Acht moslimlanden veroordeelden zondag een Israëlisch plan om de Gazastrook etnisch te zuiveren van haar Palestijnse bevolking, zo schrijft The New Arab. De Israëlische minister Israel Katz en de extreemrechtse minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir hadden dit plan afgelopen week aangekondigd.
De acht landen – Saoedi-Arabië, Egypte, Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Pakistan, Indonesië en Turkije – verklaarden dat de Israëlische plannen een door de Verenigde Staten voorgesteld vredesplan in de weg staan.
De Israëlische minister Katz zei vorige week woensdag dat Israël plannen had om Palestijnen uit Gaza te verdrijven, maar dat Israël wacht op Amerikaanse goedkeuring. Een dag later zei Ben-Gvir dat dit plan als oogmerk heeft om in het eerste jaar 250.000 Palestijnen uit Gaza te deporteren, gevolgd door de rest van de ongeveer twee miljoen inwoners van Gaza binnen zes jaar.
Gedwongen ontheemding van burgers in bezet gebied wordt beschouwd als oorlogsmisdaad in de Conventies van Genève, zo schrijft The New Arab. Ben-Gvir zei dat meerdere landen bereid zouden zijn de Palestijnen op te nemen, zonder die landen bij naam te noemen.
De ministers van Buitenlandse Zaken van de acht islamitische landen verklaarden het Israëlische plan ‘zeer sterk’ te veroordelen. Ze stelden dat het plan bedoeld was om Palestijnen te verdrijven van hun land. Zij waarschuwden voor ‘ernstige consequenties van het omzetten van oproepen tot gedwongen ontheemding in verklaard beleid of praktische maatregelen.’ De maatregelen zouden bovendien ingaan tegen ‘internationale pogingen om tot vrede te komen, zoals president Donald Trumps plan […] dat gedwongen ontheemding stellig afwijst.’
Israël houdt zich niet aan aan de afspraken van Trumps vredesplan en heeft het ‘staakt-het-vuren’ van oktober vorig jaar veelvuldig geschonden. Sinds oktober 2025 heeft Israël, volgens cijfers van het Ministerie van Volksgezondheid in Gaza, meer dan 1200 Palestijnen gedood in de Gazastrook.
De Verenigde Naties hebben gestemd voor een nieuwe wereldkaart, die de werkelijke grootte van werelddelen correct weergeeft. Dit meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera.
Aanvankelijk gebruikten de Verenigde Naties de Mercatorkaart. Op die kaart zijn Europa en Noord-Amerika groter weergegeven dan deze werelddelen in werkelijkheid zijn. De nieuwe kaart is daar een correctie op en beeldt Afrika op de juiste schaal af. De correctie op de zestiende-eeuwse kaart, voorgedragen door de Afrikaanse Unie, werd gesteund door 164 landen. De Verenigde Staten stemden als enige land tegen de wijziging, terwijl zes andere landen zich afzijdig hielden.
De Mercatorkaart werd in 1569 ontworpen door de Vlaamse cartograaf Gerardus Mercator. Oorspronkelijk was deze projectie bedoeld als navigatiehulpmiddel voor de scheepvaart, omdat rechte lijnen op de kaart overeenkomen met een constante kompasrichting. Deze weergave gaat echter ten koste ging van de correcte verhoudingen van landmassa’s nabij de polen. Zo maakt de Mercatorkaart Afrika ongeveer even groot als Groenland, terwijl het continent in werkelijkheid veertien keer groter is dan het Deense territorium.
Critici zien het langdurige gebruik van de Mercatorkaart door de Verenigde Naties als een uiting van Europese superioriteitsgevoelens.
Voetbalclubs in de Randstad hebben aparte competities voor veteranen opgezet uit ergernis over agressie tijdens veel KNVB-amateurwedstrijden. In deze competities zitten ‘niet of nauwelijks’ teams met veel spelers met een migratieachtergrond, schrijft de NOS. En dat terwijl de Randstad wel veel van dat soort teams kent.
De omroep schrijft dat clubs, zoals VFC uit Vlaardingen, alternatieve competities zijn begonnen nadat er frustratie was ontstaan over agressie en geweld tijdens de wedstrijden. Teams konden vervolgens kiezen tegen welke clubs ze wilden gaan spelen. Op die manier werden bepaalde teams ook uitgesloten van de competities.
