De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), die lange tijd de dienst uitmaakten in het autonome noorden, worden opgeheven als zelfstandige militaire organisatie en volledig opgenomen in het Syrische regeringsleger. SDF-leider Mazloum Abdi maakte dat dinsdag bekend in Damascus.
Volgens hem is daarmee een nieuwe fase voor Syrië aangebroken, gericht op vrede, stabiliteit en de wederopbouw van het land.
De SDF was jarenlang een belangrijke Amerikaanse bondgenoot in de strijd tegen terreurorganisatie IS. De militie controleerde grote delen van het noordoosten van Syrië en vormde daar de belangrijkste machtsbasis van de Koerden. Met de integratie komt een einde aan de SDF als zelfstandige strijdmacht en wordt het gezag van de regering in Damascus verder uitgebreid.
De interim-regering van Ahmed al-Sharaa wilde al vanaf haar aantreden dat de verschillende militaire groepen geïntegreerd werden in een nationaal leger. Er werden afspraken gemaakt met de SDF, maar deze werden nooit uitgevoerd. Daarentegen braken er meerdere gevechten uit tussen regeringstroepen en de SDF. Daarbij verloren de Koerdische strijdkrachten al een groot deel van hun grondgebied.
Nu de integratie toch lijkt te gaan plaatsvinden, blijft de vraag of aan de belangrijkste voorwaarden van de Koerden wordt voldaan. Veel Koerden maken zich zorgen over de positie van migranten in Syrië. Als onderdeel van de overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het gebruik van de eigen taal en scholen. Toch bleven veel Koerden, en ook andere minderheden, kritisch over de beperkte vertegenwoordiging op politiek niveau. Ook is niet zeker hoeveel zelfstandigheid zij onder het nieuwe bestuur in Damascus behouden.
De integratie wordt door verschillende landen verwelkomd. Qatar noemt het een belangrijke stap richting nationale eenheid en een staat waarin het geweldsmonopolie bij één leger ligt. Ook Turkije heeft positief gereageerd. Tegelijkertijd blijven onder Koerden zorgen bestaan over hun politieke en culturele rechten en over de vraag hoeveel zelfstandigheid zij onder het nieuwe bestuur in Damascus behouden.
Vandaag komt voormalig CDA- en BBB-politica Mona Keijzer met Project2029, een sociaal-conservatieve beweging die sinds juli als vereniging staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Een politieke partij is het (nog) niet.
Haar beweging wordt getrokken door vertrouwelingen uit haar BBB-periode en door mensen uit De Nieuwe Denktank, een sociaal-conservatieve denktank.
De Volkskrant schetste op 20 augustus hoe Keijzer, na haar breuk met het CDA en haar korte premierschap bij BBB, nu als eenpersoonsfractie in de Kamer zit en zich beraadt op een eigen koers. Rond haar hebben zich enkele oud-politici verzameld, waaronder voormalig minister van Onderwijs Gouke Moes (ex-BBB), voormalig Europarlementariër Rob Roos (ex-FvD en ex-JA21) en mogelijk ook oud-Kamerlid Nicki Pouw-Verweij (ex-FvD, ex-JA21 en ex-BBB).
Tegelijkertijd zou Keijzer hebben verkend of samenwerking met Gidi Markuszower (ex-PVV, nu DNA) of Wybren van Haga (ex-VVD en ex-FvD, nu BVNL) mogelijk was, maar die gesprekken liepen op niets uit. Project2029 lijkt zich te willen onderscheiden met een behoudende, sociaal-conservatieve agenda, maar of dat voldoende is om een plek te veroveren in het overvolle rechtse spectrum, blijft onzeker.
Om die vraag te beantwoorden sprak de Kanttekening met politicoloog Simon Otjes, verbonden aan de Universiteit Leiden, en journalist Chris Aalberts, die al jaren onderzoek doet naar de fragmentatie op de rechterflank.
Partijen rond een persoon
Volgens Otjes is het moeilijk om Project2029 los te zien van eerdere rechtse initiatieven. ‘Het lijkt op Trots Op Nederland, EénNL, JA21, BVNL en NSC. Het zijn steeds weer nieuwe partijen die ontstaan rond een persoon’, zegt hij. De rol van media is volgens hem cruciaal: ‘Pieter Omtzigt, Rita Verdonk, Thierry Baudet en Geert Wilders zijn door de media grootgemaakt. Talkshows creëren ruimte voor Mona Keijzer straks.’
Aalberts ziet dezelfde patronen. ‘Er komen altijd nieuwe partijen op, als ik op vakantie ben’, grapt hij. Hij werkt aan een update van zijn boek De puinhopen van rechts, omdat de door hem beschreven en geanalyseerde dynamiek zich blijft herhalen. Weer nieuwe partijen, nieuwe ego’s en nieuwe conflicten. De naam Project2029 vindt Aalberts in ieder geval heel slecht gekozen. ‘Het is een ‘project’, iets wat per definitie tijdelijk is. Zelfs het jaartal is toepasselijk: in 2029 zijn er geen Tweede Kamerverkiezingen.’
‘Het is een herhaling van zetten’
Beide experts benadrukken dat de rechtse flank structureel instabiel is. ‘Het is een herhaling van zetten’, zegt Aalberts. ‘Rob Roos, Nicky Pouw-Verweij en Claudia van Zanten (ex-BBB), dit zijn allemaal mensen die binnen de kortste keren weer weg zijn.’
Op de vraag waarom Keijzer zich niet aansloot bij NSC, toen die partij nog momentum had, is Aalberts duidelijk: ‘Dat was het moment. Maar ze deed het niet. NSC was toentertijd logischer dan JA21, want NSC komt niet uit de radicaal-rechtse traditie en is een afsplitsing van het CDA. JA21 is voortgekomen uit Forum voor Democratie. Maar hoewel JA21 aanvankelijk een brug te ver was, staat ze nu erg dichtbij deze partij. Zich aansluiten bij de JA21-fractie is echter niet mogelijk. Je kunt pas in de JA21-fractie komen als je voor deze partij in het parlement bent verkozen. Voormalig NSC’er Diederik Boomsma sloot zich niet bij de JA21-fractie aan, maar bedankte als NSC-lid en is toen op de JA21-lijst gezet en toen in de Tweede Kamer gekozen.’
