Historicus Lotfi El Hamidi begint vandaag als columnist bij de Kanttekening. De Marokkaans-Nederlandse journalist zal maandelijks een column schrijven.
El Hamidi (40) heeft al een lange staat van dienst in de journalistieke wereld. Na zijn studie geschiedenis begon hij in 2016 als fellow bij De Groene Amsterdammer. Meteen daarna maakte hij in 2017 de overstap naar NRC, waar hij achtereenvolgens redacteur, columnist, commentator en chef Opinie was. Sinds begin 2025 werkt hij als redacteur bij De Groene Amsterdammer.
Inmiddels heeft hij ook twee boeken op zijn naam staan. In 2022 debuteerde hij met Generatie 9/11 – Migratie, diaspora en identiteit, over de invloed van de aanslagen op 11 september 2001 op jonge moslims in Nederland. Dit jaar verscheen van zijn hand ook het boek Stakkers en wolven. In de schaduw van Gaza.
Naast schrijven is El Hamidi een bevlogen spreker. Bij de presentatie van het boek Galmende geschiedenissen van antropoloog Sinan Çankaya uitte hij vorig jaar scherpe kritiek op de houding van de Nederlandse overheid ten aanzien van de voortdurende genocide in Gaza. ‘Als dit een rechtbank was, dan was het hele kabinet schuldig aan medeplichtigheid en ontkenning van genocide’, aldus El Hamidi, die de aanwezige jongeren moed insprak: ‘Blijf je uitspreken met sit-ins en demonstraties, geef vooral niet op.’
DA-minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) vindt dat kerken meer zouden moeten doen voor de zorg. Haar Willibrordlezing roept veel kritiek op uit christelijke hoek, maar ze krijgt ook bijval. Achter de ophef gaat een diepere vraag schuil: zijn kerken, moskeeën en andere gebedshuizen er alleen voor het zielenheil, of hebben ze ook een sociale opdracht?
De toespraak van minister Mirjam Sterk, die ze op 31 augustus hield aan de Protestantse Theologische Universiteit, had waarschijnlijk een bescheiden academisch moment kunnen blijven. Maar in plaats daarvan werd het een kleine rel. De minister zou kerken de schuld geven van maatschappelijke problemen en hen verwijten dat ze in slaap zijn gesukkeld door de verzorgingsstaat. Impliciet zou ze hiermee suggereren dat religieuze gemeenschappen maar moeten bijspringen, nu de staat zich terugtrekt.
Op social media en in de kolommen van Trouw en het Nederlands Dagblad klonk er gemor. Waarom wees Sterk naar de kerk, terwijl de overheid zelf jarenlang heeft bezuinigd op zorg, welzijn en ondersteuning?
Cultuurtheoloog Frank Bosman is ook kritisch. Hij plaatst haar lezing in een bredere ontwikkeling waarin de staat zich terugtrekt, religieuze gemeenschappen worden aangesproken, en ondertussen de politieke verantwoordelijkheid wordt afgezwakt. Hij verwijst in dit verband naar de Canadese filosoof Charles Taylor, die laat zien dat secularisatie samenhangt met de opkomst van een sociaal vangnet.
Frank Bosman
‘Als de staat zorgt voor mensen, dan lijkt de kerk overbodig’, zegt Bosman. ‘Maar het werkt ook andersom. Want wanneer de staat zich terugtrekt, vullen kerken en andere religieuze gemeenschappen het gat op. Dat de staat voor mensen zorgt, is in de geschiedenis echt een uitzondering. De zorg van kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen is de norm.’
Kerken, kloosters en religieuze stichtingen hebben eeuwenlang scholen, ziekenhuizen, armenzorg en opvang georganiseerd, van middeleeuwse orden als de dominicanen en de franciscanen die zich in steden richtten op armenzorg, zieken en onderwijs tot de 20e-eeuwse zuilen met hun eigen scholen, ziekenhuizen en sociale netwerken. Ook in de islam is zorg geen bijzaak, zegt Bosman. Zakaat – het geven aan armen en behoeftigen – is een van de vijf zuilen.
‘Dat de staat voor mensen zorgt, is in de geschiedenis echt een uitzondering’
Bosman ziet daarom een spanning in Sterks lezing. ‘Enerzijds erkent ze dat religies een traditie van zorg hebben. Maar aan de andere kant is ze kritisch op de rol van de kerk, die te weinig zou doen. Nu de verzorgingsstaat onder druk staat, moeten kerken en religieuze gemeenschappen het maar oplossen, zegt ze impliciet.’ Daar heeft hij weinig geduld mee: ‘Als je de brandweer wegbezuinigt en vervolgens boos wordt dat de scouting brandjes niet goed blust, ben je hypocriet.’
Natuurlijk mag je kerken, moskeeën en andere religieuze organisaties aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar dat mag niet dienen als alibi voor een terugtredende staat. ‘Religieuze gemeenschappen kunnen en willen veel doen — daklozenopvang, hulp aan drugsverslaafden, voedselbanken, buurtinitiatieven — maar ze zijn geen vervanging voor structureel beleid. Sterks appel is niet zonder risico in een politieke context, waarin ‘participatiesamenleving’ een eufemisme is voor harde bezuinigingen op zorg.’
Kerk en volk
Heel anders klinkt Lambert Pasterkamp, docent aan de Christelijke Hogeschool Ede en promovendus aan de Theologische Universiteit Utrecht. Hij schrijft een proefschrift over de kerk en het sociale vraagstuk, met een onderzoek dat deels historisch, deels normatief is. Zijn focus ligt vooral op protestantse kerken en orthodoxe armenzorg.
Lambert Pasterkamp
Pasterkamp ziet de kritiek op Sterk als begrijpelijk, maar overdreven. Hij leest haar lezing niet als een verwijt aan kerken, maar als een appel. ‘Ik snap de kritiek, dat kerken de schuld krijgen terwijl de overheid veel heeft bezuinigd. Maar ze heeft ook een punt. De verzorgingsstaat loopt op zijn einde. We zitten in een participatiesamenleving, een zorgsamenleving. Kerken zijn bij uitstek plekken van participatie of zorg, maar dat lijken ze soms zelf te vergeten.’
Historisch gezien is dat opvallend. In de 19e eeuw waren kerken en kerkelijk geïnspireerde organisaties belangrijke spelers in de armenzorg. Ze speelden daarmee ook een rol in wat Pasterkamp de ‘sociale verbeelding’ van de samenleving noemt. Figuren als predikant en filantroop Ottho Gerhard Heldring richtten tehuizen op voor tienermeisjes die in de prostitutie hadden gezeten en dachten na over hoe de kerk voor mensen moest zorgen. Hun organisaties hadden nationale pretenties, zegt Pasterkamp. ‘Ze hadden daarmee heel de samenleving op het oog, niet alleen de eigen kring.’
