Vandaag, 17 augustus, is Indonesië 81 jaar. Deze zeventien figuren – dertien Indonesiërs, vier Nederlanders – tonen samen de veelstemmige geschiedenis van verzet, samenwerking en morele ambiguïteit rond de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

1. Prins Diponegoro (1785–1855)
Diponegoro was de charismatische leider van de Java‑oorlog (1825–1830), de grootste antikoloniale opstand van de negentiende eeuw. Zijn conflict met het koloniale bestuur groeide uit tot een massale strijd die Java ontwrichtte. Diponegoro wist zowel de islamitische leiders als de adel achter zich te krijgen en werd door zijn volgelingen gezien als Ratu Adil, de rechtvaardige vorst uit de Javaanse profetieën.
Uiteindelijk werd Diponegoro in 1830 tijdens onderhandelingen met de Nederlanders gearresteerd. Hij werd verbannen naar Makassar, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Diponegoro werd in de twintigste eeuw een symbool van Indonesisch nationalisme. Hij was een opstandige prins die zich verzette tegen buitenlandse overheersing, maar ook een charismatische religieus leider.
De Java-oorlog kostte naar schatting 200.000 Javanen het leven en bracht het Nederlandse koloniale bestuur diep in de schulden. Dit zorgde mede voor de instelling van het beruchte Cultuurstelsel (1830-1870) op Java, dat Javaanse boeren dwong om voor de Nederlanders te werken.

2. Pattimura / Thomas Matulessy (1783–1817)
Pattimura, geboren als Thomas Matulessy, leidde in 1817 een grote opstand op de Molukken tegen het Nederlandse koloniale gezag. De Molukken waren eeuwenlang strategisch belangrijk vanwege de kruidnagelhandel, en de lokale bevolking had zwaar te lijden onder dwangarbeid, monopoliepolitiek en economische uitbuiting. Pattimura was een voormalig soldaat in Britse dienst. Hij wist na de terugkeer van de Nederlanders een brede coalitie van dorpshoofden en strijders te verzamelen. De rebellie begon met de verovering van Fort Duurstede op Saparua, waarbij de Nederlandse resident werd gedood.
Hoewel de opstand aanvankelijk succesvol was sloegen de Nederlanders hard terug. Pattimura werd gevangengenomen en in november 1817 geëxecuteerd. Zijn dood maakte hem tot martelaar. In de Indonesische nationale historiografie geldt hij als een van de eerste moderne vrijheidsstrijders. Hij streed niet voor een dynastie maar tegen koloniale onderdrukking. Zijn naam leeft voort in talloze straten, scholen en monumenten.

3. Teuku Umar (1854–1899)
Teuku Umar was een van de meest gevreesde leiders van de Atjeh‑oorlog (1873–1914), een van de langste en bloedigste koloniale conflicten uit de Nederlandse geschiedenis. Umar stond bekend om zijn strategische sluwheid. Hij werkte een tijdlang samen met de Nederlanders en nam hun wapens en andere hulp in ontvangst. Maar vervolgens liep hij over naar de kant van de rebellen. Umars guerrillatactieken maakten hem bijzonder effectief.
De Atjehse opstandelingenleider vocht niet voor Indonesië, wat dat concept kende hij nog niet. Hij streed voor de Atjehse politieke en religieuze orde, waarin de adel en islamitische geestelijken een centrale rol speelden. In 1899 sneuvelde hij, toen de Nederlanders hem in een hinderlaag lokten. Toch wordt hij nog steeds gezien als meesterstrateeg. In de Indonesische herinnering staat Umar symbool voor slimheid, onvoorspelbaarheid en compromisloos verzet. Zijn weduwe Cut Nyak Dien zette zijn strijd voort.