Daarnaast speelt leiderschap een rol, vervolgt Aalberts. ‘JA21-fractievoorzitter Eerdmans houdt – tot nu toe – de JA21-kikkers bij elkaar in de kruiwagen. Annabel Nanninga en Ingrid Coenradie zouden uit de kruiwagen kunnen springen, maar hebben dit niet gedaan. Beide dames zitten niet om Keijzer te springen trouwens, want ook zij hebben een groot ego.’
‘Hoewel JA21 aanvankelijk een brug te ver was, staat ze nu erg dichtbij deze partij’
Gaat Keijzer haar oude partij BBB leegeten? Otjes denkt van niet: ‘BBB gaat over stikstof en boeren. Dat is hun verhaal, daar zitten hun kiezers. Keijzer heeft een ander verhaal, een heel ander electoraat.’ Aalberts vult aan: ‘Veel Nederlanders maken zich zorgen over migratie en willen dat de politiek daar wat aan doet. Keijzer richt zich, net als PVV, FvD en JA21, op deze kiezers.’
‘Keijzer roept natuurlijk wel dingen’
Beide experts worstelen met de vraag wat Keijzer ideologisch precies wil. ‘De ideologische verschillen tussen de uiterst rechtse partijen zijn onduidelijk. Keijzer roept natuurlijk wel dingen, maar ik kan dat nog niet goed plaatsen. Ik moet eerst wel het beginselprogramma lezen.’ Wel heeft Otjes een idee welke koers ze mogelijk zou kunnen varen, eentje die het ‘beste’ van PVV en JA21 combineert. De PVV is sociaal-economisch gezien best links, daar zijn veel rechtse mensen het niet mee eens. JA21 daarentegen is zo gouvernementeel en op samenwerking ingesteld, dat de partij in de ogen van radicaal-rechtse kiezers een beetje verkleurt. Als Keijzer een sociaal-economisch rechtse, maar tegelijkertijd oppositionele koers gaat varen, kan ze onderscheidend zijn.’
Aalberts ziet het anders. ‘Eigenlijk zijn al deze partijen hetzelfde, ideologisch gezien. Het zijn vooral ego’s waardoor ze splijten.’ Hij wijst weer op de partijhoppers: ‘De rode draad is dat mensen zich aansluiten bij een partij waar ze meer succes denken te hebben. Het is een rationele berekening.’
‘Ze praat over familiewaarden en haar zoons’
De Volkskrant speculeert dat Keijzer, mede omdat ze goed bevriend is met de conservatief-katholieke Pouw-Verweij, een sociaal-conservatieve koers gaat varen die lijkt op die van ChristenUnie en SGP. Net als de kleine christelijke partijen is Pouw-Verweij fel tegen abortus. De experts zijn echter sceptisch. ‘Keijzer profileert zich niet als confessioneel. Ze praat over familiewaarden en haar zoons, maar verder niet’, zegt Otjes.
Chris Aalberts beaamt dit: ‘Ze is christelijk wanneer het uitkomt. Die koers staat haaks op die van ChristenUnie en SGP. In Nederland win je geen verkiezingen met abortus als je politieke speerpunt. De rechtse activist Eva Vlaardingerbroek is tegenwoordig ook katholiek, maar profileert zich vooral als een criticaster van migratie.’
Mediadynamiek
Maar maakt Project2029 kans op electoraal succes? Otjes blijft voorzichtig: ‘Dat durf ik echt niet te zeggen. Het hangt heel erg af van media-aandacht. Er kan een mediadynamiek ontstaan en dan kan ze groot worden.’ Hij wijst in dit verband op Pieter Omtzigt: ‘Tien jaar geleden had ik niet voorspeld dat een politicus als hij vanuit het niets twintig zetels zou halen. Maar toch is het gebeurd.’
Aalberts ziet vooral risico’s: ‘De wonderen zijn de wereld nog niet uit, maar het is te veel dringen op rechts. Er moeten partijen uit de Kamer. De PVV en FvD blijven sowieso in de Kamer, maar voor JA21 wordt het lastiger. DNA (de partij van Gidi Markuszower, die zich met zes anderen afsplitste van de PVV, red.) verdwijnt natuurlijk wel uit de Tweede Kamer.’
De gezondheidszorg voor ongeveer 20.000 kinderen in de Nederlandse asielopvang wordt vanaf 1 oktober toch niet stopgezet. De GGD GHOR blijft de jeugdgezondheidszorg voorlopig uitvoeren, totdat de nieuwe zorgaanbieder de taken kan overnemen.
Dit meldt NRC. Aanvankelijk dreigde er vanaf oktober een gat van acht maanden te ontstaan. Het contract van de GGD GHOR (Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geneeskundige en Gezondheidszorg) loopt dan af, terwijl de nieuwe aanbieder, Arts en Asielkinderen dansen tijdens een workshopZorg, pas op 1 juni 2027 zou beginnen.
Daardoor zouden onder meer vaccinaties, groeicontroles en onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen in het gedrang kunnen komen. Zes lokale kinderombudsmannen hadden eerder gewaarschuwd voor de gevolgen en spraken van een ernstige bedreiging voor de kinderrechten.
Met een tijdelijke overbruggingsregeling wordt dat gat nu voorkomen. GGD GHOR blijft de zorg leveren totdat de overdracht naar Arts en Zorg kan plaatsvinden. Volgens minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink biedt de regeling de GGD de mogelijkheid om personeel te behouden en de overgang zorgvuldig voor te bereiden.
De ontstane situatie was het gevolg van een aanbesteding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Arts en Zorg won die aanbesteding in april, maar de overgang bleek complexer dan voorzien. Van den Brink erkent dat in de aanbesteding onvoldoende rekening was gehouden met de langere overgangsperiode.