Ook in Den Haag en het Westland zijn voetbalclubs dergelijke competities gestart. In Den Haag ondertekenden zeventien clubs een convenant ‘waarin zij beloven bij te dragen aan een positieve sportcultuur’, zo schrijft de NOS.
Dat spelers met een migratieachtergrond ver ondervertegenwoordigd zijn in de alternatieve competities, wekt de indruk dat de competities vooral ‘wit’ zijn en dat spelers met een migratieachtergrond bewust worden uitgesloten. Volgens de NOS benadrukken de organisatoren van de competities dat ‘hier geen beleid achter zit’, en worden er volgens hen uitsluitend teams geselecteerd ‘die zich hebben bewezen als sportief.’
Selectie zou nodig zijn omdat de agressie op het veld sinds corona is toegenomen, zoals ook de KNVB bevestigt. Afgelopen seizoen werden tijdens 1200 wedstrijden één of meerdere spelers maandenlang geschorst of werd het volledige elftal voorwaardelijk of definitief uit de competitie gezet.
De KNVB zegt tegen de NOS dat zij het ‘jammer’ vindt ‘als spelers zich terugtrekken in een soort eigen bubbel.’ Volgens de voetbalbond ‘verbindt het voetbal op grote schaal Nederlanders uit alle hoeken van de samenleving’, en ‘leren mensen die elkaar anders nooit zouden spreken elkaar kennen.’
Extreemrechtse activisten hebben dit weekend in Dover en Portsmouth havens en toegangswegen geblokkeerd uit protest tegen de komst van asielzoekers.
Op beelden van zaterdag zijn honderden in het zwart geklede, gemaskerde mannen te zien die de toegang tot de veerboot in Dover blokkeren. In Portsmouth richtte het protest zich zondagavond op een boot met 140 asielzoekers die kort daarvoor voor de kust was onderschept. Extreemrechtse mannen probeerden te verhinderen dat de asielzoekers verder werden vervoerd en doorbraken daarbij een politiecordon, meldt The Guardian.
De blokkades rond Portsmouth duurden tot drie uur ’s nachts. De extreemrechtse demonstranten vertrokken pas nadat de politie ingreep en met arrestaties dreigde.
‘De sfeer hier is nog steeds zeer gespannen’, zegt een getuige tegen The Guardian. ‘De bussen met asielzoekers zijn nog steeds niet vertrokken. Ongeveer 25 tot 30 procent van de demonstranten draagt een bivakmuts en velen zijn in het zwart gekleed. De voorruiten van twee politieauto’s zijn ingeslagen door demonstranten. Op een gegeven moment doorbraken ze het politiecordon.’
De Britse regering veroordeelde de ongeregeldheden. ‘We veroordelen het intimiderende tuiggedrag dat we vanavond zien’, aldus een woordvoerder. ‘Het recht op vreedzaam protest is fundamenteel voor onze democratie, maar het mag nooit overgaan in wanorde.’
Een deel van de demonstranten livestreamde de acties op sociale media. Daarbij werd volgens The Guardian ook opgeroepen tot meer geweld. De livestreams kregen duizenden likes.
De extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) heeft de verkiezingen in Saksen-Anhalt overtuigend gewonnen. Met 43,8 procent van de stemmen werd de partij veruit de grootste in de Oost-Duitse deelstaat. Volgens de Duitse journalist Erkan Pehlivan is de uitslag een afrekening met de regering in Berlijn: ‘Die bakt er niets van.’
Het is de hoogste score ooit voor deze hoogst omstreden partij, die door de Duitse veiligheidsdiensten als extreemrechts wordt geclassificeerd. De AfD verdubbelde haar resultaat ten opzichte van 2021, terwijl de christendemocratische CDU halveerde en op 17,2 procent bleef steken. Andere partijen – de sociaal-democratische SPD, Groenen, Die Linke en de links-populistische, pro-Russiche BSW van Sahra Wagenknecht – bleven allemaal onder de 10 procent.
De uitslag is vooral te verklaren door een combinatie van regionale onvrede en landelijke factoren. Saksen-Anhalt is de armste deelstaat van Duitsland, met een snel vergrijzende bevolking en een structureel tekort aan arbeidskrachten. Veel kiezers maken zich zorgen over stijgende prijzen, de betaalbaarheid van zorg en pensioenen, en het gebrek aan economisch perspectief. De impopulariteit van bondskanselier Friedrich Merz speelt daarbij een grote rol. Een ruime meerderheid van de kiezers in Saksen-Anhalt geeft aan geen vertrouwen te hebben in zijn economische koers. De CDU betaalt daar een hoge prijs voor.
