Home Samenleving ‘Extreemrechts heeft het tij mee. Bij extreemlinks mist de urgentie’

‘Extreemrechts heeft het tij mee. Bij extreemlinks mist de urgentie’

Internationale Socialisten op een klimaatdemonstratie, september 2019 (Foto: Ewout Klei)

Alle spotlights staan gericht op islamistisch en rechtsextremisme. Hebben we te weinig aandacht voor mogelijk gevaar vanuit de linkerflank?

In Berlijn werd op oudejaarsdag de auto van een christelijke journalist in de brand gestoken. Deze aanslag werd opgeëist door de extreemlinkse Feministische Autonome Zelle, die boos was op de journalist omdat hij had deelgenomen aan een anti-abortusdemonstratie. Dezelfde groep pleegde op 27 december een aanslag op een protestantse kerk in Tübingen.

Ook in Nederland roert extreemlinks zich zo nu en dan. Het Radicaal Anarchistisch Feministisch Front bekladde in 2017 het huis van Thierry Baudet. En vorig jaar werd een 21-jarige de AFA-aanhangster uit Nijmegen veroordeeld, omdat zij tijdens een anti-racismedemonstratie had geroepen: ‘Als je Thierry dood wilt schieten, roep dan paf.’

Maar waar extreemrechts in Nederland zichtbaar terrein wint en extreemrechtse terroristen als Brenton Tarrant de wereld doen sidderen, verstomt de aandacht voor mogelijke dreiging vanuit de andere flank. Zien we deze soms, door alle aandacht voor het rechtse en islamistische extremisme, over het hoofd?

Initiatief verloren

We kunnen ‘ver-links’ verdelen in twee groepen: radicaal-links en extreemlinks. Het verschil tussen deze twee zit ‘m in het gebruik van geweld, zegt Marcel Lubbers. Hij is hoogleraar politieke sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Radicalisme kan in theorie heel radicaal zijn en de democratie afwijzen, maar pas als je aanzet tot geweld of dat gebruikt ben je een extremist.’

Ook de AIVD ziet in een rapport uit 2018 geweld als grens tussen radicalisme en extremisme. Toch vallen volgens de inlichtingendienst ook haatzaaien, het demoniseren van bevolkingsgroepen, intimideren en het creëren van een sfeer van angst onder extremisme. Als prototype van zo’n organisatie wordt de Anti-Fascistische Actie (AFA) genoemd. De linksextremisten van AFA dwarsbomen acties van ‘rechts’, zoals Pegida, en lijken volgens de AIVD eerder bereid om geweld te gebruiken dan andersom.

De politie moet rechtse betogers soms zelfs beschermen, omdat zij fysiek belaagd worden door extremisten van AFA. Zoals toen Identitair Verzet in april 2018 demonstreerde tegen de krakersactivisten van We Are Here, en AFA Amsterdam hier een stokje voor stak. AFA verdedigden zijn handelswijze op internet: ‘Weer is gebleken dat de enige taal die deze fascisten begrijpen stenen en vuurwerk zijn. Dit is een taal die wij kunnen, moeten en zullen spreken.’

‘Wij willen geen burgerlijke democratie, maar een arbeidersdemocratie’

Extreemlinks reageert vooral op wat rechts doet, analyseert Lubbers. De naam AFA zegt het al, Anti-Fascistische Actie. Ze nemen niet zelf het initiatief. Lubbers denkt dat extreemlinks marginaler is geworden doordat er een ideologische kloof is ontstaan tussen radicaal- en extreemlinks.

‘In de jaren zeventig ging het linksextremisten nog om economische gelijkheid, maar vanaf de val van de Muur houden linksextremisten zich steeds meer bezig met niet-materiële thema’s als de rechten van asielzoekers. Radicaal-linkse partijen en bewegingen vinden die economische issues wél belangrijk. Bij radicaal rechts en extreemrechts is die kloof veel kleiner. Daarom heeft extreemrechts nu wel het tij mee. Bij extreemlinks mist de urgentie.’

Op weg naar de wereldrevolutie

Denk bij zulke economische radicaal-linkse geluiden aan socioloog Willem Schinkel, die aan de Kanttekening vertelde dat hij Shell en andere multinationals wil onteigenen en de liberale democratie wil omverwerpen. Ook zijn er trotskistische organisaties als de Internationale Socialisten, Socialistisch Alternatieve Politiek en Socialistisch Alternatief, die in navolging van de communistische voorman Leon Trotski (1879-1940) strijden voor de wereldrevolutie.

‘We zijn nu een heel klein clubje in Nederland, met acht actieve leden’, vertelt Gerbrand Visser van het Socialistisch Alternatief. ‘Onze stip aan de horizon is natuurlijk de wereldrevolutie, maar op dit moment zijn onze ambities op de korte termijn bescheiden. De arbeidersklasse zet nu helaas stappen terug.’

