17.1 C
Amsterdam
Home Blog

Odysseus kijken in Cinema Rif in Tanger

0

Oh, muze, bezing mij de vindingrijke man. Eerder een moordzuchtige man. Een man die een groep hooligans aanvoert die misbruik maken van de wetten van gastvrijheid, xenia, om te plunderen.

Dat is de Odysseus die Nolan ons voorschotelt in zijn cinematografische epos zoals zijn films worden genoemd. Nolan roept ongemakkelijke vragen op over hoe ver we gaan om de beschaving te ‘redden’, maar ondertussen meer kwaad dan goed doen. Het begint toch al met die list van het Trojaanse paard, de slimme vondst van Odysseus om Troje, de vijandige stad die op de knieën moet worden gedwongen, binnen te komen. Nolan maakt je deelgenoot van de opsluiting van de mannen in het paard; ze stikken zowat, ze vallen flauw, ze tellen de doden. Wat een vondst, wat een vernuft! Odysseus betekent trouwens ‘hij die woede opwekt’, of ‘hij die pijn veroorzaakt’, want zoals dat gaat in de oude beschavingen heeft elke naam meerdere betekenissen. Het geschenk wordt door de Trojanen ontvangen, waarna de mannen van Odysseus zich een weg naar buiten banen om van binnenuit de stad compleet af te breken. Odysseus doet zijn naam eer aan.

Overal waar mensen kwamen, werd vriendschap aangeboden

Ik zag de film in de mooie zaal van de Cinema Rif in Tanger. Voorbereidend op het bezoek las ik de inleiding van de Engelse vertaling van het epos van de blinde bard; voor vertaler Emily Wilson is Odysseus geen vindingrijke man, maar een ingewikkelde man. A complicated man. Zo stoer durven vertalen sprak me meteen aan. Wat me ook innam, was haar inleiding waarin ze schrijft over de rol van vriendschap in de oud-Griekse beschaving. Overal waar mensen kwamen, werd vriendschap aangeboden; daar kon helaas misbruik van worden gemaakt – zie Penelope, de vrouw van Odysseus, wiens huis overlopen wordt door ongenode gasten die naar haar hand dingen – maar daar gaat het niet om: gastvrijheid is in de Middellandse Zee een manier om te laten zien dat je beschaafd bent, dat je de code begrijpt. De Odysseus laat zien wat er gebeurt wanneer die code van vriendschap wordt misbruikt of domweg wordt vergeten.

Ik ben opgegroeid met de uitspraak dat Grieken iedereen die hun taal niet sprak barbaren noemden; barbaren betekent hier zij die brabbelen. Hier wordt een tegenstelling gecreëerd tussen de beschaafde Grieken en de primitieve barbaren. Maar Odysseus laat zien dat het toch echt een tikkeltje anders ligt. Het onderscheid werd gemaakt tussen zij die gastvrijheid boden en zij die deze gastvrijheid misbruikten voor eigen gewin. De gast is een vriend; dit was het concept van xenia, want goden kunnen komen in de gedaante van een god. Zeus werd ook wel de god van de vreemdelingen genoemd, want hij kon die vreemdeling zijn. Ons woord xenofoob, bang voor vreemdelingen, is afgeleid van xenia. De Grieken wisten dat overal waar vriendschap voet aan de grond kreeg, gastvrijheid een voorwaarde was voor beschaving.

Regisseur Nolan laat zien wat er gebeurt wanneer we die gastvrijheid misbruiken; het opent de poort naar onrecht, willekeur en uiteindelijk genocide. Ik kwam niet als een ander mens naar buiten na het zien van de film; wel kwam ik naar buiten met de honger om de Odyssee nog een keer te lezen, om me te verdiepen in die beschaving, om me Grieks en vreemdeling te voelen.

‘Zeker twintig’ gemeenten leggen verzet tegen azc’s vast in coalitieakkoord

0

Zeker twintig gemeenten leggen hun verzet tegen de verplichting asielzoekers op te vangen vast in hun coalitieakkoord. De weerstand tegen de spreidingswet is daarmee ‘wijdverbreid’, schrijft de Volkskrant.

De spreidingswet is sinds februari 2024 van kracht. Van de 342 gemeenten in Nederland blijken zeker twintig in hun nieuwe coalitieakkoord te hebben vastgelegd de komende vier jaar geen asielzoekers te verwelkomen.

