16.8 C
Amsterdam
Home Blog

Stennis in Engelen

0

Huizen van mensen die geen bezwaar hebben tegen een asielzoekersopvang in hun dorp Engelen, zijn beklad met gemene teksten. Deze gebeurtenis rakelde bij mij een herinnering op. Op een hete zomerdag was ik als 11-jarige met een kameraad gaan zwemmen in het Engelermeer. Na het zwemmen wilden we op mijn fiets stappen. Ik kon mijn fiets niet meer terugvinden. De fiets was foetsie. Als klein kind is je fiets je grootste privébezit. Dat mijn fiets gestolen was, was een grote shock voor mij.

Boos ging ik met mijn kameraad lopend naar het centrum van Den Bosch. Daar gingen we naar het politiebureau. Dat bureau bestaat niet meer. Dat hele gebied is samen met het oude Groot Ziekengasthuis een nieuw woon- en winkelgebied geworden. Hoe het ook zij. We stapten tegen de avond het politiebureau binnen. Mijn vertrouwen in de overheid was groot. Zodra ze de aangifte binnen hadden, zouden ze alle politieauto’s in de stad instrueren om mijn fiets op te sporen en de dieven achter slot en grendel te zetten. Bij de balie maakte iemand de aangifte op en stuurde ons weer lopend naar huis. De lange arm van de staat was een stuk korter dan ik had ingeschat.

Nu wordt in Engelen en in andere dorpen stennis geschopt over de opvang van asielzoekers. De voorstanders, eigenlijk meer mensen die geen bezwaar hebben, zullen vanuit het motief van naastenliefde en het verhaal van de barmhartige Samaritaan handelen. Tegenstanders vinden vluchtelingen eng en willen ze zeker niet in de eigen backyard hebben. Een grens is nu duidelijk overschreden. Huizen van dorpsgenoten met een eigen mening bekladden met beledigingen is beangstigend. De gemeente Den Bosch staat met deze negatieve spiraal in Engelen voor een duivels dilemma.

Alle asielzoekers kunnen makkelijk ongemerkt in de tien grootste gemeenten opgevangen worden

Het spreiden van de asielzoekers over alle gemeenten wordt als solidair gepresenteerd. Ik geloof daar niet zo in. Alle asielzoekers kunnen makkelijk ongemerkt in de tien grootste gemeenten opgevangen worden.

Er is een ander probleem. Kleine gemeenten hebben met een versterkte vergrijzing te maken. Jongeren trekken weg voor studie of werk en komen niet meer terug. De paar honderd asielzoekers zorgen voor wat leven in de brouwerij. Zonder asielzoekers kun je in veel kleine kernen geen kapper, telefoonzaak of eettent meer vinden. Dit verhaal wordt onvoldoende belicht.

Waar tegenstanders van de opvang van asielzoekers wel een punt in hebben, is dat wanneer een grote groep van honderden asielzoekers bij een dorpskern van pak hem beet duizend mensen geplaatst wordt, dit de harmonie in zo’n kleine gemeenschap kan ontregelen.

Spreiden van de opvang is goed. Maar doe het met mate.

Israël laat officieel joodse gebedsrituelen toe in al-Aqsa

0

De status quo in Jeruzalem is opnieuw door de Israëlische autoriteiten geschonden. En deze keer radicaler dan eerst. Voor het eerst zijn nu officieel joodse gebedsrituelen toegestaan in de al-Aqsa moskee, zo schrijft The Middle East Eye.

Afgelopen zondag waren joodse Israëliërs het complex binnengevallen. De politie gaf hen toestemming om ‘siddurim’, joodse gebedsboeken, naar binnen te brengen. Ook mochten ze in groepsverband bidden.

Het complex rond de al-Aqsa moskee, de Haram al-Sharif, is al decennia onderdeel van een internationaal erkende regeling. Hierbij blijft het een exclusief islamitisch heiligdom. Onderhoud en beheer van de locatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Jordaanse stichting Waqf, tegelijkertijd wordt de toegang tot al-Aqsa gecontroleerd door de Israëlische politie.

Israël heeft deze status quo de laatste jaren, vooral sinds oktober 2023, steeds vaker geschonden. Dit heeft grote gevolgen voor (Palestijnse) moslims. Zij krijgen geen toegang meer tot het gebied of krijgen te maken met zware restricties, zoals de Kanttekening onlangs schreef.

Invallen door joodse Israëliërs, waarbij zij tegen de regels in gebedsrituelen uitvoeren, worden de laatste jaren door de Israëlische autoriteiten oogluikend toegestaan. Dit gebeurde altijd zonder officiële toestemming. Maar met deze officiële goedkeuring door de Israëlische politie is er nu sprake van een georganiseerde schending, schrijft The Middle East Eye.

Volgens de Israëlische krant Haaretz heeft de Israëlische politie al eerder toegestaan dat joodse gelovigen baden, dansten en zongen op de binnenplaats van de al-Aqsa moskee. Dit zou zijn gebeurd in opdracht van de politieke leiding, namelijk de extreemrechtse minister Itamar Ben-Gvir. Hij is vaak persoonlijk aanwezig tijdens invallen in de moskee, zoals vorige maand. De minister van nationale veiligheid vertegenwoordigt een groeiende beweging van joodse kolonisten in Israël die een ‘derde tempel’ wil bouwen op de plek van al-Aqsa.

Ben-Gvir woont in een illegale Israëlische nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever. Als minister en hoofd van de politie heeft hij veel macht in de extreemrechtse coalitie van Benjamin Netanyahu. Het feit dat hij al langer een prominente rol speelde in de bestormingen was al een aanwijzing dat de door hem gewenste transformatie van al-Aqsa van hogerhand werd goedgekeurd.

‘Daar waar je het goed hebt, is je vaderland’

0

Wat hebben we nodig om ons ergens thuis te voelen? Glenn Helberg en Noor Cornelissen hebben verschillende achtergronden, maar komen tot dezelfde conclusie: verbinding met anderen is essentieel.

Op 29 augustus organiseren ze in Hilversum het Rooted festival, dat in het teken staat van ‘bij elkaar horen’.

