Het opiniestuk van de heer Chrifi over Marokkaanse invloed in Nederland is goed bedoeld, maar mist een belangrijk punt. Chrifi, van het Utrechtse platform voor Levensbeschouwing en Religie, suggereert dat de kritiek gebaseerd is op anonieme bronnen en dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging. Dit klopt niet.
Op 25 maart 2026 publiceerde Elsevier een artikel waarin vier mensen openlijk, met naam, beroep en leeftijd, hun ervaringen en zorgen delen over de Marokkaanse inmenging in Nederland. Hun ervaringen en zorgen duiden op deze inmenging en zijn gecontroleerd door de journalist Gerben van der Aa, onder meer met aangiftes en andere bewijsstukken. De denktank Monitor Lange Arm Rabat wordt in het artikel ook genoemd, maar staat los van de vier geïnterviewde mensen; hun informatie vormt slechts één onderdeel van een veel breder, openbaar en verifieerbaar beeld. Het artikel leidde vorige week tot Kamervragen, wat aangeeft dat de waarheid misschien hard aankwam bij de heer Chrifi, maar tegelijkertijd onderstreept dat zorgvuldigheid en verificatie van informatie essentieel zijn.
Chrifi benadrukt de positieve rol van dialoog, samenwerking en verbinding met Marokko. Dat juichen wij toe. Niemand is tegen samenwerking. Tegelijkertijd moeten we het misbruik van die samenwerking als lange arm van Rabat blijven adresseren en bestrijden. Dat betekent dat we niet wegkijken wanneer mensen in de diaspora aangeven dat zij zich onder druk gezet voelen of bang zijn om kritiek te uiten.
Journalisten en Riffijnse activisten
Er zijn talrijke voorbeelden van intimidatie en druk. Zo worden journalisten en (online) Riffijnse activisten, zoals Yuba El Ghadioui, al jarenlang geïntimideerd en gevolgd. In het Elsevier-artikel worden concrete voorbeelden genoemd, onderzocht en onderbouwd met documenten. Wereldwijd is bekend dat Riffijnse activisten in de diaspora zijn gevlucht, evenals Hirak-activisten in de Rif, die gevangenisstraffen van 11 tot 20 jaar hebben gekregen. Dit is geen mythe; het belemmert mensen daadwerkelijk om hun mening vrij te uiten.
De centrale vraag die door Chrifi beantwoord dient te worden is: waarom is de angst onder veel Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders en diasporaleden zo groot dat zij zich niet durven uit te spreken, uit vrees dat zij de Rif of Marokko niet meer kunnen bezoeken? En is het toeval dat veel invloedrijke Riffijnse en Marokkaans-Nederlandse personen zich niet uitspreken over Marokko, maar wel — terecht — over andere onveilige regimes?
Kan Chrifi onderbouwen dat Marokko investeert in het onderhouden van banden met de diaspora, bijvoorbeeld door hen actief en strategisch te benaderen, te faciliteren of aan zich te binden, zonder mogelijk effect dat zij zich niet negatief uitlaten over het regime? En is het werkelijk onopgemerkt gebleven dat invloedrijke personen, zoals Aboutaleb en andere Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders met invloed en een podium, regelmatig worden uitgenodigd door bijvoorbeeld Marokkaanse consulaten en ambassades, contacten onderhouden en deelnemen aan bijeenkomsten, waarbij de vraag rijst in hoeverre dit bijdraagt aan het beperken van kritische uitingen?
De eerste generatie Riffijnen in Nederland accepteerde de druk en zweeg, uit angst, analfabetisme of een gebrek aan middelen om zich te verzetten. Wij praten terug en hebben er genoeg van om weg te kijken, ons te laten beïnvloeden of intimideren. Wij trekken aan de bel, spreken ons uit en doen dat beschaafd via democratische, transparante middelen, zoals media en journalistiek, die vervolgens Kamervragen oproepen. Het erkennen van deze uitdagingen betekent niet dat we tegen dialoog zijn; het betekent dat we kritisch, open en eerlijk willen zijn over wat er speelt.
De invloed van Marokko reikt ver: van beïnvloeding van moskeeën en infiltraties tot propaganda en het inzetten van hoogopgeleide Riffijnse en Marokkaanse Nederlanders in functies met invloed, zodat zij zich niet negatief uitspreken over Marokko.
Het debat over buitenlandse invloed kan en moet plaatsvinden op basis van open, transparante en verifieerbare informatie en zonder dat mensen bang hoeven te zijn om zich uit te spreken. De tijden van zwijgen en accepteren zijn voorbij.
Intimidatie en dreiging
Voorbeelden van mensen die ervaring hebben met intimidatie of dreiging:
Naam: Ahmed Bourkiz
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, Belgisch paspoort
• Gebeurtenis: Aangehouden bij aankomst in Nador; veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij vrijlating eiste voor zijn ontvoerde broers. Ahmed had ook een eigen Facebookpagina met nieuws over de Hirak-beweging in Europa.
• Gevolg: Vier jaar gevangenisstraf
• Datum/jaar: 2025/2026
Naam: Yuba El Ghadioui
• Achtergrond: Yuba El Ghadioui is een politieke activist van Riffijnse afkomst. Hij staat bekend om zijn kritische houding tegenover de Marokkaanse staat en de Marokkaanse koning. Wekelijks verzorgt hij live-uitzendingen via YouTube, Facebook en TikTok, waarin hij spreekt in de Riffijnse taal. Zijn uitzendingen trekken gemiddeld rond de vierduizend kijkers per week, maar het werkelijke aantal ligt hoger omdat Marokko zijn livestreams regelmatig blokkeert of censureert. Zijn website Riftime bereikte in maart 2026 ongeveer 2,5 miljoen bezoekers; statistieken zijn opvraagbaar. Zijn kijkers en volgers wonen in de Rif, Duitsland, Nederland, Spanje, Frankrijk en België.
• Gebeurtenissen: El Ghadioui is meerdere keren doelwit geweest van mediacampagnes waarin hij werd bedreigd en neergezet als ‘vijand van de islam’. Daarnaast ervaart hij intimidatie en wordt hij gevolgd. De Duitse autoriteiten zijn hierbij betrokken en bieden ondersteuning vanwege zorgen om zijn veiligheid.
• Gevolg: Sinds 2015 is hij niet meer teruggekeerd naar zijn geboorteplaats, uit vrees voor arrestatie.
• Periode: De situatie speelt sinds 2015 en duurt voort.
Naam: Ahmed Aynan
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, woont in Nederland, politiek actief
• Gebeurtenis: Risico op arrestatie bij terugkeer
• Gevolg: Sinds 2017 niet teruggekeerd naar geboorteplaats
• Datum/jaar: sinds 2017
Naam: Ali Aarrass
• Achtergrond: Belgisch-Riffijnse activist, slachtoffer van uitlevering en langdurige detentie in Marokko na uitlevering door Spanje
• Gebeurtenis: Gearresteerd in 2008 in Melilla, vervolgens in 2010 uitgeleverd aan Marokko, waar hij volgens diverse mensenrechtenorganisaties werd gefolterd en na een oneerlijk proces tot 12 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld
• Gevolg: Jarenlange gevangenschap, ernstige psychische en fysieke gevolgen van detentie en foltering
• Datum/jaar: arrestatie 2008, uitlevering 2010, vrijlating 2020
Twee Marokkaanse spionnen zijn in 2024 en 2025 in Düsseldorf opgepakt en veroordeeld voor spionage in verband met het doorspelen van informatie over twee leden van de Hirak-beweging die in Duitsland wonen.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

