Omroep ZWART presenteert op 28 augustus de driedelige documentaireserie De Witte Man, waarin documentairemaker Qian van Binsbergen onderzoekt ‘hoe gaat het met de witte man nu hij niet langer vanzelfsprekend het middelpunt van de samenleving lijkt te zijn?’ De serie is vanaf vrijdag 28 augustus om 21:15 te zien op NPO 3 en NPO Start.
Van Binsbergen richt zich op ‘de verschuivende machtspositie van de witte man’ en vraagt zich af: ‘Wat gebeurt er wanneer een groep die eeuwenlang de norm bepaalt, steeds vaker wordt bevraagd? Wat doet dat met macht, identiteit en zelfbeeld? En kan de witte man eigenlijk naar zichzelf kijken?’
In de serie spreekt ze met een groep mannen ‘die allemaal Jan heten, de meest voorkomende voornaam in Nederland’, over ‘macht, mannelijkheid en witheid’. Antropoloog Gloria Wekker helpt ‘de systemen achter witte onschuld en racisme te begrijpen’. Daarnaast onderzoekt de serie met onder anderen criminoloog Marieke Liem en politicoloog Sarah de Lange “de donkere kanten van mannelijkheid: van vrouwenonveiligheid en femicide tot de normalisering van de manosphere en extreemrechts’. Ook BNNVARA-journalist Tim Hofman en Jiskefet-acteur Michiel Romeyn (die trouwens de corpsbal Van Binsbergen speelt in de Lullo’s, red.) leveren een bijdrage.
Volgens Qian van Binsbergen hoeft ‘de witte man niet uit te sterven, maar hij moet zich wel aanpassen. ‘In deze documentaire kijken wij of hij dat kan, aangezien de samenleving dat steeds meer van hem verwacht.’ De serie is volgens haar ‘geen aanklacht tegen individuele mannen, maar een onderzoek naar een systeem waarin één figuur eeuwenlang de norm mocht zijn’.
‘Het gaat niet om de witte man als persoon, maar om zijn machtspositie’, zegt de documentairemaker. ‘Vanuit die machtspositie heeft hij altijd bepaald wat de norm is, maar nu bepalen andere mensen mee. Daar wilden we met nieuwsgierigheid, humor en ernst naar kijken.’
De Witte Man combineert interviews, persoonlijke ontmoetingen en ‘gestileerde fictiescènes’.
Deze zomercolumn is vooral nuttig voor degenen die nu van een fijne vakantie kunnen genieten omdat er in Nederland goed voor ze wordt gezorgd. En wel omdat Nederland steeds minder goed voor een ander deel van de inwoners zorgt. En dat komt weer voor een groot deel door het stemgedrag van degenen die ervoor gezorgd hebben dat Nederland wel goed voor henzélf zorgt.
Laten we er niet omheen draaien: Nederland is de afgelopen decennia een steeds onsympathieker land geworden: egoïstisch, materialistisch en xenofoob. Ja, individueel zijn veel Nederlanders best aardig, maar zodra ze in het stemhokje staan, is het bij velen: eigen hoge bankrekening en aandeelportefeuille eerst. Niet toevallig valt dat samen met de electorale dominantie van de VVD, die van de 26 jaren die de huidige eeuw inmiddels duurt er slechts vier – vier! – níet heeft meegeregeerd.
Van de huidige Tweede Kamerleden behoort bijna een derde tot rechts-extremistische, zo niet fascistoïde partijen, en als je de onder Yesilgöz blijkens haar stemgedrag anti-rechtstatelijk geworden VVD-fractie daarbij optelt, kom je bijna uit op de helft.
Men maakt zich hier te lande regelmatig zorgen over verkiezingen in Duitsland en Frankrijk, maar Nederland is geen haar beter. Er bestaat in de Kamer nog steeds de neiging om de intrinsieke kwaadaardigheid van haatpredikers als Wilders en Markuszower te bagatelliseren, omdat zij toch collega’s en soms voor een meerderheid onmisbaar zijn.
Nederland is de afgelopen decennia een steeds onsympathieker land geworden
De VVD is er de afgelopen jaren op leugenachtige wijze in geslaagd om een collectief sociaal-economisch ongelijkheidsprobleem als een individueel sociaal-cultureel aanpassingsprobleem te framen, in de lijn van het bewust gemakzuchtige dictum van Mark Rutte dat nieuwkomers zich maar moesten leren invechten.
