20.4 C
Amsterdam

Bas Heijne: ‘Demonstreren tegen fascisme is naïef. We moeten ons organiseren’

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Verzet tegen fascisme vraagt meer dan demonstreren alleen en organiseren is cruciaal, stelt Bas Heijne. In zijn bundel met essays van Ter Braak, Orwell en Camus verbindt hij hun inzichten met vandaag.

‘Menno ter Braak, George Orwell en Albert Camus zijn drie grote antifascistische verzetsauteurs uit de twintigste eeuw. Ze verdedigden alle drie de democratie tegen fascisme, en ook het communisme. Hun waarschuwingen blijven nog altijd relevant.’

Aan het woord is Bas Heijne (1960), auteur, journalist en essayist bij NRC. Hij heeft drie essays over nationalisme en fascisme van Ter Braak, Orwell en Camus opnieuw uitgegeven en van een uitgebreide inleiding voorzien, waarin hij ook kritisch kijkt naar onze huidige maatschappij. De drie teksten zijn de afgelopen jaren los verschenen bij de Amsterdamse uitgeverij Prometheus, maar verschijnen nu samen in een cassette. ‘Onderling verschillen de auteurs natuurlijk, maar er zijn ook opvallende overeenkomsten’, vertelt Heijne. ‘Ze hielden zich eerst met niet-politieke onderwerpen bezig. Maar de opkomst van het fascisme prikkelde hen om geëngageerd te worden. Hun teksten bieden lessen voor nu.’

De kracht van rancune

Cultuurcriticus en polemist Ter Braak (1902-1940) begon zijn schrijverscarrière met een focus op kunstzinnige onderwerpen. Hij hield zich onder meer bezig met de vraag wat een goede roman moest zijn, waarbij hij de discussie voerde over ‘vorm of vent’.  Ook had hij een fascinatie voor en uitte hij kritiek op Hollywood-films. ‘Toch dwongen de politieke omstandigheden hem in de jaren dertig tot een meer geëngageerde houding. Hij besefte vroeg dat het fascisme een groot gevaar vormde. In 1936 schreef hij aan zijn beste vriend Edgar du Perron of het nog wel zin had om een levensverzekering af te sluiten. Ter Braak zag de nazi’s er voor aan heel Europa in de as te leggen. Zijn voorspelling bleek juist.’

‘Haat is immuun voor waarheidsvinding en feitelijkheid’

Namens het antifascistische Comité Weerbaarheid publiceerde Ter Braak het pamflet, waarin hij waarschuwde voor de kracht van rancune en haat als bindmiddel tegen democratie en de rechtsstaat. ‘Hij stelde dat degenen die deze emoties exploiteren een goudmijn in handen hebben. Dat wist Adolf Hitler is de jaren dertig als geen ander. Tegen getrouwen zei hij dat haat de enige emotie was waarop je bij de massa altijd kunt rekenen.’

Menno ter Braak in 1939. Beeld: Emiel van Moerkerken

Voorts bekritiseerde Ter Braak de illusie van democratie, die gelijkwaardigheid en gelijke kansen belooft, maar in werkelijkheid mensen ongelijk behandelt. Heijne: ‘Deze valse belofte leidt tot onvrede en teleurstelling, die vervolgens door populisten wordt uitgebuit. Dit fenomeen is ook vandaag de dag zichtbaar. Ongehoorde mensen, afgehaakten en degenen die zich voorbijgestreefd voelen, zijn dankbare doelwitten voor populistische politici. Rechtsradicale populisten beloven deze groepen dat zij vanuit hun underdogpositie weer de lakens kunnen uitdelen, tegen degenen die hen eerder negeerden.’

‘Haat is immuun voor waarheidsvinding en feitelijkheid. Ter Braak voorzag deze dynamiek al, hoewel hij waarschuwde dat je nooit twee tijdperken één-op-één moet vergelijken, maar wel bepaalde tendensen kunt herkennen. Mensen zoeken verbondenheid en gemeenschap, maar sluiten tegelijkertijd anderen uit. Vanuit een underdogpositie willen zij vaak domineren.’