Vroeger was Socialistisch Alternatief actief binnen de SP, met als doel om deze partij revolutionairder te maken. De organisatie, toen nog ‘Offensief’ geheten, kende tientallen leden. Nadat de SP tien jaar geleden besloot om deze trotskistische ‘infiltranten’ te royeren, is Offensief omgedoopt in Socialistisch Alternatief en laten ze zich vooral op linkse demonstraties zien. Ondergronds gaan ze niet, zegt Visser.

‘We zijn tegen geweld en tegen vandalisme, wat niets anders is dan individueel terrorisme. Er is nog nooit een arbeiderspartij groot geworden via individuele terroristische handelingen. Daarnaast moet je politiek sowieso niet persoonlijk maken, door bijvoorbeeld de persoon van Thierry Baudet te demoniseren.’

Ook na de wereldrevolutie, als eenmaal ‘de dictatuur van het proletariaat’ heerst, hoeven andersdenkenden niet voor hun leven te vrezen, benadrukt Visser. ‘Arbeiders moeten op een democratische manier aan de macht komen. We doen ook gewoon mee aan de regels van democratische politiek.’

Visser verwerpt net als Willem Schinkel de liberale democratie. Maar hij kiest voor een pragmatische strategie. ‘Het parlement is inderdaad een burgerlijke instelling. Wij willen geen burgerlijke democratie maar een arbeidersdemocratie. Toch is het afschaffen van het parlement nu niet aan de orde, want het alternatief is veel erger.’

‘Als je bij de overheid bekendstaat als lastig, dan word je aangepakt’

Repressie

Ook voor de Amsterdamse Frank van der Linde is geweld een no go. Van der Linde is een bekende linkse activist. Hij is nu vooral bekend van zijn idee voor een daklozencamping. Anders dan Socialistisch Alternatief demonstreert hij ook voor culturele en politieke zaken, zoals bijvoorbeeld de Palestijnse zaak en de mensenrechten van de Oeigoeren in China. Hierbij werkt hij ad hoc samen met andere activisten. Maar soms voert hij ook actie in zijn eentje.

Volgens Van der Linde worden linkse activisten actief tegengewerkt door ‘de repressie van de Nederlandse overheid’, die volgens hem ‘gewoon verschrikkelijk’ is. ‘De overheid werkt heel subtiel. Je rechten worden je ontnomen. Je recht op veiligheid, je recht op werk, privacy, enzovoort. Als je bij de overheid bekendstaat als lastig, dan word je aangepakt. Heel veel mensen haken hierdoor af als activist. Dat is ook de bedoeling van de overheid.’

In 2017 kwam Van der Linde in een diepe burn-out, ‘door de repressie en, daarbovenop, politiegeweld’. Hij verbleef een tijd in het buitenland, waar hij in therapie ging, en waar hij herstelde van zijn burn-out. En hoewel het buitenland hem goed deed, kon hij toch niet anders dan terugkeren en zijn strijd voortzetten.

‘Hier is mijn battle. Ik ken de wetten, de cultuur, Nederlands is mijn moedertaal. Daardoor kan ik juist in Nederland veel bereiken. Ik heb een bijstandsuitkering. Het weinige geld dat ik overhoud spaar ik om af en toe naar het buitenland te kunnen om te relaxen, om zodoende nooit meer in een diep gat te vallen.’

Europa werd vanaf de jaren zestig regelmatig opgeschrikt door extreemlinks terroristisch geweld. De bekendste terroristische organisaties waren de Rote Armee Fraktion (RAF) in Duitsland en de Rode Brigades in Italië. In ons land was tussen 1984 en 1993 RaRa (Revolutionaire Anti-Racistische Actie) actief, een extreemlinkse actiegroep die onder andere verantwoordelijk was voor de aanslag op de Makro in Amsterdam in 1985 en op het huis van staatssecretaris van Justitie Aad Kosto in 1991.

Voor Elsevier deed Paul Andersson Toussaint enkele jaren geleden een onderzoek naar RaRa en andere extreemlinkse groeperingen in Nederland. ‘Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachter hoeveel aanslagen er door extreemlinks zijn gepleegd. Veel aanslagen haalden het nieuws niet. En daarnaast is er niemand – behalve die jongens van het Rood Verzetsfront – veroordeeld door de rechter.’ Volgens hem kwam dit mede door incompetentie van de Nederlandse politie. ‘Ze deden nauwelijks sporenonderzoek en waren niet goed toegerust voor dit werk. Ze tapten wel telefoons af van RaRa-verdachten, maar de RaRa-terroristen waren wel zo slim om niks telefonisch te bespreken.’

In tegenstelling tot de RAF en de Rode Brigades heeft RaRa niemand vermoord, maar dat is volgens Paul Andersson Toussaint stom toeval. ‘Bij de eerste aanslag, op het monument voor generaal Van Heutz, raakte een jongetje zwaar gewond. En ook bij de aanslagen op het ministerie van Economische Zaken hadden doden kunnen vallen. Er liepen bewakers rond. RaRa waarschuwde altijd als er een aanslag plaats zou vinden, maar de tijd tussen de waarschuwing en de aanslag zelf was soms heel erg kort.’

De Telegraaf, 19 september 1985