De verkiezingen in de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg‑Vorpommern op zondag 20 september beloven onverwacht spannend te worden. Tweeënhalve week voor de stembusgang blijft de extreemrechtse partij Alternative für Deutschland in de peilingen weliswaar de grootste partij met 35 procent, maar de sociaal-democratische SPD van minister‑president Manuela Schwesig staat inmiddels op 32 procent, zo schrijft de website Duitsland Vandaag.
Daarmee is de ruime voorsprong die AfD het afgelopen jaar had grotendeels verdampt. In 2023 stond de partij nog op 38 procent in de opiniepeilingen, tegenover 19 procent voor de SPD.
De sociaaldemocraten hebben dus een forse inhaalslag gemaakt, terwijl de AfD licht daalt. Andere partijen blijven achter. De CDU zakt naar 8 procent, Die Linke staat op 11 procent en de Grünen halen met 5 procent nipt de kiesdrempel. De pro-Russische links-populistische partij BSW van Sahra Wagenknecht komt uit op 4 procent, waarmee ze de kiesdrempel niet haalt.
De mogelijke winst van AfD past in een bredere trend in Oost‑Duitsland, waar de partij recent al de grootste werd in Saksen‑Anhalt. Volgens hoogleraar Duitse geschiedenis Krijn Thijs (Universiteit van Amsterdam) is die ontwikkeling zorgwekkend, zo vertelt hij aan de Twentse krant Tubantia: ‘Minderheden zoals migranten, asielzoekers, lhbti’ers en mensen met andere politieke ideeën moeten zich echt zorgen gaan maken.’ Tegelijk plaatst hij hier wel een belangrijke nuance bij: ‘De AfD hoopt op een domino-effect, maar dat hoeft niet te gebeuren. In Mecklenburg gaat de AfD ook winnen, maar waarschijnlijk niet zo groot als in Saksen-Anhalt.’
De populariteit van Manuela Schwesig speelt de SPD in de kaart. 60 procent van de ondervraagden zou haar rechtstreeks kiezen als regeringsleider. Toch blijft de vraag wie de deelstaat op 20 september gaat regeren volledig open, zeker omdat meerderheden zonder AfD lastig te vormen zijn.