4. Cut Nyak Dien (1848–1908)
Cut Nyak Dien is de beroemdste vrouwelijke vrijheidsstrijder van Indonesië. Na de dood van haar eerste man in de Atjeh‑oorlog hertrouwde ze met Teuku Umar, met wie ze actief deelnam aan de guerrillastrijd. Toen Umar in 1899 sneuvelde nam zij zelf het bevel over zijn troepen over.
Dien stond bekend om haar onverzettelijkheid, religieuze overtuiging en charisma. Ze leidde jarenlang een mobiele guerrilla-eenheid in de bergen van Atjeh, ondanks toenemende ontberingen en haar verslechterende gezondheid. Uiteindelijk werd ze verraden door een eigen strijder, die haar lijden niet langer kon aanzien. De Nederlanders deporteerden haar naar Sumedang op West‑Java, waar ze in 1908 overleed. In de Indonesische nationale geschiedenis is zij een symbool van vrouwelijke moed, religieuze vastberadenheid en de langdurige Atjehse weerstand tegen koloniale overheersing.

5. Raden Adjeng Kartini (1879–1904)
Ze geldt als de beroemdste voorvechtster van vrouwenemancipatie in Nederlands-Indië. Als dochter van een Javaanse regent groeide Raden Adjeng Kartini op binnen de aristocratische Javaanse elite. Ze verzette zich echter tegen de beperkingen die vrouwen werden opgelegd. Via correspondentie met Nederlandse vrienden ontwikkelde Kartini een kritische visie op kolonialisme, onderwijs en de positie van vrouwen. Vooral het gebrek aan scholing voor Javaanse meisjes zag zij als een groot probleem.
Kartini bewonderde elementen van de Europese Verlichting, maar bleef tegelijkertijd geworteld in de Javaanse cultuur. Haar beroemde brieven, later gepubliceerd onder de titel Door Duisternis tot Licht, maakten haar postuum tot een symbool van vooruitgang en intellectuele vrijheid. Hoewel zij geen revolutionair of nationalist in moderne zin was inspireerden haar ideeën latere Indonesische generaties in hun strijd voor emancipatie en onderwijs. Hari Kartini (21 april) is in Indonesië een nationale dag ter ere van vrouwenemancipatie.

6. Ernest Douwes Dekker (1879-1950)
Ernest Douwes Dekker, een neefje van Eduard Douwes Dekker aka Multatuli, was een van de eerste expliciet antikoloniale denkers van Nederlands‑Indië. Als Indo‑Europeaan bevond hij zich tussen twee werelden, wat zijn politieke bewustzijn sterk vormde.
In 1912 richtte hij samen met Tjipto Mangoenkoesoemo en Soewardi Soerjaningrat de Indische Partij op, de eerste politieke beweging in Nederlands-Indië die openlijk streefde naar zelfbestuur en uiteindelijk onafhankelijkheid. De partij werd snel verboden en Douwes Dekker werd verbannen. Zijn ideeën bleven echter circuleren.
Ernest keerde uiteindelijk weer terug naar Indonesië. Hoewel hij geen hoofdrol speelde in de revolutie van 1945 geldt hij als een van de intellectuele grondleggers van het Indonesisch nationalisme. Soekarno was zwaar schatplichtig aan hem. Later gaf Soekarno korte tijd les aan Douwes Dekkers Ksatrian-school in Bandung.

7. Hadji Oemar Said Tjokroaminoto (1882–1934)
Tjokroaminoto was de leider van Sarekat Islam, de eerste massale antikoloniale beweging in Nederlands‑Indië. Onder zijn leiding groeide de organisatie uit tot een politieke kracht met honderdduizenden leden, variërend van handelaren tot arbeiders.
Tjokroaminoto was een begenadigd spreker en een pragmatisch organisator die religie, sociale rechtvaardigheid en nationalisme wist te verbinden. Zijn huis in Surabaya werd een broedplaats van toekomstige leiders. Soekarno en de marxistische leider Tan Malaka woonden er als jonge mannen.
Hoewel Sarekat Islam later versplinterde door ideologische conflicten tussen islamisten, socialisten en nationalisten blijft Tjokroaminoto een sleutelfiguur. Hij legde de basis voor massapolitiek in Indonesië en introduceerde een nieuwe generatie aan het idee dat onafhankelijkheid niet slechts een droom was, maar realiseerbaar.

