16 C
Amsterdam
Home Blog

Zo kijken Arabische kranten terug op 25 jaar na 9/11

0

Vijfentwintig jaar na de aanslagen van 11 september 2001 werkt de Amerikaanse ‘War on Terror’ nog altijd door in de Arabisch-islamitische wereld. In Arabische kranten overheerst de kritiek op de oorlogen en politieke keuzes die erop volgden. Maar er klinkt ook hoop: moslims zijn zichtbaarder geworden in westerse samenlevingen en het verzet tegen onrecht, zoals in Gaza, groeit.

‘Een misdaad die leidde tot een periode van chaos, waar bloed de brandstof vormde voor grote projecten, ons land het toonbeeld werd van het opnieuw trekken van grenzen, terwijl degenen die aan de knoppen zitten met bloed onze toekomst uittekenen.’ Zo omschrijft de Egyptische journalist Ilhami al-Malaiji de aanslagen van 11 september in een commentaar op de site van de pan-Arabische nieuwszender Al-Mayadeen.

De VS vielen enkele weken na de aanslagen Afghanistan binnen, omdat Al-Qaeda-leider Osama bin Laden daar onder bescherming van het Talibanregime verbleef. In 2003 vielen de VS, gesteund door Nederland en andere westerse landen, Irak binnen en wierpen ze het regime van Saddam Hussein omver. Irak zou massavernietigingswapens bezitten en banden hebben met terreurgroep Al-Qaeda. De beweerde massavernietigingswapens werden niet gevonden en de gestelde banden tussen Saddam Hussein en Al-Qaeda werden niet aangetoond.

De schattingen van het aantal mensenlevens dat de oorlogen na 11 september kostten, lopen uiteen. In 2015 schatte de organisatie Physicians for Social Responsibility dat één miljoen mensen waren omgekomen in de ‘War on Terror’ in Irak, Afghanistan en Pakistan. Volgens een onderzoek van ‘Costs of War’ uit 2023 kwamen minstens 4,5 miljoen mensen om in Irak, Afghanistan, Pakistan, Syrië, Somalië, Libië en Jemen als gevolg van de oorlogen in die landen.

Het feit dat steeds meer intellectuelen zijn gaan twijfelen aan het officiële Amerikaanse narratief ondersteunt volgens Al-Malaiji het idee dat de VS de aanslagen als perfecte aanleiding zagen om, in zijn woorden, hun ‘imperialistische project’ uit te breiden. De ‘War on Terror’ werd met de leus ‘You’re either with us or against us’ een imperialistische doctrine, zo schrijft hij.

Desastreus voor de regio

Ook de Marokkaanse politicoloog Hassan Ourid ziet de door de VS geïnitieerde wraakacties, weliswaar in minder hoogdravende bewoordingen, als desastreus voor de regio. Hij schrijft in een opiniestuk op Al Jazeera Arabic dat ‘niets méér had kunnen bijdragen aan Samuel Huntingtons theorie van ‘Clash of Civilizations’ dan de aanslagen van 11 september.’

De oorlog tegen Irak was volgens Ourid niet alleen bedoeld om het regime van Saddam Hussein omver te werpen. Het doel was om het Midden-Oosten te transformeren onder het mom van democratisering. Deze regime change maakte echter de zaden rijp voor een ‘nieuwe generatie terroristen’, creëerde chaos in de regio en verzwakte de Verenigde Naties.

‘De Amerikanen slaagden er niet in een legitiem politiek systeem op te bouwen’

Democratisering van de regio stokte en de Amerikanen waren niet langer geïnteresseerd in het verkondigen van democratie en mensenrechten, zo stelt Ourid. In plaats van activisten in het maatschappelijk middenveld en intellectuelen op te zoeken, gaven de Amerikanen prioriteit aan militaire figuren die nuttig waren voor hun ‘War on Terror’. Deze nadruk op ‘veiligheid’, met een toegenomen macht voor de zogeheten ‘veiligheidsmaffia’ [milities]in de betreffende landen, domineert de Arabische wereld nog altijd, zo stelt Ourid.

Het resultaat? Samenlevingen die niet schuldig waren aan het plannen en uitvoeren van de aanslagen droegen uiteindelijk de zwaarste consequenties, zo stelt politicoloog Josef Bramel in de krant Al-Nahar. Voor Irakezen bijvoorbeeld leidde het tot het verval van de staat, bezetting en jaren van geweld en onveiligheid. ‘De Amerikanen slaagden er niet in een legitiem politiek systeem op te bouwen. In plaats daarvan bood het machtsvacuüm ruimte voor sektarisch geweld en milities, wat uiteindelijk de voedingsbodem vormde voor de ‘nieuwe generatie terroristen’.’

Amerikaanse belangen

Hoewel de Amerikaanse interventie in Afghanistan direct na 11 september ‘begrijpelijk’ was, in de woorden van de Saoedische journalist en terrorismeonderzoeker Yusuf al-Dini, zijn de Verenigde Staten vervolgens de verkeerde weg ingeslagen door ook Irak binnen te vallen. Hij is het met Ourid en Al-Malaiji eens dat het hierbij niet langer ging om het vervolgen van Al-Qaeda. In plaats daarvan grepen de Amerikanen de aanslagen aan als aanleiding om door middel van regime change de regio te transformeren en ‘de macht van de VS aan de regio op te leggen.’

