18.6 C
Amsterdam
Home Blog

Hoogste Mariabeeld van Europa (55,6 meter) onthuld in Polen

0

In aanwezigheid van oud-president Lech Walesa werd afgelopen zaterdag een enorm beeld van de maagd Maria onthuld in het Poolse dorpje Konotopie, schrijft de Britse krant The Guardian.

Het beeld is met 55,6 meter hoger dan het Christusbeeld in de Braziliaanse stad Rio de Janeiro, en eveneens hoger dan het beeld ‘Christus Koning’ in de Poolse stad Swiebodzin (52,5 meter hoog). Hoewel het beeld in Konotopie vermoedelijk het grootste is in Europa, is het niet zo hoog als dat van Maria in de Filippijnen (98,15 m).

Lech Walesa, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn leiderschap van het Poolse anticommunistische verzet tegen het communistische regime, was prominent aanwezig tijdens de inhuldigingsceremonie. Voor Walesa, die na de val van de Sovjetunie werd verkozen tot de president van Polen, bracht het geloof in God de kracht om tegen het communisme te strijden, schrijft The Guardian.

In het katholieke Polen speelde de kerk na de val van het communisme een grote rol in het publieke leven. De kerk had dankzij haar steun aan het anticommunistische verzet een reputatie opgebouwd. Terwijl de invloed van de kerk de laatste jaren is verminderd, vooral onder jongeren en in de steden, blijft de katholieke kerk invloedrijk, vooral onder ouderen en op het platteland.

Het beeld van Maria werd gefinancierd door de rijke Poolse zakenman Roman Karkosik, die samen met zijn vrouw zijn ‘dankbaarheid aan God’ wilde tonen. Zij zeggen het beeld open te stellen voor iedereen.

Ghana neemt het voortouw in roep om herstelbetalingen voor slavenhandel

0

De aandacht voor de trans-Atlantische slavenhandel groeit, net als de roep om compensatie voor het gepleegde onrecht. Ghana neemt hierin nu het voortouw, schrijft de BBC.

De Verenigde Naties namen afgelopen maart een resolutie aan die slavernij als ‘de grootste misdaad tegen de menselijkheid’ omschreef. De Verenigde Staten stemden tegen en Europese landen, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, onthielden zich van stem.

Het Verenigd Koninkrijk en Portugal, die de trans-Atlantische slavenhandel domineerden, hebben het idee van herstelbetalingen stelselmatig afgewezen. Volgens de BBC is dat niet verwonderlijk, aangezien het bedrag dat het VK schuldig is aan getroffen naties is geschat op 18 biljoen pond.

Ghana was initiatiefnemer van de VN-resolutie. Zo’n tien tot vijftien procent van de naar schatting twaalf miljoen Afrikanen die werden ontheemd en ontmenselijkt, kwam uit het gebied dat nu Ghana is. Vele anderen werden vanaf de Ghanese kust naar andere landen vervoerd.

Ghana wil dat er een systeem wordt opgezet waarmee studiebeurzen en groeikapitaal voor jonge Afrikaanse ondernemers worden gefinancierd. Ook wil het land dat terugkerende gezondheidsproblemen worden onderzocht. Volgens sommigen werden deze problemen veroorzaakt door de ernstige ondervoeding en onmenselijke omstandigheden van de slavernij van destijds.

Eén van de instituten die Ghana ter verantwoording wil roepen, is de Anglicaanse Kerk, de Church of England. In de achttiende eeuw runde de missionaire tak van de kerk plantages en bezat honderden slaven. Hiermee kon zij haar werk in het buitenland financieren. Een rapport van de kerk vond dat de organisatie grote investeringen had gedaan in de slavenhandel en er goed aan had verdiend.

De kerk heeft inmiddels een fonds opgericht waarmee gemeenschappen kunnen worden geholpen die nog steeds kampen met de gevolgen van de slavenhandel. Dit heeft binnen de kerk ook weerstand opgeroepen, mede omdat sommige Afrikanen zelf zouden hebben meegewerkt aan het gevangenzetten en het verkopen van hun landgenoten.

Binnen Ghana zelf wordt de discussie rond Afrikaanse medeplichtigheid ook gevoerd, schrijft de BBC. Koning Tackie Teiko Tsuru II, leider van het Ga-volk, bood onlangs excuses aan voor het aandeel van zijn voorouders in de slavenhandel. Hij omschreef de transatlantische slavenhandel, in lijn met de VN-resolutie, als ‘de grootste misdaad tegen de menselijkheid.’

Zeeuwse stranden en Brabantse heide: waarom komen Nederlanders van kleur hier zo weinig?

0

Nederlandse recreatiegebieden trekken maar weinig bezoekers met een migratieachtergrond. Hoe kan dat?

Tweede Pinksterdag, een zonovergoten dag in het Noord-Hollandse Driehuizen. Het is druk bij de restaurants en bootjesverhuur De Vriendschap. Druk, met ogenschijnlijk honderd procent witte recreanten. Een homogeen beeld dat deze zomer ook op tal van andere plekken in recreërend Nederland terugkeert. Hoe kan dat? Waar is de recreant van kleur?

Ondanks de vele onderzoeken naar recreatie en toerisme in Nederland is de etnische samenstelling van bezoekers aan landelijke recreatiegebieden voor zover bekend nooit systematisch in kaart gebracht. Na weken van bezoeken aan recreatiegebieden in juni, juli en augustus dringt zich steeds hetzelfde beeld op. Anders dan in veel steden ogen de Nederlandse buitengebieden nog altijd overwegend wit. Op wandelpaden van Staatsbosbeheer in Brabant, op terrassen in de Noord-Hollandse polders en op de met toeristen drukbezochte Zeeuwse eilanden zijn bezoekers met een niet-westerse achtergrond slechts sporadisch te zien.

Kiezen Nederlanders met een migratieachtergrond bewust voor andere vormen van vrijetijdsbesteding? Voelen zij zich minder thuis in de traditionele Nederlandse recreatiegebieden? Of laten de vele ondernemers, natuurorganisaties en overheden die met campagnes bezoekers proberen te verleiden hier bewust of onbewust een grote doelgroep liggen?

Schapenscheren

Jacinto Zimmerman verhuisde begin jaren tachtig van Curaçao naar Eindhoven en is actief in een Eindhovense wijk met een diverse bevolking. Tijdens een bezoek aan de Strabrechtse Heide op een tropische zaterdag eind juni kijkt hij nieuwsgierig naar een demonstratie schapenscheren en neemt enthousiast plaats achter een spinnenwiel. ‘Er is een wereld voor me opengegaan,’ zegt hij. ‘Dit ga ik zeker met mijn buren delen.’

Het prachtige heidegebied ligt op een uurtje fietsafstand van Eindhoven. Toch is Zimmerman er nooit eerder geweest. ‘Nog nooit heeft iemand me benaderd hiernaartoe te komen.’ Hij wist simpelweg niet van het bestaan. Het steekt hem dat door ondernemers in de recreatieve sector en door overheden de afwezigheid van mensen van kleur al gauw wordt uitgelegd als ‘ze willen zelf niet’. Zimmerman: ‘Als je geen hand reikt, dan komen we niet.’

Jacinto Zimmerman op de Strabrechtse Heide. Beeld: Arjan van Westen

Op het terras van het Heidecafé, met een koude cola voor zich, vertelt Zimmerman gepassioneerd over de noodzaak van meer inclusiviteit in de recreatiesector. In het bijzonder pleit hij voor meer zichtbaarheid van de Nederlands-Caribische cultuur. Zo stelde hij in Uden voor om tijdens een traditioneel volksdansfeest ook groepen in Antilliaanse kleding te laten optreden. ‘Nooit meer iets van gehoord. Je stuit dan toch op terughoudendheid.’ Volgens Zimmerman moet de Nederlandse cultuur haar eigen diversiteit veel nadrukkelijker laten zien. Dat geldt ook voor het recreatieaanbod. ‘Zorg ervoor dat bezoekers eigen spullen mee mogen nemen. Nu is het: ik serveer je mijn catering. Ik bepaal hoe jij hier gelukkig mag zijn.’

