werd ook het huis van de Griekse Fenerbahçe-speler bedreigd. De film over een van de grootste doelpuntenmakers uit de clubgeschiedenis is daarmee niet alleen een verhaal over voetbal, maar ook over de pijnlijke Turkse geschiedenis, waarin minderheden voortdurend op hun tellen moeten passen.


The Mauritanian – Videoland (2021)

The Mauritanian. Beeld: YouTube

Sommige films blijven je nog lang bezighouden. The Mauritanian is zo’n film. Het waargebeurde verhaal van Mohamedou Ould Slahi, die na de aanslagen van 11 september jarenlang zonder proces werd vastgehouden in Guantánamo Bay, laat zien wat er gebeurt wanneer angst de rechtsstaat overschaduwt. De film is spannend en aangrijpend, maar stelt ook fundamentele vragen over rechtvaardigheid, mensenrechten en de prijs van veiligheid.

Juist daarom is The Mauritanian een aanrader. De film laat zien hoe gemakkelijk een mens kan worden gereduceerd tot een verdachte, en hoe belangrijk het is dat principes als een eerlijk proces en menselijke waardigheid voor iedereen blijven gelden. Tegelijkertijd is het geen eendimensionaal verhaal. Ook de worstelingen van de advocaten en aanklagers krijgen ruimte, waardoor de film uitnodigt tot nadenken in plaats van snelle oordelen.

In een tijd waarin polarisatie en wantrouwen opnieuw hoog oplopen, voelt The Mauritanian verrassend actueel. Interessant detail: Slahi woont inmiddels in Nederland, spreekt Nederlands laat zich op verschillende plekken zien en horen.


Troy (2004)

Troy. Beeld: Bol.com

Heel veel mensen zien nu The Odyssey in de bioscoop. Ik heb de film (nog) niet gezien, maar wel Troy die meer dan twintig jaar geleden uitkwam. Hoewel in de Ilias, het oorspronkelijke verhaal van Homerus, veel bovennatuurlijke elementen voorkomen –goden die zich actief bemoeien met de oorlog – is de sfeer van Troy heel seculier.

Mensen geloven in de goden, maar Apollo straft Achilles niet als hij diens tempel ontheiligt. Maar het meest onder de indruk ben ik nog steeds van Brian Cox, die koning Agamemnon speelt, de leider van de Grieken. In Homerus’ verhaal is Agamemnon niet per se de bad guy, maar in de film wel: machtsbelust, verwaand, egoïstisch, raakzuchtig, jaloers en pervers.

Eigenlijk een hele goede keus om van hem de slechterik te maken, want Agamemnon offerde ook zijn dochter Iphigenia (niet in de film), zodat de Grieken konden uitvaren naar Troje. De reden ook waarom hij bij terugkeer naar Mycene werd vermoord door zijn vrouw en haar lover (niet in de Ilias). In de film Troy krijgt Agamemnon ook wat hij verdient, maar anders.

De koloniale spagaat van Bronbeek

0

De lome zomerwarmte is neergedaald op het Arnhemse landgoed Bronbeek. Twee bronzen KNIL-soldaten met het geweer in de aanslag houden de wacht voor het hoofdgebouw. Ze geven geen sjoege als ik hen passeer zonder te groeten. De honingkleurige gevel, met zijn ritmisch geplaatste rondboogvensters en rijke kroonlijst, torent boven de bamboehaag uit. Op het terras naast de ingang drinken bejaarde bewoners een kop koffie in de schaduw. Ze zijn oud, maar niet zó oud dat ze nog gediend kunnen hebben bij het KNIL.

