20.4 C
Amsterdam
Home Blog

Hoger risico op verdrinking bij kinderen met een migratieachtergrond

0

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat van de honderd mensen die in 2025 verdronken, 37 een niet-Nederlandse herkomst hadden. Het ging om migranten of mensen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren. Dat aandeel is verhoudingsgewijs hoger dan het totale percentage migranten en Nederlanders met een migratieachtergrond, dat ongeveer 25 procent bedraagt.

Het CBS presenteert meer verontrustende cijfers over verdrinkingen binnen deze groep. Zo zou het risico op verdrinking onder tieners die buiten Europa zijn geboren ruim veertien keer groter zijn dan onder kinderen met een Nederlandse herkomst. Ook bij kinderen die in Nederland zijn geboren, maar van wie de ouders buiten Europa ter wereld kwamen, blijkt het risico op verdrinking vier keer groter te zijn dan bij kinderen met een Nederlandse herkomst.

Verder wijst het CBS op het hoge aantal Polen dat de afgelopen tien jaar is verdronken. Zij vormen ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners uit die periode. ‘Van 2016 tot en met 2025 verdronken 296 mensen in Nederland die geen inwoner waren. Van de mensen die verdronken en niet in Nederland woonden, was 90 procent man. Ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners kwam uit Polen’, schrijft het CBS. Dat is een nog grotere disproportionaliteit dan onder Nederlanders met een migratieachtergrond in het algemeen.

Het aantal verdronkenen schommelt jaarlijks tussen de honderd en 150, met een piek van 152 doden in 2024. Kinderen uit niet-Europese landen vormen binnen deze statistieken de grootste risicogroep.

Een tragisch voorbeeld deed zich voor in de zomer van 2023, toen een Syrische jongen van 15 verdronk in een recreatieplas in de buurt van zijn opvanglocatie. Dit incident en deze cijfers onderstrepen opnieuw de noodzaak van betere zwemvaardigheid en voorlichting onder nieuwkomers.

Primeur in Duitsland: informatie over vrijdaggebed op stadsbord

0

Ruim zestig jaar na de komst van de eerste gastarbeiders beleeft Duitsland een islamitische primeur. Voor het eerst heeft een gemeente – Penzberg, met 17.000 inwoners, van wie ongeveer 800 moslim zijn – langs de snelweg een bord geplaatst met de tijden van het vrijdaggebed. Zo meldt Deutsche Welle.

Duitslandgangers kennen waarschijnlijk de karakteristieke borden langs de Autobahn waarop de tijden van de zondagse mis staan vermeld. Nu wordt daar voor het eerst ook een bord met islamitische tijden voor het vrijdaggebed aan toegevoegd in Penzberg, op vijftig kilometer afstand van München. Deze primeur werd feestelijk en met de inclusieve zegen van de verschillende voormannen van het katholieke, protestantse en islamitische geloof Bernhard Holz, Julian Lademann en Benjamin Idriz, evenals de burgemeester Thomas Kopf, ingewijd.

Toevallig werden borden voor de christelijke gebedstijden zestig jaar geleden ongeveer gelijktijdig ingevoerd met de komst van de eerste migranten uit islamitische landen. Het idee voor de toevoeging van de gebedstijden voor het vrijdaggebed zou gezamenlijk zijn ontstaan, toen de oude borden aan vernieuwing toe waren.

‘Ik heb voorgesteld om de tijden voor het vrijdaggebed toe te voegen als extra bord. De burgemeester en beide priesters hebben dit voorstel hartelijk ondersteund’, aldus de imam van Penzberg, Benjamin Idriz, die stelt dat de borden nu een zichtbaar symbool zijn van respect en gelijkheid. Wat betreft de vele islamofobe reacties, die uiteraard ook zijn te vinden op sociale media en in de samenleving, is hij helder. Hoewel hij de alledaagse haat tegen Duitse moslims niet ontkent, is het volgens hem ook ‘niet altijd’ een correcte weergave van ‘de ware atmosfeer’ in de stad.

‘Onze preken [in het Duits] zijn voor iedereen toegankelijk, of men nu moslim is of niet, iedereen kan onze moskee bezoeken,’ voegt hij daaraan toe.

Unesco zet binnenstad Paramaribo op lijst van bedreigd werelderfgoed

0

De historische binnenstad van Paramaribo is door Unesco op de lijst van bedreigd werelderfgoed geplaatst. De organisatie maakt zich zorgen over de staat van het monumentale stadscentrum, dat kampt met onder meer brandgevaar, verval en bouwprojecten die het beschermde stadsgezicht aantasten.

De waarschuwing betekent niet dat Paramaribo zijn werelderfgoedstatus direct verliest. Wel verwacht Unesco dat de Surinaamse autoriteiten maatregelen nemen om het historische centrum beter te beschermen. Als dat uitblijft, kan de werelderfgoedstatus uiteindelijk in gevaar komen.

De beslissing volgt op jaren van waarschuwingen van erfgoeddeskundigen. Ook het Surinaamse tijdschrift Parbode publiceerde deze maand een onderzoek naar de achteruitgang van het gebouwde erfgoed in Paramaribo. Volgens de onderzoekers vormen commerciële belangen en gebrekkig overheidsbeleid een bedreiging voor het historische karakter van de binnenstad.

