Ik zou nu het liefst in Tanger willen zijn om met eigen ogen te aanschouwen wat via de sociale media binnenkomt: de overstromingen die de afgelopen dagen de regio onder water hebben gezet. Dat op een gelukkige plek het noodlot kan toeslaan, kunnen we ons niet voorstellen totdat het noodlot er toeslaat. Wat gelukkig maakte moest gevolgd worden door ongeluk.
Over de regio Tanger-Tetouan-Asilah, het oostelijke deel van Noord-Marokko, is een front van stormen getrokken, tankdivisies die alles verpulveren wat hen in de weg staat. In ons appartement verblijven kennissen, vanuit het raam hebben ze schitterend uitzicht over de baai van Tanger. De zee is al dagen niet meer te zien, de wind heeft er een grimmig gordijn voor getrokken en gaat er zijn gang.
De rivieren kolken en treden buiten hun oevers, als een kind dat van de ene op de andere dag heftig is gaan puberen. De dammen zijn vol, maar waar moet het overtollige water naartoe?
Het heeft wegen onbegaanbaar gemaakt, al het bustransport is tot nader order opgeheven. Taxichauffeurs kijken naar de brug die wordt opgeslokt door de rivier, ik hoor ze mompelen: er is geen grotere macht dan God. Geen ritje, geen geld. Door aardverschuivingen is het asfalt gescheurd. Het zal zeker maanden en wellicht jaren duren voordat de aangerichte schade is hersteld, niemand die daaraan denkt: een natuurramp zet de toekomst buitenspel.
De vallei is in een paar dagen tijd een meer geworden
Dit alles grijpt me aan omdat ik op al die plekken geluk heb gekend en niet weet of ik die plekken bij terugkeer zal herkennen. De natuur maakt schoon schip en herinnert ons eraan dat we niet alleen zijn. Ik bel met een vriend die in een zwaar getroffen stad familie heeft: Ksar al Kabir, waar de huizen in het bruine water dobberen als croutons in soep. Hij antwoordt dat het goed gaat. Maar dat was een week geleden. Inmiddels zijn alle bewoners geëvacueerd, net zoveel inwoners als Zoetermeer, meer dan 100.000 mensen. Naar Tanger. Als het kan. Maar in Tanger werpen de golven rotsen op de boulevard, de natuur speelt jeu de boules. Wat doe je Tanger aan?
Een stuk van de klif waar de weg omheen kronkelt is ingestort, het is deel van mijn trainingsroute – een fantastische weg langs zee waar aan het einde van de dag de zon kiekeboe speelt. Ik ging er in het gras liggen gewoon omdat het kon en liet me er door de zon kussen. In de zomer picknicken de gezinnen in het gras en blijven tot laat. Met de feitelijke instorting stort ook het idyllische beeld dat ik ervan heb in.
De gulzige rivier schrokt zich een weg naar zee. De antieke stad Lixus wordt al door de Grieken beschreven, hier speelden de mythische nimfen met de gouden appels. Wie ze bezat zou onsterfelijk zijn. Aan de monding van de rivier Loukkos stijgt een heuvel op met daar cipressen en granaatappelbomen die beschutting geven aan de ruïne van de Romeinse kolonie. Vorig jaar liep ik daar in de verzengende hitte, de cicaden, de vloermozaïeken en de leegte van de omgeving, het vulde me. We waren alleen. We keken uit over de vallei waar de rivier doorheen slingerde. De vallei is in een paar dagen tijd een meer geworden, een meer waar de dood boven hangt.
Een aan de rand van de bocht gebouwd huis van drie verdiepingen stort in elkaar en wordt van de weg geveegd, regelrecht het ravijn in. Boerenhuizen waar houten balken honderd jaar lang de hemel hoog hebben gehouden worden tot puin. Wanneer de apocalyps komt zullen we het niet doorhebben. We zullen erdoor bedolven worden.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