De krant noemt de gemeente Noordwijk als voorbeeld. Terwijl Noordwijk volgens de spreidingswet uiterlijk volgend jaar juli 254 asielzoekers zou moeten huisvesten, is in het coalitieakkoord bepaald dat dit niet zal gebeuren. Argumenten die lokale partijen aanvoeren zijn onder andere dat een azc te zwaar zou drukken op de politie, huisartsen en het elektriciteitsnetwerk, en dat de gemeente al genoeg doet door Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Naast ‘veiligheid’ is dit laatste een argument dat ook bij andere gemeenten vaak terugkomt.

Volgens cijfers van het COA van afgelopen mei voldoen 250 gemeenten slechts gedeeltelijk of helemaal niet aan hun opvangplicht, schrijft de krant.

De krant schrijft ook dat zeker 65 andere gemeenten obstakels opwerpen voor de opvang, terwijl zij de spreidingswet wel steunen. Daarbij eisen ze dat er alleen kleinschalige opvanglocaties komen, of alleen opvang voor gezinnen of vrouwen.

Volgens de krant hebben veel gemeenten die hebben besloten geen extra asielzoekers te huisvesten, een coalitie van een of meerdere partijen die ook deel uitmaken van het kabinet. Soms gaat het om coalities waarin de lokale VVD de macht deelt met radicaal-rechtse partijen.

De krant ontdekte dat meerdere gemeenteraden die zich in hun coalitieakkoord verzetten tegen de opvang van asielzoekers, overwegen juridische stappen te zetten tegen hun opvangplicht. Daarbij noemen zij ook de zorg voor andere doelgroepen als argument om geen extra opvang te hoeven regelen, bijvoorbeeld psychiatrische patiënten, tbs’ers en Oekraïense vluchtelingen. Ook proberen gemeenten met ruilconstructies onder hun verplichtingen uit te komen of rekenen zij ongevraagd op de hulp van buurgemeenten.

Of de weerstand van gemeenten tegen de spreidingswet zo ‘wijdverbreid’ is als de Volkskrant stelt, is de vraag, stellen mensen op LinkedIn. Eenentwintig gemeenten is slechts een klein deel van het totale aantal gemeenten. Dat geldt ook als je de gemeenten meetelt die obstakels opwerpen.

Israëlische ambassadeur spreekt bij Holocaustherdenking in Rotterdam, kritiek zwelt aan

0

De uitnodiging aan de Israëlische ambassadeur om te spreken tijdens de herdenking van Joodse Rotterdammers die zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft voor onrust gezorgd, schrijven diverse media.

Volgende week donderdag vindt de jaarlijkse herdenking plaats van de 6.790 Joodse Rotterdammers die vanaf 30 juli 1942 vanuit Loods24 werden weggevoerd naar straf- en vernietigingskampen. Slechts weinigen van hen overleefden het, schrijft Omroep Rijnmond.

Het feit dat de organisator van de herdenking, stichting Loods24, de Israëlische ambassadeur Zvi Aviner Vapni heeft uitgenodigd om te komen spreken, schoot verschillende organisaties in het verkeerde keelgat.

De zaak ligt gevoelig, aangezien Vapni wordt gezien als vertegenwoordiger van een regime dat verantwoordelijk is voor de genocide op de Palestijnen in Gaza. Inmiddels heeft Israël daarbij meer dan 73.000 Palestijnen gedood.

Denk en de Partij voor de Dieren hadden schriftelijke vragen gesteld aan het nieuwe college van Rotterdam. Zij willen dat burgemeester Carola Schouten niet naar de herdenking gaat en een krans legt als de Israëlische ambassadeur er zal spreken. Ook een aantal wijkraden is in opstand gekomen. De wijkraad in Rotterdam-West wil niet deelnemen aan de herdenking als de ambassadeur er is, schrijft Omroep Rijnmond.

Tientallen organisaties en personen hebben de burgemeester inmiddels brieven geschreven over de kwestie, aldus het AD. Organisaties als Rotterdam Palestina Coalitie en Een Ander Joods Geluid vragen Schouten om de organisatie te verzoeken de uitnodiging aan de ambassadeur in te trekken. Ook vragen zij haar om af te zien van deelname aan de herdenking mocht de ambassadeur er inderdaad spreken.

Burgemeester Schouten heeft laten weten dat zij begrijpt dat er bezorgdheid is rond de waardigheid van de herdenking nu de ambassadeur is uitgenodigd. Hoewel niet bekend is of zij de uitnodiging afraadt, is ze in overleg met de organisatie om te bespreken ‘hoe we de waardigheid van de herdenking zo veel mogelijk kunnen waarborgen.’

