Home Columns Boerkadraagster schoffeert westerse waarden

Boerkadraagster schoffeert westerse waarden

Foto: Associated press

Om maar meteen met de politiek-incorrecte deur in huis te vallen: ik ben het zelden met Wilders eens, maar ik ben voor een boerkaverbod. En ik vind dat dit dan ook gewoon gehandhaafd moet worden. Voelen boerkadragers zich daardoor straks ongemakkelijk? Nu, dat is ook precies de bedoeling – zoals elke wetsovertreder zich tijdens overtreding van de wet ongemakkelijk dient te voelen.

De op 1 augustus ingevoerde wet is uitdrukkelijk beperkt tot een verbod op boerka en niqaab, als gezichtsbedekkende kleding. Over hoofddoekjes gaat het dus niet – ofschoon de door draagsters aangevoerde religieuze argumentatie mij niet kan overtuigen, staat dat iedereen vrij. Alleen voor gezagsdragers als politieagenten en rechters, die neutraliteit moeten uitstralen, maak ik een uitzondering. Niet toevallig dragen die een uniform, en rechters in Engeland zelfs een pruik. Kunnen hoofddoekdraagsters zo geen agent worden? Dat is dan jammer, ook nonnen moeten kiezen.

Over de boerkini zult u – omdat hij het gezicht vrijlaat – mij evenmin horen. De jacht die daarop in sommige Franse badplaatsen is losgebarsten, vind ik idioot. Mij lijkt het persoonlijk een uiterst ongemakkelijk soort badpak, dat herinneringen aan het meest afgrijselijke onderdeel van mijn zwemdiploma-A (verder ben ik nooit gekomen) oproept: gekleed zwemmen. Maar wie daaraan lol beleeft, die moet het zelf weten. Hooguit kan ik mij voorstellen dat zwembaden er om hygiënische redenen paal en perk aan stellen. Voor het strand geldt dat niet.

Wie uitgaat van de gelijkheid van mensen, kan niet uitgaan van de gelijkheid van alle culturen

Hoe dan ook: voor de boerka en niqaab ligt dat wezenlijk anders. Het dragen daarvan is namelijk de facto(of het nu zo bedoeld is of niet) een grote opgestoken middelvinger naar één van de meest basale westerse waarden: dat in een vrije samenleving vrije burgers elkaar in de openbare ruimte – wat je in je slaapkamer doet is jouw zaak – met open vizier tegemoet treden en dus hun gezicht laten zien.

Dat uitgangspunt hangt samen met het feit dat wij mensen als individuen beschouwen. En individuen onderscheiden wij aan de hand van hun gezicht. Niet toevallig moeten ook, als onderscheidend kenmerk, in een paspoort duidelijk beide oren en ogen afgebeeld staan, en niet pakweg beide billen, ofschoon een anatomisch geschoolde douanier daaraan na enige oefening ook vast heel wat superpersoonlijke kenmerken zou kunnen ontdekken.

Eén van de niqaabdraagsters, die recent in de krant aan het woord kwam over de dreigende vervolging, stelde dat zij zelf wilde uitmaken aan wie zij haar gezicht wil tonen. Maar dat kan dus niet. Mocht zo’n dame mij ooit op straat aanspreken, dan zal ik haar om die reden straal negeren: ik wens te zien met wie ik te maken heb. Het gezicht maakt de mens en wie daaraan geen boodschap heeft, heeft – en ik zeg dat echt niet snel – in een westers land niets te zoeken. Wie zijn gezicht niet toont zegt eigenlijk dat hij niet bestaat – die moet dus ook niet jammeren als hij dienovereenkomstig behandeld wordt.

Is dat een beperking van de vrijheid van religie? Vast – maar de vrijheid van religie is, net als alle andere vrijheden, niet onbeperkt. Veelwijverij is ook bij de wet verboden, ook al zijn er een aantal islamitische landen waar dit wel gangbaar is. Er bestaan trouwens ook enkele christelijke sektes waarvan tenminste de leiders dat recht voor zichzelf claimen. Daarvoor wordt evenmin een uitzondering gemaakt – zoals eveneens, ongeacht de religieuze argumentatie, vrouwenbesnijdenis strafbaar is. De wet geldt voor iedereen. Iets mag, of iets mag niet (en wat mij betreft mag er veel), maar het is niet zo dat de één meer mag dan de ander omdat zijn God zou voorschrijven dat hij dat moet mogen.

Geeft zo’n boerkaverbod blijk van islamofobie? De overgrote meerderheid van moslims moet gelukkig evenmin iets van boerka’s of niqaabs hebben. Er zijn maar een paar landen waar ze op grote schaal voorkomen. Alleen een absurde variant van de islam schrijft zo’n dracht aan vrouwen voor – ik zou ook geen enkele variant van een andere godsdienst weten die soortgelijke individu-vijandige opvattingen huldigt – en ja: tegen die absurde variant keert zo’n verbod zich en enige fobie jegens die variant lijkt mij moreel volkomen legitiem.

Mag de overheid grenzen aan kleding stellen? Ze doet het nu al – zo bestaat er buiten bepaalde stranden het algemene verbod om in de openbare ruimte piemelnaakt rond te rennen. Daar treedt de politie ook tegen op en met religieuze pleidooien – in de zestiende eeuw had je radicale wederdopers die het adamskostuum als goddelijk voorschrift zagen – maak je bij de rechter weinig kans. Ook wie in SS-uniform op de Dam gaat staan, staat daar vast niet lang.

In een poging het recht om een niqaab te dragen te verdedigen zijn de afgelopen weken soms zeer rare argumenten de revue gepasseerd, door mensen die het (gelukkig) niet in hun hoofd zouden halen om zichzelf in zo’n aardappelzak te hullen. Daar horen ook zelfverklaarde feministen bij, die het baas-over-eigen-lichaam-beginsel nu tot in het absurde oprekken. Zo plaatste de door mij meestal als dwarse geest gewaardeerde NRC-columniste Clarice Gargard het boerkaverbod in de categorie van westers cultuurimperialisme. Als Den Haag dit Riyad zou voorschrijven, kan ik mij daarbij nog iets voorstellen.

Maar het lijkt mij dat het Westen in eigen huis toch wel zelf de regels mag stellen, de eigen waarden als de betere mag beschouwen en dat westers cultuurimperialisme in een westers land dus geoorloofd is. Sterker: wie uitgaat van de gelijkheid van mensen, kan niet uitgaan van de gelijkheid van alle culturen, omdat sommige culturen aan die gelijkheid geen boodschap hebben – bijvoorbeeld aan die tussen man en vrouw. Dat het Westen zich zelf vaak evenmin aan zijn eigen waarden houdt is op zich een juiste constatering die ook ik op deze plek herhaaldelijk heb gemaakt, maar doet daaraan niets af.