Zo kon de schuld voor alle door de VVD-marktwerking veroorzaakte tekorten op de woningmarkt of in de zorgsector op asielzoekers worden geschoven, en konden niet alleen de wantoestanden in de buitenlandse uitzendbranche – denk aan de vleessector – buiten schot blijven. Dat gold ook voor de zelfbevoordeling van de (deels goed aan dat soort wantoestanden verdienende) economische bovenlaag, zoals het behoud van de hypotheekrenteaftrek en een minimale erf- en vermogensbelasting.
Ook de VVD koestert zo de valse tegenstelling waarmee extreemrechts in Nederland groot is geworden: tussen een zogenaamd ‘linkse’ elite en de hardwerkende Nederlander uit het gewone volk. Maar die laatste bezit geen villa, geen vermogen en zal ook van de ouders niet talloze tonnen erven. Dat laatste zorgt ervoor dat veel ‘gewone’ (namelijk: modaal verdienende) Nederlanders helemaal niet tegen een hogere erfbelasting zijn, zoals De Telegraaf regelmatig beweert.
Laten we er niet omheen draaien: de elite die economisch de politieke toon zet, is niet links, maar rechts – want rijk. Extreemrechtse politici werpen zich vaak op als ‘woordvoerders’ van ‘het volk’ tegen de elite, maar het enige ‘volkse’ aan ‘volkswoordvoerder’ Mona Keijzer is haar ontegenzeggelijke vulgariteit. Ze heeft gestudeerd, bewoont een kapitale villa en dankzij al haar overheidsbanen stromen al jarenlang maandelijks duizenden euro’s binnen. Als je haar een ‘vrouw uit het volk’ noemt, kun je net zo goed ook Trump als een ‘man uit het volk’ betitelen.
En dat geldt eveneens voor veel van die andere types die zo graag afgeven op de ‘linkse elite’, die de ‘gewone Nederlanders’ in de steek gelaten zou hebben. Voor zover dat inderdaad gebeurd is, is dat echter vooral door juist veel te veel mee te gaan in door de VVD gedicteerd neoliberaal beleid, waarvan veel gewone Nederlanders het slachtoffer zijn geworden. Maar daar hebben degenen die nu de mond vol hebben over ‘het volk’ – schreeuwlelijken als Wierd Duk of Johan Derksen – het nooit over. Die horen zelf namelijk gewoon tot die rijke bovenlaag.
Nee: wie dan van vrijwel alles de schuld krijgen, zijn migranten die de Nederlandse cultuur zouden ondermijnen. Duk bestond het zelfs om de zoveelste afgang van het Oranje-elftal – dat ook in ‘islamvrije tijden’ nog nooit een WK heeft gewonnen – aan te weinig nationaal bewustzijn te wijten (in plaats van aan chronische zelfoverschatting).
Tja: nationaal. Wat dacht u dan van sommige wél door Derksen gevierde ‘nationale’ voetbalhelden, die zich ondanks hun Oudhollandse achternaam miljoenen laten betalen om – over de rug van de semi-slaven die het stadion bouwden – voor Qatar te spelen? Of van de ‘nationale’ autoheld Max Verstappen, die zodra ook bij hem de miljoenen begonnen binnen te stromen naar Monaco verkaste: een soort fiscale landverrader.
De tijdgeest lijkt momenteel in het voordeel van uiterst rechts, racisme, xenofobie en vulgaire vormen van nationalisme. De democratische weerbaarheid wordt in real time getest. Hongarije en Frankrijk zijn daarbij twee contrasterende laboratoria geworden voor de vraag hoe liberale democratieën zich verzetten tegen autoritaire tendensen: het ene land probeert de puinhoop van een mislukt autocratisch project op te ruimen, het andere probeert er een te voorkomen voordat het volledig vorm krijgt.
Het politieke landschap van Hongarije veranderde ingrijpend op 12 april 2026, toen Viktor Orbán na zestien jaar aan de macht een zware verkiezingsnederlaag moest erkennen. De centrumpartij Tisza van Péter Magyar behaalde ongeveer 53,6 procent van de stemmen en een tweederdemeerderheid van 138 zetels. Reuters en andere internationale media beschreven de uitslag als een historische tegenslag voor de wereldwijde rechts-populistische stroming waarvan Orbán het boegbeeld was geworden.
Magyar, ooit zelf onderdeel van de Orbán-kring, presenteerde zijn mandaat als een kans om ‘het regime’ te ontmantelen en de democratische checks and balances te herstellen die onder Fidesz waren uitgehold. Sinds zijn aantreden in mei heeft zijn regering in hoog tempo gewerkt aan wat hij ‘operatie zuiverend vuur’ noemde: een breed pakket economische, politieke en juridische hervormingen.