Dit patroon is ook zichtbaar in de hedendaagse politiek, ziet Heijne. Hij wijst op Wilders’ tweets, waarin hij ministers schoffeert en intimideert, en op PVV-parlementariër Emiel van Dijk die in botsing kwam met PVV-staatssecretaris Ingrid Coenradie. Van Dijk zei dat gevangenen best met hun achten in één cel kunnen, een uitspraak die het goed doet bij de PVV-achterban, terwijl dit natuurlijk helemaal niet realistisch is, zelfs niet volgens de PVV-minister. ‘De partij van Geert Wilders wakkert agressie en hatelijkheid aan als methode om een deel van het electoraat achter zich te krijgen.’

Partijdigheid versus menselijkheid

De Britse schrijver en journalist George Orwell schreef zijn essay Over nationalisme na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hierin beschreef hij hoe mensen, zodra ze een ideologische positie hebben ingenomen, alles interpreteren vanuit die ideologie. Alles wat daarmee in strijd is wordt bestreden, terwijl het eigen kamp als heilig wordt beschouwd. Orwells boodschap is nog steeds actueel, zegt Heijne. ‘Mensen die bijvoorbeeld pro-Israël of pro-Palestina zijn, passen de waarheid aan om een wereldbeeld te creëren waarin geen ruimte is voor feiten die hen niet uitkomen.’

‘We hebben de neiging om de waarheid te buigen naar onze eigen overtuigingen’

Orwell stond bekend om zijn journalistieke, heldere schrijfstijl en gebruikte voorbeelden uit zijn eigen tijd om zijn punt te illustreren. Ondanks deze gedateerdheid blijven zijn inzichten nog steeds relevant voor nu, aldus Heijne. ‘Partijdigheid is niet alleen iets van anderen; het zit ook in onszelf. We hebben de neiging om de waarheid te buigen naar onze eigen overtuigingen. Een volwassen mens, zo stelde Orwell, zou dit moeten erkennen. Het is belangrijk om kritisch vermogen te ontwikkelen en je eigen overtuigingen regelmatig tegen het licht te houden.’

Een hogere liefde van de Franse schrijver Albert Camus verscheen in 1948 in boekvorm, maar delen ervan waren eerder gepubliceerd in verzetsbladen. Het bevat fictieve brieven aan een Duitse vriend, waarin Camus reflecteert op nationalisme. ‘Volgens Camus duldt nationalisme geen tegenspraak en verhardt het zich tot een dogma of ideologie’, legt Heijne uit. ‘Daarentegen ziet hij patriottisme als iets positiefs: het opkomen voor je eigen gewoontes en tradities, maar op een open en niet-agressieve manier. Het gaat om een milde vorm van je thuis voelen, een liefde voor je regio en gebruiken.’

In een van de brieven verwijt de Duitse vriend Camus dat hij niet van zijn land houdt. De vriend, die zich tot het nazidom heeft bekeerd, beweert dat zijn liefde voor Duitsland gebaseerd is op superioriteit en dominantie. Camus gebruikt dit argument tegen zichzelf en vraagt: ‘Hoezo hou ik niet van mijn land?’ Hij stelt dat echte liefde voor een land niet zonder kritiek kan bestaan. Zijn liefde voor Frankrijk is veelzijdig en vaak ongrijpbaar, geworteld in tradities en niet-dominante aspecten. Hij benadrukt dat je je thuis kunt voelen zonder anderen te onderwerpen.