8. Soekarno (1901–1970)
De eerste president de republiek Indonesië dankte zijn naam aan aan het wajangspel, het schaduwspel waarmee mythische verhalen werden opgevoerd. Zijn naam wijst naar Karno, een van de helden uit het wajangspel. Soekarno was daarnaast architect, liefhebber van modieuze pakken, snelle auto’s en mooie vrouwen. Volgens journalist David Van Reybrouck heeft hij als president ook nader kennis gemaakt met Marilyn Monroe, de legendarische actrice.
Als student in Bandung ontwikkelde Soekarno zijn ideologie van nationalisme, islam en marxisme als drie pijlers van een verenigd front tegen kolonialisme. Hij richtte de nationalistische partij PNI op, werd meerdere keren gearresteerd, gevangengezet en verbannen.
Tijdens de Japanse bezetting van 1942-1945 koos Soekarno voor de pragmatische weg. Hij werkte samen met de Japanners, maar gebruikte die ruimte ook om de basis te leggen voor een toekomstige onafhankelijke Republiek Indonesië. In deze tijd ontwikkelde hij ook de Indonesische staatsideologie van de Pancasila, Sanskriet voor Vijf Zuilen. Hoewel de islam een belangrijke rol speelt in het huidige Indonesië is het eilandenrijk dankzij Soekarno geen islamitische republiek geworden, zoals Pakistan. Op 17 augustus 1945 proclameerde hij samen met Mohammed Hatta de Indonesische onafhankelijkheid.

9. Mohammad Hatta (1902–1980)
Hatta was de intellectuele tegenhanger van Soekarno en mede‑proclamator van de Indonesische onafhankelijkheid. Hij studeerde economie aan de Hogeschool van Rotterdam (tegenwoordig de Erasmus Universiteit) en sloot zich aan bij de Indonesische studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia.
Hatta pleitte voor een moderne, democratische en internationaal georiënteerde Indonesische staat. Zijn rustige, analytische stijl maakte hem een effectieve diplomaat. In 1949 was Hatta in Nederland om de soevereiniteitsoverdracht te accepteren. Soekarno was hier niet welkom vanwege zijn rol tijdens de Japanse bezetting. Als eerste vicepresident hielp Hatta de jonge republiek institutioneel vorm te geven.
Zijn breuk met Soekarno in 1956 symboliseerde de spanningen tussen charismatisch leiderschap en constitutionele politiek. Hatta wordt herinnerd als een principiële, integere nationalist, die – samen met Sutan Sjahrir – de morele en bestuurlijke ruggengraat van de onafhankelijkheidsbeweging vormde.

10. Sutan Sjahrir (1909–1966)
Sjahrir was een van de meest briljante intellectuelen van de Indonesische vrijheidsstrijd. Als jonge socialist weigerde hij tijdens de Japanse bezetting elke vorm van samenwerking, wat hem morele geloofwaardigheid gaf in 1945. Hij werd de eerste premier van Indonesië en probeerde de revolutie te sturen richting diplomatie, internationale erkenning en gematigd socialisme.
In zijn pamflet Onze Strijd keerde Sjahrir zich tegen het revolutionaire geweld tegen Nederlanders, Indo’s en Chinezen, de zogenoemde Bersiap. Hiermee maakte hij zich niet geliefd onder radicalen. Voor de Nederlanders was Sjahrir, juist omdat hij zich tegen de Japanners had verzet, echter een acceptabele onderhandelingspartner. Hij was het die in Linggajati een akkoord met de Nederlanders sloot, waardoor de Republiek Indonesië de facto werd erkend.
Nederland besloot dit akkoord echter anders uit te leggen en in 1947 Indonesië aan te vallen, de eerste ‘Politionele Actie’. Hierdoor raakte Sjahrir politiek gemarginaliseerd. Als diplomaat wist Sjahrir daarna echter veel goodwill voor Indonesië te kweken bij de internationale gemeenschap, wat bijdroeg aan de sterke internationale druk op Nederland om de soevereiniteit over te dragen.