COA had GGD GHOR al eerder gevraagd om de periode van acht maanden te overbruggen, maar dat verzoek wees het toen af. In een reactie op vragen van de Kanttekening in mei dit jaar liet het eerder weten dat ‘professionals zich al oriënteren op ander werk, dat er actief wordt geworven door de nieuwe aanbieder en openstaande vacatures niet meer ingevuld kunnen worden.’
GGD GHOR was bovendien teleurgesteld over de aanbesteding van deze gevoelige tak van zorg aan een private partij. De vraag is of het wel de juiste weg is om dit soort publieke taken aan de markt over te laten en aan te besteden. ‘Dit hebben we in het verleden al vaker aangekaart en ook deze aanbesteding roept die vraag op’, reageerde de instantie in een schriftelijke reactie.
‘Asielzoekerskinderen hebben de jeugdgezondheidszorg hard nodig en de GGD‘en en JGZ-organisaties (Jeugdgezondheidszorg-organisaties, red.) hebben deze zorg decennialang naar tevredenheid geleverd. Dit besluit betekent dat al die professionals die zich met hart en ziel hebben ingezet voor de jeugdgezondheidszorg voor asielzoekerskinderen dit belangrijke werk niet mogen voortzetten.’
Wat er precies voor nodig is geweest om de GGD GHOR toch in te zetten voor de overbruggingsperiode, is niet bekend. Over eventuele juridische of financiële gevolgen kan de minister nog geen uitspraken doen, schrijft NRC.
Voor de duizenden kinderen in de asielopvang betekent de tijdelijke regeling dat belangrijke preventieve zorg, waaronder vaccinaties en ontwikkelingsonderzoek, voorlopig kan doorgaan.
Voor de triller Het Punt reisde journalist Marvin Hokstam Baapoure naar West-Afrika en Suriname. ‘Ik volgde waar het verhaal me bracht.’
Het heeft tien jaar geduurd voordat Het Punt, de debuutroman van Marvin Hokstam Baapoure, eindelijk het licht zag. Een een historische triller die zich uitstrekt over continenten, eeuwen en generaties, waarin fictie en non-fictie in elkaar grijpen en waarin de erfenis van slavernij, verzet en racisme wordt verteld door stemmen die zelden gehoord worden. Het is een roman die zich afspeelt in West-Afrika, Suriname en Nederland en waarin de verteller een witte man ontvoert om hem te confronteren met een geschiedenis die nooit is afgewikkeld. In dit stuk willen we zo weinig mogelijk van het plot verklappen, daarvoor zou u het boek toch echt zelf moeten lezen.
Wie Marvin kent, begrijpt waarom het zo lang duurde om het boek af te krijgen. Hij is hoofdredacteur van Afromagazine, directeur van het Broos Instituut voor afrocentrisch onderwijs en runt bovendien een afdeling van het ROC in Amsterdam-Zuidoost. Hij heeft een mediaplatform opgebouwd dat zich exclusief richt op de zwarte gemeenschap, helpt jongeren uit de wijk en pleit voor onderwijs dat het Afrikaanse perspectief centraal stelt. ‘Iets scheppen en vervolgens in stand houden kost veel tijd en energie. Het boek moest daardoor wachten, maar het verhaal zelf wachtte niet. Het leefde. Ik volgde waar het verhaal mij bracht.’
Nooit ‘af’
Marvin lacht wanneer de verslaggever vraagt waarom het hem na tien jaar wél gelukt is. ‘Mijn boek is eigenlijk ook niet af’, bekent hij. ‘Er zijn zoveel lijntjes, zoveel verhalen die nooit verteld zijn. En de strijd tegen racisme is bovendien nooit af.’
‘Ik bezocht veel plekken die ik beschrijf’
Toch moest Het Punt nu de wereld in. ‘Ik heb er lang genoeg mee rondgelopen. Het moest eruit. Ik wilde het delen.’ En dat betekent niet dat hij klaar is met schrijven: er liggen al twee thrillers in de steigers. De verteller uit Het Punt zal terugkeren in een volgend boek, Het Vonnis. En volgend jaar verschijnt er bovendien een verhalenbundel.
Historisch
Veel van wat Marvin beschrijft, is echt gebeurd. ‘Ik bezocht veel plekken die ik beschrijf’, vertelt hij. ‘Fort Elmina, Fort Appolonia.’ Maar de witte wereld die hij moest verbeelden, dat was het moeilijkst. ‘Wij weten meer van witte mensen dan zij van ons, omdat we worden opgevoed met hun perspectief. Maar het kostte mij toch moeite om mij in hen te verplaatsen.’
‘Wij weten meer van witte mensen dan zij van ons’
Marvin las veel, reisde en sprak veel mensen.’ Langzaam begon het te lukken en kwam het boek er. ‘Schrijven is schrappen, zo luidt het cliché, maar het is ook onderzoeken en jezelf laten vormen. Op een gegeven moment ging het verhaal echt lopen.’
Inspiratie door voorouders
De informatie over het slavernijverleden in Suriname komt uit geschiedenisboeken, familieverhalen en de verbeelding. Sommige elementen zijn volledig door Marvin bedacht. Maar andere dingen kwamen op hem af. In Ghana vroegen mensen hem of hij een nakomeling was van een prins die ooit was weggegaan. ‘Ik voelde dat’, zegt hij. ‘Er zitten verhalen in ons dna. Mensen zeiden tegen mij: jouw voorouders geven jou de taak om deze verhalen te vertellen.’ Marvin glimlacht.
Surinaamse helden
De hoofdpersoon lijkt op Marvin, maar is het niet. In 2016 vertelde hij een vrouw dat hij een boek wilde schrijven waarin een zwarte man een witte man ontvoert om met hem een stevig gesprek te voeren. ‘Ze zei tegen mij dat zwarte mensen niet zo van het vooruit plannen zijn.’ Marvin vond deze opmerking stigmatiserend voor zwarte mensen, maar ergens was het ook een compliment. ‘Ik heb dit toch maar even verzonnen hè?’
Marvin wilde de zwarte, Surinaamse lezer helden geven. ‘Ik wilde Suriname een vrouw geven die wraak nam.’
Een boek dat uit de ziel komt
Marvin schreef misschien wel duizenden artikelen als journalist. Maar dit boek is anders. ‘Ik was bang dat ik op mensen hun tenen zou trappen’, zegt hij. ‘Maar het is iets groots, qua dikte, dat uit mijn ziel komt.’ Hij heeft intens van het schrijfproces genoten. ‘Ik ben heel trots dat het uit is.’
En hij hoopt dat het boek ook witte mannen bereikt. ‘Het is een boodschap voor iedereen. Racisme slaat nergens op. Superioriteitsdenken slaat nergens op.’
‘Het Punt’ van Marvin Hokstam Baapoure is verkrijgbaar in de webshop van Afromagazine.
Marvin gebruikt in zijn boek ook een nieuw woord, ‘geslaafde’, zijn vertaling van enslaved. Hij stoorde zich aan het woord slaaf, maar vindt het begrip tot slaaf gemaakte een slechte vertaling van enslaved.
Israël heeft twee medewerkers van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging opgedragen het land te verlaten.
Het gaat om één medewerker van de ambassade in Tel Aviv en één van de vertegenwoordiging in Ramallah. Beide functionarissen waren actief als waarnemer bij het internationale steuncentrum voor Gaza in Kiryat Gat. De Israëlische regering koppelt de uitzetting aan wat zij ziet als recente anti-Israëlische beleidskeuzes van Nederland.
Volgens Israël hangt de maatregel samen met een reeks besluiten van Den Haag, waaronder een nieuwe Nederlandse wet die de handel verbiedt in producten afkomstig uit de illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Oost‑Jeruzalem en de Golanhoogten. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar maakte het besluit bekend via sociale media. Hij benadrukte dat landen die tegen de belangen van Israël handelen hiervan de gevolgen zullen ondervinden.
De betrokken Nederlandse medewerkers moeten binnen een week vertrekken. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen noemt de uitzetting betreurenswaardig, maar geeft aan dat Nederland het besluit respecteert en vasthoudt aan het weren van producten uit illegale nederzettingen. Hij ziet de Israëlische verkiezingen eind oktober als een mogelijke factor in de timing van de maatregel. Nederland blijft volgens Berendsen ondanks de diplomatieke spanning betrokken bij humanitaire hulp aan Gaza.
Het Nederlandse handelsverbod heeft grote gevolgen voor het Israël Producten Centrum (IPC) in Nijkerk, dat ook goederen uit de bezette gebieden verkoopt. Deze aan Christenen voor Israël gelieerde organisatie stelt dat de maatregel economische schade veroorzaakt voor zowel Israëlische producenten als Palestijnse werknemers die in de nederzettingen werkzaam zijn. Het IPC heeft daarom een kort geding aangespannen tegen het kabinet, dat vandaag wordt ingediend.
Volgens oud-journalist Christopher Cheung volgen verhalen over mensen van kleur vaak dezelfde patronen. Hij merkte hoe lastig dat op een witte redactie te veranderen is.
Vier jaar geleden publiceerde Cheung een reeks essays over nieuwsverhalen die Canadese media uitbrengen over mensen van kleur en de verschillende culturen in het land. ‘We weten dat Canada een multiculturele samenleving is’, schrijft hij. ‘Maar waarom ontbreken mensen van kleur dan in de journalistiek of worden ze verkeerd gerepresenteerd?’ Daarmee doelt hij op de onvolledige manier waarop gevestigde media in Canada over deze groepen berichten.
Zijn overpeinzingen over culturele representatie in de Canadese journalistiek en ruim tien jaar ervaring als journalist van kleur bij meerdere gevestigde redacties vormden uiteindelijk de basis voor Under the White Gaze: Solving the Problem of Race and Representation in Canadian Journalism, het boek dat hij in 2024 publiceerde. Hoewel de auteur het boek specifiek heeft gericht op een Canadees publiek, denkt hij dat zijn bevindingen vergelijkbaar zijn met die over de journalistiek in andere westerse landen met een multiculturele samenleving, zoals Nederland.
Minderheid
‘Ik hou niet van het woord ‘minderheid’, maar dat ben ik wel als ik naar mezelf kijk op een witte redactie’, zegt hij via een videoverbinding in gesprek met de Kanttekening. ‘Tegelijkertijd zien we hoe andere collega’s journalistiek bedrijven op manieren die we zelf niet zouden doen vanwege onze kennis, achtergrond en inzichten. En daar willen we iets tegenin brengen, maar daar wordt niet altijd ruimte voor gemaakt.’
Cheung merkt dat er op redacties veel over diversiteit wordt gesproken en over hoe belangrijk hoofdredacteuren dit vinden. Toch ziet hij het zelden terug op de redacties zelf, waar het nieuws wordt gemaakt, en in de uiteindelijke publicaties van nieuwsverhalen. ‘De verhalen die over mensen van kleur worden verteld, zijn niet nieuw, omdat ze bepaalde patronen volgen’, legt hij uit. ‘Op redacties heb ik vaak genoeg collega’s horen pitchen over een succesvolle nieuwe zaak van een migrant, of van iemand die jaren geleden naar Canada verhuisde en volledig onderdeel is geworden van zijn gemeenschap.’
Maar hoe zit het met de mensen die nog niet zo lang geleden naar het Westen zijn geëmigreerd? En met mensen van kleur die er niet in slagen onderdeel te worden van hun gemeenschap? ‘Ik begon meer van dit soort vragen te stellen, omdat de meeste verhalen die witte redacties uitbrengen over mensen van kleur weinig ruimte bieden voor nuance en een volledig beeld van de ervaringen van deze mensen en hun culturele groep.’
‘Waarom ontbreken mensen van kleur in de journalistiek?’
