6.4 C
Amsterdam

Ramadan op de Maas

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

Over de Maas kijk ik naar de fonkelende lichtjes van de schepen in de haven van Rotterdam. De iftarboot 2026, georganiseerd door stichting Openhaard, schommelt van links naar rechts en is al meer dan twee uur onderweg. De avond is gevallen. We hebben het vasten verbroken. Waar zouden we zijn zonder al die lampen in het donker?

We varen met honderden Rotterdammers onder de Erasmusbrug door. Ik vaar mee met mijn gezin. Het is de eerste keer dat ik met mijn dochter bij een semi-officieel evenement ben en het voelt fijn dat ik er ben met mijn vrouw en dochter. Het echte ramadangevoel dat je vaak mist bij plichtmatige iftars overal, zonder vrouw en kinderen.

Kleuters rennen me bijna omver, met mijn dochter in de hand. ‘Oğlum (mijn zoon), kijk dan even uit naar die meneer met een kind’, spreekt een Turkse man het kind toe. Er zijn veel Turken op de Marlina, voornamelijk mensen van de vervolgde Gülenbeweging. ‘Deze mensen hadden in Turkije waarschijnlijk allemaal hoge posities’, zeg ik tegen mijn vrouw. ‘Ja, ja’, zegt zij en loopt met de luiertas met me mee. Geen tijd voor politiek, de billen van de baby moeten weer fris en fruitig schoon worden.

Maar ik denk wel na over een ramadan in ballingschap. Ik ben zelfs zojuist uit Turkije gekomen om mijn vader te begraven. Een reis die voor velen op de boot, ook bij een overlijden, een risicovolle onderneming is vanwege de mislukte couppoging, bijna tien jaar geleden. We hadden het er op de boot niet over, maar wel eens thuis met vrienden. ‘Wat heeft een leraar of rechter nou met een coup te maken?’, legde ik toen voor aan mijn Turkse vrienden. Ze knikten meewarig. ‘Pak de schuldige putschisten op en laat de rest met rust’, stelde ik tegen beter weten in voor. Als de Turkse staat het op je heeft gemunt, dan ben je voor de rest van je leven een ‘terrorist’, zoals de Koerden al decennia aan den lijve ondervinden.

Daarna danste vader zelfs Kaukasisch met zijn Azeri-schoondochter

We zitten na de luiers weer aan tafel. Trouw-columnist en mbo-docent Karim Amghar entert het schip in Schiedam en draagt ons een verbindende column voor. Van de mooie woorden die hij zei, herinner ik me niet veel. Ik was in totale bewondering van de omgeving waarin hij dat op voortreffelijke wijze deed: op een barstensvolle boot met rondrennende kinderen en families die genieten van een kopje thee of koffie. We doen nog een Kahoot-quiz over Rotterdam die, onder veel gelach en geschreeuw en ik met baby, door een Marokkaanse puber werd gewonnen.

Terwijl ik dit allemaal meemaakte, moest ik uiteraard aan wijlen mijn vader denken. Precies een maand geleden nu. Ik kom en spreek op plekken waar hij zijn leven lang nooit is geweest, maar misschien wel van heeft gedroomd, met een saz (een snaarinstrument) in de hand. Flitsen van het moment dat hij een black-out kreeg toen we om de hand van mijn vrouw in Den Haag vroegen, gaan door me heen.

De man die altijd vol verhalen zat, raakte verstijfd en pas na tussenkomst van een familielid kon hij al zijn moed bijeenrapen om mijn schoonvader toe te spreken. Dat ging wat houterig. Maar schoonvader gaf zijn dochter hoe dan ook. Het ijs was gebroken en daarna danste vader zelfs Kaukasisch met zijn Azeri-schoondochter.

Ik moet erom glimlachen. Een binnenpretje. Een zeldzaam moment van publieke dankbaarheid maakt zich meester van de ondankbare allochtoon op de iftarboot. Het komt wel goed met mijn dochter in Nederland, als de redelijke krachten (die al het geweld in het Midden-Oosten wel veroordelen en geen ‘begrip hebben’ voor het moorddadige regime in Israël en Amerika) zich maar weten te verenigen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -