1.6 C
Amsterdam

De fakkeltocht keerde terug in Eindhoven, maar met minder Turkse Nederlanders

Lees meer

Op kerstavond trok de jaarlijkse fakkeltocht weer door Eindhoven. De tocht, ontstaan na de brandstichting in Solingen in 1993 waarbij een Turks gezin omkwam, staat voor verbinding en herdenking, maar leidt ook tot verdeeldheid: de moskee trok zich terug en uit de Turkse gemeenschap doen minder mensen mee.

De fakkeltocht is een jaarlijkse traditie in de binnenstad van Eindhoven. Sinds 1993 trekt de Lichtstad rond kerst met fakkels door de straten, gedragen door één boodschap: verbinding, respect, vrede en vertrouwen. Vorig jaar ging de tocht niet door, maar dit jaar is hij terug. Voor organisatoren Tinus Kanters en Kay Sachse voelt die terugkeer als een opluchting, juist omdat de afwezigheid meer losmaakte dan ze vooraf hadden gedacht.

Voor Kanters voelde het jaar zonder tocht als een verlies. De fakkeltocht is voor veel mensen een vast moment in het jaar, zegt hij, en pas toen hij wegviel werd duidelijk hoe diep de traditie in de stad verankerd is. Mensen spraken hem er regelmatig op aan: wat jammer dat hij er niet is. Dat was confronterend, maar ook bevestigend. Sachse herkende dat, maar werd vooral getroffen door de breedte van de reacties. Ze kwamen niet alleen uit hun eigen netwerk, maar ook van mensen die je normaal nauwelijks hoort. Daardoor werd voor hem extra duidelijk dat de tocht geen niche-activiteit is, maar iets wat veel inwoners als betekenisvol ervaren.

‘De fakkeltocht is voor veel mensen een vast moment in het jaar’

Tegelijk bracht het gemis iets anders op gang: nieuwe energie. Na het afblazen meldden zich spontaan nieuwe vrijwilligers, vertelt Kanters. Mensen zeiden: volgend jaar help ik mee, en ze deden het ook. Voor hem was dat een belangrijk signaal: de tocht wordt niet gedragen door een paar individuen, maar door de stad zelf.

Die avond verzamelt iedereen zich bij de Willemstraat, die dit jaar start- en eindpunt is omdat het Wilhelminaplein door werkzaamheden niet gebruikt kan worden. Groepjes druppelen binnen: gezinnen met kinderen, stelletjes, ouderen die met rustige pas hun plek zoeken, jongeren die half gniffelen en half serieus lijken, en vrijwilligers in reflecterende hesjes die de stroom in banen leiden. Officieel begint het programma al vroeg, met ontvangst, speeches en gedichten, waarna de stoet rond zeven uur vertrekt.

Racistische brandstichting

De oorsprong van de tocht ligt in november 1993, wanneer een racistische brandstichting in het Duitse Solingen Europa schokt. Rechtsextremisten steken het huis van een Turks gezin in brand; vijf vrouwen en meisjes komen om het leven. De verontwaardiging is groot en in veel steden ontstaan fakkeltochten, rond kerst, als symbool van rouw, solidariteit en waakzaamheid.

Beeld: Caner Mert

Sachse plaatst die aanslag ook in de context van de tijd: kort na de Duitse hereniging, in een periode waarin meerdere racistische aanvallen plaatsvonden. Voor veel mensen voelde het als een schokkende herhaling van een geschiedenis waarvan je had gehoopt dat die voorgoed voorbij was. Solingen werd zo meer dan een nieuwsbericht: het werd een waarschuwing voor wat er kan gebeuren wanneer haat weer ruimte krijgt.

Waarom het ook in Nederland belangrijk was om erbij stil te staan, ziet Kanters als een kwestie van nabijheid. Racisme en haat houden zich niet aan landsgrenzen, zegt hij, en Solingen was geen geïsoleerd incident. Het liet zien hoe snel ontmenselijking kan normaliseren.

Daarnaast waren er ook in Nederland signalen die zorgelijk stemden. Sachse sluit daarbij aan: het is te gemakkelijk om Solingen als iets ‘van daar’ te blijven zien. De vragen die het oproept, spelen inmiddels net zo goed hier, zichtbaar in protesten tegen asielzoekerscentra en in de verharding van het publieke debat. De geschiedenis, waarschuwt hij, is dichterbij dan we denken.

De oorspronkelijke aanleiding is volgens beiden nog steeds voelbaar. Kanters ziet dat vooral binnen de Turkse gemeenschap; bij een jubileumeditie werden familieleden uit Solingen uitgenodigd. Tegelijk is de tocht al lang breder geworden. Solingen is een symbool geworden: een herinnering aan wat er kan gebeuren als we niet opletten. Sachse benadrukt dat het niet alleen om herdenken gaat, maar om waakzaam blijven en om niet te denken: dit gebeurt hier niet. Juist die gedachte vindt hij misschien wel de gevaarlijkste.