Daarnaast is de AfD in Oost-Duitsland al langer sterk, mede door een blijvend positief beeld van Rusland en weerstand tegen Duitse steun aan Oekraïne. De regionale AfD-afdeling behoort tot de meest radicale van het land. Lijsttrekker Ulrich Siegmund is een aanhanger van de omvolkingstheorie, een racistische complottheorie die stelt dat zwarte mensen en moslims de witte christelijke Europeanen komen vervangen. AfD pleit daarom voor ‘remigratie’.
Niettemin heeft AfD veel kiezers ervan overtuigd dat zij beter in staat zou zijn economische problemen op te lossen, ondanks dat economen berekenden dat haar plannen een fors begrotingstekort zouden veroorzaken.
De uitslag maakt regeringsvorming in Saksen-Anhalt bijzonder ingewikkeld. De AfD wil formeel alleen regeren, maar heeft geen absolute meerderheid. De BSW staat open voor gesprekken, maar wil geen AfD-premier en pleit voor een partijloze minister-president. De CDU, ondanks haar zware nederlaag nog altijd de tweede partij, kan alleen een minderheidsregering vormen met SPD en Groenen. Die combinatie leunt echter slechts op 32 van de 83 zetels en zou afhankelijk zijn van gedoogsteun van Die Linke of BSW, wat binnen de CDU zeer gevoelig ligt.
De Brandmauer
Centraal in deze discussie staat de Brandmauer, het informele cordon sanitaire waarmee CDU, SPD, Groenen en andere partijen samenwerking met de AfD uitsluiten. De Brandmauer moet voorkomen dat extreemrechts wordt genormaliseerd en invloed krijgt op beleid. In de praktijk zorgt deze muur er echter voor dat middenpartijen steeds vaker op elkaar zijn aangewezen, zo schrijft de Volkskrant, zelfs wanneer zij ideologisch ver uit elkaar liggen. Dat versterkt het beeld dat zij één blok vormen tegen de AfD. En dit gebruikt AfD uiteraard om zich als enige echte oppositiepartij te presenteren.
De overwinning in Saksen-Anhalt heeft grote gevolgen voor de landelijke politiek. Kanselier Merz’ positie is nog zwakker geworden. Hij beloofde de AfD te halveren, maar de partij is in Saksen-Anhalt juist verdubbeld. Binnen de CDU wordt openlijk gespeculeerd of Merz moet opstappen en wie hem dan moet opvolgen, terwijl de partij in de Bondsdag afhankelijk blijft van coalities met de SPD. De uitslag onderstreept hoe kwetsbaar de Duitse politieke middenpartijen zijn geworden en hoe sterk de druk op de Brandmauer toeneemt. Hoe lang zal de Brandmauer standhouden, nu de AfD in delen van Duitsland richting de 50 procent groeit?
Zes vragen aan de Turks-Duitse journalist Erkan Pehlivan
Erkan Pehlivan. Beeld: Barbaros Kaya
Was de uitslag in Saksen-Anhalt voor u een verrassing?
‘Nee, helemaal niet. Iedereen in Duitsland voelde dit al aankomen. Het was overduidelijk dat de AfD zou winnen. Zelf dacht ik zelfs dat ze richting de 50 procent zouden gaan. Dat is gelukkig niet gebeurd, maar de uitslag past precies in de ontwikkeling die we al jaren in Oost-Duitsland zien.’
Hoe verklaart u het succes van de AfD?
‘Voor mij is het simpel: de federale [landelijke] regering bakt er niets van. Mensen voelen dat heel direct in hun dagelijks leven en in hun portemonnee. Daarnaast hadden de andere partijen in Saksen-Anhalt nauwelijks een eigen agenda. Hun campagne ging vooral over de AfD, niet over hun eigen plannen. Daardoor kreeg de AfD de ruimte om zich als enige echte oppositie te presenteren.’
Blijft de Brandmauer overeind?
‘Dat hangt ervan af. Ik verwacht dat er binnen enkele weken gesprekken komen tussen AfD en BSW, een pro-Russische partij die de Brandmauer wil doorbreken. En ik sluit zelfs samenwerking tussen AfD en CDU niet uit. In Oost-Duitsland is de CDU minder fel anti-AfD dan in het westen. Zelfs de Beierse CSU staat er minder afwijzend tegenover.’