‘Christelijke armenzorg was vaak paternalistisch’
Er was ook kritiek op naastenliefde voor mensen buiten de kerk. ‘Moet je prostituees wel willen helpen?’, klonk het in sommige kringen. Christelijke armenzorg was vaak paternalistisch, moraliserend en sterk gekoppeld aan sociale controle, denk aan huisbezoeken om te checken of mensen zich aan de regels hielden. Niettemin was de inzet een vorm van sociale verbeelding: een idee over hoe de samenleving er idealiter uit zou moeten zien. De Nederlandse Hervormde Kerk wilde er zijn voor iedereen.’
Met de opkomst van de verzorgingsstaat verschoof de verantwoordelijkheid. De overheid concludeerde pragmatisch dat de kerk niet langer alle armen kon helpen. Linkse liberalen, ook die van vrijzinnig-christelijke huize, pleitten er eind 19e, begin 20e eeuw voor dat hulp naar de staat moest. ‘De Armenwet van 1912 hield formeel nog vast aan het primaat van de kerk, maar feitelijk was dat al achterhaald’, zegt Pasterkamp. ‘Maar pas na de Tweede Wereldoorlog nam de staat officieel de zorg van wieg tot graf over.’
Een kleine groep strenge christenen protesteerde tegen de verzorgingsstaat. Sommigen weigerden zelfs AOW, omdat zorg volgens hen een taak van de kerk was. ‘Maar dat was een minderheid. De meeste kerken pasten zich aan de nieuwe werkelijkheid aan.’
Pasterkamp ziet nu een dubbele beweging. Enerzijds is er een terechte gevoeligheid voor paternalisme en machtsmisbruik. ‘In de opleiding Social Work op mijn hogeschool is er veel aandacht voor autonomie. In hoeverre mag je mensen sturen? En hoe voorkom je dat hulp bevoogdend wordt?’ Anderzijds is er een samenleving die hij ‘verweesd’ noemt. ‘Er is soms te weinig sturing, mensen krijgen te weinig kaders aangereikt en we bekommeren ons te weinig om elkaar.’
In dat spanningsveld vindt Pasterkamp Sterks appel interessant. ‘Je moet het niet zien als een nostalgische oproep om terug te keren naar de 19e eeuw, maar als uitnodiging aan kerken om opnieuw na te denken over de verbeelding van de samenleving, zonder de fouten van vroeger te herhalen.’
De kerk was er niet alleen voor de gelovigen
Matthias Smalbrugge, hoogleraar aan de School of Religion and Theology van de Vrije Universiteit Amsterdam, is misschien wel het meest uitgesproken in zijn verdediging van Sterk. Hij vindt de kritiek op haar lezing ‘overdreven’.
Matthias Smalbrugge. Beeld: Wiep van Apeldoorn
‘Ze schuift de sociale verantwoordelijkheid van de overheid niet op het bordje van de kerk, maar ze zegt dat ons discours, onze taal, te weinig gevuld is. Er moet meer invulling worden gegeven aan waarden.’
Volgens Smalbrugge gaat Sterks lezing niet over het afschuiven van taken, maar over het ontbreken van een narratief, een verhaal. We hebben modellen, begrippen en instrumenten in de zorg – efficiëntie, indicaties, protocollen – maar te weinig geestelijke taal om te zeggen waarom we zorgen, wat we belangrijk vinden, hoe we elkaar zien. Wat je doet, je handelen, moet een link hebben met een inhoudelijk verhaal, anders spelen we theorie en praktijk uit elkaar.
Smalbrugge plaatst Sterk in een traditie die teruggaat tot de hervormde theoloog Arnold van Ruler. In maart 1945, nog tijdens de oorlog, schreef Van Ruler dat de antithese, de tegenstelling tussen gelovig en ongelovig, niet de kern is. Mensen hebben elkaar juist nodig. In de nieuwe kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk was er veel aandacht voor de publieke taak van de kerk. De kerk was er niet alleen voor de gelovigen, maar voor heel de samenleving.
‘Er moet meer invulling worden gegeven aan waarden’
De hoogleraar vertelt dat verschillende religieuze tradities het principe van naastenliefde op hun eigen manier invulden. Gereformeerden waren meer naar binnen gericht, met een sterk eigen verhaal en eigen organisaties. Hervormden waren meer naar buiten gericht, de mensen aan de rand hoorden er ook bij, je vroeg niet aan mensen hoe gelovig ze wel of niet waren. Katholieken namen een tussenpositie in. Ze waren missionair, maar ook sterk zuilgebonden. Ze hadden eigen scholen en ziekenhuizen, veelal georganiseerd door religieuze orden en congregaties. Die waren er voor iedereen, maar ze hadden wel een duidelijk verhaal waar je je aan moest houden.
In al die gevallen was er iets wat Smalbrugge nu mist: een verbindend narratief. In de verzuilingstijd konden de gereformeerde voorman Abraham Kuyper en zijn katholieke evenknie Herman Schaepman elkaar vinden in een gedeeld idee van samenleven, ondanks alle grote ideologische verschillen. Vandaag lukt dat echter nauwelijks. Links en rechts staan lijnrecht tegenover elkaar en ‘compromis’ is een vies woord geworden. ‘De huidige begrotingsonderhandelingen verlopen zeer moeizaam. Ze laten zien hoezeer Nederland snakt naar een verhaal. Dat hoeft wat mij betreft niet nationalistisch te zijn, maar wel verbindend.’
Volgens historicus Yüksel Nizamoglu treedt de Turkse regering steeds harder op tegen islamitische groepen die Erdogan niet steunen. Dat gebeurt nu met de Süleymanci-gemeenschap.
Yüksel Nizamoglu (1966) promoveerde in de geschiedenis aan de Universiteit van Istanbul. Daarna werkte hij als universitair docent Internationale Betrekkingen en Politicologie aan de Turgut Özal Universiteit in Akara. Die universiteit werd na de mislukte coup van 15 juli 2016 gesloten. Tegenwoordig werkt de bekende historicus in Duitsland als pedagogisch medewerker op een openbare school.
Volgens Nizamoglu vertoont het huidige optreden van de Turkse regering tegen de Süleymanci-gemeenschap duidelijke overeenkomsten met de eerdere vervolging van de Gülenbeweging. De operatie tegen de süleymancılar bevindt zich volgens hem nog wel in een beginfase. ‘Het gaat om het in het gareel brengen van degenen die niet gehoorzamen’, stelt hij.
Hoe past de aanpak van religieuze gemeenschappen in de seculiere traditie van Turkije?