Save the Children waarschuwt voor gevolgen nieuwe EU-terugkeerregels voor kinderen

0

Save the Children roept Europese regeringen op om bij de invoering van de nieuwe EU-terugkeerverordening de rechten van kinderen voorop te stellen. Volgens de organisatie bestaat anders het risico dat kinderen worden vastgehouden en uitgezet naar landen waarmee zij geen band hebben.

De terugkeerverordening, die naar verwachting in september formeel wordt vastgesteld nadat het Europees Parlement in juni instemde, introduceert onder meer zogenoemde terugkeercentra in niet-EU-landen. Save the Children stelt dat onderdelen van de verordening op gespannen voet staan met Europese grondrechten en waarschuwt voor een verzwakking van de rechtsbescherming van kinderen.

Volgens de hulporganisatie moeten lidstaten bij de uitvoering van de regels voorkomen dat kinderen in detentie belanden. Ook pleit zij ervoor dat gezinnen worden uitgesloten van terugkeercentra en dat minderjarigen toegang houden tot juridische bijstand, voogdij en andere vormen van bescherming.

Met de campagne Stand Up for Every Child doen de Europese afdelingen van Save the Children een gezamenlijke oproep aan regeringen om het belang van het kind centraal te stellen bij de implementatie van de nieuwe wetgeving.

Al-Aqsa staat onder druk. Wat betekent dat voor moslims?

0

Door toenemende beperkingen voor gelovigen en Israëlische schendingen van de status quo staat de Masjid al-Aqsa in Jeruzalem steeds verder onder druk als islamitisch heiligdom. Hoe denken moslims daarover? Het blijkt een gevoelig onderwerp.

Invallen door Israëlische kolonisten, beperkingen voor moslims en gebiedsverboden voor imams vergroten de druk op moslims op de Haram al-Sharif, de islamitische naam voor de Tempelberg in Jeruzalem. Op het terrein staan twee islamitische heiligdommen, de moskee  Masjid al-Aqsa en de gouden Rotskoepel. De onderdrukkende maatregelen die Israël heeft doorgevoerd, zijn volgens Palestijnen en mensenrechtenorganisaties deel van een strategie om het gebied geleidelijk een ander karakter te geven.

Eerder dit jaar sloot Israël de moskee voor veertig dagen tijdens de oorlog met Iran. Palestijnse moslims konden de moskee niet binnen op vrijdagen, ramadan-nachtgebeden en Eid al-Fitr. Palestijnse functionarissen veroordeelden de maatregelen en zeiden dat het bedoeld was om religieuze vrijheid in te perken en het complex verder te verjoodsen. De Israëlische kolonisten die er tegen de afspraken in komen bidden, krijgen de laatste jaren bovendien bijval van politici die het islamitische karakter van al-Aqsa willen wegnemen. Daar zijn al plannen voor.

Al-Aqsa onder druk

Robert Soeterik, voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee, legt uit dat met de verovering in 1967 door Israël van Oost-Jeruzalem op Jordanië, met de jaren het islamitische heiligdom onder druk is komen te staan. Het complex bleef sindsdien onder beheer van de Jordaanse stichting Waqf, waardoor Israël er formeel geen zeggenschap over heeft. Toch heeft Israël een reeks restricties opgelegd aan moslims en gebiedsverboden voor Palestijnse imams uitgevaardigd. Vooral politici als Ariel Sharon, Benjamin Netanyahu en Itamar Ben-Gvir zijn daarvoor verantwoordelijk. Maar ook extremistische rabbijnen hebben hun partijtje meegeblazen.

‘Tot 2000 was het uitzonderlijk dat Joodse Israëliërs een incident veroorzaakten rond de Haram al-Sharif. Het bezoek in dat jaar van toenmalig premier Ariel Sharon aan de al-Haram al-Sharif was echter een bewuste provocatie, die door Palestijnen als zodanig is opgevat en uitdraaide op de Tweede Intifada. Sindsdien is het van kwaad tot erger geworden. Vooral na 7 oktober 2023 heeft extreemrechts in Israël nieuwe kansen gezien en genomen.’

Volgens Soeterik werd het joden aanvankelijk verboden om bij al-Aqsa te bidden, maar hielpen radicale rabbijnen de joodse aanwezigheid te legitimeren.

‘Het complex is vermoedelijk gebouwd op de resten van de Eerste en Tweede joodse Tempel. Door het te betreden, lopen joden het risico de plek waar ooit het Heilige der Heiligen lag – waarvan de precieze locatie onbekend is – letterlijk met voeten te treden. Radicale rabbijnen droegen de afgelopen jaren echter nieuwe interpretaties aan en betwijfelden of het verbod wel zo definitief was. Daarmee namen zij voor extremistische joodse kolonisten een belangrijk obstakel weg in de strijd om de controle over al-Aqsa volledig los te gaan’, zegt Soeterik.