Door ‘onwelgevallige’ regimes te laten vallen en de regio opnieuw op te bouwen in Amerikaans belang, zou veiligheid kunnen worden gewaarborgd, zo was het idee. Al-Dini ziet ‘enorme vooruitgang in surveillance, data en uitwisseling van inlichtingen’ – waar anderen juist kritiek op hebben. Zo werden terreurorganisaties verzwakt. Maar door het van buitenaf opleggen van een staatsapparaat dat van externe Amerikaanse steun afhankelijk was, werd de voedingsbodem van het terrorisme niet aangepakt, schrijft hij.

Palestijnse zaak

De opeenvolgende oorlogen in de jaren na de aanslagen en het ontstaan van ‘Islamitische Staat’ uit die chaos duren voort tot op de dag van vandaag, in de vorm van de door de VS gesteunde Israëlische genocide in Gaza en het Israëlische geweld tegen Zuid-Libanon, schrijft journalist Al-Malaiji.

De Palestijnen dolven al direct na 11 september het onderspit, schrijft politicoloog Ourid. De Palestijnse zaak werd volgens hem na de aanslagen van de Amerikaanse agenda geveegd, ondanks ‘lippendienst’ van president Bush. ‘Israël en haar vazalstaten slaagden erin de aandacht af te leiden van de Palestijnse zaak, en van de toezeggingen die het had gedaan, zoals het ‘land voor vrede’-principe’, aldus Ourid.

Het recht op zelfbeschikking wordt Palestijnen nog altijd ontnomen. Zij werden na 11 september blootgesteld aan ongekend Israëlisch geweld, waaronder de opeenvolgende Israëlische oorlogen tegen Gaza, het escalerende geweld op de bezette Westelijke Jordaanoever en de genocide in Gaza, stelt Ourid.

‘De Palestijnen dolven al direct na 11 september het onderspit’

Het bovenstaande leidde er uiteindelijk toe dat de regio is ‘uitgeleverd aan Israël’. Terwijl de Palestijnse zaak historisch gezien breed wordt gesteund in de Arabisch-islamitische wereld, hebben verschillende Arabische landen, waaronder Marokko en de Verenigde Arabische Emiraten, inmiddels hun betrekkingen met Israël genormaliseerd en de Palestijnse zaak op een zijspoor gezet.

Volgens al-Malaiji diende de chaos die na 11 september in de regio ontstond – inclusief de ‘Arabische lente’ – dan ook maar één doel: ‘het verzwakken van verzet en het transformeren van de regio om de Amerikaans-zionistische agenda te dienen.’

Dit heeft ook geleid tot scepsis tegenover claims van het Westen dat zijn beleid in de regio is gebaseerd op principes en het verdedigen van mensenrechten, stelt Bramel. De manier waarop het Westen Israël tot op de dag van vandaag faciliteert in de genocide in Gaza, is hier een voorbeeld van.

Moslims onder vuur

Volgens de Jordaanse krant Sawaleif vormde de stigmatisering en discriminatie van moslims, voortkomend uit het door Bush gepropageerde idee ‘Je bent voor ons, of je bent tegen ons’, een van de hardnekkigste consequenties van de aanslagen. Naast de ‘War on Terror’ bood de Patriot Act geheime diensten verregaande mogelijkheden om mensen in de gaten te houden, vast te zetten of het land uit te zetten.

De toenmalige Amerikaanse president Bush stoomde de wereld zo klaar voor een strijd zonder einde en zonder grenzen, waarbij het beeld van de ‘moslimterrorist’ als existentiële dreiging werd neergezet, voegt Al-Malaiji eraan toe.

De krant haalt een onderzoek aan van Pew Research Center, waaruit blijkt dat de perceptie van de islam nog altijd wordt beïnvloed door 11 september. Eenenvijftig procent van de ondervraagde Amerikanen in 2026 zei dat de islam geweld méér aanmoedigt dan andere religies. Dat is twee keer zoveel als het percentage een half jaar na de aanslagen. Tweeënveertig procent zei dit jaar dat Amerikaanse moslims een negatief effect hadden op het land.

Deze stigmatisering had ook als gevolg dat het Westen verschillende conflicten in de regio terugbracht tot het kader van extremisme, stelt politicoloog Bramel. ‘De strijd tegen terrorisme werkt averechts wanneer gewelddadige organisaties worden vereenzelvigd met religie, mensen of hun legitieme zorgen,’ schrijft hij.

Onder de Amerikaanse president Trump mondde de stigmatisering uit in een breder extremisme tegen tegenstanders, stelt Bramel. Immigranten, rechters, journalisten, wetenschappers en politieke tegenstanders worden onder zijn bewind als existentiële dreiging gezien. Dit begon al toen Trump in zijn eerste termijn mensen uit zeven islamitische landen verbood naar de VS af te reizen.

Burgemeester van New York

Aan de andere kant waren Amerikaanse moslims niet alleen onderhevig aan stereotypen, schrijft Sawaleif. Zij spelen een grotere rol in het publieke, politieke en religieuze leven in de Verenigde Staten en gaandeweg is die rol prominenter geworden. Denk bijvoorbeeld aan Zohran Mamdani, die begin dit jaar de eerste islamitische burgemeester van New York werd.