Heijne vindt Camus’ analyse bruikbaar om het virulente nationalisme van de Russische president Vladimir Poetin te begrijpen, en het nationalisme van politici als Geert Wilders en Thierry Baudet. ‘Hun nationalisme is ook gebaseerd op agressie en overheersing. Camus ziet hierin het gevaar van ontmenselijking. Dit leidt tot een gebrek aan empathie en onverschilligheid. Dat je mensen niet langer als mensen ziet. Bootvluchtelingen worden door rechts-radicale politici beschreven als een gevaar, als een existentiële bedreiging, niet als mensen die lijden. Het wordt ons steeds gemakkelijker gemaakt anderen te ontmenselijken. We moeten de mens weer leren zien. Dat klinkt misschien zoetsappig, maar het is helemaal niet gemakkelijk, het verreist een enorme inspanning.’

Albert Camus. Beeld: United Press International

Camus en zijn Duitse vriend geloven allebei niet in God, maar geloven dat de mens zelf zin geeft aan het bestaan. Maar zijn Duitse vriend doet dit vanuit agressie, terwijl Camus gelooft in een vorm van humanisme. ‘Dit humanisme is niet sentimenteel of idealistisch, maar realistisch en veeleisend’, legt Heijne uit. ‘Het vraagt om een voortdurende inspanning om anderen als mens te zien en verantwoordelijkheid te nemen voor de mensheid en de planeet.’

Camus’ persoonlijke strijd wordt duidelijk in zijn ervaringen in Griekenland. ‘Terwijl hij geniet van de harmonie en schoonheid van de zee en de blauwe lucht, ziet zijn oog opeens een eilandje waar tegenstanders van het kolonelsregime worden gemarteld. Dit besef definieert hem: hij voelt de plicht om zich in te zetten voor slachtoffers en niet weg te kijken.’

Net als Ter Braak benadrukt Camus dat we niet langer onze schouders kunnen ophalen over wat er gebeurt, zegt Heijne. ‘Fascisme mag niet gebagatelliseerd worden. Linkse en liberale mensen moeten wakker worden en antwoorden vinden op de rechtse revolte. Ze hebben te lang geloofd dat het allemaal wel meeviel. Nu Donald Trump aan de macht is gekomen zijn we geschokt. Maar we hadden al veel eerder wakker moeten worden. De wake-up call is al te lang uitgesteld.’

Patriottisme

Heijne vindt, in navolging van Orwell en Camus, verbondenheid met je land of streek niet an sich verkeerd. ‘Orwell, vaak een ‘socialistische Tory’ genoemd, was zich bewust van de verbondenheid met zijn eigen cultuur en beschaving. Camus deelde dit inzicht. Beiden pleitten voor een patriottisme dat niet agressief of dominant is, maar juist een niet-dwingende binding met je omgeving benadrukt. Liberalen zijn vaak te gefixeerd op het individu en hebben te weinig oog voor de bredere context, de Umwelt. Het zoeken naar binding met je directe omgeving is een logisch principe, maar als je hier blind voor bent, betaal je de prijs. Dit verklaart ook de opkomst van iemand als Caroline van der Plas, die zich heel erg voorstaat op haar binding met de regio.’

‘Veel mensen hebben geen persoonlijke identiteit meer die losstaat van hun overtuigingen of levensstijl’

In tegenstelling tot patriottisme toont nationalisme maar weinig interesse in cultuur, vervolgt Heijne. Het gebruikt oppervlakkige kennis als wapen tegen anderen en richt zich vaak op macht. ‘Thierry Baudet pronkt met admiraal Michiel de Ruyter, niet met wetenschapper Hugo de Groot.’

Maar hoe zit het dan met nationalisme dat verdraagzaamheid centraal stelt, zoals het beeld van Nederland als het land waar de tolerantie is uitgevonden? Heijne: ‘Het zelfbeeld van Nederland als tolerant land is deels zelfmisleiding. Zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis, zoals de genocide van Jan Pieterszoon Coen op de Banda-eilanden, worden vaak genegeerd. En wie dit rooskleurige beeld ter discussie stelt, krijgt tegenstand. Dat is ook begrijpelijk. Mensen hebben de behoefte om ergens aan vast te houden, maar erkennen zelden hun fouten. In plaats daarvan geven ze andere krachten de schuld of creëren ze een boeman. Dit gebeurt zowel links als rechts. Wie zegt ooit over zichzelf, ik heb dit eigenhandig verprutst, en dat is helemaal mijn eigen schuld?’