‘Het vreet aan ons’

De Kanttekening vroeg aan bezoekers van een moskee in Alphen aan den Rijn hoe zij de ontwikkelingen rond al-Aqsa zien.

Na afloop van het vrijdaggebed vertelt een moskeebezoeker, die anoniem wil blijven, dat de al-Aqsa moskee voor hem een extra betekenis heeft. Hij zou er graag naartoe gaan, maar ziet daar vanwege de omstandigheden tot nu toe van af.

‘Eén gebed in de Masjid al-Aqsa weegt zwaarder voor Allah dan een gebed in een andere moskee, los van de andere twee [in Mekka en Medina]. Binnen de islam wordt een bezoek aan al-Aqsa om die reden gestimuleerd. Het reizen is geen verplichting, maar wel een geliefde daad voor Allah. Het vreet aan ons dat we dat onderdeel van de religie waar willen maken maar niet kunnen’, zegt hij.

‘Nadat ik verhalen hoorde over wat daar gebeurt en hoe mensen worden behandeld die er naartoe reizen, durfde ik het niet aan. Als ik weet dat ergens gevaar is, ga ik daar niet heen. Maar ik denk dat iedereen persoonlijk moet afwegen of hij daar naartoe wil.’

Ashraf, een andere man die de moskee in Alphen aan den Rijn uit komt lopen, vertelt dat de Masjid al-Aqsa een enorme religieuze en historische betekenis voor hem heeft. ‘Het is de eerste qibla van de islam, de richting waarin moslims aanvankelijk baden voordat deze werd veranderd naar de Ka’aba in Mekka. Daarnaast is het één van de drie heiligste plaatsen in de islam en wordt het in verband gebracht met de Isra en Mi’raj, de nachtreis en hemelvaart van de profeet Mohammed (vrede zij met hem).’

Vanwege de Israëlische restricties en de onderdrukking van de Palestijnen is hij niet van plan om naar de Haram al-Sharif af te reizen. ‘Ik zou er op dit moment niet naartoe willen. Ik zie op tegen de extra controles en ondervragingen op het vliegveld. Daarnaast vind ik de huidige situatie voor Palestijnen zorgelijk. Maar vanuit islamitisch oogpunt blijft de Masjid al-Aqsa een zeer belangrijke plaats om te bezoeken. De religieuze waarde van de moskee verandert niet door de huidige situatie.’

‘Het is een gevoelig onderwerp voor moslims’

Ook een andere man, die anoniem wil blijven en net de moskee verlaat, vertelt dat hij de al-Aqsa nog niet heeft bezocht. ‘Het is een gevoelig onderwerp voor moslims. We kijken allemaal machteloos toe terwijl moslims in Palestina worden onderdrukt. Allerlei verdragen die in het Westen zijn gemaakt, worden niet nageleefd. Ik zou het wel mooi vinden als ik daar naartoe kon gaan. Maar ik heb van andere gelovigen gehoord dat Israël het hen erg lastig maakt om al-Aqsa te bereiken. Ze werden geïntimideerd en alles werd gecontroleerd. Maar dat valt in het niet bij de situatie van de moslims die daar wonen.’

De Kanttekening heeft meerdere imams benaderd om over dit onderwerp te praten, maar kreeg geen reactie voor publicatie van dit artikel.

Soeterik wijst erop dat de toenemende wurggreep waarin moslims zich in Jeruzalem bevinden, onderdeel is van de politiek van de staat Israël om het sociaal-historische karakter van de stad te veranderen. Volgens hem treft dat niet alleen moslims. ‘Ook de christelijke gemeenschap in Jeruzalem heeft het erg moeilijk.’

Plannen voor een derde Tempel

Terwijl de Jordaanse stichting Waqf de Haram al-Sharif beheert, controleert de Israëlische politie de toegang. En daar gaat het mis: ultranationalistische joden krijgen onder bescherming van diezelfde Israëlische politie, steeds vaker de kans om al-Aqsa te betreden en er te bidden. Daarbij worden Palestijnse moslims aangevallen, soms zelfs tot in de moskee zelf.

Een Israëlische politieagent spreekt op 23 juli met Israëlische extremisten op de Haram al-Sharif (Tempelberg) in Jeruzalem. Beeld: Ilia Yefimovich/AFP

Gisteren was er volgens Al Jazeera sprake van één van de grootste invallen op het al-Aqsa complex dit jaar toen ruim drieduizend joodse kolonisten het bestormde. Dit deden zij onder begeleiding van de Israëlische politie, en vergezeld door Itamar Ben-Gvir en leden van de Knesset. Dat toont volgens de nieuwszender aan dat de bestormingen inmiddels officieel worden goedgekeurd.

Ben-Gvir vertegenwoordigt een groeiende beweging van joodse kolonisten in Israël die een ‘derde tempel’ wil bouwen op de plek van de Masjid al-Aqsa.

Aangezien deze beweging de laatste jaren een steeds grotere invloed krijgt, zijn Palestijnen bang dat met al-Aqsa hetzelfde zal gebeuren als met de Masjid al-Ibrahimi, een moskee in Hebron. Na een schietincident door een joodse kolonist in 1994 deelde Israël de moskee in tweeën, waardoor één helft als synagoge in gebruik werd genomen.

