16.1 C
Amsterdam
Home Blog

Israël zet twee Nederlandse diplomaten het land uit

0

Israël heeft twee medewerkers van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging opgedragen het land te verlaten.

Het gaat om één medewerker van de ambassade in Tel Aviv en één van de vertegenwoordiging in Ramallah. Beide functionarissen waren actief als waarnemer bij het internationale steuncentrum voor Gaza in Kiryat Gat. De Israëlische regering koppelt de uitzetting aan wat zij ziet als recente anti-Israëlische beleidskeuzes van Nederland.

Volgens Israël hangt de maatregel samen met een reeks besluiten van Den Haag, waaronder een nieuwe Nederlandse wet die de handel verbiedt in producten afkomstig uit de illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Oost‑Jeruzalem en de Golanhoogten. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar maakte het besluit bekend via sociale media. Hij benadrukte dat landen die tegen de belangen van Israël handelen hiervan de gevolgen zullen ondervinden.

De betrokken Nederlandse medewerkers moeten binnen een week vertrekken. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen noemt de uitzetting betreurenswaardig, maar geeft aan dat Nederland het besluit respecteert en vasthoudt aan het weren van producten uit illegale nederzettingen. Hij ziet de Israëlische verkiezingen eind oktober als een mogelijke factor in de timing van de maatregel. Nederland blijft volgens Berendsen ondanks de diplomatieke spanning betrokken bij humanitaire hulp aan Gaza.

Het Nederlandse handelsverbod heeft grote gevolgen voor het Israël Producten Centrum (IPC) in Nijkerk, dat ook goederen uit de bezette gebieden verkoopt. Deze aan Christenen voor Israël gelieerde organisatie stelt dat de maatregel economische schade veroorzaakt voor zowel Israëlische producenten als Palestijnse werknemers die in de nederzettingen werkzaam zijn. Het IPC heeft daarom een kort geding aangespannen tegen het kabinet, dat vandaag wordt ingediend.

Op redacties is de witte ervaring veelal de norm, zegt Christopher Cheung

0

Volgens oud-journalist Christopher Cheung volgen verhalen over mensen van kleur vaak dezelfde patronen. Hij merkte hoe lastig dat op een witte redactie te veranderen is.

Vier jaar geleden publiceerde Cheung een reeks essays over nieuwsverhalen die Canadese media uitbrengen over mensen van kleur en de verschillende culturen in het land. ‘We weten dat Canada een multiculturele samenleving is’, schrijft hij. ‘Maar waarom ontbreken mensen van kleur dan in de journalistiek of worden ze verkeerd gerepresenteerd?’ Daarmee doelt hij op de onvolledige manier waarop gevestigde media in Canada over deze groepen berichten.

Zijn overpeinzingen over culturele representatie in de Canadese journalistiek en ruim tien jaar ervaring als journalist van kleur bij meerdere gevestigde redacties vormden uiteindelijk de basis voor Under the White Gaze: Solving the Problem of Race and Representation in Canadian Journalism, het boek dat hij in 2024 publiceerde. Hoewel de auteur het boek specifiek heeft gericht op een Canadees publiek, denkt hij dat zijn bevindingen vergelijkbaar zijn met die over de journalistiek in andere westerse landen met een multiculturele samenleving, zoals Nederland.

Minderheid

‘Ik hou niet van het woord ‘minderheid’, maar dat ben ik wel als ik naar mezelf kijk op een witte redactie’, zegt hij via een videoverbinding in gesprek met de Kanttekening. ‘Tegelijkertijd zien we hoe andere collega’s journalistiek bedrijven op manieren die we zelf niet zouden doen vanwege onze kennis, achtergrond en inzichten. En daar willen we iets tegenin brengen, maar daar wordt niet altijd ruimte voor gemaakt.’

Cheung merkt dat er op redacties veel over diversiteit wordt gesproken en over hoe belangrijk hoofdredacteuren dit vinden. Toch ziet hij het zelden terug op de redacties zelf, waar het nieuws wordt gemaakt, en in de uiteindelijke publicaties van nieuwsverhalen. ‘De verhalen die over mensen van kleur worden verteld, zijn niet nieuw, omdat ze bepaalde patronen volgen’, legt hij uit. ‘Op redacties heb ik vaak genoeg collega’s horen pitchen over een succesvolle nieuwe zaak van een migrant, of van iemand die jaren geleden naar Canada verhuisde en volledig onderdeel is geworden van zijn gemeenschap.’

Maar hoe zit het met de mensen die nog niet zo lang geleden naar het Westen zijn geëmigreerd? En met mensen van kleur die er niet in slagen onderdeel te worden van hun gemeenschap? ‘Ik begon meer van dit soort vragen te stellen, omdat de meeste verhalen die witte redacties uitbrengen over mensen van kleur weinig ruimte bieden voor nuance en een volledig beeld van de ervaringen van deze mensen en hun culturele groep.’

‘Waarom ontbreken mensen van kleur in de journalistiek?’

Veel nieuwsverhalen gaan volgens hem over de voorbeeldige minderheid of de ‘modelmigrant’. ‘Maar er zijn meerdere patronen die journalisten volgen wanneer ze besluiten te berichten over mensen van kleur en de culturele gemeenschappen waarmee ze zich associëren.’

Voorspelbaar en herhalend

Volgens Cheung zijn de meeste verhalen over mensen uit verschillende diaspora’s voorspelbaar en herhalend. ‘Net als filmregisseurs maken journalisten ook gebruik van stereotypen om verhalen over mensen te vertellen, zeker vanwege de snelheid van het nieuws. Maar het ene stereotype is schadelijker dan het andere’, schrijft hij in zijn boek.

Hij noemt het voorbeeld van de succesvolle migrant of voorbeeldige minderheid, die hard werkt en ontzettend dankbaar is voor de kansen die diegene gekregen heeft in het land waar die nu woont. Dit kenmerkt Cheung als de ‘darlings’, waar witte redacties graag over berichten. Dan zijn er volgens Cheung nog de ‘deviants’, oftewel migranten die afwijken van de meerderheidsgroep en het nooit goed zullen doen omdat ze weigeren zich te assimileren aan de heersende normen van het land waar ze nu wonen.

‘Is deze groep niet interessant genoeg om dagelijks over te berichten?’

Vaak gaat het dan niet alleen om mensen van kleur die wetten hebben overtreden, maar ook om degenen die aan hun cultuur en geloof blijven vasthouden, zoals bijvoorbeeld moslimvrouwen die de hijab dragen, ondanks dat ze in het Westen zijn geboren en opgeleid.

Verder schrijft Cheung over de ‘damaged’, mensen van kleur die continu worden belicht vanwege de verschrikkelijke dingen die ze hebben moeten doorstaan, zoals bijvoorbeeld vluchten uit een door oorlog geteisterd land. Tot slot is er ‘delicious’, en dat gaat over kleurrijke uitingen van cultuur die meestal worden gepubliceerd rondom een jaarlijkse religieuze feestdag.

De mensen van kleur in dit verhaal worden op een niet-bedreigende manier geportretteerd en mogen enkel spreken over hun cultuur of religie en hoe ze daarmee verbinding proberen te zoeken met anderen in de samenleving. ‘De publicaties over deze groep verschijnen een aantal keren op het moment dat de feestdag plaatsvindt of in aanloop ernaartoe’, zegt hij. ‘Maar hoe zit het met de andere dagen in het jaar? Is deze groep dan niet interessant genoeg om dagelijks over te berichten als er geen culturele of religieuze feestdag aan ze gekoppeld kan worden?’

Witte blik

Deze stereotypen beïnvloeden volgens Cheung de manier waarop witte redacties mensen van kleur benaderen, welke vragen er aan ze gesteld worden en de invalshoek die de verhalen uiteindelijk krijgen. De mensen van kleur die onderwerp worden van het nieuwsverhaal, worden daardoor onderworpen aan de witte blik van de journalist en aan wat de journalist verwacht van zijn publiek, stelt hij.

De term white gaze, witte blik, werd in de jaren negentig gangbaar gemaakt en verspreid door de Afro-Amerikaanse auteur Toni Morrison. Ervaringen van witte mensen zijn de norm in literaire werken. Alle andere ervaringen zouden deze norm moeten bevestigen of ernaar moeten streven.

‘Iedereen op een redactie kan zich een witte blik aanmeten, ook journalisten van kleur’, zegt Cheung. Hij herinnert zich zijn begindagen als journalist bij gevestigde media en de ideeën die hij aan zijn eindredacteuren voorstelde. ‘Als ik mijn stukken uit het verleden nu nalees, dan valt het me op dat mijn verhalen ook onderverdeeld kunnen worden in de patronen op basis van de witte blik die ik eerder beschreef.’

‘Ik denk dat journalisten baat hebben bij transparantie’

Hij begon in te zien dat hij zijn schrijven beperkte tot een wit publiek. ‘Witte redacties doen verhalen over andere culturen vaak af als een speciale belangengroep die niets van doen heeft met hun eigen wereldbeeld en met wat ze denken dat hun witte publiek interessant vindt’, ziet Cheung. ‘Daarin doen ze zichzelf en hun publiek tekort.’

De taak van de journalist is om te berichten over iedereen binnen de samenleving, stelt de auteur. ‘Wanneer we op onze samenleving reflecteren en ons publiek een spiegel voorhouden, dan zijn de zorgen van mensen van kleur ook de zorgen van witte mensen’, zegt hij. ‘Het is niet alsof we in een klein dorpje leven waar alles wat binnen dat dorpje gebeurt geen invloed op elkaar heeft. Of het nu gaat om arbeidsrechten, milieu of klassenverschillen, daarin zijn belangen van zowel witte mensen als mensen van kleur te zien. Waarom wordt de ene groep dan meer en beter vertegenwoordigd dan de andere?’

Opvoedende journalist

De journalist zal zijn publiek steeds meer moeten opvoeden om volledig en inclusief over de samenleving te kunnen berichten, denkt Cheung. ‘De opvoedingsrol van de journalist is niet alleen belangrijk voor diversiteit, maar ook om het vertrouwen van het publiek te winnen en te behouden.’ Hij noemt andere uitdagingen waar de journalistiek mee te kampen heeft, zoals socialmedia-algoritmes die mensen alleen nieuwsverhalen voorschotelen op basis van hun interessegebieden, maar vaak ook op basis van vooroordelen.

‘Daarnaast heb je ook nog kunstmatige intelligentie en content creators die fake nieuws de wereld in slingeren zonder dat ze feiten checken of hun bronnen verifiëren’, zegt hij. ‘Ik denk dat journalisten baat hebben bij transparantie. Dat ze hun keuzes en manier van werken ook steeds meer moeten uitleggen aan het publiek, waardoor het publiek inziet dat de journalistiek belangrijk is, zeker wanneer het aankomt op volledigheid van de mensen en groepen waarover wordt bericht.’ Daarin ziet hij ook een rol voor journalisten van kleur.

‘Waarom zou een journalist van kleur minder objectief berichten?’

In Canada merkt Cheung dat journalisten van kleur vaak afhaken en de journalistiek verlaten. ‘Ik denk dat dat te maken heeft met de witte blik waaraan ze worden onderworpen en de lastige gesprekken die ze steeds moeten voeren om eindredacties te overtuigen dat de verhalen die ze willen uitbrengen ertoe doen en relevant zijn voor een breder publiek’, zegt hij. ‘Dat kan slopend zijn als je dat moet doen bij elk verhaal dat je wil maken over de groep die je zelf ook vertegenwoordigt.’