Het hoofdgebouw is tegenwoordig een museum. Hier vertelt Nederland het verhaal van Nederlands-Indië, de koloniale periode, inclusief de Japanse bezetting en de strijd om zelfstandigheid. Koning Willem III schonk dit paleis halverwege de negentiende eeuw aan de staat om er een koloniaal militair invalidenhuis van te maken. Dat is het tot op de dag van vandaag deels nog. Daar zit meteen de contradictie van deze publieke instelling. Ze ontstond midden in de koloniale tijd als eerbetoon aan de militairen die het Nederlandse koloniale gezag dienden. Inderdaad leken we hun veel dank verschuldigd. Specerijen en andere lucratieve handelswaar bezorgden Amsterdam en de rest van het land na 1600 een ‘gouden’ eeuw. Of eigenlijk: eeuwen. Onze welvaart is gebouwd op de rijkdom van de koloniën. Dat Indonesië op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen, kwam ons slecht uit. In 1949 erkende Nederland, na jaren van bloedige oorlog en met tegenzin, de ‘merdeka’. Pas de afgelopen jaren maakten regering en koning excuses – ruim zestig jaar na dato – voor de wrede oorlog die we destijds eufemistisch ‘politionele acties’ noemden.

Wie in Bronbeek een expositie verwacht waarin ons land nederig op de knieën gaat
voor het wapengekletter, komt bedrogen uit. De kanonnen, geweren en ander wapentuig glimmen je tegemoet. De voorwerpen en beelden in het museum en de tuin getuigen van dankbaarheid voor en schatplichtigheid aan de militairen die hun leven in de waagschaal zetten om de Indiërs te onderdrukken. De geweren en pistolen waarmee het koloniale gezag werd afgedwongen, liggen in vitrines alsof het Rembrandts zijn.

Steeds is voelbaar dat we de schuldbekentenis willen verzachten tegenover de koloniale nazaten

Met de overdaad aan wapentuig vertelt het museum al te opzichtig het verhaal van
de onderdrukker. Bronbeek is daardoor onvergelijkbaar met bijvoorbeeld het Surinamemuseum in Amsterdam, dat de West-Indische cultuur centraal stelt. Het zal niet als voorbeeld dienen voor het toekomstige Slavernijmuseum dat ook in Amsterdam zal komen. Ik durf het bijna niet op te schrijven, maar de sfeervol verlichte, schemerige ruimtes in Bronbeek ademen Bandoengse nostalgie.

Museum Bronbeek draagt een dubbele boodschap uit. Dat Nederland zich schuldig maakte aan vele zaken wordt heus niet onder stoelen of banken gestoken. De Indonesische vrijheidsstrijd krijgt veel aandacht. Maar steeds is voelbaar dat we de schuldbekentenis willen verzachten tegenover de koloniale nazaten. Zo zien we in de achtertuin zomaar een ereplaquette met overleden KNIL-soldaten – ‘den vaderlandt ghetrouwe’. Het illustreert de rare spagaat waarin Bronbeek een half boetekleed aantrekt.

In het restaurant Kumpulan kun je heerlijk Indisch eten. Maar de koloniale onderdrukking laat weinig ruimte voor romantisering en esthetiek. Met het creëren van een knusse kampongsfeer en het op het museumterrein vereren van KNIL-soldaten betreedt het museum een grijs gebied. Wat in Arnhem wringt, is dat het een trots overblijfsel is en blijft van ons koloniale verleden. Doe dat maar achter gesloten hekken. Zolang Bronbeek tegelijk veteranentehuis, herdenkingsplaats en museum wil zijn, zal die koloniale spagaat blijven bestaan.

Wat ons land nodig heeft, is een museum dat het verhaal vertelt zonder veel kanonnen en pistolen. Best een gruwelijk verhaal over misdaden tegen de menselijkheid. Soldaten die we martelden, koelies die we misbruikten, talloze executies, extreme roofzucht en economische ontwrichting van een Aziatische regio. Déze bezetting duurde geen vijf jaar, maar drieënhalve eeuw. Misschien is augustus niet alleen de maand waarin we de Indonesische onafhankelijkheid herdenken, maar ook het moment om vraagtekens te zetten bij de dubbelrol die Bronbeek speelt.

Met mijn dochter in mijn armen luister ik naar Turkse muziek

0

In mijn gebrekkige Turks doe ik een beroep op de alevitische oervader van de Turkse volksmuziek, de troubadour Aşık Veysel, om dochterlief in mijn armen in slaap te sussen.

