Kinderen van migranten in Nederland maken de onderwijsachterstand van hun ouders in hoog tempo goed. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit Maastricht, gepubliceerd in het Journal of Population Economics. Volgens de onderzoekers wordt de achterstand in taal per generatie met ongeveer 50 procent verkleind en voor rekenen zelfs met circa 60 procent.
Voor het onderzoek werden de Cito-scores van ruim 27.000 ouders en bijna 44.000 kinderen met elkaar vergeleken. De onderzoekers keken daarbij naar gezinnen met een migratieachtergrond uit Suriname, de Antillen, Marokko en Turkije.
Een belangrijke conclusie is dat niet de migratieachtergrond zelf, maar vooral het opleidingsniveau en de sociaaleconomische positie van de ouders bepalend zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Wanneer daarvoor wordt gecorrigeerd, blijken kinderen met een migratieachtergrond zich net zo te ontwikkelen als kinderen zonder migratieachtergrond.
Socioloog Maurice Crul van de Vrije Universiteit noemt de resultaten belangrijk, omdat ze laten zien dat ook de derde generatie beter presteert dan de vorige. Volgens hem onderstrepen de uitkomsten het belang van investeringen in onderwijs, zoals voorschoolse educatie, taalondersteuning en goede doorstroommogelijkheden. Tegelijk waarschuwt hij dat blijvende aandacht nodig is, omdat nieuwe migrantengroepen opnieuw met vergelijkbare uitdagingen te maken krijgen.