Zimmerman zou na deze eerste kennismaking graag een busreis voor zijn buurt organiseren naar de Strabrechtse Heide. ‘Langs elkaar heen recreëren is gewoon heel erg. Als je koloniale structuren wilt doorbreken, moet je elkaar ontmoeten.’

‘Alleen maar jonge blonde meiden en jongens in de bediening’

Sahar Noor boekt regelmatig een vakantiehuisje op het platteland. Hoe vaker ze het deed, hoe meer het haar opviel ‘hoe wit de omgeving is’. Als zelfstandig onderzoeker geldt ze als expert op het gebied van inclusiviteit en diversiteit. Dat ze op vakantie in de Nederlandse buitengebieden het gebrek aan inclusie en diversiteit moet missen, verbijstert haar en, zo legt ze net voor vakantie in juli aan de telefoon uit, zorgt voor ongemak. ‘Dit is helemaal niet ingericht op mensen zoals ik.’

Menukaart

Om met een niet-westerse achtergrond te gaan recreëren buiten de grote steden, loop je allereerst tegen een aantal praktische zaken aan. Als ervaringsdeskundige vertelt Noor over een all-inclusiveconcept van een Nederlandse hotelketen dat ze in Oost-Nederland drie keer bezocht. ‘De kinderen vonden het geweldig met zo’n zwembad.’ Maar dan de menukaart. ‘Geen halal, geen vegetarische alternatieven zoals een niet-vleesbittergarnituur of alcoholvrij bier of mocktails.’ De keuze van muziek in de horeca op het platteland staat diversiteit volgens Noor goed in de weg. ‘Draai eens wat meer muziek die ik ook op FunX hoor in plaats van alleen maar André Hazes of Snollebollekes.’

Volgens Noor is het geen toeval dat je zo weinig Nederlanders met een migratieachtergrond ziet. Ondernemers hebben daar simpelweg weinig oog voor. ‘Ze hebben voldoende trouwe en loyale klanten.’ Daardoor blijft het aanbod ook weinig afgestemd op mensen met een migratieachtergrond, wat dat patroon volgens haar alleen maar versterkt. ‘Als de sauna zonder badkleding is, dan gaan daar veel mensen niet komen. In veel culturen is dat echt een no-go.’ Noor spreekt regelmatig mensen die best willen, maar zich ‘totaal niet senang voelen’ om een tripje naar het Nederlandse platteland te ondernemen. Doe je dat wel, dan neem je voorzorgsmaatregelen. ‘Neem je eigen eten mee. Dat is dan wel weer heel Hollands,’ lacht ze.

Om de dominantie van de witte Nederlanders in de buitengebieden te doorbreken, zijn volgens haar de ondernemers en de overheden aan zet. ‘Het is de uitdaging voor de meerderheid om in contact te komen met de minderheid en zich daarin te verdiepen.’ Als ze een folder pakt voor een attractie in het buitengebied, ziet ze daarin vooral blonde mensen figureren. ‘Je ziet nooit een vrouw met hoofddoek.’ Vreemd vindt ze dat, want je negeert zo bijvoorbeeld Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond die ook gewoon onderdeel van de midden- en hogere klassen zijn. ‘Diversiteit moet je als ondernemer dwingen om anders naar je service en je producten te kijken.’

Dame met Indische achtergrond

Laatst bezochten Noor en haar man een groot strandcafé bij Lisse. ‘Alleen maar jonge blonde meiden en jongens in de bediening.’ En onder de gasten zagen ze ook niemand van kleur. Onwillekeurig vragen ze zich af wat de anderen van hen denken. ‘Het doet iets met je zelfbeeld. Je voelt dat je anders bent en daardoor meer ruimte inneemt.’

Onderzoeker Sahar Noor

Noor bezocht een tijd geleden ook een strandhotel op het Zeeuwse Schouwen-Duiveland. Het beeld van nauwelijks mensen van kleur was niet anders dan in de vakantiehuisjes in Noordoost-Nederland. Ze herinnert zich dat in het Zeeuwse hotel achter de balie een dame met een Indische achtergrond stond. Noors dochtertje van toen amper drie jaar oud was het zwarte haar en de bruine huid van de baliemedewerkster ook opgevallen. ‘Hé, mama, die mevrouw lijkt op jou.’ Ze herinnert zich de glimlach van haar dochter. ‘Die herkenbaarheid deed ook wat met haar.’

‘Inclusief taalgebruik en beeldmateriaal worden erg onderschat’

Ze vindt dan ook dat diversiteit onder personeel meer aandacht verdient. Enthousiast vertelt ze over restaurant A Beautiful Mess in Arnhem. De helft van het personeel woont in een azc. ‘Zo’n concept kun je ook uitrollen naar landelijke gebieden, daar zijn ook azc’s.’ En maak het, adviseert Noor, onderdeel van je marketing. ‘Inclusief taalgebruik en beeldmateriaal worden erg onderschat.’

Noor is weinig optimistisch over het realiseren van meer diversiteit in de buitengebieden van Nederland. De massaliteit waarmee de Nederlanders zonder migratieachtergrond recreëren is daar de oorzaak van. ‘Een hotel dat altijd volgeboekt is met trouwe, terugkerende klanten: waarom zou het zich moeten aanpassen aan een nieuwe doelgroep!’ Dus stelt Noor met overtuiging: ga als samenleving met urgentie het gesprek aan om meer draagvlak voor inclusiviteit in landelijk Nederland te realiseren.

Kan er bij ondernemers een angst zijn dat, wanneer ze zich meer richten op klanten met een moslimachtergrond, hun oude loyale klanten afhaken? ‘Ja, maar vraag je dan ook af: wil je die klanten dan nog wel? Als de basis van iets niet willen doen uitsluiting van een ander is, moet je je toch afvragen of je überhaupt een moreel kompas hebt.’

Voor dit verhaal zijn ook verschillende marketingcampagnes van provincies bekeken. Duidelijk is dat culturele diversiteit in campagnes die namen hebben als Gelderse Streken/VisitVeluwe en Je strandt het mooist in Zeeland geen zichtbare rol speelt. Deze toeristische campagnes draaien om rust, gezinnen en natuur. De afgebeelde bezoekers zijn overwegend wit.

Huiverig

Nick Bombaij, universitair docent marketing aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt hoe merken zich presenteren, onder meer op het gebied van diversiteit en inclusie. Uit onderzoek dat hij samen met Sadaf Mokarram-Dorri uitvoerde onder Amerikaanse consumenten blijkt dat een grotere representatie van minderheden op sociale media juist leidt tot meer betrokkenheid, zonder dat bestaande doelgroepen afhaken.

Volgens Bombaij zijn veel organisaties huiverig om hun campagnes diverser te maken uit angst bestaande doelgroepen van zich te vervreemden. Zijn onderzoek laat juist zien dat die vrees meestal ongegrond is. ‘Zeker als je een mix van identiteiten gebruikt, herkent iedereen wel iets waarin hij of zij zich aangesproken voelt. Dan is er geen weerstand.’

Universitair docent Nick Bombaij

Bombaij heeft geen onderzoek gedaan naar de Nederlandse markt, laat staan naar de marketing met betrekking tot het trekken van bezoekers naar de buitengebieden. Volgens Bombaij is er weinig reden om aan te nemen dat provincies bewust een weinig divers beeld neerzetten. Veel waarschijnlijker is het volgens hem dat campagnes vooral het bestaande publiek weerspiegelen. ‘Het is meer een soort van vicieuze cirkel die eigenlijk gewoon een beetje doorbroken moet worden.’