Volgens de auteur worden de expertise en inzichten van journalisten van kleur nog te vaak ondergewaardeerd binnen redacties en worden hun bezwaren over de witte blik afgedaan als emotioneel of niet objectief. ‘Waarom zou een journalist van kleur minder objectief berichten over de groep waartoe die zelf behoort als die de afgesproken journalistieke methoden toepast om het nieuwsverhaal te maken? Dat is ook weer zo’n aanname.’

Zelf is Cheung niet meer werkzaam als journalist op een redactie, maar geeft hij les aan studenten die de journalistiek willen betreden. In zijn lessen spreekt hij ook met journalisten van kleur. ‘Ik probeer ze dan zoveel mogelijk voor te bereiden op de weerstand die ze kunnen ervaren op witte redacties wanneer ze hun ideeën delen’, zegt hij. ‘We weten natuurlijk niet wat de toekomst hen gaat brengen, maar ik kan ze in ieder geval vertellen over mijn eigen ervaringen, in de hoop dat ze de witte redacties overleven en langer als journalisten blijven werken.’

Under the White Gaze, Christopher Cheung, UBC press, 288 blz., 2024

Europees Hof: Turkse dissident Osman Kavala moet onmiddellijk vrijkomen

0

Mensenrechtengroepen, juristen en Europese politici eisen de onmiddellijke vrijlating van de Turkse filantroop Osman Kavala. Zij beroepen zich daarbij op het oordeel van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Hieruit blijkt dat Turkije meerdere bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft geschonden, zo bericht nieuwssite Turkish Minute.

De schendingen die Turkije volgens het Hof in de zaak-Kavala al bijna tien jaar begaat, hebben onder meer betrekking op het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op een eerlijk proces, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging. Ook is geoordeeld dat de beperkingen die Kavala zijn opgelegd voor oneigenlijke doeleinden zijn gebruikt.

Het Hof beschouwt Kavala’s zaak als een ‘flagrante ontkenning van gerechtigheid’. Daarom moet zijn veroordeling volgens het Hof als nietig worden beschouwd en dient Kavala onmiddellijk te worden vrijgelaten. Daarnaast heeft het Hof een schadeloosstelling van 70.000 euro aan Kavala toegekend, plus 43.342 euro voor juridische kosten.

In Turkije worden de rechten van oppositiefiguren al jarenlang met voeten getreden. Vooral sinds de couppoging van juli 2016 is de repressie op grote schaal toegenomen tegen mensen die zich niet voegen naar de islamistisch-nationalistische koers van de autoritaire president Recep Tayyip Erdogan. Vooral Koerden zijn daar al decennialang het slachtoffer van geweest, gevolgd door gülenisten en seculiere tegenstanders. De afgelopen jaren zijn ook andere maatschappelijke en politieke bewegingen, waaronder de Süleymanci-beweging, steeds meer onder druk komen te staan.

Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch beschuldigen Erdogan en zijn regering van een steeds verdergaande aantasting van de rechtsstaat en fundamentele vrijheden. Zij wijzen onder meer op politieke vervolging en willekeurige detentie van oppositiepolitici, journalisten, advocaten en mensenrechtenverdedigers, vergaande overheidscontrole over media en rechtspraak, het gebruik van terrorisme-aanklachten tegen mensen vanwege legale politieke of maatschappelijke activiteiten en het negeren van bindende uitspraken van het EHRM.

Daarnaast zijn er ernstige beschuldigingen van marteling en andere vormen van mishandeling door veiligheidstroepen, het hardhandig neerslaan van vreedzame protesten en discriminatie en repressie van Koerden en lhbti-personen. Human Rights Watch spreekt daarnaast van een verdere ondermijning van democratische verkiezingen en politieke oppositie.

OM krijgt tientallen klachten over ON, na uitzending over Hitler

0

De publieke omroep Ongehoord Nederland (ON) ligt opnieuw zwaar onder vuur na een online-uitzending waarin hoofdredacteur Joost Niemöller stelde dat Adolf Hitler soms gelijk had. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tientallen klachten binnengekregen.

In het gewraakte fragment, dat te zien was in het ON-programma Let’s Twist Again, bespraken Niemöller en Raisa Blommestijn een redevoering van Hitler. In zijn speech fulmineerde de Führer tegen een vermeende internationale elite die volkeren zou ontwortelen. Terwijl hij nog aan het woord was riep iemand uit het publiek ‘Joden’.

‘Kosmopolitische elite’

In de ON-uitzending legde de presentatrice de gasten een stelling voor over een kosmopolitische elite die vijandig zou staan tegenover het gewone volk. Zowel Niemöller als Raisa Blommestijn stemden in met die stelling. Niemöller voegde daaraan toe dat Hitler dit heel goed verwoordde en dat bepaalde elementen uit diens denken volgens hem begrijpelijk waren, ondanks dat hij benadrukte het antisemitisme en de misdaden van het naziregime af te wijzen.

Voor Kamerleden van PRO, CDA en D66 is deze nuancering volstrekt onvoldoende. Zij zijn van mening dat ON hiermee het gedachtegoed van Hitler normaliseert en dat de omroep daarmee de grenzen van het publieke bestel heeft overschreden. Volgens hen wordt een ideologische lijn gepresenteerd waarin elementen van nationaalsocialistische propaganda worden losgeweekt van hun historische context, waardoor ze acceptabel lijken. De politici spreken van vergoelijking en ideologisch witwassen. Ze willen dat minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert onderzoekt of ON nog wel thuishoort binnen de publieke omroep.

Ook deskundigen reageren kritisch. Historicus Daniël Knegt (UvA) zegt tegen NRC dat Niemöller met zijn uitspraken impliciet het nazisme omarmt door te doen alsof delen van Hitlers ideologie los verkrijgbaar zijn, zonder de antisemitische kern.

Tientallen klachten

Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie (OM) tientallen klachten ontvangen. Eerder constateerde zij al dat ON structureel moeite heeft met het scheiden van feiten en meningen, dat presentatoren onvoldoende doorvragen en dat er te weinig tegenspraak wordt geboden. Een visitatiecommissie van de NPO waarschuwde dit voorjaar dat ON aantoonbaar onjuiste informatie verspreidt en dat dit de betrouwbaarheid van de publieke omroep schaadt. Tegelijkertijd is het toezicht versnipperd: de ombudsman kan geen sancties opleggen, het Commissariaat voor de Media ziet slechts beperkt toe op inhoud, en de NPO kan wel maatregelen nemen maar mag journalistieke kwaliteit niet meewegen.

Minister Letschert laat weten dat zij begrijpt dat mensen aanstoot nemen aan een discussie die wordt gevoerd aan de hand van een rede van Hitler. Zij zal de Kamer eind september informeren over mogelijke stappen. ON zelf stelt dat de betrokken presentatoren duidelijk afstand namen van Hitlers misdaden, maar erkent dat er onvoldoende rekening is gehouden met de gevoeligheden rond het onderwerp.

Een bredere geschiedenis

De discussie over ON past in een bredere geschiedenis van omroepen die in Nederland hun zendtijd verloren. In de jaren dertig werd de atheïstische Vrijdenkers Radio Omroepvereniging (VRO) uit het omroepbestel gezet, nota bene mede omdat in een radio-uitzending Hitler was beledigd. De Führer was ‘een bevriend staatshoofd’ en kritiek op hem lag heel gevoelig. Sowieso wilden de christelijke partijen graag van de VRO af, omdat de omroep heel kritisch was over religie.

De VARA werd in 1933 tijdelijk gesanctioneerd omdat ze het revolutionaire strijdlied De Internationale hadden gedraaid. Dat lag bij de Antirevolutionaire minister-president Hendrikus Colijn heel gevoelig. In 1934 verloor de VARA alsnog een dag zendtijd omdat de omroep één minuut stil was voor Marinus van der Lubbe, de communistische activist die de Rijksdag in brand zou hebben gestoken en daarom in nazi-Duitsland werd onthoofd. Door één minuut stil te zijn voor Van der Lubbe zou de VARA de Duitse rechtsgang en de Duitse Rijkspresident, op dat moment nog Paul von Hindenburg, hebben beledigd.

Recent zijn de omroep LLiNK en de Nederlandse Moslimomroep hun zendtijd kwijtgeraakt, maar dit kwam door financieel wanbeheer respectievelijk onderling geruzie.

Ingrijpen is lastig

Het huidige stelsel maakt ingrijpen complex. Een omroep kan zijn erkenning verliezen als zij herhaaldelijk de Mediawet overtreedt, bindende besluiten van de NPO negeert of twee keer binnen een jaar een sanctie van het Commissariaat krijgt. Tot nu toe is ON wel berispt, maar nooit zwaar genoeg om intrekking te rechtvaardigen.

Toch groeit de druk. Politici spreken van een omroep die het bestel van binnenuit ondermijnt, deskundigen waarschuwen dat het publieke systeem onvoldoende is toegerust om desinformatie en extremistische retoriek te beteugelen.

De komende weken zal blijken of de recente rel voor ON de druppel wordt die leidt tot ingrijpen — of dat de omroep opnieuw wegkomt met een waarschuwing.

Nederland voert gesprekken over ’terugkeerhub’ in Rwanda

0

Niet Oeganda, maar Rwanda zou wel eens het eerste Afrikaanse land kunnen worden waar Nederland afspraken mee maakt over de oprichting van een terugkeerhub.

Nederland voert samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland gesprekken over de mogelijke oprichting van een terugkeerhub in Rwanda, zo meldden de Duitse media Der Spiegel en Report Mainz deze week. NRC poogde het nieuws bevestigd te krijgen, maar een woordvoerder van minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) wilde de gesprekken bevestigen noch ontkennen, aldus de krant.

De naam van Rwanda klonk echter al langer in de wandelgangen van Den Haag als potentieel gastland voor een terugkeerhub. Vanuit zo’n centrum zouden afgewezen asielzoekers naar Rwanda kunnen worden overgebracht, in plaats van naar hun land van herkomst, als ze om wat voor reden dan ook niet naar dat land kunnen terugkeren. De EU maakte onlangs afspraken die deze constructie juridisch mogelijk maken.

Het idee is echter niet nieuw. Onder het vorige kabinet werden ook al gesprekken gevoerd over mogelijke terugkeerhubs in derde landen. Toen werd vooral naar Oeganda gekeken als mogelijke locatie. De kritiek op deze plannen was fors. Oeganda zou zelf weinig op hebben met mensenrechten. Het nieuwe kabinet zette de plannen daarom on hold.

In de tussentijd werd op EU-niveau de juridische basis voor de terugkeerhub gelegd. In juni bereikten de Europese Raad en het Europees Parlement een akkoord over nieuwe terugkeerregels. Die maken het mogelijk om mensen zonder verblijfsrecht onder bepaalde voorwaarden naar een derde land te brengen. Dat land hoeft dus niet het land van herkomst te zijn. Een terugkeerhub kan daarbij dienen als eindbestemming, maar ook als tussenstation van waaruit iemand verder wordt teruggestuurd.