De Joodse Gemeenschap Rotterdam riep de tegenstanders op om hun ‘polariserende lijn te verlaten.’ Zij vroeg Schouten om af te zien van pogingen om de ambassadeur uit te sluiten en de Holocaustherdenking niet te politiseren. Of dit niet al is gebeurd door uitgerekend de Israëlische ambassadeur uit te nodigen, is de vraag.

VNG: ‘Je kunt de huisvesting van statushouders niet los zien van die van andere aandachtsgroepen’

De afgelopen jaren is er veel gediscussieerd over de manier waarop gemeenten het schaarse woningaanbod verdelen. Omdat de schaarste nog wel even voortduurt, moeten gemeenten zorgen voor ‘aanvullende vormen van huisvesting’ voor mensen die ‘niet langer kunnen wachten’. Dit zijn ook statushouders, aldus de minister.  

Een gescheiden vader met drie kinderen in een zolderkamer, een student die nog altijd bij pa en ma woont of een statushouder die al drie jaar op een noodopvanglocatie verblijft. Gemeenten lopen steeds vaker tegen dezelfde grens aan: er zijn simpelweg te weinig woningen om tot een eerlijke verdeelsleutel te komen. 

Daarom moeten gemeenten veel meer gaan inzetten op ‘aanvullende vormen van huisvesting’, die snel te realiseren zijn en een startpunt vormen op de woningmarkt, schrijft minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Denk aan onder meer transformatie, woningdelen, doorstroomlocaties, modulaire woningen, verplaatsbare woningen of onzelfstandige woonruimten, afhankelijk van de mogelijkheden per gemeente. 

Als gemeenten hier massaal mee aan de slag gaan, zou het een nieuwe impuls geven aan het woonbeleid. Maar misschien nog wel belangrijker is de omslag in de manier waarop de woningen verdeeld worden. Ze moeten beschikbaar zijn voor een brede groep woningzoekenden: starters, mensen die acuut een woning nodig hebben, maar dus ook statushouders en in de toekomst Oekraïense vluchtelingen.

Vooral over deze laatste doelgroep is veel discussie in de politiek en maatschappij. De voorrang die statushouders in sommige gemeenten krijgen op sociale huurwoningen wordt door een groot aantal mensen als oneerlijk ervaren. De keuze voor een brede doelgroep zou deze discussie moeten luwen, denken politici. ‘Uitgangspunt is dat aanvullende vormen van huisvesting ruimte bieden aan woningzoekenden voor wie een tijdelijke, flexibele of gedeelde woonvorm passend is, zo staat in een nieuwsbericht van de overheid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) schreef het vorig jaar al. We moeten nooit het langere termijnplan om meer woningen te bouwen uit het oog verliezen, maar in de tussentijd kunnen we inzetten op tijdelijke oplossingen, schreef het in het rapport Van asiel tot integratie: zo kan het wel, dat in november 2025 gepubliceerd werd.

Het gaat niet om een vast gedefinieerd woningtype, maar om een kwalitatief goede woonoplossing voor mensen die nu tussen wal en schip vallen door het woningtekort, dat voorlopig niet volledig kan worden ingelopen, schrijft de VNG. ‘Daarbij is nadrukkelijk de insteek dat dit ook voor andere groepen die met spoed woonruimte nodig hebben wordt ingezet en een deel van de woningen wordt gebruikt voor statushouders’, aldus het advies, waar 98 procent van de gemeenten mee in stemden.

Er is een continu spanningsveld bij gemeenten. Ze staan echt met hun rug tegen de muur

Thomas Zwiers stond aan de wieg van het rapport. Hij is programmamanager Asiel en Migratie bij de VNG. Je kunt de huisvesting van statushouders niet los zien van die van andere aandachtsgroepen, vindt hij. ‘Dan doe je geen recht aan wat er in de samenleving gebeurt. Er is een continu spanningsveld bij gemeenten. Ze staan echt met hun rug tegen de muur. Ik ben ook wethouder geweest. Uit ervaring weet ik dat je te maken krijgt met hele schrijnende gevallen. Dan moet je kiezen, maar je hebt eigenlijk gewoon te weinig woningen om te verdelen. Je kunt de koek lastig verdelen als de koek gewoon te klein is.’

Versnellen en opschalen

De Kamerbrief is een eerste aanzet. Het Rijk, de VNG, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Aedes moeten samen gaan werken om snel en meer aanvullende vormen van huisvesting te realiseren. Daarover vinden momenteel intensieve gesprekken plaats met de achterbannen van deze organisaties, laat VNG weten. De uitkomt van deze onderhandelingen staat nog niet vast.

