Home Zingeving De wereld vergaat, maar dat hoort erbij

De wereld vergaat, maar dat hoort erbij

Foto: Stephen Rawinder Pikaar

In abrahamitische religies speelt eindtijddenken een belangrijke rol. Ooit komt de messias, dan houdt alles op en gaan mensen naar de hemel of de hel. Hindoes geloven iets totaal anders. ‘De hemel en hel bestaan alleen hier op aarde.’

Tegenwoordig waarschuwen klimaatactiviste Greta Thunberg en de groep Extinction Rebellion voor het einde van de wereld. Als we vlees blijven eten, met het vliegtuig blijven reizen, niet zuiniger aandoen met energie, raakt alles op. En dan vergaat de wereld.

Maar waar Thunberg en Extinction Rebellion in opstand komen tegen onze dreigende ondergang, daar wordt ons noodlot door het hindoeïsme omhelsd. Amor fati. Want volgens het hindoeïsme vergaat de wereld sowieso. Dat is niet erg, want na de vernietiging van de wereld begint alles weer opnieuw.

We spraken hierover met Stephen Rawinder Pikaar (foto). Hij is pandit, een hindoeïstische priester. In die rol begeleidt hij mensen op hun spirituele levenspad en verricht hij rituelen tijdens onder meer bruiloften, begrafenissen en verjaardagen.

Om maar met de deur in huis te vallen: geloven hindoes in een eindtijd?

‘Nee. Binnen het hindoeïsme zegt men: energie vergaat nooit. We spreken over drie zaken die er altijd zijn, er altijd zijn geweest en ook altijd zullen blijven bestaan. Dat zijn het goddelijke, de ziel en de natuur. Het goddelijke heeft de scheppende kracht. De ziel heeft als taak om te handelen, maar kan dat niet zelfstandig. Daar is de natuur voor nodig in de vorm van een lichaam. Tijdens de geboorte smelten ziel en natuur samen. Daarna gebeurt er van alles. De ziel moet werken aan verlichting, terwijl het lichaam zegt: ‘Ik heb voedsel nodig’ of ‘O, dat is een mooie dame of heer.’ Dat zijn de verlangens en verleidingen. Het spel tussen intellect en ego.

Hoewel de natuur een constant veranderende staat heeft, is het er altijd. Water kan vloeibaar zijn, vast of gasvormig, maar het blijft water. Hetzelfde geldt voor de ziel. Die kan in een boom zitten en zolang de boom leeft, zit de ziel stil. Hij kan ook in een dier huizen. Dan kan de ziel zich verplaatsen en krijgt hij te maken met behoeftes en verlangens. Maar bezielt het een menselijk lichaam, dan gaat intellect een rol spelen. Dan kun je nobele daden verrichten en meer betekenen voor een ander. Maar er is geen einde, geen eindtijd. De ziel blijft in beweging.’

Ook als de ziel verlichting bereikt?

‘Veel mensen denken dat verlichting permanent is, maar ook dat is een stadium. Vaak wel een lang stadium, maar uiteindelijk keert de ziel of een gedeelte daarvan weer terug in een nieuwe samensmelting met de natuur. Dan spreken we van reïncarnatie. Dan gaat hij weer handelen. In het christendom bestaat een eeuwig paradijs, maar dat kennen wij niet. De ziel bereikt nooit een stadium waarin het niets meer hoeft te doen. Het hindoeïsme zegt eigenlijk: de hemel en hel bestaan alleen hier op aarde. Daarbuiten heb je verlicht zijn en niet-verlicht zijn. Niet-verlicht zijn betekent dus dat we incarneren en moeten handelen om de verlichting te kunnen bereiken.’

‘Binnen het hindoeïsme zegt men: energie vergaat nooit’

Welke rol spelen de goden precies?

‘Zoals je de tegenstelling hebt tussen katholieken en protestanten, zijn er ook binnen het hindoeïsme verschillende visies of denkwijzen. Je hebt mensen die mét beelden bidden en vaak in meerdere Goden geloven, en mensen die zonder beelden bidden. Ik behoor tot die laatste groep en geloof in één God, die verschillende eigenschappen heeft. Net zoals mensen meerdere eigenschappen en rollen hebben in het leven. We spreken over Generator – Brahma -, Operator – Vishnu – en Destroyer  – Shiva -: GOD.

Wanneer je God vraagt om kennis omdat je een nieuw bedrijf wilt beginnen, dan richt je je tot Brahma. Die staat voor schepping en wetenschap. Als je moet handelen of jezelf wilt bewijzen, zoals wanneer je een examen doet en de zenuwen je uit je balans halen, richt je je tot Vishnu, de onderhouder en beschermer.

Shiva is de vernietiger van het kwade en speelt een belangrijke rol in het pad van spiritualiteit, welzijn en het hogere. Iemand die veel met meditatie en bewustwording bezig is, richt zich vooral op Shiva. Hij vervult zijn rol in de vergankelijkheid der dingen, beëindigt zo ook het leven – maar nooit de energie die ons in leven hield.

Ik stel het nu voor als gescheiden werelden, maar in de praktijk richt een hindoe zich in zijn of haar gebeden vaak op een combinatie van deze eigenschappen. Ze zijn met elkaar verbonden. Alle goede eigenschappen vormen samen het Goddelijke.’

Hoe zit het met de verschillende tijdperken die het hindoeïsme onderscheidt?

‘Het hindoeïsme kent vier grote tijdperken, die elk een eigen karakter hebben. Satya yuga kun je de schepping ofwel ‘de creatie’ noemen. In die tijd was de mens nog vroom en eerlijk. Je kon elkaar vertrouwen. Er was ook veel kennis die gewoon mondeling werd doorgegeven. We hadden de zintuigen veel beter onder controle dan nu. Tegenwoordig moet je je al goed concentreren om te horen wat er in één ruimte gebeurt, maar toen hoorden we zelfs wat er zich tussen de muren afspeelde.

Tijdens treta yuga, het tweede tijdperk, kwam er een stukje machtsgevoel in ons naar boven. Er ontstond een onderscheid tussen lichamelijke en geestelijke krachten. We begonnen dingen te vergeten, waardoor men kennis op schrift moest zetten. De strijd tussen goed en kwaad begon en je zag negativiteit langzaam toenemen. In het derde tijdperk, dwapara yuga, ging dat nog verder. Het ego begon steeds meer en meer te eisen. Bezit werd belangrijker en mensen kwamen voor de vraag te staan: wat is goed en wat is fout?

Tijdens kali yuga, het tijdperk waar we nu in zitten, is het negatieve veel prominenter aanwezig dan het positieve. Je ziet dat veel mensen stress ervaren en kampen met een hoge bloeddruk. Terwijl onze toegang tot voedsel beter is dan ooit en we ontzettend veel mogelijkheden hebben, wordt het welzijn van onze geestelijke staat juist minder. Hoe komt dat? Omdat we altijd naar meer verlangen. Meer geluk, meer welvaart. Is dat echt nodig? En wie zegt dat? In kali yuga hebben we een slecht normbesef, een slecht zicht op wat goed en fout is. Dat zie je ook aan al het geweld op de wereld.’

Maar het is dus geen eindtijd? Volgens de cyclus komen we na kali yuga weer in satya yuga terecht?

‘Uiteindelijk wel, maar zover zijn we nog niet. Verval sluipt er langzaam in, ook qua normbesef bijvoorbeeld. Het hindoeïsme schrijft voor dat één man en één vrouw hun hele leven bij elkaar blijven, maar aan die regel wordt steeds meer getornd. Zowel binnen als buiten onze religie. Scheiden vinden we niet meer zo erg. Als het gaat, dan gaat het en als het niet gaat, dan ga je uit elkaar. Vroeger was er een taboe op seks, nu is het ‘maar’ seks. In oosterse beschavingen, waar eeuwenlang vegetarisch werd gegeten, zie je nu de vleesconsumptie stijgen. Vlees eten is volgens het hindoeïsme een vorm van geweld, omdat je slacht voor je genot. Je neemt een leven.’

Hoe zal dit laatste tijdperk, kali yuga, dan eindigen?

‘Dat is moeilijk te voorspellen. Er zal uiteindelijk een echt donkere periode aanbreken of een enorme knal klinken. In ieder geval zal na de kali yuga opnieuw een satya yuga aanvangen. Want energie vergaat dus niet.’

‘Er zal een echt donkere periode aanbreken of een enorme knal klinken’

Kan de mens kali yuga eerder laten eindigen?

‘Laten eindigen niet. Hij kan wel zorgen voor een bepaalde ‘rustperiode’. Neem de periode na de grote oorlog in de Mahabharata, een beroemd hindoeïstisch heldenepos. Of recenter, na de atoombommen op Japan in 1945. De natuur kan ook voor zo’n fase zorgen. De laatste ijstijd was bijvoorbeeld een herstelperiode van de aarde om weer vruchtbaar te worden. Dat is de kracht van de natuur, de intelligentie van moeder aarde, die zal altijd zorgen dat zij zichzelf in stand houdt. Overigens praat het hindoeïsme niet alleen over het leven op aarde, maar over het leven in de gehele kosmos.

De mens kan zijn eigen leven vernietigen, dat van dieren en planten, maar de natuur en de kosmos zullen blijven. Alleen in een andere vorm. Als een afstandsbediening het niet meer doet, zeggen we dat de batterijen leeg zijn. Maar wetenschappelijk gezien zijn die batterijen niet leeg. Dan zouden ze vacuüm trekken. Ze hebben alleen hun nut voor ons verloren. De ruimte in de batterijen heeft zich gevuld met iets anders.

Dat zie je ook in het leven. Als we iemand voor het eerst ontmoeten, zeggen we: ‘Ah, dat is mijn nieuwe buurman, vriend of collega.’ Maar die persoon is helemaal niet nieuw. Zijn lichaam bestaat al zo lang hij leeft en zijn ziel was er altijd al. Dus wat is nieuw? Wat is een einde?’

Vereenzelvigen hindoes zich dan ook minder met het lichaam? Is de dood minder verdrietig?

‘Idealiter wel, maar omdat culturen versmelten verandert dat langzaam. Ik verzorg uitvaarten. Vroeger werd de overledene een ruimte binnengebracht, vervolgens werden er een paar rituelen gedaan gevolgd door een gebed. Dat was het. Dan werd die persoon gecremeerd volgens de riten.

Zo gaat het op veel plekken in India nog steeds. Toch zie je dat hindoeïstische uitvaarten steeds meer op de westerse gaan lijken. Er wordt muziek gedraaid, er worden foto’s getoond en verhalen verteld. De overledene krijgt mooie kleding, hij wordt nog een paar keer aangeraakt. Dat komt omdat we ons in deze maatschappij hechten aan aardse zaken. Heel logisch dus dat we ons meer vasthouden aan het lichaam. Ik voel die neiging zelf ook. Maar als je er nuchter over nadenkt, dan zou je volgens het hindoeïsme eigenlijk moeten zeggen: ‘Dit lichaam is die persoon niet meer. De ziel is weg, het lichaam was gewoon natuur.’ Dat geven we nu terug, terwijl we de persoon in ons hart en in onze herinneringen verder dragen.’