Voorwaarde is wel dat het betreffende derde land de internationale mensenrechten en het non-refoulementbeginsel respecteert. Dat laatste betekent dat iemand niet mag worden teruggestuurd naar een land waar die persoon gevaar loopt op vervolging, marteling of andere ernstige mensenrechtenschendingen. Ook niet-begeleide minderjarigen zijn uitgesloten van dergelijke afspraken.

Juist daar begint de discussie over Rwanda. Rwanda staat internationaal bekend als een relatief stabiel en goed georganiseerd land, maar tegelijkertijd als een autoritair bestuurde staat waarin politieke oppositie en kritische stemmen weinig ruimte krijgen. Volgens Human Rights Watch worden critici van de regering regelmatig gearresteerd of bedreigd en komen willekeurige detentie, mishandeling en marteling voor. Ook de onafhankelijkheid van de rechtspraak staat onder druk.

Rwanda is daarmee een opmerkelijke kandidaat voor een Europees migratiebeleid dat nadrukkelijk zou moeten voldoen aan mensenrechtelijke waarborgen.

Mensenrechten

Dat was ook een van de belangrijkste bezwaren die deskundigen in het eerdere debat over terugkeerhubs naar voren brachten. In het artikel van de Kanttekening uit december 2025 wees universitair docent Mark Klaassen erop dat het juridisch mogelijk maken van terugkeer naar een derde land nog niet betekent dat zo’n constructie in de praktijk ook rechtmatig kan worden uitgevoerd. Er moet volgens hem kunnen worden gegarandeerd dat de mensenrechten van terugkeerders daar niet in het geding komen.

Bovendien is de vraag wie er toezicht houdt op wat er in zo’n hub gebeurt. Bij de eerdere plannen voor Oeganda bleef bijvoorbeeld onduidelijk hoe lang mensen daar zouden mogen worden vastgehouden, wat er gebeurt wanneer terugkeer naar het land van herkomst alsnog onmogelijk blijkt en wie verantwoordelijk is voor de monitoring van de omstandigheden. Ook bleef onduidelijk welke concrete rechtsbescherming mensen in zo’n centrum zouden hebben.

Die vragen verdwijnen niet omdat de beoogde bestemming nu Rwanda heet. Rwanda sloot eerder een overeenkomst met de Verenigde Staten om onder bepaalde voorwaarden mensen uit derde landen op te nemen. Human Rights Watch uitte daarbij zorgen over de rechten van deze groep.

Britse Rwanda-plan

Ook het eerdere Britse Rwanda-plan ligt nog vers in het geheugen. Het Verenigd Koninkrijk wilde asielzoekers die via irreguliere routes waren aangekomen naar Rwanda sturen. Uiteindelijk werden onder dat beleid geen mensen gedwongen naar Rwanda overgebracht en werd het akkoord in maart 2026 formeel beëindigd.

Dat maakt de huidige Europese interesse in Rwanda opvallend. Een constructie die in het Verenigd Koninkrijk jarenlang juridisch en politiek omstreden was, lijkt nu in een andere vorm terug te keren op Europees niveau.

Europese landen worstelen al jaren met het terugsturen van mensen die geen verblijfsrecht hebben, maar die om praktische of diplomatieke redenen niet naar hun land van herkomst kunnen worden uitgezet. Niet alle landen werken mee aan terugkeer en mensen beschikken niet altijd over de benodigde reisdocumenten. De EU heeft de terugkeer van afgewezen asielzoekers hoog op de agenda geplaatst.

Toch lijkt het er nu op dat Europese landen een deel van hun verantwoordelijkheid letterlijk buiten de eigen grenzen plaatsen. Dat is ook de kritiek van GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Tineke Strik. Zij stelt dat Europese landen met dergelijke deals het probleem naar buiten proberen te verplaatsen. Volgens haar blijft onduidelijk hoe de hubs precies zouden functioneren en wie verantwoordelijk zou zijn wanneer het daar misgaat.

Nederland neemt ook volgend jaar geen deel aan Eurovisie Songfestival

0

Omroep AVROTROS, die het Eurovisie Songfestival uitzendt, ziet ‘onvoldoende aanknopingspunten’ om nog mee te doen aan het beroemde zangevent. Nederland doet daarom ook in 2027 niet mee aan het Eurovisie Songfestival, schrijven diverse media.

De omroep schrijft dat ‘de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten te veel doorwerken in het Songfestival’, wat geleid heeft ’tot grote verdeeldheid,’ aldus Villamedia.

Daarmee doelt de omroep op de deelname van Israël, dat sinds oktober 2023 genocide pleegt op de Palestijnen in de Gazastrook. AVROTROS drong bij het organiserende European Broadcasting Union (EBU) aan op ‘transparante regels voor deelname van landen in een militair conflict.’ De EBU blijft echter weigeren om oorlogvoerende landen uit te sluiten, zo bericht de Volkskrant. Wel voerde de organisatie de regel in dat een land dat in oorlog verkeert het festival niet mag organiseren als het wint.

Voor AVROTROS gaat deze beslissing niet ver genoeg om het ‘onafhankelijke en neutrale karakter van het Songfestival’ te herstellen. Volgens directeur Taco Zimmerman kun je niet ontkennen dat een internationaal conflict steeds nadrukkelijker doorwerkt in het evenement. Het Eurovisie Songfevestival is volgens hem ‘een podium van verdeeldheid geworden’. 

Nederland was dit jaar afwezig op het Songfestival, nadat de AVROTROS had besloten af te zien van deelname. Dit kwam niet alleen door de genocide, maar ook omdat de Israëlische regering in 2025 had geprobeerd de stemming te beïnvloeden. Ook Spanje, Ierland, Slovenië en IJsland deden in 2026 niet langer mee.