‘De geschiedenis wordt niet langer geschreven in het Witte Huis’

Volgens de Emirati journalist Ali bin Salem al-Kaabi kan terrorisme niet worden uitgeroeid door enkel militair geweld, maar moeten de oorzaken worden aangepakt zodat onrust, conflict en extremisme geen kans meer hebben. Daarom moet de internationale gemeenschap serieus werk maken van de oproep die de groot-imam van Al-Azhar, Ahmad al-Tayeb, en paus Franciscus in 2019 in Abu Dhabi deden in hun ‘Document on Human Fraternity’.

‘De mensheid moet zich verenigen tegen diegenen die onze samenlevingen schade toebrengen, en we moeten samenwerken om deze wereld een veiliger plek te maken voor iedereen, zonder te discrimineren op ras of geloof’, aldus Al-Kaabi.

Zijn Egyptische collega Al-Malaiji put meer hoop uit het verzet. Hij ziet dat het verzet tegen ‘de Amerikaans-zionistische’ agenda nog niet is gebroken. ‘De geschiedenis wordt niet langer geschreven in het Witte Huis, maar op de pleinen van het uitdijende verzet, van Palestina tot aan iedere hoek van de wereld. Als het begon met een georkestreerde misdaad, dan is het voor het volk een opsteker dat een periode van bloed kan worden omgezet in een periode van vrijheid.’

Rechter: asielaanvragen van Turks echtpaar ten onrechte afgewezen

0

Twee Turkse vluchtelingen moeten van de rechtbank Den Haag een verblijfsvergunning krijgen. De rechtbank oordeelt dat het echtpaar bij terugkeer naar Turkije gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege hun banden met de Gülenbeweging.

De uitspraak van 3 september 2026 is van belang voor Turkse gülenisten die in Nederland bescherming zoeken. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse overheid de asielaanvragen van het echtpaar ten onrechte had afgewezen. De minister had hun verklaringen over hun betrokkenheid bij de Gülenbeweging wel geloofwaardig gevonden, maar meende dat zij bij terugkeer niet voldoende risico liepen.

De rechtbank komt tot een ander oordeel. Daarbij weegt onder meer mee dat de vrouw eerder in Turkije strafrechtelijk is vervolgd vanwege haar politieke overtuiging. Hoewel zij uiteindelijk werd vrijgesproken, betekent die vrijspraak volgens de rechtbank niet dat het risico op nieuwe vervolging is verdwenen. Uit landeninformatie blijkt volgens de rechtbank dat vermeende gülenisten ook na een vrijspraak opnieuw in de belangstelling van de Turkse autoriteiten kunnen komen.

Ook de activiteiten van het echtpaar in Nederland spelen een rol. Volgens de rechtbank bestaat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat zij bij terugkeer naar Turkije opnieuw vervolgd zullen worden. Sommige familieleden zitten momenteel nog gevangen en het stel is in Nederland betrokken bij Gülen-gerelateerde organisaties.

De rechtbank vernietigde daarom de eerdere afwijzingen en stelde vast dat het echtpaar internationale bescherming als vluchteling moet krijgen. De minister moet de zaken opnieuw afhandelen en de gevraagde bescherming verlenen, tenzij zich nieuwe, objectieve feiten of juridische omstandigheden voordoen die een nieuwe beoordeling noodzakelijk maken.

Sinds de mislukte coup in 2016 wordt de Gülenbeweging door de Turkse overheid bestempeld als een terroristische organisatie. De Turkse overheid houdt de organisatie verantwoordelijk voor de coup, hoewel deze betrokkenheid nooit is gebleken. Sindsdien zijn duizenden aanhangers gearresteerd en vervolgd. Dit heeft geleid tot een klimaat van angst onder degenen die met de beweging worden geassocieerd en hun familieleden.

Amerikaanse komiek zendt interview met Democraat niet uit na ‘dreiging’ van mediawaakhond

0

De Amerikaanse komiek Jimmy Kimmel beschuldigt de mediawaakhond FCC van ‘bedreiging’. Hij heeft daarom besloten een interview met een Democratische kandidaat niet op televisie uit te zenden, meldt Trouw.

Het is niet de eerste keer dat Kimmel in aanvaring komt met de FCC. Vorig jaar verdween Jimmy Kimmel Live! zes dagen van de Amerikaanse televisie. Aanleiding waren uitspraken van Kimmel over de manier waarop Republikeinen reageerden op de moord op Charlie Kirk. FCC-voorzitter Brendan Carr liet daarop weten dat de uitzendlicentie van ABC ter discussie kon komen te staan als de zender niet ingreep.

Ditmaal draait het om James Talarico, die namens de Democraten in Texas kandidaat is voor een zetel in de Amerikaanse Senaat. Hij neemt het op tegen de uiterst conservatieve Ken Paxton, die wordt gesteund door president Donald Trump. Hoewel Texas een conservatieve meerderheid heeft, gaan Talarico en Paxton in verschillende peilingen gelijk op. Soms staat Talarico zelfs enkele punten voor, schrijft Trouw.

Kimmel stelt dat de FCC druk heeft uitgeoefend op zijn programma en op ABC. Volgens hem heeft dat te maken met de kandidatuur van Talarico, die in Texas verwikkeld is in een spannende strijd om een zetel in de Senaat.

