Keti Koti werd dan misschien geen nationale feestdag, de jaarlijkse herdenking van het slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark trok opnieuw veel belangstelling. De aanwezigheid van onder anderen minister-president Rob Jetten en burgemeester Femke Halsema onderstreepte de groeiende betekenis van de dag.
Ook de toespraken maakten indruk. Auteur Raoul de Jong oogstte veel applaus met zijn verhaal over de stille kracht die zijn voorouders ‘kromanti’ noemen.
Burgemeester Femke Halsema hield eveneens een toespraak. Hieronder volgt de volledige tekst, zoals gepubliceerd op de website van de gemeente Amsterdam.
‘Wat we ook van het Nederlands elftal denken,
onze voetballers verdienen wel de prijs voor het mooiste shirt van het hele toernooi.
Van de ontwerpers van het Amsterdamse wereldmerk Patta.
Op het shirt zien we traditionele nationale symbolen; leeuwen en tulpen. De schildjes van de thuissteden van de spelers.
En Surinaamse sieraden en symbolen, zoals de mattenklopper en een Ala-kondre ketting.
Die slingert over het shirt en verbindt alles met elkaar.
Het ontwerp zegt: dit is Nederland, dit is onze nationale trots.
Maar online brak de racistische kritiek snel los. Op het shirt, op onze spelers van kleur. En ook weer na de wedstrijd tegen Marokko.
En was het dan maar zo dat die haat van een klein groepje afkomstig was. Maar meer politici en opiniemakers komen er openlijk voor uit dat zij streven naar witte superioriteit.
Wij leven met de lelijke erfenis van honderden jaren slavernij en handel in slaafgemaakte mensen.
In delen van onze samenleving is er nog altijd een diep verankerd racistisch mensbeeld.
Daar leeft het idee dat een echte Nederlander wit is.
En dat onze nationale gemeenschap via bloedlijnen door wordt gegeven.
Maar wat maakt ons land echt Nederland?
Is dat een valse trots op koloniale roof en uitbuiting?
Zijn dat waanideeën over afkomst en ras?
Is dat vol rancune afgeven op minderheden?
Is dat Nederland?
Zijn we daar trots op?
Laten wij leren van de grote Amerikaanse schrijver James Baldwin.
Hij had alle reden om zijn land, Amerika, de rug toe te keren. Het land had hem en zijn zwarte medeburgers zo veel leed toegebracht. Maar hij bleef erop aandringen dat witte en zwarte mensen samen zouden streven naar rechtvaardigheid, naar de belofte die de Amerikaanse democratie herbergt.
Hij zei: ‘Als wij nu niet aarzelen in onze plicht […], dan zijn we misschien in staat […] een einde te maken aan deze racistische nachtmerrie en ons land waar te maken en de geschiedenis van de wereld te veranderen.’
Ook wij Nederlanders hebben de belofte van ons land waar te maken.
Wij bepalen samen de koers, de toekomst van onze samenleving, van het land waarop wij trots willen zijn.
Dat is een land van vrijheid, vooruitgang, tolerantie, democratie, solidariteit en gelijkwaardigheid. Het verleden recht in de ogen durven kijken.
Vaderlandsliefde betekent dan:
Onze helden eren, zoals Anton de Kom.
Luisteren als Manoushka Zeegelaar Breedveld zingt.
Als ik denk aan het land waar ik van hou, dan denk ik aan mensen als Meester Kwame die in Amsterdam Zuidoost honderden kinderen bijles geeft.
Aan iedereen die omkijkt naar een ander, opkomt voor een ander.
Laten wij ons bij hen aansluiten.
Want dan kunnen wij ons land waarmaken.
Dan zijn wij de ware erfgenamen van Nederland.
Niet een Nederland van bloedlijnen, maar het echte Nederland, van vrijheid en van hoop.