Sommige commentatoren gingen volledig voorbij aan de maatschappelijke discussie rond de omstreden deelname van Israël aan het Songfestival. Volgens journalist Ton F. van Dijk, te gast in het WNL-radioprogramma Sven op 1, markeert het besluit ‘het failliet van de publieke omroep zoals die nu is georganiseerd. Een individuele omroep maakt een politieke afweging over het Songfestival en politiseert het. Dat betekent dat iets wat van iedereen is de Nederlandse bevolking nu misschien wordt onthouden.’

BBB-voorvrouw Caroline van der Plas zei het ‘volslagen idioot’ te vinden dat de omroep het ‘niet wil uitzenden’ en dat het ‘heel politiek wordt gemaakt terwijl het een cultureel evenement is.’

Waarom Indonesische vrouwen vaker voor een witte partner kiezen

0

Indonesische vrouwen kiezen relatief vaak voor een witte partner. Nabila Adhani en Khairi Fajriyah vertellen waarom zij die keuze maakten en met welke stigma’s ze te maken krijgen.

‘Ik had niet per se de intentie om met een Nederlandse man te trouwen toen ik naar Nederland vertrok, maar het is gebeurd en het bevalt me wel’, vertelt Nabila Adhani (34). Vijf jaar geleden kwam ze aan in Nederland om in de zorg te werken. Na een opleiding tot verpleegkundige te hebben afgerond, ging ze aan de slag bij verschillende ouderenzorgorganisaties. Het leven in Nederland beviel haar goed, waardoor ze besloot voor langere tijd te blijven. Vlak daarna ontmoette ze haar Nederlandse echtgenoot via een datingapp.

Adhani behoort tot ruim 350.000 mensen in Nederland met een Indonesische migratieachtergrond. Binnen deze herkomstgroep is 90 procent van de huwelijken een gemengd huwelijk, waarbij leden van deze groep met een partner trouwen buiten de eigen culturele groep. Volgens Loving Day, een stichting die zich inzet voor meer zichtbaarheid van gemengde relaties en huwelijken, zouden Indonesische vrouwen vaker dan Indonesische mannen een huwelijk sluiten met een Nederlandse partner. De stichting ziet in de cijfers van het CBS dat er geen onderscheid is gemaakt tussen Indonesische vrouwen zoals Adhani, die nog niet zo lang geleden uit Indonesië zijn geëmigreerd, en vrouwen met een Indische achtergrond die vanwege het koloniale verleden al langer geworteld zijn in de Nederlandse samenleving.

Ook in Jakarta ziet het officiële bevolkings- en burgerlijkestandbureau dat Indonesische vrouwen vaker dan Indonesische mannen voor een witte partner kiezen. Het grootste aantal geregistreerde gemengde huwelijken tussen 2020 en 2025 was dat van Indonesische vrouwen en Amerikaanse mannen. Een content creator in Jakarta zag de vraag naar een witte partner – ‘orang bule’ – onder Indonesische vrouwen toenemen en richtte vorig jaar een datingbureau op speciaal voor deze vrouwen.

Hedendaagse stereotypen

Adhani merkt in haar directe omgeving dat er onder Indonesische vrouwen veel vraag is naar een partner uit Europa of de Verenigde Staten. Een aantal van haar vriendinnen in Indonesië nam al contact op voor haar advies als ervaringsdeskundige. ‘In Indonesië bestaat nog altijd het vertekende beeld dat het beter is voor je nageslacht wanneer je met een Europese of Amerikaanse man trouwt’, zegt zij. ‘Niet alleen omdat mensen denken dat die mannen meer te besteden hebben, maar ook omdat ze wit zijn en denken dat hun kinderen er dan mooier uit zullen zien dan wanneer ze met een bruine Indonesische man zouden trouwen.’ Adhani denkt dat dit een duidelijk voorbeeld is van hoe stereotypen uit het koloniale verleden nooit zijn opgehouden te bestaan.

‘Deze stereotypen zeggen vooral veel over hoe er in Indonesië wordt gedacht over vrouwen’

Zelf heeft ze ook te maken gehad met stigma’s die ze vooral van vrienden en familie in Indonesië hoort. ‘Ze denken dat ik door mijn man word gebruikt of dat ik alleen maar met hem ben vanwege geld en status. Het zijn altijd aannames met een negatieve ondertoon die op mij als Indonesische vrouw zijn gericht.’

Dat beaamt Khairi Fajriyah (33). Ze is pas drie maanden in Nederland en heeft al twee jaar een relatie met een Nederlandse man die ze via Adhani leerde kennen. ‘Sommige mensen in Indonesië vinden ook dat witte mannen alleen maar een relatie willen met ‘lelijke’ Indonesische vrouwen’, vertelt ze. ‘Dan zeggen ze: waarom trouwen die witte mannen toch alleen maar met vrouwen die eruitzien alsof ze hun huishoudhulp kunnen zijn, en niet met mooie Indonesische vrouwen?’

‘Hoe witter je huid, hoe mooier je wordt gevonden’

Volgens Fajriyah gaan de stereotypen vooral over vrouwen die niet voldoen aan Indonesische schoonheidsidealen. ‘Die willen juist heel erg lijken op witte mensen, want hoe witter je huid, hoe mooier je wordt gevonden’, zegt zij. ‘Maar de meeste vrouwen in Indonesië zijn helemaal niet wit, dus dan is de kans groter dat een witte man met een doorsnee Indonesische vrouw trouwt die geen witte huid heeft.’

De stereotypen over het Indonesische schoonheidsideaal hebben haar in het verleden gekwetst, vertelt Fajriyah. ‘Het heeft me lange tijd gekost voordat ik weer zelfvertrouwen had en mezelf mooi begon te vinden’, zegt zij. ‘Maar deze stereotypen zeggen vooral veel over hoe er in Indonesië wordt gedacht over vrouwen en over vrouwen die een relatie aangaan met witte mannen.’ In Nederland ervaren zowel Fajriyah als Adhani de stigma’s niet. ‘Hier is het prima dat mensen buiten hun eigen cultuur trouwen. Ik voel alleen maar liefde van mijn Nederlandse schoonfamilie’, zegt Fajriyah.

Onderdanig

Voor Fajriyah was het een bewuste keuze om een relatie aan te gaan met een Nederlandse man. ‘Ik ben nog niet zo lang samen met mijn huidige vriend, maar ik ben gelukkiger dan ik ooit was toen ik een relatie had met een Indonesische man.’ Een van haar ex-partners zou door zijn moeder zijn geïnstrueerd om hun relatie te beëindigen, omdat Fajriyah een hogere opleiding had genoten dan haar zoon. ‘Zijn moeder zei dat dat uiteindelijk niet goed was voor haar zoon – mijn voormalige vriend – omdat ze vond dat ik vanwege mijn opleiding te dominant zou zijn als ik zijn echtgenote was.’

Volgens Fajriyah zijn huwelijken in Indonesië ingewikkeld, omdat het niet alleen gaat om twee verschillende mensen die hun levens willen delen, maar ook om twee verschillende families met vaak verschillende culturen. ‘Vaak word je dan geacht om de belangen van je familie voorop te stellen en mee te laten wegen in je partnerkeuze’, zegt ze. ‘Daarnaast zijn we in Indonesië veel minder bezig met vrouwenrechten in het gezinsleven dan in Europa.’ Dat stelt ook Adhani.

‘Ik wilde een levenspartner uit een andere cultuur’

‘Voordat ik mijn man leerde kennen, had ik ook een relatie met een witte man. Maar daarvoor had ik alleen maar Indonesische mannen gedatet’, zegt Adhani. ‘Uiteindelijk waren het mijn relaties met Indonesische mannen die mijn ogen hadden geopend. Ik wilde een levenspartner uit een andere cultuur dan de mijne.’ Adhani groeide op in Jakarta met een Oost-Javaanse moeder. Haar vader komt van het Indonesische eiland Sumatra. ‘Mijn moeder leeft niet meer, maar mijn vader nog wel. Daar heb ik helaas geen goede band mee.’

Als kind zag ze dat er geen gehoor werd gegeven aan de behoeften van haar moeder. Haar ouders leefden volgens een traditionele rolverdeling, waarin er volgens haar geen plek was voor een vrouw die iets anders wilde doen met haar leven dan enkel de zorg voor het gezin. Volgens Adhani zouden haar moeder en de meeste Indonesische vrouwen die ze kende door hun mannen verantwoordelijk worden gehouden voor alle huishoudelijke taken. Zelfs wanneer de mannen niet de kostwinner zijn. ‘Ik denk dat mijn vader voor mij het eerste echte voorbeeld was van de traditionele Indonesische man en een voorbeeld van hoe vreselijk patriarchaal onze culturen nog zijn.’

Verwachtingspatronen doorbreken

De ervaringen die ze op latere leeftijd met mannen had opgedaan, kwamen overeen met wat ze zag in het huwelijk van haar ouders. ‘Ik wil zeker niet iedereen over één kam scheren. Niet alle Indonesische mannen zijn zo, maar ik durf wel met zekerheid te stellen dat de meesten zijn zoals mijn vader en de mannen met wie ik een relatie had’, zegt ze. ‘Ze verwachten dat een vrouw zich onderdanig opstelt tegenover haar man. Dat ze haar man nooit zal weigeren wanneer hij om seks vraagt. En dat ze al haar behoeftes links laat liggen om haar gezin voorop te stellen.’

Pas later, toen ze naar Nederland emigreerde, besefte ze dat het ook anders kon. Haar ogen werden geopend op het moment dat ze op bezoek ging bij Indonesische vriendinnen die al langer in Nederland wonen. ‘Deze vrouwen waren niet allemaal getrouwd met een witte man. Er waren ook Indonesische vrouwen die met Indonesische mannen waren getrouwd die al langer in Europa leefden’, vertelt ze. ‘Maar die gedroegen zich niet als Indonesische mannen die in Indonesië wonen. Ik zag bijvoorbeeld dat ze wel allerlei huishoudelijke taken op zich namen, zoals koken en de afwas doen.’

‘Dat is denk ik uiteindelijk waar het om draait’, zegt Fajriyah. ‘Een gelijkwaardige relatie’

Adhani denkt dat het te maken heeft met hoe mensen in Europa leven, waar veel meer sprake is van gedeelde verantwoordelijkheid in het huishouden. Anders dan in Indonesië zijn er in Nederland meer huishoudens met twee inkomens, denkt ze. Door drukke banen en hoge kosten van levensonderhoud is er vaak ook geen geld voor huishoudelijke hulp, die in Indonesië volgens haar vaker wordt ingezet. ‘Dat heeft blijkbaar invloed op Indonesische mannen die langer in Nederland wonen vanwege werk en studie’, zegt ze. ‘Ik zie dat vooral in kringen van hoogopgeleide mensen. Dan zijn ze gelukkig samen, omdat ze alle lasten delen.’

‘Dat is denk ik uiteindelijk waar het om draait’, zegt Fajriyah. ‘Een gelijkwaardige relatie. En daar heb ik uiteindelijk meer kans op wanneer ik met een witte man ben dan wanneer ik een relatie aanga met een Indonesische man in Indonesië.’