Uzun ince bir yoldayım – Ik ben op een lange, smalle weg
Gidiyorum gündüz gece  – Ik reis dag en nacht
Bilmiyorum ne hâldeyim, – Ik weet niet hoe ik eraan toe ben
Gidiyorum gündüz gece  – Ik reis dag en nacht

Tevergeefs. Ze heeft nog lang geen slaap en probeert met chirurgische precisie, één voor één, de borstharen die uit mijn hemd steken te epileren met haar kleine vingers. Het doet pijn, maar dat maakt niet uit. Zij mag me pijn doen. Ik herken de furie van haar moeder in haar priemende ogen wanneer ze, gefrustreerd (de haartjes op mijn borst zitten, anders dan die op mijn kale kop, stevig verankerd in mijn borsthuid), een greep doet naar een hele pluk borsthaar. Eveneens met weinig resultaat.

Ik probeer nu de Koerdische zanger Ahmet Kaya (die bijna uitsluitend in het Turks zong en racistisch Turkije uit werd gepest omdat hij begin jaren 2000 een nummer in het Koerdisch wilde zingen).

Günaydın anneciğim, günaydın babacığım – Goedemorgen, lieve mama, goedemorgen, lieve papa
Yine sabah oluyor – Het wordt weer ochtend
Evde sabah olmaz deme – Zeg niet dat het thuis nooit ochtend wordt
Orda günler geçmez deme – Zeg niet dat de dagen daar niet voorbijgaan
İçime sancı doğuyor... – Pijn doemt diep van binnen op

Ze komt nu in een iets andere houding wel tot rust, een eerste signaal om haar langzaam in bed te leggen en vlug de slaapkamer te verlaten. Een paar maanden geleden moest ik dit soms wel drie of vier keer herhalen voordat ze echt in slaap viel. Maar nu – we blijven uiteraard afkloppen – gaat het meestal in één keer goed. We hebben geluk met haar. Ze slaapt goed door.

Ze moet al Turks zijn voordat de wereld, en vooral ook Nederland, haar Turks maakt

Ik voed mijn dochter Turks op. Althans, dat denk ik. Ik praat zo veel mogelijk Turks met haar. Ze moet al Turks zijn voordat de wereld, en vooral ook Nederland, haar Turks maakt. Ze is uiteraard ook Nederlands, maar ze mag zelf nooit vergeten waar ze vandaan komt: uit Turks Amsterdam en Koerdisch Den Haag. Uit Ankara en Igdır. Uit de soennitische en de sjiitische islam. Uit Turkije, Koerdistan en Armenië (ja, Armenië hoort ook bij het Turks-zijn als dadergroep, zoals vele Turken op een dag mee zullen worden geconfronteerd).

Ik heb me lang verzet tegen alle vormen van opgelegde identiteit. Dat zal ik ook blijven doen. Maar kleurenblindheid hoort niet bij de wereld zoals we die kennen, en zoals die heel vaak ook is. Daarom vul ik bepaalde dingen alvast in het Turks voor haar in, op de meest inclusieve Turkse manier waartoe ik in staat ben. Uiteindelijk zal ze zich toch tegen me afzetten, zoals ik dat ook deed tegen mijn eigen vader.

Plichtmatig moet ik daarbij zeggen dat we in een ‘vrij’ land leven waarin dit allemaal mogelijk is. Maar het is een voorwaardelijke vrijheid, zoals de zwarte schrijver James Baldwin over vrijheid in Amerika schreef: ‘I was only free in battle, never free to rest.’

Schatje is alweer wakker. We luisteren naar deprimerende liefdesnummers van Müslüm Baba (Gürses).

Böyle bir aşk görülmemiş dünyada – Zo’n liefde is op deze wereld nog nooit gezien
Ne geçmişte ne de bundan sonra da – Noch in het verleden, noch in de toekomst
Arasalar bulamazlar rüyada – Al zoeken ze ernaar in hun dromen, ze zullen haar niet vinden
Göremezler, seni yazdım kalbime – Ze zullen het niet zien; ik heb je in mijn hart geschreven

Er is nog veel meer. Sezen Aksu, de nodige hiphop van Tupac Amaru Shakur en dansmuziek van Shakira. Maar ik vraag me echt af, moet ik ook André Hazes afspelen, terwijl het niet en nooit in mijn eigen systeem heeft gezeten. Ik moet dat zelf ook nog leren. Misschien als ze wat ouder is. Het is nooit te laat om te integreren, als het maar van beide kanten komt.