Volgens Jerusalem Story is Israël bovendien bezig het gezag van de Waqf verder te ondermijnen, door personeel geen toegang meer te geven tot het complex, te arresteren en vergunningen in te trekken.

‘Waar Israël mogelijk op aanstuurt, is een opdeling van al-Aqsa’

The Middle East Eye onthulde afgelopen mei dat Israël en de VS actief bezig zijn om het beheer door de Jordaanse Waqf te vervangen door een bestuur dat ondergeschikt zou zijn aan Israëlische belangen. Daarbij zou Israël imams mogen aanwijzen en zich kunnen mengen in de inhoud van preken. Ook zou al-Aqsa niet langer meer een islamitisch heiligdom zijn, maar één van alle drie de religies. Daarbij hopen ze op medewerking van Marokko, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten, die Israël hebben erkend in de Abraham-akkoorden.

Dat al-Aqsa wordt vervangen door een ‘derde tempel’, zoals de kolonistenbeweging wil, is onwaarschijnlijk, denkt Soeterik. ‘Waar Israël mogelijk op aanstuurt, is een opdeling van al-Aqsa. Het liefst zouden de kolonisten het hele complex opblazen en een nieuwe tempel bouwen. Dat zou echter een enorme escalatie betekenen en het toch al slechte imago van Israël verder verslechteren. Ik denk dat menige joodse Israëli tegen een dergelijke overduidelijk religieuze provocatie zal zijn. Daarom verwacht ik eerder dat de moskee in een context van verdere escalatie eventueel zal worden opgedeeld, net als in Hebron is gebeurd.’

Terwijl hij op het punt staat vanaf de moskee weer naar huis te rijden, zegt moskeebezoeker Ramin uit Alphen aan den Rijn dat als hij de kans zou krijgen, hij heel graag in de Masjid al-Aqsa zou bidden. Om veiligheidsredenen kan hij dat niet. ‘Ik heb gehoord hoe Israël moslims behandelt. Je hoeft maar even verkeerd te kijken en als het de Israëli’s niet aanstaat, pakken ze je. Ik heb ook nog een vrouw en kinderen hier.’

In Odysseus wordt vriendschap misbruikt

0

Oh, muze, bezing mij de vindingrijke man. Eerder een moordzuchtige man. Een man die een groep hooligans aanvoert die misbruik maken van de wetten van gastvrijheid, xenia, om te plunderen.

Dat is de Odysseus die Nolan ons voorschotelt in zijn cinematografische epos zoals zijn films worden genoemd. Nolan roept ongemakkelijke vragen op over hoe ver we gaan om de beschaving te ‘redden’, maar ondertussen meer kwaad dan goed doen. Het begint toch al met die list van het Trojaanse paard, de slimme vondst van Odysseus om Troje, de vijandige stad die op de knieën moet worden gedwongen, binnen te komen. Nolan maakt je deelgenoot van de opsluiting van de mannen in het paard; ze stikken zowat, ze vallen flauw, ze tellen de doden. Wat een vondst, wat een vernuft! Odysseus betekent trouwens ‘hij die woede opwekt’, of ‘hij die pijn veroorzaakt’, want zoals dat gaat in de oude beschavingen heeft elke naam meerdere betekenissen. Het geschenk wordt door de Trojanen ontvangen, waarna de mannen van Odysseus zich een weg naar buiten banen om van binnenuit de stad compleet af te breken. Odysseus doet zijn naam eer aan.

Ik zag de film in de mooie zaal van de Cinema Rif in Tanger

Ik zag de film in de mooie zaal van de Cinema Rif in Tanger. Voorbereidend op het bezoek las ik de inleiding van de Engelse vertaling van het epos van de blinde bard; voor vertaler Emily Wilson is Odysseus geen vindingrijke man, maar een ingewikkelde man. A complicated man. Zo stoer durven vertalen sprak me meteen aan. Wat me ook innam, was haar inleiding waarin ze schrijft over de rol van vriendschap in de oud-Griekse beschaving. Overal waar mensen kwamen, werd vriendschap aangeboden; daar kon helaas misbruik van worden gemaakt – zie Penelope, de vrouw van Odysseus, wiens huis overlopen wordt door ongenode gasten die naar haar hand dingen – maar daar gaat het niet om: gastvrijheid is in de Middellandse Zee een manier om te laten zien dat je beschaafd bent, dat je de code begrijpt. De Odysseus laat zien wat er gebeurt wanneer die code van vriendschap wordt misbruikt of domweg wordt vergeten.

Ik ben opgegroeid met de uitspraak dat Grieken iedereen die hun taal niet sprak barbaren noemden; barbaren betekent hier zij die brabbelen. Hier wordt een tegenstelling gecreëerd tussen de beschaafde Grieken en de primitieve barbaren. Maar Odysseus laat zien dat het toch echt een tikkeltje anders ligt. Het onderscheid werd gemaakt tussen zij die gastvrijheid boden en zij die deze gastvrijheid misbruikten voor eigen gewin. De gast is een vriend; dit was het concept van xenia, want goden kunnen komen in de gedaante van een god. Zeus werd ook wel de god van de vreemdelingen genoemd, want hij kon die vreemdeling zijn. Ons woord xenofoob, bang voor vreemdelingen, is afgeleid van xenia. De Grieken wisten dat overal waar vriendschap voet aan de grond kreeg, gastvrijheid een voorwaarde was voor beschaving.