Geen optocht met vlaggen en jasjes

Dat de Eindhovense fakkeltocht vorig jaar niet doorging, had dan ook niet te maken met een minder urgente boodschap, maar juist met toenemende druk rondom die boodschap. De organisatie was, zoals het zelf werd genoemd, ‘gekraakt’: het werd steeds moeilijker om de tocht als één gezamenlijke uiting overeind te houden. Binnen de organisatie ontstond druk om tijdens de tocht aandacht te vragen voor specifieke standpunten en kwesties. Waar de tocht jarenlang een breed gedragen ritueel was met één kern, vrede en verdraagzaamheid, verschoof het naar discussies over wie er wel en niet op het podium mocht, en welke boodschap zichtbaar mocht zijn.

Organisatoren Tinus Kanters (l.) en Kay Sachse (r.). Beeld: Caner Mert

De organisatie wilde die gezamenlijke paraplu bewaken: geen ‘reclameding’ voor partijen of losse agenda’s, geen optocht met vlaggen, jasjes en claims. Hun angst was dat twaalf organisaties met twaalf uitingen ook twaalf redenen zouden vormen voor anderen om af te haken.

Die polarisatie werd extra zichtbaar toen de Fatih-moskee zich onverwacht terugtrok uit de organisatie, uit onvrede over de deelname van de Turkse Arbeiderspartij. Daardoor kwam er plots veel extra regelwerk bij, en zelfs een telefoontje van burgemeester Jeroen Dijsselbloem, met steun en een hulpaanbod, veranderde niets aan het gevoel dat het draagvlak weg was.

Achteraf liet de afgelasting zien hoe polarisatie niet alleen een maatschappelijk verschijnsel ‘buiten’ is, maar ook doorwerkt in vrijwilligersgroepen: in onderlinge verwachtingen, in angst voor politieke uitingen en in de vraag wat ‘neutraal’ eigenlijk nog betekent. De tocht, bedoeld als bindend moment, werd juist een plek waar scheidslijnen zichtbaar werden. Zoals Sachse het zegt: polarisatie leeft van simplificatie, van wij tegen zij. De fakkeltocht weigert dat frame, door mensen uit te nodigen om naast elkaar te lopen, niet tegenover elkaar te staan.

Moet de fakkeltocht zich dan aanpassen en zich uitspreken tegen diverse problemen? Of is de tocht vooral symbolisch bedoeld? Kanters is daar duidelijk over. Symbolen zijn belangrijk, zegt hij, omdat ze laten zien wat een samenleving normaal vindt, en omdat stilte of afwezigheid ook een boodschap kan zijn.

Wanneer niemand zich zichtbaar uitspreekt, zelfs niet in een gezamenlijk ritueel, kan het lijken alsof verharding en haat de norm zijn. Juist daarom, vinden de organisatoren, blijft het belangrijk dat de stad ieder jaar opnieuw samenkomt, hoe ingewikkeld de tijdgeest ook is: niet om alle verschillen op te lossen, maar om te blijven oefenen in samen lopen.

Dan volgt het ritueel waarmee de fakkeltocht zichzelf elk jaar opnieuw verklaart: het vuur dat wordt doorgegeven. De eerste fakkel wordt ontstoken met de World Peace Flame, samen met de scouting en burgemeester Jeroen Dijsselbloem. Daarna gaat het snel. Eén licht wordt twee, twee worden tien, en binnen enkele minuten zijn het er honderden. De straat verandert. Niet door fel licht, maar door een warme gloed van kleine vlammen die samen een schijnsel maken dat de stad en de koude wind even laat vergeten.

Daarna gaat het vuur van hand tot hand. Niet zomaar met een aansteker, maar vanuit één bron: de wereldvredesvlam. Het is een bijna ouderwets ritueel, en toch werkt het ieder jaar opnieuw. Mensen buigen naar elkaar toe om hun vlam te beschermen tegen de wind, laten de vlammen overspringen, zonder hun synthetische jassen aan te steken, en helpen onbekenden met het aanhouden van hun vlam. De symboliek hoeft niemand uit te leggen: je hebt de ander nodig om je eigen vuur brandend te houden.

Beeld: Caner Mert

Nog voordat de stoet goed en wel op gang is, begint het tempo vooraan al op te lopen. De kop wil lopen, alsof het lichaam van de tocht al vooruit is voordat iedereen mee kan. Vrijwilligers proberen het ritme te bewaken met korte aanwijzingen, en ergens klinkt het woord dat bijna het motto van de avond wordt: yavaş, langzaam. Het is een klein detail waarin honderden individuen proberen één stoet te vormen.