Tot de belangrijkste maatregelen behoren de oprichting van een nieuwe instelling om verduisterde staatsmiddelen terug te halen, het herstel van de onafhankelijkheid van het constitutioneel hof met een verplichte pensioenleeftijd van zeventig jaar voor rechters, en een termijnlimiet van twaalf jaar voor parlementsleden.
Misschien nog belangrijker was de goedkeuring door het Hongaarse parlement van een grondwetswijziging op 13 juli om president Tamás Sulyok uit zijn functie te zetten. Sulyok geldt als een bondgenoot van Orbán en werd door Magyar openlijk een marionet genoemd. Zijn opvolger zou deze zomer door het parlement worden gekozen. Tegelijkertijd ontmantelde de regering een omstreden surveillancedienst die Orbán gebruikte om critici te onderzoeken. Ook trad Hongarije toe tot het Europees Openbaar Ministerie.
Ook op mediagebied probeert Magyar snel orde op zaken te stellen. In juli 2026 schorste hij de bevooroordeelde nieuwsvoorziening van de publieke omroep MTVA en kondigde hij een nieuwe mediastructuur en een onafhankelijke media-autoriteit aan die objectieve berichtgeving moeten waarborgen.
Toch blijft de weg zwaar. Brussel heeft Hongarije 27 supermilestones opgelegd waaraan moet worden voldaan voordat ongeveer 10 miljard euro aan bevroren EU-middelen kan worden vrijgegeven. Die mijlpalen hebben betrekking op de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de bestrijding van corruptie en de houdbaarheid van het pensioenstelsel. Ze leggen de nieuwe regering een hoge lat op.
Frankrijk bereidt zich ondertussen op een andere manier voor
Analisten waarschuwen dat het orbánisme als electorale kracht weliswaar is verslagen, maar dat de institutionele en culturele erfenis van zestien jaar illiberaal bestuur blijft doorwerken. Sommige juristen voelen zich bovendien ongemakkelijk bij Magyars gebruik van constituerende macht om een zittende president te passeren. Dat laat zien hoe dun de grens kan zijn tussen het ontmantelen van autoritaire structuren en het overnemen van hun methoden.
Frankrijk bereidt zich ondertussen op een andere manier voor: niet op herstel na een verkiezingsnederlaag, maar op preventie vóór een mogelijke nederlaag. Volgens The Economist werkt Emmanuel Macron stap voor stap aan een strategie om de Franse instituties te beschermen tegen een waarschijnlijke overwinning van het Rassemblement National in 2027. Dat doet hij onder meer door sleutelposities te vullen met vertrouwelingen van wie de ambtstermijn zijn presidentschap overstijgt.
Generaal Fabien Mandon is benoemd tot nieuwe chef van de krijgsmacht, Amélie de Montchalin gaat de Cour des comptes leiden en Macron zal naar verwachting ook nieuwe ambassadeurs benoemen in Berlijn, Londen en Washington. François Villeroy de Galhau, gouverneur van de Banque de France, heeft ermee ingestemd achttien maanden eerder terug te treden, zodat Macron een opvolger kan benoemen voor een termijn van zes jaar, die ruim voorbij een eventueel RN-presidentschap reikt.
Daarmee bouwt Macron voort op een patroon dat Marine Le Pen al jaren omschrijft als een administratieve staatsgreep. Al in juli 2024 beschuldigde zij hem ervan hoge ambtenaren, ambassadeurs en militaire functionarissen versneld te benoemen om Jordan Bardella te verhinderen het land te besturen zoals hij dat zou willen. Het Élysée verdedigde die benoemingen destijds als een normale uitoefening van de constitutionele bevoegdheden op grond van artikel 13.
Wat Hongarije en Frankrijk laten zien, is dat de strijd tegen uiterst rechtse, autocratische en quasi fascistische bewegingen zelden schoon of lineair verloopt. Of het nu gaat om institutioneel herstel na een verkiezingsnederlaag of om preventieve versterking van de instituties, beide routes brengen het risico van overmatig ingrijpen met zich mee. Tegelijk roepen zij beschuldigingen van antidemocratisch handelen op van juist de politieke krachten die men probeert te begrenzen.
Terwijl Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland tekenen vertonen van verdere polarisatie en een verschuiving naar meer illiberale politiek, lijkt Europa een van de meest bepalende fases tegemoet te gaan in de bredere strijd om het democratische centrum bijeen te houden.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat van de honderd mensen die in 2025 verdronken, 37 een niet-Nederlandse herkomst hadden. Het ging om migranten of mensen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren. Dat aandeel is verhoudingsgewijs hoger dan het totale percentage migranten en Nederlanders met een migratieachtergrond, dat ongeveer 25 procent bedraagt.