Toch roept de minister gemeenten met een achterstand in de huisvesting van statushouders op om alvast aan de slag te gaan. ‘Met de juiste middelen kunnen zij die achterstand in anderhalf jaar wegwerken’, zo schrijft het Rijk in een nieuwsbericht op de eigen website. Daarbij noemt het tevens de ambitie om 20 procent van de opgeleverde woningen aan statushouders te doen toekomen. 

Dit voegt zeker wat toe, denkt Zwiers. ‘Iedereen die zo’n woning krijgt, waaronder ook statushouders, doet op dat moment geen beroep op een andere woning in de sociale huurvoorraad. Bovendien gaat nu heel veel geld naar noodopvanglocaties voor statushouders. Dat is echt zonde. We moeten dit geld anders durven te besteden, zoals bijvoorbeeld aan dit soort woningen, die geschikt zijn voor een veel bredere doelgroep.’

Voorlopers

Het is niet dat dit nog niet gebeurt, maar het gebeurt nog te weinig, ziet ook de minister. Daarom moeten meer gemeenten het voorbeeld volgen van plaatsen waar al het een en ander gebeurt. Zoals bijvoorbeeld de gemeente Nieuwegein, dat momenteel werkt aan een plan om samen met de woningcorporatie 44 flexwoningen te bouwen op een terrein dat pas in de nabije toekomst een permanente bestemming krijgt. Een derde van deze woningen is bedoeld voor jongeren die nu noodgedwongen bij hun ouders wonen, een derde voor statushouders en een derde voor reguliere woningzoekenden.

In Amsterdam zijn al sinds 2015 gedeelde wooncomplexen, waar jongeren en statushouders niet alleen naast elkaar wonen, maar ook met elkaar. Ze delen gemeenschappelijke ruimtes, koken en eten samen of helpen nieuwkomers integreren in hun nieuwe stad. Vanuit hier groeien studenten en statushouders door naar een meer permanente vorm van huisvesting. 

‘Zo’n gemengde woonvorm vraagt wel om goede begeleiding en sociaal beheer’

Het daadwerkelijk delen van gemeenschappelijke ruimtes is een stap verder, erkent Zwiers. Dat dit niet altijd zonder problemen verloopt, bleek uit woonproject Stek Oost in Amsterdam, waar en voormalig bewoner veroordeeld is voor twee verkrachtingen van buurvrouwen. Bovendien was er sprake van overlast en voelden niet alle bewoners zich even veilig.

‘Zo’n gemengde woonvorm vraagt wel om goede begeleiding en sociaal beheer, zeker wanneer verschillende groepen gebruik maken van gezamenlijke ruimtes’, zegt Zwiers. ‘Sociaal beheer zijn activiteiten waarmee een gemeente en woningcorporatie, eventueel in samenwerking met een maatschappelijke organisatie, ervoor zorgen dat bewoners prettig en veilig kunnen samenleven en eventuele problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en opgelost.’

Dit herkent Paco Kuit, een 27-jarige Amsterdammer die zes jaar woonde in een Amsterdams woonproject waar Nederlandse jongeren en statushouders samen een gebouw deelden. Hij leerde er zijn beste vriend kennen – een Syriër die op dat moment net in Nederland was. Volgens hem ontstond de onderlinge band niet vanzelf, maar doordat bewoners een keuken deelden en elkaar dagelijks tegenkwamen. ‘Die kleine duw heeft iedereen nodig om kennis te maken met een vreemde’, vertelt hij. ‘Als iedereen alleen een eigen studio heeft, is de drempel veel groter.’

Paco is nog altijd positief over het woonproject, maar ziet ook ruimte voor verbetering. ‘Sommige bewoners kampten met psychische problemen of trauma’s waardoor samenwonen lastig kon zijn.’ Volgens hem kan een woningcorporatie zulke situaties niet alleen oplossen. ‘Een sterke gemeenschap helpt veel, maar niet alles. Soms is professionele begeleiding of een zorgtraject gewoon nodig.’

Meer nodig dan financiële ondersteuning

Hoeveel er vanuit het Rijk beschikbaar komt voor de bouw van aanvullende woningen blijkt niet uit de brief. De minister heeft het over ‘een extra impuls’. Gemeenten konden tot voor kort aanspraak maken op een vergoeding van 85,60 euro per dag per gehuisveste statushouder, maar die regeling loopt af. Daarvoor in de plaats zijn inmiddels andere vergoedingsregelingen ingevoerd voor tijdelijke huisvesting en doorstroomlocaties. Deze vergoedingen vallen een stuk lager uit.