‘De Republiek Turkije, die ontstond als opvolger van het Ottomaanse Rijk, koos in tegenstelling tot het Ottomaanse Rijk voor een seculier regime. Tijdens de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog werd niet alleen gevochten tegen de Britten, Fransen, Italianen en Grieken, maar ook tegen de kalief-sultan en zijn aanhangers. Met de afschaffing van het sultanaat en het kalifaat en de sluiting van medreses [islamitische scholen], tekkes [gebedshuizen] en spirituele derwisj- en soefi-ordes kregen religieuze instellingen een zware slag te verduren. Uiteindelijk werd op 10 april 1928 in de grondwet van 1924 vastgelegd dat de staat ‘seculier’ was.
Historicus Yüksel Nizamoglu
Voor het onder leiding van Atatürk opgerichte ‘seculiere regime’ werd irtica, religieus reactionisme, gezien als een grote bedreiging. Gebeurtenissen als de opstand van de Koerdische en religieuze leider Sjeik Said in 1925 en het Menemen-incident in 1930, waarbij islamitische opstandelingen een legerofficier doodden, versterkten bij de staat het idee dat religieuze groepen een ‘bedreiging’ vormden.
Onder Atatürk stond het religieuze leven onder druk. Zo werden alle moskeeën onder het gezag van Diyanet, het Turkse overheidsorgaan voor religieuze zaken, gebracht. Ook liet het regime de Koran en de uitleg van de Koranteksten in het Turks vertalen.
Tegelijkertijd verbood het regime alle soefi-ordes en religieuze activiteiten die niet door Diyanet werden gecontroleerd. Religieuze leiders als Said Nursi en Süleyman Hilmi Tunahan, die beiden eigen islamitische gemeenschappen opbouwden, en hun volgelingen kregen voortdurend te maken met rechtszaken, verbanning en arrestaties.
Uiteindelijk wilde de ‘seculiere staat’ een religieus leven dat onder controle van de staat stond. Religieuze groepen die zich daaraan onttrokken of dat mogelijk zouden doen, werden als een ‘bedreiging’ gezien. Erdogan en de AKP zetten deze traditie voort: eerst door de Gülenbeweging uit te schakelen en nu door de süleymancılar, de volgelingen van Tunahan, en door Alparslan Kuytul, leider van de islamitische Furkan-beweging, tot doelwit te maken.’
Probeert Erdogan op deze manier islamitische groepen die hem niet steunen uit te schakelen? In het verleden werkte hij juist nauw samen met veel religieuze gemeenschappen.
‘Ik zie deze operaties als een voortzetting van de grondfilosofie van de republiek. Tijdens de regeringen van de centrumrechtse Democratische Partij (DP) en later de Gerechtigheidspartij (AP) nam de druk op het religieuze leven enigszins af. Religieuze gemeenschappen en soefi-ordes steunden in die periode vooral rechtse partijen.
Bij de verkiezingen van 2002, waarmee Erdogan aan de macht kwam, steunden de süleymancılar hem voor zover ik weet niet. De Gülenbeweging liet haar volgelingen, net als bij eerdere verkiezingen, vrij om zelf te kiezen. Waarschijnlijk stemden velen op andere rechtse partijen.
‘Een deel steunde Erdogan, een ander deel keerde zich tegen hem’
Dat veranderde in 2007, nadat het Turkse leger zich met een memorandum tegen de mogelijke verkiezing van AKP-politicus Abdullah Gül tot president had gekeerd. De Gülenbeweging schaarde zich toen rechtstreeks achter de AKP. Ik denk dat de periode van ‘volledige steun’ van de Gülenbeweging aan de AKP beperkt bleef tot 2007-2011.
Voor zover ik begrijp, raakten de süleymancılar in deze periode verdeeld: een deel steunde Erdogan, een ander deel keerde zich tegen hem. De groep die vandaag wordt aangepakt, is het deel dat zich tegen Erdogan heeft uitgesproken en hem niet heeft gesteund.
Het doel van Erdogan is om de top van deze groep uit te schakelen en ervoor te zorgen dat de ‘achterban’ zich aan zijn kant schaart. Maar we mogen niet vergeten dat Erdogan aanvankelijk ook bij de Gülenbeweging een operatie begon die zich op de top richtte.’
Is er een historisch keerpunt aan te wijzen waarop de breuk tussen Erdogan en islamitische groepen ontstond?
‘De openlijke breuk kwam op 17 en 25 december 2013. Toen keerde Erdogan zich openlijk tegen de Gülenbeweging.
In de jaren daarna werden, net zoals we nu bij Süleymanci-gemeenschap zien, kayyum[curatoren] aangesteld bij bedrijven, scholen, examentrainingscentra, universiteiten – waaronder de universiteit waar ik werkte – en bij kranten en televisiezenders. Daarmee werden deze instellingen overgenomen en werd de gemeenschap weerloos. In zijn uitspraken richtte Erdogan zich vooral op de leiding van de gemeenschap. Hij vatte dat samen met de woorden: ‘De basis houdt zich bezig met aanbidding, het midden met handel en de top met verraad.’ Na de mislukte coup van 15 juli 2016 richtte hij zich echter ook op vrouwen en ouderen en aarzelde hij niet om hen te laten arresteren.
Ook vandaag gebruikt hij vergelijkbare retoriek tegen de bestuurders van een deel van de Süleymanci-gemeenschap. Als de achterban zijn leiders niet opgeeft, kan worden verwacht dat dezelfde aanpak zal volgen.’
Is er volgens u in Turkije daadwerkelijk sprake van een ‘criminele organisatie’ onder leiding van Alihan Kuris?
‘Dit soort operaties gaat in Turkije gepaard met veel desinformatie. De regering brengt veel informatie naar buiten die niet klopt. Daarom is het verstandig om voorzichtig met dergelijke beschuldigingen om te gaan.
‘Dit soort operaties gaat in Turkije gepaard met veel desinformatie’
Er valt nog iets op. Tegen leiders van religieuze gemeenschappen die de AKP niet steunen, worden arrestatiebevelen uitgevaardigd. Tegelijkertijd worden hun bedrijven onder curatele geplaatst, waardoor de regering de financiële controle krijgt. Vervolgens zullen deze bedrijven waarschijnlijk worden uitgehold en voor zeer lage prijzen aan AKP-aanhangers worden verkocht. Dat gebeurde ook met in beslag genomen bedrijven van de Gülenbeweging. Zo komt kapitaal uiteindelijk in andere handen terecht.’
Waarom worden de süleymancılar juist nu aangepakt?
‘Misschien zijn er onderhandelingen gevoerd over ‘gehoorzaamheid’ en heeft de regering, toen die niets opleverden, voor deze aanpak gekozen. Een andere mogelijkheid zijn de presidentsverkiezingen. Bij de laatste verkiezingen zagen we bijvoorbeeld hoe Erdogan afspraken maakte met de nationalistische politicus Sinan Ogan en de islamistische partijleider Fatih Erbakan om hun steun te krijgen. Zulke groepen zijn vanwege hun mogelijke aantal stemmen van groot belang. Om te winnen is immers 50 procent plus één stem nodig.
Daarnaast kan het de bedoeling zijn om andere religieuze gemeenschappen en soefi-ordes te intimideren. Want volgens Erdogan geldt: ‘Als je medelijden toont, zul je uiteindelijk zelf in een meelijwekkende positie terechtkomen.’
Is het tegenwoordig strafbaar om süleymancı te zijn of lid te zijn van een religieuze gemeenschap als Menzil of de Furkan-beweging?
‘Zolang de wet van 30 november 1925, die soefi-ordes verbiedt, van kracht is, is het lidmaatschap van zulke groepen in Turkije in feite niet legaal. In de praktijk zijn deze groepen ondanks het verbod niet verdwenen. Vooral door de verstedelijking van Turkije zijn ze juist gegroeid. De staat heeft hen echter nooit officieel als religieuze gemeenschappen of gesprekspartner erkend.’
Waarin verschilt de aanpak van de Süleymancılar van de vervolging van de Gülenbeweging?
‘Erdogan ziet het oproepen van Hakan Fidan, destijds het hoofd van de Turkse inlichtingendienst MIT en een vertrouweling van Erdogan, voor verhoor in 2012 als het ‘keerpunt’. Maar de openlijke strijd begon pas met de dreiging om de huiswerkscholen te sluiten en de grote corruptieonderzoeken van 17 en 25 december 2013 naar mensen rond de AKP-regering. Erdogan beschuldigde de Gülenbeweging ervan achter deze onderzoeken te zitten.’
‘Als je medelijden toont, zul je uiteindelijk zelf in een meelijwekkende positie terechtkomen’
Erdogan richtte zich toen heel duidelijk tegen de Gülenbeweging met de woorden: ‘Wat hebben jullie niet gekregen dat ik niet heb gegeven? Jullie krijgen zelfs geen water meer.’ Uiteindelijk deed hij wat hij had aangekondigd. Duizenden mensen werden uit de publieke sector ontslagen en instellingen, bedrijven en stichtingen werden in beslag genomen. Tegen duizenden mensen die niets met de mislukte coup van 15 juli 2016 te maken hadden, werden op basis van vermeende iltisak [verbondenheid] juridische procedures gevoerd die meedogenloos en in strijd met universele rechtsbeginselen waren. De mislukte coup, die Erdogan ‘een geschenk van God’ noemde, bood hem de mogelijkheid om dit alles uit te voeren.’
De Turkse regering noemt de Gülenbeweging ‘FETÖ’, oftewel de ‘Fethullahistische terreurorganisatie’. De süleymancılar worden daarentegen een ‘criminele organisatie’ genoemd. Waar komt dat verschil vandaan?
‘Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de operatie zich nog in de eerste fase bevindt. Op dit moment wordt geprobeerd de achterban los te weken van de bestuurders door deze beschuldiging centraal te stellen. De arrestaties vinden binnen dit kader plaats.
Net zoals men de Gülenbeweging probeerde neer te zetten als een beweging die vanuit de Verenigde Staten werd gesteund, probeert men nu de indruk te wekken dat deze gemeenschap steun krijgt van Duitsland. Daarbij wordt gewezen op de activiteiten van de groep in Duitsland en vooral op het nieuwe hoofdgebouw in Keulen.
Hierbij moet nog iets worden opgemerkt. De Gülenbeweging beschikte in Turkije over een groot medianetwerk en was ook georganiseerd aanwezig op sociale media. Deze groep heeft daarentegen geen eigen media en is nauwelijks zichtbaar op sociale media. Daardoor is het niet alleen moeilijk om de ontwikkelingen volledig te volgen, maar kunnen we ook nauwelijks zien hoe de groep zich verdedigt. Dat maakt het moeilijker om het proces te duiden.’
Deze ontwikkelingen vinden plaats terwijl Turkije werkt aan vrede met de Koerden. Ziet u een verband?
‘Mijn inschatting is dat Erdogan opnieuw tot president gekozen wil worden, hoewel dat wettelijk niet mogelijk is. Daarvoor probeert hij de steun van de Koerden te krijgen, maar hij wil ook niets aan het toeval overlaten. Bij de laatste presidentsverkiezingen hebben we gezien hoe belangrijk zelfs de stemmen van een kleine groep kunnen zijn.
‘Het Westen is tevreden met Erdogan’
De operatie tegen Ekrem Imamoglu [de opgepakte burgemeester van Istanbul], het opnieuw aanstellen van Kiliçdaroglu als leider van de CHP en de vrijwel dagelijkse operaties tegen gemeenten die door de oppositiepartijen CHP en de Yeni Parti worden bestuurd, zijn volgens mij eveneens bedoeld om obstakels voor Erdogan uit de weg te ruimen.
Tegelijkertijd wordt aan de Menzil-gemeenschap, de Ismailaga-gemeenschap en andere religieuze groepen duidelijk gemaakt wat hun te wachten staat als zij ‘niet gehoorzamen en geen steun verlenen.
Ook moet nog iets anders worden gezegd. Het Westen is tevreden met Erdogan en voert een beleid dat gericht is op het voortbestaan van zijn regime. Tegelijkertijd krijgen de operaties tegen religieuze groepen, martelingen en mensenrechtenschendingen maar weinig aandacht.’
De regering-Erdogan lijkt islamistische groepen die buiten haar controle vallen te willen uitschakelen. Is dat volgens u te verenigen met islamitische waarden?
‘In de Ottomaanse en Turkse traditie bestaat de gedachte dat ‘de staat heilig is’ en dat ‘voor het behoud van de wereldorde zelfs broers en zonen kunnen worden gedood’. Die opvatting bestaat vandaag nog steeds. In Turkije beschouwden zowel rechtse als religieuze groepen, waaronder religieuze gemeenschappen en soefi-ordes, de heiligheid van de staat als hoogste prioriteit. Zelfs ‘broedermoord’, om een strijd om de troon en onrust in het rijk te voorkomen, werd tijdens de Ottomaanse periode als legitiem beschouwd.
Hoewel het uitschakelen van islamistische groepen door Erdogan religieus gezien niet juist is, zijn er daarom honderden ‘geleerden’ te vinden die daarvoor een religieuze rechtvaardiging kunnen geven. Op de avond van 15 juli zagen we op de pleinen predikers en religieuze leiders die over leden van de Gülen-gemeenschap zeiden: ‘Hun bezit, alles van hen, is voor ons halal.’ Dan hoeft dat ons niet te verbazen.’
Wanneer is het vanuit islamitisch perspectief toegestaan om tegen de regering in opstand te komen of zich ertegen te verzetten?
‘Binnen de soennitische traditie wordt verzet tegen de staat of opstand niet als iets normaals beschouwd. De gedachte dat ‘zelfs de slechtste staat beter is dan staatloosheid’ is breed aanvaard. Daarom komen religieuze gemeenschappen en soefi-ordes niet gemakkelijk in opstand tegen het regime.
‘De gedachte dat ‘zelfs de slechtste staat beter is dan staatloosheid’ is breed aanvaard’
Zelfs in de periode waarin islamitische scholen werden gesloten, soefi-ordes werden verboden, het onderwijzen van de Koran werd belemmerd en de oproep tot het gebed in het Turks werd voorgeschreven, was er maar weinig direct verzet. Daarbij speelde natuurlijk een grote rol dat de staat meedogenloos geweld gebruikte tegen dergelijke reacties.
De islamitische geleerde Said Nursi koos er bijvoorbeeld voor om via zijn werken strijd te voeren en werd van de ene verbanning naar de andere gestuurd. Süleyman Hilmi Tunahan probeerde soms in treinwagons en soms op boerderijen de Koran te onderwijzen en op die manier weerstand te bieden. De soennitische gemeenschap kan dus eigenlijk alleen deze wegen bewandelen. Zo stelde Gülen tijdens de coup van 28 februari 1997 aan de machtige generaals voor om ‘alle scholen aan de staat over te dragen’.’
De nieuwe Labour-regering van Andy Burnham stelt dat er sprake is van ‘etnische zuivering’ door Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Ook gaat de Britse regering over tot sancties tegen producten die afkomstig zijn van de illegale Israëlische nederzettingen, zo meldt de Arabische nieuwssite MiddleEast Eye.
Deze Britse erkenning vertoont overeenkomsten met de analyse van de Israëlische historicus Ilan Pappe. In zijn boek The Ethnic Cleansing of Palestine (2006) betoogt hij dat de verdrijving van Palestijnen vanaf 1948 geen toevallig bijproduct van oorlog was, maar een doelbewust en systematisch proces van etnische zuivering. Volgens Pappe vormt dit beleid de historische kern van het zionistische project. De Britse regering gaat niet zo ver, maar gebruikt de term ‘etnische zuivering’ als het gaat om verdrijving van Palestijnen door Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever.
Het onrecht die Palestijnen dag in dag uit wordt aangedaan, wordt door activisten en experts ook wel de ongoing Nakba genoemd. Nakba is Arabisch voor ‘de catastrofe’, waarmee de gedwongen ‘verhuizing’ van honderdduizenden Palestijnen in 1948 wordt bedoeld. Meer dan 700.000 Palestijnen raakten toen ontheemd en veel Palestijnse dorpen werden ontvolkt of verwoest. Met ‘ongoing Nakba’ wordt bedoeld dat dit niet alleen een gebeurtenis uit 1948 is, maar een proces dat tot op heden voortduurt, bijvoorbeeld door gedwongen ontheemding, verdrijving, vernietiging van woningen en beperkingen op terugkeer.
De maatregelen van de nieuwe Britse regering lijken overigens in overeenstemming met sancties die Frankrijk en Canada in petto hebben voor gewelddadige kolonisten op de Westbank. Daarnaast heeft het Verenigd Koninkrijk alle militaire en militair-economische samenwerking met Israël opgeschorst. Minister van Buitenlandse Zaken Ed Miliband – zelf Joods – gaf in het Lagerhuis uitleg: ‘Het officiële standpunt van de Britse regering is dat de bezetting onwettig is vanwege de verankering van Israëls controle, de intentie om permanente soevereiniteit uit te breiden en de expansionistische agenda via illegale nederzettingen.’
Minister-president Andy Burnham en zijn team breken met het traditionele, pro-Israëlische beleid van hun voorgangers. Israël heeft daarop de Britse ambassade in Jeruzalem gesloten.
In Jemen is de burgeroorlog weer terug van nooit weggeweest. Deze week eiste het conflict beduidend meer slachtoffers dan in de afgelopen jaren. Het is de dodelijkste escalatie sinds 2022, met bijna 300 doden. De verslechterende internationale context lijkt hier debet aan, zo meldt de Volkskrant.
Jemen staat al langer op het menu van regionale machten zoals Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran, maar ook van een wereldmacht als de Verenigde Staten. Al deze partijen steunen verschillende groepen in de strijd om de macht in Jemen. De sji’itische Houthi-rebellen worden gesteund door Iran, terwijl de internationaal erkende soennitische regering wordt gesteund door Saoedi-Arabië en het Westen.
Het oplaaiende geweld concentreert zich vooral aan de strategische westkust van Jemen. Niet lang geleden opende Iran daar een tweede front tegen het internationale vrachtverkeer, om zo de Amerikanen te tarten. Als de Houthi’s de havenstad Mokka in handen krijgen versterken de Iraanse ayatollahs hun strijd om de vitale handelsroutes op zee. ‘In het verleden beschoten de Houthi’s internationale vrachtschepen vanuit stellingen op 90 à 150 kilometer afstand met drones en ballistische raketten; het doel is nu om dichterbij te komen, zodat men hetzelfde kan bereiken met eenvoudige, goedkopere raketten’, schrijft de Volkskrant.
De burgeroorlog in Jemen is sinds 2015 aan de gang. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn er inmiddels meer dan 230.000 mensen om het leven gekomen, waaronder veel vrouwen en kinderen. Een deel is gestorven vanwege het oorlogsgeweld, anderen door honger en ziekte.
In Indonesië wint een opvallende vorm van koloniale nostalgie aan populariteit onder jongeren, schrijft correspondent Zuidoost-Azië Noël van Bemmel van de Volkskrant. Op sociale media circuleren filmpjes waarin het vroegere Nederlandse bewind wordt opgehemeld, vaak als sarcastische kritiek op de huidige politiek.
‘Nederland! Koloniseer ons alsjeblieft weer…’, zegt tiktokker Bang Soleh. Motortaxichauffeur Budibae2023 doet daar nog een schepje bij bovenop: ‘Als we nog gekoloniseerd zouden zijn, dan was onze economie hoog ontwikkeld, de corruptie verwaarloosbaar, de infrastructuur beter, de samenleving inclusiever en drugs en lhbti legaal.’
De trend is zichtbaar in zogeheten VOC‑cafés in Jakarta, Surabaya en andere steden, waar koloniale esthetiek – van zwart-witfoto’s tot het iconische VOC‑logo – commercieel wordt ingezet. Het bekendste etablissement is Café Batavia. Kanttekening-journalist Ewout Klei, die dit café in 2023 en 2024 bezocht, verbaasde zich destijds over de sfeer van nostalgie en kolonialisme.