11. Generaal Sudirman (1916–1950)
Sudirman was de militaire held van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Als voormalig leraar zonder klassieke militaire opleiding, hij had alleen een PETA-training bij de Japanners gevolgd, werd hij in 1945 gekozen tot opperbevelhebber van de TNI, het Indonesische leger. Zijn leiderschap tijdens de Nederlandse politionele acties was in zekere zin legendarisch. Ondanks tuberculose leidde hij vanuit zijn draagstoel een maandenlange guerrillatocht door Midden‑Java, om de republikeinse strijdkrachten bijeen te houden.
Sudirman geloofde dat de Republiek alleen kon overleven door vastberadenheid en morele discipline. Zijn strategie van mobiele guerrilla‑oorlogvoering maakte het voor Nederland onmogelijk om de republiek definitief te verslaan. Hij overleed in 1950, kort na de soevereiniteitsoverdracht, uitgeput door de oorlog.

12. Abdul Harris Nasution (1918–2000)
Maar dat de Nederlanders de oorlog militair gezien niet konden winnen was vooral te danken aan het genie van Abdul Haris Nasution, the man with a plan. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog ontwikkelde deze voormalige KNIL-militair mede op basis van de negentiende-eeuwse Duitse strateeg Carl von Clausewitz het concept van een totale volksoorlog. Een normale oorlog zou Indonesië nooit winnen van Nederland, een guerrillaoorlog wel.
Zijn ideeën bepaalden de militaire strategie van de TNI en beïnvloedden later ook andere Aziatische bevrijdingsbewegingen. Na 1949 bleef Nasution een invloedrijke figuur als minister van Defensie en stafchef. Hij overleefde de aanslag tijdens de mislukte communistische coup van 30 september 1965, waarbij zijn dochter omkwam. In de daaropvolgende machtsstrijd steunde hij generaal Soeharto, maar werd later op een zijspoor gezet.
De erfenis van Nasution is niettemin omstreden. Hij wad de eerste die ervoor pleitte dat het leger een belangrijke rol moest spelen in de binnenlandse politiek van Indonesië. Soeharto geloofde dat ook en de huidige president Prabowo Subianto.

13. Tan Malaka (1897–1949)
Tan Malaka was de meest radicale en visionaire denker van de Indonesische vrijheidsstrijd. Aanvankelijk was hij zeer beïnvloed door de Nederlandse revolutionair Henk Sneevliet, maar hij koos al snel zijn eigen weg. Als marxist, leraar en revolutionair opereerde hij decennialang in ballingschap, van Moskou tot Shanghai en Manila. Zijn boek Naar de Republiek Indonesia (1925) was een van de eerste teksten die een onafhankelijke Indonesische staat theoretisch doordacht.
Tan Malaka stond vaak buiten de officiële beweging. Hij botste met de communisten, met Soekarno én met Sjahrir. Toch speelde hij een cruciale rol in de revolutie van 1945–1949, onder meer door het organiseren van arbeiders en jongeren. Zijn radicale visie op volkssoevereiniteit en sociale rechtvaardigheid maakte hem populair onder militante groepen. In 1949 werd hij door republikeinse troepen geëxecuteerd, nadat de marxistische Maidun-opstand was mislukt. Pas decennia later werd hij gerehabiliteerd. Tan Malaka geldt nu als een van de meest originele en tragische figuren van de Indonesische revolutie.

14. Jan ‘Poncke’ Princen
De bekendste Nederlandse overloper tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was Jan’Ponkce’ Princen. Hij had in het Nederlandse verzet gezeten tijdens de Duitse bezetting, maar weigerde daarna mee te werken aan koloniale oorlogvoering in Indonesië. In 1948 liep hij over naar de Republiek Indonesië en vocht vervolgens aan Indonesische zijde. Voor veel Nederlanders gold hij lange tijd als verrader. Het Nederlandse leger probeerde hem en zijn groep te pakken te krijgen. Dit lukte bijna. Poncke Princen overleefde de Nederlandse aanval, maar zijn Indonesische vrouw kwam om.
Poncke Princen bekeerde zich tot de islam en bleef zich als pro deo-advocaat inzetten voor de armen en verdrukten in zijn nieuwe vaderland. Dit laatste maakte hem niet populair bij de Indonesische autoriteiten en tot tweemaal toe werd hij in de jaren vijftig door Soekarno gevangen gezet. In 1994 wilde Princen zijn oude vaderland weer bezoeken. Minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo (D66) had hier geen principiële bezwaren tegen, maar boze veteranen maakten stampij en Princen kwam daarom ons land niet in.
Journalist Niels Mathijssen van De Groene Amsterdammer schrijft nu een biografie over Poncke Princen.