Nederland moet weer een idee worden

0

Niet afkomst, maar vrijheid, godsdienstvrijheid en openheid vormden de basis van ons land. Die idealen zouden weer centraal moeten staan, vindt Abdulhaq Compier.

Nederland begon als een moedig idee: vrijheid van godsdienst in weerwil van de brandstapels, verzet tegen onrechtvaardige belastingen en een onwaarschijnlijke opstand van zeven provincies in een rivierdelta tegen een wereldrijk. De ideologische oorsprong van Nederland had een internationaal karakter. De Nederlandse opstandelingen scandeerden vanaf de Beeldenstorm in 1566 tot het Leidens Ontzet in 1574 de leuze: ‘Liever Turks dan Paaps!’ als provocatieve vrijheidskreet. De geuzen drukten hiermee uit dat ze liever zouden leven onder de sultan, die vrijheid van godsdienst garandeerde, dan onder het rooms-katholieke rijk dat ketterij met geweld bestreed. De politieke steun voor de Opstand door het Ottomaanse Rijk hielp Willem van Oranje in zijn visie om Nederland een van de eerste Europese landen te maken met universele vrijheid van godsdienst, vastgelegd in de Unie van Utrecht van 1579. De moord op Willem van Oranje in 1584 maakte hem een martelaar voor dit Nederland, dat stond voor een idee.

De koloniale ontwikkeling in de hierop volgende Gouden Eeuw mag niet worden ontkend. De idealen die we op de Spaanse overheersing hadden veroverd, waren helaas nog niet zo ingebed in onze cultuur dat we andere volkeren dezelfde onderdrukking bespaarden. De kracht van de Gouden Eeuw zat in de vrijheid binnen Nederland, die de komst mogelijk maakte van vluchtelingen (onder meer uit Spanje, dat in 1609 door de katholieken etnisch werd gezuiverd van moslims en joden), die naast spannende filosofie ook nieuwe financiële mogelijkheden brachten aan de burgerij. Amsterdam groeide uit tot een mondiaal vrijdenkers- en handelsknooppunt.

In die zin was Nederland een staat, gebouwd op een idee, voordat de Verenigde Staten dat waren. Het vrije, gelijke en ondernemende karakter droeg bij aan de latere Verlichtingsidealen, die naast godsdienstvrijheid ook gelijkheid en de machtenscheiding tot politieke kernbegrippen maakten. Deze idealen werden de grondslag van de Amerikaanse Grondwet in 1787 en werden in 1848 ook verankerd in de onze. De concepten gelijkheid en machtenscheiding waren ook niet zonder invloed uit de islamitische wereld; gelijkheid was een uitgesproken islamitisch principe en de islamitische wereld kende een relatief autonoom rechtersambt en een seculiere wetgeving naast de religieuze. Verlichtingsdenkers als Locke, Montesquieu en Voltaire waren hiervan op de hoogte en spiegelden hun maatschappelijke idealen vaak aan wat zij wisten van de islamitische wereld.

Het vrije, gelijke en ondernemende karakter droeg bij aan de latere Verlichtingsidealen

Nederland als een staat gebaseerd op een idee is vandaag de dag uit zicht geraakt. Een deel van de Nederlandse bevolking lijkt deze gedachte te hebben verruild voor het verlangen naar een etnostaat: een land van ‘ons soort mensen’, waarin culturele gelijkvormigheid belangrijker wordt dan de ideeën die ooit het fundament waren van de natie. Nederland wordt in dit narratief steeds meer een pakket gewoonten, smaken en omgangsvormen dat moet worden geïmiteerd, in plaats van een idee dat wordt gedragen en een geschiedenis die nog steeds wordt geschreven.