G: In 1955 word ik, Glenn, geboren als jongste van drie kinderen in Willemstad, Curaçao, bij Surinaamse ouders, beiden van gemengde bloede. In ons leven is multiculturaliteit een gegeven. Geen huidskleur is hetzelfde, met elke vertakking lijkt er een nieuwe kleurencompositie te zijn ontstaan. Al vroeg weet ik: wij zijn één in verscheidenheid. Ironisch genoeg is het ‘de beschaving’ die deze diepgewortelde waarheid in mij doet wankelen. Er werd mij geleerd om ‘beschaafd’ te zijn. Niet uit menselijkheid, maar opgelegd vanuit dominantie. Hoe meer je je kunt meten aan wat de kolonisator als ‘beschaafd’ ziet, hoe hoger je stijgt op de maatschappelijke ladder. En als bij jouw vertakking de huidskleur een tint lichter was uitgevallen, dan wellicht nog net een trede hoger. Dat hiërarchische wereldbeeld vervreemdt mensen van zichzelf én van elkaar. De sporen ervan zien we nog altijd terug in maatschappelijke discussies over raciale gelijkheid en institutioneel racisme. Het koloniale denken verdwijnt niet vanzelf wanneer een kolonie ophoudt te bestaan; het nestelt zich ook in de manier waarop mensen naar zichzelf en naar elkaar leren kijken.

‘Het koloniale denken verdwijnt niet vanzelf’

N: Een paar jaar na Glenn wordt mijn moeder ook in Willemstad geboren, als dochter van twee witte Nederlanders. Later verhuist het gezin terug naar Nederland, waar ik, Noor, een huwelijk en dertig jaar later, opgroei als jongste van drie kinderen in een homogene omgeving. Onder mijn ouders en hun vriendenkring is eigenlijk maar één tint te vinden: wit. Curaçao, daar spreken we niet over. Het was een ‘buitenlandervaring’ en geen wezenlijk onderdeel van mijn belevingswereld. Zo spreken we ook niet over het opgroeien van mijn grootmoeder in Batavia, zoals de koloniserende Nederlanders Jakarta destijds noemden, en haar verblijf in een Japans interneringskamp. Waar voor Glenn verscheidenheid vanzelfsprekend is, ontbreekt die in mijn wereld bijna volledig. Juist daardoor groeit het verlangen om uit die beklemmende vanzelfsprekendheid te breken. Ik wil begrijpen waar ik vandaan kom. Ik wil de mens ontmoeten, in al haar kleuren. Zodra ik de puberleeftijd bereik, kom ik in verzet.

Glenn Helberg

G: Op 17-jarige leeftijd vertrek ik naar Nederland om te studeren. Mijn vader geeft me de woorden mee die ik tot de dag van vandaag bij me draag: daar waar je het goed hebt, is je vaderland. Dat bracht hem ooit naar Curaçao. Het doel van mijn jonge zelf is dan ook eenduidig: het goed gaan hebben. In Nederland wordt me duidelijk dat verscheidenheid hier geen eenheid betekent. Als de slager uit nieuwsgierigheid aan mijn haar begint te trekken, besef ik: ik ben anders. Een periode van worstelen en zoeken breekt aan, waarin de kou letterlijk in mijn lijf kruipt. Ik mis warmte. Ik mis familie. Ik mis een ‘wij’. En dus blijf ik terugvallen op het advies van mijn vader en probeer ik het goede te creëren. Door het in mezelf aan te boren: mijn diepe verbinding met mijn voorouders, mijn sterke vertrouwen in wie ik ben en mijn talent om mensen te onderwijzen en te begeleiden. Ik heb het allereerst goed te hebben in mijn eigen lijf. Daar begint mijn reis.

‘Wat betekent het om ergens thuis te zijn?’

N: Op 16-jarige leeftijd voel ik het in mijn lijf: ik wil gaan. Ik verhuis in mijn eentje naar de Verenigde Staten, waar ik op school kom met leerlingen uit 80 verschillende landen. In mijn geschiedenisles behandelen we wereldoorlogen en terwijl mijn klasgenoten uit onder andere Israël, Irak, Palestina, Duitsland, de Verenigde Staten en Liberia hun kennis delen, buitelen de verschillende perspectieven over elkaar heen. Het zet mijn leven op zijn kop. De waarheid ontstaat in de blik die haar waarneemt. Jaren leef ik met mensen van over de hele wereld en groeit ook in mij die diepgewortelde waarheid: wij zijn één in verscheidenheid. Mijn werk brengt mij verder de wereld over, naar Palestina, Congo, Oeganda, Kenia en Libië. En overal kom ik mensen tegen die in beweging zijn: van het platteland naar de stad, van conflict naar vluchtelingenkamp, van hier naar daar. Hoe divers hun verhalen ook zijn, zo soortgelijk is hun zoektocht: het goed hebben, ergens onderdeel worden van het ‘wij’. Het zet me aan het denken over hoe wij in Nederland omgaan met verschil en samenleven. Wat betekent het om ergens thuis te zijn?

G: Als jonge dokter verhuis ik tijdelijk terug naar Curaçao, naar mijn ‘wij’. Ik begon in Nederland naar mezelf te kijken door de ogen van witte mensen. Ik was vervreemd van mezelf. Het was tijd om mezelf te hernemen. Daar, bewegend tussen die twee werelden, leer ik te balanceren tussen ‘ik’ en ‘wij’. Ik verken mijn stem, mijn lijf, mijn spiritualiteit. Het slavernijverleden heeft ons ‘wij’ deels kapotgemaakt. Het mechanisme om iemand tot de ander te maken is in ons gaan zitten. Tijdens mijn reis ga ik ook op zoek naar hoe ík mensen tot ‘de ander’ maak, en daarmee mezelf vereenzaam. De diepe verbintenis met mijn vader en mijn overleden moeder doet me inbedden. Ik ga op zoek naar een ervaring van autonomie, zonder alles zelf te hoeven doen. Een gevoel van intens geluk, waar ‘de ander’ onderdeel van is. Het besef dat geschiedenis en trauma ook vandaag nog verdeeldheid creëren, versterkt mijn motivatie om verbinding te zoeken.

