In haar boek In de greep van Erdoğan vertelt journalist Mitra Nazar over haar jaren als correspondent in Turkije, van 2019 tot 2025.
Mitra Nazar was zes jaar lang NOS-correspondent in Turkije. Ze deed onder meer verslag van de aardbeving van 2023 en de arrestatie van de Istanbulse burgemeester Ekrem Imamoglu. Inmiddels is ze weer terug in Nederland. Met In de greep van Erdoğan sluit ze haar jaren als correspondent af. Jaren waarin ze merkte dat je, hoe je het ook wendt of keert de belangrijkste man van Turkije heen kunt.
In vrijwel elk verhaal dat Nazar maakte, dook Erdogan op. Dat is volgens haar niet zo vreemd. Sinds de invoering van het presidentiële systeem in 2018 is veel macht bij de president komen te liggen. Hij heeft directe controle over ministers, het ambtenarenapparaat en het leger. Ook het communicatiedepartement, waar buitenlandse journalisten zich moeten melden, valt rechtstreeks onder de president. Bovendien kan Erdogan per decreet regeren.
Je begint je boek met een citaat van journalist Christiane Amanpour: ‘Het is onze taak waarheidsgetrouw te zijn, niet neutraal.’ Waarom juist dit citaat? journalisten meer zijn dan ‘objectief’?
‘Neutraliteit wordt vaak verward met objectiviteit, terwijl neutraliteit betekent dat je twee tegengestelde standpunten op hetzelfde platform zet en er gelijk gewicht aan geeft. Objectiviteit is niet beide kanten evenveel ruimte geven, maar de feiten laten bepalen waar de waarheid ligt. Als iemand zegt: het regent, en iemand anders zegt: het regent niet. Dan is het aan ons als journalisten om naar buiten te gaan en te kijken of het regent. In de Turkse context: de regering kan zeggen: er is persvrijheid en onafhankelijkheid van de rechtspraak in Turkije. Het is aan ons om naar buiten te gaan en verslag te doen van hoe het werkelijk is, niet om te zeggen: de Turkse regering zegt X en de oppositie zegt Y.’
Gaf de aardbeving de doorslag om dit boek te schrijven, of was je er al langer mee bezig?
‘Het idee om een boek te schrijven kwam nadat ik de podcast Erdogan: de Naschok maakte in 2023, die gaat over de periode tussen de aardbeving en de verkiezingen. Ik had al voor de ramp het plan om een podcast te maken over Erdogans leiderschap in de context van het honderdjarige bestaan van de republiek Turkije. Maar de ramp veranderde de insteek en het ging meer over Erdogans politieke lot. Het boek werd uiteindelijk nog een stuk breder.’
Ik moet bekennen dat ik de delen over de aardbeving het interessantst vond, ook omdat je er zelf bijna aan onderdoor ging. Het heeft er flink ingehakt, hè? Voel je geen survivor’s guilt?
‘De ramp heeft een grote impact gehad, ja. Ik was de eerste twee weken non-stop in het rampgebied, ik zag, hoorde en voelde de primaire paniek van mensen die zochten naar familieleden onder het puin. Dan sta je erbij en voel je je behoorlijk machteloos. Rationeel weet je dat je als journalist een taak hebt, maar gevoelsmatig wil je meer doen. Het leed waar ik getuige van was, is in me gaan zitten.
‘In Istanbul is het aardbevingsrisico ook groot´
Daarnaast worstelde ik erna erg met mijn gevoel van veiligheid, en dat van mijn gezin. In Istanbul is het aardbevingsrisico ook groot, en ik moest mijn dochter uitleggen waarom ik aan haar bed een fluitje had opgehangen (zodat ze sneller gevonden kan worden als ze onder het puin terechtkomt). Iedereen die ik kende had er last van, ik was onderdeel van een collectief trauma.’
Je noemt Erdogans Turkije in het boek meerdere keren een ‘regime’. Maar zijn macht berust toch op democratische verkiezingen? Waarom spreek je dan niet van de regering-Erdogan?