Globalisering, migratie, woningdruk en verlies aan sociale samenhang roepen bij veel mensen een begrijpelijke behoefte aan zekerheid op. Wanneer deze onzekerheid wordt gekaapt door etnisch nationalisme, ontstaat de fictie dat afkomst veiliger is dan waarden: een filosofie van Blut und Boden. Terugkeren naar een mythische homogeniteit die historisch nooit heeft bestaan, zal ons paradoxaal genoeg leiden langs de weg van onvrijheid.

Politici die inspelen op nostalgie presenteren Nederland als een gezellig landje dat ooit af was en nu wordt binnengedrongen door duistere inbrekers. Terwijl de historische werkelijkheid eerder is dat Nederland groot werd doordat het onaf was: een open project dat mensen aantrok die wilden handelen, geloven, bouwen, denken en risico nemen.

Juist daarom moet Nederland weer als idee worden verwoord, beleefd en gevierd. Dat idee is niet leeg of vrijblijvend, maar is door een kleurrijk, historisch en internationaal proces verankerd in onze Grondwet. Omdat ook migrantengemeenschappen zich historisch en ideologisch kunnen identificeren met deze beginselen, is de Grondwet bij uitstek geschikt om eenheid te creëren in ons land. Net zoals in de Verenigde Staten ‘the Constitution’ het idee van de natie belichaamt, kan ook Nederland de Grondwet tot meer maken dan de rechtsstatelijke notitie die het nu is. Het kan de grondslag zijn van een verbindende identiteit die huidskleur, afkomst en sociale status overstijgt. Wanneer Nederland terugkeert naar zijn meest ambitieuze zelfbeeld, kunnen oude en nieuwe gemeenschappen met hart en ziel zeggen dat zij aan hetzelfde verhaal werken: aan Nederland als revolutionair idee.

Welke vijf stukken over Nederland moet je echt lezen?

0

De Kanttekening publiceerde de afgelopen tijd vijf artikelen over uiteenlopende maatschappelijke en politieke onderwerpen. Van een interview met Yesilgöz-biograaf Alies Pegtel tot een verhaal over de Februaristaking van 1941. Ook komen de islamitische woede over uitspraken van premier Rob Jetten en een gesprek met Provo-legende Roel van Duijn over de dreiging van Poetin aan bod.

‘Voor Yesilgöz is politiek vooral strijd’
De biografie van Dilan Yesilgöz-Zegerius, geschreven door historica Alies Pegtel,
veroorzaakte meteen debat. Niet alleen over Yesilgöz zelf, maar ook over Pegtels
methode, toon en de politieke gevoeligheden die haar onderzoek blootlegt. Toch was haar boek best goed onderbouwd, blijkt uit dit interview.

Moslims verontwaardigd over Jettens uitspraken over antisemitisme
Tot verontwaardiging van veel moslims stelde premier Rob Jetten in het programma van Eva Jinek dat antisemitisme voorkomt in Nederlandse moslimgemeenschappen. Dat Jetten de islamitische gemeenschap als enige religieuze groep uitlichtte en met antisemitisme in verband bracht, heeft bij veel Nederlandse moslims kwaad bloed gezet. Onder anderen de schrijver Abdelkader Benali sprak zich uit en vindt dat Jetten moslims met die uitspraken voor de bus heeft gegooid.

Roel van Duijn: ‘Trump lijkt soms een beetje verliefd op Poetin’
Oud-politicus en vredesactivist Roel van Duijn noemt extreemrechtse en fascistische partijen in zijn nieuwe boek De aanval op Europa een bedreiging voor de democratie. Hij pleit voor een verbod op partijen die volgens hem ‘anti-Europese propaganda’ verspreiden. Ook hekelt Van Duijn zogenoemde ‘maskerfascisten’: fascisten die geen fascisten lijken, zoals de FvD die nu als boegbeeld een jonge vrouw heeft die zich minder dan Thierry Baudet bezondigt aan complottheorieën.