Heijne wijst in dit verband op het fenomeen ‘identity fusion’: mensen laten hun identiteit samenvallen met een zaak of overtuiging. ‘Iedere aanval op die zaak wordt ervaren als een persoonlijke aanval. Dit leidt tot overgevoeligheid en een wereldbeeld waarin de buitenwereld puur bedreigend is. Veel mensen hebben geen persoonlijke identiteit meer die losstaat van hun overtuigingen of levensstijl. Dit belemmert een gezonde debatcultuur en een vitale democratie.’

Leren van de geschiedenis

Is het fascisme terug van weggeweest? ‘Hoewel de geschiedenis zich nooit letterlijk herhaalt kunnen we wel leren van patronen’, antwoordt Heijne. ‘Zo kun je Trump ook vergelijken met de negentiende-eeuws Franse keizer Napoleon III, het neefje van Napoleon, die corruptie vrij spel gaf en als autoritaire leider optrad. Het is niet altijd nodig om naar de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw te kijken om historische parallellen te trekken.’

‘Toch zijn er ook lessen uit die tijd’, nuanceert Heijne zichzelf. ‘In 1929, toen de verfilming van de beroemde anti-oorlogsroman Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque een enorm succes werd, gooiden nazi’s stinkbommen en muizen in bioscopen en vielen ze Joodse bezoekers aan. Bioscopen sloten hun deuren, en de latere propagandaminister Joseph Goebbels claimde dit als een overwinning van de vrijheid van meningsuiting. Dit soort omkering van feiten zien we ook terug bij hedendaagse figuren zoals de Amerikaanse vicepresident James David Vance. Hoewel het belangrijk is om geen overhaaste vergelijkingen te maken, mogen we niet blind zijn voor parallellen. Het doel blijft vaak hetzelfde: de vernietiging van de liberale democratie.’

‘Politici zoals Wilders exploiteren haat en boosheid, omdat hun praktische politiek vaak mislukt’

En hoe zit het dan in Nederland? Krijgen we hier straks ook Amerikaanse toestanden? ‘In Nederland lijkt autocratie onwaarschijnlijk, maar er is wel sprake van het kapitaliseren van onvrede en het propageren van totale afwijzing’, zegt Heijne. ‘Politici zoals Wilders exploiteren haat en boosheid, omdat hun praktische politiek vaak mislukt. Ter Braak beschreef dit fenomeen al: een appel aan de massa om ‘het goed te maken’, terwijl de ander wordt afgeschilderd als degene die alles kapot maakt en gehaat moet worden.’

Intellectueel engagement

Kun je Ter Braaks rancune-theorie ook toepassen op extreemlinks, waar eveneens sprake is van rancune en jaloezie? ‘Hoewel linkse partijen vaak mooie woorden gebruiken, zijn ook linkse mensen niet vrij van menselijke tekortkomingen’, observeert Heijne. ‘Mensen blijven immers mensen. Het geloof in goede bedoelingen onderschat de realiteit van onze menselijke natuur.’ Heijne stoort zich daarnaast aan wat hij noemt ‘bevoogdende categorieën’, waarin mensen wordt voorgeschreven hoe ze moeten denken op grond van hun ‘identiteit’.

Maar we moeten het ‘gevaar’ van deze ideeën niet overschatten, benadrukt hij. ‘Het zogenoemde woke-denken heeft enige invloed op musea en uitgeversbeleid, toch blijft deze invloed beperkt. Woke wordt inderdaad soms geïdeologiseerd en in puriteinse vorm kan het leiden tot scherpslijperij. Niettemin bevat veel van wat er wordt gezegd een kern van waarheid. Je kunt het zien als een poging het idee van gelijkwaardigheid ook echt handen en voeten te geven in de maatschappelijke werkelijkheid. De ontsporingen daargelaten, dat lijkt mij alleen maar goed.’