Kimmel besloot daarop het live-interview niet op televisie uit te zenden. Daarmee wil hij voorkomen dat lokale televisiezenders die aan ABC zijn verbonden in de problemen komen. Het gesprek met Talarico verschijnt wel volledig op Kimmels YouTube-kanaal.

Spanje wil Sahrawi’s de Spaanse nationaliteit geven

0

Spanje wil leden van de Sahrawi-bevolking uit de door Marokko bezette Westelijke Sahara de Spaanse nationaliteit verlenen. Een stap die de gemoederen tussen Spanje en Marokko zeker niet zal bedaren, zo meldt Deutsche Welle.

In het Spaanse parlement is een wet aangenomen die de Sahrawi’s kansen biedt op Spaans burgerschap. Het gaat vermoedelijk om maximaal 100.000 mensen uit die gemeenschap die in de Westelijke Sahara zijn geboren tijdens de Spaanse koloniale periode, die tot 1977 duurde, en om hun nakomelingen. De wet moet nog worden goedgekeurd door de Senaat.

De gespannen relatie met Marokko, mede door de migratiecrisis in de Spaanse exclaves, zal hierdoor verder onder druk komen te staan. Marokko claimt de soevereiniteit over het uitgestrekte gebied en beschouwt het als een integraal onderdeel van zijn grondgebied.

Binnen dit gebied en in Marokko zelf wordt de Sahrawi-gemeenschap echter geconfronteerd met structurele discriminatie en onderdrukking. Activisten en mensenrechtenorganisaties rapporteren regelmatig over willekeurige arrestaties, beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en het hardhandig neerslaan van vreedzame protesten tegen de Marokkaanse aanwezigheid.

Het conflict escaleerde nadat Marokko in 1975, na het vertrek van de Spanjaarden, het gebied grotendeels inlijfde. Dit leidde tot een langdurige strijd met het Polisario-front, dat veel aanhangers heeft binnen de Sahrawi-gemeenschap en met steun van buurland Algerije streeft naar onafhankelijkheid.

Op 9/11 werd de Moslim geboren

0

Stonden die jongens nou echt op straat te dansen in Ede, daags na de aanvallen op de Twin Towers?

Wat ik voorvoelde, was dat deze terreur tot nog meer terreur zou leiden. Bush riep de ‘war on terror’ uit, een oorlog die tot de dag van vandaag voortduurt, zie de oorlog op Iran. Meedogenloos werd het regime van Saddam Hoessein in een hoek gedrongen om het klaar te maken voor de slacht. Die oorlog van 2004 heeft waarschijnlijk aan meer dan een miljoen mensen het leven gekost en miljoenen anderen ontheemd. Maar we leren er niets over in de geschiedenisboeken, het is een voetnoot. Bush Jr. maakt selfies met kinderen, de wangen glimmen.

Dat verhaal trouwens over die dansende Marokkaanse jongens in Ede die zich vrolijk zouden hebben gemaakt over de terreuraanslag: het bleek een hoax te zijn, een verzinsel. We wisten achteraf allemaal dat het een verzinsel was, maar wie dat toen weerlegde, werd als ketter gezien.

Ondertussen gingen moskeeën en islamitische basisscholen in de fik. Ik herinner me een directeur die aangeslagen door het zwartgeblakerde lokaal liep. Dat was geen hoax, het was echt: kinderen konden niet naar school, er hadden doden kunnen vallen. Het werd een voetnoot bij 9/11.

Dat de moslims die de aanslagen hadden gepleegd ook slachtoffer waren, ging er niet in. Sterker nog: de getroffen moslims moesten bij zichzelf te rade gaan waarom het hun was overkomen. Hadden ze er niet een ietsiepietsie schuld aan, schuld door associatie?

Vanaf dat moment was het uitgangspunt dat we ons moesten verantwoorden. We moesten eigenhandig argumenten aandragen waarom we er niets mee te maken hadden. Het maatschappelijk debat was een oneerlijke procesgang, doorgestoken kaart. Iedereen wist het, maar we gingen rustig verder.

Op 9/11 werd dankzij een bizarre samenloop van omstandigheden – het heet: geschiedenis – de Moslim geboren. Leden van een reusachtige meerderheid – zo divers als de zee – werden beoordeeld op wat een minuscule terreurbeweging had aangericht.

In een talkshow verscheen een donkergetinte imam met een reusachtige tulband op. Hij vertegenwoordigde de liberale islam – niemand had van die man gehoord. Een politica van Somalische afkomst liep over het schoolplein en vroeg aan jonge kinderen of ze voor de grondwet of de koran waren. Het stookte het vuurtje op om onschuldigen te vangen in het frame van de clash of civilisations.

De moslim werd een pasmuntje waarmee middelmatige journalisten carrière konden maken

Wat het pijnlijk maakte, was niet dat deze charismatische dame haar islamofobe, haatdragende retoriek mocht spuien, maar dat die serieus genomen werd. Het welzijn van de kinderen was ondergeschikt aan de ideologie. Zo moesten mensen zich in de Sovjet-Unie hebben gevoeld.

Ik herinner me een imam uit Rotterdam die vanwege zijn homo-onvriendelijke uitspraken werd bedreigd. Hij zou hebben opgeroepen tot geweld. Later bleek dat de imam zich veel genuanceerder had uitgelaten en was hij zelf het slachtoffer geworden van islamofoob geweld toen hij op weg naar de rechtbank werd bespuugd.

Dit wist ik toen niet: dat die imam die werd neergezet als boeman, was geframed, was misbruikt, zoals de kinderen op het schoolplein waren misbruikt. Een aaneenschakeling van leugens, verdachtmakingen en dodelijke onverschilligheid voor de terechte woede van moslims.

De afgelopen jaren zijn er documentaires gemaakt waarin het marchanderen met moslims in de media aan het licht komt. Het eerste slachtoffer van oorlog is de taal. De moslim werd een pasmuntje waarmee middelmatige journalisten carrière konden maken.

Intellectuelen, politici en bestuurders die zich normaliter genuanceerd en dodelijk ernstig uitlieten, lieten gemakshalve de grenzen vervagen tussen moslims, islamisten, terroristen, fundamentalisten en jihadisten. De islam werd de Islam en die bewuste slordigheid werd canoniek.

Moslims in die tijd ontdekten dat ze moslim waren, begonnen zich te verdiepen in hun religie en wat ze aantroffen in die verfoeide koran (die verbrand werd, theatraal!) sprak over verdraagzaamheid, verdragen, tolerantie en openheid. Het boek werd voor moslims een vluchtheuvel, een moreel anker.

Men ontdekte dat noch Al-Qaeda, noch Hirsi Ali en consorten het geloof konden kapen. Het geloof is een boek, een tekst, een woord, een ademtocht, een levenskracht, een handreiking, een nacht, een zon, een maan, een bloem, het is alles wat de aarde aan regen ontvangt.

Arabist Maurits Berger: islamofobie genormaliseerd na 9/11

0

In een opiniestuk in NRC stelt Arabist Maurits Berger (Universiteit Leiden) dat de nasleep van 9/11 ‘de rechtsstatelijkheid heeft uitgehold, en moslims ten onrechte in het verdomhoekje gezet.’

Maurits Berger breekt een lans voor een fundamentele herbezinning op de manier waarop het Westen heeft gereageerd op terrorisme en op de manier waarop islam en moslims sindsdien zijn geframed.

De Leidse wetenschapper beschrijft hoe hij de aanslagen destijds vanuit Damascus volgde, waar de eerste reacties volgens hem ’tweeledig’ waren, schrik en mededogen, maar ook een zekere gelatenheid omdat mensen in het Midden-Oosten hier al vele jaren mee te maken hadden. In Nederland merkte hij juist hoe fel de emoties opliepen. Nederlanders van Marokkaanse afkomst die zeiden dat ze de aanslagen ‘wel begrepen’ konden volgens Berger ‘zelf op geen enkel begrip rekenen.’

Berger bekritiseert vervolgens de westerse ‘war on terror’. Zijn kritiek richt zich allereerst op de oprekking van rechtsstatelijke principes. Berger wijst in zijn opinieartikel op de martelingen in Guantánamo Bay, een Amerikaanse legerbasis die buiten de Amerikaanse jurisdictie valt. Dat andere westerse landen wegkeken noemt hij veelzeggend. ‘Blijkbaar is de ervaring van een terroristische aanslag nodig om het vernis van beschaving te laten verdwijnen.’

Ook heeft Berger kritiek op de eenzijdige focus van de media, de politiek en de veiligheidsdiensten. Zij richtten zich vrijwel volledig op islam en moslims als bron van het probleem. Aannames dat ‘de islam gewelddadig zou zijn’ of dat moslims zich ‘makkelijk laten ophitsen door radicale imams’ noemt hij historisch onjuist. In Nederland vermengde de angst voor aanslagen zich met het integratiedebat, waardoor het islamdebat volgens hem uitsluitend over twee assen verliep: radicalisering en integratie.

Berger stelt dat dit denken sindsdien is vastgevroren in beleidstermen als ‘salafisme’ en ‘anti-integratief’, terwijl de werkelijkheid van moslims in Nederland inmiddels sterk is veranderd. Het gevolg is volgens hem dat ‘met name het niet-islamitische deel van Nederland is blijven vastzitten in de angsten en beelden van vijfentwintig jaar geleden’, wat heeft bijgedragen aan de normalisering van islamofobie en moslimdiscriminatie.

Dagboek van een Syrische vluchtelinge. ‘Ik wil leven met de man van wie ik houd’

0

Diana (33) woont op een azc-boot in Rotterdam. Ze vluchtte in 2024 vanuit Syrië naar Nederland. Kort daarna kondigde Nederland een beslisstop af voor Syrische asielaanvragen, omdat er een einde was gekomen aan de dictatuur. Maar Diana was niet op de vlucht voor het regime.

In deze serie vertelt een Syrische vluchteling in afwachting van een beslissing van de IND over het leven in limbo – van het moment van hoop op een nieuw leven tot het eindeloze wachten, lange dagen op de boot, onbeantwoorde mails en toenemende vijandigheid vanuit de samenleving. Dit is deel 1.

‘Mijn naam is Diana. Ik ben het kind van een Oekraïense moeder en een Syrische vader. Mijn moeder is christelijk, mijn vader alawiet. Tot voor kort woonde ik in Syrië, waar ik nooit echt ben geaccepteerd door mijn gemeenschap. Vanwege mijn gemengde achtergrond werd ik gezien als niet voldoende, niet puur van bloed. Mensen keken naar mij als iemand die niet schoon was.

Terwijl ik opgroeide in deze gemeenschap, leerde ik mijn huidige man kennen, een druus. Het begon als een vriendschap, maar na twee jaar begonnen we romantische gevoelens voor elkaar te krijgen. We besloten dat we wilden trouwen. Aangezien mijn vader ook met een vrouw buiten zijn gemeenschap was getrouwd, verwachtte ik dat hij het zou begrijpen.

‘Ik moest maar iemand zoeken binnen mijn eigen gemeenschap’

Wat hierna gebeurde, kwam daarom als een schok. Mijn ouders verboden de relatie. Ik kwam onder vuur te liggen van de hele gemeenschap. Opnieuw werd ik ‘vies’ genoemd; het zou allemaal komen door het bloed van mijn moeder, dat ook niet puur was. Ik moest maar iemand zoeken binnen mijn eigen gemeenschap.

Mijn vader sloot me op in mijn kamer. Mijn telefoon werd me ontnomen. Twee weken lang mocht ik mijn kamer niet uit. Ik was inmiddels 26 en had een baan. Ik realiseerde me dat als ik verder wilde met mijn leven, er maar één ding op zat: ik moest liegen over mijn relatie. Ik vertelde mijn ouders dat ik hem niet langer zag.

Dubbelleven

De volgende vier jaar leefde ik een dubbelleven. Mijn partner en ik bleven elkaar zien, maar in het geheim. Ik was wel gewend om mijn relaties buiten de deur te houden. Als kind had ik al vriendinnen uit andere gemeenschappen, maar ook hen mocht ik niet zien. Ik heb dat nooit begrepen. Ik zie mensen omdat ik ze aardig vind, niet omdat ze hetzelfde geloof hebben als ik.

Toen ik tijdens de coronacrisis mijn baan verloor, besloot ik mijn eigen bedrijf op te zetten. Als vrouw heb je weinig mogelijkheden, dus besloot mijn partner me financieel te steunen. Hij hielp me de eerste stappen te zetten, waarna ik zelf verder kon. Ik opende nieuwe markten, maar het bedrijf mislukte. Mensen wilden geen zaken met me doen. Daar kwam bovenop dat mijn familie vragen ging stellen over waar ik het geld vandaan had. Dat was het moment dat ik toegaf nog steeds een relatie te hebben met dezelfde man.

Dit keer sloeg mijn vader mij. Hij nam opnieuw mijn telefoon af. Maar nu kwam mijn partner naar ons huis om officieel om mijn hand te vragen. Hij legde uit dat hij serieus met me was. Mijn vader legde uit dat het niet veilig voor mij was om met hem te trouwen, dat hij problemen zou krijgen binnen zijn eigen gemeenschap. Hij was genoodzaakt ons allemaal daartegen te beschermen.

Toch stemde hij in, als mijn partner iemand uit zijn familie mee zou nemen en het nog eens zou vragen. Het was geen echte instemming, want van binnen wilde hij dit niet. Maar toen mijn partner nogmaals aanklopte, samen met zijn zus, moest hij woord houden en verloofde hij ons.

Dit alles gebeurde in 2018, toen de oorlog al gaande was. Het was taboe om met iemand van een andere religie te trouwen. Nu ik officieel verloofd was, werd ik buiten de gemeenschap geplaatst. Ik nam mijn religie niet serieus, vond men. Om eerlijk te zijn kijk ik anders naar religie. Ik volg misschien bepaalde alawitische gebruiken, maar uiteindelijk ben ik een gelovige van dezelfde God. Alawiet of druus, het is maar een naam.

Toen bleek dat een druzische man volgens de rechtbank niet mocht trouwen met een alawitische vrouw, zei ik dat ik druus zou worden. Het was voor mij niet zo belangrijk en het zou ons huwelijk mogelijk maken. Maar ik was opnieuw geschokt. Ik mocht geen druus worden. Niemand had dat ooit gedaan en het was ook niet de bedoeling, zo bleek.

Om dit uit te zoeken, reisden we naar Suweida, waar een belangrijke druzische sheikh woont. Aan hem moesten we toestemming vragen. Ik vertelde de sheikh dat ik interesse had in zijn religie én in mijn partner. Hij zei dat het onmogelijk was. Zijn sheikh zou hem vermoorden als hij me zou toelaten tot de druzische gemeenschap. Ik mocht het deze hoger geplaatste sheikh zelf vragen en dat was ik bereid te doen. Maar we zouden beiden gevaar lopen.

Dus ging ik weer terug naar mijn vaders huis. Ik zag nu in dat we niet in Syrië konden blijven wonen, hoe graag we dat ook wilden. We vroegen mijn vader om een islamitisch huwelijkscontract, dat niet geldig was voor de rechtbank, maar waarmee we wel getrouwd waren voor Allah. Daarna zou ik naar een ander deel van de wereld reizen om daar asiel aan te vragen. Ik wilde een veilig leven leiden als een normaal persoon, met de man van wie ik houd. Ik denk dat ik dat recht heb.

‘Mijn vertrek uit Syrië was de beste oplossing voor iedereen’

Toen gebeurde er iets vreselijks. Ik weet niet wie ze gestuurd had. Er kwamen gemaskerde mannen naar ons huis die vertelden dat ik het uit moest maken met mijn partner. Ik stond op de derde verdieping. Toen zeiden ze: ‘Het is beter dat je sterft’ en ze duwden me van de trap. Ik werd wakker in het ziekenhuis, met twee gebroken benen, beperkt zicht en een wond op mijn hoofd.

Het duurde vier maanden voordat ik weer op mijn benen kon staan. Mijn partner zorgde voor me, want nu liep ook mijn familie gevaar. Mijn vertrek uit Syrië was de beste oplossing voor iedereen. Zo kon mijn vader zijn gemeenschap vertellen dat ik uit zijn leven verdwenen was, hoewel dit niet zo was. Ik zou ergens asiel aanvragen en mijn man zou later volgen. Op 28 januari 2024 kwam ik aan in Nederland.

Nieuwe zorgen

Mijn eerste gesprek met de IND vond plaats na vier maanden. In december 2024 brak de revolutie uit in Syrië. Alle Syrische aanvragen werden door de IND gepauzeerd. Inmiddels had ik nieuwe zorgen. Nu was mijn familie in direct gevaar vanwege de vervolging van alawieten. Ook mijn man en zijn familie waren in gevaar als druzen in Damascus. Ik wilde hen helpen, maar mijn advocaat legde uit dat ik eerst zelf een status moest krijgen, en mijn aanvraag was nog steeds on hold.

Ik ben nu meer dan tweeënhalf jaar verder. Mijn verhaal is nog steeds niet gehoord. Je hebt geen idee hoe moe ik ben. Toen ik hier net kwam, had ik de wil om te leren en te werken. Ik ging gelijk aan de slag om de taal te leren en werk als vertaler en als yoga- en zumba-instructeur. Maar ik vind het steeds moeilijker om door te gaan. Ik kan me nauwelijks concentreren. Ik ga mentaal en fysiek achteruit.

Mensen denken vaak dat vluchtelingen zonder goede reden naar Nederland komen, maar er zijn tal van mensen die om verschillende redenen een veilige plek nodig hebben. Voor mij is de reden dat ik wil leven met de man van wie ik houd. Het is gewoon een liefdesverhaal. In Syrië kent liefde regels. Volg je deze regels niet, dan is je leven verwoest. En mijn leven is verwoest.’

Merz haalt uit naar AfD: ‘Remigratie is etnische zuivering’

0

De plannen voor ‘remigratie’ die de Duitse extreemrechtse partij AfD heeft gepresenteerd, stuiten op kritiek van de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, schrijven Die Welt en de NOS. ‘Het concept van remigratie van de AfD is niets anders dan een etnische zuivering naar huidskleur en afkomst’, zei Merz woensdag tijdens een fel debat in de Bondsdag.

Onder ‘remigratie’ verstaat de AfD de consequente uitzetting van vreemdelingen die wettelijk verplicht zijn Duitsland te verlaten. Volgens Die Welt hebben verschillende AfD’ers dit begrip uitgebreid. De voorzitter van de jongerenafdeling van de AfD eiste onlangs het vertrek van ‘miljoenen immigranten’, wat een veel grotere groep zou vormen dan de ongeveer 259.000 uitgeprocedeerde vreemdelingen in Duitsland.

Volgens de NOS spreken prominente AfD’ers van een onderscheid tussen ‘echte Duitsers’ en ‘mensen met een Duits paspoort’.

Ook wil de partij het recht op asiel afschaffen en geen enkele vluchteling meer toelaten, schrijft de NOS.

De AfD, die afgelopen zondag de verkiezingen in de deelstaat Saksen-Anhalt won, wordt daar door de veiligheidsdienst als extreemrechts beschouwd. Niet alleen Merz, maar ook de leiders van andere partijen vielen AfD-leider Alice Weidel aan, schrijft de NOS.

Weidel verweet de coalitie van Merz ‘linkse ideologie, linkse massamigratie en socialistische herverdeling’. Zij pleitte niet alleen voor de deportatie van vluchtelingen, maar ook voor het stopzetten van hulp aan Oekraïne en het importeren van Russisch gas.

Merz wees erop dat de remigratieplannen slecht zullen uitpakken voor Duitsland, aangezien veel praktisch werk, zoals in de zorg en in restaurants, wordt gedaan door mensen met een migratieachtergrond.

VVD-Kamerlid zorgt voor discussie over politieke neutraliteit van hulporganisaties

0

De discussie over de politieke rol van ontwikkelingsorganisaties laait opnieuw op in de Tweede Kamer. VVD-Kamerlid Nicole Maes stelde woensdag tijdens een Kamerdebat dat ngo’s die overheidssubsidies ontvangen zich politiek neutraal zouden moeten opstellen.

Maes had de kwestie vorige maand al schriftelijk bij minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma aangekaart. Op 20 augustus stelde zij dat sommige ngo’s te activistisch zijn, terwijl ze voor een deel van hun inkomen afhankelijk zijn van overheidsgeld.

De minister beantwoordde die vragen op 8 september. Hij benadrukte het belang van de mogelijkheid om de macht kritisch te bevragen, ook door ngo’s. Hij stelde bovendien dat ngo’s slechts voor een deel gefinancierd zijn door de overheid. Voor het overgrote deel zijn ze zelf verantwoordelijk voor hun inkomen.

De kritiek vanuit de ngo-sector is scherp. Rolien Strasse, directeur van vredesorganisatie PAX, noemt het idee dat gesubsidieerde ngo’s politiek neutraal zouden moeten zijn een miskenning van de historische reden waarom maatschappelijke organisaties überhaupt door de overheid worden gefinancierd.

‘Voor haar een geschiedenisles’, schrijft Strasse in een post op LinkedIn. Zij wijst erop dat financiering van ngo’s juist is ontstaan vanuit het idee dat deze organisaties een eigen, onafhankelijke rol in de samenleving vervullen en geen verlengstuk zijn van overheidsbeleid.

Volgens Strasse hebben ngo’s daarbij drie belangrijke functies. Allereerst beschikken zij over expertise en internationale netwerken die de Nederlandse overheid zelf niet heeft. In oorlogsgebieden en dictaturen kunnen ngo’s bovendien soms werken op plekken waar de overheid diplomatiek of politiek weinig kan uitrichten. ‘Soms gevoelig’, erkent Strasse, ‘maar nuttig.’

Daarnaast hebben maatschappelijke organisaties volgens haar een onafhankelijke blik op overheidsbeleid. Dat betekent volgens Strasse niet dat ngo’s partijpolitiek bedrijven, maar wel dat zij zich uitspreken over ‘onrecht en ongelijkheid’, de politieke en economische oorzaken van conflicten en manieren om vrede te bereiken.

Ten slotte vertegenwoordigen ngo’s volgens haar een eigen achterban in de Nederlandse samenleving. Zij informeren, organiseren en mobiliseren burgers en dragen daarmee bij aan maatschappelijke betrokkenheid. Dit argument klinkt ook door in het betoog van Sjoerdsma, die stelt dat maatschappelijke organisaties en hun achterban zelf gaan over de doelen die zij nastreven en de manier waarop zij dit doen.

De discussie is overigens niet nieuw. Ook in eerdere Kamerdebatten over ontwikkelingssamenwerking is kritiek geuit op overheidssubsidies aan organisaties die zich activistisch of politiek uitspreken. Zo pleitten rechtse partijen eerder voor het beperken of beëindigen van steun aan wat zij ‘activistische ngo’s’ noemen. In het debat over de ontwikkelingsbegroting voor 2026 werd bijvoorbeeld door de PVV expliciet gepleit voor het stoppen van subsidies aan dergelijke organisaties.

Turks tv-programma praat openlijk over verovering Griekse eilanden

0

Uitspraken van de Griekse premier Mitsotakis over het uitbreiden van de territoriale wateren tot twaalf zeemijl hebben tot felle reacties geleid op de Turkse televisie. Gasten spraken daar over een mogelijke oorlog met Griekenland.

In een programma op de Turkse zender A Haber discussieerden gasten openlijk over het innemen van Griekse eilanden, schrijft Greek City Times. Aanleiding waren uitspraken van de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis over het uitbreiden van de Griekse territoriale wateren in de Egeïsche Zee. Volgens gasten in het programma zou zo’n uitbreiding voor Turkije een reden voor oorlog kunnen zijn.

Mitsotakis had gezegd dat Griekenland het recht heeft zijn territoriale wateren uit te breiden tot twaalf zeemijl. Dat leidde in Turkije tot felle reacties. Turkije beschouwt zo’n uitbreiding als een casus belli: een reden om oorlog te voeren.

Griekenland hanteert in het grootste deel van de Egeïsche Zee nu een grens van zes zeemijl. Bij een uitbreiding naar twaalf zeemijl zou volgens Turkse berekeningen ongeveer 71 procent van de Egeïsche Zee onder Griekse territoriale wateren vallen, tegenover ongeveer 43,5 procent nu. Omdat veel Griekse eilanden dicht bij de Turkse kust liggen, vreest Turkije dat Turkse schepen op weg naar open zee vaker door Griekse territoriale wateren zouden moeten varen.

In het programma vroegen gasten zich daarom af of Griekenland met een uitbreiding feitelijk de oorlog aan Turkije zou verklaren. Militair expert Ugur Özköker ging nog verder en sprak over het innemen van Griekse eilanden en zelfs de stad Thessaloniki, schrijft de krant.

Volgens Özköker zou een uitbreiding van de Griekse territoriale wateren, ‘al met honderd meter’, voor Turkije reden zijn om de oorlog te verklaren. Als Griekenland zijn territoriale wateren uitbreidt, zou de Egeïsche Zee volgens hem een ‘Grieks meer’ worden. Turkse schepen zouden dan volgens hem toestemming moeten vragen om door Griekse territoriale wateren te varen.

Toen de presentator suggereerde Thessaloniki in te nemen, stemde Özköker daarmee in. Hij voegde eraan toe dat Turkije ook het Griekse eiland Thasos en de stad Komotini in West-Thracië zou moeten innemen, schrijft de krant.

De uitspraken komen op een moment dat de spanningen tussen Griekenland en Turkije oplopen, net als die tussen Turkije en Israël. Griekenland en Israël tekenden vorige maand een defensieovereenkomst ter waarde van 3,5 miljard dollar. Daarbij zal Israël onder meer een luchtverdedigingssysteem voor Griekenland opzetten.