‘Financiële ondersteuning is belangrijk, maar alleen daarmee gaan we het niet redden’

Volgens Zwiers is er veel meer inzet van het Rijk nodig. ‘Financiële ondersteuning is belangrijk, maar alleen daarmee gaan we het niet redden.’ Gemeenten hebben volgens hem ook behoefte aan kennis, uitvoeringscapaciteit, ondersteuning bij locaties, planologische procedures en het wegnemen van praktische belemmeringen, zoals netcongestie en de zoektocht naar geschikte locaties. Als gemeenten werkelijk sneller willen bouwen, moeten juist die belemmeringen worden weggenomen. Daarover zijn we nu in gesprek met de minister’, aldus Zwiers.

Kijk naar wat iemand kan

Los van de bestuurlijke afspraken over aanvullende vormen van huisvesting is het belangrijk om ook te blijven kijken naar een betere aansluiting tussen huisvesting, participatie en arbeidsmarkt, merkt de VNG op. In het rapport Van asiel tot integratie: zo kan het wel gaat een aanzienlijk deel over de koppeling van huisvesting met werkgelegenheid. 

Om ervoor te zorgen dat mensen na plaatsing in een bepaalde gemeente aan de slag kunnen en iets gaan bijdragen aan de maatschappij, moet deze plaatsing zijn afgestemd met de kennis en kunde van die persoon, zegt Zwiers. Iemand die ervaring heeft in metaalbewerking moet je eigenlijk niet plaatsen in een gemeente als Utrecht.

‘Als je al in Ter Apel kijkt naar wat iemand kan, en die persoon ook direct plaatst in de gemeente waar hij waarschijnlijk status zal houden, is de kans veel groter dat hij zich gaat ontwikkelen en de samenleving de meerwaarde van die persoon ervaart. Ik geloof echt dat dit zorgt voor draagvlak in de samenleving.’

Wel of geen voorrang

Of het huidige plan het maatschappelijke draagvlak zal vergoten, zal moeten blijken. De discussie over de voorrang voor statushouders laat zien hoe gevoelig de keuzes die gemeenten maken kunnen liggen. Maar dit is een non-discussie, vindt Zwiers. 

‘We moeten stoppen met de vraag wie er meer recht heeft op een woning’

‘Het suggereert dat gemeenten nu verplicht zijn voorrang te verlenen en dat is niet het geval.’ Sinds 2017 bepalen gemeenten zelf of zij statushouders als urgentiecategorie opnemen in hun huisvestingsbeleid. ‘Gemeenten hebben de mogelijkheid om maatwerk te bieden en te zorgen voor een betere doorstroom in de azc’s’, legt hij uit. ‘Dat wordt door andere woningzoekenden soms als ontzettend oneerlijk ervaren, terwijl ook zij gigantisch met de vingers tussen de deur zitten.’

Volgens Zwiers moeten gemeenten daarom af van het denken in afzonderlijke doelgroepen. ‘We moeten stoppen met de vraag wie er meer recht heeft op een woning. De vraag moet zijn hoe we ervoor zorgen dat er meer woningen komen voor iedereen die daarop wacht. Dan ontstaat er ook meer draagvlak.’

Utrecht neemt maatregelen tegen ‘lange arm van Eritrea’

0

De gemeente Utrecht wil, twee jaar na de gewelddadige confrontaties tussen groepen Eritreeërs in Den Haag, maatregelen nemen tegen de zogenoemde ‘lange arm van Eritrea’. Volgens de gemeente moeten de rellen niet alleen worden gezien als een openbare ordeprobleem, maar ook als een direct gevolg van buitenlandse inmenging. Dat meldt Binnenlands Bestuur.

Op 17 februari 2024 ging het goed mis aan de Fruitweg in Den Haag, bij de Opera-zalen, waar vaak trouwfeesten worden gehouden. Honderden tegenstanders van het regime in Eritrea belagen een feestje dat door regime-gezinde Eritreeërs werd georganiseerd. Een politiewagen en touringcar worden in brand gestoken, maar ook politie en journalisten worden belaagd.

Michel Kok, veiligheidsadviseur van de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma, legt de schuld echter eenzijdig neer bij groepen die zich verwant voelen met het Eritrese regime. ‘We hebben het hier echt over de lange arm van Eritrea, over ongewenste buitenlandse inmenging. We hebben als overheid deze mensen onvoldoende beschermd’, zegt hij tegen Binnenlands Bestuur.

Aangezien veel van de betrokkenen in Utrecht verblijven, besluit de gemeente Utrecht om in gesprek te gaan met Eritreeërs, en dan specifiek met tegenstanders van het regime. ‘Tien tot vijftien Eritreeërs uit heel Nederland komen sinds november samen in een zaaltje ergens in de stad. De locatie blijft uit veiligheidsoverwegingen geheim’, meldt Binnenlands Bestuur.

