Nederland wordt niet overgenomen

Foto: Rijksoverheid

Nederland wordt overgenomen door de buitenlanders en dat is allemaal de schuld van links. Dat beweerde Gerard Joling onlangs in de Playboy. Joling wordt weliswaar misschien als opiniemaker niet serieus genomen door grote groepen Nederlanders, hij vertolkt wel een gevoel dat op sociale media vaak gedeeld wordt. Zijn uitspraak riep behalve weerstand namelijk ook veel instemmende reacties op. Maar, klopt het ook?

Nederland wordt overgenomen door de buitenlanders
Probleem met deze stelling is dat het onduidelijk is wat met ‘buitenlanders’ bedoeld wordt.

A. Met buitenlanders kunnen buitenlandse investeerders, multinationals en instanties bedoeld worden, die steeds meer het beleid in Nederland bepalen.
Als Gerard dit zou bedoelen, dan zou hij misschien een punt hebben. De recente discussie over de dividendbelasting die het kabinet wil afschaffen om voor 1,4 miljard euro buitenlandse aandeelhouders te behagen, maakte weer eens duidelijk hoeveel invloed multinationals en dergelijke hebben. Ook is het zo dat een deel van het Nederlandse beleid bepaald wordt door internationale samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld de VN, de NAVO, de EU, het IMF en de ECB. Het is echter zeer de vraag of Joling, die aangeeft ‘rechts’ te stemmen, dit bedoelde.

B. Buitenlanders die in Nederland wonen, bepalen wat er in dit land gebeurt. 
Wanneer Joling cum suis dit met ‘buitenlanders’ bedoelt, dan moeten zij getalsmatig in de meerderheid zijn om in een democratie als Nederland het land te kunnen overnemen. Maar goed, wat wordt dan bedoeld met ‘buitenlanders’?

Op grond van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek onderscheid ik in een factsheet op Republiek Allochtonië de volgende definities van buitenlanders.

A. Buitenlanders: inwoners van Nederland zonder Nederlands paspoort.
Volgens deze definitie beschikte op 1 januari 2016 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bijna vijfennegentig procent van de inwoners over de Nederlandse nationaliteit. Dat zijn ruim zestien miljoen Nederlanders. Er woonden op dat moment zo’n negenhonderdduizend buitenlanders in Nederland. Dat zijn er te weinig om het land over te kunnen nemen.

B. Buitenlanders: inwoners die in het buitenland zijn geboren.
Volgens het CBS waren op 1 januari 2017 circa vijftien miljoen inwoners van Nederland in dit land geboren en circa twee miljoen niet. Volgens deze omschrijving is circa tien procent van de bevolking buitenlander. Dat zijn er iets meer dan in de vorige definitie, maar nog steeds veel te weinig om het land over te nemen

C. Buitenlanders: inwoners die voorouders hebben die in het buitenland zijn geboren.
Volgens een schatting van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis heeft slechts circa twee procent van de Nederlandse bevolking geen buitenlandse voorouders, de overige circa achtennegentig procent is dan buitenlander. Volgens deze definitie heeft Joling groot gelijk, maar ook dit zal hij vast niet bedoeld hebben.

D. Buitenlanders: inwoners van wie één van de ouders in het buitenland is geboren.
Dit noemden we vroeger ‘allochtonen’ en tegenwoordig ‘Nederlanders met een migratieachtergrond’. Waarschijnlijk had Gerard deze groep ‘buitenlanders’ op het oog. Op 1 januari 2017 woonden in Nederland bijna vier miljoen mensen met een migratieachtergrond. Bijna dertien procent van de bevolking heeft een niet-westerse achtergrond en bijna tien procent heeft een westerse migratie-achtergrond. Opgeteld is dat bijna drieëntwintig procent van de bevolking. Dat is een aardig deel van de bevolking, maar nog steeds te weinig buitenlanders om de boel over te kunnen nemen. De belangrijkste functie van het land is volgens deze definitie al vele jaren in buitenlandse handen. Onze koning, Willem Alexander, is dan een buitenlander, net als zijn moeder (koningin Beatrix), zijn oma (koningin Juliana), zijn overgrootmoeder (koningin Wilhelmina), zijn betovergrootmoeder (koningin Emma), koning Willem III, Willem II, enzovoorts. Ook onze koningin Maxima is dan buitenlander, met een niet-westerse migratie achtergrond, net als de waarschijnlijk toekomstige koningin Amalia. Wanneer Joling dit bedoelde met dat Nederland wordt overgenomen door de buitenlanders, dan zijn we al eeuwen geleden overgenomen door de buitenlanders.