Café Batavia
‘Een van de meest bizarre plekken in Jakarta is Café Batavia, een restaurant in oude koloniale stijl, compleet met de portretten van Nederlandse gouverneur-generaals. Ook de beruchte Jo van Heutz, die met grof geweld Atjeh onderwierp, hangt erbij.’
Maar er is meer, zegt Van Bemmel. Hij noemt het muziekfestival VOC Land in Bandung, georganiseerd door schrijver Pidi Baiq, dat veel jonge bezoekers trekt. Sommige ouders spreken tegenwoordig zelfs over een ‘VOC‑opvoeding’, waarbij strikte discipline centraal staat. Voor progressieve Nederlanders lijkt dit de omgekeerde wereld, want was het niet Jan Pieterszoon Coen van de VOC die een felle strijd voerde om Jakarta en verantwoordelijk was voor de genocide op de Banda-eilanden?
Volgens de Volkskrant komt de nostalgie deels voort uit een gebrek aan historisch onderwijs. Het racistische koloniale bestuursmodel – waar witte Nederlanders aan de top stonden, gevolgd door Indo’s en Chinezen, en ‘inlanders’ helemaal onderaan stonden – wordt op scholen nauwelijks onderwezen. Daardoor reageren veel Indonesiërs luchtig wanneer Nederlanders het koloniale verleden ter sprake brengen. Een veelgehoorde reactie is: ‘Sudalahhh, dat is zó lang geleden. Zo ging dat toen’, schrijft Van Bemmel. Andere Indonesiërs benadrukken dat de Japanse bezetting zwaarder woog: ‘De Japanse bezetting was erger.’
Interieur Café Batavia. Beeld: Adam Jones Ph.D./Wikipedia
Achter de expliciete lof voor het koloniale bewind schuilt vaak frustratie over corruptie en incompetentie van de huidige regering. Door Nederland te idealiseren, kiezen jongeren voor een provocerende manier om hun onvrede te uiten. Van Bemmel ziet een parallel met de ‘One Piece’-protesten, geïnspireerd door een Japanse animeserie en Netflix-serie over sympathieke piraten. De correspondent vraagt zich af of Gen Z-demonstranten straks misschien met VOC-vlaggen zullen gaan zwaaien.
Kritiek
Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden
(K.U.K.B.), reageert tegenover de Kanttekening fel op het artikel in de Volkskrant, omdat dat stuk de koloniale nostalgie in Indonesië zou romantiseren. Volgens hem is die blik nog altijd doordrenkt van een koloniale reflex, het idee dat Nederland een beschavingsmacht was en dat Indonesië iets te danken heeft aan de bezetter.
Jeffry Pondaag. Beeld: Jeffry Pondaag
Maar hoe verklaart Pondaag de nostalgie naar de VOC-mentaliteit? ‘Veel Indonesische jongeren kennen hun eigen geschiedenis nauwelijks’, antwoordt hij. ‘Ze krijgen ook de Nederlandse versie van de geschiedenis voorgeschoteld, een versie die door Nederlanders is geschreven en waarin de misdaden worden verzacht of verhuld.’
Voor Pondaag is het essentieel dat Indonesische jongeren zich bewust worden van het Indonesische verhaal. Niet de Nederlandse koloniale geschiedschrijving, maar de geschiedenis van het eilandenrijk Nusantara in al zijn diversiteit en de gezamenlijke strijd tegen de koloniale onderdrukking. Hij herhaalt steevast dat Indonesië nooit ‘van Nederland’ is geweest, omdat Nederland een vreemde bezetter was. ‘Nederland was fout, punt. Geen komma.’
De verkiezingen in de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg‑Vorpommern op zondag 20 september beloven onverwacht spannend te worden. Tweeënhalve week voor de stembusgang blijft de extreemrechtse partij Alternative für Deutschland in de peilingen weliswaar de grootste partij met 35 procent, maar de sociaal-democratische SPD van minister‑president Manuela Schwesig staat inmiddels op 32 procent, zo schrijft de website Duitsland Vandaag.
Daarmee is de ruime voorsprong die AfD het afgelopen jaar had grotendeels verdampt. In 2023 stond de partij nog op 38 procent in de opiniepeilingen, tegenover 19 procent voor de SPD.
De sociaaldemocraten hebben dus een forse inhaalslag gemaakt, terwijl de AfD licht daalt. Andere partijen blijven achter. De CDU zakt naar 8 procent, Die Linke staat op 11 procent en de Grünen halen met 5 procent nipt de kiesdrempel. De pro-Russische links-populistische partij BSW van Sahra Wagenknecht komt uit op 4 procent, waarmee ze de kiesdrempel niet haalt.
De mogelijke winst van AfD past in een bredere trend in Oost‑Duitsland, waar de partij recent al de grootste werd in Saksen‑Anhalt. Volgens hoogleraar Duitse geschiedenis Krijn Thijs (Universiteit van Amsterdam) is die ontwikkeling zorgwekkend, zo vertelt hij aan de Twentse krant Tubantia: ‘Minderheden zoals migranten, asielzoekers, lhbti’ers en mensen met andere politieke ideeën moeten zich echt zorgen gaan maken.’ Tegelijk plaatst hij hier wel een belangrijke nuance bij: ‘De AfD hoopt op een domino-effect, maar dat hoeft niet te gebeuren. In Mecklenburg gaat de AfD ook winnen, maar waarschijnlijk niet zo groot als in Saksen-Anhalt.’
De populariteit van Manuela Schwesig speelt de SPD in de kaart. 60 procent van de ondervraagden zou haar rechtstreeks kiezen als regeringsleider. Toch blijft de vraag wie de deelstaat op 20 september gaat regeren volledig open, zeker omdat meerderheden zonder AfD lastig te vormen zijn.
‘Verdrijf de Arabieren! Naar Jordanië, naar de VS, naar Disneyland! Maakt niet uit waarheen!’ Vanaf een zeepkist in Jeruzalem riep de extremistische rabbijn Meir Kahane in 1988 zijn provocaties de wereld in. Ik zag hem daar toen ik onderzoek deed naar het kahanisme, waarvoor ik een uitwisselingsbeurs had gekregen van de Hebrew University en de Universiteit van Amsterdam.
Ik was geschokt door zijn speeches en de gesprekken met zijn aanhangers in de nederzettingen. Maar als we het gedachtegoed van Kahane vergelijken met wat nu in Israël normaal is, dan moet je constateren dat het peanuts was. Kahane riep weliswaar als eerste op tot verdrijving van de ‘Arabieren-honden’, maar voor ‘vrijwillige emigratie’ konden ze een ‘premie’ krijgen. En hoewel hij in zijn politieke ontwikkeling voortdurend radicaliseerde, sprak hij niet over het vermoorden van Palestijnen. Nu, 36 jaar na de moord op hem in New York, heeft de regering-Netanyahu hem rechts ingehaald met haar minister Itamar Ben-Gvir, die dagelijks 30 à 40 Palestijnen wil afschieten ‘omdat zij zelfs geen mensen zijn’.
