10 C
Amsterdam
Home Blog

Waarom Erdogan de süleymancilar onder druk zet: ‘Hij wil religieuze groepen in het gareel krijgen’

0

Volgens historicus Yüksel Nizamoglu treedt de Turkse regering steeds harder op tegen islamitische groepen die Erdogan niet steunen. Dat gebeurt nu met de Süleymanci-gemeenschap.

Yüksel Nizamoglu (1966) promoveerde in de geschiedenis aan de Universiteit van Istanbul. Daarna werkte hij als universitair docent Internationale Betrekkingen en Politicologie aan de Turgut Özal Universiteit in Akara. Die universiteit werd na de mislukte coup van 15 juli 2016 gesloten. Tegenwoordig werkt de bekende historicus in Duitsland als pedagogisch medewerker op een openbare school.

Volgens Nizamoglu vertoont het huidige optreden van de Turkse regering tegen de Süleymanci-gemeenschap duidelijke overeenkomsten met de eerdere vervolging van de Gülenbeweging. De operatie tegen de süleymancılar bevindt zich volgens hem nog wel in een beginfase. ‘Het gaat om het in het gareel brengen van degenen die niet gehoorzamen’, stelt hij.

Hoe past de aanpak van religieuze gemeenschappen in de seculiere traditie van Turkije?

‘De Republiek Turkije, die ontstond als opvolger van het Ottomaanse Rijk, koos in tegenstelling tot het Ottomaanse Rijk voor een seculier regime. Tijdens de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog werd niet alleen gevochten tegen de Britten, Fransen, Italianen en Grieken, maar ook tegen de kalief-sultan en zijn aanhangers. Met de afschaffing van het sultanaat en het kalifaat en de sluiting van medreses [islamitische scholen], tekkes [gebedshuizen] en spirituele derwisj- en soefi-ordes kregen religieuze instellingen een zware slag te verduren. Uiteindelijk werd op 10 april 1928 in de grondwet van 1924 vastgelegd dat de staat ‘seculier’ was.

Historicus Yüksel Nizamoglu

Voor het onder leiding van Atatürk opgerichte ‘seculiere regime’ werd irtica, religieus reactionisme, gezien als een grote bedreiging. Gebeurtenissen als de opstand van de Koerdische en religieuze leider Sjeik Said in 1925 en het Menemen-incident in 1930, waarbij islamitische opstandelingen een legerofficier doodden, versterkten bij de staat het idee dat religieuze groepen een ‘bedreiging’ vormden.

Onder Atatürk stond het religieuze leven onder druk. Zo werden alle moskeeën onder het gezag van Diyanet, het Turkse overheidsorgaan voor religieuze zaken, gebracht. Ook liet het regime de Koran en de uitleg van de Koranteksten in het Turks vertalen.

Tegelijkertijd verbood het regime alle soefi-ordes en religieuze activiteiten die niet door Diyanet werden gecontroleerd. Religieuze leiders als Said Nursi en Süleyman Hilmi Tunahan, die beiden eigen islamitische gemeenschappen opbouwden, en hun volgelingen kregen voortdurend te maken met rechtszaken, verbanning en arrestaties.

Uiteindelijk wilde de ‘seculiere staat’ een religieus leven dat onder controle van de staat stond. Religieuze groepen die zich daaraan onttrokken of dat mogelijk zouden doen, werden als een ‘bedreiging’ gezien. Erdogan en de AKP zetten deze traditie voort: eerst door de Gülenbeweging uit te schakelen en nu door de süleymancılar, de volgelingen van Tunahan, en door Alparslan Kuytul, leider van de islamitische Furkan-beweging, tot doelwit te maken.’

Probeert Erdogan op deze manier islamitische groepen die hem niet steunen uit te schakelen? In het verleden werkte hij juist nauw samen met veel religieuze gemeenschappen.

‘Ik zie deze operaties als een voortzetting van de grondfilosofie van de republiek. Tijdens de regeringen van de centrumrechtse Democratische Partij (DP) en later de Gerechtigheidspartij (AP) nam de druk op het religieuze leven enigszins af. Religieuze gemeenschappen en soefi-ordes steunden in die periode vooral rechtse partijen.

Bij de verkiezingen van 2002, waarmee Erdogan aan de macht kwam, steunden de süleymancılar hem voor zover ik weet niet. De Gülenbeweging liet haar volgelingen, net als bij eerdere verkiezingen, vrij om zelf te kiezen. Waarschijnlijk stemden velen op andere rechtse partijen.

‘Een deel steunde Erdogan, een ander deel keerde zich tegen hem’

Dat veranderde in 2007, nadat het Turkse leger zich met een memorandum tegen de mogelijke verkiezing van AKP-politicus Abdullah Gül tot president had gekeerd. De Gülenbeweging schaarde zich toen rechtstreeks achter de AKP. Ik denk dat de periode van ‘volledige steun’ van de Gülenbeweging aan de AKP beperkt bleef tot 2007-2011.

Voor zover ik begrijp, raakten de süleymancılar in deze periode verdeeld: een deel steunde Erdogan, een ander deel keerde zich tegen hem. De groep die vandaag wordt aangepakt, is het deel dat zich tegen Erdogan heeft uitgesproken en hem niet heeft gesteund.

Het doel van Erdogan is om de top van deze groep uit te schakelen en ervoor te zorgen dat de ‘achterban’ zich aan zijn kant schaart. Maar we mogen niet vergeten dat Erdogan aanvankelijk ook bij de Gülenbeweging een operatie begon die zich op de top richtte.’

Is er een historisch keerpunt aan te wijzen waarop de breuk tussen Erdogan en islamitische groepen ontstond?