Veel nieuwsverhalen gaan volgens hem over de voorbeeldige minderheid of de ‘modelmigrant’. ‘Maar er zijn meerdere patronen die journalisten volgen wanneer ze besluiten te berichten over mensen van kleur en de culturele gemeenschappen waarmee ze zich associëren.’
Voorspelbaar en herhalend
Volgens Cheung zijn de meeste verhalen over mensen uit verschillende diaspora’s voorspelbaar en herhalend. ‘Net als filmregisseurs maken journalisten ook gebruik van stereotypen om verhalen over mensen te vertellen, zeker vanwege de snelheid van het nieuws. Maar het ene stereotype is schadelijker dan het andere’, schrijft hij in zijn boek.
Hij noemt het voorbeeld van de succesvolle migrant of voorbeeldige minderheid, die hard werkt en ontzettend dankbaar is voor de kansen die diegene gekregen heeft in het land waar die nu woont. Dit kenmerkt Cheung als de ‘darlings’, waar witte redacties graag over berichten. Dan zijn er volgens Cheung nog de ‘deviants’, oftewel migranten die afwijken van de meerderheidsgroep en het nooit goed zullen doen omdat ze weigeren zich te assimileren aan de heersende normen van het land waar ze nu wonen.
‘Is deze groep niet interessant genoeg om dagelijks over te berichten?’
Vaak gaat het dan niet alleen om mensen van kleur die wetten hebben overtreden, maar ook om degenen die aan hun cultuur en geloof blijven vasthouden, zoals bijvoorbeeld moslimvrouwen die de hijab dragen, ondanks dat ze in het Westen zijn geboren en opgeleid.
Verder schrijft Cheung over de ‘damaged’, mensen van kleur die continu worden belicht vanwege de verschrikkelijke dingen die ze hebben moeten doorstaan, zoals bijvoorbeeld vluchten uit een door oorlog geteisterd land. Tot slot is er ‘delicious’, en dat gaat over kleurrijke uitingen van cultuur die meestal worden gepubliceerd rondom een jaarlijkse religieuze feestdag.
De mensen van kleur in dit verhaal worden op een niet-bedreigende manier geportretteerd en mogen enkel spreken over hun cultuur of religie en hoe ze daarmee verbinding proberen te zoeken met anderen in de samenleving. ‘De publicaties over deze groep verschijnen een aantal keren op het moment dat de feestdag plaatsvindt of in aanloop ernaartoe’, zegt hij. ‘Maar hoe zit het met de andere dagen in het jaar? Is deze groep dan niet interessant genoeg om dagelijks over te berichten als er geen culturele of religieuze feestdag aan ze gekoppeld kan worden?’
Witte blik
Deze stereotypen beïnvloeden volgens Cheung de manier waarop witte redacties mensen van kleur benaderen, welke vragen er aan ze gesteld worden en de invalshoek die de verhalen uiteindelijk krijgen. De mensen van kleur die onderwerp worden van het nieuwsverhaal, worden daardoor onderworpen aan de witte blik van de journalist en aan wat de journalist verwacht van zijn publiek, stelt hij.
De term white gaze, witte blik, werd in de jaren negentig gangbaar gemaakt en verspreid door de Afro-Amerikaanse auteur Toni Morrison. Ervaringen van witte mensen zijn de norm in literaire werken. Alle andere ervaringen zouden deze norm moeten bevestigen of ernaar moeten streven.
‘Iedereen op een redactie kan zich een witte blik aanmeten, ook journalisten van kleur’, zegt Cheung. Hij herinnert zich zijn begindagen als journalist bij gevestigde media en de ideeën die hij aan zijn eindredacteuren voorstelde. ‘Als ik mijn stukken uit het verleden nu nalees, dan valt het me op dat mijn verhalen ook onderverdeeld kunnen worden in de patronen op basis van de witte blik die ik eerder beschreef.’
‘Ik denk dat journalisten baat hebben bij transparantie’
Hij begon in te zien dat hij zijn schrijven beperkte tot een wit publiek. ‘Witte redacties doen verhalen over andere culturen vaak af als een speciale belangengroep die niets van doen heeft met hun eigen wereldbeeld en met wat ze denken dat hun witte publiek interessant vindt’, ziet Cheung. ‘Daarin doen ze zichzelf en hun publiek tekort.’
De taak van de journalist is om te berichten over iedereen binnen de samenleving, stelt de auteur. ‘Wanneer we op onze samenleving reflecteren en ons publiek een spiegel voorhouden, dan zijn de zorgen van mensen van kleur ook de zorgen van witte mensen’, zegt hij. ‘Het is niet alsof we in een klein dorpje leven waar alles wat binnen dat dorpje gebeurt geen invloed op elkaar heeft. Of het nu gaat om arbeidsrechten, milieu of klassenverschillen, daarin zijn belangen van zowel witte mensen als mensen van kleur te zien. Waarom wordt de ene groep dan meer en beter vertegenwoordigd dan de andere?’
Opvoedende journalist
De journalist zal zijn publiek steeds meer moeten opvoeden om volledig en inclusief over de samenleving te kunnen berichten, denkt Cheung. ‘De opvoedingsrol van de journalist is niet alleen belangrijk voor diversiteit, maar ook om het vertrouwen van het publiek te winnen en te behouden.’ Hij noemt andere uitdagingen waar de journalistiek mee te kampen heeft, zoals socialmedia-algoritmes die mensen alleen nieuwsverhalen voorschotelen op basis van hun interessegebieden, maar vaak ook op basis van vooroordelen.
‘Daarnaast heb je ook nog kunstmatige intelligentie en content creators die fake nieuws de wereld in slingeren zonder dat ze feiten checken of hun bronnen verifiëren’, zegt hij. ‘Ik denk dat journalisten baat hebben bij transparantie. Dat ze hun keuzes en manier van werken ook steeds meer moeten uitleggen aan het publiek, waardoor het publiek inziet dat de journalistiek belangrijk is, zeker wanneer het aankomt op volledigheid van de mensen en groepen waarover wordt bericht.’ Daarin ziet hij ook een rol voor journalisten van kleur.
‘Waarom zou een journalist van kleur minder objectief berichten?’
In Canada merkt Cheung dat journalisten van kleur vaak afhaken en de journalistiek verlaten. ‘Ik denk dat dat te maken heeft met de witte blik waaraan ze worden onderworpen en de lastige gesprekken die ze steeds moeten voeren om eindredacties te overtuigen dat de verhalen die ze willen uitbrengen ertoe doen en relevant zijn voor een breder publiek’, zegt hij. ‘Dat kan slopend zijn als je dat moet doen bij elk verhaal dat je wil maken over de groep die je zelf ook vertegenwoordigt.’
Volgens de auteur worden de expertise en inzichten van journalisten van kleur nog te vaak ondergewaardeerd binnen redacties en worden hun bezwaren over de witte blik afgedaan als emotioneel of niet objectief. ‘Waarom zou een journalist van kleur minder objectief berichten over de groep waartoe die zelf behoort als die de afgesproken journalistieke methoden toepast om het nieuwsverhaal te maken? Dat is ook weer zo’n aanname.’
Zelf is Cheung niet meer werkzaam als journalist op een redactie, maar geeft hij les aan studenten die de journalistiek willen betreden. In zijn lessen spreekt hij ook met journalisten van kleur. ‘Ik probeer ze dan zoveel mogelijk voor te bereiden op de weerstand die ze kunnen ervaren op witte redacties wanneer ze hun ideeën delen’, zegt hij. ‘We weten natuurlijk niet wat de toekomst hen gaat brengen, maar ik kan ze in ieder geval vertellen over mijn eigen ervaringen, in de hoop dat ze de witte redacties overleven en langer als journalisten blijven werken.’
Under the White Gaze, Christopher Cheung, UBC press, 288 blz., 2024
Mensenrechtengroepen, juristen en Europese politici eisen de onmiddellijke vrijlating van de Turkse filantroop Osman Kavala. Zij beroepen zich daarbij op het oordeel van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Hieruit blijkt dat Turkije meerdere bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft geschonden, zo bericht nieuwssite Turkish Minute.
De schendingen die Turkije volgens het Hof in de zaak-Kavala al bijna tien jaar begaat, hebben onder meer betrekking op het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op een eerlijk proces, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging. Ook is geoordeeld dat de beperkingen die Kavala zijn opgelegd voor oneigenlijke doeleinden zijn gebruikt.
Het Hof beschouwt Kavala’s zaak als een ‘flagrante ontkenning van gerechtigheid’. Daarom moet zijn veroordeling volgens het Hof als nietig worden beschouwd en dient Kavala onmiddellijk te worden vrijgelaten. Daarnaast heeft het Hof een schadeloosstelling van 70.000 euro aan Kavala toegekend, plus 43.342 euro voor juridische kosten.
In Turkije worden de rechten van oppositiefiguren al jarenlang met voeten getreden. Vooral sinds de couppoging van juli 2016 is de repressie op grote schaal toegenomen tegen mensen die zich niet voegen naar de islamistisch-nationalistische koers van de autoritaire president Recep Tayyip Erdogan. Vooral Koerden zijn daar al decennialang het slachtoffer van geweest, gevolgd door gülenisten en seculiere tegenstanders. De afgelopen jaren zijn ook andere maatschappelijke en politieke bewegingen, waaronder de Süleymanci-beweging, steeds meer onder druk komen te staan.
Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch beschuldigen Erdogan en zijn regering van een steeds verdergaande aantasting van de rechtsstaat en fundamentele vrijheden. Zij wijzen onder meer op politieke vervolging en willekeurige detentie van oppositiepolitici, journalisten, advocaten en mensenrechtenverdedigers, vergaande overheidscontrole over media en rechtspraak, het gebruik van terrorisme-aanklachten tegen mensen vanwege legale politieke of maatschappelijke activiteiten en het negeren van bindende uitspraken van het EHRM.
Daarnaast zijn er ernstige beschuldigingen van marteling en andere vormen van mishandeling door veiligheidstroepen, het hardhandig neerslaan van vreedzame protesten en discriminatie en repressie van Koerden en lhbti-personen. Human Rights Watch spreekt daarnaast van een verdere ondermijning van democratische verkiezingen en politieke oppositie.
De publieke omroep Ongehoord Nederland (ON) ligt opnieuw zwaar onder vuur na een online-uitzending waarin hoofdredacteur Joost Niemöller stelde dat Adolf Hitler soms gelijk had. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tientallen klachten binnengekregen.
In het gewraakte fragment, dat te zien was in het ON-programma Let’s Twist Again, bespraken Niemöller en Raisa Blommestijn een redevoering van Hitler. In zijn speech fulmineerde de Führer tegen een vermeende internationale elite die volkeren zou ontwortelen. Terwijl hij nog aan het woord was riep iemand uit het publiek ‘Joden’.
‘Kosmopolitische elite’
In de ON-uitzending legde de presentatrice de gasten een stelling voor over een kosmopolitische elite die vijandig zou staan tegenover het gewone volk. Zowel Niemöller als Raisa Blommestijn stemden in met die stelling. Niemöller voegde daaraan toe dat Hitler dit heel goed verwoordde en dat bepaalde elementen uit diens denken volgens hem begrijpelijk waren, ondanks dat hij benadrukte het antisemitisme en de misdaden van het naziregime af te wijzen.
Voor Kamerleden van PRO, CDA en D66 is deze nuancering volstrekt onvoldoende. Zij zijn van mening dat ON hiermee het gedachtegoed van Hitler normaliseert en dat de omroep daarmee de grenzen van het publieke bestel heeft overschreden. Volgens hen wordt een ideologische lijn gepresenteerd waarin elementen van nationaalsocialistische propaganda worden losgeweekt van hun historische context, waardoor ze acceptabel lijken. De politici spreken van vergoelijking en ideologisch witwassen. Ze willen dat minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert onderzoekt of ON nog wel thuishoort binnen de publieke omroep.