Noor Cornelissen

N: Na meer dan 10 jaar in het buitenland te hebben gewoond, mis ik mijn ‘wij’. Ik wil niet dolen. Ik wil wortelen, juist in mijn geboortegrond. Bij terugkomst in Nederland solliciteer ik bij de overheid. Tijdens het gesprek wordt gevraagd of ik een Nederlandse taaltoets wil afleggen. ‘Je praat anders’, krijg ik te horen. Ze willen zeker weten dat ik me voldoende kan uitdrukken.

Het is een klein incident. Niet te vergelijken met de systematische uitsluiting die veel mensen in Nederland dagelijks ervaren. Toch raakt het me. Niet omdat mijn taalvaardigheid ter discussie staat, maar omdat ik plotseling hoor: misschien hoor jij hier niet helemaal meer thuis.

Ik merk hoe snel zo’n ervaring aan je identiteit raakt. Als Nederlands blijkbaar niet vanzelfsprekend mijn moedertaal is, welke taal dan wel? Wie bepaalt eigenlijk waar iemand thuis is? Vanaf dat moment reis ik opnieuw, maar deze keer niet de wereld over. Ik keer naar binnen.

Langzaam begin ik te zien hoe subtiel uitsluiting kan werken. Niet alleen in persoonlijke ontmoetingen, maar ook in instituties en systemen. Hoe gemakkelijk mensen het gevoel kunnen krijgen dat zij zich eerst moeten bewijzen voordat zij erbij mogen horen.

‘Wat mij steeds opnieuw opvalt, is hoe sterk onze cultuur de nadruk legt op het individu’

G: Mijn zoektocht brengt mij uiteindelijk naar de psychiatrie, en in het bijzonder naar de transculturele psychiatrie. Daar zie ik hoe de samenleving zich weerspiegelt in individuele levens. Psychisch lijden ontstaat natuurlijk niet alleen door maatschappelijke omstandigheden, maar de samenleving kan mensen wel helpen zich te ontwikkelen of hen juist vervreemden van zichzelf en van anderen. Wat mij steeds opnieuw opvalt, is hoe sterk onze cultuur de nadruk legt op het individu. Leren goed voor jezelf te zorgen is belangrijk. Ook mijn eigen reis begon daar. Maar het blijft niet bij het ‘ik’. Uiteindelijk vraagt een mens ernaar zich te verbinden, zich ergens in te bedden, onderdeel te worden van een groter geheel. Juist daar lopen we vandaag vast. Wanneer de politiek voortdurend spreekt over mensen die er wel of niet bij horen, raakt dat iets fundamenteels. Angst voor de ander ontstaat niet uit het niets. Zij heeft geschiedenis. Oorlogen, verlies, kolonisatie, dekolonisatie en ontwrichting hebben diepe sporen nagelaten, ook in de witte Nederlandse samenleving. Onverwerkt verlies kan zich uiten in wantrouwen tegenover het onbekende. Dat betekent niet dat angst de toekomst hoeft te bepalen. Juist wanneer we haar leren herkennen, ontstaat er ruimte om opnieuw verbinding te maken.

N: Toen er bij mijn werkgever, het ministerie van Buitenlandse Zaken, een rapport verscheen over institutioneel racisme, merkte ik hoe snel ook ik mezelf buiten het verhaal plaatste. Mijn eerste gedachte was: hier hoor ik niet bij. Na de verkiezingen van 2023 stelde ik mezelf opnieuw dezelfde vraag: wil en kan ik hier nog wel thuis zijn? Gaandeweg begon ik te begrijpen dat ik daarmee precies hetzelfde mechanisme volgde dat ik bij anderen bekritiseerde. Zodra iets me vreemd werd, nam ik er afstand van. Vanuit mijn verlangen naar verbinding plaatste ik mezelf buiten het geheel. Ik kan niet ontkennen dat er een ‘wij’ en een ‘zij’ bestaat. Tegelijkertijd besef ik dat ieder mens in beide categorieën terecht kan komen, afhankelijk van wie kijkt. Ook als je veel innerlijk werk doet, zullen anderen je soms blijven indelen zonder je werkelijk te kennen. Dat besef is pijnlijk, maar ook bevrijdend. Want als niemand volledig kan bepalen waar ik thuis hoor, dan begint thuis uiteindelijk bij de relatie die ik met mezelf heb. Vanuit die plek kan ik ophouden uitsluitend het probleem te analyseren of mij ervan te distantiëren. Dan wordt zichtbaar dat ik niet alleen onderdeel ben van de oplossing, maar ook van het systeem dat verandering nodig heeft.

‘Niemand wortelt alleen’

G: Ondanks dat politici uitstralen dat bepaalde groepen mensen niet in Nederland horen, doen de meeste mensen toch hun uiterste best om bij te dragen aan de samenleving. Om hier te wortelen. Moet je je eens voorstellen wat voor een kracht we kunnen ontketenen als mensen hier ook actief verwelkomd worden. De potentie is groot als mensen niet vanuit angst en inpassing deelnemen, maar vanuit vrijheid, autonomie en authenticiteit. Dan kunnen we samen een bloeiende en krachtige samenleving ontwikkelen. Dat brengt mij hoop.

N: Ik draag de woorden van Glenns vader inmiddels ook met me mee: daar waar je het goed hebt, is je vaderland. Maar ik merk dat onze tijd om een volgende stap vraagt. Het gaat niet alleen om de vraag waar ík het goed heb. De grotere vraag is of wij een samenleving bouwen waarin steeds meer mensen het goed kunnen hebben. Met elkaar.

Dat begint bij ieder van ons. Iedere keer dat we een ander uitsluitend benaderen als vertegenwoordiger van een groep, verliezen we iets van de mens die voor ons staat. En uiteindelijk ook iets van onszelf. Ik ben gaan begrijpen dat worteling geen individueel project is. Natuurlijk vraagt het moed om jezelf te leren kennen. Maar niemand wortelt alleen. Dat kan alleen in relatie tot anderen.

G: We denken misschien dat een samenleving begint bij wetten, beleid of instituties. Volgens mij begint zij eerder. Zij begint op het moment waarop iemand ervaart: ik mag hier bestaan. Dat is geen zachte gedachte. Het is misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor een gezonde samenleving. Wie zich voortdurend moet verdedigen, kan moeilijk vertrouwen ontwikkelen. Wie zich niet gezien voelt, zal zich uiteindelijk terugtrekken of verharden. Maar wie zich welkom weet, krijgt ruimte om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel. Daarom geloof ik dat de tegenhanger van polarisatie niet in de eerste plaats verbinding is. De tegenhanger van polarisatie is een samenleving waarin mensen kunnen wortelen.

Forum voor Democratie gaat samenwerking met neonazi’s niet langer uit de weg

0

Uit onderzoek van NRC en de antifascistische onderzoeksgroep Kafka blijken duidelijke dwarsverbanden tussen politici van Forum voor Democratie, extreemrechtse activisten en neonazi’s, zo schrijft NRC.

Tijdens twee manifestaties deze zomer werd zonneklaar dat politici van Forum voor Democratie zich wel degelijk inlaten met neonazi’s. Dit terwijl de partij, bij monde van partijleider Lidewij de Vos, zegt afstand te houden van antidemocratische groeperingen.

Op 25 juli sprak de Duitse neonazi-leider Claus Cremer in Apeldoorn een groep Nederlandse en Duitse rechts-extremisten toe. Cremer, in 2005 veroordeeld voor antisemitische uitlatingen, waarschuwde daar voor de ondergang van Europa als gevolg van immigratie en ‘buitenlandse infiltratie.’ Volgens NRC werkte de activist daarbij samen met Melanie Scheurwater, FvD-gemeenteraadslid in Krimpenerwaard. Zij regelde het podium.

Hetzelfde podium stond op 1 augustus op het Jaarbeursplein in Utrecht tijdens een manifestatie van Save Europe Act, vervolgt NRC. Op die bijeenkomst spraken onder andere FvD-Tweede Kamerlid Milan Schenk en Dries van Langenhove, oprichter van de Vlaamse extreemrechtse beweging Schild & Vrienden. Van Langenhove is veroordeeld voor racisme.

Deze manifestatie bleek georganiseerd door Dara Vos, gemeenteraadslid voor FvD in Hoogeveen. Volgens NRC kwamen waren op de manifestatie zowel FVD-leden en -politici als extreemrechtse activisten en neonazi’s aanwezig. Onder hen waren ook leden van de Nederlandse Nationalistische Beweging (NNB) en de Nederlandse Volksunie (NVU).

Save Europe Act is een Europees initiatief dat eind mei werd gelanceerd op een bijeenkomst van extreemrechtse activisten in Portugal, waaronder de Nederlandse Eva Vlaardingerbroek. Met dit initiatief willen de activisten ‘remigratie’ – een eufemisme voor deportaties van mensen met een migratieachtergrond – op de Europese agenda krijgen, zo schrijft NRC.

Volgens de krant bleek uit onderzoek dat activisten van Save Europe Act ook samenwerken met Amerikaanse activisten. Een van hen, Brian Brown, heeft banden met Rusland. Zo hield hij in 2013 in de Russische doema een speech tegen homorechten.

Op 19 september wil extreemrechts weer op het Malieveld demonstreren, precies een jaar na ‘Elsfest’, een extreemrechtse manifestatie die uitliep op gewelddadige rellen. Vorig jaar besloot Forum voor Democratie geen prominente sprekers naar deze betoging te sturen, omdat de partij aanvoelde dat er misschien relletjes zouden komen. Maar het onderzoek NRC en Kafka toont aan dat FvD-leden, waaronder Dara Vos, tegenwoordig openlijk samenwerken met neonazi’s. Het aanstaande protest in Den Haag vormt volgens NRC ‘een verdere stap in de radicalisering van de partij.’

Alihan Kuris, leider van de Turkse Süleymanci-beweging, opgepakt

0

Alihan Kuris, de leider van de religieuze Süleymancibeweging, is vorige week in Turkije gearresteerd. Hij werd opgepakt samen met 31 aan hem gelieerde personen.

Kuris wordt door de Turkse staat verdacht van het witwassen van frauduleus verkregen vermogen. Velen vermoeden dat de Turkse president Recep Tayyip Erdogan uit is op het kapitaal van de Süleymancilar. De bezittingen van de religieuze Gülenbeweging werden eerder ook geconfisqueerd.

De Süleymanbeweging ontleent haar naam aan de mystieke islamist Süleyman Hilmi Tunahan, die in 1959 overleed. De Süleymancilar staan bekend om hun nadruk op traditioneel islamitisch onderwijs en het behoud van religieuze waarden binnen een seculiere staat. De beweging beschikt over een wijdverbreid netwerk van Koranscholen, studentenhuisvesting en educatieve instellingen, ook in Europa. In september 2016 nam Kuris de leiding over na het overlijden van zijn voorganger (en oom), Arif Ahmet Denizolgun.

De arrestaties vinden plaats in een klimaat waarin al tien jaar wordt gespeculeerd over het aanpakken van andere religieuze groeperingen, vergelijkbaar met de heksenjacht op Gülen-sympathisanten na de couppoging van juli 2016.

Het Turkse Openbaar Ministerie omschrijft de organisatie van Kuris als een winstgedreven crimineel netwerk. Toch stelt het OM tegelijkertijd dat de vervolging niet gericht is tegen de Süleymanci-beweging. In Erdogan-vriendelijke media klinkt echter een ander geluid. Zo trekt de krant Yeni Safak openlijk parallellen met de vervolging van de Gülen-beweging. Het dagblad beweert onder meer dat de Süleymancilar gebruikmaken van de geëncrypteerde app ‘Glopper’, vergelijkbaar met de app ‘Bylock’ die Gülen-symphatisanten zouden gebruiken.

Op nieuwssite SonHaber wordt bovendien een link gelegd tussen de seculiere politicus Özgür Özel en de Süleymanci-beweging. Özel wordt door de Turkse staat van corruptie beschuldigd en moest daarom de CHP verlaten.