‘In de afgelopen jaren zijn academici en duiders steeds vaker van een regime gaan spreken vanwege het democratische verval en gebrek aan onafhankelijkheid van instituties, maar ook vanwege het ongelijke speelveld bij verkiezingen, et cetera. Die tekenen waren er natuurlijk al veel eerder, maar vooral na de aanval op de oppositie in 2025 en de arrestatie van Imamoglu vind ik het geoorloofd om te spreken van een regime. Reële concurrentie bij volgende verkiezingen is er op dit moment nauwelijks nog.’
Dus het is objectiever om over een regime te spreken?
‘Lastig. Wellicht zitten we in een tussenfase.’
Die tussenfase duurt dan al meer dan een kwart eeuw. Je zou de mislukte vredesonderhandelingen met de Koerden in 2015 of de couppoging van 2016 als kantelpunt kunnen zien en vanaf dat moment van het Erdogan-regime kunnen spreken. Sindsdien heeft Erdogan op ondemocratische wijze veel levens verwoest, direct of indirect, in Turkije en daarbuiten. Zo kijk ik er althans naar. Moeten journalisten niet kleur bekennen? Speaking truth to power?
‘Natuurlijk is duidelijk dat Erdogans Turkije al heel lang geen liberale democratie meer is en dat Erdogan een autocratische leider is. Aan de andere kant lieten de lokale verkiezingen van 2019 toch ook zien dat de oppositie via de stembusgang kon winnen van de machtige AKP. Wat je er ook van vindt, dat was voor veel mensen een teken dat er nog iets over was van het democratische proces. Er was hoop dat Erdogan wellicht ook op landelijk niveau te verslaan was. IJdele hoop, zo bleek vijf jaar later.’
Is Turkije wel te begrijpen vanuit het seculiere Kadıköy met cocktailavonden?
‘Je doelt op de plek waar ik woonde. Gelukkig bleef ik voor mijn verslaggeving niet alleen in de wijk waar ik woonde, integendeel. Ik vond het trouwens juist een interessante wijk omdat Kadıköy vol zit met Gen Z, de nieuwe generatie, erg belangrijk voor de toekomst.’
Zijn zij niet, met alle respect, een beetje internally displaced persons? Zij willen toch allemaal weg uit Turkije?
‘De jonge generatie is interessant. Ze zijn namelijk enerzijds helemaal niet politiek (en bijster weinig bereid om te stemmen), maar aan de andere kant zijn ze juist wel erg politiek uitgesproken. Ze stonden in de frontlinie van de protesten na de arrestatie van Imamoglu. Het is de generatie die opgroeide met maar één leider: Erdogan. Maar het is ook de generatie die grotendeels opgroeide zonder lineaire televisie (tv die veelal onder controle staat van de regering). Ik heb jongeren horen zeggen dat Erdogan de president is van hun ouders, niet van hen. Wat jongeren het meest dwarszit, is hun gebrek aan perspectief in Turkije. Ze zien hun kansen met het jaar slinken, hun economische situatie keihard achteruitgaan. De braindrain is al in volle gang en zal nog groter worden. Gen Z stemt met de voeten.’
Je zegt geen Erdogan-watcher te willen worden, maar werd het toch. Toch heb je geen interview met hem kunnen regelen. Wel geprobeerd?
‘Wel geprobeerd, niet gelukt. Helaas.’
Had de seculiere CHP vanwege haar verleden eigenlijk wel een kans tegen Erdogan? De partij heeft het minderheden en religieuze, niet-seculiere Turken in het verleden behoorlijk moeilijk gemaakt.