Ook deskundigen reageren kritisch. Historicus Daniël Knegt (UvA) zegt tegen NRCdat Niemöller met zijn uitspraken impliciet het nazisme omarmt door te doen alsof delen van Hitlers ideologie los verkrijgbaar zijn, zonder de antisemitische kern.
Tientallen klachten
Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie (OM) tientallen klachten ontvangen. Eerder constateerde zij al dat ON structureel moeite heeft met het scheiden van feiten en meningen, dat presentatoren onvoldoende doorvragen en dat er te weinig tegenspraak wordt geboden. Een visitatiecommissie van de NPO waarschuwde dit voorjaar dat ON aantoonbaar onjuiste informatie verspreidt en dat dit de betrouwbaarheid van de publieke omroep schaadt. Tegelijkertijd is het toezicht versnipperd: de ombudsman kan geen sancties opleggen, het Commissariaat voor de Media ziet slechts beperkt toe op inhoud, en de NPO kan wel maatregelen nemen maar mag journalistieke kwaliteit niet meewegen.
Minister Letschert laat weten dat zij begrijpt dat mensen aanstoot nemen aan een discussie die wordt gevoerd aan de hand van een rede van Hitler. Zij zal de Kamer eind september informeren over mogelijke stappen. ON zelf stelt dat de betrokken presentatoren duidelijk afstand namen van Hitlers misdaden, maar erkent dat er onvoldoende rekening is gehouden met de gevoeligheden rond het onderwerp.
Een bredere geschiedenis
De discussie over ON past in een bredere geschiedenis van omroepen die in Nederland hun zendtijd verloren. In de jaren dertig werd de atheïstische Vrijdenkers Radio Omroepvereniging (VRO) uit het omroepbestel gezet, nota bene mede omdat in een radio-uitzending Hitler was beledigd. De Führer was ‘een bevriend staatshoofd’ en kritiek op hem lag heel gevoelig. Sowieso wilden de christelijke partijen graag van de VRO af, omdat de omroep heel kritisch was over religie.
De VARA werd in 1933 tijdelijk gesanctioneerd omdat ze het revolutionaire strijdlied De Internationale hadden gedraaid. Dat lag bij de Antirevolutionaire minister-president Hendrikus Colijn heel gevoelig. In 1934 verloor de VARA alsnog een dag zendtijd omdat de omroep één minuut stil was voor Marinus van der Lubbe, de communistische activist die de Rijksdag in brand zou hebben gestoken en daarom in nazi-Duitsland werd onthoofd. Door één minuut stil te zijn voor Van der Lubbe zou de VARA de Duitse rechtsgang en de Duitse Rijkspresident, op dat moment nog Paul von Hindenburg, hebben beledigd.
Recent zijn de omroep LLiNK en de Nederlandse Moslimomroep hun zendtijd kwijtgeraakt, maar dit kwam door financieel wanbeheer respectievelijk onderling geruzie.
Ingrijpen is lastig
Het huidige stelsel maakt ingrijpen complex. Een omroep kan zijn erkenning verliezen als zij herhaaldelijk de Mediawet overtreedt, bindende besluiten van de NPO negeert of twee keer binnen een jaar een sanctie van het Commissariaat krijgt. Tot nu toe is ON wel berispt, maar nooit zwaar genoeg om intrekking te rechtvaardigen.
Toch groeit de druk. Politici spreken van een omroep die het bestel van binnenuit ondermijnt, deskundigen waarschuwen dat het publieke systeem onvoldoende is toegerust om desinformatie en extremistische retoriek te beteugelen.
De komende weken zal blijken of de recente rel voor ON de druppel wordt die leidt tot ingrijpen — of dat de omroep opnieuw wegkomt met een waarschuwing.
Niet Oeganda, maar Rwanda zou wel eens het eerste Afrikaanse land kunnen worden waar Nederland afspraken mee maakt over de oprichting van een terugkeerhub.
Nederland voert samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland gesprekken over de mogelijke oprichting van een terugkeerhub in Rwanda, zo meldden de Duitse media Der Spiegel en Report Mainz deze week. NRC poogde het nieuws bevestigd te krijgen, maar een woordvoerder van minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) wilde de gesprekken bevestigen noch ontkennen, aldus de krant.
De naam van Rwanda klonk echter al langer in de wandelgangen van Den Haag als potentieel gastland voor een terugkeerhub. Vanuit zo’n centrum zouden afgewezen asielzoekers naar Rwanda kunnen worden overgebracht, in plaats van naar hun land van herkomst, als ze om wat voor reden dan ook niet naar dat land kunnen terugkeren. De EU maakte onlangs afspraken die deze constructie juridisch mogelijk maken.
Het idee is echter niet nieuw. Onder het vorige kabinet werden ook al gesprekken gevoerd over mogelijke terugkeerhubs in derde landen. Toen werd vooral naar Oeganda gekeken als mogelijke locatie. De kritiek op deze plannen was fors. Oeganda zou zelf weinig op hebben met mensenrechten. Het nieuwe kabinet zette de plannen daarom on hold.
In de tussentijd werd op EU-niveau de juridische basis voor de terugkeerhub gelegd. In juni bereikten de Europese Raad en het Europees Parlement een akkoord over nieuwe terugkeerregels. Die maken het mogelijk om mensen zonder verblijfsrecht onder bepaalde voorwaarden naar een derde land te brengen. Dat land hoeft dus niet het land van herkomst te zijn. Een terugkeerhub kan daarbij dienen als eindbestemming, maar ook als tussenstation van waaruit iemand verder wordt teruggestuurd.
Voorwaarde is wel dat het betreffende derde land de internationale mensenrechten en het non-refoulementbeginsel respecteert. Dat laatste betekent dat iemand niet mag worden teruggestuurd naar een land waar die persoon gevaar loopt op vervolging, marteling of andere ernstige mensenrechtenschendingen. Ook niet-begeleide minderjarigen zijn uitgesloten van dergelijke afspraken.