‘De openlijke breuk kwam op 17 en 25 december 2013. Toen keerde Erdogan zich openlijk tegen de Gülenbeweging.

In de jaren daarna werden, net zoals we nu bij Süleymanci-gemeenschap zien, kayyum [curatoren] aangesteld bij bedrijven, scholen, examentrainingscentra, universiteiten – waaronder de universiteit waar ik werkte – en bij kranten en televisiezenders. Daarmee werden deze instellingen overgenomen en werd de gemeenschap weerloos. In zijn uitspraken richtte Erdogan zich vooral op de leiding van de gemeenschap. Hij vatte dat samen met de woorden: ‘De basis houdt zich bezig met aanbidding, het midden met handel en de top met verraad.’ Na de mislukte coup van 15 juli 2016 richtte hij zich echter ook op vrouwen en ouderen en aarzelde hij niet om hen te laten arresteren.

Ook vandaag gebruikt hij vergelijkbare retoriek tegen de bestuurders van een deel van de Süleymanci-gemeenschap. Als de achterban zijn leiders niet opgeeft, kan worden verwacht dat dezelfde aanpak zal volgen.’

Is er volgens u in Turkije daadwerkelijk sprake van een ‘criminele organisatie’ onder leiding van Alihan Kuris?

‘Dit soort operaties gaat in Turkije gepaard met veel desinformatie. De regering brengt veel informatie naar buiten die niet klopt. Daarom is het verstandig om voorzichtig met dergelijke beschuldigingen om te gaan.

‘Dit soort operaties gaat in Turkije gepaard met veel desinformatie’

Er valt nog iets op. Tegen leiders van religieuze gemeenschappen die de AKP niet steunen, worden arrestatiebevelen uitgevaardigd. Tegelijkertijd worden hun bedrijven onder curatele geplaatst, waardoor de regering de financiële controle krijgt. Vervolgens zullen deze bedrijven waarschijnlijk worden uitgehold en voor zeer lage prijzen aan AKP-aanhangers worden verkocht. Dat gebeurde ook met in beslag genomen bedrijven van de Gülenbeweging. Zo komt kapitaal uiteindelijk in andere handen terecht.’

Waarom worden de süleymancılar juist nu aangepakt?

‘Misschien zijn er onderhandelingen gevoerd over ‘gehoorzaamheid’ en heeft de regering, toen die niets opleverden, voor deze aanpak gekozen. Een andere mogelijkheid zijn de presidentsverkiezingen. Bij de laatste verkiezingen zagen we bijvoorbeeld hoe Erdogan afspraken maakte met de nationalistische politicus Sinan Ogan en de islamistische partijleider Fatih Erbakan om hun steun te krijgen. Zulke groepen zijn vanwege hun mogelijke aantal stemmen van groot belang. Om te winnen is immers 50 procent plus één stem nodig.

Daarnaast kan het de bedoeling zijn om andere religieuze gemeenschappen en soefi-ordes te intimideren. Want volgens Erdogan geldt: ‘Als je medelijden toont, zul je uiteindelijk zelf in een meelijwekkende positie terechtkomen.’

Is het tegenwoordig strafbaar om süleymancı te zijn of lid te zijn van een religieuze gemeenschap als Menzil of de Furkan-beweging?

‘Zolang de wet van 30 november 1925, die soefi-ordes verbiedt, van kracht is, is het lidmaatschap van zulke groepen in Turkije in feite niet legaal. In de praktijk zijn deze groepen ondanks het verbod niet verdwenen. Vooral door de verstedelijking van Turkije zijn ze juist gegroeid. De staat heeft hen echter nooit officieel als religieuze gemeenschappen of gesprekspartner erkend.’

Waarin verschilt de aanpak van de Süleymancılar van de vervolging van de Gülenbeweging?

‘Erdogan ziet het oproepen van Hakan Fidan, destijds het hoofd van de Turkse inlichtingendienst MIT en een vertrouweling van Erdogan, voor verhoor in 2012 als het ‘keerpunt’. Maar de openlijke strijd begon pas met de dreiging om de huiswerkscholen te sluiten en de grote corruptieonderzoeken van 17 en 25 december 2013 naar mensen rond de AKP-regering. Erdogan beschuldigde de Gülenbeweging ervan achter deze onderzoeken te zitten.’

‘Als je medelijden toont, zul je uiteindelijk zelf in een meelijwekkende positie terechtkomen’

Erdogan richtte zich toen heel duidelijk tegen de Gülenbeweging met de woorden: ‘Wat hebben jullie niet gekregen dat ik niet heb gegeven? Jullie krijgen zelfs geen water meer.’ Uiteindelijk deed hij wat hij had aangekondigd. Duizenden mensen werden uit de publieke sector ontslagen en instellingen, bedrijven en stichtingen werden in beslag genomen. Tegen duizenden mensen die niets met de mislukte coup van 15 juli 2016 te maken hadden, werden op basis van vermeende iltisak [verbondenheid] juridische procedures gevoerd die meedogenloos en in strijd met universele rechtsbeginselen waren. De mislukte coup, die Erdogan ‘een geschenk van God’ noemde, bood hem de mogelijkheid om dit alles uit te voeren.’

De Turkse regering noemt de Gülenbeweging ‘FETÖ’, oftewel de ‘Fethullahistische terreurorganisatie’. De süleymancılar worden daarentegen een ‘criminele organisatie’ genoemd. Waar komt dat verschil vandaan?

‘Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de operatie zich nog in de eerste fase bevindt. Op dit moment wordt geprobeerd de achterban los te weken van de bestuurders door deze beschuldiging centraal te stellen. De arrestaties vinden binnen dit kader plaats.