Zeeuwse marketeers

De makers van de campagne Je strandt het mooist in Zeeland laten weten dat inclusiviteit en culturele diversiteit bij de ontwikkeling van hun campagnes nadrukkelijk aandachtspunten zijn. Zij erkennen dat in de huidige campagne geen mensen van kleur te zien zijn en zeggen dat zij bij de verdere ontwikkeling kritisch blijven kijken naar representatie in hun beeldkeuzes. Zij wijzen er bovendien op dat in een eerdere Zeeland-campagne wel diverse rolmodellen waren opgenomen.

Zimmerman heeft nog een tip voor de Zeeuwse marketeers. Hij denkt dat het Zeeuwse slavernijverleden juist kansen biedt om een breder publiek aan te spreken. ‘Laat ook dat verhaal zien. Dan herkennen meer mensen zich erin en voelen ze zich eerder uitgenodigd om er een dag naar Zeeland te gaan.’

17 helden van de Indonesische onafhankelijkheid

0

Vandaag, 17 augustus, is Indonesië 81 jaar. Deze zeventien figuren – dertien Indonesiërs, vier Nederlanders – tonen samen de veelstemmige geschiedenis van verzet, samenwerking en morele ambiguïteit rond de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

De overgave van Diponegoro. Beeld: Nicolaas Pieneman Wikipedia / Wikimedia Commons

1. Prins Diponegoro (1785–1855)

Diponegoro was de charismatische leider van de Java‑oorlog (1825–1830), de grootste antikoloniale opstand van de negentiende eeuw. Zijn conflict met het koloniale bestuur groeide uit tot een massale strijd die Java ontwrichtte. Diponegoro wist zowel de islamitische leiders als de adel achter zich te krijgen en werd door zijn volgelingen gezien als Ratu Adil, de rechtvaardige vorst uit de Javaanse profetieën.

Uiteindelijk werd Diponegoro in 1830 tijdens onderhandelingen met de Nederlanders gearresteerd. Hij werd verbannen naar Makassar, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Diponegoro werd in de twintigste eeuw een symbool van Indonesisch nationalisme. Hij was een opstandige prins die zich verzette tegen buitenlandse overheersing, maar ook een charismatische religieus leider.

De Java-oorlog kostte naar schatting 200.000 Javanen het leven en bracht het Nederlandse koloniale bestuur diep in de schulden. Dit zorgde mede voor de instelling van het beruchte Cultuurstelsel (1830-1870) op Java, dat Javaanse boeren dwong om voor de Nederlanders te werken.

Indonesische postzegel uit 2017 met Thomas Matulessy. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

2. Pattimura / Thomas Matulessy (1783–1817)

Pattimura, geboren als Thomas Matulessy, leidde in 1817 een grote opstand op de Molukken tegen het Nederlandse koloniale gezag. De Molukken waren eeuwenlang strategisch belangrijk vanwege de kruidnagelhandel, en de lokale bevolking had zwaar te lijden onder dwangarbeid, monopoliepolitiek en economische uitbuiting. Pattimura was een voormalig soldaat in Britse dienst. Hij wist na de terugkeer van de Nederlanders een brede coalitie van dorpshoofden en strijders te verzamelen. De rebellie begon met de verovering van Fort Duurstede op Saparua, waarbij de Nederlandse resident werd gedood.

Hoewel de opstand aanvankelijk succesvol was sloegen de Nederlanders hard terug. Pattimura werd gevangengenomen en in november 1817 geëxecuteerd. Zijn dood maakte hem tot martelaar. In de Indonesische nationale historiografie geldt hij als een van de eerste moderne vrijheidsstrijders. Hij streed niet voor een dynastie maar tegen koloniale onderdrukking. Zijn naam leeft voort in talloze straten, scholen en monumenten.

Teuku Umar in ca. 1890
Teuku Umar in ca. 1890. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

3. Teuku Umar (1854–1899)

Teuku Umar was een van de meest gevreesde leiders van de Atjeh‑oorlog (1873–1914), een van de langste en bloedigste koloniale conflicten uit de Nederlandse geschiedenis. Umar stond bekend om zijn strategische sluwheid. Hij werkte een tijdlang samen met de Nederlanders en nam hun wapens en andere hulp in ontvangst. Maar vervolgens liep hij over naar de kant van de rebellen. Umars guerrillatactieken maakten hem bijzonder effectief.

De Atjehse opstandelingenleider vocht niet voor Indonesië, wat dat concept kende hij nog niet. Hij streed voor de Atjehse politieke en religieuze orde, waarin de adel en islamitische geestelijken een centrale rol speelden. In 1899 sneuvelde hij, toen de Nederlanders hem in een hinderlaag lokten. Toch wordt hij nog steeds gezien als meesterstrateeg. In de Indonesische herinnering staat Umar symbool voor slimheid, onvoorspelbaarheid en compromisloos verzet. Zijn weduwe Cut Nyak Dien zette zijn strijd voort.

Cut Nyak Dhien in 1907. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

4. Cut Nyak Dien (1848–1908)

Cut Nyak Dien is de beroemdste vrouwelijke vrijheidsstrijder van Indonesië. Na de dood van haar eerste man in de Atjeh‑oorlog hertrouwde ze met Teuku Umar, met wie ze actief deelnam aan de guerrillastrijd. Toen Umar in 1899 sneuvelde nam zij zelf het bevel over zijn troepen over.

Dien stond bekend om haar onverzettelijkheid, religieuze overtuiging en charisma. Ze leidde jarenlang een mobiele guerrilla-eenheid in de bergen van Atjeh, ondanks toenemende ontberingen en haar verslechterende gezondheid. Uiteindelijk werd ze verraden door een eigen strijder, die haar lijden niet langer kon aanzien. De Nederlanders deporteerden haar naar Sumedang op West‑Java, waar ze in 1908 overleed. In de Indonesische nationale geschiedenis is zij een symbool van vrouwelijke moed, religieuze vastberadenheid en de langdurige Atjehse weerstand tegen koloniale overheersing.

Portret van Raden Ajeng Kartini. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

5. Raden Adjeng Kartini (1879–1904)

Ze geldt als de beroemdste voorvechtster van vrouwenemancipatie in Nederlands-Indië. Als dochter van een Javaanse regent groeide Raden Adjeng Kartini op binnen de aristocratische Javaanse elite. Ze verzette zich echter tegen de beperkingen die vrouwen werden opgelegd. Via correspondentie met Nederlandse vrienden ontwikkelde Kartini een kritische visie op kolonialisme, onderwijs en de positie van vrouwen. Vooral het gebrek aan scholing voor Javaanse meisjes zag zij als een groot probleem.

Kartini bewonderde elementen van de Europese Verlichting, maar bleef tegelijkertijd geworteld in de Javaanse cultuur. Haar beroemde brieven, later gepubliceerd onder de titel Door Duisternis tot Licht, maakten haar postuum tot een symbool van vooruitgang en intellectuele vrijheid. Hoewel zij geen revolutionair of nationalist in moderne zin was inspireerden haar ideeën latere Indonesische generaties in hun strijd voor emancipatie en onderwijs. Hari Kartini (21 april) is in Indonesië een nationale dag ter ere van vrouwenemancipatie.

Ernest Douwes Dekker. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

6. Ernest Douwes Dekker (1879-1950)

Ernest Douwes Dekker, een neefje van Eduard Douwes Dekker aka Multatuli, was een van de eerste expliciet antikoloniale denkers van Nederlands‑Indië. Als Indo‑Europeaan bevond hij zich tussen twee werelden, wat zijn politieke bewustzijn sterk vormde.

In 1912 richtte hij samen met Tjipto Mangoenkoesoemo en Soewardi Soerjaningrat de Indische Partij op, de eerste politieke beweging in Nederlands-Indië die openlijk streefde naar zelfbestuur en uiteindelijk onafhankelijkheid. De partij werd snel verboden en Douwes Dekker werd verbannen. Zijn ideeën bleven echter circuleren.

Ernest keerde uiteindelijk weer terug naar Indonesië. Hoewel hij geen hoofdrol speelde in de revolutie van 1945 geldt hij als een van de intellectuele grondleggers van het Indonesisch nationalisme. Soekarno was zwaar schatplichtig aan hem. Later gaf Soekarno korte tijd les aan Douwes Dekkers Ksatrian-school in Bandung.

Hadji Oemar Said Tjokroaminoto. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

7. Hadji Oemar Said Tjokroaminoto (1882–1934)

Tjokroaminoto was de leider van Sarekat Islam, de eerste massale antikoloniale beweging in Nederlands‑Indië. Onder zijn leiding groeide de organisatie uit tot een politieke kracht met honderdduizenden leden, variërend van handelaren tot arbeiders.

Tjokroaminoto was een begenadigd spreker en een pragmatisch organisator die religie, sociale rechtvaardigheid en nationalisme wist te verbinden. Zijn huis in Surabaya werd een broedplaats van toekomstige leiders. Soekarno en de marxistische leider Tan Malaka woonden er als jonge mannen.

Hoewel Sarekat Islam later versplinterde door ideologische conflicten tussen islamisten, socialisten en nationalisten blijft Tjokroaminoto een sleutelfiguur. Hij legde de basis voor massapolitiek in Indonesië en introduceerde een nieuwe generatie aan het idee dat onafhankelijkheid niet slechts een droom was, maar realiseerbaar.

Soekarno leest de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring voor. Beeld: Wikipedia / Wikimedia Commons

8. Soekarno (1901–1970)

De eerste president de republiek Indonesië dankte zijn naam aan aan het wajangspel, het schaduwspel waarmee mythische verhalen werden opgevoerd. Zijn naam wijst naar Karno, een van de helden uit het wajangspel. Soekarno was daarnaast architect, liefhebber van modieuze pakken, snelle auto’s en mooie vrouwen. Volgens journalist David Van Reybrouck heeft hij als president ook nader kennis gemaakt met Marilyn Monroe, de legendarische actrice.

Als student in Bandung ontwikkelde Soekarno zijn ideologie van nationalisme, islam en marxisme als drie pijlers van een verenigd front tegen kolonialisme. Hij richtte de nationalistische partij PNI op, werd meerdere keren gearresteerd, gevangengezet en verbannen.

Tijdens de Japanse bezetting van 1942-1945 koos Soekarno voor de pragmatische weg. Hij werkte samen met de Japanners, maar gebruikte die ruimte ook om de basis te leggen voor een toekomstige onafhankelijke Republiek Indonesië. In deze tijd ontwikkelde hij ook de Indonesische staatsideologie van de Pancasila, Sanskriet voor Vijf Zuilen. Hoewel de islam een belangrijke rol speelt in het huidige Indonesië is het eilandenrijk dankzij Soekarno geen islamitische republiek geworden, zoals Pakistan. Op 17 augustus 1945 proclameerde hij samen met Mohammed Hatta de Indonesische onafhankelijkheid.

Hatta (4e van links) tijdens de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Beeld: Joop van Bilsen voor Anefo. Wikipedia / Wikimedia Commons

9. Mohammad Hatta (1902–1980)

Hatta was de intellectuele tegenhanger van Soekarno en mede‑proclamator van de Indonesische onafhankelijkheid. Hij studeerde economie aan de Hogeschool van Rotterdam (tegenwoordig de Erasmus Universiteit) en sloot zich aan bij de Indonesische studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia.

Hatta pleitte voor een moderne, democratische en internationaal georiënteerde Indonesische staat. Zijn rustige, analytische stijl maakte hem een effectieve diplomaat. In 1949 was Hatta in Nederland om de soevereiniteitsoverdracht te accepteren. Soekarno was hier niet welkom vanwege zijn rol tijdens de Japanse bezetting. Als eerste vicepresident hielp Hatta de jonge republiek institutioneel vorm te geven.

Zijn breuk met Soekarno in 1956 symboliseerde de spanningen tussen charismatisch leiderschap en constitutionele politiek. Hatta wordt herinnerd als een principiële, integere nationalist, die – samen met Sutan Sjahrir – de morele en bestuurlijke ruggengraat van de onafhankelijkheidsbeweging vormde.

Sutan Sjahrir in 1947 in Malang. Beeld: Indonesian Press Photo Service. Wikipedia / Wikimedia Commons

10. Sutan Sjahrir (1909–1966)

Sjahrir was een van de meest briljante intellectuelen van de Indonesische vrijheidsstrijd. Als jonge socialist weigerde hij tijdens de Japanse bezetting elke vorm van samenwerking, wat hem morele geloofwaardigheid gaf in 1945. Hij werd de eerste premier van Indonesië en probeerde de revolutie te sturen richting diplomatie, internationale erkenning en gematigd socialisme.

In zijn pamflet Onze Strijd keerde Sjahrir zich tegen het revolutionaire geweld tegen Nederlanders, Indo’s en Chinezen, de zogenoemde Bersiap. Hiermee maakte hij zich niet geliefd onder radicalen. Voor de Nederlanders was Sjahrir, juist omdat hij zich tegen de Japanners had verzet, echter een acceptabele onderhandelingspartner. Hij was het die in Linggajati een akkoord met de Nederlanders sloot, waardoor de Republiek Indonesië de facto werd erkend.

Nederland besloot dit akkoord echter anders uit te leggen en in 1947 Indonesië aan te vallen, de eerste ‘Politionele Actie’. Hierdoor raakte Sjahrir politiek gemarginaliseerd. Als diplomaat wist Sjahrir daarna echter veel goodwill voor Indonesië te kweken bij de internationale gemeenschap, wat bijdroeg aan de sterke internationale druk op Nederland om de soevereiniteit over te dragen.

File:Sudirman.jpg
Sudirman. Beeld: Indonesia Press Photo Service / Indonesische Ministerie van Defensie. Wikipedia / Wikimedia Commons

11. Generaal Sudirman (1916–1950)

Sudirman was de militaire held van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Als voormalig leraar zonder klassieke militaire opleiding, hij had alleen een PETA-training bij de Japanners gevolgd, werd hij in 1945 gekozen tot opperbevelhebber van de TNI, het Indonesische leger. Zijn leiderschap tijdens de Nederlandse politionele acties was in zekere zin legendarisch. Ondanks tuberculose leidde hij vanuit zijn draagstoel een maandenlange guerrillatocht door Midden‑Java, om de republikeinse strijdkrachten bijeen te houden.

Sudirman geloofde dat de Republiek alleen kon overleven door vastberadenheid en morele discipline. Zijn strategie van mobiele guerrilla‑oorlogvoering maakte het voor Nederland onmogelijk om de republiek definitief te verslaan. Hij overleed in 1950, kort na de soevereiniteitsoverdracht, uitgeput door de oorlog.

File:AH Nasution as the Deputy Commander of the Indonesian Armed Forces.jpg
Nasution als de onderaanvoerder van de Indonesische strijdkrachten in 1946. Beeld: Military Collection of Indonesia. Wikipedia / Wikimedia Commons

12. Abdul Harris Nasution (1918–2000)

Maar dat de Nederlanders de oorlog militair gezien niet konden winnen was vooral te danken aan het genie van Abdul Haris Nasution, the man with a plan. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog ontwikkelde deze voormalige KNIL-militair mede op basis van de negentiende-eeuwse Duitse strateeg Carl von Clausewitz het concept van een totale volksoorlog. Een normale oorlog zou Indonesië nooit winnen van Nederland, een guerrillaoorlog wel.

Zijn ideeën bepaalden de militaire strategie van de TNI en beïnvloedden later ook andere Aziatische bevrijdingsbewegingen. Na 1949 bleef Nasution een invloedrijke figuur als minister van Defensie en stafchef. Hij overleefde de aanslag tijdens de mislukte communistische coup van 30 september 1965, waarbij zijn dochter omkwam. In de daaropvolgende machtsstrijd steunde hij generaal Soeharto, maar werd later op een zijspoor gezet.

De erfenis van Nasution is niettemin omstreden. Hij wad de eerste die ervoor pleitte dat het leger een belangrijke rol moest spelen in de binnenlandse politiek van Indonesië. Soeharto geloofde dat ook en de huidige president Prabowo Subianto.

File:Tan-malaka-Hong-Kong-Mugshot.jpg
Mugshot van Tan Malaka door de politie van Hong Kong, 1932. Beeld: Onbekend, Wikipedia / Wikimedia Commons

13. Tan Malaka (1897–1949)

Tan Malaka was de meest radicale en visionaire denker van de Indonesische vrijheidsstrijd. Aanvankelijk was hij zeer beïnvloed door de Nederlandse revolutionair Henk Sneevliet, maar hij koos al snel zijn eigen weg. Als marxist, leraar en revolutionair opereerde hij decennialang in ballingschap, van Moskou tot Shanghai en Manila. Zijn boek Naar de Republiek Indonesia (1925) was een van de eerste teksten die een onafhankelijke Indonesische staat theoretisch doordacht.

Tan Malaka stond vaak buiten de officiële beweging. Hij botste met de communisten, met Soekarno én met Sjahrir. Toch speelde hij een cruciale rol in de revolutie van 1945–1949, onder meer door het organiseren van arbeiders en jongeren. Zijn radicale visie op volkssoevereiniteit en sociale rechtvaardigheid maakte hem populair onder militante groepen. In 1949 werd hij door republikeinse troepen geëxecuteerd, nadat de marxistische Maidun-opstand was mislukt. Pas decennia later werd hij gerehabiliteerd. Tan Malaka geldt nu als een van de meest originele en tragische figuren van de Indonesische revolutie.

14. Jan ‘Poncke’ Princen

De bekendste Nederlandse overloper tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was Jan’Ponkce’ Princen. Hij had in het Nederlandse verzet gezeten tijdens de Duitse bezetting, maar weigerde daarna mee te werken aan koloniale oorlogvoering in Indonesië. In 1948 liep hij over naar de Republiek Indonesië en vocht vervolgens aan Indonesische zijde. Voor veel Nederlanders gold hij lange tijd als verrader. Het Nederlandse leger probeerde hem en zijn groep te pakken te krijgen. Dit lukte bijna. Poncke Princen overleefde de Nederlandse aanval, maar zijn Indonesische vrouw kwam om.

Poncke Princen bekeerde zich tot de islam en bleef zich als pro deo-advocaat inzetten voor de armen en verdrukten in zijn nieuwe vaderland. Dit laatste maakte hem niet populair bij de Indonesische autoriteiten en tot tweemaal toe werd hij in de jaren vijftig door Soekarno gevangen gezet. In 1994 wilde Princen zijn oude vaderland weer bezoeken. Minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo (D66) had hier geen principiële bezwaren tegen, maar boze veteranen maakten stampij en Princen kwam daarom ons land niet in.

Journalist Niels Mathijssen van De Groene Amsterdammer schrijft nu een biografie over Poncke Princen.

Piet van Staveren - Wikipedia
Piet van Staveren. Beeld: De Waarheid. Wikipedia / Wikimedia Commons

15. Piet van Staveren

Deze communistische dienstplichtige deserteerde uit het Nederlandse leger en sloot zich in 1947, vlak voor de eerste zogenoemde politionele actie, aan bij de Republiek Indonesië. Van Staveren maakte propaganda-uitzendingen voor de Indonesische zaak en riep Nederlandse soldaten op hun wapens neer te leggen. Hij maakte eind 1948 als communist de opstand van Maidun mee tegen de Indonesische nationalisten, maar overleefde dit avontuur ternauwernood.

In 1949 werd hij door de Indonesiërs uitgeleverd aan Nederland en kreeg zeven jaar gevangenisstraf opgelegd. Tientallen andere Indonesiëweigeraars werden tot flinke straffen veroordeeld, zoals bijvoorbeeld Jan Maassen (1929-2014) die tot 1952 in de gevangenis moest zitten. Maar iedereen kwam eerder vrij dan Van Staveren, die immers was gedeserteerd in Indonesië zelf.

Joris Ivens (links) en de Amerikaanse journalist Ernest Hemingway bij commandant Ludwig Renn van de Internationale Brigade in 1936 in Spanje. Beeld: Onbekend. Wikipedia / Wikimedia Commons

16. Joris Ivens (1898–1989)

De linkse filmregisseur Joris Ivens was een overtuigd internationaal anti-fascist en anti-imperialist. In 1937 maakte hij de documentairefilm The Spanish Earth, waarin hij op geëngageerde wijze de strijd van de linkse Spaanse Republiek tegen de fascistische generaal Franco verhaalde.

Ivens raakte vlak na de Tweede Wereldoorlog nauw betrokken bij de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Hij maakte in 1946 de documentaire Indonesia Calling, waarin hij de havenarbeiders in Australië portretteerde die weigerden Nederlandse schepen richting Indonesië te laten vertrekken. Daarmee positioneerde hij zich expliciet tegen het Nederlandse koloniale beleid. De Nederlandse regering nam Ivens deze film erg kwalijk en de regisseur mocht voor lange tijd ons land niet meer in.

Tas (1946)
Sal Tas in 1946. Beeld: IISG. Wikipedia / Wikimedia Commons

17. Sal Tas (1905–1976)

De socialistische journalist Sal Tas raakte bevriend met Sutan Sjahrir, toen de Indonesische revolutionair in Nederland studeerde. Tas’ vrouw Maria Duchâteau vond Sjahrir echter ook heel leuk en reisde hem achterna terug naar Indonesië, om met hem te trouwen. Ze was echter nog niet gescheiden van Tas, waarop het huwelijk werd ontbonden. Maar ondanks deze pijnlijke situatie bleef Tas vrienden met Sjahrir en zijn politieke zaak steunen.

Als journalist verzette Tas zich publiekelijk tegen de Nederlandse militaire acties. Hij vertegenwoordigt de kleine maar intellectueel invloedrijke stroming in Nederland die de Indonesische onafhankelijkheid moreel ondersteunde, vaak tegen de publieke opinie in. Zijn rol is minder spectaculair dan die van overlopers Poncke Princen of Piet van Staveren, maar wel belangrijk in het ideologische debat in Nederland zelf.

Afvallen maakt mensen vrolijker

0

De patiënt vertelde dat hij injecties gebruikte om af te vallen. Al tikkend op de computer vroeg ik welke injecties hij gebruikte. Hij noemde een naam. Verbaasd draaide ik mijn hoofd van het scherm naar de patiënt en vroeg hoe hij aan die injecties kwam. Hij zei dat hij ze via internet bestelde. Ik zei dat dat gevaarlijk kon zijn. Dat het geen regulier geneesmiddel was. Dat de bereiding onbekend was. Injecties in je lijf spuiten die niet via de reguliere apotheken worden verstrekt, is spelen met vuur.

Overgewicht drukt als een zware last op de samenleving. Nu zijn daar ineens medicijnen tegen. Met wekelijkse injecties verminder je je overtollige kilo’s. Wanneer mensen vijf kilo afvallen, worden ze al blij. Dan willen ze nog meer afvallen. Zo heb ik in de afgelopen drie jaar in het sombere vak van omgaan met pijn en lijden, dat het dokterschap feitelijk is, eindelijk middelen kunnen voorschrijven waar mensen echt van opveerden. Hoe leuk is een gesprek met iemand die bezig is de eigen gezondheid te verbeteren en daarbij ook een klein zetje van de dokter wil.