Wordt de Duitse rechtsstaat fundamenteel bedreigd en gaat Duitsland Turkije, India en de Verenigde Staten achterna?
‘Voorlopig gaat het om één deelstaat. Maar een domino-effect sluit ik zeker niet uit. Saksen-Anhalt kan een voorbode zijn van wat er landelijk gebeuren zal, zeker richting de Bondsdagverkiezingen van 2029. We zullen moeten afwachten hoe dit zich ontwikkelt.’
Hoe kijkt u naar de bredere situatie in Duitsland?
‘Daarover maak ik mij best veel zorgen. De verzorgingsstaat bestaat in feite niet meer door jarenlange bezuinigingen. Ouderen, mensen met mentale problemen, kwetsbare groepen: ze weten niet of ze nog een toekomst hebben in Duitsland. Tegelijk verliest Duitsland de economische strijd tegen China, vooral in de auto-industrie. Dat raakt het hele land. Conservatieve en extreemrechtse krachten krijgen daardoor meer invloed. Politici wijzen naar islamisme of extreemlinks, maar het grootste probleem is de groei van extreemrechts.’
Hoe beoordeelt u ten slotte de partij AfD zelf?
‘Alternative für Deutschland is sowieso uiterst rechts, met binnen de partij stemmen die nóg extremer zijn, zoals Björn Höcke [voorzitter van de AfD in Thüringen en leider van de Flügel, de extremistische vleugel in de partij]. Dat maakt het een nachtmerrie voor Duitsland. Ik was gisteren nog in Frankfurt am Main, waar duizenden mensen demonstreerden tegen extreemrechts. Het waren ook veel gewone burgers, niet alleen activisten.’
‘Kijk, het ‘migratiegevaar’ wordt enorm overdreven, niet alleen door AfD maar ook door CDU en de liberale partij FDP. Veel Syriërs die in 2015 naar Duitsland kwamen hebben nu een baan gekregen. In Saksen-Anhalt is meer dan 20 procent van de zorgmedewerkers bovendien afkomstig uit het buitenland. Toch blijft het narratief bestaan dat migranten Duitsland overspoelen, dat ze lui zijn en niet willen deugen, enzovoort. Dat klopt gewoon niet.’
Duitsland hield zondag niet zomaar verkiezingen. Het land kreeg een stuiptrekking. Alternative für Deutschland (AfD) steeg in Saksen-Anhalt naar 43,8 à 44,5 procent van de stemmen, meer dan een verdubbeling van het resultaat uit 2021, en verpletterde de christendemocraten van bondskanselier Friedrich Merz, die met een vernederende 17,2 procent over de finish strompelden.
Met 39 zetels heeft het deelstaatparlement een extreemrechtse partij nu dichter bij regeringsdeelname in Duitsland gebracht dan op enig moment sinds 1945. De opkomst bedroeg bijna 78 procent, de hoogste sinds de Duitse hereniging. Dit was geen apathie die omsloeg in een proteststem; dit was een gemobiliseerd electoraat dat met open ogen richting de politieke flanken marcheerde.
En toen kwam de kers op deze vergiftigde taart: lijsttrekker Ulrich Siegmund, die kort daarvoor had verklaard dat ‘we geschiedenis hebben geschreven’, bedankte Elon Musk op X voor zijn ‘duidelijke en uiterst belangrijke kijk op de politieke ontwikkelingen van onze tijd’. Hij voegde eraan toe dat hij ‘de mogelijkheid tot een sterke en constructieve samenwerking zeer zou verwelkomen’. Musk, die onder de overwinningspost van Alice Weidel al triomfantelijk ‘Gut gemacht!’ had geschreven, hoefde nauwelijks nog iets te zeggen. De rijkste man ter wereld had opnieuw zijn vlag in Duitse bodem geplant en de AfD groette hem als een geestverwant.
Wat het moment zo explosief maakt, is de geopolitieke context: dit speelt zich niet af tegen de achtergrond van kalme Duits-Russische betrekkingen, maar te midden van een escalerende diplomatieke confrontatie. Slechts enkele dagen voor de verkiezingen beschuldigde Berlijn Moskou er formeel van achter een complot met een met explosieven geladen drone te zitten, gericht op de luchthaven Leipzig/Halle.
Minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul reageerde niet met een beleefde diplomatieke nota – hij begon een zuivering. Het Russische consulaat-generaal in Bonn kreeg het bevel uiterlijk 18 september de deuren te sluiten. Het huurcontract van het Russische Huis, een cultureel centrum in Berlijn dat al lange tijd ervan wordt verdacht een dekmantel voor spionage te zijn, werd abrupt beëindigd. De visumregels voor Russische burgers werden aangescherpt en tegelijkertijd werd opnieuw aangedrongen op EU-sancties tegen de schimmige Russische vloot van olietankers.
Lijsttrekker Ulrich Siegmund bedankte Elon Musk op X
De reactie van Moskou was puur theater van ontkenning. President Vladimir Poetin beschuldigde Duitsland ervan bewijs te hebben geplant om Rusland erin te luizen, terwijl het Kremlin de sluiting van het consulaat afdeed als ‘absurd’.
Het past naadloos in een breder, alarmerend patroon: de hybride oorlog die Rusland in heel Europa voert, lijkt met de week minder hybride te worden. Sabotage, het binnendringen van het luchtruim met drones en beïnvloedingsoperaties scheren inmiddels langs de flinterdunne grens met een openlijk conflict.
Stel je het beeld op een gesplitst scherm voor: met de ene hand zet Berlijn Russische diplomaten het land uit en sluit het verdachte dekmantelorganisaties, terwijl de partij die de politiek in Oost-Duitsland domineert openlijk toenadering zoekt tot een Amerikaanse oligarch die pleit voor toenadering tot Moskou, goedkopere energie en een einde aan de sancties. Het is diplomatieke zweepslag van de hoogste orde en brengt de AfD rechtstreeks op ramkoers met de steeds strengere veiligheidsdoctrine van de Duitse federale staat.
Laten we niet doen alsof Musks aanmoedigingen een onschuldige eigenaardigheid zijn. Hij gebruikt zijn platform al maanden om standpunten van de AfD te versterken en een groter podium te geven, en zijn ‘Gut gemacht!’ was een duidelijk signaal aan miljoenen volgers dat delen van de westerse techoligarchie de Duitse radicaal-rechtse beweging gunstig gezind zijn.
Combineer die megafoon met een partij waarvan het buitenlandpolitieke kompas consequent richting Moskou wijst, en er ontstaat een verontrustende samenloop: invloed uit Silicon Valley en sympathie voor het Kremlin die rond dezelfde opstandige politieke kracht cirkelen en beide knagen aan de dragende pijlers van de democratische consensus van het naoorlogse Duitsland. (Het is daarom wellicht hoog tijd om terloops de nieuwe bestseller van Gil Duran aan te bevelen, The Nerd Reich.)
De reacties volgen snel. De Franse minister voor Europese Zaken, Benjamin Haddad, zei het onomwonden en noemde de uitslag ‘een zeer ernstig moment voor Europa’. Hij overdreef niet. Wanneer een partij die in een Duitse deelstaat 43,8 procent van de kiezers achter zich heeft, binnen enkele uren na haar overwinning een buitenlandse techmiljardair kan bedanken voor zijn hulp en tegelijkertijd pleit voor nauwere banden met een regime dat wordt beschuldigd van oorlogshandelingen op Duitse bodem, is dat niet langer een politieke voetnoot.
De dreiging is niet langer theoretisch. Ze legt een machine met drie onderdelen bloot: een extreemrechtse partij – een uitloper van het nazisme – die zichzelf via de stembus normaliseert, een techmiljardair die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen en haar boodschap versterkt, en een revanchistisch Kremlin dat maar al te graag gebruikmaakt van een gepolariseerd Duitsland, waarvan het politieke midden uiteenvalt.
Saksen-Anhalt mag dan slechts een regionale verkiezing zijn, de Bondsdagverkiezingen van 2029 vormen de hoofdprijs – en de AfD heeft bewezen dat ze haar steun in een half decennium kan verdubbelen. Tenzij de democratische hoofdstroom in Berlijn leert om de onderliggende grieven die deze opmars voeden aan te pakken zonder zich over te geven aan de krachten die daarvan profiteren, dreigt Duitsland slaapwandelend in een onomkeerbare neergang terecht te komen. En Moskou, geduldig als altijd, zal klaarstaan om de brokstukken te oogsten.
