Ik denk aan Teheran, waar de nachtegalen zingen: heel hard en heel zuiver. De nachtegaal vliegt weg, de mens kijkt haar achterna en droomt ervan te vliegen. In de Eerste Wereldoorlog werd voor het eerst het vliegtuig als wapen ingezet. Het moet voor de soldaten in de loopgraven een verschrikking zijn geweest. Het vliegtuig zong van dood. Het vliegtuig was verheven boven de mensheid, als een god, meester van goed en kwaad.
De nachtegaal is de vogel van de Perzische cultuur, een beschaving duizenden jaren oud, haar naam is bolbol. Ze verovert met haar stem. De Perzen hebben een lange geschiedenis van poëzie. Een wereld zonder Hafez kan ik me niet voorstellen, de nachtegaal die mens werd. De Duitse dichter Goethe was zo onder de indruk van de Perzische lyriek dat het hem inspireerde om ook als een Pers te schrijven. Lees zijn Oost-Westelijke Divan om even weg te vliegen, het is een liefdesbrief aan Hafez. Het contact met de dichters van Perzië bracht Goethe tot het inzicht dat er alleen maar wereldliteratuur is, taal is grenzeloos, vrij. Als de nachtegaal.
Dezer dagen houd ik me bezig met de liefde tussen een Perzische prins en een Georgische prinses, Ali en Nino. Samen met meesterpianist Daria van den Bercken toeren we door het land met deze Romeo en Julia van de Kaukasus, in 1937 geschreven door Kurban Saïd, een pseudoniem. Zijn echte naam was Lev Nussimbaum, geboren uit Joodse ouders uit Oekraïne, geboren in een trein, althans dat is wat hij over zijn geboorte schrijft. Ik neem het maar gewoon van hem aan, het is te mooi om het niet te geloven. In de reis geboren, zoals alle mensen.
Is de universele boodschap van het verhaal dat vrede altijd voor oorlog komt?
In het multiculturele Bakoe groeide Kurban Saïd op. Daar werd hij verliefd op de wereld van de islam; Hafez, de muezzin, Sjahrazade. In Istanbul ging hij over tot de islam.
De val van de Russische tsaar dwong Kurban Saïd naar het Westen te vluchten, waar hij zijn diepe kennis van de Oriënt inzette om het westerse publiek te vertellen over de islamitische wereld. Hij schreef zich de tandjes. Het Westen lag aan de voeten van deze flamboyante, ongrijpbare verschijning die een fez droeg. Koningen en presidenten ontvingen hem. De New York Times schreef dat Essed Bey – zijn andere pseudoniem – in New York was gearriveerd.
Maar al snel kreeg hij last van jaloezie, het succes zou hem naar het hoofd zijn gestegen, zijn charisma werd een valkuil. Men praat over zijn Joodse identiteit, levensgevaarlijk in het antisemitische Duitsland. Ondertussen bleef hij zoeken naar begunstigers die hem konden ondersteunen. Alle schrijvers zijn Kurban Saïd; altijd op zoek naar inspiratie, geld, liefde.
De opkomst van het nazisme maakt publiceren onmogelijk. In Wenen blikt hij terug op zijn jeugd in Bakoe en schrijft hij Ali en Nino, een ode aan een wereld die niet meer bestaat. Het is dan 1937, het fascistische geweld zwelt aan, een jaar later zal Oostenrijk overlopen worden door de troepen van Hitler. Het boek kan niet worden uitgegeven onder zijn Joodse naam, de nazi-censuur laat het niet toe. Dus kiest hij voor Kurban Saïd, Gelukkige Offer. Oh, ironie van de geschiedenis.
Daria en ik spelen onze eerste try-out, een paar dagen nadat de aanvallen op Iran zijn begonnen. In Den Haag komt na afloop een man naar me toe en zegt: ‘Is de universele boodschap van het verhaal dat vrede altijd voor oorlog komt?’ Ik denk aan Kurban Saïd, hij was gelukkig in Bakoe maar leefde van oorlog naar oorlog. Multiculturaliteit gedijt in tijden van vrede. En wanneer oorlog komt, trekken de gemeenschappen zich terug. Ali en Nino kiezen voor elkaar, de biculturaliteit is hun kracht. Samen vechten ze voor vrijheid, die geven ze door aan hun kind. En hun kind zal Hafez lezen en de nachtegaal horen.
Kurban Saïd sterft in Italië in 1942, berooid en vergeten, maar Ali en Nino zijn voor altijd.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