Met wekelijkse injecties verminder je je overtollige kilo’s

Nu worden de bewuste afvalinjecties door de verzekeraars niet vergoed. De patiënt moet ze zelf betalen. Ook mensen in sociaaleconomisch moeilijkere omstandigheden, zoals in de wijken die wij bedienen, zijn bereid te betalen en offers te brengen voor het heilige doel.

De ene na de andere studie wordt losgelaten op de afvalinjecties. Het is goed tegen hart- en vaatziekten. Het is goed tegen pijn. Het werkt goed tegen somberheid. Van afvallen worden mensen vrolijker.

In Amerika zou obesitas in de afgelopen jaren met drie procent afgenomen zijn. Dat zal meer dan een miljard kilo zijn.

Zo hebben de bollebozen van ons vak middelen ontwikkeld die we met een gerust hart aan onze patiënten kunnen voorschrijven. Natuurlijk is er, zoals bij alles, ook hier een addertje onder het gras. Mensen die eerder een ziekte van de pancreas hebben gehad, kunnen het beter niet gaan gebruiken. En dan als laatste, maar wel als belangrijkste: starten is leuk. Maar stoppen is minder leuk.

Welke vijf stukken over Syrië moet je echt lezen?

0

De Kanttekening publiceerde de afgelopen tijd een reeks indringende, goed gedocumenteerde verhalen over Syrië en Syriërs in Nederland. Deze vijf artikelen vormen samen een veelzijdig beeld: van beleid en jeugdproblematiek tot wederopbouw en de psychologische tol van wachten.

Nieuwe asielwetten treffen ook lopende Syrische zaken
Een diepgravend stuk over het ontbreken van overgangsrecht bij de nieuwe asielwetten. Advocaten en hulporganisaties waarschuwen dat duizenden Syriërs die al jaren wachten ineens met strengere regels worden geconfronteerd. Dit heeft grote gevolgen voor gezinshereniging, verblijfszekerheid en inburgering.

Waarom Syrische jongeren steeds vaker ontsporen
Een analyse van een groeiende groep rondreizende Syrische jongeren die tussen wal en schip belandt. Dit stuk laat zien hoe trauma, uitzichtloosheid en gebrekkige opvang kunnen leiden tot overlast én kwetsbaarheid voor criminele netwerken.

Wederopbouw tussen het puin in Daraya Een exclusieve reportage uit Daraya, waar inwoners ondanks verwoesting en armoede hun stad stukje bij beetje proberen op te bouwen. Dit artikel biedt een zeldzame blik op de veerkracht van Syrische burgers, lokale initiatieven en de enorme uitdagingen van hun leven na de burgeroorlog.

Wachten als trauma voor Syrische asielzoekers
Een menselijk portret van Syriërs op een Rotterdamse opvangboot. Het artikel toont hoe jarenlange onzekerheid, bevroren dossiers en onduidelijk beleid leiden tot angst, depressie en verlies van toekomstperspectief.

Syrische rolmodellen op het Arab Film Festival
Dit stuk biedt een hoopvoller perspectief. Syrische makers en acteurs laten tijdens het Arabisch filmfestival in Rotterdam zien dat het niet altijd over problemen hoeft te gaan. De Syrische gemeenschap kent heel veel succesverhalen, vertellen ze.

Van Porte Bagage tot Troy: deze films horen op je zomerlijstje

0

De zomer is de perfecte tijd om je onder te dompelen in meeslepende verhalen en spannende avonturen op het grote scherm. Of je nu houdt van epische historische drama’s, of inspirerende verhalen over hedendaagse helden, er is voor ieder wat wils. In dit artikel delen we enkele films die je deze zomer kunt kijken op de verschillende streaming platforms. 

Porte Bagage (2025)

Een dementerende Marokkaanse vader besluit de laatste dagen van zijn leven door te brengen in Al Hoceima, de plaats waar hij vandaan komt. Zijn drie volwassen kinderen vergezellen hem in het kleine busje waarmee ze vroeger ook altijd naar Marokko op vakantie gingen. Onderweg komen de onderlinge spanningen aan het licht.

Het is een verhaal dat veel kinderen van migranten zullen herkennen, maar dat ook universele zeggenskracht heeft. Ouders willen op latere leeftijd niet afhankelijk zijn van hun kinderen en zelf de regie houden, terwijl die kinderen ook hun eigen dromen willen verwezenlijken.

Porte Bagage is teder, confronterend en prachtig gefilmd. Het is de eerste speelfilm van broer Abdelkarim en zus Asma El-Fassi, die er zeven jaar aan hebben gewerkt.


Lefter, The Story of the Ordinarius – Netflix (2025)

Lefter, The Story of the Ordinarius. Beeld: Netflix

Fenerbahçe mag dan sinds 2014 niet meer kampioen zijn geworden van Turkije, de historie van de topclub uit Istanbul kent vele hoogtepunten. Eén daarvan – dat zich weliswaar afspeelt tegen de achtergrond van een van de donkerste periodes uit de Turkse geschiedenis – is het verhaal van de Turks-Griekse voetballer Lefter Küçükandonyadis (1924–2012), dat door Netflix helaas wat vluchtig is verfilmd.

Toch is de film over de zoon van een autoritaire Griekse visser in Istanbul, die opgroeit in bittere armoede, zeker de moeite waard. We zien hoe hij uitgroeit tot een van de grootste voetballers uit de geschiedenis van Fenerbahçe. Bovendien komt hij als international uit voor Turkije, waardoor hij niet alleen door Turkse nationalisten wordt beschimpt, maar ook door Griekse nationalisten, bijvoorbeeld tijdens een vriendschappelijke interland tegen Griekenland.

Tijdens de pogrom op niet-islamitische minderheden in 1955 werd ook het huis van de Griekse Fenerbahçe-speler bedreigd. De film over een van de grootste doelpuntenmakers uit de clubgeschiedenis is daarmee niet alleen een verhaal over voetbal, maar ook over de pijnlijke Turkse geschiedenis, waarin minderheden voortdurend op hun tellen moeten passen.


The Mauritanian – Videoland (2021)

The Mauritanian. Beeld: YouTube

Sommige films blijven je nog lang bezighouden. The Mauritanian is zo’n film. Het waargebeurde verhaal van Mohamedou Ould Slahi, die na de aanslagen van 11 september jarenlang zonder proces werd vastgehouden in Guantánamo Bay, laat zien wat er gebeurt wanneer angst de rechtsstaat overschaduwt. De film is spannend en aangrijpend, maar stelt ook fundamentele vragen over rechtvaardigheid, mensenrechten en de prijs van veiligheid.

Juist daarom is The Mauritanian een aanrader. De film laat zien hoe gemakkelijk een mens kan worden gereduceerd tot een verdachte, en hoe belangrijk het is dat principes als een eerlijk proces en menselijke waardigheid voor iedereen blijven gelden. Tegelijkertijd is het geen eendimensionaal verhaal. Ook de worstelingen van de advocaten en aanklagers krijgen ruimte, waardoor de film uitnodigt tot nadenken in plaats van snelle oordelen.

In een tijd waarin polarisatie en wantrouwen opnieuw hoog oplopen, voelt The Mauritanian verrassend actueel. Interessant detail: Slahi woont inmiddels in Nederland, spreekt Nederlands laat zich op verschillende plekken zien en horen.


Troy (2004)

Troy. Beeld: Bol.com

Heel veel mensen zien nu The Odyssey in de bioscoop. Een goed moment om ook Troy, de film die ruim twintig jaar geleden uitkwam, nog eens te bekijken. Hoewel in de Ilias, het oorspronkelijke verhaal van Homerus, veel bovennatuurlijke elementen voorkomen –goden die zich actief bemoeien met de oorlog – is de sfeer van Troy heel seculier.

Mensen geloven in de goden, maar Apollo straft Achilles niet als hij diens tempel ontheiligt. Maar het meest onder de indruk ben ik nog steeds van Brian Cox, die koning Agamemnon speelt, de leider van de Grieken. In Homerus’ verhaal is Agamemnon niet per se de bad guy, maar in de film wel: machtsbelust, verwaand, egoïstisch, raakzuchtig, jaloers en pervers.

Eigenlijk een hele goede keus om van hem de slechterik te maken, want Agamemnon offerde ook zijn dochter Iphigenia (niet in de film), zodat de Grieken konden uitvaren naar Troje. De reden ook waarom hij bij terugkeer naar Mycene werd vermoord door zijn vrouw en haar lover (niet in de Ilias). In de film Troy krijgt Agamemnon ook wat hij verdient, maar anders.

De koloniale spagaat van Bronbeek

0

De lome zomerwarmte is neergedaald op het Arnhemse landgoed Bronbeek. Twee bronzen KNIL-soldaten met het geweer in de aanslag houden de wacht voor het hoofdgebouw. Ze geven geen sjoege als ik hen passeer zonder te groeten. De honingkleurige gevel, met zijn ritmisch geplaatste rondboogvensters en rijke kroonlijst, torent boven de bamboehaag uit. Op het terras naast de ingang drinken bejaarde bewoners een kop koffie in de schaduw. Ze zijn oud, maar niet zó oud dat ze nog gediend kunnen hebben bij het KNIL.

Het hoofdgebouw is tegenwoordig een museum. Hier vertelt Nederland het verhaal van Nederlands-Indië, de koloniale periode, inclusief de Japanse bezetting en de strijd om zelfstandigheid. Koning Willem III schonk dit paleis halverwege de negentiende eeuw aan de staat om er een koloniaal militair invalidenhuis van te maken. Dat is het tot op de dag van vandaag deels nog. Daar zit meteen de contradictie van deze publieke instelling. Ze ontstond midden in de koloniale tijd als eerbetoon aan de militairen die het Nederlandse koloniale gezag dienden. Inderdaad leken we hun veel dank verschuldigd. Specerijen en andere lucratieve handelswaar bezorgden Amsterdam en de rest van het land na 1600 een ‘gouden’ eeuw. Of eigenlijk: eeuwen. Onze welvaart is gebouwd op de rijkdom van de koloniën. Dat Indonesië op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen, kwam ons slecht uit. In 1949 erkende Nederland, na jaren van bloedige oorlog en met tegenzin, de ‘merdeka’. Pas de afgelopen jaren maakten regering en koning excuses – ruim zestig jaar na dato – voor de wrede oorlog die we destijds eufemistisch ‘politionele acties’ noemden.

Wie in Bronbeek een expositie verwacht waarin ons land nederig op de knieën gaat
voor het wapengekletter, komt bedrogen uit. De kanonnen, geweren en ander wapentuig glimmen je tegemoet. De voorwerpen en beelden in het museum en de tuin getuigen van dankbaarheid voor en schatplichtigheid aan de militairen die hun leven in de waagschaal zetten om de Indiërs te onderdrukken. De geweren en pistolen waarmee het koloniale gezag werd afgedwongen, liggen in vitrines alsof het Rembrandts zijn.

Steeds is voelbaar dat we de schuldbekentenis willen verzachten tegenover de koloniale nazaten

Met de overdaad aan wapentuig vertelt het museum al te opzichtig het verhaal van
de onderdrukker. Bronbeek is daardoor onvergelijkbaar met bijvoorbeeld het Surinamemuseum in Amsterdam, dat de West-Indische cultuur centraal stelt. Het zal niet als voorbeeld dienen voor het toekomstige Slavernijmuseum dat ook in Amsterdam zal komen. Ik durf het bijna niet op te schrijven, maar de sfeervol verlichte, schemerige ruimtes in Bronbeek ademen Bandoengse nostalgie.

Museum Bronbeek draagt een dubbele boodschap uit. Dat Nederland zich schuldig maakte aan vele zaken wordt heus niet onder stoelen of banken gestoken. De Indonesische vrijheidsstrijd krijgt veel aandacht. Maar steeds is voelbaar dat we de schuldbekentenis willen verzachten tegenover de koloniale nazaten. Zo zien we in de achtertuin zomaar een ereplaquette met overleden KNIL-soldaten – ‘den vaderlandt ghetrouwe’. Het illustreert de rare spagaat waarin Bronbeek een half boetekleed aantrekt.

In het restaurant Kumpulan kun je heerlijk Indisch eten. Maar de koloniale onderdrukking laat weinig ruimte voor romantisering en esthetiek. Met het creëren van een knusse kampongsfeer en het op het museumterrein vereren van KNIL-soldaten betreedt het museum een grijs gebied. Wat in Arnhem wringt, is dat het een trots overblijfsel is en blijft van ons koloniale verleden. Doe dat maar achter gesloten hekken. Zolang Bronbeek tegelijk veteranentehuis, herdenkingsplaats en museum wil zijn, zal die koloniale spagaat blijven bestaan.

Wat ons land nodig heeft, is een museum dat het verhaal vertelt zonder veel kanonnen en pistolen. Best een gruwelijk verhaal over misdaden tegen de menselijkheid. Soldaten die we martelden, koelies die we misbruikten, talloze executies, extreme roofzucht en economische ontwrichting van een Aziatische regio. Déze bezetting duurde geen vijf jaar, maar drieënhalve eeuw. Misschien is augustus niet alleen de maand waarin we de Indonesische onafhankelijkheid herdenken, maar ook het moment om vraagtekens te zetten bij de dubbelrol die Bronbeek speelt.

Met mijn dochter in mijn armen luister ik naar Turkse muziek

0

In mijn gebrekkige Turks doe ik een beroep op de alevitische oervader van de Turkse volksmuziek, de troubadour Aşık Veysel, om dochterlief in mijn armen in slaap te sussen.

Uzun ince bir yoldayım – Ik ben op een lange, smalle weg
Gidiyorum gündüz gece  – Ik reis dag en nacht
Bilmiyorum ne hâldeyim, – Ik weet niet hoe ik eraan toe ben
Gidiyorum gündüz gece  – Ik reis dag en nacht

Tevergeefs. Ze heeft nog lang geen slaap en probeert met chirurgische precisie, één voor één, de borstharen die uit mijn hemd steken te epileren met haar kleine vingers. Het doet pijn, maar dat maakt niet uit. Zij mag me pijn doen. Ik herken de furie van haar moeder in haar priemende ogen wanneer ze, gefrustreerd (de haartjes op mijn borst zitten, anders dan die op mijn kale kop, stevig verankerd in mijn borsthuid), een greep doet naar een hele pluk borsthaar. Eveneens met weinig resultaat.

Ik probeer nu de Koerdische zanger Ahmet Kaya (die bijna uitsluitend in het Turks zong en racistisch Turkije uit werd gepest omdat hij begin jaren 2000 een nummer in het Koerdisch wilde zingen).

Günaydın anneciğim, günaydın babacığım – Goedemorgen, lieve mama, goedemorgen, lieve papa
Yine sabah oluyor – Het wordt weer ochtend
Evde sabah olmaz deme – Zeg niet dat het thuis nooit ochtend wordt
Orda günler geçmez deme – Zeg niet dat de dagen daar niet voorbijgaan
İçime sancı doğuyor... – Pijn doemt diep van binnen op

Ze komt nu in een iets andere houding wel tot rust, een eerste signaal om haar langzaam in bed te leggen en vlug de slaapkamer te verlaten. Een paar maanden geleden moest ik dit soms wel drie of vier keer herhalen voordat ze echt in slaap viel. Maar nu – we blijven uiteraard afkloppen – gaat het meestal in één keer goed. We hebben geluk met haar. Ze slaapt goed door.

Ze moet al Turks zijn voordat de wereld, en vooral ook Nederland, haar Turks maakt

Ik voed mijn dochter Turks op. Althans, dat denk ik. Ik praat zo veel mogelijk Turks met haar. Ze moet al Turks zijn voordat de wereld, en vooral ook Nederland, haar Turks maakt. Ze is uiteraard ook Nederlands, maar ze mag zelf nooit vergeten waar ze vandaan komt: uit Turks Amsterdam en Koerdisch Den Haag. Uit Ankara en Igdır. Uit de soennitische en de sjiitische islam. Uit Turkije, Koerdistan en Armenië (ja, Armenië hoort ook bij het Turks-zijn als dadergroep, zoals vele Turken op een dag mee zullen worden geconfronteerd).

Ik heb me lang verzet tegen alle vormen van opgelegde identiteit. Dat zal ik ook blijven doen. Maar kleurenblindheid hoort niet bij de wereld zoals we die kennen, en zoals die heel vaak ook is. Daarom vul ik bepaalde dingen alvast in het Turks voor haar in, op de meest inclusieve Turkse manier waartoe ik in staat ben. Uiteindelijk zal ze zich toch tegen me afzetten, zoals ik dat ook deed tegen mijn eigen vader.

Plichtmatig moet ik daarbij zeggen dat we in een ‘vrij’ land leven waarin dit allemaal mogelijk is. Maar het is een voorwaardelijke vrijheid, zoals de zwarte schrijver James Baldwin over vrijheid in Amerika schreef: ‘I was only free in battle, never free to rest.’

Schatje is alweer wakker. We luisteren naar deprimerende liefdesnummers van Müslüm Baba (Gürses).

Böyle bir aşk görülmemiş dünyada – Zo’n liefde is op deze wereld nog nooit gezien
Ne geçmişte ne de bundan sonra da – Noch in het verleden, noch in de toekomst
Arasalar bulamazlar rüyada – Al zoeken ze ernaar in hun dromen, ze zullen haar niet vinden
Göremezler, seni yazdım kalbime – Ze zullen het niet zien; ik heb je in mijn hart geschreven

Er is nog veel meer. Sezen Aksu, de nodige hiphop van Tupac Amaru Shakur en dansmuziek van Shakira. Maar ik vraag me echt af, moet ik ook André Hazes afspelen, terwijl het niet en nooit in mijn eigen systeem heeft gezeten. Ik moet dat zelf ook nog leren. Misschien als ze wat ouder is. Het is nooit te laat om te integreren, als het maar van beide kanten komt.

Nederland moet weer een idee worden

0

Niet afkomst, maar vrijheid, godsdienstvrijheid en openheid vormden de basis van ons land. Die idealen zouden weer centraal moeten staan, vindt Abdulhaq Compier.

Nederland begon als een moedig idee: vrijheid van godsdienst in weerwil van de brandstapels, verzet tegen onrechtvaardige belastingen en een onwaarschijnlijke opstand van zeven provincies in een rivierdelta tegen een wereldrijk. De ideologische oorsprong van Nederland had een internationaal karakter. De Nederlandse opstandelingen scandeerden vanaf de Beeldenstorm in 1566 tot het Leidens Ontzet in 1574 de leuze: ‘Liever Turks dan Paaps!’ als provocatieve vrijheidskreet. De geuzen drukten hiermee uit dat ze liever zouden leven onder de sultan, die vrijheid van godsdienst garandeerde, dan onder het rooms-katholieke rijk dat ketterij met geweld bestreed. De politieke steun voor de Opstand door het Ottomaanse Rijk hielp Willem van Oranje in zijn visie om Nederland een van de eerste Europese landen te maken met universele vrijheid van godsdienst, vastgelegd in de Unie van Utrecht van 1579. De moord op Willem van Oranje in 1584 maakte hem een martelaar voor dit Nederland, dat stond voor een idee.

De koloniale ontwikkeling in de hierop volgende Gouden Eeuw mag niet worden ontkend. De idealen die we op de Spaanse overheersing hadden veroverd, waren helaas nog niet zo ingebed in onze cultuur dat we andere volkeren dezelfde onderdrukking bespaarden. De kracht van de Gouden Eeuw zat in de vrijheid binnen Nederland, die de komst mogelijk maakte van vluchtelingen (onder meer uit Spanje, dat in 1609 door de katholieken etnisch werd gezuiverd van moslims en joden), die naast spannende filosofie ook nieuwe financiële mogelijkheden brachten aan de burgerij. Amsterdam groeide uit tot een mondiaal vrijdenkers- en handelsknooppunt.

In die zin was Nederland een staat, gebouwd op een idee, voordat de Verenigde Staten dat waren. Het vrije, gelijke en ondernemende karakter droeg bij aan de latere Verlichtingsidealen, die naast godsdienstvrijheid ook gelijkheid en de machtenscheiding tot politieke kernbegrippen maakten. Deze idealen werden de grondslag van de Amerikaanse Grondwet in 1787 en werden in 1848 ook verankerd in de onze. De concepten gelijkheid en machtenscheiding waren ook niet zonder invloed uit de islamitische wereld; gelijkheid was een uitgesproken islamitisch principe en de islamitische wereld kende een relatief autonoom rechtersambt en een seculiere wetgeving naast de religieuze. Verlichtingsdenkers als Locke, Montesquieu en Voltaire waren hiervan op de hoogte en spiegelden hun maatschappelijke idealen vaak aan wat zij wisten van de islamitische wereld.

Het vrije, gelijke en ondernemende karakter droeg bij aan de latere Verlichtingsidealen

Nederland als een staat gebaseerd op een idee is vandaag de dag uit zicht geraakt. Een deel van de Nederlandse bevolking lijkt deze gedachte te hebben verruild voor het verlangen naar een etnostaat: een land van ‘ons soort mensen’, waarin culturele gelijkvormigheid belangrijker wordt dan de ideeën die ooit het fundament waren van de natie. Nederland wordt in dit narratief steeds meer een pakket gewoonten, smaken en omgangsvormen dat moet worden geïmiteerd, in plaats van een idee dat wordt gedragen en een geschiedenis die nog steeds wordt geschreven.

Globalisering, migratie, woningdruk en verlies aan sociale samenhang roepen bij veel mensen een begrijpelijke behoefte aan zekerheid op. Wanneer deze onzekerheid wordt gekaapt door etnisch nationalisme, ontstaat de fictie dat afkomst veiliger is dan waarden: een filosofie van Blut und Boden. Terugkeren naar een mythische homogeniteit die historisch nooit heeft bestaan, zal ons paradoxaal genoeg leiden langs de weg van onvrijheid.

Politici die inspelen op nostalgie presenteren Nederland als een gezellig landje dat ooit af was en nu wordt binnengedrongen door duistere inbrekers. Terwijl de historische werkelijkheid eerder is dat Nederland groot werd doordat het onaf was: een open project dat mensen aantrok die wilden handelen, geloven, bouwen, denken en risico nemen.

Juist daarom moet Nederland weer als idee worden verwoord, beleefd en gevierd. Dat idee is niet leeg of vrijblijvend, maar is door een kleurrijk, historisch en internationaal proces verankerd in onze Grondwet. Omdat ook migrantengemeenschappen zich historisch en ideologisch kunnen identificeren met deze beginselen, is de Grondwet bij uitstek geschikt om eenheid te creëren in ons land. Net zoals in de Verenigde Staten ‘the Constitution’ het idee van de natie belichaamt, kan ook Nederland de Grondwet tot meer maken dan de rechtsstatelijke notitie die het nu is. Het kan de grondslag zijn van een verbindende identiteit die huidskleur, afkomst en sociale status overstijgt. Wanneer Nederland terugkeert naar zijn meest ambitieuze zelfbeeld, kunnen oude en nieuwe gemeenschappen met hart en ziel zeggen dat zij aan hetzelfde verhaal werken: aan Nederland als revolutionair idee.