De tijd vliegt, en de jaren dertig zijn misschien dichter bij het heden dan ooit gedacht. De beweging vooruit naar het verleden lijkt in gang te zijn gezet.
Het kabinet wil asielzoekers die volgens Europese regels in een ander land hun aanvraag moeten laten behandelen vaker in detentie plaatsen. Vervolgens, zo is het plan, zullen ze worden overgeplaatst naar het land waar ze asiel hebben aangevraagd.
Het gaat om zogeheten Dublinclaimanten, schrijft NRC. Dit zijn mensen die eerder in een ander EU‑land asiel hebben aangevraagd en daarom dáár de procedure moeten doorlopen. Veel van hen reizen echter door, onder meer naar Nederland. Ons land moet deze groep vervolgens terugsturen naar het eerste Europese land van aankomst, maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet.
Om de kans op overdracht te vergroten start het kabinet daarom een pilot. Dublinclaimanten komen daarbij in een instelling terecht waar beter zicht op hen is. Of detentie in dit geval ook betekent dat hun bewegingsvrijheid daadwerkelijk wordt beperkt, blijft in de berichtgeving echter onduidelijk.
Volgens NRC verblijven momenteel zo’n 3.300 mensen in de asielketen die volgens de Dublinverordening in een ander land zouden moeten zijn. Het kabinet stelt dat detentie in sommige gevallen noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat overdracht daadwerkelijk plaatsvindt. De asielketen is zwaar overbelast en de beschikbare plekken moeten volgens het kabinet toekomen aan mensen die recht hebben op een verblijfsvergunning in Nederland.
De maatregel past binnen de strengere koers van het kabinet op het gebied van asiel en migratie. Tegelijkertijd roept het vaker vasthouden van asielzoekers vragen op over proportionaliteit en de omstandigheden waaronder mensen hun vrijheid verliezen. Ook bestaat het risico dat Dublinclaimanten juist proberen uit beeld te blijven, om zo detentie te voorkomen.
De Spaanse premier Pedro Sánchez ligt onder vuur. Een politierapport wijst naar Marokkaanse betrokkenheid bij de ‘invasie’ van Ceuta. Eind juli trokken tienduizenden jonge Marokkanen de grens van de Spaanse exclave over, met als doel een beter leven in Europa te zoeken.
De Spaanse premier Pedro Sánchez bleef lange tijd volhouden dat de Marokkaanse overheid niet betrokken was bij deze ‘invasie op Spaans grondgebied’. Een politierapport lijkt echter toch te wijzen op betrokkenheid van de Marokkaanse staat bij de gebeurtenissen. Dit kan de premier de politieke kop kosten, zo meldt NRC.
De roep om het aftreden van de premier klinkt steeds luider, maar Sánchez blijft vechten voor zijn positie. Uiterst rechtse partijen beschuldigen de premier nu ook van ‘medeplichtigheid’ en stellen hem medeverantwoordelijk voor de komst van tienduizenden Marokkaanse migranten naar Spanje.
Wat oppositiepartijen in het bijzonder hekelen, is dat Sánchez Marokko de hand boven het hoofd lijkt te houden. Voor de ultrarechtse partij Vox is het overduidelijk dat de Marokkaanse overheid achter de massale instroom zit. ‘De operatie is in Marokko ontstaan, werd door Marokko goedgekeurd, en er zijn aanwijzingen dat Marokko de coördinatie ervan op zich nam’, zei een politicus van de partij. Premier Sánchez wijst juist op de betrokkenheid van trollenaccounts, die gelieerd zijn aan Russische en pro-Israëlische media.
De lezing van Sánchez wordt in twijfel getrokken door een rapport van het Nationaal Centrum voor Immigratie en Grenscontrole (CENIF), onderdeel van de nationale politie. Hieruit blijkt wel degelijk de rol die de Marokkaanse grensautoriteiten zouden hebben gespeeld. Maar hoe groot die rol is blijft vooralsnog onduidelijk.
Volgens het rapport was Marokko niet de organisator van de massale oversteek, maar wel de ‘facilitator’. ‘Op basis van een analyse van media-interviews met migranten, beelden en berichten op sociale media stellen zij vast dat Marokkaanse agenten in burgerkleding en grenswachten in uniform aanwijzingen gaven aan migranten over de obstakels die ze moesten overwinnen en dat zij grote voertuigen vol migranten toegang verschaften tot het grensgebied’, schrijft NRC.
