Het sprookje van het Marokkaanse elftal begon vier jaar geleden in Qatar met een plek in de halve finale van het WK. Vorig jaar volgde een finaleplaats op de Afrika Cup. Ook in Amerika lijkt het succesverhaal door te gaan. Met een gelijkspel tegen Brazilië laten de Atlasleeuwen zien dat ze zich kunnen meten met de grote voetballanden.
Niet iedereen is daar echter blij mee. ‘F*ck Allah’, reageerde Geert Wilders op een foto van het Marokkaanse elftal dat op het veld knielend hun prestatie vierde. De onverbeterlijke moslimhater schrijft, voor wat het waard is, Allah wel nog met een hoofdletter, en bij de belediging gebruikt hij ook een sterretje. Maar goed, wat hij van Marokkanen en moslims vindt, is alweer duidelijk.
Een dag later is Wilders in een veel gemoedelijkere stemming. Afgezien van een bericht waarin hij aankondigt zich aan te sluiten bij een protest tegen een azc in Didam, deelt hij op sociale media een foto van zichzelf in een oranje pak met de tekst: ‘Hup Nederland Hup’. Hij wenst Oranje succes tegen Japan, een dag nadat hij enkele Marokkaans-Nederlandse spelers van het Marokkaanse elftal, onder wie Anass Salah-Eddine (PSV), Noussair Mazraoui (Manchester United) en Sofyan Amrabat (Real Betis), had beledigd.
De uitspraak past in een breder politiek klimaat rond islamitische Nederlanders. Wellicht verklaart dat waarom er al jaren geen Turkse of Marokkaanse Nederlander meer voor Oranje speelt. Voor Marokkaans-Nederlandse voetballers speelt volgens NRC echter ook mee dat de Marokkaanse voetbalbond sinds 2014 actief Europese spelers werft van wie de (groot)ouders in Marokko zijn geboren. Daardoor kiezen meer talenten voor Marokko dan voor het nationale elftal van hun geboorteland.


