Home Kunst & Cultuur Mouna Laroussi: ‘Thuis was ik de grappenmaker’

Mouna Laroussi: ‘Thuis was ik de grappenmaker’

Mouna Laroussi. Foto: Richard Beukelaar.

Theatermaker Mouna Laroussi gaat in de voorstelling Waanzien met humor de polarisatie te lijf. ‘Bruggen bouwen en verbinding zoeken zit echt in onze familie.’

De verbijstering en pret in het publiek zijn voelbaar op het moment dat een tuinier met een zware stem het podium oploopt en uitlegt hoe je Afrikaantjes moet kweken. ‘Willen we meer of minder Afrikaantjes?’, vraagt het door Mouna Laroussi gespeelde type. De bezoekers barsten in lachen uit. Even later krijgen we een tafereel te zien waarin het gezellige alter ego van Laroussi, de Marokkaans-Nederlandse Fatima, vertelt over haar dementerende vader.

In haar derde solovoorstelling Waanzien, die vol zit met humor en zwierige dansbewegingen, wil theatermaker Laroussi het publiek laten nadenken over maatschappelijke thema’s. ‘Ik houd ervan om vraagstukken vanuit meerdere perspectieven te bekijken en om mensen een spiegel voor te houden’, vertelt ze. ‘Ik ben geen theatermaker die zal zeggen: dít is het probleem.’ Al de verschillende personages in haar voorstelling zorgen ervoor dat de kijker zich met tenminste één kan identificeren.

Mouna Laroussi. Foto: Ruud Pos

De 42-jarige Laroussi is cabaretier, theatermaker, choreografe en danseres. Ze groeide op in Gouda en heeft drie zussen. Tijdens haar jeugd kwam ze erachter dat choreografie en dans haar passies waren. Toen haar zusje Hind – bekend van het tv-programma Idols – aan haar vroeg om haar shows te organiseren kon Laroussi van haar talent een fulltime baan maken. Drie jaar later zette zij de stap om zelf theaterproducties te maken.

Droomde je als kind al van het podium?

‘Ik wist als kind niet wat ik later wilde worden. Ik vond het leuk om thuis creatief te zijn. Met mijn cassettebandjes maakte ik eigen radioprogramma’s. Het leukste vond ik om reclames na te doen met stemmetjes. In groep 8 van de basisschool hield ik ervan om karaoke te doen. Ik speelde toen typetjes van de zanger Koos Alberts en zong met een zelfbedachte rondborstige Amsterdamse Annie zijn liedjes. Ik wist nog niet dat ik theatermaker wilde worden, maar thuis was ik toch wel de grappenmaker.’

‘Vanwege mijn Nederlandse en Marokkaanse achtergrond kreeg ik vaak te horen dat ik een halfbloedje ben’

‘De filmpjes die ik zag van Michael Jackson hebben mij geïnspireerd om te gaan dansen: zijn bewegingsstijl, zijn manier zingen en performance voor duizenden mensen, dat vond ik altijd geweldig. Hij straalde heel veel kracht uit. Een mooie mix, zoals nergens anders is te zien. Toen ik later met zangeres Hind optrad, realiseerde ik mij wel dat de danswereld een harde wereld is. Het is keihard werken. Toch mis ik nu soms wel dat je met een dansgroep op een podium staat, waarbij je samen ademt en samen één beweging bent.’

Hoe was het om met twee culturen op te groeien?

‘Tot en met de basisschool heb ik me als een kameleon voortbewogen tussen de Marokkaanse  en Nederlandse cultuur. Op de middelbare school vond ik dit wat moeilijker, omdat mensen op school mij gingen vragen: Wat ben je nou? Marokkaans of Nederlands? Kies een kant. En op die leeftijd ben je al bezig met je eigen identiteit te ontwikkelen. Dan is het lastig, wanneer je altijd de twee kanten omarmd hebt, dat je onder druk van de omgeving opeens een kant moet kiezen.’

‘Vanwege mijn Nederlandse en Marokkaanse achtergrond kreeg ik vaak te horen dat ik een halfbloedje ben. Ik heb een hekel aan deze term, want het klinkt alsof je het over twee halve delen hebt. En dan zeg je eigenlijk dat je niet helemaal compleet bent. Alsof het ene bloed superieur is aan het andere. Ik heb hier ook een scène over gemaakt in mijn voorstelling Waanzien. Het doet wat met je als kind, wanneer je dat telkens te horen krijgt.

‘Tegen mijn eigen kinderen, die ook worstelen met de vraag of ze meer Marokkaans of Nederlands zijn, leer ik dat ze zich helemaal niet hoeven te verantwoorden. En als ze wel iets willen zeggen, leer ik hen dat ze Nederlands, Marokkaans, Tunesisch en Frans zijn. Ze zijn veel. Kinderen zijn niet met dit soort ingewikkelde vragen bezig tot ze met de blik van anderen worden geconfronteerd. Dan krijgen ze een stempeltje opgeplakt. Vragen als: Ben je moslim? Is dat haram? Op de basisschool houden ze daar geen rekening mee. Leraren en ouders zien deze onderlinge struggles niet.’

In de voorstelling Waanzien is migratie een thema dat vaak terugkomt. Is dat een bewuste keuze?

‘Het vluchtelingen- en migratiedebat gaat mij echt aan het hart. Ik kan er wel een hele voorstelling over maken, er bestaan zoveel onwaarheden over vluchtelingen en asielzoekers. In een scène speel ik Maria Louise Aphia van den Berg, een professor Diversiteit, die getrouwd is met een Ghanees. Zij ontkracht mythes over migratie, bijvoorbeeld dat we worden ‘overspoeld’ door migranten. Het probleem is dat de media alleen cijfers laten zien als de migratiestroom toeneemt, maar niet wanneer die afneemt. Dus al die feiten drop ik in die scène. Migranten zijn geen banenpikkers. Werkgevers smeken om de komst van migranten om al het werk gedaan te krijgen. Of ik vertel dat de multiculturele samenleving al héél lang bestaat, namelijk al sinds de Middeleeuwen.’

‘Als mensen in hun eigen bubbel blijven, verandert er niets’

‘De politiek roept veel onwaarheden over asielzoekers, veel journalisten nemen die klakkeloos over. En dan gaan mensen die ook geloven. Denk aan minister Dilan Yesilgöz van Justitie, die beweerde dat duizenden vluchtelingen hier nareis-op-nareis naartoe komen. Dat blijkt uit onderzoek een mythe te zijn.  Ik vind de term gelukszoeker ook zo’n vreselijke term. Als je blanco naar dit woord kijkt dan klinkt het eigenlijk heel poëtisch: iemand die op zoek is naar geluk, een nieuwe liefde, een nieuw begin. Maar deze term wordt in één adem genoemd met andere woorden zoals banenpikker en woningnood. Ik wil met mijn theater en dans eigenlijk de menselijkheid in het debat terugbrengen.’

Wat gaat er mis in Nederland?

‘De polarisatie in het land is extremer geworden. Ik heb moeite met de dubbele standaarden. Die lijken alleen maar zichtbaarder te worden. Neem de behandeling van vluchtelingen. Er is een heel groot verschil tussen de opvang van Oekraïners en bijvoorbeeld Syriërs. Waarom krijgt niet iedereen gelijke kansen? Alleen omdat de één meer op ons lijkt dan de ander? Ik vind dit heftig.

‘Deze dubbele standaard zie je nu ook terug in de oorlog tegen de Palestijnen in Gaza. Nederland en de Europese Unie staan pal achter de Oekraïners, maar als het gaat om de Palestijnen dan gebeurt er niks.

‘De verkiezingswinst van Wilders komt ook doordat de politiek er best een zooitje van heeft gemaakt. Kijk bijvoorbeeld naar de woningnood. Er zijn ouders met volwassen kinderen die nog thuis wonen omdat ze geen woning kunnen vinden. Als er dan iemand komt en die zegt ‘eigen volk eerst’ dan stemmen veel mensen op hem.’

Hoe zorg jij voor hoop en verbinding?

‘Er zijn heel veel mensen die nog steeds hoop hebben en zich inzetten voor verbinding. Ik doe dat ook met mijn werk in het theater. Als theatermaker uit twee culturen kan ik makkelijker zien waar het schuurt en waar het samenkomt. En ja, als mensen in hun eigen bubbel blijven leven dan verandert er niets.’

‘Ik probeer ook actuele onderwerpen te schetsen die in migrantengemeenschappen spelen. Bijvoorbeeld het gebrek aan cultuursensitieve zorg. Ik neem de kern van waar het wringt en bedenk daar de grappen bij. Ik ben ook trots op deze combinatie, waarin ik serieuze thema’s aansnijd en gebruik maak van dans en humor. Dan voel ik echt de engagement met mijn publiek. Ze herkennen veel onderwerpen en voelen zich ook erkend.

In mijn vorige show Fatima zat een scéne over een Marokkaanse vrouw die op jonge leeftijd naar Nederland gehaald werd door haar man. Ze had niemand en vond het hier vreselijk. Nu haar man gepensioneerd is heeft hij heimwee naar Marokko en wil hij terug. Maar hij zit nu vast in Nederland omdat zijn vrouw niet meer weg wil vanwege hun kinderen en kleinkinderen hier. Dit werd een heel mooie en emotionele scène waardoor na afloop er mensen naar me toeliepen en zeiden: ‘Zo heb ik het eigenlijk nooit bekeken. Ik zei altijd: ‘nou dan gaan Marokkanen toch terug naar hun eigen land?’’

Mouna Laroussi. Foto: Richard Beukelaar

Rolmodel
‘Mijn vader! Hij heeft onlangs een lintje gekregen en is officier in de Orde van Oranje-Nassau geworden. Daar ben ik heel trots op. Hij heeft jarenlang bemiddeld op het gebied van handelsrelaties tussen Marokko en Nederland. Ik heb altijd bewondering gehad voor zijn doorzettingsvermogen. Bruggen bouwen en verbinding zoeken zit echt in onze familie. En later dacht ik; oh ja, dat doe ik eigenlijk ook met mijn werk. Mijn ouders hebben mij ook altijd gestimuleerd om mijn eigen kansen te creëren.’

Ultiem geluksmoment
‘Dat is wanneer ik met mijn gezin op een eiland ver weg zit. Ik zeg altijd dat mijn man en ik werken om te kunnen reizen! We zijn gek op de Malediven. Het is een heel mooie moslimgemeenschap daar. Hoe de mensen daar met de natuur omgaan ook. Lekker duiken en snorkelen.’

Bombastisch of bescheiden?
‘Ik zou zeggen een bombastische entree. Dus echt á la Michael Jackson uit het plafond springen. Ik houd van shows. En ik houd van groot. Ik droom er ook van om ooit met een groot orkest op het podium te staan en met muzikanten. Maar de allergrootste les is dat als je je één op één met het publiek je kwetsbaar en intiem opstelt dan heb je al snel een band. Dan gaat er iets moois open.’