‘Ik denk dat de CHP lange tijd inderdaad geen kans had tegen Erdogan. Maar dat is in de laatste jaren wel veranderd. De partij is in de loop der jaren inclusiever geworden. Het Imamoglu-effect is daarin niet te onderschatten. Een politicus met een conservatieve achtergrond, afkomstig uit het Zwarte Zeegebied, die zowel seculieren als conservatieven aanspreekt. Pas toen Imamoglu zich vestigde in de politiek, werd de oppositie een bedreiging voor Erdogans macht. En daar ligt ook de verklaring voor het feit dat hij nu in de gevangenis zit.’
‘Pas toen Imamoglu zich vestigde in de politiek, werd de oppositie een bedreiging voor Erdogans macht’
Aan de andere kant: had het seculiere regime gelijk? Was Erdogan een islamistische wolf in schaapskleren?
‘Daar zijn de meningen over verdeeld. De vraag is of Erdogan altijd van plan was het autocratische pad te gaan bewandelen of niet. We zullen het misschien nooit echt weten.’
Je schrijft: ‘Atatürk was een bijzonder knappe man, zelfs op latere leeftijd. Zijn grote, felblauwe ogen versterkten dat beeld. Zijn oogkleur week af van die van de gemiddelde Anatolische Turk, die meestal bruine ogen heeft. Blauwe ogen golden als een teken van Europeesheid, van vooruitgang en moderniteit. Die associatie werkt tot op heden door in de laatdunkende manier waarop wordt gesproken over ‘witte Turken’ en ‘zwarte Turken’. Waarbij de witte Turken het seculiere en hoogopgeleide deel van de bevolking vertegenwoordigen en de zwarte Turken de rurale en laagopgeleide conservatieve Turken.’
Heb jij, als iemand die niet blond is, dit ook zo ervaren in Turkije? Hoe werd jij beoordeeld op je uiterlijk? Genoot je ‘Turks privilege’ onder ‘zwarte Turken’ (zoals ik heb als ik in Turkije ben), of hadden mensen meteen door dat je niet-Turks bent?
‘Ik werd in Turkije gewoon gezien als een buitenlander, iemand uit het Westen. Vooral ook vanwege mijn gebrekkige Turks. Als mijn naam viel, veranderde de sfeer soms wel. Vooral op het platteland reageerden mensen enthousiaster als ik vertelde dat ik half Iraans ben dan als ik vertelde dat ik half Nederlands ben.’
Je schrijft: ‘Atatürks project, hoewel niet altijd vrijwillig en al helemaal niet democratisch, was wel succesvol. Hij wist een groot deel van de bevolking achter zich te krijgen: mensen die zijn afkeer van het Ottomaanse kalifaat deelden. Wat ervoor in de plaats kwam, was echter opnieuw een sterk sturend en ideologisch systeem, dat door sommigen als even dogmatisch werd ervaren als de rol die de islam eerder in het Ottomaanse Rijk had gespeeld. Het secularisme werd voor veel aanhangers ervan hun religie, en Atatürk was hun God.’
Hoe kan Atatürks project een succes zijn als een islamist vijftig jaar later toch via verkiezingen de macht grijpt? Of hebben Atatürk en Erdogan meer gemeen dan op het eerste gezicht lijkt?
‘Erdogan en Atatürk worden vaak vergeleken, omdat ze de twee belangrijkste mannen in de Turkse geschiedenis zijn. Maar ook omdat ze allebei bekendstaan als sterke, charismatische leiders die lang aan de macht waren en weinig tegenspraak duldden. Natuurlijk is een andere bindende factor het Turkse nationalisme, dat ze beiden uitdragen. Maar ze zijn ook elkaars grootste tegenpolen en staan voor de diepgewortelde polarisatie die tot op de dag van vandaag springlevend is in de samenleving. Ik vond het vooral bijzonder om te zien hoe een historische figuur die al 87 jaar dood is, nog zo’n grote rol speelt in de hedendaagse politiek, cultuur en samenleving.’
In je boek schrijf je ook over zelfcensuur onder journalisten in Turkije. Heb je daar zelf ook mee geworsteld? En hoe bepaal je als journalist hoever je kunt gaan?
