Is Noord-Korea op weg naar erkenning?

Foto: Reuters

Sinds het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten hebben we met betrekking tot Noord- en Zuid-Korea een merkwaardige opbouw van spanning gezien. Dat werd bewust opgestookt door Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, met een dreigende gewapende confrontatie tot gevolg. Vervolgens zagen we een even merkwaardige als plotselinge ontspanning met uitzicht op een topontmoeting tussen beide leiders, die kansen biedt op nog meer ontspanning en – wie weet – een getekende vrede.

Sinds 1962 heeft het zwaar repressieve, dictatoriale regime in Noord-Korea met vallen en opstaan en diverse onderbrekingen gestreefd naar een eigen kernwapen. Dat streven werd urgenter naar aanleiding van het beleid van George W. Bush, die tijdens zijn state of the union-toespraak in 2002 Noord-Korea rekende tot de ‘as van het kwaad’ die bestreden moest worden. Die boodschap heeft het Noord-Koreaanse regime goed in zijn oren geknoopt. De andere landen die Bush noemde waren Iran en Irak. De Amerikaanse invasie in Irak en 2003, met de val en uiteindelijk de dood van Saddam Hoessein tot gevolg, werd door Noord-Korea dan ook gezien als een bewijs voor hun vrees dat Noord-Korea een zelfde lot beschoren zou zijn. Essentieel daarin was het feit dat onder druk van de Verenigde Staten en zijn bondgenoten Irak in 1991 gestopt was met het ontwikkelen van kernwapens. De les voor Noord-Korea was duidelijk: als je afziet van het ontwikkelen van een kernwapencapaciteit ben je een willoos slachtoffer van Amerikaanse agressie. In 2011 werd het ‘gelijk’ van Noord-Korea nogmaals bevestigd. In Libië werd Muammar al-Kaddafi ten val en ter dood gebracht, mede door het ingrijpen van westerse mogendheden onder leiding van de Verenigde Staten. Ook Kaddafi was in 2003 met zijn ontwikkeling van kernwapens gestopt en als gevolg daarvan in de ogen van de Noord-Koreanen het slachtoffer van Amerikaanse agressie geworden. De les was kristalhelder: het bezit van een geloofwaardige kernwapencapaciteit beschermt je tegen Amerikaanse agressie en vormt de sleutel tot het overleven van het regime.

Toen nota bene in datzelfde jaar, 2011, Kim als opvolger van zijn overleden vader aantrad, stond hem heel duidelijk voor ogen dat de ontwikkeling van een eigen kernwapencapaciteit een hoofddoel van zijn beleid zou moeten zijn. Pas als Noord-Korea als soevereine staat serieus genomen zou worden, zou er sprake kunnen zijn van zicht op overleving en verdere ontwikkeling.

Kim had nóg een prioriteit, de economie. Gedurende het bewind van zijn grootvader en vader had het Noord-Koreaanse volk voortdurend offers moeten brengen voor de vooruitgang van de natie. De levensstandaard van het volk werd bewust laag gehouden om geld vrij te maken voor het inrichten en onderhouden van een tot de tanden bewapend leger bestaande uit miljoenen soldaten. De jonge Kim gooit het echter over een andere boeg. Bij zijn aantreden in 2011 verklaarde hij dat als hij niet in staat zou zijn de levensstandaard van het Noord-Koreaanse volk te verbeteren, hij gefaald zou hebben als leider. Zijn toon is dan ook beduidend anders dan die van zijn voorgangers. Het brengen van de ooit zo noodzakelijke offers door het volk is volledig verdwenen uit de retoriek en propaganda van het regime. Dat wil niet zeggen dat alles nu beter is. Nog steeds kwijnen vele duizenden Noord-Koreanen onder mensonterende omstandigheden weg in gevangenkampen. Om nog maar te zwijgen van de vele goedkope uitzendkrachten die Noord-Korea naar diverse landen stuurt om buitenlandse deviezen te kunnen oogsten. En natuurlijk moest eerst de kernwapencapaciteit samen met een raketprogramma tot een geloofwaardig niveau worden ontwikkeld voordat het volk weer aan de beurt zou komen. De veiligheid van de natie en het regime gaan nog steeds voor alles. In die zin zijn de offers van het volk er nog niet minder op geworden.

Na alle powerplay van Trump en Kim lijkt er nu toch een doorbraak te zijn. Trump heeft zich bereid verklaard Kim te ontmoeten. CIA-directeur Mike Pompeo, tevens kandidaat-minister van Buitenlandse Zaken, is al in het geheim bij Kim op bezoek geweest om de topontmoeting voor te bereiden. En Kim heeft zich ook van zijn goede kant laten zien. Hij heeft onlangs verklaard geen atoom- en raketproeven meer uit te voeren en de kernwapentestlocatie te ontmantelen. Dat is verrassend, aangezien men aanvankelijk had verwacht dat hij dit pas onder druk en tijdens het komend topoverleg zou doen. Het is nu dus de vraag of Kim tijdens het topoverleg met Trump nog meer zal willen toegeven. Zal hij bereid zijn het Noord-Koreaanse kernwapenarsenaal volledig af te bouwen? Daarmee zou hij de door hem en zijn voorgangers zo vurig gewenste veiligheid en soevereiniteit van Noord-Korea mogelijk in de waagschaal stellen. Het is zeer de vraag of hij zover zal gaan. Maar de huidige economische sancties hebben wel hun tol geëist. De sancties moeten worden beëindigd voordat ooit sprake kan zijn van economisch herstel in Noord-Korea, laat staan van verbetering van de levensstandaard. Het is dus interessant te bezien hoe ver Trump en Kim zullen willen gaan om vijfenzestig jaar na de wapenstilstand tussen de beide Korea’s toch een vredesverdrag te tekenen. Daartoe moet aan beide kanten iets worden gegeven.

Daarnaast, en dat wordt vaak vergeten, het gaat om de toekomst van beide Korea’s. En dat is vooral een zaak van Noord- en Zuid-Korea. Kim en de Zuid-Koreaanse leider Moon Jae-in zullen voor een belangrijk deel bepalen hoe de beide landen tegenover elkaar willen staan, met elkaar willen omgaan en samenwerken. Of er daarbij sprake zal zijn hereniging is zeer de vraag. Daarvoor liggen beide landen in ideologisch en politiek opzicht te ver uit elkaar. Het is ook zeer de vraag of buurlanden China en Japan daarmee kunnen leven. Maar, laten we wel wezen, de mening van Europese buurlanden speelde uiteindelijk ook geen rol bij de hereniging van Oost- en West-Duitsland in 1990. Als de Korea’s hun lot in eigen hand nemen, dan kan er van alles gebeuren.

DELEN
Peter Wijninga
Defensiedeskundige. Strategisch analist bij het The Hague Center for Strategic Studies. Voormalig officier van de Koninklijke Luchtmacht.