15. Piet van Staveren
Deze communistische dienstplichtige deserteerde uit het Nederlandse leger en sloot zich in 1947, vlak voor de eerste zogenoemde politionele actie, aan bij de Republiek Indonesië. Van Staveren maakte propaganda-uitzendingen voor de Indonesische zaak en riep Nederlandse soldaten op hun wapens neer te leggen. Hij maakte eind 1948 als communist de opstand van Maidun mee tegen de Indonesische nationalisten, maar overleefde dit avontuur ternauwernood.
In 1949 werd hij door de Indonesiërs uitgeleverd aan Nederland en kreeg zeven jaar gevangenisstraf opgelegd. Tientallen andere Indonesiëweigeraars werden tot flinke straffen veroordeeld, zoals bijvoorbeeld Jan Maassen (1929-2014) die tot 1952 in de gevangenis moest zitten. Maar iedereen kwam eerder vrij dan Van Staveren, die immers was gedeserteerd in Indonesië zelf.

16. Joris Ivens (1898–1989)
De linkse filmregisseur Joris Ivens was een overtuigd internationaal anti-fascist en anti-imperialist. In 1937 maakte hij de documentairefilm The Spanish Earth, waarin hij op geëngageerde wijze de strijd van de linkse Spaanse Republiek tegen de fascistische generaal Franco verhaalde.
Ivens raakte vlak na de Tweede Wereldoorlog nauw betrokken bij de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Hij maakte in 1946 de documentaire Indonesia Calling, waarin hij de havenarbeiders in Australië portretteerde die weigerden Nederlandse schepen richting Indonesië te laten vertrekken. Daarmee positioneerde hij zich expliciet tegen het Nederlandse koloniale beleid. De Nederlandse regering nam Ivens deze film erg kwalijk en de regisseur mocht voor lange tijd ons land niet meer in.

17. Sal Tas (1905–1976)
De socialistische journalist Sal Tas raakte bevriend met Sutan Sjahrir, toen de Indonesische revolutionair in Nederland studeerde. Tas’ vrouw Maria Duchâteau vond Sjahrir echter ook heel leuk en reisde hem achterna terug naar Indonesië, om met hem te trouwen. Ze was echter nog niet gescheiden van Tas, waarop het huwelijk werd ontbonden. Maar ondanks deze pijnlijke situatie bleef Tas vrienden met Sjahrir en zijn politieke zaak steunen.
Als journalist verzette Tas zich publiekelijk tegen de Nederlandse militaire acties. Hij vertegenwoordigt de kleine maar intellectueel invloedrijke stroming in Nederland die de Indonesische onafhankelijkheid moreel ondersteunde, vaak tegen de publieke opinie in. Zijn rol is minder spectaculair dan die van overlopers Poncke Princen of Piet van Staveren, maar wel belangrijk in het ideologische debat in Nederland zelf.


Een dementerende Marokkaanse vader besluit de laatste dagen van zijn leven door te brengen in Al Hoceima, de plaats waar hij vandaan komt. Zijn drie volwassen kinderen vergezellen hem in het kleine busje waarmee ze vroeger ook altijd naar Marokko op vakantie gingen. Onderweg komen de onderlinge spanningen aan het licht.


In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog raakt het elfjarige zoontje van SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf vermist bij het concentratiekamp waar zijn vader de scepter zwaait. Auteur Bert Natter won in mei de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Aan het einde van de oorlog. Het is een verhaal dat je meezuigt in de inktzwarte wereld van het kamp en laat zien wat er gebeurt als het kwaad de overhand krijgt. De roman is geschreven als een filmscript, waarin de verschillende personages beurtelings in korte scènes worden gevolgd. Die vorm pakt verrassend goed uit.