Bij Sánchez leidt deze nieuwe informatie overigens niet tot een herziening van zijn migratiebeleid. ‘We kunnen een muur van honderd meter bouwen, maar er zullen altijd mensen zijn die de zee op willen om over te steken’, zei hij, verwijzend naar het grote verschil in inkomen per hoofd van de bevolking tussen Ceuta en Marokko. ‘We moeten onze fysieke grens versterken, maar we moeten ook een legaal en reëel alternatief bieden aan degenen die in ons land willen komen werken.’
De spanning rondom Ceuta en Melilla is diepgeworteld. Deze twee Spaanse exclaves aan de Noord-Afrikaanse kust worden door Marokko geclaimd en vormen een overblijfsel van de koloniale periode.
Joris Luyendijk volg ik sinds 2006. Ik ontmoette hem voor het eerst bij de opening van een havo/vwo-school in Rotterdam, waar ik directeur was. Hij was uitgenodigd als keynote-spreker en sprak inspirerend over wereldburgerschap. Ook las ik zijn boeken Het zijn net mensen en De zeven vinkjes.
Op 12 juni interviewden wij hem als de Kanttekening kort bij de jaarlijkse François Vranckenlezing. Hij vertelde dat hij expliciet partij kiest voor Oekraïne en niet langer journalist is, maar activist voor Oekraïne.
Op de vraag: ‘Hoe overtuig je linkse mensen in woke kringen, die nu vooral met Palestina bezig zijn, dat Oekraïne ook belangrijk is?’ antwoordde hij: ‘Je overtuigt hen niet. Je moet hen negeren. En er is in de Nederlandse politiek een brede consensus over Oekraïne. Maar dit kan heel goed samengaan met solidariteit met het Palestijnse volk. Want wat er in Gaza gebeurt en ook op de Westelijke Jordaanoever, is natuurlijk verschrikkelijk.’
En dan is er de BOOS-uitzending. Hoe komt iemand die juist zo scherp is op privileges en blinde vlekken uiteindelijk tot het onderscheid: Oekraïne is ‘wij’, Gaza is ‘zij’? Hij onderbouwt zijn pleidooi met een metafoor: ‘Als het huis van je buurman brandt, vormt dat voor jou een onmiddellijker gevaar dan wanneer vijftig kilometer verderop een huis brandt.’
Oekraïne ligt in Europa en Rusland vormt zeker een veiligheidsdreiging voor ons. Een Russische overwinning kan gevolgen hebben voor Moldavië, de Baltische landen en de NAVO. Tot zover kan ik Luyendijk volgen. Nabijheid doet ertoe. Maar nabijheid kan nooit bepalen hoeveel een mensenleven waard is of waar het internationale recht ophoudt. Luyendijk verwoordt in feite het Europese en Nederlandse Gazabeleid, dat fatsoenlijke diplomaten al jaren in nette woorden uitdragen.
Maar wie bepaalt eigenlijk wie ‘wij’ zijn? In Nederland wonen mensen met Palestijnse en Oekraïense familie, maar ook met familie in Syrië, Libanon, Turkije, Marokko of Iran. Mensen die moslim, joods, christelijk of niet-gelovig zijn.
Gebeurtenissen van duizenden kilometers verderop, kunnen ons soms letterlijk via familieleden raken. De wereld is dankzij globalisering, migratie, algoritmes en sociale media een groot dorp. Ons ‘wij’ loopt niet meer netjes langs de grenzen van Europa. Wat in Nepal gebeurt, raakt ons. Misschien niet fysiek, maar wel emotioneel, en daarom zamelen wij geld in. Dat geldt ook voor Gaza.
De wereld is dankzij globalisering, migratie, algoritmes en sociale media een groot dorp
Dan is er de vraag waarom links massaal demonstreert voor Gaza en veel minder voor Oekraïne. Ik denk dat Luyendijk wil zeggen dat we nog altijd te weinig doen voor Oekraïne. Maar de vergelijking met Gaza gaat mank. Sinds Rusland Oekraïne op 24 februari 2022 binnenviel, toont Nederland en de rest van Europa juist veel solidariteit. Er is grote politieke, financiële en militaire steun. Europa betaalt wapens en munitie en zonder die steun zou Oekraïne de oorlog niet zo lang volhouden. Juist omdat Nederland en Europa al achter Oekraïne staan, hoeven mensen niet massaal de straat op.
Maar met Gaza ligt het anders, of zie ik dat verkeerd? Wat doet de Nederlandse regering voor Gaza? Slechts een paar ernstig zieke en gewonde kinderen zijn naar Nederland gehaald voor behandeling, na langdurige politieke weerstand. Sterker nog, Nederland levert wapenonderdelen aan Israël.
Mensen gaan de straat op omdat zij het niet eens zijn met het Gazabeleid van de regering en zich machteloos voelen. Ze sturen een flotilla om aandacht te vragen voor het onrecht en de genocide die gaande is.
Wat we ook uit het oog verliezen, is dat Gaza en Oekraïne geen moreel identieke situaties zijn. Een onafhankelijke VN-onderzoekscommissie concludeerde dat Israël genocide heeft gepleegd en voortzet in Gaza. Vier van de vijf in het Genocideverdrag omschreven handelingen zouden zijn gepleegd. Israël verwerpt die conclusie.
In Oekraïne staan twee professionele legers tegenover elkaar. Rusland is de agressor en Oekraïne verdedigt zich. In Gaza staat daarentegen een van de meest geavanceerde legers ter wereld tegenover een grotendeels onbewapende bevolking. Volgens VN-onderzoeker Srinivasan Muralidhar worden Palestijnse kinderen met sluipschuttersgeweren en drones doelgericht geraakt terwijl zij geen gevaar vormen, zegt hij in Trouw. Ook uitspraken van de Israëlische minister Itamar Ben-Gvir zijn schokkend. In augustus pleitte hij voor aanvallen waarbij dagelijks dertig tot veertig mensen in Gaza worden gedood, en sprak hij over mensen die ‘het niet waard zijn om te leven’.
Er is bijna geen steun van regeringsleiders in Europa en het Westen voor de Palestijnen. En dat doet wat met (linkse) mensen. Dan gaan zij de straat op uit onmacht. Ik begrijp dat.
Maar ik begrijp Luyendijk ook. Ik zie een man die zich gepassioneerd inzet voor mensen in nood en anderen probeert te laten zien wat Oekraïners meemaken. Dat is waardevol: opkomen voor een ander en daarvoor zelfs je journalistieke carrière opgeven. Misschien heeft juist zijn enorme betrokkenheid bij Oekraïne ervoor gezorgd dat hij het leed in Gaza en de betekenis daarvan voor ons uit het oog verloor. Dat kan ieder mens overkomen.
Hadden we maar meer Joris Luyendijken die opkomen voor Oekraïners en Gazanen, voor Soedanezen, Libanezen, Oeigoeren, Jezidi’s, Syriërs en al die anderen die het onderspit delven wanneer macht sterker wordt dan recht. Misschien is dat uiteindelijk wel wat wereldburgerschap van ons vraagt.
In de openbare bibliotheek in Amsterdam is nu een expositie te zien over ‘de eerste Nederlandse woordjes’ van migranten en vluchtelingen.
Voor veel mensen met een migratieachtergrond is de Nederlandse taal een uitdaging. De eerste pogingen om de taal onder de knie te krijgen is dan ook een bijzondere ervaring. De bibliotheek heeft hierover nu de expositie ‘In één woord’ gemaakt.
Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond vertellen over hun eerste kennismaking met de Nederlandse taal. ‘Wat was jouw eerste Nederlandse woord?’ is de vraag die centraal staat bij de expositie.
Voor een van de organisatoren, de Iraans-Nederlandse dichter en filmmaker Nafiss Nia, was dat ’tot ziens’. Ze leerde het van een kok in het asielzoekerscentrum. Eerst dacht ze dat het een Nederlandse variant van het Engelse ‘goodbye‘ (vaarwel) was, maar later ontdekte ze dat Nederlanders hiermee ’tot wij elkaar weer zien’ bedoelen.
Dat klinkt vriendelijker en minder definitief, wat voor hulpbehoevende vluchtelingen prettiger kan aanvoelen dan een dramatisch ‘vaarwel’. Nia sprak nog meer Amsterdammers over hun eerste woorden. Hun verhalen en portretten hangen nu in de hoofdvestiging op de Oosterdokskade.
‘Kom kijken en laat je eigen woord achter’, staat in de uitnodiging. De expositie is gratis te bezoeken tot 22 oktober.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.