Het rijtje met staatsexcuses wordt alsmaar langer. Spijtbetuigingen over de slavernij zijn de revue gepasseerd. Over haar handelen met betrekking tot de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog had de overheid al eerder haar schaamte geprobeerd te tonen.
Verder kwamen de verontschuldigingen voor de Politionele Acties in voormalig Nederlands-Indië langs. Het institutioneel racisme achter de muren van de gebouwen van het openbaar bestuur werd met de hoop op vergeving aan de buitenwereld getoond. En zo denderde de excuustrein voort.
Ook de niet opgeloste toeslagenaffaire en de door winstbejag beheerde gaswinningsschade in het noorden van ons land kregen nog een plekje in deze serie. Heel recent werd het hele traject aangevuld met verontschuldigingen voor de regeringsbemoeienissen met de afstandsmoeders. Als voorlopig sluitstuk kwamen de niet te beschrijven behandeling van de naar Nederland teruggekeerde KNIL-soldaten en overige burgers uit Nederlands-Indië.
De hoop in Haagse wandelgangen is dat na het opsommen van zoveel ellende eindelijk de lucht geklaard is, zodat meneer of mevrouw de minister de burger weer recht in de ogen kan kijken. Natuurlijk wordt de geschiedenis van al deze tragiek met deze knievallen niet teruggedraaid. Maar om met de woorden van een voormalig minister-president te spreken:
‘Er is nog geen punt achter deze zaken gezet, wel een komma.’
‘Een komma laat zien dat er nog iets volgt’
Wat is het verschil tussen een punt en een komma? Op school heeft de juf ons ooit verteld dat met een punt de zin af is. Een komma daarentegen laat zien dat er nog iets volgt. Ze waarschuwde er alleen wel voor dat er na die komma inderdaad iets moet volgen. Blijft dat achterwege? Dat is het gebruik van die komma niets minder dan een taalfout. Punt uit.
Hopelijk prikt de lezer door mijn cynische ondertoon heen en neem hij of zij mijn kritiek op dit soort schoonvegen van het Haagse straatje heel serieus. Binnen mijn Joodse traditie geldt het uitspreken van excuses slechts als onderdeel van een veel langer proces dat uit meerdere stappen bestaat.
Na de foute handeling komt eerst het schuldgevoel, gevolgd door het voornemen om nooit meer hetzelfde vergrijp te begaan. De fase daarna is dan het uitspreken, of zo u wilt, het belijden van die foute handeling tot in detail, waarna de tijd is gekomen voor de genoegdoening en schadevergoeding. Helemaal aan het einde, als sluitstuk, komen excuses. Dan pas is het moment gekomen om de komma uit te vlakken, zodat die punt kan worden gezet. Excuses uitspreken is nooit een proces op zichzelf.
Bij mij heeft niet de minste illusie geleefd dat een Nederlands bewindspersoon zich dit héle traject eigen gaat maken. De bron hiervoor is al meer dan 1500 jaar geleden in Egypte op papier gezet door de Joodse wetgever en wijsgeer Maimonides. Ver weg in tijd en afstand voor een huidige kandidaat-minister in Nederland.
Maar in mijn belevingswereld is het gebrek aan deze kennis wel de oorzaak dat excuses zoals deze nu langskomen niet veel meer zijn dan een brave lippendienst aan mensen om hen een beetje blij te kunnen maken. En in sommige gevallen ook tevreden stellen. Niet meer dan dat. Het blijft uiteindelijk bij een komma aan het einde van een zin.
Koninklijke stap, of ambtelijk stapje?
Daarnaast is er nog iets. Tijdens de Nationale Dodenherdenking op De Dam enkele jaren geleden wijdde Koning Willem-Alexander woorden aan de beperkte aandacht die zijn oma Koningin Wilhelmina in oorlogsjaren had besteed aan de Jodenvervolging. Mensen waren nogal onder de indruk van deze koninklijke stap. ‘Dapper hoor van onze vorst’.
De waarheid is natuurlijk dat de tekst wel werd uitgesproken door onze monarch, maar uit de koker van een of ander ministerie kwam, mogelijk geredigeerd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei om tenslotte politiek goedgekeurd te worden door het bureau van de minister-president. Een heel traject dat ver verwijderd lag van de gevoelswereld die men de koning op dat moment toedichtte. Zo gaat het nu eenmaal. Helaas, maar tenslotte niet meer dan een ambtelijk stapje om ons een beetje blij te maken.
‘Niet meer dan een ambtelijk stapje om ons een beetje blij te maken’
Iets dergelijks gebeurde bij de excuses in de richting van onze Molukse gemeenschap. Premier Jetten richtte zich in mooie woorden tot hen die bij hun aankomst op de kade in Rotterdam 75 jaar geleden te horen kregen dat zij na jaren trouwe en moedige dienst in het verre Indië uit overheidsdienst ontslagen waren. Daarna werden deze mensen aan hun lot overgelaten. Als woonplek kregen zij enkele voormalige concentratiekampen toegewezen. Opnieuw vond met die verontschuldigende woorden prachtig. ‘Dat doet ie goed, onze premier.’
Ook hier is de vraag: was dit echt het verhaal van de minister-president? Ik waag het te betwijfelen. Meneer Jetten zit nog maar een maar een paar maanden in het zadel. Tot voor kort kwam het lot van onze landgenoten uit het voormalig Nederlands-Indië helemaal niet zijn kant uit. De premier heeft hele andere regeringszaken aan zijn hoofd. De coalitie moet gaan regeren. Toevallig komt de herdenkingsdatum van de aankomst van de oud-KNIL soldaten langs op de agenda. Ja, en dan moet je wat na 75 jaar als regering.
Genoeg, de excuses zijn gemaakt. Ik heb gesproken. Misschien ben ik te voorbarig en komt er toch nog wat achter die komma. O ja, de excuses over de uitbuiting en uitsluiting van de eerste golf arbeidsmigranten uit Marokko en Turkije in de jaren zestig en zeventig, wanneer zijn die aan de beurt?