Elsbeth Etty: ‘De Februaristaking heeft een norm gesteld’
85 jaar geleden, op 25 februari 1941, besloten veel Amsterdammers te staken uit protest tegen de Jodenvervolging in de stad. Journalist, feminist en literatuurwetenschapper Elsbeth Etty schreef over deze grootste staking in het door nazi-Duitsland bezette Europa het boek We moeten iets dóén! Wat bewoog de honderdduizenden stakers om zich in deze gevaarlijke omstandigheden uit te spreken tegen onrecht? En wat kunnen we leren van toen?

Antisemitisme domineert de kranten, andere discriminatie krijgt minder aandacht
Wie zijn beeld van Nederland vooral op de media baseert, kan gemakkelijk denken dat antisemitisme de meest voorkomende vorm van discriminatie is. Geen enkele andere discriminatiegrond krijgt in vijf landelijke kranten zoveel aandacht. De meldcijfers van de anti-discriminatievoorzieningen ondersteunen dat beeld echter niet, blijkt uit dit artikel.

Zomerlezen: van klassiekers tot nieuwe favorieten

0

Welke boeken liggen er deze zomer op jouw boekenplank? Het nieuwste boek van die ene auteur waar je zo van houdt, of juist een oude parel die je voor een prikkie op de boekenmarkt vond? Dit zijn onze leestips voor de zomermaanden.

Aan het einde van de oorlog – Bert Natter  

In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog raakt het elfjarige zoontje van SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf vermist bij het concentratiekamp waar zijn vader de scepter zwaait. Auteur Bert Natter won in mei de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Aan het einde van de oorlog. Het is een verhaal dat je meezuigt in de inktzwarte wereld van het kamp en laat zien wat er gebeurt als het kwaad de overhand krijgt. De roman is geschreven als een filmscript, waarin de verschillende personages beurtelings in korte scènes worden gevolgd. Die vorm pakt verrassend goed uit.

Thomas Rap, 640 blz., € 29,99

——————————————————————————————————

Hallo witte scholen – Anousha Nzume 

Er zijn maar weinig Nederlandse boeken waarin het debat over segregatie en racisme in al zijn rauwheid en op onbeschaamde wijze wordt besproken als in Hallo witte scholen. Het boek met de treffende ondertitel: Klasse heeft ook een kleur  is het zeer welkome vervolg op Hallo witte mensen (2017).

Zomaar een paar zinnen uit het boek die er niet om liegen: ‘Wijken waar eerst mensen met verschillende culturele achtergronden woonden, wier kinderen op een gemengde school zaten, transformeren in hoog tempo in buurten waar door de stijgende huizenprijzen grote groepen Nederlanders van kleur vertrekken en nieuwe bewoners, vaak witte Nederlanders, hun intrek nemen’, aldus Nzume.

Ze vervolgt: ‘Deze groep is in eerste instantie enthousiast over de multiculturele wijk waar ze zijn neergestreken. Maar er zijn grenzen aan die solidariteit. Want hun witte kinderen mogen natuurlijk niet naar onze zwarte scholen. Dus fietsen ze graag een paar blokjes om.’

Het woord ‘ook’ in de ondertitel is een noodzakelijke toevoeging, omdat de middenklasse in de grote steden al lang niet meer uitsluitend bestaat uit autochtone, blanke of witte Nederlanders (kies naar wens, overtuiging en incasseringsvermogen de term die je het meest passend vindt, kleurenblindheid wordt echter niet gewaardeerd, zou Nzume zeggen). De kinderen van ‘gastarbeiders’, ‘buitenlanders’, ‘niet-westerse allochtonen’ en, in de nieuwste terminologie, ‘Nederlanders met een migratieachtergrond’ eisen hun plek op in de samenleving.

In het haar boek over segregatie in het onderwijs analyseert Nzume de sociale werkelijkheid van segregatie in het onderwijs op basis van etniciteit en klasse. Met rake beschouwingen pleit zij ervoor om eindelijk serieus werk te maken van integratie. Zoals ze schrijft: ‘We vergeten weleens dat het al dan niet goed regelen van gemengde scholen uiteindelijk allesbepalend is voor de groeiende kansen- en sociale ongelijkheid in onze samenleving.’ Een aanrader voor een klassen- én kleurbewuste zomervakantie.