Het CBS presenteert meer verontrustende cijfers over verdrinkingen binnen deze groep. Zo zou het risico op verdrinking onder tieners die buiten Europa zijn geboren ruim veertien keer groter zijn dan onder kinderen met een Nederlandse herkomst. Ook bij kinderen die in Nederland zijn geboren, maar van wie de ouders buiten Europa ter wereld kwamen, blijkt het risico op verdrinking vier keer groter te zijn dan bij kinderen met een Nederlandse herkomst.
Verder wijst het CBS op het hoge aantal Polen dat de afgelopen tien jaar is verdronken. Zij vormen ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners uit die periode. ‘Van 2016 tot en met 2025 verdronken 296 mensen in Nederland die geen inwoner waren. Van de mensen die verdronken en niet in Nederland woonden, was 90 procent man. Ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners kwam uit Polen’, schrijft het CBS. Dat is een nog grotere disproportionaliteit dan onder Nederlanders met een migratieachtergrond in het algemeen.
Het aantal verdronkenen schommelt jaarlijks tussen de honderd en 150, met een piek van 152 doden in 2024. Kinderen uit niet-Europese landen vormen binnen deze statistieken de grootste risicogroep.
Een tragisch voorbeeld deed zich voor in de zomer van 2023, toen een Syrische jongen van 15 verdronk in een recreatieplas in de buurt van zijn opvanglocatie. Dit incident en deze cijfers onderstrepen opnieuw de noodzaak van betere zwemvaardigheid en voorlichting onder nieuwkomers.
Ruim zestig jaar na de komst van de eerste gastarbeiders beleeft Duitsland een islamitische primeur. Voor het eerst heeft een gemeente – Penzberg, met 17.000 inwoners, van wie ongeveer 800 moslim zijn – langs de snelweg een bord geplaatst met de tijden van het vrijdaggebed. Zo meldt Deutsche Welle.
Duitslandgangers kennen waarschijnlijk de karakteristieke borden langs de Autobahn waarop de tijden van de zondagse mis staan vermeld. Nu wordt daar voor het eerst ook een bord met islamitische tijden voor het vrijdaggebed aan toegevoegd in Penzberg, op vijftig kilometer afstand van München. Deze primeur werd feestelijk en met de inclusieve zegen van de verschillende voormannen van het katholieke, protestantse en islamitische geloof Bernhard Holz, Julian Lademann en Benjamin Idriz, evenals de burgemeester Thomas Kopf, ingewijd.
Toevallig werden borden voor de christelijke gebedstijden zestig jaar geleden ongeveer gelijktijdig ingevoerd met de komst van de eerste migranten uit islamitische landen. Het idee voor de toevoeging van de gebedstijden voor het vrijdaggebed zou gezamenlijk zijn ontstaan, toen de oude borden aan vernieuwing toe waren.
‘Ik heb voorgesteld om de tijden voor het vrijdaggebed toe te voegen als extra bord. De burgemeester en beide priesters hebben dit voorstel hartelijk ondersteund’, aldus de imam van Penzberg, Benjamin Idriz, die stelt dat de borden nu een zichtbaar symbool zijn van respect en gelijkheid. Wat betreft de vele islamofobe reacties, die uiteraard ook zijn te vinden op sociale media en in de samenleving, is hij helder. Hoewel hij de alledaagse haat tegen Duitse moslims niet ontkent, is het volgens hem ook ‘niet altijd’ een correcte weergave van ‘de ware atmosfeer’ in de stad.
‘Onze preken [in het Duits] zijn voor iedereen toegankelijk, of men nu moslim is of niet, iedereen kan onze moskee bezoeken,’ voegt hij daaraan toe.
De historische binnenstad van Paramaribo is door Unesco op de lijst van bedreigd werelderfgoed geplaatst. De organisatie maakt zich zorgen over de staat van het monumentale stadscentrum, dat kampt met onder meer brandgevaar, verval en bouwprojecten die het beschermde stadsgezicht aantasten.
De waarschuwing betekent niet dat Paramaribo zijn werelderfgoedstatus direct verliest. Wel verwacht Unesco dat de Surinaamse autoriteiten maatregelen nemen om het historische centrum beter te beschermen. Als dat uitblijft, kan de werelderfgoedstatus uiteindelijk in gevaar komen.
De beslissing volgt op jaren van waarschuwingen van erfgoeddeskundigen. Ook het Surinaamse tijdschrift Parbode publiceerde deze maand een onderzoek naar de achteruitgang van het gebouwde erfgoed in Paramaribo. Volgens de onderzoekers vormen commerciële belangen en gebrekkig overheidsbeleid een bedreiging voor het historische karakter van de binnenstad.
Save the Children roept Europese regeringen op om bij de invoering van de nieuwe EU-terugkeerverordening de rechten van kinderen voorop te stellen. Volgens de organisatie bestaat anders het risico dat kinderen worden vastgehouden en uitgezet naar landen waarmee zij geen band hebben.
De terugkeerverordening, die naar verwachting in september formeel wordt vastgesteld nadat het Europees Parlement in juni instemde, introduceert onder meer zogenoemde terugkeercentra in niet-EU-landen. Save the Children stelt dat onderdelen van de verordening op gespannen voet staan met Europese grondrechten en waarschuwt voor een verzwakking van de rechtsbescherming van kinderen.
Volgens de hulporganisatie moeten lidstaten bij de uitvoering van de regels voorkomen dat kinderen in detentie belanden. Ook pleit zij ervoor dat gezinnen worden uitgesloten van terugkeercentra en dat minderjarigen toegang houden tot juridische bijstand, voogdij en andere vormen van bescherming.
Met de campagne Stand Up for Every Child doen de Europese afdelingen van Save the Children een gezamenlijke oproep aan regeringen om het belang van het kind centraal te stellen bij de implementatie van de nieuwe wetgeving.
Door toenemende beperkingen voor gelovigen en Israëlische schendingen van de status quo staat de Masjid al-Aqsa in Jeruzalem steeds verder onder druk als islamitisch heiligdom. Hoe denken moslims daarover? Het blijkt een gevoelig onderwerp.
Invallen door Israëlische kolonisten, beperkingen voor moslims en gebiedsverboden voor imams vergroten de druk op moslims op de Haram al-Sharif, de islamitische naam voor de Tempelberg in Jeruzalem. Op het terrein staan twee islamitische heiligdommen, de moskee Masjid al-Aqsa en de gouden Rotskoepel. De onderdrukkende maatregelen die Israël heeft doorgevoerd, zijn volgens Palestijnen en mensenrechtenorganisaties deel van een strategie om het gebied geleidelijk een ander karakter te geven.
Eerder dit jaar sloot Israël de moskee voor veertig dagen tijdens de oorlog met Iran. Palestijnse moslims konden de moskee niet binnen op vrijdagen, ramadan-nachtgebeden en Eid al-Fitr. Palestijnse functionarissen veroordeelden de maatregelen en zeiden dat het bedoeld was om religieuze vrijheid in te perken en het complex verder te verjoodsen. De Israëlische kolonisten die er tegen de afspraken in komen bidden, krijgen de laatste jaren bovendien bijval van politici die het islamitische karakter van al-Aqsa willen wegnemen. Daar zijn al plannen voor.
Al-Aqsa onder druk
Robert Soeterik, voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee, legt uit dat met de verovering in 1967 door Israël van Oost-Jeruzalem op Jordanië, met de jaren het islamitische heiligdom onder druk is komen te staan. Het complex bleef sindsdien onder beheer van de Jordaanse stichting Waqf, waardoor Israël er formeel geen zeggenschap over heeft. Toch heeft Israël een reeks restricties opgelegd aan moslims en gebiedsverboden voor Palestijnse imams uitgevaardigd. Vooral politici als Ariel Sharon, Benjamin Netanyahu en Itamar Ben-Gvir zijn daarvoor verantwoordelijk. Maar ook extremistische rabbijnen hebben hun partijtje meegeblazen.
‘Tot 2000 was het uitzonderlijk dat Joodse Israëliërs een incident veroorzaakten rond de Haram al-Sharif. Het bezoek in dat jaar van toenmalig premier Ariel Sharon aan de al-Haram al-Sharif was echter een bewuste provocatie, die door Palestijnen als zodanig is opgevat en uitdraaide op de Tweede Intifada. Sindsdien is het van kwaad tot erger geworden. Vooral na 7 oktober 2023 heeft extreemrechts in Israël nieuwe kansen gezien en genomen.’
Volgens Soeterik werd het joden aanvankelijk verboden om bij al-Aqsa te bidden, maar hielpen radicale rabbijnen de joodse aanwezigheid te legitimeren.
‘Het complex is vermoedelijk gebouwd op de resten van de Eerste en Tweede joodse Tempel. Door het te betreden, lopen joden het risico de plek waar ooit het Heilige der Heiligen lag – waarvan de precieze locatie onbekend is – letterlijk met voeten te treden. Radicale rabbijnen droegen de afgelopen jaren echter nieuwe interpretaties aan en betwijfelden of het verbod wel zo definitief was. Daarmee namen zij voor extremistische joodse kolonisten een belangrijk obstakel weg in de strijd om de controle over al-Aqsa volledig los te gaan’, zegt Soeterik.
‘Het vreet aan ons’
De Kanttekening vroeg aan bezoekers van een moskee in Alphen aan den Rijn hoe zij de ontwikkelingen rond al-Aqsa zien.
Na afloop van het vrijdaggebed vertelt een moskeebezoeker, die anoniem wil blijven, dat de al-Aqsa moskee voor hem een extra betekenis heeft. Hij zou er graag naartoe gaan, maar ziet daar vanwege de omstandigheden tot nu toe van af.
‘Eén gebed in de Masjid al-Aqsa weegt zwaarder voor Allah dan een gebed in een andere moskee, los van de andere twee [in Mekka en Medina]. Binnen de islam wordt een bezoek aan al-Aqsa om die reden gestimuleerd. Het reizen is geen verplichting, maar wel een geliefde daad voor Allah. Het vreet aan ons dat we dat onderdeel van de religie waar willen maken maar niet kunnen’, zegt hij.
‘Nadat ik verhalen hoorde over wat daar gebeurt en hoe mensen worden behandeld die er naartoe reizen, durfde ik het niet aan. Als ik weet dat ergens gevaar is, ga ik daar niet heen. Maar ik denk dat iedereen persoonlijk moet afwegen of hij daar naartoe wil.’
Ashraf, een andere man die de moskee in Alphen aan den Rijn uit komt lopen, vertelt dat de Masjid al-Aqsa een enorme religieuze en historische betekenis voor hem heeft. ‘Het is de eerste qibla van de islam, de richting waarin moslims aanvankelijk baden voordat deze werd veranderd naar de Ka’aba in Mekka. Daarnaast is het één van de drie heiligste plaatsen in de islam en wordt het in verband gebracht met de Isra en Mi’raj, de nachtreis en hemelvaart van de profeet Mohammed (vrede zij met hem).’
Vanwege de Israëlische restricties en de onderdrukking van de Palestijnen is hij niet van plan om naar de Haram al-Sharif af te reizen. ‘Ik zou er op dit moment niet naartoe willen. Ik zie op tegen de extra controles en ondervragingen op het vliegveld. Daarnaast vind ik de huidige situatie voor Palestijnen zorgelijk. Maar vanuit islamitisch oogpunt blijft de Masjid al-Aqsa een zeer belangrijke plaats om te bezoeken. De religieuze waarde van de moskee verandert niet door de huidige situatie.’
‘Het is een gevoelig onderwerp voor moslims’
Ook een andere man, die anoniem wil blijven en net de moskee verlaat, vertelt dat hij de al-Aqsa nog niet heeft bezocht. ‘Het is een gevoelig onderwerp voor moslims. We kijken allemaal machteloos toe terwijl moslims in Palestina worden onderdrukt. Allerlei verdragen die in het Westen zijn gemaakt, worden niet nageleefd. Ik zou het wel mooi vinden als ik daar naartoe kon gaan. Maar ik heb van andere gelovigen gehoord dat Israël het hen erg lastig maakt om al-Aqsa te bereiken. Ze werden geïntimideerd en alles werd gecontroleerd. Maar dat valt in het niet bij de situatie van de moslims die daar wonen.’
De Kanttekening heeft meerdere imams benaderd om over dit onderwerp te praten, maar kreeg geen reactie voor publicatie van dit artikel.
Soeterik wijst erop dat de toenemende wurggreep waarin moslims zich in Jeruzalem bevinden, onderdeel is van de politiek van de staat Israël om het sociaal-historische karakter van de stad te veranderen. Volgens hem treft dat niet alleen moslims. ‘Ook de christelijke gemeenschap in Jeruzalem heeft het erg moeilijk.’
Plannen voor een derde Tempel
Terwijl de Jordaanse stichting Waqf de Haram al-Sharif beheert, controleert de Israëlische politie de toegang. En daar gaat het mis: ultranationalistische joden krijgen onder bescherming van diezelfde Israëlische politie, steeds vaker de kans om al-Aqsa te betreden en er te bidden. Daarbij worden Palestijnse moslims aangevallen, soms zelfs tot in de moskee zelf.
Een Israëlische politieagent spreekt op 23 juli met Israëlische extremisten op de Haram al-Sharif (Tempelberg) in Jeruzalem. Beeld: Ilia Yefimovich/AFP
Gisteren was er volgens Al Jazeera sprake van één van de grootste invallen op het al-Aqsa complex dit jaar toen ruim drieduizend joodse kolonisten het bestormde. Dit deden zij onder begeleiding van de Israëlische politie, en vergezeld door Itamar Ben-Gvir en leden van de Knesset. Dat toont volgens de nieuwszender aan dat de bestormingen inmiddels officieel worden goedgekeurd.
Ben-Gvir vertegenwoordigt een groeiende beweging van joodse kolonisten in Israël die een ‘derde tempel’ wil bouwen op de plek van de Masjid al-Aqsa.
Aangezien deze beweging de laatste jaren een steeds grotere invloed krijgt, zijn Palestijnen bang dat met al-Aqsa hetzelfde zal gebeuren als met de Masjid al-Ibrahimi, een moskee in Hebron. Na een schietincident door een joodse kolonist in 1994 deelde Israël de moskee in tweeën, waardoor één helft als synagoge in gebruik werd genomen.
Volgens Jerusalem Story is Israël bovendien bezig het gezag van de Waqf verder te ondermijnen, door personeel geen toegang meer te geven tot het complex, te arresteren en vergunningen in te trekken.
‘Waar Israël mogelijk op aanstuurt, is een opdeling van al-Aqsa’
The Middle East Eye onthulde afgelopen mei dat Israël en de VS actief bezig zijn om het beheer door de Jordaanse Waqf te vervangen door een bestuur dat ondergeschikt zou zijn aan Israëlische belangen. Daarbij zou Israël imams mogen aanwijzen en zich kunnen mengen in de inhoud van preken. Ook zou al-Aqsa niet langer meer een islamitisch heiligdom zijn, maar één van alle drie de religies. Daarbij hopen ze op medewerking van Marokko, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten, die Israël hebben erkend in de Abraham-akkoorden.
Dat al-Aqsa wordt vervangen door een ‘derde tempel’, zoals de kolonistenbeweging wil, is onwaarschijnlijk, denkt Soeterik. ‘Waar Israël mogelijk op aanstuurt, is een opdeling van al-Aqsa. Het liefst zouden de kolonisten het hele complex opblazen en een nieuwe tempel bouwen. Dat zou echter een enorme escalatie betekenen en het toch al slechte imago van Israël verder verslechteren. Ik denk dat menige joodse Israëli tegen een dergelijke overduidelijk religieuze provocatie zal zijn. Daarom verwacht ik eerder dat de moskee in een context van verdere escalatie eventueel zal worden opgedeeld, net als in Hebron is gebeurd.’
Terwijl hij op het punt staat vanaf de moskee weer naar huis te rijden, zegt moskeebezoeker Ramin uit Alphen aan den Rijn dat als hij de kans zou krijgen, hij heel graag in de Masjid al-Aqsa zou bidden. Om veiligheidsredenen kan hij dat niet. ‘Ik heb gehoord hoe Israël moslims behandelt. Je hoeft maar even verkeerd te kijken en als het de Israëli’s niet aanstaat, pakken ze je. Ik heb ook nog een vrouw en kinderen hier.’
Oh, muze, bezing mij de vindingrijke man. Eerder een moordzuchtige man. Een man die een groep hooligans aanvoert die misbruik maken van de wetten van gastvrijheid, xenia, om te plunderen.
Dat is de Odysseus die Nolan ons voorschotelt in zijn cinematografische epos zoals zijn films worden genoemd. Nolan roept ongemakkelijke vragen op over hoe ver we gaan om de beschaving te ‘redden’, maar ondertussen meer kwaad dan goed doen. Het begint toch al met die list van het Trojaanse paard, de slimme vondst van Odysseus om Troje, de vijandige stad die op de knieën moet worden gedwongen, binnen te komen. Nolan maakt je deelgenoot van de opsluiting van de mannen in het paard; ze stikken zowat, ze vallen flauw, ze tellen de doden. Wat een vondst, wat een vernuft! Odysseus betekent trouwens ‘hij die woede opwekt’, of ‘hij die pijn veroorzaakt’, want zoals dat gaat in de oude beschavingen heeft elke naam meerdere betekenissen. Het geschenk wordt door de Trojanen ontvangen, waarna de mannen van Odysseus zich een weg naar buiten banen om van binnenuit de stad compleet af te breken. Odysseus doet zijn naam eer aan.
Ik zag de film in de mooie zaal van de Cinema Rif in Tanger
Ik zag de film in de mooie zaal van de Cinema Rif in Tanger. Voorbereidend op het bezoek las ik de inleiding van de Engelse vertaling van het epos van de blinde bard; voor vertaler Emily Wilson is Odysseus geen vindingrijke man, maar een ingewikkelde man. A complicated man. Zo stoer durven vertalen sprak me meteen aan. Wat me ook innam, was haar inleiding waarin ze schrijft over de rol van vriendschap in de oud-Griekse beschaving. Overal waar mensen kwamen, werd vriendschap aangeboden; daar kon helaas misbruik van worden gemaakt – zie Penelope, de vrouw van Odysseus, wiens huis overlopen wordt door ongenode gasten die naar haar hand dingen – maar daar gaat het niet om: gastvrijheid is in de Middellandse Zee een manier om te laten zien dat je beschaafd bent, dat je de code begrijpt. De Odysseus laat zien wat er gebeurt wanneer die code van vriendschap wordt misbruikt of domweg wordt vergeten.
Ik ben opgegroeid met de uitspraak dat Grieken iedereen die hun taal niet sprak barbaren noemden; barbaren betekent hier zij die brabbelen. Hier wordt een tegenstelling gecreëerd tussen de beschaafde Grieken en de primitieve barbaren. Maar Odysseus laat zien dat het toch echt een tikkeltje anders ligt. Het onderscheid werd gemaakt tussen zij die gastvrijheid boden en zij die deze gastvrijheid misbruikten voor eigen gewin. De gast is een vriend; dit was het concept van xenia, want goden kunnen komen in de gedaante van een god. Zeus werd ook wel de god van de vreemdelingen genoemd, want hij kon die vreemdeling zijn. Ons woord xenofoob, bang voor vreemdelingen, is afgeleid van xenia. De Grieken wisten dat overal waar vriendschap voet aan de grond kreeg, gastvrijheid een voorwaarde was voor beschaving.
Regisseur Nolan laat zien wat er gebeurt wanneer we die gastvrijheid misbruiken; het opent de poort naar onrecht, willekeur en uiteindelijk genocide. Ik kwam niet als een ander mens naar buiten na het zien van de film; wel kwam ik naar buiten met de honger om de Odyssee nog een keer te lezen, om me te verdiepen in die beschaving, om me Grieks en vreemdeling te voelen.
Zeker twintig gemeenten leggen hun verzet tegen de verplichting asielzoekers op te vangen vast in hun coalitieakkoord. De weerstand tegen de spreidingswet is daarmee ‘wijdverbreid’, schrijft de Volkskrant.
De spreidingswet is sinds februari 2024 van kracht. Van de 342 gemeenten in Nederland blijken zeker twintig in hun nieuwe coalitieakkoord te hebben vastgelegd de komende vier jaar geen asielzoekers te verwelkomen.
De krant noemt de gemeente Noordwijk als voorbeeld. Terwijl Noordwijk volgens de spreidingswet uiterlijk volgend jaar juli 254 asielzoekers zou moeten huisvesten, is in het coalitieakkoord bepaald dat dit niet zal gebeuren. Argumenten die lokale partijen aanvoeren zijn onder andere dat een azc te zwaar zou drukken op de politie, huisartsen en het elektriciteitsnetwerk, en dat de gemeente al genoeg doet door Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Naast ‘veiligheid’ is dit laatste een argument dat ook bij andere gemeenten vaak terugkomt.
Volgens cijfers van het COA van afgelopen mei voldoen 250 gemeenten slechts gedeeltelijk of helemaal niet aan hun opvangplicht, schrijft de krant.
De krant schrijft ook dat zeker 65 andere gemeenten obstakels opwerpen voor de opvang, terwijl zij de spreidingswet wel steunen. Daarbij eisen ze dat er alleen kleinschalige opvanglocaties komen, of alleen opvang voor gezinnen of vrouwen.
Volgens de krant hebben veel gemeenten die hebben besloten geen extra asielzoekers te huisvesten, een coalitie van een of meerdere partijen die ook deel uitmaken van het kabinet. Soms gaat het om coalities waarin de lokale VVD de macht deelt met radicaal-rechtse partijen.
De krant ontdekte dat meerdere gemeenteraden die zich in hun coalitieakkoord verzetten tegen de opvang van asielzoekers, overwegen juridische stappen te zetten tegen hun opvangplicht. Daarbij noemen zij ook de zorg voor andere doelgroepen als argument om geen extra opvang te hoeven regelen, bijvoorbeeld psychiatrische patiënten, tbs’ers en Oekraïense vluchtelingen. Ook proberen gemeenten met ruilconstructies onder hun verplichtingen uit te komen of rekenen zij ongevraagd op de hulp van buurgemeenten.
Of de weerstand van gemeenten tegen de spreidingswet zo ‘wijdverbreid’ is als de Volkskrant stelt, is de vraag, stellen mensen op LinkedIn. Eenentwintig gemeenten is slechts een klein deel van het totale aantal gemeenten. Dat geldt ook als je de gemeenten meetelt die obstakels opwerpen.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.