Wanneer de stoet eenmaal loopt, wordt het ritme opnieuw een kwestie. Voorin gaat het stevig, de rest moet volgen. Vrijwilligers proberen het tempo te reguleren zodat de groep bij elkaar blijft, en opnieuw klinkt yavaş.

Kersttraditie

Langs de route klinkt muziek; soms is het alsof de tocht een zachte mars wordt naast een band. Even later duikt een lied op dat vanzelf bij de fakkels in het donker past: This Little Light of Mine. Het geeft de stoet iets van een nachtmis, maar dan buiten: geen kerkbanken, wel kou, wind en kleine vlammen die samen een soort warmte vormen.

Voor twee jonge vrouwen is meelopen met de fakkeltocht inmiddels net zo’n vaste kersttraditie als het diner thuis; ze hebben het van hun vader geleerd. Voor hem is het al jarenlang een vanzelfsprekend onderdeel van kerstavond, iets wat je niet overslaat omdat het betekenis geeft aan de dag. Hij noemt het zelfs zijn ‘nachtmis’.

‘Waarom doet de moskee niet mee?’

Tegelijk is het niet alleen een verhaal van wie er meeloopt, maar ook van wie er ontbreekt. In het publiek klinkt Turks, en langs de kant stelt iemand hardop een vraag die blijft hangen: waarom doet de moskee niet mee? Door wat er vorig jaar gebeurde, landt die opmerking extra zwaar.

Twee Turkse mannen die vooraan meelopen noemen de avond daarom later een mixed bag. Ze zijn blij dat de traditie terug is, maar zien al langer dat er vanuit de Turkse gemeenschap minder mensen komen. Waar het ooit vanzelfsprekend leek, is het nu een klein groepje dat trouw blijft opduiken. Eén van hen zegt dat ze vroeger met vijftienduizend man door een halve meter sneeuw liepen, en dat ze nu al blij zijn als er tweeduizend zijn. Misschien groeit zo’n getal mee met de tijd, maar het gevoel erachter is helder: de gezamenlijke ruimte lijkt kleiner te zijn geworden.

Warme dranken en koekjes

Halverwege merk je dat de kou zijn eigen rol speelt. Als de wind verkeerd staat, snijdt hij door lagen kleding heen. Mensen wrijven hun handen en stampen met hun voeten om ze weer even te voelen. Langs de route staan mensen voor hun huis warme dranken en koekjes uit te delen aan de verkleumde deelnemers. Hoewel het er minder zijn dan bij eerdere edities, zijn de warme dranken voor velen een belangrijk geschenk.

Aan het eind klontert alles samen rond vuurkorven. Door de windvlagen voelt het alsof de kou nog scherper wordt, en mensen houden hun handen boven het vuur om weer gevoel in hun vingers te krijgen. Terwijl de laatste groepjes binnendruppelen van een inmiddels wat uitwaaierende tocht, begint een band aan de eerste nummers. Toch blijft het grootste deel niet hangen. Kerstavond trekt mensen naar binnen: naar familie, naar vrienden, naar warme huizen en gedekte tafels. De meeste fakkels worden uitgebrand in een grote rode container waar mensen samenkomen om weer gevoel te krijgen in hun vingertoppen.

De burgemeester was na het aansteken van de fakkels niet meer te zien, maar voor Sachse en Kanters was het een succes, met een schatting van zo’n 2500 mensen die hebben meegelopen. In de kou blijft vooral de vraag hangen wat je met zo’n avond doet, en wat je eraan hebt. Voor Sachse is de boodschap eenvoudig: laat je niet opsluiten in je bubbel, zoek ontmoeting, ook als dat ongemakkelijk is.

Beeld: Caner Mert

Als het over de toekomst gaat, klinkt er geen triomf, maar noodzaak. Kanters zegt dat hij hoopt dat er ooit een moment komt waarop de fakkeltocht haar doel heeft bereikt, maar als hij naar de wereld kijkt, denkt hij: voorlopig niet. Sachse gaat nog verder: misschien is de tocht op dit moment wel urgenter dan twintig jaar geleden, juist omdat maatschappelijke verandering vaak symbolisch begint. Zonder symbolen, zegt hij, kun je je geen alternatief voorstellen.

Misschien is dat ook wat er gebeurt op het moment dat de fakkels worden aangestoken. Kanters zegt dat het hem ieder jaar opnieuw raakt omdat het zo letterlijk is: mensen geven het vuur aan elkaar door, en niet iedereen heeft een aansteker, dus je bent afhankelijk van elkaar. Dat is symbolisch, maar ook heel concreet. Sachse ziet hoe mensen om zich heen kijken en beseffen: ik ben niet alleen. En precies dat gevoel, gedeelde aanwezigheid, even uit de eigen kring, even naast elkaar, blijft hangen, ook wanneer de laatste vlammen doven.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -