Home Interview Gaan radicaal-rechtse partijen met elkaar samenwerken?

Gaan radicaal-rechtse partijen met elkaar samenwerken?

Het Europees Parlement in Brussel © Ewout Klei

Radicaal-rechtse partijen hebben zetels gewonnen bij de Europese verkiezingen. Maar dit betekent niet automatisch dat ze ook meer invloed gaan uitoefenen, zegt politicoloog Simon Otjes, verbonden aan de Universiteit Leiden. De vraag is of ze ook echt gaan samenwerken.

In Nederland vonden op donderdag 6 juni de Europese verkiezingen plaats, in andere EU-landen werd op zondag 9 juni gestemd. Zoals verwacht wonnen de radicaal-rechtse partijen, verenigd in de Europese fracties Identiteit en Democratie (ID) en de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR). ID won negen zetels en heeft 58 zetels in totaal, ECR won er vier en komt op 73 uit. 

De fase die nu aanbreekt is eigenlijk veel interessanter, zegt politicoloog Simon Otjes. ‘De eerste helft, de Europese verkiezingen, hebben we gehad. Nu zijn we aanbeland bij de tweede helft: het opnieuw ijken van de fracties.’

Onderlinge verschillen opzij zetten

‘De radicaal-rechtse partijen zijn gegroeid, maar de veel relevantere vraag is of ze dit kunnen omzetten in macht. Kunnen de radicaal-rechtse partijen hun onderlinge verschillen opzij zetten en samen één grote fractie vormen? Of komt er nog meer versplintering? Rassemblement National van Marine Le Pen zit bij ID, Fratelli d’Italia van de Italiaanse premier Giorgia Meloni zit bij de ECR. Blijft dat zo, of gaat dit veranderen?’ 

Otjes wijst op het feit dat de extremistische partij Alternative für Deutschland (AfD) uit de ID-fractie is gezet onder druk van Le Pen, maar de Oostenrijkse FPÖ wil dat de Duitse partij terugkeert. Daarnaast is het ook mogelijk dat Fratelli d’Italia zich wil aansluiten bij de christendemocratische EVP-fractie.

BBB en NSC willen ook lid worden van deze fractie. Daarnaast heb je nog de Hongaarse partij Fidesz van premier Viktor Orban. Die zat vroeger bij de EVP, maar werd daar uiteindelijk uitgezet vanwege het autoritaire optreden van Orban. Zal Fidesz zonder fractie in het Parlement gaan, of zich bij ID of de ECR aansluiten? 

Otjes concludeert: ‘Deze fase is daarom het spannendst. Zullen de radicaal-rechtse partijen in staat zijn om hun krachten te bundelen, of worden het vier kleine groepjes? Want pas als er een grote fractie komt, dan kan radicaal-rechts echt invloed uitoefenen.’

Makkelijk zal dat niet zijn, legt hij uit. Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen aan de ene kant Fratelli d’Italia, dat Oekraïne steunt tijdens de Russische invasie en graag in Europees verband wil samenwerken aan het terugdringen van migratie; en aan de andere kant Fidesz, die flirt met Poetin en migratie willen beperken door de nationale grenzen te sluiten.

Zelfde fenomeen bij linkse partijen

Overigens is er aan de linkerkant iets soortgelijks aan de hand, vervolgt Otjes.  Hij wijst op Bündnis Sahra Wagenknecht, een conservatief-linkse afsplitsing van de Duitse partij Die Linke. Sahra Wagenknecht is sociaal-economisch gezien links, maar geldt in Duitsland als Putin-Versteher (politicus die begrip heeft voor president Vladimir Poetin) en wil migratie beperken. Zal zij een eigen fractie vormen met andere Europese partijen die links en tegen wapensteun aan Oekraïne zijn, zoals de Italiaanse Vijf Sterrenbeweging?

En dan hebben we nog Volt. De Pan-Europeanen zitten op dit moment nog bij de Groenen, maar worden misschien lid van de liberale fractie Renew Europe. Otjes: ‘De groenen en liberalen hebben allebei verloren. Het is dan aantrekkelijk om Volt erbij te halen. Maar wie biedt Volt het meest?’ 

Nederlandse politiek niet belangrijk

Ten slotte is Otjes kritisch over die Nederlandse media die de Europese verkiezingen vooral hebben geframed als een tweestrijd tussen GroenLinks-PvdA en de PVV en nu claimen dat GroenLinks-PvdA gewonnen heeft.

‘Het is heel begrijpelijk dat én de PVV én GroenLinks-PvdA deze tweestrijd hebben ingezet tijdens hun campagne om zo meer stemmen te winnen, maar het is voor Europa helemaal niet relevant. Het gaat erom welke fractie de grootste wordt in het Europees Parlement. Daar heeft de vraag welke partij in Nederland de grootste is, geen enkele invloed op.’