Net zoals men de Gülenbeweging probeerde neer te zetten als een beweging die vanuit de Verenigde Staten werd gesteund, probeert men nu de indruk te wekken dat deze gemeenschap steun krijgt van Duitsland. Daarbij wordt gewezen op de activiteiten van de groep in Duitsland en vooral op het nieuwe hoofdgebouw in Keulen.

Hierbij moet nog iets worden opgemerkt. De Gülenbeweging beschikte in Turkije over een groot medianetwerk en was ook georganiseerd aanwezig op sociale media. Deze groep heeft daarentegen geen eigen media en is nauwelijks zichtbaar op sociale media. Daardoor is het niet alleen moeilijk om de ontwikkelingen volledig te volgen, maar kunnen we ook nauwelijks zien hoe de groep zich verdedigt. Dat maakt het moeilijker om het proces te duiden.’

Deze ontwikkelingen vinden plaats terwijl Turkije werkt aan vrede met de Koerden. Ziet u een verband?

‘Mijn inschatting is dat Erdogan opnieuw tot president gekozen wil worden, hoewel dat wettelijk niet mogelijk is. Daarvoor probeert hij de steun van de Koerden te krijgen, maar hij wil ook niets aan het toeval overlaten. Bij de laatste presidentsverkiezingen hebben we gezien hoe belangrijk zelfs de stemmen van een kleine groep kunnen zijn.

‘Het Westen is tevreden met Erdogan’

De operatie tegen Ekrem Imamoglu [de opgepakte burgemeester van Istanbul], het opnieuw aanstellen van Kiliçdaroglu als leider van de CHP en de vrijwel dagelijkse operaties tegen gemeenten die door de oppositiepartijen CHP en de Yeni Parti worden bestuurd, zijn volgens mij eveneens bedoeld om obstakels voor Erdogan uit de weg te ruimen.

Tegelijkertijd wordt aan de Menzil-gemeenschap, de Ismailaga-gemeenschap en andere religieuze groepen duidelijk gemaakt wat hun te wachten staat als zij ‘niet gehoorzamen en geen steun verlenen.

Ook moet nog iets anders worden gezegd. Het Westen is tevreden met Erdogan en voert een beleid dat gericht is op het voortbestaan van zijn regime. Tegelijkertijd krijgen de operaties tegen religieuze groepen, martelingen en mensenrechtenschendingen maar weinig aandacht.’

De regering-Erdogan lijkt islamistische groepen die buiten haar controle vallen te willen uitschakelen. Is dat volgens u te verenigen met islamitische waarden?

‘In de Ottomaanse en Turkse traditie bestaat de gedachte dat ‘de staat heilig is’ en dat ‘voor het behoud van de wereldorde zelfs broers en zonen kunnen worden gedood’. Die opvatting bestaat vandaag nog steeds. In Turkije beschouwden zowel rechtse als religieuze groepen, waaronder religieuze gemeenschappen en soefi-ordes, de heiligheid van de staat als hoogste prioriteit. Zelfs ‘broedermoord’, om een strijd om de troon en onrust in het rijk te voorkomen, werd tijdens de Ottomaanse periode als legitiem beschouwd.

Hoewel het uitschakelen van islamistische groepen door Erdogan religieus gezien niet juist is, zijn er daarom honderden ‘geleerden’ te vinden die daarvoor een religieuze rechtvaardiging kunnen geven. Op de avond van 15 juli zagen we op de pleinen predikers en religieuze leiders die over leden van de Gülen-gemeenschap zeiden: ‘Hun bezit, alles van hen, is voor ons halal.’ Dan hoeft dat ons niet te verbazen.’

Wanneer is het vanuit islamitisch perspectief toegestaan om tegen de regering in opstand te komen of zich ertegen te verzetten?

‘Binnen de soennitische traditie wordt verzet tegen de staat of opstand niet als iets normaals beschouwd. De gedachte dat ‘zelfs de slechtste staat beter is dan staatloosheid’ is breed aanvaard. Daarom komen religieuze gemeenschappen en soefi-ordes niet gemakkelijk in opstand tegen het regime.

‘De gedachte dat ‘zelfs de slechtste staat beter is dan staatloosheid’ is breed aanvaard’

Zelfs in de periode waarin islamitische scholen werden gesloten, soefi-ordes werden verboden, het onderwijzen van de Koran werd belemmerd en de oproep tot het gebed in het Turks werd voorgeschreven, was er maar weinig direct verzet. Daarbij speelde natuurlijk een grote rol dat de staat meedogenloos geweld gebruikte tegen dergelijke reacties.

De islamitische geleerde Said Nursi koos er bijvoorbeeld voor om via zijn werken strijd te voeren en werd van de ene verbanning naar de andere gestuurd. Süleyman Hilmi Tunahan probeerde soms in treinwagons en soms op boerderijen de Koran te onderwijzen en op die manier weerstand te bieden. De soennitische gemeenschap kan dus eigenlijk alleen deze wegen bewandelen. Zo stelde Gülen tijdens de coup van 28 februari 1997 aan de machtige generaals voor om ‘alle scholen aan de staat over te dragen’.’

Londen breekt met pro-Israëlisch beleid

0

De nieuwe Labour-regering van Andy Burnham stelt dat er sprake is van ‘etnische zuivering’ door Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Ook gaat de Britse regering over tot sancties tegen producten die afkomstig zijn van de illegale Israëlische nederzettingen, zo meldt de Arabische nieuwssite Middle East Eye.