 

Vooral speculaties over bondgenootschap Turkije, Saoedi-Arabië en Pakistan

0

Het nieuwe defensieve verdrag tussen Saoedi-Arabië, Turkije en Pakistan, het zogenoemde Mekka-pact, dat her en der ook wordt gelanceerd als een ‘islamitische Navo’, leidt tot veel speculaties onder analisten.

Over de precieze inhoud van het verdrag is echter nog weinig bekend. Volgens sommige analisten, die met Trouw spraken, zou het verdrag vooral een tactiek van afschrikking beogen.

De kern van het Mekka-pact lijkt te draaien om een gezamenlijke defensieve strategie tussen de drie soennitische regionale ‘middenmachten’. Het doel is om de regionale veiligheid te versterken en een front te vormen tegen gemeenschappelijke dreigingen, waarbij de landen elkaar steun toezeggen bij externe agressie. Hoewel de precieze militaire verplichtingen onduidelijk blijven, fungeert het pact vooral als een geopolitiek signaal naar Iran, Israël, India en de Verenigde Staten.

Het nieuwe verdrag wordt veelvuldig besproken. Ook door de Amerikaanse president Donald Trump. Hij vindt het positief dat het Midden-Oosten eindelijk de verantwoordelijkheid neemt om zichzelf te verdedigen tegen gemeenschappelijke vijanden, zoals Iran in het geval van Saoedi-Arabië.

Maar de werkelijke betekenis van het Mekka-pact heeft zich nog niet echt geopenbaard. Wat als er weer een schermutseling is tussen India en Pakistan? Gaan Turkije en Saoedi-Arabië dan echt het conflict aan met India? Dat is zeer de vraag. Ook zal Turkije niet zo snel de wapens opnemen tegen Iran als Saoedi-Arabië weer het doelwit wordt van raketbeschietingen.

Israël kan in ieder geval een normalisering van de betrekkingen met Saoedi-Arabië (de Abraham-akkoorden) voorlopig wel vergeten. Turkije en Pakistan zijn uiterst kritisch op het genocidale geweld van Israël tegen de Palestijnen en benoemen dat bijna dagelijks.

Ondertussen heeft president Recep Tayyip Erdogan toetreding van Turkije tot de Europese Unie van zijn prioriteitenlijstje verwijderd. ‘Europa heeft Turkije al 53 jaar niet toegelaten en lijkt niet van plan te zijn dit in de nabije toekomst te overwegen, maar we hebben onze deur niet gesloten’, vertelde hij in een interview. ‘We denken nog steeds na over toetreding tot de Europese Unie. Als ze ons toelaten, prima. Als ze dat niet doen, ook prima. De Europese Unie is niet onze prioriteit.’

Ceuta en Melilla: Marokkaanse jongeren willen een waardig bestaan

0

Ik zit met mijn voeten in het water en ik kijk uit over de Middellandse Zee. Dezelfde zee waardoor een paar weken geleden tienduizenden mensen naar de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla waadden en zwommen, en waarin velen verdronken. Ik vraag me af hoeveel verhalen dit water eigenlijk draagt. En hoeveel dromen, angst en wanhoop hieronder liggen.

In mijn eigen regio zijn bijna alle jongeren en jonge volwassenen weg. De straten liggen er verlaten bij, alsof de toekomst zelf is vertrokken. Wie er nog rondloopt, heeft het nergens anders meer over dan welke route ze moeten nemen.

Eind juli staken bij Ceuta rond de vijftigduizend mensen de grens over. Het bleef niet alleen bij Ceuta, maar ook in Melilla, bij de grensovergang Beni Ansar. Daar liep het dagenlang uit de hand. Twee steden, dezelfde zee met dezelfde wanhoop.

De dag erna zag ik met mijn eigen ogen hoe tientallen jongeren en zelfs kleine kinderen in Beni Ansar op blote voeten, enkel in een natte zwembroek, uitgeput op de grond zaten. Daar sprak ik met Ayoub. Hij is zestien jaar oud en komt uit Tinghir. Hij had de dag ervoor de oversteek gewaagd en werd weer uitgezet nadat hij kort in Melilla was geweest. Ik vroeg hem waarom hij zijn leven waagde voor die overkant. ‘Ik ben niet op zoek naar eten, of naar wat dan ook. Ik ben op zoek naar mijn karama’, zei hij.

Ayoub zoekt waardigheid. Gewoon de erkenning dat hij bestaat en recht heeft op zorg, onderwijs en een toekomst. Karama, hetzelfde woord dat een jaar eerder al duizenden jonge Marokkanen op straat scandeerden, en waarvoor Nasser Zefzafi twintig jaar cel kreeg.

In mijn eigen regio zijn bijna alle jongeren en jonge volwassenen weg

Terwijl Ayoub hier in deze zee zijn leven waagde, verschenen er op sociale media al snel cynische en neerbuigende berichten. Geschreven door mensen die schijnbaar vergeten zijn dat hun eigen voorouders ooit precies diezelfde overtocht hebben gemaakt. Nu ze zelf een waardig leven leiden, kijken ze jammer genoeg neer op wie hiernaar op zoek is. Iemand zei zelfs dat opgeleide jongeren toch gewoon in Canada kunnen solliciteren, en bevestigde daarmee zonder het te beseffen precies het probleem. Onderwijs is hier een privilege, en zelfs met een diploma op zak vertrekken velen alsnog. Want een goede opleiding opent hier namelijk geen deuren zonder de juiste naam of de juiste contacten.

Maar waarom moet een waardig leven eigenlijk alleen in Canada of ergens ver van hier te vinden zijn en niet gewoon in eigen land? Stel dat mijn voorouders nooit waren vertrokken en hier een waardig leven hadden, dan was ik hier gewoon thuis en nooit in Europa geboren. Ik had nooit tussen twee werelden hoeven leven.

De cijfers geven Ayoub gelijk. Een gemiddelde Marokkaan geniet volgens het HDI-rapport van de VN slechts 6,2 jaar onderwijs en daarmee staat Marokko wereldwijd op de schandelijk lage 120e plaats. Het land kampt ook met een tekort van tienduizenden artsen. In delen van het binnenland is er nog geen één arts per duizend inwoners. Word je ziek en heb je geen geld op zak, dan is zorg geen grondrecht maar een doodsvonnis.

En hoe gek is het eigenlijk dat ik als Riffijnse Nederlandse tijdens mijn vakantie in Marokko gewoon mijn Nederlandse paspoort kan pakken en binnen een halfuur de grens over kan rijden naar Melilla voor de beste zorg zodra ik ziek word. Voor Ayoub en voor mijn eigen familie hier in het land is diezelfde zorg onbereikbaar.

De publieke opinie probeert ook wat er in deze zee gebeurde steeds weg te zetten als een geopolitiek spel. Steeds hetzelfde excuus over een zionistisch complot of een geheime buitenlandse macht die het land wil destabiliseren. Geloof me, daarvoor is echt geen geheime agenda nodig, alleen een systeem dat weigert in zijn eigen kinderen te investeren. En er is maar één vraag die niemand hardop durft te stellen: waarom vertrekken er zoveel zodra ze ook maar de kleinste kans zien? Dat zegt niets over een complot, maar alles over dit regime en zijn beleid. En iedereen die deze vraag negeert met een complot, redt het regime en laat Ayoub opnieuw in de steek.

Ik kijk nog een keer uit over de zee, die nu ook Ayoubs verhaal draagt. Zestien jaar oud en toch oud genoeg om te weten dat blijven geen optie meer is. Niet verwend of lui, en al helemaal geen hype waarin hij meeging. Maar gewoon een jongen die zijn karama nergens anders meer kon vinden dan in de zee zelf. Over een paar weken vlieg ik terug naar Nederland en laat ik het land achter. Zeker niet als vakantiebestemming, maar als een land vol verdronken dromen.

Hoogste Mariabeeld van Europa (55,6 meter) onthuld in Polen

0

In aanwezigheid van oud-president Lech Walesa werd afgelopen zaterdag een enorm beeld van de maagd Maria onthuld in het Poolse dorpje Konotopie, schrijft de Britse krant The Guardian.

Het beeld is met 55,6 meter hoger dan het Christusbeeld in de Braziliaanse stad Rio de Janeiro, en eveneens hoger dan het beeld ‘Christus Koning’ in de Poolse stad Swiebodzin (52,5 meter hoog). Hoewel het beeld in Konotopie vermoedelijk het grootste is in Europa, is het niet zo hoog als dat van Maria in de Filippijnen (98,15 m).

Lech Walesa, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn leiderschap van het Poolse anticommunistische verzet tegen het communistische regime, was prominent aanwezig tijdens de inhuldigingsceremonie. Voor Walesa, die na de val van de Sovjetunie werd verkozen tot de president van Polen, bracht het geloof in God de kracht om tegen het communisme te strijden, schrijft The Guardian.

In het katholieke Polen speelde de kerk na de val van het communisme een grote rol in het publieke leven. De kerk had dankzij haar steun aan het anticommunistische verzet een reputatie opgebouwd. Terwijl de invloed van de kerk de laatste jaren is verminderd, vooral onder jongeren en in de steden, blijft de katholieke kerk invloedrijk, vooral onder ouderen en op het platteland.

Het beeld van Maria werd gefinancierd door de rijke Poolse zakenman Roman Karkosik, die samen met zijn vrouw zijn ‘dankbaarheid aan God’ wilde tonen. Zij zeggen het beeld open te stellen voor iedereen.

Ghana neemt het voortouw in roep om herstelbetalingen voor slavenhandel

0

De aandacht voor de trans-Atlantische slavenhandel groeit, net als de roep om compensatie voor het gepleegde onrecht. Ghana neemt hierin nu het voortouw, schrijft de BBC.

De Verenigde Naties namen afgelopen maart een resolutie aan die slavernij als ‘de grootste misdaad tegen de menselijkheid’ omschreef. De Verenigde Staten stemden tegen en Europese landen, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, onthielden zich van stem.

Het Verenigd Koninkrijk en Portugal, die de trans-Atlantische slavenhandel domineerden, hebben het idee van herstelbetalingen stelselmatig afgewezen. Volgens de BBC is dat niet verwonderlijk, aangezien het bedrag dat het VK schuldig is aan getroffen naties is geschat op 18 biljoen pond.

Ghana was initiatiefnemer van de VN-resolutie. Zo’n tien tot vijftien procent van de naar schatting twaalf miljoen Afrikanen die werden ontheemd en ontmenselijkt, kwam uit het gebied dat nu Ghana is. Vele anderen werden vanaf de Ghanese kust naar andere landen vervoerd.

Ghana wil dat er een systeem wordt opgezet waarmee studiebeurzen en groeikapitaal voor jonge Afrikaanse ondernemers worden gefinancierd. Ook wil het land dat terugkerende gezondheidsproblemen worden onderzocht. Volgens sommigen werden deze problemen veroorzaakt door de ernstige ondervoeding en onmenselijke omstandigheden van de slavernij van destijds.

Eén van de instituten die Ghana ter verantwoording wil roepen, is de Anglicaanse Kerk, de Church of England. In de achttiende eeuw runde de missionaire tak van de kerk plantages en bezat honderden slaven. Hiermee kon zij haar werk in het buitenland financieren. Een rapport van de kerk vond dat de organisatie grote investeringen had gedaan in de slavenhandel en er goed aan had verdiend.

De kerk heeft inmiddels een fonds opgericht waarmee gemeenschappen kunnen worden geholpen die nog steeds kampen met de gevolgen van de slavenhandel. Dit heeft binnen de kerk ook weerstand opgeroepen, mede omdat sommige Afrikanen zelf zouden hebben meegewerkt aan het gevangenzetten en het verkopen van hun landgenoten.

Binnen Ghana zelf wordt de discussie rond Afrikaanse medeplichtigheid ook gevoerd, schrijft de BBC. Koning Tackie Teiko Tsuru II, leider van het Ga-volk, bood onlangs excuses aan voor het aandeel van zijn voorouders in de slavenhandel. Hij omschreef de transatlantische slavenhandel, in lijn met de VN-resolutie, als ‘de grootste misdaad tegen de menselijkheid.’

Zeeuwse stranden en Brabantse heide: waarom komen Nederlanders van kleur hier zo weinig?

0

Nederlandse recreatiegebieden trekken maar weinig bezoekers met een migratieachtergrond. Hoe kan dat?

Tweede Pinksterdag, een zonovergoten dag in het Noord-Hollandse Driehuizen. Het is druk bij de restaurants en bootjesverhuur De Vriendschap. Druk, met ogenschijnlijk honderd procent witte recreanten. Een homogeen beeld dat deze zomer ook op tal van andere plekken in recreërend Nederland terugkeert. Hoe kan dat? Waar is de recreant van kleur?

Ondanks de vele onderzoeken naar recreatie en toerisme in Nederland is de etnische samenstelling van bezoekers aan landelijke recreatiegebieden voor zover bekend nooit systematisch in kaart gebracht. Na weken van bezoeken aan recreatiegebieden in juni, juli en augustus dringt zich steeds hetzelfde beeld op. Anders dan in veel steden ogen de Nederlandse buitengebieden nog altijd overwegend wit. Op wandelpaden van Staatsbosbeheer in Brabant, op terrassen in de Noord-Hollandse polders en op de met toeristen drukbezochte Zeeuwse eilanden zijn bezoekers met een niet-westerse achtergrond slechts sporadisch te zien.

Kiezen Nederlanders met een migratieachtergrond bewust voor andere vormen van vrijetijdsbesteding? Voelen zij zich minder thuis in de traditionele Nederlandse recreatiegebieden? Of laten de vele ondernemers, natuurorganisaties en overheden die met campagnes bezoekers proberen te verleiden hier bewust of onbewust een grote doelgroep liggen?

Schapenscheren

Jacinto Zimmerman verhuisde begin jaren tachtig van Curaçao naar Eindhoven en is actief in een Eindhovense wijk met een diverse bevolking. Tijdens een bezoek aan de Strabrechtse Heide op een tropische zaterdag eind juni kijkt hij nieuwsgierig naar een demonstratie schapenscheren en neemt enthousiast plaats achter een spinnenwiel. ‘Er is een wereld voor me opengegaan,’ zegt hij. ‘Dit ga ik zeker met mijn buren delen.’

Het prachtige heidegebied ligt op een uurtje fietsafstand van Eindhoven. Toch is Zimmerman er nooit eerder geweest. ‘Nog nooit heeft iemand me benaderd hiernaartoe te komen.’ Hij wist simpelweg niet van het bestaan. Het steekt hem dat door ondernemers in de recreatieve sector en door overheden de afwezigheid van mensen van kleur al gauw wordt uitgelegd als ‘ze willen zelf niet’. Zimmerman: ‘Als je geen hand reikt, dan komen we niet.’

Jacinto Zimmerman op de Strabrechtse Heide. Beeld: Arjan van Westen

Op het terras van het Heidecafé, met een koude cola voor zich, vertelt Zimmerman gepassioneerd over de noodzaak van meer inclusiviteit in de recreatiesector. In het bijzonder pleit hij voor meer zichtbaarheid van de Nederlands-Caribische cultuur. Zo stelde hij in Uden voor om tijdens een traditioneel volksdansfeest ook groepen in Antilliaanse kleding te laten optreden. ‘Nooit meer iets van gehoord. Je stuit dan toch op terughoudendheid.’ Volgens Zimmerman moet de Nederlandse cultuur haar eigen diversiteit veel nadrukkelijker laten zien. Dat geldt ook voor het recreatieaanbod. ‘Zorg ervoor dat bezoekers eigen spullen mee mogen nemen. Nu is het: ik serveer je mijn catering. Ik bepaal hoe jij hier gelukkig mag zijn.’

Zimmerman zou na deze eerste kennismaking graag een busreis voor zijn buurt organiseren naar de Strabrechtse Heide. ‘Langs elkaar heen recreëren is gewoon heel erg. Als je koloniale structuren wilt doorbreken, moet je elkaar ontmoeten.’

‘Niet ingericht op mensen zoals ik’

Sahar Noor boekt regelmatig een vakantiehuisje op het platteland. Hoe vaker ze het deed, hoe meer het haar opviel ‘hoe wit de omgeving is’. Als zelfstandig onderzoeker geldt ze als expert op het gebied van inclusiviteit en diversiteit. Dat ze op vakantie in de Nederlandse buitengebieden het gebrek aan inclusie en diversiteit moet missen, verbijstert haar en, zo legt ze net voor vakantie in juli aan de telefoon uit, zorgt voor ongemak. ‘Dit is helemaal niet ingericht op mensen zoals ik.’

‘Alleen maar jonge blonde meiden en jongens in de bediening’

Om met een niet-westerse achtergrond te gaan recreëren buiten de grote steden, loop je allereerst tegen een aantal praktische zaken aan. Als ervaringsdeskundige vertelt Noor over een all-inclusiveconcept van een Nederlandse hotelketen dat ze in Oost-Nederland drie keer bezocht. ‘De kinderen vonden het geweldig met zo’n zwembad.’ Maar dan de menukaart. ‘Geen halal, geen vegetarische alternatieven zoals een niet-vleesbittergarnituur of alcoholvrij bier of mocktails.’ De keuze van muziek in de horeca op het platteland staat diversiteit volgens Noor goed in de weg. ‘Draai eens wat meer muziek die ik ook op FunX hoor in plaats van alleen maar André Hazes of Snollebollekes.’

Volgens Noor is het geen toeval dat je zo weinig Nederlanders met een migratieachtergrond ziet. Ondernemers hebben daar simpelweg weinig oog voor. ‘Ze hebben voldoende trouwe en loyale klanten.’ Daardoor blijft het aanbod ook weinig afgestemd op mensen met een migratieachtergrond, wat dat patroon volgens haar alleen maar versterkt. ‘Als de sauna zonder badkleding is, dan gaan daar veel mensen niet komen. In veel culturen is dat echt een no-go.’ Noor spreekt regelmatig mensen die best willen, maar zich ‘totaal niet senang voelen’ om een tripje naar het Nederlandse platteland te ondernemen. Doe je dat wel, dan neem je voorzorgsmaatregelen. ‘Neem je eigen eten mee. Dat is dan wel weer heel Hollands,’ lacht ze.

‘Je ziet nooit een vrouw met hoofddoek’

Om de dominantie van de witte Nederlanders in de buitengebieden te doorbreken, zijn volgens haar de ondernemers en de overheden aan zet. ‘Het is de uitdaging voor de meerderheid om in contact te komen met de minderheid en zich daarin te verdiepen.’ Als ze een folder pakt voor een attractie in het buitengebied, ziet ze daarin vooral blonde mensen figureren. ‘Je ziet nooit een vrouw met hoofddoek.’ Vreemd vindt ze dat, want je negeert zo bijvoorbeeld Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond die ook gewoon onderdeel van de midden- en hogere klassen zijn. ‘Diversiteit moet je als ondernemer dwingen om anders naar je service en je producten te kijken.’

Dame met Indische achtergrond

Laatst bezochten Noor en haar man een groot strandcafé bij Lisse. ‘Alleen maar jonge blonde meiden en jongens in de bediening.’ En onder de gasten zagen ze ook niemand van kleur. Onwillekeurig vragen ze zich af wat de anderen van hen denken. ‘Het doet iets met je zelfbeeld. Je voelt dat je anders bent en daardoor meer ruimte inneemt.’

Onderzoeker Sahar Noor

Noor bezocht een tijd geleden ook een strandhotel op het Zeeuwse Schouwen-Duiveland. Het beeld van nauwelijks mensen van kleur was niet anders dan in de vakantiehuisjes in Noordoost-Nederland. Ze herinnert zich dat in het Zeeuwse hotel achter de balie een dame met een Indische achtergrond stond. Noors dochtertje van toen amper drie jaar oud was het zwarte haar en de bruine huid van de baliemedewerkster ook opgevallen. ‘Hé, mama, die mevrouw lijkt op jou.’ Ze herinnert zich de glimlach van haar dochter. ‘Die herkenbaarheid deed ook wat met haar.’

‘Inclusief taalgebruik en beeldmateriaal worden erg onderschat’

Ze vindt dan ook dat diversiteit onder personeel meer aandacht verdient. Enthousiast vertelt ze over restaurant A Beautiful Mess in Arnhem. De helft van het personeel woont in een azc. ‘Zo’n concept kun je ook uitrollen naar landelijke gebieden, daar zijn ook azc’s.’ En maak het, adviseert Noor, onderdeel van je marketing. ‘Inclusief taalgebruik en beeldmateriaal worden erg onderschat.’

Noor is weinig optimistisch over het realiseren van meer diversiteit in de buitengebieden van Nederland. De massaliteit waarmee de Nederlanders zonder migratieachtergrond recreëren is daar de oorzaak van. ‘Een hotel dat altijd volgeboekt is met trouwe, terugkerende klanten: waarom zou het zich moeten aanpassen aan een nieuwe doelgroep!’ Dus stelt Noor met overtuiging: ga als samenleving met urgentie het gesprek aan om meer draagvlak voor inclusiviteit in landelijk Nederland te realiseren.

Kan er bij ondernemers een angst zijn dat, wanneer ze zich meer richten op klanten met een moslimachtergrond, hun oude loyale klanten afhaken? ‘Ja, maar vraag je dan ook af: wil je die klanten dan nog wel? Als de basis van iets niet willen doen uitsluiting van een ander is, moet je je toch afvragen of je überhaupt een moreel kompas hebt.’

Voor dit verhaal zijn ook verschillende marketingcampagnes van provincies bekeken. Duidelijk is dat culturele diversiteit in campagnes die namen hebben als Gelderse Streken/VisitVeluwe en Je strandt het mooist in Zeeland geen zichtbare rol speelt. Deze toeristische campagnes draaien om rust, gezinnen en natuur. De afgebeelde bezoekers zijn overwegend wit.

Huiverig

Nick Bombaij, universitair docent marketing aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt hoe merken zich presenteren, onder meer op het gebied van diversiteit en inclusie. Uit onderzoek dat hij samen met Sadaf Mokarram-Dorri uitvoerde onder Amerikaanse consumenten blijkt dat een grotere representatie van minderheden op sociale media juist leidt tot meer betrokkenheid, zonder dat bestaande doelgroepen afhaken.

Volgens Bombaij zijn veel organisaties huiverig om hun campagnes diverser te maken uit angst bestaande doelgroepen van zich te vervreemden. Zijn onderzoek laat juist zien dat die vrees meestal ongegrond is. ‘Zeker als je een mix van identiteiten gebruikt, herkent iedereen wel iets waarin hij of zij zich aangesproken voelt. Dan is er geen weerstand.’

Universitair docent Nick Bombaij

Bombaij heeft geen onderzoek gedaan naar de Nederlandse markt, laat staan naar de marketing met betrekking tot het trekken van bezoekers naar de buitengebieden. Volgens Bombaij is er weinig reden om aan te nemen dat provincies bewust een weinig divers beeld neerzetten. Veel waarschijnlijker is het volgens hem dat campagnes vooral het bestaande publiek weerspiegelen. ‘Het is meer een soort van vicieuze cirkel die eigenlijk gewoon een beetje doorbroken moet worden.’

Zeeuwse marketeers

De makers van de campagne Je strandt het mooist in Zeeland laten weten dat inclusiviteit en culturele diversiteit bij de ontwikkeling van hun campagnes nadrukkelijk aandachtspunten zijn. Zij erkennen dat in de huidige campagne geen mensen van kleur te zien zijn en zeggen dat zij bij de verdere ontwikkeling kritisch blijven kijken naar representatie in hun beeldkeuzes. Zij wijzen er bovendien op dat in een eerdere Zeeland-campagne wel diverse rolmodellen waren opgenomen.

Zimmerman heeft nog een tip voor de Zeeuwse marketeers. Hij denkt dat het Zeeuwse slavernijverleden juist kansen biedt om een breder publiek aan te spreken. ‘Laat ook dat verhaal zien. Dan herkennen meer mensen zich erin en voelen ze zich eerder uitgenodigd om er een dag naar Zeeland te gaan.’