Home Gastcolumn Erken eerst je geïnternaliseerde islamofobie voordat je over vrouwenrechten begint

Erken eerst je geïnternaliseerde islamofobie voordat je over vrouwenrechten begint

Turkse actrice Öykü Karayel kruipt in de huid van Meryem in de Turkse Netflix-serie 'Bir Baskadir' (in het Nederlands: 'Ethos') (Beeld: YouTube)

Volgens Fidan Ekiz, Aylin Bilic, Hulya Elmas en Shirin Musa zou GroenLinks-kandidaat Kauthar Bouchallikht de vrouwenemancipatie van moslima’s terugdraaien. Ze heeft volgens hen banden met de Moslimbroederschap, die weinig op zou hebben met vrouwenrechten.

Het opinieartikel in de Telegraaf van deze zogenaamd progressieve vrouwen ontzet mij, als vrouw van kleur, als Turkse Nederlander. Helaas is dit geen onbekend fenomeen: zelfbenoemde progressieve vrouwen die menen dat moslimvrouwen worden onderdrukt. Daarom voelen zij zich genoodzaakt om zich te verantwoorden tegen een individu met een zichtbaar islamitische achtergrond.

Het zorgt voor kortsluiting in mijn brein. Hoe kan het dat je een andere vrouw publiekelijk schoffeert, omdat zij een ander netwerk heeft dan jij? Natuurlijk hoef je het niet met haar keuzes eens te zijn. Maar wat ik niet begrijp is dat je de heksenjacht tegen deze jonge vrouw, die door racisten en islamofoben onder vuur wordt genomen, nog verder aanwakkert.

Kritiek op de eigen gemeenschap mag niet worden misbruikt als stok om moslims mee te slaan

Je mag kritisch zijn op de conservatieve achtergrond, maar je moet niet willen heulen met de vijand. Laatst zag ik de Turkse Netflixserie Bir Baskadir. We zien hoe psychologe Peri getriggerd wordt door haar nieuwe cliënte Meryem, die een hoofddoek draagt. Peri blijkt allerlei vooroordelen te hebben over Meryem. Zo begrijpt ze Meryems onvoorwaardelijke liefde voor de imam niet. Meryem geeft aan dat ze niet zeker weet of ze wel bij de psycholoog mag komen. Ze is vastberaden om na de eerste afspraak advies te vragen aan de imam. Ze hoopt dat hij het goed vindt dat ze in therapie gaat. Wanneer Meryem haar twijfel benoemt, is Peri zichtbaar geïrriteerd. Ook begrijpt ze Meryems keuzes niet. Waarom woont ze nog steeds bij haar familie? Waarom cijfert ze zichzelf weg?

Uiteindelijk moet Peri zelf naar de psycholoog, omdat de persoon van Meryem zoveel verwarring bij haar oproept. Tijdens de sessie barst ze in tranen uit, ze vindt het zo erg dat ze zich niet verbonden kan voelen met Meryem. Peri is een vrouw van de wereld, heeft veel gezien, kennis gemaakt met mensen uit andere culturen. Maar met iemand van haar eigen volk, een Turkse, kan ze geen verbinding maken. Uiteindelijk ontdekt Peri dat het probleem bij haarzelf ligt. ‘O God, ik ben gewoon aan het discrimineren’. Dit heeft ze altijd, als een vrouw met een hoofddoek in haar praktijk komt.

Meryem zelf discrimineert daarentegen niet. Ze vindt Peri een aardige vrouw en ze vertrouwt haar. Meryem staat er zelfs op om zelfgebakken broodjes mee te nemen. Ook blijkt dat de imam Meryems bezoek aan de psycholoog helemaal niet wil verbieden, wat Peri verwachtte. En dan staat Meryem op de stoep, met haar meegebrachte lekkernijen. Peri eet geen vlees, dus helaas moet ze het aanbod afslaan. Meryem is teleurgesteld, maar begrijpt dit. Peri voelt zich schuldig en biedt haar excuses aan, maar maakt de fout om de naam van Meryem te verwisselen met die van andere cliënte, ook een vrouw met een hoofddoek. Eindelijk ziet Meryem in dat Peri eigenlijk niets van haar begrijpt. En Peri begrijpt nu ook dat ze dit niet begrijpt.

De werkelijke onderdrukte vrouw in Bir Baskadir is niet Meryem met haar hoofddoek, maar de ‘vrijgevochten’ Peri. De serie heeft mij bewust gemaakt van de geïnternaliseerde islamofobie die ik als Turks-Nederlandse vrouw, vooral in mijn adolescente jaren, ‘opgelopen’ heb.

Mijn islamofobie kwam voort uit mijn behoefte om sociaal geaccepteerd te worden. ‘Als ik kan aantonen dat ik zus en zo niet doe, zien mensen mij vast als een van hen.’ Maar daarmee verlies je jezelf: ‘Waarom zou ik dat moeten willen? Waarom zou ik geaccepteerd willen worden door mensen, die mij slechts voorwaardelijk willen accepteren?’ Daarnaast heb ik van pioniers als moslimfeministe Mona Eltahawy geleerd dat je moet oppassen: kritiek op de eigen gemeenschap mag niet worden misbruikt als stok om moslims mee te slaan.

En nu is de cirkel rond. Fidan Ekiz, Aylin Bilic, Hulya Elmas en Shirin Musa hebben met hun opinieartikel die stok, met een mooi strikje eromheen, de islamofoben aangereikt.

Kritiek mag. Kritiek moet soms zelfs. Dat doe ik ook in mijn artikelen voor Lilith Magazine. Maar ik haal andere vrouwen, gemarginaliseerde vrouwen, moslima’s niet neer vanwege de keuzes die ze maken. Emancipatie is pas ver te zoeken als vrouwen andere vrouwen publiekelijk neerhalen.