Met de Israëlische verkiezingen op 27 oktober in het vooruitzicht zoeken analisten naar antwoorden op de vraag hoe Israël heeft kunnen veranderen van een land met links-socialistische dromen naar het huidige Israël, waarin 82 procent voorstander is van een etnische zuivering van het Palestijnse volk. Natuurlijk, het weerzinwekkende door Hamas aangerichte bloedbad van 7 oktober speelt een rol, maar zonder voedingsbodem had het nooit zover kunnen komen.
De oorzaken liggen veel dieper. Kahane bereikte bar weinig in Israël
NRC bijvoorbeeld plaatste een groot interview met de Israëlische hoogleraar Shaul Magid, die een boek schreef over Kahane. Volgens hem is Ben-Gvir een volgeling van Kahane geworden en was deze geïnspireerd door links.
Maar de oorzaken liggen veel dieper. Kahane bereikte bar weinig in Israël. Hij zat verschillende keren een gevangenisstraf uit wegens opruiing, zijn aanhang was een stelletje ongeregeld, hij slaagde er niet in een succesvolle, blijvende partij op te richten – hij behaalde in 1984 één zetel in het parlement – en werd geboycot door de pers vanwege racisme.
Daarbij was Kahane geen groot denker. Zijn boeken, die ik met gepaste afkeer las, bevatten geen diepgaande filosofie, maar vooral kretologie met als doel provocatie. Zijn ideeën pikte hij van de gewelddadige extreemrechtse revisionistische leider uit Rusland, Ze’ev Jabotinsky.
Martin David Kahane werd in 1932 geboren in het gezin van een rabbijn in Brooklyn. Jabotinsky was een huisvriend die met Kahane jr. speelde en Kahane adoreerde hem. Tegen antisemitisme richtte Jabotinsky begin twintigste eeuw in Rusland de gewapende Joodse Zelfverdedigingsorganisatie op en later de paramilitaire Betar, een Joodse jongerenbeweging. Beide zou Kahane kopiëren en de leuze ‘Joodse jongeren, leer schieten!’ keek hij ook af van Jabotinsky. Kahane keerde zich eind jaren tachtig in de VS met aanslagen en gewapende patrouilles tegen zwarten, socialisten en Sovjet-Unie-instituties.
Met zijn Joodse Liga in Palestina vocht Jabotinsky eerst zij aan zij met het Engelse leger om een einde te maken aan de Ottomaanse heerschappij. Maar later keerden zijn milities hun aanvallen tegen de Engelsen en de Arabische bevolking onder het Britse Mandaat, met de terreurorganisaties van de latere Israëlische Likud-premiers Begin en Shamir. Bommen plaatsen op Arabische markten was een veelvuldig gehanteerd middel. Jabotinsky stelde zich de vestiging van Eretz Yisrael ‘aan beide zijden van de Jordaan’ en omringd door ‘een ijzeren muur’ tot doel. En dat kon alleen met geweld.
Niet Kahane is verantwoordelijk voor de radicalisering van Israël. Ook al noemden mijn begeleiders, de Israëlische extreemrechts-expert professor Ehud Sprinzak en de Joods-Amerikaanse hoogleraar mentaliteitsgeschiedenis Arthur Mitzman, hem ‘een fascist’. Die natuurlijk niets met links te maken had.
Nee, het zijn de zaden die Jabotinsky in de jaren dertig plantte, die opkwamen bij Likud en nu Israël hebben overwoekerd met hulp van Netanyahu: het idee van een imperialistisch Israël. Maar laten we het belangrijkste niet vergeten: Israël is gebouwd op de verdrijving van 1,5 miljoen Palestijnen in 1948 en 1967. De Joodse strijdkrachten voerden nog voor de vestiging van Israël het plan Dalet uit, dat streefde naar meer grondgebied, waarbij zij het uitmoorden van dorpjes niet schuwden. Kahane, in zijn tijd een randfiguur die met Israëlische pek en veren terugkeerde naar de VS toen zijn partij Kach werd verboden, preekte slechts voor het eerst openlijk over verdrijving.
Het wetsvoorstel ‘Gegevensvergaring openbare orde’, dat de politie ruimere bevoegdheden geeft om activisten in de gaten te houden, is kritisch ontvangen door de Raad van State. Volgens de Raad kan het combineren van online gegevens leiden tot een gedetailleerd beeld van iemands privéleven, wat een inbreuk vormt op de privacy van burgers, aldus Binnenlands Bestuur.
Het kabinet introduceerde het voorstel om mogelijke verstoringen van de openbare orde, bijvoorbeeld rondom demonstraties, in een vroeg stadium te neutraliseren. Critici en mensenrechtenorganisaties vrezen echter dat deze bevoegdheden Nederland kunnen veranderen in een politiestaat.
Met deze wet zou de politie op grote schaal en automatisch gegevens uit online bronnen kunnen verzamelen, zonder dat burgers hiervan op de hoogte zijn. Deze informatie kan vervolgens worden gebruikt om in te schatten of iemand mogelijk aan een demonstratie zal deelnemen, wat niet strafbaar is in een vrij land. Ook voorziet het voorstel in de mogelijkheid om personen online te volgen. Hoe lang de politie dat zou mogen doen is onduidelijk.
De Raad van State heeft stevige kritiek op het wetsvoorstel. Zo zou het kabinet onvoldoende toegelicht hebben welke maatregelen worden genomen om machtsmisbruik te voorkomen en de inbreuk op privacy te minimaliseren. Er ontbreken, aldus het constitutionele adviesorgaan, momenteel essentiële waarborgen in het wetsvoorstel.
Burgers zijn in Nederland beschermd door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg), die strikte kaders stellen aan de verwerking van persoonsgegevens. Tegenover de politie hebben burgers het recht op transparantie, inzage in hun gegevens en het recht om bezwaar te maken tegen onrechtmatige verwerking. Bij nieuwe wetgeving moet de overheid aantonen dat inbreuken op deze rechten noodzakelijk en proportioneel zijn, waarbij de rechter toetst of de privacy van de burger voldoende is gewaarborgd.
Milad Ebrahiem geeft met stichting Bridge online les aan meisjes en vrouwen in Afghanistan. ‘Ze hebben hulp nodig.’