Het doel van deze gesprekken is om te voorkomen dat het niet opnieuw tot geweldsuitbarstingen komt. Tegenstanders van het regime zouden ‘weerbaarder’ moeten zijn en begrijpen hoe Nederland ‘werkt’ met gesprekken over democratie, rechtsstaat en weerbaarheid.

Grootste oppositiepartij van Turkije dreigt uiteen te vallen

0

De Republikeinse Volkspartij (CHP), de grootste oppositiepartij van Turkije, dreigt uiteen te vallen. De seculiere partij kampt al maanden met interne verdeeldheid en staat onder druk door corruptieonderzoeken.

Bij een daadwerkelijke splitsing zouden 95 van de 135 CHP-parlementariërs zich aansluiten bij een nieuwe partij onder leiding van Özgür Özel. Ongeveer 40 parlementariërs zouden Kemal Kiliçdaroglu blijven steunen. Dat meldt de Turkse nieuwssite Bianet.

Kemal Kiliçdaroglu werd eerder dit jaar door een rechterlijke vernietiging van het CHP-congres van 2023 opnieuw de formele leider van de seculiere partij. Özgür Özel, die tijdens dat congres juist tot partijleider was gekozen, voerde vervolgens maandenlang tevergeefs campagne om de partij bijeen te houden. Dat deed hij terwijl seculiere burgemeesters en partijleden massaal werden gearresteerd op verdenking van corruptie, beschuldigingen die door het Erdogan-regime worden geuit. Dat is niet gelukt. Özel maakt zich nu op om een nieuwe partij op te richten en heeft daarbij ook de zegen van de gevangen burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu.

Imamoglu en Özel lijken de meeste seculiere parlementariërs achter zich te hebben, meldt Bianet op basis van de sociale media-accounts van de seculiere parlementariërs, waarin zij de oproep van Özel voor een nieuwe partij steunen. Toch kan de seculiere verdeeldheid precies datgene zijn wat Erdogan nodig heeft om opnieuw verkozen te worden als president. Hij heeft een grondwetswijziging nodig voor een derde termijn in 2028, en dat kan alleen met een tweederde meerderheid in het parlement.

De partij van Erdogan, de AKP, verloor bij de gemeenteverkiezingen in 2024 van de seculiere partij. Sindsdien zijn de problemen voor de CHP begonnen, wiens burgemeesters werden opgepakt en een corruptieonderzoek bijna dagelijks tot operaties leidt.

We moeten het over Duitsland hebben

0

We moeten het even over Duitsland hebben; je zou bijna vergeten dat het land nog bestaat.

Begin juli werd de Duitse regering onder leiding van Friedrich Merz, ooit een van de lievelingsvijanden van Angela Merkel, het eens over een 34-puntenplan dat de economische malaise, of vermeende malaise, zou moeten bestrijden. The New York Times vatte het pakket handzaam samen: versoepelde arbeidswetgeving, minder bureaucratie en regelgeving, een iets ander pensioenstelsel. De middenklasse zou er wat op vooruit moeten gaan.

Het ware doel van de regering-Merz, bestaande uit CDU/CSU (de christendemocraten) en SPD (de sociaaldemocraten), is de bijna onstuitbare opmars van de AfD te stuiten.

Op 6 september vinden verkiezingen plaats in de deelstaat Saksen-Anhalt. De AfD schommelt daar rond de 40 procent en zou, met dank aan de kiesdrempel van 5 procent, de absolute meerderheid kunnen halen. Dan is het daar gedaan met het cordon sanitaire, in Duitsland genaamd de Brandmauer, en misschien niet alleen daar.

De lijsttrekker van de AfD in Saksen-Anhalt, Ulrich Siegmund, die tot voor kort een bedrijf in ‘geurmarketing’ blijkt te hebben gehad, wil het rechtsextremisme vrolijk uitdragen, schrijft Nynke Verschuer in NRC. Niet gekweld, noch verontwaardigd. Dat achter de vrolijkheid hetzelfde bekende rechtsextremistische gedachtengoed schuilgaat, hoeft niemand te verbazen. Asielzoekers snel uitzetten, regenboogvlaggen verbieden, de publieke omroep afschaffen.

Ook als het gaat om de Bondsdag staat de AfD relatief eenzaam aan kop in de opiniepeilingen: 28 procent voor de AfD, gevolgd door rond de 22 procent voor CDU/CSU. Een absolute meerderheid zal er daar niet zo snel inzitten voor de AfD, maar de vraag blijft hoelang de Brandmauer zal standhouden. Het midden wordt uitgehold en waarschuwingen voor fascisme halen weinig uit. Zie het Rassemblement National (RN) van Marine Le Pen in Frankrijk. Zie overigens ook Trump.

Ook als het gaat om de Bondsdag staat de AfD relatief eenzaam aan kop in de opiniepeilingen

De vraag is of het 34-puntenplan van Merz het tij zal keren. The New York Times is sceptisch en ik ook. Om te beginnen vanwege de premisse dat extreemrechts groeit door economische malaise of economische angst. Geef de ontevreden burger meer zekerheid in zijn portemonnee en hij zal de middenpartijen weer in zijn hart sluiten.

Ik denk dat het onjuist is de aantrekkingskracht van extreemrechts te verklaren puur vanuit een materialistisch wereldbeeld dat bijna een marxistisch wereldbeeld genoemd zou kunnen worden. Goed, in Amerika geldt de frase ‘it’s the economy, stupid’, gemunt door een adviseur van Bill Clinton in 1992, James Carville. En het is best mogelijk dat Amerikanen, meer nog dan Europeanen, geobsedeerd zijn door pakweg de benzineprijs. Ook omdat het sociale stelsel nu eenmaal anders werkt in Amerika dan in Europa: wie in Amerika valt, kan snel en diep vallen.

Maar toch. Terug naar Duitsland. Zolang de herinnering aan de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog nog levend was, kon het Duitse electoraat verleid worden met de spreuk ‘Keine Experimente’. Intussen is dat veranderd. Voor veel inwoners van de voormalige DDR en hun nakomelingen voelde de Duitse eenwording als een experiment, een teleurstellend experiment. Vrijheid en kapitalisme vallen tegen.

Hoewel de AfD allang geen Oost-Duits verschijnsel meer is, zie je in de verkiezingsresultaten en de opiniepeilingen nog altijd, ook in 2026, de grote verschillen tussen de voormalige DDR en het voormalige West-Duitsland. In het oosten is de AfD ongeveer twee keer zo groot als in het westen. Ook bijna veertig jaar na de eenwording zijn de wonden niet geheeld, de teleurstelling is reëel en die wordt kennelijk van generatie op generatie doorgegeven. De DDR wordt toch gemist, en me dunkt dat dat niet uitsluitend, of vermoedelijk zelfs nauwelijks, de DDR-economie is.

Daarnaast is de status quo niet zo aantrekkelijk meer. De belofte van het burgerlijke midden (zekerheid, stabiliteit, doorgaan op de vertrouwde weg) voelt als een loze belofte nu de wereld zelf slechts uit instabiliteit lijkt te bestaan en alles wat vertrouwd is omvalt of betonrot vertoont. De dreiging van oorlog en andere catastrofes neem je niet of nauwelijks weg met versoepelde arbeidswetgeving.

De aantrekkingskracht van extreemrechts is verder genoegzaam geanalyseerd: de behoefte aan een zondebok plus het superioriteitsgevoel dat veroorzaakt wordt door een zeer exclusief nationalisme (ik zeg het netjes).

Merz en de zijnen denken dat minder bureaucratie gaat helpen, dat de aantrekkingskracht van extreemrechts zal afnemen als de burgerlijke partijen kunnen laten zien dat ze kunnen regeren door op bescheiden wijze het leven van de burgers te verbeteren.

De onredelijkheid met redelijkheid bestrijden? Ik twijfel, al geloof ik ook niet dat je onredelijkheid per se met onredelijkheid moet bestrijden.

Maar in de aantrekkingskracht van extreemrechts, en dat kenmerkt extreemrechts in vrijwel elk land, zit juist een weerzin tegen de redelijkheid, een afkeer van de bereidheid tot compromis van het burgerlijke midden.

Men wil het circus, het spektakel. Hoe meer het burgerlijke midden zegt: ‘U flirt met de ondergang’, hoe aantrekkelijker die ondergang wordt.

Men vreest niet zozeer het gevaar, men wil het gevaar. Een heel specifiek gevaar.