Regisseur Nolan laat zien wat er gebeurt wanneer we die gastvrijheid misbruiken; het opent de poort naar onrecht, willekeur en uiteindelijk genocide. Ik kwam niet als een ander mens naar buiten na het zien van de film; wel kwam ik naar buiten met de honger om de Odyssee nog een keer te lezen, om me te verdiepen in die beschaving, om me Grieks en vreemdeling te voelen.

‘Zeker twintig’ gemeenten leggen verzet tegen azc’s vast in coalitieakkoord

0

Zeker twintig gemeenten leggen hun verzet tegen de verplichting asielzoekers op te vangen vast in hun coalitieakkoord. De weerstand tegen de spreidingswet is daarmee ‘wijdverbreid’, schrijft de Volkskrant.

De spreidingswet is sinds februari 2024 van kracht. Van de 342 gemeenten in Nederland blijken zeker twintig in hun nieuwe coalitieakkoord te hebben vastgelegd de komende vier jaar geen asielzoekers te verwelkomen.

De krant noemt de gemeente Noordwijk als voorbeeld. Terwijl Noordwijk volgens de spreidingswet uiterlijk volgend jaar juli 254 asielzoekers zou moeten huisvesten, is in het coalitieakkoord bepaald dat dit niet zal gebeuren. Argumenten die lokale partijen aanvoeren zijn onder andere dat een azc te zwaar zou drukken op de politie, huisartsen en het elektriciteitsnetwerk, en dat de gemeente al genoeg doet door Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Naast ‘veiligheid’ is dit laatste een argument dat ook bij andere gemeenten vaak terugkomt.

Volgens cijfers van het COA van afgelopen mei voldoen 250 gemeenten slechts gedeeltelijk of helemaal niet aan hun opvangplicht, schrijft de krant.

De krant schrijft ook dat zeker 65 andere gemeenten obstakels opwerpen voor de opvang, terwijl zij de spreidingswet wel steunen. Daarbij eisen ze dat er alleen kleinschalige opvanglocaties komen, of alleen opvang voor gezinnen of vrouwen.

Volgens de krant hebben veel gemeenten die hebben besloten geen extra asielzoekers te huisvesten, een coalitie van een of meerdere partijen die ook deel uitmaken van het kabinet. Soms gaat het om coalities waarin de lokale VVD de macht deelt met radicaal-rechtse partijen.

De krant ontdekte dat meerdere gemeenteraden die zich in hun coalitieakkoord verzetten tegen de opvang van asielzoekers, overwegen juridische stappen te zetten tegen hun opvangplicht. Daarbij noemen zij ook de zorg voor andere doelgroepen als argument om geen extra opvang te hoeven regelen, bijvoorbeeld psychiatrische patiënten, tbs’ers en Oekraïense vluchtelingen. Ook proberen gemeenten met ruilconstructies onder hun verplichtingen uit te komen of rekenen zij ongevraagd op de hulp van buurgemeenten.

Of de weerstand van gemeenten tegen de spreidingswet zo ‘wijdverbreid’ is als de Volkskrant stelt, is de vraag, stellen mensen op LinkedIn. Eenentwintig gemeenten is slechts een klein deel van het totale aantal gemeenten. Dat geldt ook als je de gemeenten meetelt die obstakels opwerpen.

Israëlische ambassadeur spreekt bij Holocaustherdenking in Rotterdam, kritiek zwelt aan

0

De uitnodiging aan de Israëlische ambassadeur om te spreken tijdens de herdenking van Joodse Rotterdammers die zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft voor onrust gezorgd, schrijven diverse media.

Volgende week donderdag vindt de jaarlijkse herdenking plaats van de 6.790 Joodse Rotterdammers die vanaf 30 juli 1942 vanuit Loods24 werden weggevoerd naar straf- en vernietigingskampen. Slechts weinigen van hen overleefden het, schrijft Omroep Rijnmond.

Het feit dat de organisator van de herdenking, stichting Loods24, de Israëlische ambassadeur Zvi Aviner Vapni heeft uitgenodigd om te komen spreken, schoot verschillende organisaties in het verkeerde keelgat.

De zaak ligt gevoelig, aangezien Vapni wordt gezien als vertegenwoordiger van een regime dat verantwoordelijk is voor de genocide op de Palestijnen in Gaza. Inmiddels heeft Israël daarbij meer dan 73.000 Palestijnen gedood.

Denk en de Partij voor de Dieren hadden schriftelijke vragen gesteld aan het nieuwe college van Rotterdam. Zij willen dat burgemeester Carola Schouten niet naar de herdenking gaat en een krans legt als de Israëlische ambassadeur er zal spreken. Ook een aantal wijkraden is in opstand gekomen. De wijkraad in Rotterdam-West wil niet deelnemen aan de herdenking als de ambassadeur er is, schrijft Omroep Rijnmond.