Sinds 15 augustus 2021 is Afghanistan in handen van de Taliban. Kort daarna maakten de Taliban bekend dat meisjes alleen tot en met groep 6 naar school mogen. Voor veel meisjes en vrouwen betekent dit dat zij geen voortgezet onderwijs meer kunnen volgen. Later kwam daar ook het verbod op universitair onderwijs voor vrouwen bij.
De pas opgerichte stichting Bridge wil daar vanuit Rotterdam iets aan doen door meisjes en vrouwen in Afghanistan online onderwijs te geven. De stichting is opgericht door ondernemer Milad Ebrahiem en vrouwenrechtenactiviste Sanga Siddiqi. Ook de andere bestuursleden wonen in Nederland.
Ebrahiem werd geboren in Afghanistan en kwam op jonge leeftijd naar Nederland. Hij studeerde later in Engeland en keerde daarna terug naar Nederland, waar hij als ondernemer aan de slag ging.
Milad Ebrahiem, mede-oprichter van Bridge
De stichting ontvangt geen subsidie en opereert onafhankelijk. Via contacten met onder meer vrouwenorganisaties heeft Bridge een netwerk in Afghanistan.
‘Alles rond de stichting betalen we uit eigen zak, maar we hebben wel hulp nodig. We gaan online lesgeven op het gebied van IT, ICT en marketing. Daar is veel vraag naar en op die manier kunnen we vrouwen een certificaat geven waar ze daadwerkelijk iets aan hebben. Een diploma kunnen we niet uitreiken, omdat we geen officiële onderwijsinstelling zijn’, vertelt Ebrahiem.
De voorwaarden voor deelname aan dit project zijn dat de meisjes en vrouwen goed Engels spreken, universitair zijn opgeleid en natuurlijk heel goed zijn met computers. Er wordt ook aan de deelnemers gevraagd om het niet van de daken te schreeuwen dat ze online onderwijs volgen, maar ze mogen natuurlijk gelijkgestemden wijzen op deze mogelijkheid.
Stel dat iemand toch besluit om een van de deelnemers te verraden. Moeten ze dan rekening houden met strafmaatregelen? ‘Nee. Onderwijs aan huis aan meisjes en vrouwen is strafbaar als er een mannelijke docent fysiek aanwezig is. Dat is nu niet het geval. Ze krijgen online les.’
Ebrahiem geeft aan dat Bridge specifiek op zoek is naar vrouwelijke vrijwilligers om online les te geven. ‘Vooral jonge meisjes zullen zich meer op hun gemak voelen bij een vrouwelijke docent.’
Meisjes ouder dan twaalf
In de twintig jaar voordat de Taliban volledig aan de macht kwamen, is er volgens Ebrahiem veel geïnvesteerd in het onderwijs voor meisjes en vrouwen. Dat veranderde na de machtsovername. Ondanks eerdere beloften van de Taliban mogen meisjes ouder dan twaalf jaar geen onderwijs meer volgen.
‘Ik kom weleens in Afghanistan en ik heb nog nooit iemand gesproken die dit een goede maatregel vindt. Het pijnlijke is ook dat deze maatregel totaal onverwacht kwam, omdat de huidige machthebbers hadden beloofd dat ze geen moeite zouden hebben met onderwijs voor meisjes en dat de sluiting van scholen en universiteiten tijdelijk zou zijn.’ Dat bleek anders. ‘Jonge vrouwen die studeerden, moesten van het ene op het andere moment stoppen met hun opleiding, vaak een universitaire studie’, zegt Ebrahiem.
Afghanistan telt ongeveer 45 miljoen inwoners. Volgens Ebrahiem wonen in de steden meer hogeropgeleide vrouwen dan op het platteland.
In totaal zijn er, volgens Ebrahiem, waarschijnlijk honderdduizenden hogeropgeleide vrouwen in Afghanistan, onder wie veel vrouwen die uitblinken in hun vak. ‘Programmeurs, rechtsgeleerden, noem het maar op. Ze zijn er beslist, maar ze kunnen geen kant op. Het is kapitaalvernietiging. Daarnaast moeten veel vrouwen huiselijk geweld accepteren omdat ze financieel volledig afhankelijk zijn. Dat heeft ook sociale en mentale gevolgen.’ Denk alleen al aan de gevolgen voor hun gevoel van eigenwaarde.
‘Een hoogopgeleide vrouw verdient in Afghanistan omgerekend ongeveer 500 euro per maand’
‘Vrouwelijke medewerkers zijn in Afghanistan goedkope arbeidskrachten. Een hoogopgeleide vrouw verdient er omgerekend ongeveer 500 euro per maand. Daar komt een goed opgeleide vrouw in de EU haar bed niet voor uit, maar voor een Afghaanse vrouw is het veel. Daarom richten we ons op it,ict en marketing. In die branches hebben ze de meeste kans, omdat er een tekort aan mensen is. Dan is de kans groter dat een werkgever toch overstag gaat.’
Daarnaast kunnen vrouwen via internet werk vinden dat ze vanuit huis kunnen doen. Zo hoeven ze voor hun werk niet met mannen in contact te komen.
Internetverbinding
Ebrahiem hoopt zowel meisjes en vrouwen in de steden als op het platteland te bereiken. Dat laatste zal moeilijker zijn, omdat er niet overal een internetverbinding is. Toch weerhoudt dat Bridge er niet van zich in te zetten voor het organiseren en aanbieden van onderwijs. ‘De situatie voor vrouwen in Afghanistan is lastig. Ze hebben echt hulp en ondersteuning nodig’, zegt hij.
‘De bevolking wil graag vooruit in plaats van achteruit’
Volgens Ebrahiem komt de steun niet alleen van buiten Afghanistan. Ook vanuit het land zelf krijgt Bridge positieve reacties. Zo zouden veel vaders en echtgenoten het verbod op onderwijs voor meisjes en vrouwen afkeuren. ‘De bevolking wil graag vooruit in plaats van achteruit. Dat is door allerlei regels niet zo makkelijk. Stel dat een vrouw een winkel wil beginnen of iets wil verkopen op de markt. Dat laatste kan eventueel wel, maar het is niet gangbaar.’ Bovendien is de situatie voor vrouwen volgens Ebrahiem niet altijd veilig.
Gezocht: vrijwilligers en laptops
Natuurlijk is geld welkom, maar de Bridge zoekt voornamelijk zaken als huisvesting, vrijwilligers die les geven op het gebied van it, ict en marketing, laptops voor de meisjes en vrouwen die via Bridge onderwijs willen krijgen en bijvoorbeeld kaarten waarop een internettegoed zit. ‘We zoeken vooral vrijwilligers en een pand in Rotterdam of omgeving van waaruit we les kunnen geven. Ons eerste doel is om zeshonderd meisjes en vrouwen te bereiken. Maar elk meisje of elke vrouw die we bereiken is er één.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.