Deze Britse erkenning vertoont overeenkomsten met de analyse van de Israëlische historicus Ilan Pappe. In zijn boek The Ethnic Cleansing of Palestine (2006) betoogt hij dat de verdrijving van Palestijnen vanaf 1948 geen toevallig bijproduct van oorlog was, maar een doelbewust en systematisch proces van etnische zuivering. Volgens Pappe vormt dit beleid de historische kern van het zionistische project. De Britse regering gaat niet zo ver, maar gebruikt de term ‘etnische zuivering’ als het gaat om verdrijving van Palestijnen door Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever.

Het onrecht die Palestijnen dag in dag uit wordt aangedaan, wordt door activisten en experts ook wel de ongoing Nakba genoemd. Nakba is Arabisch voor ‘de catastrofe’, waarmee de gedwongen ‘verhuizing’ van honderdduizenden Palestijnen in 1948 wordt bedoeld. Meer dan 700.000 Palestijnen raakten toen ontheemd en veel Palestijnse dorpen werden ontvolkt of verwoest. Met ‘ongoing Nakba’ wordt bedoeld dat dit niet alleen een gebeurtenis uit 1948 is, maar een proces dat tot op heden voortduurt, bijvoorbeeld door gedwongen ontheemding, verdrijving, vernietiging van woningen en beperkingen op terugkeer.

De maatregelen van de nieuwe Britse regering lijken overigens in overeenstemming met sancties die Frankrijk en Canada in petto hebben voor gewelddadige kolonisten op de Westbank. Daarnaast heeft het Verenigd Koninkrijk alle militaire en militair-economische samenwerking met Israël opgeschorst. Minister van Buitenlandse Zaken Ed Miliband – zelf Joods – gaf in het Lagerhuis uitleg: ‘Het officiële standpunt van de Britse regering is dat de bezetting onwettig is vanwege de verankering van Israëls controle, de intentie om permanente soevereiniteit uit te breiden en de expansionistische agenda via illegale nederzettingen.’

Minister-president Andy Burnham en zijn team breken met het traditionele, pro-Israëlische beleid van hun voorgangers. Israël heeft daarop de Britse ambassade in Jeruzalem gesloten.

Burgeroorlog in Jemen laait weer op

0

In Jemen is de burgeroorlog weer terug van nooit weggeweest. Deze week eiste het conflict beduidend meer slachtoffers dan in de afgelopen jaren. Het is de dodelijkste escalatie sinds 2022, met bijna 300 doden. De verslechterende internationale context lijkt hier debet aan, zo meldt de Volkskrant.

Jemen staat al langer op het menu van regionale machten zoals Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran, maar ook van een wereldmacht als de Verenigde Staten. Al deze partijen steunen verschillende groepen in de strijd om de macht in Jemen. De sji’itische Houthi-rebellen worden gesteund door Iran, terwijl de internationaal erkende soennitische regering wordt gesteund door Saoedi-Arabië en het Westen.

Het oplaaiende geweld concentreert zich vooral aan de strategische westkust van Jemen. Niet lang geleden opende Iran daar een tweede front tegen het internationale vrachtverkeer, om zo de Amerikanen te tarten.

Als de Houthi’s de havenstad Mokka in handen krijgen versterken de Iraanse ayatollahs hun strijd om de vitale handelsroutes op zee. ‘In het verleden beschoten de Houthi’s internationale vrachtschepen vanuit stellingen op 90 à 150 kilometer afstand met drones en ballistische raketten; het doel is nu om dichterbij te komen, zodat men hetzelfde kan bereiken met eenvoudige, goedkopere raketten’, schrijft de Volkskrant.

De burgeroorlog in Jemen is sinds 2015 aan de gang. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn er inmiddels meer dan 230.000 mensen om het leven gekomen, waaronder veel vrouwen en kinderen. Een deel is gestorven vanwege het oorlogsgeweld, anderen door honger en ziekte. 

Waarom hebben Indonesische jongeren heimwee naar de VOC?

0

In Indonesië wint een opvallende vorm van koloniale nostalgie aan populariteit onder jongeren, schrijft correspondent Zuidoost-Azië Noël van Bemmel van de Volkskrant. Op sociale media circuleren filmpjes waarin het vroegere Nederlandse bewind wordt opgehemeld, vaak als sarcastische kritiek op de huidige politiek.

‘Nederland! Koloniseer ons alsjeblieft weer…’, zegt tiktokker Bang Soleh. Motortaxichauffeur Budibae2023 doet daar nog een schepje bij bovenop: ‘Als we nog gekoloniseerd zouden zijn, dan was onze economie hoog ontwikkeld, de corruptie verwaarloosbaar, de infrastructuur beter, de samenleving inclusiever en drugs en lhbti legaal.’

De trend is zichtbaar in zogeheten VOC‑cafés in Jakarta, Surabaya en andere steden, waar koloniale esthetiek – van zwart-witfoto’s tot het iconische VOC‑logo – commercieel wordt ingezet. Het bekendste etablissement is Café Batavia. Kanttekening-journalist Ewout Klei, die dit café in 2023 en 2024 bezocht, verbaasde zich destijds over de sfeer van nostalgie en kolonialisme.

Café Batavia

‘Een van de meest bizarre plekken in Jakarta is Café Batavia, een restaurant in oude koloniale stijl, compleet met de portretten van Nederlandse gouverneur-generaals. Ook de beruchte Jo van Heutz, die met grof geweld Atjeh onderwierp, hangt erbij.’

Maar er is meer, zegt Van Bemmel. Hij noemt het muziekfestival VOC Land in Bandung, georganiseerd door schrijver Pidi Baiq, dat veel jonge bezoekers trekt. Sommige ouders spreken tegenwoordig zelfs over een ‘VOC‑opvoeding’, waarbij strikte discipline centraal staat. Voor progressieve Nederlanders lijkt dit de omgekeerde wereld, want was het niet Jan Pieterszoon Coen van de VOC die een felle strijd voerde om Jakarta en verantwoordelijk was voor de genocide op de Banda-eilanden?