Kritischer is hij over de neiging van links om altijd maar weer op de barricaden te klimmen. ‘Ik vraag mij zeer af of demonstraties wel het gewenste effect sorteren. Ik vrees eigenlijk het tegenovergestelde. Radicaal-rechts misbruikt bewegingen als Extinction Rebellion en Black Lives Matter door hun boodschap te verdraaien. De reactie van rechts is vaak heftiger, beter georganiseerd én effectiever. Rechts weet progressieve bewegingen te framen als extremistisch en ondermijnt daarmee hun boodschap. Daar zouden protestbewegingen veel meer op voorbereid moeten zijn, om effectief terug te kunnen slaan.’

Engagement is niet verkeerd, maar doe dit met wijsheid. ‘Als intellectueel heb je wel eens ongelijk, maar het blijft belangrijk dat je je kritisch verhoudt tot je eigen omgeving en tijd. Het is een drogreden om te stellen dat omdat cultuurcritici in het verleden paniek zaaiden over het gevaar van stoommachines cultuurkritiek per definitie de plank misslaat. In 2007 schreef ik het boek Onredelijkheid. Ik ben natuurlijk geen profeet, maar achteraf gezien heb ik bepaalde ontwikkelingen goed gezien. Tegelijkertijd had ik ook ongelijk over andere zaken en besef ik dat ik sommige onderwerpen niet kritisch genoeg tegen het licht heb gehouden. Orwell benadrukte het belang van kritisch vermogen: je eigen opvattingen blijven onderzoeken. Dat probeer ik ook te doen in mijn werk. Het gaat niet om het relativeren van je diepste overtuigingen, maar je moet wel je eigen opvattingen steeds toetsen. Het is essentieel om checks and balances in je eigen denken te hebben.’

George Orwell in 1943. Beeld: Britse vakbond voor journalisten (BNUJ)

Geëngageerde intellectuelen hebben het vaak bij het verkeerde eind gehad. Sommigen kozen voor het fascisme, velen voor het communisme. In reactie daarop klonk vervolgens het pleidooi om intellectueel engagement maar achterwege te laten. Wijlen VVD-politicus Frits Bolkestein schreef het boek De intellectuele verleiding, waarin hij vooral de linkse intellectuelen hekelde en het pragmatisme prees. Heijne. ‘Maar ook pragmatisme kan tot nare gevolgen leiden. Als staatssecretaris was Bolkestein verantwoordelijk voor export van bepaalde grondstoffen naar Irak, waardoor Saddam Hoessein chemische wapens kon maken.’

Boeken en essays zijn vaak een reactie op de tijd waarin ze geschreven worden, benadrukt Heijne. ‘Ter Braak moest bijvoorbeeld reageren op de uitdagingen van zijn tijd. Zijn teksten waren geen historische studies achteraf, maar reflecties op zijn eigen tijd. Het is belangrijk om niet door een roze bril naar je omgeving te kijken, maar met een zo scherp mogelijke blik. Soms loensen we, maar het gaat erom die blik steeds opnieuw af te stellen.’

Nadenken heeft zin

In hoeverre hebben Ter Braak, Camus en Orwell daadwerkelijk effect gehad met hun waarschuwingen en aansporingen? ‘Het is moeilijk te meten’, aldus Heijne. ‘Hun levensverhalen zijn tragisch: Ter Braak pleegde zelfmoord in mei 1940, Orwell schreef zijn laatste boek vlak voor zijn vroegtijdige dood in 1950 aan tuberculose, terwijl het communisme toen nog springlevend was, en Camus aarzelde na de oorlog om zijn boek uit te brengen. Hij wilde Duitsland niet opnieuw als vijand neerzetten, omdat hij geloofde in het nieuwe Europa. Deze gedachte is blijven bestaan, hoewel ze nu steeds meer onder druk staat. Camus had reden tot hoop, maar stierf in 1960, teleurgesteld door de keuze van mensen voor ideologieën zoals het communisme, dat door zijn voormalige vriend en strijdmakker Jean-Paul Sartre werd omarmd.’