CBS: minder immigratie in 2025, vooral minder asiel- en kennismigranten

0

Voor de derde keer op een rij daalde in 2025 het aantal immigranten dat naar Nederland kwam: met 8.000, tot 309.000 mensen. Zowel de immigratie uit de EU als die van buiten de EU nam af. Vooral de asiel- en kennismigratie van buiten de EU daalde. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Sinds 2022 daalt het aantal immigranten dat naar Nederland komt. Tussen 2006 en 2022 steeg het aantal immigranten daarentegen volgens het CBS nog ‘vrijwel continu’. In 2022 werd een piek bereikt als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

Slechts 11 procent (35.000) van de totale immigratie in 2025 bestond uit asielmigranten, ruim 4.000 minder dan in 2024. Daarnaast kwamen in 2025 ruim 28.000 vluchtelingen uit Oekraïne naar Nederland. Zij vallen onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Daardoor hoeven zij niet de asielprocedure te doorlopen en worden ze officieel niet meegerekend als asielmigranten. Zij vallen dus buiten de 11 procent asielmigratie in 2025.

Naast asiel- en arbeidsmigranten kwamen er in 2025 14.000 zogenoemde kennismigranten (hoogbetaalde arbeidsmigranten of ‘expats’), 68.000 gezinsmigranten (die meekwamen met arbeidsmigranten of zich later bij hen voegden) en 38.000 studiemigranten naar Nederland.

Zelensky ontslaat hoogste legercommandant na dagen van protest

0

De politieke crisis in Oekraïne is deze week verder verdiept nadat president Volodymyr Zelensky legerchef Oleksandr Syrskyi heeft ontslagen. De beslissing volgt kort op het vertrek van de populaire defensieminister Mykhailo Fedorov. Zijn vertrekt leidde tot zes dagen van landelijke protesten en groeiende druk op Zelensky om ook Syrskyi te vervangen.

Fedorov, die in januari was benoemd, kreeg veel lof voor het moderniseren van het leger, het bestrijden van corruptie en het stimuleren van technologische innovatie aan het front. Zijn gedwongen vertrek werd door demonstranten gezien als een fout van Zelensky, mede omdat Syrskyi gold als een vertegenwoordiger van de oude militaire garde.

Met het ontslag van Syrskyi lijkt Zelensky aan die druk te hebben toegegeven. De nieuwe opperbevelhebber is Mykhailo Drapatyi. Hij is een jongere generaal die innovatie hoog in het vaandel heeft. Hij wordt bovendien gezien als een bondgenoot van Fedorov. Zijn benoeming moet de onrust onder zowel militairen als burgers temperen.

Voorlopig blijft voormalig topfunctionaris van de veiligheidsdienst Yevhenii Khmara aan als waarnemend minister van Defensie. Zelensky heeft hem en Drapatyi opdracht gegeven een nieuwe defensiestrategie te ontwikkelen. De nadruk komt te liggen op hervorming van het korpssysteem, wapenleveranties en dronecapaciteit.

De crisis lijkt nu voorlopig bezworen. Toch is het onduidelijk of Fedorov een nieuwe machtspositie krijgt. Zonder zo’n rol kan de schade aan Zelensky’s politieke gezag blijven doorwerken, aldus de BBC.

Meerderheid Kamer klaar met Ongehoord Nederland: omroep hoort niet langer thuis in bestel

0

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil graag dat de zendtijd van de controversiële omroep Ongehoord Nederland wordt ingetrokken. Uit een rondgang van het AD blijkt dat veel partijen klaar zijn met ON.

Critici van Ongehoord Nederland hebben jarenlang betoogd dat deze omroep nooit toegelaten had mogen worden tot het bestel, vanwege de racistische denkbeelden van de oprichters en vaste medewerkers van de omroep. Zo is presentatrice Raisa Blommestijn veroordeeld voor groepsbelediging, omdat zij zwarte mensen met apen had vergeleken. Ook is de omvolkingstheorie veelvuldig aan bod gekomen bij ON, de complottheorie dat witte mensen in het Westen op den duur worden vervangen voor zwarte mensen en moslims en dat hier een snood plan achter zit.

Vier partijen in de Kamer – D66, VVD, CDA en PRO – vinden het na zes jaar wel welletjes. Zo zegt VVD-Kamerlid Erik van der Maas: ‘Voor een omroep die gefinancierd wordt met belastinggeld, maar zich stelselmatig niet aan de regels houdt en daar ook niet toe bereid is, is geen plaats in het publieke bestel.’

Het Commissariaat voor de Media oordeelde dat er sprake was van ‘belangenverstrengeling’ binnen de omroep. Dat kwam naar buiten door onderzoek van Left Laser: de advocaat van Blommestijn in haar racismezaak zou met omroepgeld zijn gefinancierd.

PRO-Kamerlid Mohammed Mohandis is er helemaal klaar mee. ‘Wat ons betreft hoort Ongehoord Nederland niet thuis in het publieke bestel, wat onverlet laat dat het ON vrijstaat zelfstandig door te gaan.’