‘Maar het is niet zo dat ik Indonesische vrouwen per se aanraad om met een witte man te trouwen’, vult Adhani aan. ‘De stigma’s zijn er nog altijd. En dan heb je ook nog grote culturele verschillen en taalbarrières die je moet overbruggen in je huwelijk. Dat is niet voor iedereen weggelegd.’

Ebola-uitbraak in Congo: ‘Eén nieuw geval elke 15 minuten’

0

Het ebolavirus maakt steeds sneller dodelijke slachtoffers in Congo. Het is nu al de dodelijkste epidemie die het land ooit heeft gezien, zo meldt Dokters van de Wereld, een van oorsprong Franse organisatie.

Tot nu toe zijn er al 5200 infectiegevallen bekend en zijn meer dan 2500 mensen aan het virus overleden. Dat komt neer op een sterftecijfer van 47 procent. Het heeft er alle schijn van dat de situatie nog verergert.

Met name in Oost-Congo is de situatie zeer zorgwekkend. Vorige week waren er 100 nieuwe infectiegevallen per dag. Dat betekent een nieuwe infectie per 15 minuten.

De sterftecijfers liegen er dan ook niet om. In enkele maanden tijd zijn er al meer doden gevallen (2500) dan tijdens de vorige epidemie van 2018-2020, waarbij in twee jaar tijd 2300 mensen overleden. Ook de geografische reikwijdte van de epidemie baart zorgen. Het virus is in zes verschillende provincies aangetroffen: Ituri, Zuid-Kivu, Noord-Kivu, Tshopo, Haut-Uele en Bas-Uele.

Wat de situatie nog rampzaliger maakt, is dat er op dit moment geen bewezen behandeling of vaccin tegen dit ebolavirus beschikbaar is. Hierdoor is het zeer moeilijk om de epidemie te bestrijden.

Ebola werd voor het eerst ontdekt in 1976 nabij de Ebola-rivier in het toenmalige Zaïre (nu de Democratische Republiek Congo). Sindsdien is het land regelmatig getroffen door uitbraken, waarbij de regio rond de evenaar en de oostelijke provincies het vaakst worden geraakt. Hoewel ebola in het verleden vaker is opgedoken in Centraal- en West-Afrika, blijft Congo een van de meest kwetsbare gebieden, vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en beperkte toegang tot gezondheidszorg.

Parool: steeds meer gemeenten regelen opvang asielzoekers zelf

0

Steeds meer gemeenten lijken ervoor te kiezen om zelf het beheer van een asielzoekerscentrum op zich te nemen, schrijft Het Parool

Terwijl veel gemeenten wegens onvoldoende draagkracht onder de bevolking en ontoereikende communicatie nog niet voldoen aan de opdracht uit de spreidingswet, zijn er volgens de krant momenteel zestien gemeenten die het anders aanpakken. Zij runnen de opvang deels zelf, met een beperkte rol voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De spreidingswet biedt gemeenten de mogelijkheid daartoe.

Gemeenten en Tweede Kamerleden gingen op werkbezoek in Oss, één van de gemeenten die een gemeentelijke opvang hebben. 250 Oekraïners en 250 asielzoekers wonen daar ‘al jaren zonder problemen’ samen.

CDA-Kamerlid Jeltje Straatman denkt dat een gemeentelijke opvang meer ruimte geeft voor eigen voorwaarden, zoals de grootte van een locatie. Het is bovendien goedkoper, zegt ze.

Het COA zegt tegen Het Parool te verwachten dat meer gemeenten zullen gaan kiezen voor een duurzame gemeentelijke opvang, zeker voor kleinere locaties.

Opvang in eigen beheer heeft volgens Het Parool als voordeel dat bewoners niet meer verplicht zijn te verhuizen, iets wat vaak een belemmering vormt voor de integratie. Nog een argument om te kiezen voor een opvang in gemeentelijke beheer is de potentiële rol van lokale ondernemers, omdat men niet vastzit aan contracten van het COA.

CDA-Kamerlid Straatman diende in juni samen met haar collega Lisa Westerveld (PRO) en D66 een motie in. Hierin verzoeken zij de regering ‘goede voorbeelden’ van gemeentelijke opvanglocaties beter te verspreiden onder gemeenten. De indieners hopen dat hiermee het maatschappelijke draagvlak wordt vergroot. De motie werd aangenomen.

Al Jazeera: Israël ziet vliegers van Palestijnse kinderen nu ook als dreiging

0

Volgens de Arabische nieuwszender Al Jazeera ziet Israël vliegers van Palestijnse kinderen in Gaza nu ook als een ‘bedreiging’. 

Dit blijft niet zonder gevolgen. Een vierjarige Palestijnse jongen, Muhammed Abdel Salam Yaha, werd samen met twee anderen vermoord na een Israëlische luchtaanval. De aanval werd gepresenteerd als ‘vergelding’ voor een Palestijnse vlieger, zo meldt de zender.

Yaha werd gedood door Israëlische raketten, die een winkelcentrum in az-Zawayda raakten. Kort daarna werd Khan Younis, waar wanhopige Palestijnse overlevers in tenten bivakkeren, het doelwit van een Israëlische drone-aanval. Temidden van de verwoesting in az-Zawayda getuigt Abu Ahmed tegenover Al Jazeera over de situatie: ‘Er is geen wapenstilstand; er is niets. We willen oplossingen; we willen in vrede leven.’

Critici beschuldigen Israël ervan een ‘veiligheidscrisis’ te fabriceren, waarbij zelfs kinderspeelgoed, zoals een vlieger, wordt aangegrepen als excuus om de vernietiging van het Palestijnse volk voort te zetten. Extreemrechtse Israëlische ministers nemen geen blad voor de mond en bezigen openlijk genocidale retoriek. Volgens Itamar Ben-Gvir moeten er dagelijks minimaal 40 tot 50 Palestijnen vermoord worden.