Juist daar begint de discussie over Rwanda. Rwanda staat internationaal bekend als een relatief stabiel en goed georganiseerd land, maar tegelijkertijd als een autoritair bestuurde staat waarin politieke oppositie en kritische stemmen weinig ruimte krijgen. Volgens Human Rights Watch worden critici van de regering regelmatig gearresteerd of bedreigd en komen willekeurige detentie, mishandeling en marteling voor. Ook de onafhankelijkheid van de rechtspraak staat onder druk.
Rwanda is daarmee een opmerkelijke kandidaat voor een Europees migratiebeleid dat nadrukkelijk zou moeten voldoen aan mensenrechtelijke waarborgen.
Mensenrechten
Dat was ook een van de belangrijkste bezwaren die deskundigen in het eerdere debat over terugkeerhubs naar voren brachten. In het artikel van de Kanttekening uit december 2025 wees universitair docent Mark Klaassen erop dat het juridisch mogelijk maken van terugkeer naar een derde land nog niet betekent dat zo’n constructie in de praktijk ook rechtmatig kan worden uitgevoerd. Er moet volgens hem kunnen worden gegarandeerd dat de mensenrechten van terugkeerders daar niet in het geding komen.
Bovendien is de vraag wie er toezicht houdt op wat er in zo’n hub gebeurt. Bij de eerdere plannen voor Oeganda bleef bijvoorbeeld onduidelijk hoe lang mensen daar zouden mogen worden vastgehouden, wat er gebeurt wanneer terugkeer naar het land van herkomst alsnog onmogelijk blijkt en wie verantwoordelijk is voor de monitoring van de omstandigheden. Ook bleef onduidelijk welke concrete rechtsbescherming mensen in zo’n centrum zouden hebben.
Die vragen verdwijnen niet omdat de beoogde bestemming nu Rwanda heet. Rwanda sloot eerder een overeenkomst met de Verenigde Staten om onder bepaalde voorwaarden mensen uit derde landen op te nemen. Human Rights Watch uitte daarbij zorgen over de rechten van deze groep.
Britse Rwanda-plan
Ook het eerdere Britse Rwanda-plan ligt nog vers in het geheugen. Het Verenigd Koninkrijk wilde asielzoekers die via irreguliere routes waren aangekomen naar Rwanda sturen. Uiteindelijk werden onder dat beleid geen mensen gedwongen naar Rwanda overgebracht en werd het akkoord in maart 2026 formeel beëindigd.
Dat maakt de huidige Europese interesse in Rwanda opvallend. Een constructie die in het Verenigd Koninkrijk jarenlang juridisch en politiek omstreden was, lijkt nu in een andere vorm terug te keren op Europees niveau.
Europese landen worstelen al jaren met het terugsturen van mensen die geen verblijfsrecht hebben, maar die om praktische of diplomatieke redenen niet naar hun land van herkomst kunnen worden uitgezet. Niet alle landen werken mee aan terugkeer en mensen beschikken niet altijd over de benodigde reisdocumenten. De EU heeft de terugkeer van afgewezen asielzoekers hoog op de agenda geplaatst.
Toch lijkt het er nu op dat Europese landen een deel van hun verantwoordelijkheid letterlijk buiten de eigen grenzen plaatsen. Dat is ook de kritiek van GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Tineke Strik. Zij stelt dat Europese landen met dergelijke deals het probleem naar buiten proberen te verplaatsen. Volgens haar blijft onduidelijk hoe de hubs precies zouden functioneren en wie verantwoordelijk zou zijn wanneer het daar misgaat.
Omroep AVROTROS, die het Eurovisie Songfestival uitzendt, ziet ‘onvoldoende aanknopingspunten’ om nog mee te doen aan het beroemde zangevent. Nederland doet daarom ook in 2027 niet mee aan het Eurovisie Songfestival, schrijven diverse media.
De omroep schrijft dat ‘de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten te veel doorwerken in het Songfestival’, wat geleid heeft ’tot grote verdeeldheid,’ aldus Villamedia.
Daarmee doelt de omroep op de deelname van Israël, dat sinds oktober 2023 genocide pleegt op de Palestijnen in de Gazastrook. AVROTROS drong bij het organiserende European Broadcasting Union (EBU) aan op ‘transparante regels voor deelname van landen in een militair conflict.’ De EBU blijft echter weigeren om oorlogvoerende landen uit te sluiten, zo bericht de Volkskrant. Wel voerde de organisatie de regel in dat een land dat in oorlog verkeert het festival niet mag organiseren als het wint.
Voor AVROTROS gaat deze beslissing niet ver genoeg om het ‘onafhankelijke en neutrale karakter van het Songfestival’ te herstellen. Volgens directeur Taco Zimmerman kun je niet ontkennen dat een internationaal conflict steeds nadrukkelijker doorwerkt in het evenement. Het Eurovisie Songfevestival is volgens hem ‘een podium van verdeeldheid geworden’.
Nederland was dit jaar afwezig op het Songfestival, nadat de AVROTROS had besloten af te zien van deelname. Dit kwam niet alleen door de genocide, maar ook omdat de Israëlische regering in 2025 had geprobeerd de stemming te beïnvloeden. Ook Spanje, Ierland, Slovenië en IJsland deden in 2026 niet langer mee.
Sommige commentatoren gingen volledig voorbij aan de maatschappelijke discussie rond de omstreden deelname van Israël aan het Songfestival. Volgens journalist Ton F. van Dijk, te gast in het WNL-radioprogramma Sven op 1, markeert het besluit ‘het failliet van de publieke omroep zoals die nu is georganiseerd. Een individuele omroep maakt een politieke afweging over het Songfestival en politiseert het. Dat betekent dat iets wat van iedereen is de Nederlandse bevolking nu misschien wordt onthouden.’
BBB-voorvrouw Caroline van der Plas zei het ‘volslagen idioot’ te vinden dat de omroep het ‘niet wil uitzenden’ en dat het ‘heel politiek wordt gemaakt terwijl het een cultureel evenement is.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.