Tientallen organisaties en personen hebben de burgemeester inmiddels brieven geschreven over de kwestie, aldus het AD. Organisaties als Rotterdam Palestina Coalitie en Een Ander Joods Geluid vragen Schouten om de organisatie te verzoeken de uitnodiging aan de ambassadeur in te trekken. Ook vragen zij haar om af te zien van deelname aan de herdenking mocht de ambassadeur er inderdaad spreken.

Burgemeester Schouten heeft laten weten dat zij begrijpt dat er bezorgdheid is rond de waardigheid van de herdenking nu de ambassadeur is uitgenodigd. Hoewel niet bekend is of zij de uitnodiging afraadt, is ze in overleg met de organisatie om te bespreken ‘hoe we de waardigheid van de herdenking zo veel mogelijk kunnen waarborgen.’

De Joodse Gemeenschap Rotterdam riep de tegenstanders op om hun ‘polariserende lijn te verlaten.’ Zij vroeg Schouten om af te zien van pogingen om de ambassadeur uit te sluiten en de Holocaustherdenking niet te politiseren. Of dit niet al is gebeurd door uitgerekend de Israëlische ambassadeur uit te nodigen, is de vraag.

VNG: ‘Je kunt de huisvesting van statushouders niet los zien van die van andere aandachtsgroepen’

De afgelopen jaren is er veel gediscussieerd over de manier waarop gemeenten het schaarse woningaanbod verdelen. Omdat de schaarste nog wel even voortduurt, moeten gemeenten zorgen voor ‘aanvullende vormen van huisvesting’ voor mensen die ‘niet langer kunnen wachten’. Dit zijn ook statushouders, aldus de minister.  

Een gescheiden vader met drie kinderen in een zolderkamer, een student die nog altijd bij pa en ma woont of een statushouder die al drie jaar op een noodopvanglocatie verblijft. Gemeenten lopen steeds vaker tegen dezelfde grens aan: er zijn simpelweg te weinig woningen om tot een eerlijke verdeelsleutel te komen. 

Daarom moeten gemeenten veel meer gaan inzetten op ‘aanvullende vormen van huisvesting’, die snel te realiseren zijn en een startpunt vormen op de woningmarkt, schrijft minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Denk aan onder meer transformatie, woningdelen, doorstroomlocaties, modulaire woningen, verplaatsbare woningen of onzelfstandige woonruimten, afhankelijk van de mogelijkheden per gemeente. 

Als gemeenten hier massaal mee aan de slag gaan, zou het een nieuwe impuls geven aan het woonbeleid. Maar misschien nog wel belangrijker is de omslag in de manier waarop de woningen verdeeld worden. Ze moeten beschikbaar zijn voor een brede groep woningzoekenden: starters, mensen die acuut een woning nodig hebben, maar dus ook statushouders en in de toekomst Oekraïense vluchtelingen.

Vooral over deze laatste doelgroep is veel discussie in de politiek en maatschappij. De voorrang die statushouders in sommige gemeenten krijgen op sociale huurwoningen wordt door een groot aantal mensen als oneerlijk ervaren. De keuze voor een brede doelgroep zou deze discussie moeten luwen, denken politici. ‘Uitgangspunt is dat aanvullende vormen van huisvesting ruimte bieden aan woningzoekenden voor wie een tijdelijke, flexibele of gedeelde woonvorm passend is, zo staat in een nieuwsbericht van de overheid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) schreef het vorig jaar al. We moeten nooit het langere termijnplan om meer woningen te bouwen uit het oog verliezen, maar in de tussentijd kunnen we inzetten op tijdelijke oplossingen, schreef het in het rapport Van asiel tot integratie: zo kan het wel, dat in november 2025 gepubliceerd werd.

Het gaat niet om een vast gedefinieerd woningtype, maar om een kwalitatief goede woonoplossing voor mensen die nu tussen wal en schip vallen door het woningtekort, dat voorlopig niet volledig kan worden ingelopen, schrijft de VNG. ‘Daarbij is nadrukkelijk de insteek dat dit ook voor andere groepen die met spoed woonruimte nodig hebben wordt ingezet en een deel van de woningen wordt gebruikt voor statushouders’, aldus het advies, waar 98 procent van de gemeenten mee in stemden.

Er is een continu spanningsveld bij gemeenten. Ze staan echt met hun rug tegen de muur

Thomas Zwiers stond aan de wieg van het rapport. Hij is programmamanager Asiel en Migratie bij de VNG. Je kunt de huisvesting van statushouders niet los zien van die van andere aandachtsgroepen, vindt hij. ‘Dan doe je geen recht aan wat er in de samenleving gebeurt. Er is een continu spanningsveld bij gemeenten. Ze staan echt met hun rug tegen de muur. Ik ben ook wethouder geweest. Uit ervaring weet ik dat je te maken krijgt met hele schrijnende gevallen. Dan moet je kiezen, maar je hebt eigenlijk gewoon te weinig woningen om te verdelen. Je kunt de koek lastig verdelen als de koek gewoon te klein is.’

