Home Wereld Al 20 miljoen aanhangers en groeiende: in India is salafisme in opmars

Al 20 miljoen aanhangers en groeiende: in India is salafisme in opmars

De Jama Masjid in Delhi, de grootste moskee van India (Beeld: Wikimedia Commons / Shashwat Nagpal)

Fundamentalistisch gedachtegoed sijpelt langzaam de Indiase moslimgemeenschap in. Met behulp van een enorme geldstroom vanuit Saoedi-Arabië worden moskeeën en Koranscholen uit de grond gestampt om de traditionele islam te vervangen door het strenge salafisme. De mildere mainstream islam staat onder druk en Indiase moslims worden steeds vaker als afvalligen bestempeld.

Het salafisme is een fundamentalistische stroming binnen de islam, die terug zegt te willen naar de oorspronkelijke islam in de tijd van de profeet. Vanaf de jaren zeventig wordt de salafistische islam met oliedollars uit Saoedi-Arabië over de rest van de wereld verspreid. Ook in India.

De enorme geldstroom en invloed overweldigde de mildere en minder georganiseerde moslimgemeenschap in India. Daardoor verschoof het evenwicht in religieuze opvattingen richting het salafisme en werd dit steeds meer gezien als de correcte standaard voor het islamitische geloof.

Sinds de Indiase politie in 2016 meldde dat vijftig jongeren naar Syrië en Irak waren afgereisd om zich bij IS aan te sluiten, is de term salafisme een trend geworden in de Indiase media. De overheid maakt zich zorgen over de jihadistische neigingen van enkele salafistische groepen.

Net als alle religies in India is de islam divers en streekgebonden. Van de mystieke, esoterische soefi’s tot de welvarende sjiitische handelaarsfamilies in grote steden, en van de soennietische koekenbakkerskaste tot de barelvi’s, waar het grootste deel van de Indiase moslims toe behoort.

De barelvi’s geloven in een persoonlijke band met Allah en de profeet Mohammed. Hun geloof wordt gezien als een synthese van de sharia met soefi-praktijken, zoals verering van heiligen. Hierdoor worden de barelvi-moslims vaak soefi’s genoemd. Binnen al deze bewegingen bestaan elementen van de volksislam, met invloeden uit het soefisme, lokale cultuur of zelfs het hindoeïsme. Enkele voorbeelden hiervan zijn het geloof in magie, de heilzame kracht van amuletten en de verering van heiligen en graftombes.

Zowel het soefisme als de diverse vormen van volksislam zijn een doorn in het oog van de Indiase salafisten, die deze gebruiken zien als heidens en onislamitisch. In de afgelopen jaren hebben de salafisten zich steeds agressiever opgesteld tegen het soefisme. Zo zijn er door heel India soefi-grafmonumenten in vlammen opgegaan.

Salafisme in India

Van oudsher zijn salafistische bewegingen in India tolerant in hun uitingen. Veruit de meeste Indiase salafisten houden zich ver van politiek en kritiek op andersdenkenden. Toch zijn er de afgelopen jaren sektarische spanningen ontstaan tussen de salafisten en de rest van de islamitische gemeenschap. Dit wordt toegeschreven aan het Saoedische new age-salafisme, dat meer puriteins en agressief is dan de gevestigde hervormingsbewegingen.

Volgens WikiLeaks-documenten, gepubliceerd door the New York Times, zien Saoedische financiers India als een sektarisch slagveld, waar spanningen tussen hindoes en moslims gebruikt kunnen worden om hun aanhang te vergroten. Volgens de krant houden veel van deze gefinancierde organisaties braaf een apolitieke façade op, maar volgen ze klakkeloos de toon van hun radicale weldoeners. Daardoor krijgt het salafisme steeds meer invloed op de Indiase islam. ‘En’, stelt het artikel, ‘wanneer een radicale minderheid steeds meer de toon bepaalt, wordt de alledaagse religie van het gewone volk steeds meer gezien als ketterij.’

De boodschap dat het zondig is om vreedzaam samen te leven met andersgelovigen is volgens journalist Nabeel Hassan het gevaarlijkst aan dit new age-salafisme. ‘Ondanks dat salafistische organisaties hier geen openbare uitspraken over doen, zijn interne groepen erg actief op dit front. Er worden klassen georganiseerd voor dorpelingen over ‘de ware islam’. Ook worden kinderen op salafistische Koranscholen gehersenspoeld met de nieuwe doctrine, die hen vertelt dat ze nooit geaccepteerd zullen worden door hun hindoebroeders.’

Boerka’s en baarden

In de relatief welvarende, zuidelijke staat Kerala wint het salafisme het snelst aan kracht. Dit komt deels door de miljoenen jongeren uit Kerala, die wonen en werken in Saoedi-Arabië en andere Golfstaten. Indiërs maken inmiddels tien procent uit van de bevolking in Saoedi-Arabië, twintig procent in Oman en meer dan een kwart van de Verenigde Arabische Emiraten. De immigranten hebben de nieuwe, Arabische islam geïmporteerd naar India en nodigden salafistische organisaties uit om moskeeën en Koranscholen op te zetten. De regering van Oman uitte reeds haar zorgen over de toenemende radicalisering van duizenden gastarbeiders uit India binnen haar grenzen.

Een andere reden voor het success van de salafisten in Kerala is het stijgende opleidingsniveau. Hierdoor kijken jongeren steeds kritischer naar hun eigen traditionele gebruiken en rituelen. Ze associëren heiligenverering en andere aspecten van de volksislam als bijgeloof van arme en laagopgeleide moslims. Dit betekent niet dat deze jongeren zich massaal aansluiten bij jihadistische salafisten, maar wel dat veel van hen zich aangetrokken voelen tot de pure en radicale boodschap van de salafistische islam.

Door het opkomende hindoenationalisme hebben jonge moslims vaak weinig vertrouwen in hun maatschappij en zoeken ze inspiratie en vertrouwen in de Arabische wereld. Dit is in Kerala goed zichtbaar. Van de luxe Riyad Mall, vernoemd naar de Saoedische hoofdstad, tot populaire Arabische restaurants en islamitische banken.

‘Het lijkt erop dat de rijke Saoedische moslim een nieuw rolmodel is geworden, een soort baken van trots voor de Indiase moslim’

‘Toen ik jong was maakten we grapjes over de statige Arabieren die we hier af en toe zagen als toerist’, vertelt dokter Salima (42) uit Kerala. ‘Nu lopen onze eigen buren er zo bij, sturen ze hun kinderen naar de Golfstaten om te werken en zien we hen terugkomen als halve Arabier. Het lijkt erop dat de rijke Saoedische moslim een nieuw rolmodel is geworden, een soort baken van trots voor de Indiase moslim.’

De afgelopen jaren is de dresscode onder moslims in Kerala drastisch veranderd. Steeds meer jonge mannen dragen Arabische gewaden en lange baarden. Ook kiezen vrouwen er steeds vaker voor het gehele lichaam en gezicht te bedekken. Toch laten niet alle moslims zich de les lezen door de salafisten.

‘Mijn 72-jarige moeder is een van de meest vrome mensen die ik ken’, vertelt winkelier Jalil (45) uit Kerala. ‘Maar geloof is voor haar een strikt persoonlijke aangelegenheid en het belemmert haar niet om elke dag op bezoek te gaan bij onze christelijke buurvrouw. Ze bidt vijf keer per dag en vindt het fijn in het weekend naar het grafmonument van een soefimeester te gaan. Waarom zou je zulke mensen gaan vertellen dat ze afgedwaald zijn van het echte geloof? Wie zijn deze mannen om dat te beweren? Ze zaaien twijfel in het hart van simpele vrome mensen.’

Maatschappelijke positie

De Indiase regering hield zich na de onafhankelijkheid angstvallig buiten de zaken van de moslimgemeenschap, uit vrees voor etnische spanningen. Terwijl zij de andere kant op keken, stroomden de oliedollars en missionarissen het land in om een nieuwe vorm van islam te introduceren in het land. Inmiddels telt India, volgens schattingen, tussen de twintig en dertig miljoen salafisten.

Ook leiders van de moslimgemeenschap zelf hebben hun achterban weggehouden uit de nationale politiek. Socioloog Ramashray Upadyay heeft hierop felle kritiek.

‘Indiase moslims leven al jaren in de marge. Van de 200 miljoen Indiase moslims behoort 85 procent tot de achtergestelde kasten of de zogenaamde tribal muslims. Hun zwakke maatschappelijke positie en gebrek aan eenheid zorgen ervoor dat leiderschap ontbreekt om zich collectief te verzetten tegen radicalisering. Daarnaast verwerpen veel orthodoxe moslimleiders het concept van een seculiere democratie. Ze geloven niet dat het succes van een moderne democratie ligt bij het individu, in plaats van bij een stille geïsoleerde massa.’

Imam Faïs (56) van de Jumamoskee in Valat, Kerala is hoopvol. ‘Indiase moslims hebben veerkracht getoond en de oproepen van fanatici tot op heden grotendeels weten te negeren, ondanks onze armoede en zwakke maatschappelijke positie. Daarom hopen we allemaal dat premier Nerandra Modi zijn woord nakomt en gaat werken aan een inclusief India. Een land dat staat voor Gandhi’s pluralisme, waarin het geloof iets is tussen het individu en God, zonder bemoeienis van iemand anders.’