‘Als journalist ben je in Turkije altijd op je hoede. Je bent je ervan bewust dat alles wat je doet, schrijft en publiceert, wordt gezien en gemonitord. Toch heb ik zonder concrete beperkingen mijn werk kunnen doen, en dat heb ik te danken aan het feit dat ik een buitenlandse journalist ben en dat de betrekkingen tussen Nederland en Turkije redelijk goed waren in de periode dat ik er zat. Mijn Turkse collega’s zijn degenen die de grootste risico’s lopen, zij staan echt in de frontlinie. Dat zie je nu ook weer bij de golf van arrestaties van lhbti+’ers onlangs, waarbij ook weer een aantal journalisten is opgepakt. Toen in 2025, rond de protesten na de arrestatie van Imamoglu, talloze journalisten van hun bed werden gelicht en gearresteerd, werd het wel even heel gespannen voor ons allemaal. Ook BBC-journalist Mark Lowen werd toen in zijn hotel aangehouden en het land uitgezet. Dat voelde voor ons als buitenlandse journalisten als een waarschuwing.’
Ik denk bijvoorbeeld aan de Gülen-sympathisanten die na de mislukte staatsgreep van 2016 massaal zijn vervolgd. Je schrijft daar wel over, maar in het boek komt geen Gülen-sympathisant zelf aan het woord. Terwijl het nog altijd een van de zwaarst vervolgde groepen in Turkije is.
‘In de jaren waarin ik in Turkije werkte, werden er nog steeds mensen opgepakt vanwege banden met de Gülen-beweging. Dat gaat inderdaad nog altijd door. Maar het is ook een groep die in Turkije onder de radar leeft en vanwege de risico’s liever niet met journalisten praat.’
En dan nu de blik op het Westen. ‘Maar het Turkije van Erdoğan is geen gezonde democratie zoals Duitsland. Rechters en aanklagers volgen de wil van de president, en in zo’n context kan een wet tegen nepnieuws makkelijk worden gebruikt tegen iedereen die de regering niet aanstaat’, schrijf je ergens.
Is Europa sinds de genocide in Gaza niet meer op Turkije gaan lijken als het gaat om censuur en de aanpak van pro-Palestinademonstranten? Zijn onze media wel echt onafhankelijk? Kunnen we hier wel de waarheid over (westerse) machthebbers opschrijven?
‘Ik denk dat je moet oppassen met het vergelijken van Europese democratieën met de Turkse. In de meeste Europese landen is sprake van een goed functionerende, onafhankelijke rechtspraak. En ja, pro-Palestinademonstranten worden geregeld opgepakt. De proportionaliteit ervan is terecht een discussiepunt, maar in een land als Nederland kun je rekenen op een eerlijk proces. Dat gezegd hebbende, denk ik dat elke democratie kwetsbaar is en dat het een hellend vlak kan zijn. Kijk maar naar de Verenigde Staten onder Trump.’
‘Het verwijt van morele hypocrisie slaat altijd weer terug op hemzelf’
Je haalt Erdogan aan over Israël en Gaza. ‘Hij sprak over morele hypocrisie. “Israëls oorlogsmisdaden en genocidale acties worden gepleegd in het volle zicht van de hele wereld”, zei hij in mei 2024. “Die internationale organisaties die ons de les lezen over mensenrechten, die zwijgen over Gaza.”’
Heeft Erdogan hier een punt? Hebben we hier in het Westen nog enige geloofwaardigheid tegenover de islamitische wereld?
‘Hij heeft een punt als het gaat om het uitblijven van harde sancties tegen Israël en het gebrek aan veroordeling van genocidale acties in Gaza. Maar het verwijt van morele hypocrisie slaat altijd weer terug op hemzelf. Als je kijkt naar de repressie en schendingen van mensenrechten in eigen land, kun je je afvragen of Erdogan de meest geloofwaardige scheidsrechter is. Je kunt er ook voor kiezen om die twee zaken los van elkaar te zien.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