Volgens de Volkskrant komt de nostalgie deels voort uit een gebrek aan historisch onderwijs. Het racistische koloniale bestuursmodel – waar witte Nederlanders aan de top stonden, gevolgd door Indo’s en Chinezen, en ‘inlanders’ helemaal onderaan stonden – wordt op scholen nauwelijks onderwezen. Daardoor reageren veel Indonesiërs luchtig wanneer Nederlanders het koloniale verleden ter sprake brengen. Een veelgehoorde reactie is: ‘Sudalahhh, dat is zó lang geleden. Zo ging dat toen’, schrijft Van Bemmel. Andere Indonesiërs benadrukken dat de Japanse bezetting zwaarder woog: ‘De Japanse bezetting was erger.’

Interieur Café Batavia. Beeld: Adam Jones Ph.D./Wikipedia

Achter de expliciete lof voor het koloniale bewind schuilt vaak frustratie over corruptie en incompetentie van de huidige regering. Door Nederland te idealiseren, kiezen jongeren voor een provocerende manier om hun onvrede te uiten. Van Bemmel ziet een parallel met de ‘One Piece’-protesten, geïnspireerd door een Japanse animeserie en Netflix-serie over sympathieke piraten. De correspondent vraagt zich af of Gen Z-demonstranten straks misschien met VOC-vlaggen zullen gaan zwaaien.

Kritiek

Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden
(K.U.K.B.), reageert tegenover de Kanttekening fel op het artikel in de Volkskrant, omdat dat stuk de koloniale nostalgie in Indonesië zou romantiseren. Volgens hem is die blik nog altijd doordrenkt van een koloniale reflex, het idee dat Nederland een beschavingsmacht was en dat Indonesië iets te danken heeft aan de bezetter.

Jeffry Pondaag. Beeld: Jeffry Pondaag

Maar hoe verklaart Pondaag de nostalgie naar de VOC-mentaliteit? ‘Veel Indonesische jongeren kennen hun eigen geschiedenis nauwelijks’, antwoordt hij. ‘Ze krijgen ook de Nederlandse versie van de geschiedenis voorgeschoteld, een versie die door Nederlanders is geschreven en waarin de misdaden worden verzacht of verhuld.’

Voor Pondaag is het essentieel dat Indonesische jongeren zich bewust worden van het Indonesische verhaal. Niet de Nederlandse koloniale geschiedschrijving, maar de geschiedenis van het eilandenrijk Nusantara in al zijn diversiteit en de gezamenlijke strijd tegen de koloniale onderdrukking. Hij herhaalt steevast dat Indonesië nooit ‘van Nederland’ is geweest, omdat Nederland een vreemde bezetter was. ‘Nederland was fout, punt. Geen komma.’

AfD ook op winstkoers in Mecklenburg‑Vorpommern, maar SPD kruipt dichterbij

0

De verkiezingen in de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg‑Vorpommern op zondag 20 september beloven onverwacht spannend te worden. Tweeënhalve week voor de stembusgang blijft de extreemrechtse partij Alternative für Deutschland in de peilingen weliswaar de grootste partij met 35 procent, maar de sociaal-democratische SPD van minister‑president Manuela Schwesig staat inmiddels op 32 procent, zo schrijft de website Duitsland Vandaag.

Daarmee is de ruime voorsprong die AfD het afgelopen jaar had grotendeels verdampt. In 2023 stond de partij nog op 38 procent in de opiniepeilingen, tegenover 19 procent voor de SPD.

De sociaaldemocraten hebben dus een forse inhaalslag gemaakt, terwijl de AfD licht daalt. Andere partijen blijven achter. De CDU zakt naar 8 procent, Die Linke staat op 11 procent en de Grünen halen met 5 procent nipt de kiesdrempel. De pro-Russische links-populistische partij BSW van Sahra Wagenknecht komt uit op 4 procent, waarmee ze de kiesdrempel niet haalt.

De mogelijke winst van AfD past in een bredere trend in Oost‑Duitsland, waar de partij recent al de grootste werd in Saksen‑Anhalt. Volgens hoogleraar Duitse geschiedenis Krijn Thijs (Universiteit van Amsterdam) is die ontwikkeling zorgwekkend, zo vertelt hij aan de Twentse krant Tubantia: ‘Minderheden zoals migranten, asielzoekers, lhbti’ers en mensen met andere politieke ideeën moeten zich echt zorgen gaan maken.’ Tegelijk plaatst hij hier wel een belangrijke nuance bij: ‘De AfD hoopt op een domino-effect, maar dat hoeft niet te gebeuren. In Mecklenburg gaat de AfD ook winnen, maar waarschijnlijk niet zo groot als in Saksen-Anhalt.’

De populariteit van Manuela Schwesig speelt de SPD in de kaart. 60 procent van de ondervraagden zou haar rechtstreeks kiezen als regeringsleider. Toch blijft de vraag wie de deelstaat op 20 september gaat regeren volledig open, zeker omdat meerderheden zonder AfD lastig te vormen zijn.

Kahane was niet de eerste die Palestijnen wilde verdrijven

0

‘Verdrijf de Arabieren! Naar Jordanië, naar de VS, naar Disneyland! Maakt niet uit waarheen!’ Vanaf een zeepkist in Jeruzalem riep de extremistische rabbijn Meir Kahane in 1988 zijn provocaties de wereld in. Ik zag hem daar toen ik onderzoek deed naar het kahanisme, waarvoor ik een uitwisselingsbeurs had gekregen van de Hebrew University en de Universiteit van Amsterdam.

Ik was geschokt door zijn speeches en de gesprekken met zijn aanhangers in de nederzettingen. Maar als we het gedachtegoed van Kahane vergelijken met wat nu in Israël normaal is, dan moet je constateren dat het peanuts was. Kahane riep weliswaar als eerste op tot verdrijving van de ‘Arabieren-honden’, maar voor ‘vrijwillige emigratie’ konden ze een ‘premie’ krijgen. En hoewel hij in zijn politieke ontwikkeling voortdurend radicaliseerde, sprak hij niet over het vermoorden van Palestijnen. Nu, 36 jaar na de moord op hem in New York, heeft de regering-Netanyahu hem rechts ingehaald met haar minister Itamar Ben-Gvir, die dagelijks 30 à 40 Palestijnen wil afschieten ‘omdat zij zelfs geen mensen zijn’.

Met de Israëlische verkiezingen op 27 oktober in het vooruitzicht zoeken analisten naar antwoorden op de vraag hoe Israël heeft kunnen veranderen van een land met links-socialistische dromen naar het huidige Israël, waarin 82 procent voorstander is van een etnische zuivering van het Palestijnse volk. Natuurlijk, het weerzinwekkende door Hamas aangerichte bloedbad van 7 oktober speelt een rol, maar zonder voedingsbodem had het nooit zover kunnen komen.

De oorzaken liggen veel dieper. Kahane bereikte bar weinig in Israël

NRC bijvoorbeeld plaatste een groot interview met de Israëlische hoogleraar Shaul Magid, die een boek schreef over Kahane. Volgens hem is Ben-Gvir een volgeling van Kahane geworden en was deze geïnspireerd door links.

Maar de oorzaken liggen veel dieper. Kahane bereikte bar weinig in Israël. Hij zat verschillende keren een gevangenisstraf uit wegens opruiing, zijn aanhang was een stelletje ongeregeld, hij slaagde er niet in een succesvolle, blijvende partij op te richten – hij behaalde in 1984 één zetel in het parlement – en werd geboycot door de pers vanwege racisme.

Daarbij was Kahane geen groot denker. Zijn boeken, die ik met gepaste afkeer las, bevatten geen diepgaande filosofie, maar vooral kretologie met als doel provocatie. Zijn ideeën pikte hij van de gewelddadige extreemrechtse revisionistische leider uit Rusland, Ze’ev Jabotinsky.

Martin David Kahane werd in 1932 geboren in het gezin van een rabbijn in Brooklyn. Jabotinsky was een huisvriend die met Kahane jr. speelde en Kahane adoreerde hem. Tegen antisemitisme richtte Jabotinsky begin twintigste eeuw in Rusland de gewapende Joodse Zelfverdedigingsorganisatie op en later de paramilitaire Betar, een Joodse jongerenbeweging. Beide zou Kahane kopiëren en de leuze ‘Joodse jongeren, leer schieten!’ keek hij ook af van Jabotinsky. Kahane keerde zich eind jaren tachtig in de VS met aanslagen en gewapende patrouilles tegen zwarten, socialisten en Sovjet-Unie-instituties.

Met zijn Joodse Liga in Palestina vocht Jabotinsky eerst zij aan zij met het Engelse leger om een einde te maken aan de Ottomaanse heerschappij. Maar later keerden zijn milities hun aanvallen tegen de Engelsen en de Arabische bevolking onder het Britse Mandaat, met de terreurorganisaties van de latere Israëlische Likud-premiers Begin en Shamir. Bommen plaatsen op Arabische markten was een veelvuldig gehanteerd middel. Jabotinsky stelde zich de vestiging van Eretz Yisrael ‘aan beide zijden van de Jordaan’ en omringd door ‘een ijzeren muur’ tot doel. En dat kon alleen met geweld.

Niet Kahane is verantwoordelijk voor de radicalisering van Israël. Ook al noemden mijn begeleiders, de Israëlische extreemrechts-expert professor Ehud Sprinzak en de Joods-Amerikaanse hoogleraar mentaliteitsgeschiedenis Arthur Mitzman, hem ‘een fascist’. Die natuurlijk niets met links te maken had.

Nee, het zijn de zaden die Jabotinsky in de jaren dertig plantte, die opkwamen bij Likud en nu Israël hebben overwoekerd met hulp van Netanyahu: het idee van een imperialistisch Israël. Maar laten we het belangrijkste niet vergeten: Israël is gebouwd op de verdrijving van 1,5 miljoen Palestijnen in 1948 en 1967. De Joodse strijdkrachten voerden nog voor de vestiging van Israël het plan Dalet uit, dat streefde naar meer grondgebied, waarbij zij het uitmoorden van dorpjes niet schuwden. Kahane, in zijn tijd een randfiguur die met Israëlische pek en veren terugkeerde naar de VS toen zijn partij Kach werd verboden, preekte slechts voor het eerst openlijk over verdrijving.

Raad van State kraakt politie‑wet: risico op machtsmisbruik blijft onbeantwoord

0

Het wetsvoorstel ‘Gegevensvergaring openbare orde’, dat de politie ruimere bevoegdheden geeft om activisten in de gaten te houden, is kritisch ontvangen door de Raad van State. Volgens de Raad kan het combineren van online gegevens leiden tot een gedetailleerd beeld van iemands privéleven, wat een inbreuk vormt op de privacy van burgers, aldus Binnenlands Bestuur.

Het kabinet introduceerde het voorstel om mogelijke verstoringen van de openbare orde, bijvoorbeeld rondom demonstraties, in een vroeg stadium te neutraliseren. Critici en mensenrechtenorganisaties vrezen echter dat deze bevoegdheden Nederland kunnen veranderen in een politiestaat.

Met deze wet zou de politie op grote schaal en automatisch gegevens uit online bronnen kunnen verzamelen, zonder dat burgers hiervan op de hoogte zijn. Deze informatie kan vervolgens worden gebruikt om in te schatten of iemand mogelijk aan een demonstratie zal deelnemen, wat niet strafbaar is in een vrij land. Ook voorziet het voorstel in de mogelijkheid om personen online te volgen. Hoe lang de politie dat zou mogen doen is onduidelijk.

De Raad van State heeft stevige kritiek op het wetsvoorstel. Zo zou het kabinet onvoldoende toegelicht hebben welke maatregelen worden genomen om machtsmisbruik te voorkomen en de inbreuk op privacy te minimaliseren. Er ontbreken, aldus het constitutionele adviesorgaan, momenteel essentiële waarborgen in het wetsvoorstel.

Burgers zijn in Nederland beschermd door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg), die strikte kaders stellen aan de verwerking van persoonsgegevens. Tegenover de politie hebben burgers het recht op transparantie, inzage in hun gegevens en het recht om bezwaar te maken tegen onrechtmatige verwerking. Bij nieuwe wetgeving moet de overheid aantonen dat inbreuken op deze rechten noodzakelijk en proportioneel zijn, waarbij de rechter toetst of de privacy van de burger voldoende is gewaarborgd.

Rotterdamse stichting geeft Afghaanse meisjes en vrouwen online les

0

Milad Ebrahiem geeft met stichting Bridge online les aan meisjes en vrouwen in Afghanistan. ‘Ze hebben hulp nodig.’

Sinds 15 augustus 2021 is Afghanistan in handen van de Taliban. Kort daarna maakten de Taliban bekend dat meisjes alleen tot en met groep 6 naar school mogen. Voor veel meisjes en vrouwen betekent dit dat zij geen voortgezet onderwijs meer kunnen volgen. Later kwam daar ook het verbod op universitair onderwijs voor vrouwen bij.

De pas opgerichte stichting Bridge wil daar vanuit Rotterdam iets aan doen door meisjes en vrouwen in Afghanistan online onderwijs te geven. De stichting is opgericht door ondernemer Milad Ebrahiem en vrouwenrechtenactiviste Sanga Siddiqi. Ook de andere bestuursleden wonen in Nederland.

Ebrahiem werd geboren in Afghanistan en kwam op jonge leeftijd naar Nederland. Hij studeerde later in Engeland en keerde daarna terug naar Nederland, waar hij als ondernemer aan de slag ging.

Milad Ebrahiem, mede-oprichter van Bridge

De stichting ontvangt geen subsidie en opereert onafhankelijk. Via contacten met onder meer vrouwenorganisaties heeft Bridge een netwerk in Afghanistan.

‘Alles rond de stichting betalen we uit eigen zak, maar we hebben wel hulp nodig. We gaan online lesgeven op het gebied van IT, ICT en marketing. Daar is veel vraag naar en op die manier kunnen we vrouwen een certificaat geven waar ze daadwerkelijk iets aan hebben. Een diploma kunnen we niet uitreiken, omdat we geen officiële onderwijsinstelling zijn’, vertelt Ebrahiem.

De voorwaarden voor deelname aan dit project zijn dat de meisjes en vrouwen goed Engels spreken, universitair zijn opgeleid en natuurlijk heel goed zijn met computers. Er wordt ook aan de deelnemers gevraagd om het niet van de daken te schreeuwen dat ze online onderwijs volgen, maar ze mogen natuurlijk gelijkgestemden wijzen op deze mogelijkheid.

Stel dat iemand toch besluit om een van de deelnemers te verraden. Moeten ze dan rekening houden met strafmaatregelen? ‘Nee. Onderwijs aan huis aan meisjes en vrouwen is strafbaar als er een mannelijke docent fysiek aanwezig is. Dat is nu niet het geval. Ze krijgen online les.’

Ebrahiem geeft aan dat Bridge specifiek op zoek is naar vrouwelijke vrijwilligers om online les te geven. ‘Vooral jonge meisjes zullen zich meer op hun gemak voelen bij een vrouwelijke docent.’

Meisjes ouder dan twaalf

In de twintig jaar voordat de Taliban volledig aan de macht kwamen, is er volgens Ebrahiem veel geïnvesteerd in het onderwijs voor meisjes en vrouwen. Dat veranderde na de machtsovername. Ondanks eerdere beloften van de Taliban mogen meisjes ouder dan twaalf jaar geen onderwijs meer volgen.

‘Ik kom weleens in Afghanistan en ik heb nog nooit iemand gesproken die dit een goede maatregel vindt. Het pijnlijke is ook dat deze maatregel totaal onverwacht kwam, omdat de huidige machthebbers hadden beloofd dat ze geen moeite zouden hebben met onderwijs voor meisjes en dat de sluiting van scholen en universiteiten tijdelijk zou zijn.’ Dat bleek anders. ‘Jonge vrouwen die studeerden, moesten van het ene op het andere moment stoppen met hun opleiding, vaak een universitaire studie’, zegt Ebrahiem.

Afghanistan telt ongeveer 45 miljoen inwoners. Volgens Ebrahiem wonen in de steden meer hogeropgeleide vrouwen dan op het platteland.

In totaal zijn er, volgens Ebrahiem, waarschijnlijk honderdduizenden hogeropgeleide vrouwen in Afghanistan, onder wie veel vrouwen die uitblinken in hun vak. ‘Programmeurs, rechtsgeleerden, noem het maar op. Ze zijn er beslist, maar ze kunnen geen kant op. Het is kapitaalvernietiging. Daarnaast moeten veel vrouwen huiselijk geweld accepteren omdat ze financieel volledig afhankelijk zijn. Dat heeft ook sociale en mentale gevolgen.’ Denk alleen al aan de gevolgen voor hun gevoel van eigenwaarde.

‘Een hoogopgeleide vrouw verdient in Afghanistan omgerekend ongeveer 500 euro per maand’

‘Vrouwelijke medewerkers zijn in Afghanistan goedkope arbeidskrachten. Een hoogopgeleide vrouw verdient er omgerekend ongeveer 500 euro per maand. Daar komt een goed opgeleide vrouw in de EU haar bed niet voor uit, maar voor een Afghaanse vrouw is het veel. Daarom richten we ons op it,ict en marketing. In die branches hebben ze de meeste kans, omdat er een tekort aan mensen is. Dan is de kans groter dat een werkgever toch overstag gaat.’

Daarnaast kunnen vrouwen via internet werk vinden dat ze vanuit huis kunnen doen. Zo hoeven ze voor hun werk niet met mannen in contact te komen.

Internetverbinding

Ebrahiem hoopt zowel meisjes en vrouwen in de steden als op het platteland te bereiken. Dat laatste zal moeilijker zijn, omdat er niet overal een internetverbinding is. Toch weerhoudt dat Bridge er niet van zich in te zetten voor het organiseren en aanbieden van onderwijs. ‘De situatie voor vrouwen in Afghanistan is lastig. Ze hebben echt hulp en ondersteuning nodig’, zegt hij.

‘De bevolking wil graag vooruit in plaats van achteruit’

Volgens Ebrahiem komt de steun niet alleen van buiten Afghanistan. Ook vanuit het land zelf krijgt Bridge positieve reacties. Zo zouden veel vaders en echtgenoten het verbod op onderwijs voor meisjes en vrouwen afkeuren. ‘De bevolking wil graag vooruit in plaats van achteruit. Dat is door allerlei regels niet zo makkelijk. Stel dat een vrouw een winkel wil beginnen of iets wil verkopen op de markt. Dat laatste kan eventueel wel, maar het is niet gangbaar.’ Bovendien is de situatie voor vrouwen volgens Ebrahiem niet altijd veilig.

Gezocht: vrijwilligers en laptops

Natuurlijk is geld welkom, maar de Bridge zoekt voornamelijk zaken als huisvesting, vrijwilligers die les geven op het gebied van it, ict en marketing, laptops voor de meisjes en vrouwen die via Bridge onderwijs willen krijgen en bijvoorbeeld kaarten waarop een internettegoed zit. ‘We zoeken vooral vrijwilligers en een pand in Rotterdam of omgeving van waaruit we les kunnen geven. Ons eerste doel is om zeshonderd meisjes en vrouwen te bereiken. Maar elk meisje of elke vrouw die we bereiken is er één.’

Haaretz: Netanyahu ontving waarschuwing voor 7 oktober

0

De Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu zou voor 7 oktober 2023 hebben geweten dat er een aanval van Hamas op komst was. Toch besloot hij om niet in te grijpen, zo onthult de Israëlische krant Haaretz.

De waarschuwing kwam uit de Verenigde Arabische Emiraten. President Mohammed bin Zayed Al Nahyan zou Netanyahu persoonlijk hebben gebeld om hem te waarschuwen. Netanyahu ontkent dat dit gesprek heeft plaatsgevonden en noemt de onthulling ‘een absolute leugen’. De rechtse krant Israel Hayom meldt echter dat het telefoongesprek zeker drie kwartier duurde en dat Netanyahu destijds had toegezegd om actie te ondernemen, wat hij uiteindelijk naliet.

De Israëlische oppositie reageert furieus op deze onthulling, die Netanyahu vlak voor de verkiezingen in een lastig parket brengt. Details over het telefoongesprek zijn te lezen in het boek Gijzelaars: 843 Dagen van Verlatenheid, geschreven door Shlomi Eldar en Ruth Yuval.

De gebeurtenissen van 7 oktober 2023 leidden tot de genocide in Gaza, die aan tienduizenden mensen het leven heeft gekost. Maar ondanks de ‘wapenstilstand’ van oktober 2025 gaat de genocide onverminderd door. De extreemrechtse Israëlische minister Itamar Ben-Gvir zei vorige maand dat Israël er goed aan zou doen om dagelijks 30 tot 40 Palestijnen te vermoorden in Gaza.

OM: Utrechtse agent handelde rechtmatig bij hardhandige arrestatie

0

Het Openbaar Ministerie concludeert na acht maanden onderzoek dat een Utrechtse agent niet onrechtmatig heeft gehandeld. Begin dit jaar arresteerde hij twee vrouwen hardhandig, bij het Bollendak naast Utrecht Centraal. De beelden van deze aanhouding gingen viraal.

De agent werd beschuldigd van mishandeling, discriminatie en schending van de geweldsinstructie. Er werden tientallen aangiftes tegen hem gedaan.

Maar volgens het OM stond het gebruikte geweld in verhouding tot de situatie. De agenten zouden meerdere keren hebben gewaarschuwd en gevorderd om afstand te houden, maar omstanders bleven de aanhouding hinderen. Bovendien verzetten twee personen zich volgens het onderzoek fors tegen hun arrestatie, waardoor extra geweldsmiddelen werden ingezet, waaronder wapenstokken en pepperspray.

De trap die de agent gaf wordt door het OM gezien als een noodzakelijke handeling, om ruimte te creëren in een chaotische en grimmige situatie. Van een racistische aanleiding is geen bewijs gevonden.

Als de betrokken vrouwen het niet eens zijn met de beslissing kunnen zij het gerechtshof verzoeken het OM tot vervolging te dwingen.