Het kernverdrag tussen Rusland en de Verenigde Staten is sinds vandaag niet meer van kracht. In beide landen ontbreekt de politieke urgentie om tot een verlenging van de overeenkomst te komen. VN-chef António Guterres noemt het een ‘ernstig moment voor internationale vrede en veiligheid’, zo meldt The Guardian.
Guterres roept beide landen op om zo snel mogelijk tot een nieuw nucleair pact te komen. ‘Voor het eerst in meer dan een halve eeuw worden we geconfronteerd met een wereld zonder bindende beperkingen op strategische kernwapens van de twee staten die het overgrote deel van de wereldwijde kernwapenvoorraad bezitten’, zei hij in een verklaring.
Het laatste verdrag tussen de Verenigde Staten en Rusland stamt uit de tijd van president Barack Obama. In 2010 ondertekenden Obama en de toenmalige Russische president Dmitry Medvedev een akkoord, dat inmiddels is verlopen.
Non-proliferatieverdragen, zoals atoomakkoorden worden genoemd, zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstaan om de (nucleaire) wapenwedloop tussen grootmachten aan banden te leggen. Rusland en de Verenigde Staten beschikken gezamenlijk over meer dan 80 procent van het wereldwijde kernwapenarsenaal (ongeveer 1.500 actief inzetbare kernkoppen per land). Dat is meer dan voldoende om de wereld meerdere malen te vernietigen.
In de militaire veiligheidsdoctrine van de Koude Oorlog werd ook wel gesproken over Mutually Assured Destruction (MAD, wederzijds gegarandeerde vernietiging). Aangezien beide partijen voldoende capaciteit hebben om een tegenaanval uit te voeren nadat een van de twee als eerste heeft toegeslagen met een atoombom, zou dit een afschrikwekkende werking hebben gehad.
Tot nu toe heeft alleen de Verenigde Staten in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog een atoombom gebruikt tegen Japan. In Hiroshima en Nagasaki zijn toen meer dan 250.000 mensen, hoofdzakelijk burgers, omgekomen.