Het is allemaal de schuld van links
Als het allemaal de schuld van links is, zoals Joling beweert, dan moet links in het Nederlandse parlement jarenlang het immigratie- en integratiebeleid hebben bepaald. Dat kan alleen wanneer links vele jaren een meerderheid in de Tweede Kamer heeft gehad. Is dat het geval? Nou kun je uiteraard eindeloos soebatten over welke partijen ‘links’ en welke ‘rechts’ zijn. Zo kan voor een SP-stemmer de PvdA ‘rechts’ zijn en voor een PVV-stemmer de VVD ‘links’, terwijl een VVD-stemmer sommige keuzes van de PVV weer als ‘links’ kan ervaren. Wanneer ik ervoor kies om de liberalen en de christelijke partijen als ‘rechts’ te beschouwen en de sociaaldemocraten en groenen als ‘links’, dan is er in Nederland nooit sprake geweest van een linkse meerderheid. Ook wanneer je D66, op grond van sociaalculturele dossiers zoals het integratie en immigratie, als ‘links’ beschouwt, is er nooit sprake geweest van een linkse meerderheid.

Omdat er in Nederland nooit een linkse meerderheid is geweest, is er ook nooit een basis geweest voor een kabinet dat bestond uit louter linkse partijen. Wel zijn er twee linkse partijen geweest (de PvdA en eenmaal de PPR) die deelnamen aan veertien van de dertig naoorlogse kabinetten. Daartoe behoren de eerste zes naoorlogse kabinetten toen er van immigratiebeleid nog amper sprake was. Van de veertien kabinetten met deelname van linkse partijen waren er elf centrumlinks, twee paars (PvdA-VVD-D66) en één kabinet van de PvdA met alleen de VVD (Rutte II).  In zeven van deze veertien kabinetten was de PvdA de grootste partij en was er ook een linkse premier (viermaal Drees, tweemaal Kok, eenmaal Den Uijl). De overige drieëntwintig naoorlogse premiers kwamen van het CDA (twintig) of de VVD (drie). In zestien gevallen gaven zij leiding aan een (centrum)rechts kabinet, zonder deelname van een linkse partij.

Het immigratiebeleid kreeg vanaf het begin van de jaren zestig vorm. In die tijd, tot en met de jaren zeventig, waren het vooral werkgevers en rechtse partijen die pleitten voor het werven van arbeiders in het buitenland, terwijl de vakbonden en linkse partijen dit wilden afremmen en ‘oprotpremies’ voorstelden om gastarbeiders terug te laten keren naar het land van herkomst. Vanaf het begin van de jaren tachtig voeren we in Nederland een integratiebeleid. Van de vijftien ministers die sindsdien verantwoordelijk waren voor dit beleid, was een derde (vijf) lid van de VVD. De PvdA en D66 leverden drie ministers, het CDA twee en de LPF eentje. Eén kabinetsperiode (Lubbers III) was zowel een PvdA-minister als een CDA-minister verantwoordelijk.

Tot slot
Natuurlijk kunnen de oorspronkelijke bewoners van sommige buurten in de grote steden met gegronde reden het gevoel hebben dat ze in hun buurt een minderheid vormen, maar landelijk is er op geen enkele manier sprake van dat Nederland wordt overgenomen door de buitenlanders. Links alleen verantwoordelijk stellen voor het immigratie- en integratiebeleid of ieder ander beleid, is ook ver bezijden de realiteit. Links heeft in Nederland nooit een meerderheid gehad en heeft altijd compromissen moeten sluiten met centrumrechts.

DELEN
Ewoud Butter
Politicoloog. Hoofdredacteur van de nieuws- en opiniewebsite Republiek Allochtonië.