Versnellen en opschalen

De Kamerbrief is een eerste aanzet. Het Rijk, de VNG, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Aedes moeten samen gaan werken om snel en meer aanvullende vormen van huisvesting te realiseren. Daarover vinden momenteel intensieve gesprekken plaats met de achterbannen van deze organisaties, laat VNG weten. De uitkomt van deze onderhandelingen staat nog niet vast.

Toch roept de minister gemeenten met een achterstand in de huisvesting van statushouders op om alvast aan de slag te gaan. ‘Met de juiste middelen kunnen zij die achterstand in anderhalf jaar wegwerken’, zo schrijft het Rijk in een nieuwsbericht op de eigen website. Daarbij noemt het tevens de ambitie om 20 procent van de opgeleverde woningen aan statushouders te doen toekomen. 

Dit voegt zeker wat toe, denkt Zwiers. ‘Iedereen die zo’n woning krijgt, waaronder ook statushouders, doet op dat moment geen beroep op een andere woning in de sociale huurvoorraad. Bovendien gaat nu heel veel geld naar noodopvanglocaties voor statushouders. Dat is echt zonde. We moeten dit geld anders durven te besteden, zoals bijvoorbeeld aan dit soort woningen, die geschikt zijn voor een veel bredere doelgroep.’

Voorlopers

Het is niet dat dit nog niet gebeurt, maar het gebeurt nog te weinig, ziet ook de minister. Daarom moeten meer gemeenten het voorbeeld volgen van plaatsen waar al het een en ander gebeurt. Zoals bijvoorbeeld de gemeente Nieuwegein, dat momenteel werkt aan een plan om samen met de woningcorporatie 44 flexwoningen te bouwen op een terrein dat pas in de nabije toekomst een permanente bestemming krijgt. Een derde van deze woningen is bedoeld voor jongeren die nu noodgedwongen bij hun ouders wonen, een derde voor statushouders en een derde voor reguliere woningzoekenden.

In Amsterdam zijn al sinds 2015 gedeelde wooncomplexen, waar jongeren en statushouders niet alleen naast elkaar wonen, maar ook met elkaar. Ze delen gemeenschappelijke ruimtes, koken en eten samen of helpen nieuwkomers integreren in hun nieuwe stad. Vanuit hier groeien studenten en statushouders door naar een meer permanente vorm van huisvesting. 

‘Zo’n gemengde woonvorm vraagt wel om goede begeleiding en sociaal beheer’

Het daadwerkelijk delen van gemeenschappelijke ruimtes is een stap verder, erkent Zwiers. Dat dit niet altijd zonder problemen verloopt, bleek uit woonproject Stek Oost in Amsterdam, waar en voormalig bewoner veroordeeld is voor twee verkrachtingen van buurvrouwen. Bovendien was er sprake van overlast en voelden niet alle bewoners zich even veilig.

‘Zo’n gemengde woonvorm vraagt wel om goede begeleiding en sociaal beheer, zeker wanneer verschillende groepen gebruik maken van gezamenlijke ruimtes’, zegt Zwiers. ‘Sociaal beheer zijn activiteiten waarmee een gemeente en woningcorporatie, eventueel in samenwerking met een maatschappelijke organisatie, ervoor zorgen dat bewoners prettig en veilig kunnen samenleven en eventuele problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en opgelost.’

Dit herkent Paco Kuit, een 27-jarige Amsterdammer die zes jaar woonde in een Amsterdams woonproject waar Nederlandse jongeren en statushouders samen een gebouw deelden. Hij leerde er zijn beste vriend kennen – een Syriër die op dat moment net in Nederland was. Volgens hem ontstond de onderlinge band niet vanzelf, maar doordat bewoners een keuken deelden en elkaar dagelijks tegenkwamen. ‘Die kleine duw heeft iedereen nodig om kennis te maken met een vreemde’, vertelt hij. ‘Als iedereen alleen een eigen studio heeft, is de drempel veel groter.’

Paco is nog altijd positief over het woonproject, maar ziet ook ruimte voor verbetering. ‘Sommige bewoners kampten met psychische problemen of trauma’s waardoor samenwonen lastig kon zijn.’ Volgens hem kan een woningcorporatie zulke situaties niet alleen oplossen. ‘Een sterke gemeenschap helpt veel, maar niet alles. Soms is professionele begeleiding of een zorgtraject gewoon nodig.’

Meer nodig dan financiële ondersteuning

Hoeveel er vanuit het Rijk beschikbaar komt voor de bouw van aanvullende woningen blijkt niet uit de brief. De minister heeft het over ‘een extra impuls’. Gemeenten konden tot voor kort aanspraak maken op een vergoeding van 85,60 euro per dag per gehuisveste statushouder, maar die regeling loopt af. Daarvoor in de plaats zijn inmiddels andere vergoedingsregelingen ingevoerd voor tijdelijke huisvesting en doorstroomlocaties. Deze vergoedingen vallen een stuk lager uit.

‘Financiële ondersteuning is belangrijk, maar alleen daarmee gaan we het niet redden’

Volgens Zwiers is er veel meer inzet van het Rijk nodig. ‘Financiële ondersteuning is belangrijk, maar alleen daarmee gaan we het niet redden.’ Gemeenten hebben volgens hem ook behoefte aan kennis, uitvoeringscapaciteit, ondersteuning bij locaties, planologische procedures en het wegnemen van praktische belemmeringen, zoals netcongestie en de zoektocht naar geschikte locaties. Als gemeenten werkelijk sneller willen bouwen, moeten juist die belemmeringen worden weggenomen. Daarover zijn we nu in gesprek met de minister’, aldus Zwiers.

Kijk naar wat iemand kan

Los van de bestuurlijke afspraken over aanvullende vormen van huisvesting is het belangrijk om ook te blijven kijken naar een betere aansluiting tussen huisvesting, participatie en arbeidsmarkt, merkt de VNG op. In het rapport Van asiel tot integratie: zo kan het wel gaat een aanzienlijk deel over de koppeling van huisvesting met werkgelegenheid. 

Om ervoor te zorgen dat mensen na plaatsing in een bepaalde gemeente aan de slag kunnen en iets gaan bijdragen aan de maatschappij, moet deze plaatsing zijn afgestemd met de kennis en kunde van die persoon, zegt Zwiers. Iemand die ervaring heeft in metaalbewerking moet je eigenlijk niet plaatsen in een gemeente als Utrecht.

‘Als je al in Ter Apel kijkt naar wat iemand kan, en die persoon ook direct plaatst in de gemeente waar hij waarschijnlijk status zal houden, is de kans veel groter dat hij zich gaat ontwikkelen en de samenleving de meerwaarde van die persoon ervaart. Ik geloof echt dat dit zorgt voor draagvlak in de samenleving.’

Wel of geen voorrang

Of het huidige plan het maatschappelijke draagvlak zal vergoten, zal moeten blijken. De discussie over de voorrang voor statushouders laat zien hoe gevoelig de keuzes die gemeenten maken kunnen liggen. Maar dit is een non-discussie, vindt Zwiers. 

‘We moeten stoppen met de vraag wie er meer recht heeft op een woning’

‘Het suggereert dat gemeenten nu verplicht zijn voorrang te verlenen en dat is niet het geval.’ Sinds 2017 bepalen gemeenten zelf of zij statushouders als urgentiecategorie opnemen in hun huisvestingsbeleid. ‘Gemeenten hebben de mogelijkheid om maatwerk te bieden en te zorgen voor een betere doorstroom in de azc’s’, legt hij uit. ‘Dat wordt door andere woningzoekenden soms als ontzettend oneerlijk ervaren, terwijl ook zij gigantisch met de vingers tussen de deur zitten.’

Volgens Zwiers moeten gemeenten daarom af van het denken in afzonderlijke doelgroepen. ‘We moeten stoppen met de vraag wie er meer recht heeft op een woning. De vraag moet zijn hoe we ervoor zorgen dat er meer woningen komen voor iedereen die daarop wacht. Dan ontstaat er ook meer draagvlak.’

Utrecht neemt maatregelen tegen ‘lange arm van Eritrea’

0

De gemeente Utrecht wil, twee jaar na de gewelddadige confrontaties tussen groepen Eritreeërs in Den Haag, maatregelen nemen tegen de zogenoemde ‘lange arm van Eritrea’. Volgens de gemeente moeten de rellen niet alleen worden gezien als een openbare ordeprobleem, maar ook als een direct gevolg van buitenlandse inmenging. Dat meldt Binnenlands Bestuur.

Op 17 februari 2024 ging het goed mis aan de Fruitweg in Den Haag, bij de Opera-zalen, waar vaak trouwfeesten worden gehouden. Honderden tegenstanders van het regime in Eritrea belagen een feestje dat door regime-gezinde Eritreeërs werd georganiseerd. Een politiewagen en touringcar worden in brand gestoken, maar ook politie en journalisten worden belaagd.

Michel Kok, veiligheidsadviseur van de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma, legt de schuld echter eenzijdig neer bij groepen die zich verwant voelen met het Eritrese regime. ‘We hebben het hier echt over de lange arm van Eritrea, over ongewenste buitenlandse inmenging. We hebben als overheid deze mensen onvoldoende beschermd’, zegt hij tegen Binnenlands Bestuur.

Aangezien veel van de betrokkenen in Utrecht verblijven, besluit de gemeente Utrecht om in gesprek te gaan met Eritreeërs, en dan specifiek met tegenstanders van het regime. ‘Tien tot vijftien Eritreeërs uit heel Nederland komen sinds november samen in een zaaltje ergens in de stad. De locatie blijft uit veiligheidsoverwegingen geheim’, meldt Binnenlands Bestuur.

Het doel van deze gesprekken is om te voorkomen dat het niet opnieuw tot geweldsuitbarstingen komt. Tegenstanders van het regime zouden ‘weerbaarder’ moeten zijn en begrijpen hoe Nederland ‘werkt’ met gesprekken over democratie, rechtsstaat en weerbaarheid.