Uitgeverij Pluim, 192 blz., € 29,99

——————————————————————————————————

Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld – Roel Meijer  

Als je altijd al meer wilde weten over de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten, maar de bestaande boeken te gedateerd vindt, dan is het boek van Roel Meijer – Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld – een goede keuze. In 400 pagina’s neemt de geschiedenisdocent je mee door de ontwikkelingen van de vorige eeuw tot aan de Arabische lentes. Dit doet hij niet aan de hand van chronologische gebeurtenissen, maar op basis van thema’s als dekolonisatie, republieken en monarchieën, militaire regimes en islamistische tendensen. Steeds staat de relatie tussen staat en burger – het sociaal contract – centraal.

Als je het hele boek gelezen hebt, begrijp je hoe de ontwikkelingen van de afgelopen honderd jaar hebben geleid tot waar de verschillende staten nu staan. Meijer tracht een antwoord te geven op de vraag waarom de mensen van de revoluties er niet in zijn geslaagd om structurele verandering teweeg te brengen. Zo gaat hij uitgebreid in op de Palestijnse kwestie, de Syrische burgeroorlog en legt uit waarom Soedan nog steeds in een burgeroorlog verkeert.

Als je een ontspannend boek kiest is dit misschien niet de beste keuze. De dichtheid aan informatie is intens, doordat Meijer voorbeelden uit verschillende landen aanhaalt en verschillende leiders, partijen en cijfers door elkaar gebruikt. Het boek is dan niet bedoeld om een tijdslijn te schetsen, maar om inzicht te krijgen in patronen, bewegingen en ontwikkelingen in het moderne Arabische Midden-Oosten.

Amsterdam University Press, 400 blz., € 34,99

——————————————————————————————————

Soekarno. Nederlandsch onderdaan – Lambert Giebels  

Soekarno. Nederlandsch onderdaan van Lambert Giebels is een zeer leesbare biografie over het leven van Soekarno in de periode 1901-1950, dus vanaf zijn geboorte tot de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië.

Soekarno was charismatisch, charmant, creatief, humoristisch en pragmatisch. Daarom werd hij dé leider van de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging, in plaats van de stijve Mohammed Hatta of de misschien wel te idealistische en te intellectuele Sutan Sjahrir.

Vanwege zijn collaboratie met de Japanners was Soekarno voor de Nederlanders niet acceptabel als gesprekspartner. Daarom leidde Sjahrir voor Indonesië de besprekingen in Linggadjati in 1946 en Hatta de onderhandelingen die op 27 december 1949 leidden tot de soevereiniteitsoverdracht.

Een donkere plek op Soekarno’s reputatie was zijn steun aan het Japanse beleid om Indonesische dwangarbeiders te werven. Vele zogenoemde Romoesja’s stierven bij de aanleg van spoorwegen, zoals de Birmaspoorweg, en vliegvelden.

Uitgeverij Prometheus, 531 blz., € 29,95 

Hoe de zonden deugden werden en omgekeerd

0

In een immens wit nagebootst ijsblok, smeltend en gebarsten, bevond zich in Stockholm een tentoonstelling over de Poolcirkel, het thuis van vier miljoen mensen. Op zoek naar de Zweedse geschiedenis in beeld bezocht ik de bovenste verdiepingen van het Nordiska Museet. Op de begane grond was een tentoonstelling over klimaatverandering. Vanaf de galerij boven kon je de opbouw goed zien: het looppad vormt de barst die als een bliksemflits zigzaggend door het nagemaakte ijsblok trekt. Met verhalen en voorwerpen over het leven van de inheemse bevolking in de Poolcirkel, die niet meer gebruikt dan nodig is, biedt de tentoonstelling inzicht in de klimaatverandering.

Als ‘een waarschuwing uit het verleden’ vermeldt een bord de zeven kardinale zonden, samengevat door paus Gregorius I (rond 600 na Christus), waarvoor je gestraft wordt in het hiernamaals. Trots, hebzucht, lust, jaloezie, gulzigheid, wraak/woede en luiheid.

Waarvoor we nu al gestraft worden. Elke onderneming of elk instituut stimuleert tegenwoordig ‘trots’ onder werknemers en onderdanen. Ongeremd nationalisme is populairder dan ooit. Hebzucht, lust, vraatzucht en gemakzucht worden driftig gestimuleerd in alle reclames en zijn in het kapitalistische systeem gemeengoed. Op jaloezie en afgunst wordt ook ingespeeld door bedrijven (zie de Postcode Loterij). En sommige politici vinden woede een teken van kracht.

De tentoonstelling maakte ook de vertaalslag naar het heden. Geloof je niet in God, vervang de straffende grootheid dan maar door ‘de natuur’. Het niet in toom houden van de zeven hoofdzonden zal zich uiteindelijk tegen de mensheid keren in de vorm van opwarming van de aarde, die leidt tot ondraaglijke temperaturen, smeltende gletsjers en een stijgende zeespiegel.

Ik begon me daar, in dat gebarsten ijsblok in bloedheet Stockholm, erg ongemakkelijk te voelen

Geen nieuws op de tentoonstelling, maar de visuele verzameling van wat de mens vermag en verknalt mist zijn uitwerking niet. Ik zie hier heel helder hoe de westerse mens de hoofdzonden heeft weten te transformeren tot deugden. Wie ze alle zeven uitoefent, heeft het gemaakt. Ik hoef natuurlijk niet meer te wijzen naar het oranje, vleesgeworden ordinaire icoon van het kapitalisme in het Witte Huis, dat zijn partij tot overtuigde, jaknikkende zondaars heeft omgevormd.

Ik begon me daar, in dat gebarsten ijsblok in bloedheet Stockholm, erg ongemakkelijk te voelen. We hebben onze ziel verkocht. Niet alleen de natuur is slachtoffer van onze zonden, maar ook de humaniteit en de kwetsbare mensen. Met de achterlijk genoemde kerk gooide een groot deel van het Westen de deugden eruit om plaats te maken voor het kapitalisme. Het neoliberalisme zou nu het beste uit de mens halen. Voor georganiseerde correctie was gewoon geen ruimte meer; ieder voor zich moet maar weten waar hij in gelooft. En degene die carrière maakt en veel verdient in de maatschappij is de winnaar. Losers hebben gewoon hun best niet genoeg gedaan.

Ethiek is zo old school.

Er zijn gewoon geen remmingen meer, zei een bevriend psycholoog. Schrijver en psycholoog Paul Gilbert laat met zijn onderzoek naar compassie zien dat mensen gedreven worden door emoties die voortkomen uit drie hoofdpatronen van instincten. De belangrijkste is de drang om te overleven, zelfbehoud. Dat leidt tot een reactie van vechten, vluchten of bevriezen en gaat samen met angst en woede. De tweede is het zoeken naar bronnen die onze driften van honger, dorst en voortplanting kunnen bevredigen, maar als die speurtochten falen, maakt dat mensen angstig, boos en agressief. Tot zover bekend. Maar de derde groep, die veel te weinig aandacht krijgt, is het patroon van streven naar een situatie van tevredenheid, niets doen en dankbaarheid. Het is duidelijk dat pas in het derde geval ruimte is voor zorg voor een ander in plaats van voor jezelf en je eigen instincten. Of voor bescherming van de natuur. Maar wij draaien als een op hol geslagen kermisattractie maar door.

Dat ze potsierlijk klinken zegt meer over ons

Niet alleen de liberalen, ook links heeft een afkeer van deugdelijkheid, maar weet daar niets tegenover te stellen dat ons in het gareel kan houden. Laten we ons bijvoorbeeld inspireren door de klassieken. Dat ze potsierlijk klinken zegt meer over ons. De antieke deugden bijvoorbeeld: gematigdheid, voorzichtigheid, rechtvaardigheid en moed. En de christelijke: geloof, hoop en liefde. De politieke: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Werkelijk, het is alsof onze machthebbers er de spot mee willen drijven.

Maar wie het laatst lacht, lacht het best. Volgens Jesaja: ‘De vloek heeft de aarde verslonden, en zij die erop leven zijn verlaten; de bewoners van de aarde zullen verbranden en weinigen blijven over.’