‘Ideeën zoals de omvolkingstheorie zijn mainstream geworden’

‘Aan de andere kant zijn Ter Braak, Orwell en Camus inspiratiebronnen gebleven. Zo vertelde Henk Hofland veel van Ter Braak te hebben geleerd. Orwells werk wordt nog steeds gretig gelezen, net als de essays van Camus, die in Frankrijk in pocketuitgaven blijven verschijnen. Toch blijft het grote kwaad moeilijk te stoppen. Het idee dat jij als individu de loop van de geschiedenis kunt veranderen, getuigt van mateloze zelfoverschatting. Maar bewustwording en het wakker schudden van mensen zijn wel mogelijk. Toen ik onlangs een praatje hield tijdens de presentatie van deze drie essays bij boekhandel Paagman, waar zo’n 150 mensen aanwezig waren, vroeg ik wie zich zorgen maakt over de huidige ontwikkelingen. Bijna iedereen stak zijn hand op. Dit toont het belang van bewustwording en samenwerking. Links moet het ‘narcisme van kleine verschillen’ opzijzetten en meer samenwerken, wat GroenLinks en PvdA nu ook lijken te gaan doen. Nadenken heeft zin. Het gaat erom wat er in je hoofd gebeurt, ook al is dat moeilijk te meten. Het werk van Ter Braak, Camus en Orwell blijft relevant, omdat het ons helpt kritisch te blijven en onze blik scherp te stellen.’

Hoe hoopvol kunnen we zijn over onze toekomst? Heijne denkt even na. ‘Er is wel hoop, maar mijn geloof ligt vooral in een sceptisch humanisme’, antwoordt hij. ‘Het is belangrijk om de mens los te zien van zijn context en mensen niet tot sjablonen te reduceren, want dat leidt tot ontmenselijking. We moeten verantwoordelijkheid nemen.’

Heijne was niet zo lang geleden in discussie met theoloog Stefan Paas in de ‘Ongelooflijke Podcast’ van de Evangelische Omroep. Paas had waardering voor Camus’ humanisme, maar merkte op dat veel mensen daarin niet geloven. ‘Daar ben ik het eigenlijk wel mee eens. Maar dat betekent niet dat ik voor een verloren zaak vecht. Vaak komt het besef pas als de realiteit schrijnend wordt, wanneer we lijken zien liggen op straat, verdronken bootvluchtelingen of de slachtoffers in de tot puin geschoten Gazastrook. Pas als het pijn doet zien we de mens achter de cijfers en gebeurtenissen.’

‘Ik ben geen pacifist. We hebben wapens nodig om ons te verdedigen tegen Poetin. Pacifisten laten anderen vaak de kastanjes uit het vuur halen, zoals Orwell terecht opmerkte in zijn essay. Poetin lijkt minder sterk dan hij zich voordoet, maar de geopolitieke situatie is complex, zeker met de Verenigde Staten als halve of hele bondgenoot van Rusland nu.’

Strategieën ontwikkelen

‘Nee, ik ben niet hoopvol in de zin dat alles goed zal aflopen’, besluit Heijne. ‘Radicaal-rechts is erg sterk op sociale media, en ideeën zoals de omvolkingstheorie zijn mainstream geworden. De politieke verschuivingen zijn duidelijk, maar veel mensen zijn blind voor de georganiseerde processen die hierachter zitten. Demonstreren uit woede is naïef, gezien de goed georganiseerde krachten die daartegenover staan en je framen. In plaats van demonstreren, moeten we ons richten op organiseren. Het is belangrijk om strategieën te ontwikkelen die de boodschap versterken en weerstand bieden tegen de leugens en framing van radicaal-rechts en hun aanval op de liberale democratie.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -